19-03-06

BOERENZOON ZOEKT VROUW

Willy Mostaert, de burgemeester van Vleteren, heeft een zoon die nu al heel veel werk voor zijn rekening neemt op de boerderij, en die binnen afzienbare tijd de boerderij zal overnemen.  Maar eerst moet hij nog een vrouw vinden. En we hadden de burgemeester beloofd dat we zouden helpen zoeken.  Wat voor een vrouw moet dat zo zijn?

 

 

WM: Och, het is om het even, als hij maar een goeie vrouw heeft, wat een goeie gezin is, ze moet zij niet van boeren afkomstig zijn, of gelijk wat. Als hij een gezin heeft, en als zij zijn potje kan klaarmaken, ze zal zij zich wel aanpassen op de boerderij.   Als dat gaat. De dag van vandaag, er zijn weinig vrouwen die nog gezind zijn om mee te helpen in de boerenstiel.  Het is een kwaaie, een kwaad beroep gekomen, kwestie van financieel en ja, met alle soorten van vergunningen die je moet hebben, het is met milieu, het is met gelijk wat.  Maar kom, hij ziet het nog zeker goed zitten.  Hij is nu 27 jaar, ik ben content ervan, hij kan goed zijn mannetje staan hier.  Anders ik ben veel buitenshuis.

Ah, hij runt al de boerderij voor een groot deel? U doet eigenlijk al niet te veel meer.

WM: Weinig, heel weinig.

Is het serieus?

WM:  Af en toe, ik doe dat meer een beetje om de spanning eruit te krijgen, aangaande politiek. Dat doe ik nu een beetje om mij te kunnen ontspannen.  Dan kan ik me uitleven zo, tussen mijn dieren, op mijn veld.  Of gelijk waar.

Ah, het burgemeestersschap is eigenlijk de hoofdjob geworden?

WM: Jazeker, wel, dat komt eigenlijk als fulltime job voor mij. Praktisch fulltime, laten we het zo zeggen.

Bent u daar eigenlijk content mee?

Jaqueline: Ja, ik moet mij aanpassen hé.

Maar had u niet liever dat hij een beetje meer met de zaken hier bezig was?

Jaqueline:   Dat doet hij toch hé.

Ah toch.

Jaqueline: Jaja. Als hij thuis is, is hij toch nog mee met alles. 

WM: Jaja, ik ben nog met alles mee, ge moogt gerust zijn.

Ah ja, toch?

WM: Ik ben dikwijls de eerste en de laatste man als het er op aankomt.  Het is niet dat ik mijn zoon nederwaardeer hé, neenee, hij doet dat heel goed, maar ik vind als we goed samenwerken, dat dat de ideale manier is van werken is hier op het bedrijf.

 

 

We komen buiten en daar loopt Wim, de man voor wie we een meisje zoeken.

 

Ah, het is voor u dat we een meisje moeten zoeken…

Zoon: (lacht) Ja, misschien wel, ik weet niet.

En wat moet dat zo zijn?

Zoon: Het is al gelijk.

We zouden best serieus eens kijken hé.

Zoon: Als het een goed meisje is en als ze een beetje kan werken,…

En van rijk volk?  Of zorgt voor het inkomen?

Zoon: Ja, ik of euh… Hewel ja

Blond, bruin?

Zoon: Het is om het even.

B-Cup, C-Cup?

Zoon: Ja maar ja, het heeft allemaal geen belang dadde.

De seks is toch ook niet onbelangrijk hé.

WM: Ik zal daar niet over oordelen hoor.

Zoon: Als ze goed is met … is het al stijf wel voor mij.

De burgemeester had gedacht aan een verpleegster, hij zei: als hij dan eens een stamp krijgt van een paard.

Zoon: Zou het nodig zijn ja?

Burgemeester, het is beter dat we een beetje alles voorzien hé?

WM: Dat kan iemand anders ook nog doen hé, als het geen verpleegster is.

Zoon: Of een secretaresse kan ook goed van pas komen.

Een secretaresse ook?  Ja, ofwel zoeken we er meteen een paar hé.

Zoon: Tegenwoordig, papierderie en heel de boel, er komt veel werk bij kijken.   Dus ja, we gaan het zien hé.

WM: Allez, toon een keer met wat dat ge bezig zijt nu.

Ja, het is dat!  Waar HIJ mee bezig is.  Hij doet niet veel meer zeker op het land?

Zoon: Nee.

Ja, is het waar?

Zoon:  Hij is meer weg, of dat hij dikwijls een keer thuis is ook.  Nu, ik ga je zeggen, het is een kalme periode, maar er zijn keren dat je zegt: ‘Godverdikke, hij is weer weg en ik heb veel werk’,  dat je zegt: ‘Waar zit hij nu eigenlijk weer?’ Dus ja.

