16-03-06

AUTEUR KOENRAAD DEGROOTE

Ja, we zitten hier niet alleen bij een burgemeester, ook bij een auteur eigenlijk.

KD: Hewel ja, dat schrijven zit me een beetje in het bloed, ook van jongsaf aan in feite.  Iedereen heeft een hobby, ik ben niet de sportman, ik ga niet gaan voetballen, gaan vissen of gaan lopen of gelijk wat, maar ik heb altijd een beetje interesse gehad voor streekgeschiedenis, verzamelen van oude foto’s, zichtkaarten, geschiedenis van het verenigingsleven, ja, levensbeschrijvingen van bepaalde figuren, dat heeft me altijd geboeid, ja, en dan gebeurt het, als de tijd rijp is, en als ge voldoende informatie verzameld hebt, dat ge dan een keer iets te boek stelt en nogal veel in samenwerking, met de mensen van de plaatselijke heemkundige kring, of dat we dan een keer een tentoonstelling organiseren, over een bepaalde gebeurtenis of naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis, dat we zeggen: kijk, historisch tintje aan geven, we gaan daar een tentoonstelling aan koppelen, met dergelijke activiteiten ja, hou ik me graag bezig.

Ja, u hebt al verschillende boeken geschreven hé.

KD: Ja, dat is begonnen in het jaar ’74, toen was ik vijftien jaar oud, dan heb ik een keer mijn eerste zichtkaarten die ik verzameld had te boek laten stellen, dat was via de uitgeverij Zaalbommel in Nederland.

En u was vijftien jaar oud?

KD: Jajajaa.

U bent een wonderkind gewoon.

KD: Neenee, verre van, verre van. Maar goed, als je dat interesseert, dan gaat ge ervoor hé, en dan ben ik beginnen verzamelen en verzamelen en dan nog een paar andere boekjes geschreven, in het jaar tachtig over de geschiedenis van de plaatselijke harmonie, en dat gaat nu met het honderdjarig bestaan van de harmonie volledig moeten herwerkt en aangevuld worden, zodus we zullen terug werk hebben voor de toekomst. Geschiedenis over de plaatselijke Rederijkerskamer, want er was hier een rederijkerstraditie van 300 jaar ver. En dan heb ik ook nog de geschiedenis van het kanton Oostrozebeke, is ondertussen Waregem geworden, opgesteld, samen met de toenmalige schepen van cultuur, Lieven Demedts uit Oostrozebeke, en dan nog later over de rijkswacht, de plaatselijke rijkswacht, en de groei naar de Midowzone, dat is twee jaar terug van de persen gerold, nu een brochure over de sociale woningbouw, dat zijn zo ongeveer een beetje de boekjes die ik geschreven heb.

En allemaal bestsellers waarschijnlijk?

KD: Bestsellers? Ik ga u eerlijk zeggen hé, ge moogt blij zijn dat ge daar financieel mee rond komt. Daar verdient ge geen frank aan. Ge moet gij dat pro deo doen. Ge moet gij zelfs voor een beetje sponsoring zorgen en ge verkoopt gij dan een paar honderd exemplaren. Het zijn natuurlijk geen onderwerpen die een zeer breed publiek kennen. Het is allemaal zeer streekgebonden. Maar het is toch nuttig en de mensen kunnen het appreciëren. Ik ken veel gezinnen waar dat allemaal thuis in de boekenkast staat.

En denkt u er niet aan om vroeg of laat een biografie uit te brengen: Ik Koenraad Degroote.

KD: Ik denk dat niet, ik denk dat niet, ik ga daar zelf niet aan beginnen.

Maar ja, dat sluit toch ook aan bij de zo… de gemeentegeschiedenis?

KD:  Ik ga kik over mijn eigen niet schrijven hé, dat ga ik niet doen.

Hoezo? Wie gaat er dat dan doen?

KD: Dat interesseert me niet. Het bijzonderste is dat ik mij kan uitleven in dergelijke zaken, dat ik documenten kan verzamelen, en dat ik op tijd en stond iets kan publiceren, daar heb ik mijn plezier in.

