27-03-06

PATRICK LANSENS: DOCTOR IN DE CHEMIE

Ik ben ten huize van Patrick Lansens, de allerlaatste burgemeester die ik mag volgen in 'Micro Zonder Zout'.  Zijn bureau bevindt zich in de woonkamer.  Er is alleen een scheidingsdeur tussen die bestaat uit twee houten wanden die kunnen dichtschuiven.  Maar die wanden staan nu open.  En dus staat de burgemeester op en toont me even zijn bureau.  Zijn vrouw Marleen en zijn dochter Nikki zitten toe te kijken van in de zetel in het salon.

PL: Dat is hier mijn werkplaats thuis hé, waar dat ik regelmatig een keer een beetje administratie doe. Veelal op de computer hé. Meestal op de laptop nu, de vaste computer wordt niet veel meer gebruikt.

Nee?

PL:  Nee, eigenlijk niet, het is gemakkelijk de laptop, zowel hier, of in de living, of in de keuken.  En ik zit draadloos op het internet.  Dus ja, dat is de vooruitgang.  Gelijk waar hier in huis kan ik op het internet, mijn emails raadplegen en euh… Ja, maar op die manier blijf je er altijd een beetje in zitten hé.  Het werk is nooit ver weg hé.

PL: Voila. Maar het is ook interessant hé. Ge zit zo niet afgezonderd ergens in een hoekje. Een keer dat ge dan thuis zijt, is er zo een beetje, toch nog contact met het gezinsleven, dat is interessant,voor de keren dat we thuis zijn dan, want we zijn weinig thuis, er zijn heel veel activiteiten hé, zeker in het weekend, vrijdagavond, zaterdag, zondag.

En plus, het is … dat blijkt nu maar de laatste tijd:  er zijn nogal wat burgemeesters die sneuvelen, hartinfarcten, trombozen gelijk wat… Het is een ongezonde job hé.

PL: Dat is inderdaad een ongezonde job.  We merken dat ook hé.  Ik heb dat vroeger al gezegd, het is een beetje roofbouw plegen op je lichaam.  Het is vooral de stress hé.

Ja? Hebt u daar last van?

PL: Tochwel.  Ik heb daar ook wel last van. Het altijd op uur ergens moeten zijn.  Zeker als ge drie, vier plaatsen moet doen op een avond, in het weekend.  Ja.  Ge zijt op een plaats, en ge moet al weer kijken, ‘wanneer moet ik hier verder naar de volgende plaats?’

En mensen die altijd iets nodig hebben, en zagen en klagen, en altijd u afjakkeren eigenlijk…

PL: Afjakkeren is veel gezegd, maar ge hebt natuurlijk van soorten van mensen.  Ge hebt mensen die begripvol zijn,…

Niet veel hé, niet veel.  De meeste zijn toch ambetant hé.

PL: Neenee, mijn ervaring is, als ge de mensen kunt goed uitleggen hoe het in mekaar zit, hoe de vork aan de steel zit, negen op de tien hebben daar begrip voor en aanvaarden dat,  ook al is dat dan negatief dat antwoord, maar je moet het ook durven zeggen als politicus.

En u durft het?

PL: Ik denk dat ik dat durf…

Of je leert het eigenlijk?

PL: Je moet daar een beetje in groeien hé. Ge moet dat ook een beetje leren.  Maar ge moet dat ook durven zeggen. Ook al is het negatief.  Als de mensen iets vragen en het kan niet zijn, dan moet ge het… Mijn ervaring is dan ook dat de mensen dat aanvaarden. En hier en daar zit er dan inderdaad een ambetanten in die dat niet wil geloven, en die zal dan wel nog een keer naar iemand anders lopen  en zo, maar…   Ik denk dat als iets niet kan zijn, dan stuit je overal op hetzelfde antwoord hé. 

 

Op zijn bureau hangen de twee foto’s tegen de muur van de beide keren dat hij bij de gouverneur de eed moest afleggen.