Burgemeester, u laat het eigenlijk allemaal een beetje aan uw zoon over.  Zo is het makkelijk hé, zo is het makkelijk, zo van: ik zal wel aan politiek doen.

WM: Dat valt al nog mee hé.

Zegt ie. Dat valt al nog mee.  Zegt ie hé

Zoon: Voorlopig. In de winter is dat te doen. Het is dikwijls een keer in de uitkom dat ik zegge: godverdikke, waar zit ie nu eigenijk weer?  Maar anders, het is doenbaar, ik ga het zo zeggen.

 

Bijvoorbeeld nu, het is weer typisch hé, zij staan er alletwee proper gekleed op…en u staat hier hé, in overall.

Zoon: Ja, maar ja, er moet iemand met het werk voortdoen hé.

Jamaar, die toekomstige vrouw van u, die zal niet veel op haar schoonouders moeten rekenen.

WM: Tochwel.  We willen gerust een handje komen helpen als het nodig is.  Zeker dat.  Wij hebben gaan geen van onze kinders in plan laten, dat gaan we zeker niet doen, neen, neen, ik vind dat zou niet fair zijn hé ja.Wij hebben in de tijd ook hulp gekregen van ons ouders, en ik vind dat dat onze plicht is van onze kinderen van hetzelfde te doen.

Burgemeester, wat had u eigenlijk liefst gehad: een brunette of een blondine?

WM: Voor mij is dat hetzelfde.

Ja, u zult er hele dagen moeten op kijken, als ze hier op het erf loopt.  Het is toch waar hij kan er zich even, even , even goed even over uitspreken.

Zoon: Ik ga hem niet meepakken hoor, de zaterdagavond om uit te gaan.

WM: Ja, zeg een keer met wat dat u bezig bent?

Zoon: Alaam in orde zetten hé.

Ah, hij weet niet waar…  Het is niet zo dat u zegt: zoon, vandaag dat doen!  Hij beslist zelf.

Zoon: Dat gebeurt wel.

WM: Dat gebeurt.

Zoon: Dat zou een keer moeten gebeuren, dat zou een keer moeten gebeuren… Een werk in gang steken en dan weglopen. 

Jaja natuurlijk.

Zoon: Neenee ja, ik kan mijn plan trekken.  En ik weet al een beetje…

Jaqueline: Hij is soms verplicht om weg te gaan hé. Als er vergadering is, moet hij weg hé.  Ge kunt dat niet tegenhouden hé. Dat is niet weglopen hé, dat is weggaan.

Ah, er is nog een verschil: het is niet weglopen, het is weggaan.

Jaqueline: Dat is verplichting hé.

Zoon: Het valt al bij al nog mee, dus ja.

Zeg, dat zijn mooie tractoren hé.

WM: De zoon onderhoudt ze goed, hij onderhoudt goed zijn materiaal.  Beter dan ik.

Ah, die vrouwen zullen dat graag horen.

Zoon: Dat moet.   Als je aan het werken zijt, en ge valt in panne, dan is dat ook niet geestig hé. Dus ja, ge zoudt dan beter maken dat het in de winter in orde staat.  En dan hup, in panne, om nog te beginnen.

WM: Tegen dat het voorseizoen is staat zijn materiaal in orde. En ik vind dat dat toch de goeie vereiste is. Als ge dan aan het landwerk bezig zijt, dan staat de miserie u te wachten en dan is het natuurlijk een vervelende zaak Het is goed weer en ge ligt in panne, dan heb ik liever dat alles goed gesmeerd en gedaan is voor te kunnen starten.

Zeg, hoeveel tractoren hebben jullie wel?  Dat is hier het één en het ander toch.

Zoon: Vier, vier!  De grootste, den derde en de kleinste staat in de koestal .

Het is goed dat we dat eens kunnen tonen, want op die manier zult u die boerin toch wel makkelijk vinden. Dus, voor eventuele kandidaten is er zeker al een tractor.

Zoon: Ja, we hebben er… er is plekke genoeg.

Ik zie twee van die hondjes ook.   Dus, één voor haar en één voor u?

Maar hoe komt dat dat boeren zo moeilijk aan een vrouw geraken?  Bent u daar ook zo moeilijk aan geraakt?

WM: Nee.

Ah, bij u is dat makkelijker gegaan?

WM: Hoe dat gegaan is, dat weten we eigenlijk niet meer hé. We gaan dat best niet vertellen hé.

Ja maar, nee dat is niet toevallig dat ze zo’n programma maken.  Er moet toch iets zijn dat boeren moeilijker aan een vrouw geraken.

WM: Dat is zeker zo, de situatie is erg veranderd de laatste tijd, jaja.

Maar in uw tijd was dat nog niet zo?

WM: Neenee, ik denk dat de financiële last en alles, de verantwoordelijkheid op een bedrijf zeer serieus mag genomen worden. 

18:53 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.