En van waar uw interesse voor al die oude documenten? U was vijftien toen u uw eerste boek uitbracht.

KD: Hewel ja, een paar jaar daarvoor was ik begonnen met het verzamelen van oude zichtkaarten van de gemeente. En als ge er dan een paar hebt, ha ja, dan is dat ook een microbe. Dat groeit en dat groeit en ge wilt er dan een paar bij hebben. Dan hebt ge ook interesse voor prentkaarten die erop gelijken, zoals foto’s van verenigingen, groepsfoto’s van verenigingen die verdwenen zijn, en ge zijt vertrokken hé…

Vertrokken?

KD: Zo kunt ge het omschrijven, vertrokken in je verzamelwoede.

Is dat inderdaad een verzamelwoede? Verzamelt u inderdaad constant van… Het begint met oude prentkaarten, oude foto’s. En daar gaat u dan rond opzoeken en over schrijven?

KD: Ja, zo kun je dat formuleren.

En dus bent u constant op zoek naar oude foto’s, oude prentkaarten?

KD: Ja, de tijd, de tijd ontbreekt mij natuurlijk. Maar het zit in mij.

Waar zit het?

KD: Neenee, Dat kunt ge niet zien, zulke zaken.  Ge hebt daar interesse voor. Ge hebt dat altijd een beetje in uw achterhoofd. Als er daar of daar iets te vinden valt. De tijd ontbreekt me ook om daar mijn dagen mee te vullen. Dat is maar zijdelings.

Maar ik zou toch dat boek schrijven. Zo net voor de verkiezingen? ‘Ik Koenraad Degroote’.

KD: Neenee, ik heb al genoeg geschreven voor de verkiezingen. Kijk, dat is dit jaar uitgekomen, en dat het jaar ervoor. Die boeken, dat staat niet in functie van de verkiezingen hé.

Burgemeester, u schrijft boeken, maar u bent eigenlijk ook een beetje journalist? U bent eigenlijk een beetje concurrent.

KD: Ja, waarom niet hé, concurrenten moeten mekaar ook kunnen vinden hé. Dus, dat is al in het jaar ’78 geloof ik, ja, in ’78 ben ik beginnen schrijven voor de Weekbode. De Krant van West-Vlaanderen. Dus, gedurende gans mijn studententijd heb ik dat gedaan, en als ik burgemeester geworden ben, ben ik daarmee gestopt. Soms zouden ze nog eens een beroep doen op mij, voor de afdeling ‘Zij die ons Verlieten’, over een overlijden, een overlijdensberichtje…

Ach, u bent sterk in overlijdens.

KD: Ik ben daar niet sterk in, maar men vraagt soms om daar ook een artikeltje over te schrijven. En dat zou ik nog een keer doen. Maar ik kan natuurlijk niet meer verslagen beginnen schrijven van activiteiten van verenigingen of een beschrijving van verdienstelijke figuren en zo meer, ja, dat zit er voor mij niet meer in hé, of destijds over jubilea en zo meer, ja, dat kan ik allemaal niet meer doen hé, maar ik heb dat gedurende een kleine twintig jaar, of toch vijftien, zestien jaar, heb ik dat gedaan.

En daar hebt u eigenlijk de basis gelegd voor uw burgemeestersschap, want u kwam overal, onder de mensen en zo.

KD: Dat heeft er natuurlijk een beetje toe bijgedragen.

Ah, maar ik zal dat ook doen zo.

KD: Hewel kijk, ge kunt misschien ook zo starten. Ge kunt misschien ook zo starten. En binnen een aantal jaren zien we mekaar dan als burgemeester hé.

Of u neemt mijn taak over. Kijk, alsjeblieft. Kijk, ik ga nu voor het burgemeestersschap.

KD: En op mijnen ouden dag kan ik terug reporter worden.

U mag mij dan eens komen interviewen.

KD: Het is goed, ik zal dat doen, en ik zal pikante vragen stellen.

17:36 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.