 

PL:  De twee eedafleggingen hé, de eerste keer bij gouverneur Vanneste, dat was, ja, in december ’94 en dan zes jaar later was het al gouverneur Breyne hé.

Bij wie was het leukst om de eed af te leggen?

PL: Leukst?  Woh, dat is niet bepaald een leuk moment hé. 

Allez, dat zijn toch momenten die bij blijven hé.

PL: Dat is nogal plechtstatig…

Je hangt de foto toch uit hé.

PL: Ja.  Dat is toch een bepaalde mijlpaal in uw leven hé.  Het moment dat je de eed kunt afleggen als burgemeester.  En als je het dan nog twee keer kunt, en eigenlijk alle twee vrij jong hé.  De eerste keer was ik dertig jaar.  De tweede keer, aangezien dat het zes jaar later was, zesendertig jaar hé.  Dus, dat is jong hé voor een burgemeester.

U bent goed met cijfers hé.

PL: Ja, ik ben goed met cijfers: 30 + 6 = 36.

Het is een rappe hé, jajaja, ik vind het ook.

Vrouw: Hij heeft dokter in de scheikunde gestudeerd.

PL: Ik ben wetenschapper van opleiding hé.

Wat is ie?

Vrouw: Wetenschapper.  Dokter in de scheikunde!

Wow!  Wow!  Eigenlijk een wetenschapper…  Het is raar dat u in de politiek beland bent.

PL: Er zijn er veel die dag zeggen, het is raar.  Heeft totaal niets te maken met de politiek, mijn opleiding.

Vrouw: 24 was hij als hij schepen was zeker?

PL: Ja, ik zit al van mijn 24ste in de politiek.  Het is nu al 16 jaar, zeventien jaar.  Dus, we zijn het al een beetje gewoon.

En chemie, dat is euh…

PL: Chemie… Dat is euh… Ja, sinds, wat moet ik zeggen, sinds 1996 gedaan.   Dus al tien jaar.

De chemie kan ontploffen!

PL: De chemie kan ontploffen, ja.  Maar ik volg dat nog… fin, ik ben nog altijd geïnteresseerd in wetenschappen.  Als er zo een keer een uitzending is, of als er iets verschijnt in de krant of zo, dan volg ik dat wel.  Voor de rest is het ook zo dat ik niet meer terug kan natuurlijk.  Als ge, laat staan tien jaar, maar vijf jaar uit dat domein weg zijt, dat evolueert zo danig snel, dan kunt ge ook niet meer terug hé.

Uw diploma is waardeloos.

PL: Mijn diploma is nu vrij waardeloos geworden ja.  Ge hebt toch een zekere bagage.  Eigenlijk is dat het voornaamste als ge een opleiding volgt,  dat ge een zekere bagage hebt, er zijn er veel die niet altijd verder gaan in de richting dat ze gestudeerd hebben hé.

En hoe hebben jullie mekaar leren kennen?  Bent u ook van ter plekke? 

Vrouw: Ik was vroeger verpleegster.  Ik ben afkomstig van Koek…, van Keiem.

Keiem?  Waar ligt dat?

Vrouw:  Een deelgemeente van Diksmuide.

Nooit van gehoord.

Vrouw:  Ik was vroeger zelfstandig verpleegster, en ik ging rond, met een auto, de mensen, ja. 

En het is zo dat u…

Vrouw: En ik ging iemand gaan verzorgen juist voor zijn deur.

Is het echt?  Serieus?

Vrouw: Ja, en zo zag ik hem.

En hij zei: ik heb ook verzorging nodig.

Vrouw: Neenee…

PL: Later wel.

Vrouw: We zeiden goeiendag tegen mekaar.  En van het ene begon het ander te komen en zo ja…

Ja, dat is nog gevaarlijk zo hé, goeiendag zeggen tegen mensen.

Vrouw: jaja…

En als u weet hoe dikwijls dat hij goeiendag moet zeggen tegen andere mensen, bent u nooit bang zo dat ie????

Vrouw: Ja, neen, ge moet mekaar…

Ja, want zo’n mensen constant tussen het volk hé.

Vrouw: …toch ergens vertrouwen hé, ja.

Hoe lang is het al?

Vrouw: Dat we gehuwd zijn?

Ja, neenee, de eerste ontmoeting en…  Of zijn jullie meteen gehuwd eigenlijk?

Vrouw: Neenee…

Hij zei goeiedag en jullie trouwden.

Vrouw: Een jaar of veertien?

PL: 1991.

Het zal vijftien jaar zijn dit jaar?

PL: Ja.  Neenee, maar we zijn gehuwd in ’94 hé.

Vrouw: April ’94.  We hebben eerst gebouwd.

En meteen zo groot. Jullie zijn van rijk volk eigenlijk allebei?

Vrouw: Nee.

Of hij is van rijk volk?

Vrouw: Wij sparen, wij sparen een beetje hé.

Allez kom: zelfstandig verpleegster!  Ah ja, natuurlijk, u had dat diploma van chemie, doctor in de chemie. Dat is een branche die goed betaalt hé.

PL: We waren alletwee al dertig, en de dertig voorbij toen we trouwden, we hadden allebei al een jaar of acht gewerkt hé.  Ge kunt al wat meer als ge…

Dat is de best betaalde branche natuurlijk, de chemie…  En daar loopt u uit weg, maar allez!!!!  De fout van uw leven!  Hoe kun je…

PL:  Dat is een goed betaalde branche als je in de privé zit, maar ik heb nooit in de privé gezeten hé. Ik zat aan de universiteit, in Brussel aan de VUB.

En u bent eigenlijk doctor!  Zo van… 

Vrouw: Geen huisdokter hé, doctor, doctoraat.

PL: Dat is niet uitzonderlijk.

Het is een…bolleke hé.

PL: Ik heb wetenschappelijk onderzoek gedaan en een proefschrift verdedigd.

En dan houdt u zich met zoiets simpels bezig als de politiek eigenlijk? 

PL: Simpels?  Ik denk dat je daar toch een verkeerd beeld van…Simpel!

Vrouw: Burgemeester is niet alles hé.

Niet alles, maar het is toch veel hé.

Vrouw: Het is zeer veel.

Ge zijt toch wel trots hé.

Vrouw: Vroeger waart ge ook nog volksvertegenwoordiger hé, heb je dat al gezegd?

Ja, maar dat deed ie niet graag hé.

Vrouw: Neen, nie zo graag.  Burgemeester is wel …

Dat deed u er toch zo maar een beetje bij zo.

PL: Neen, toch niet.   Daar komt ook veel bij kijken.  Maar ik doe, inderdaad, als ge de twee tegen elkaar afweegt, ben ik veel liever burgemeester.  Het is een job…

En eigenlijk is dat onverantwoord om te combineren hé?

PL: Onverantwoord?  Het is moeilijk.  Als je het alle twee wilt goed doen, is dat zeer moeilijk combineerbaar. Maar ja, er zijn er veel die het doen hé.  Zelfs van grotere steden dan van Koekelare.

Ze kunnen dat niet deftig doen hé?

Vrouw: Tochwel. 

Ik geloof dat niet.  Dat zijn twee fulltime jobs.

Vrouw: Het is enorm lastig voor u, maar…

Ik hoor veel burgemeesters zeggen, die bijvoorbeeld fulltime burgemeester zijn:  Dat is niet te combineren.

PL: Het is moeilijk.

Bent u nu eigenlijk fulltime burgemeester?

PL: Nu ben ik fulltime burgemeester, ja.

U doet daar niets anders meer bij?

PL: Ik doe daar niets anders meer bij.

Ja, en kan dat huis hier afbetaald worden?  Zo’n kast van een huis.

Vrouw: Ja,  ge zijt ook al niet meer zo jong hé nu.  We hebben toch al een beetje gespaard. 

PL: Dat valt mee…

Vrouw: We hebben maar één kindje.

09:19 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.