09-03-06

DE PAARDEN VAN VANHIE

Zeg, maar dat is toch iets voor de upperclass… Eigen paarden en zo.

PV: Neen, zo mag dat niet gezien worden.

Is dat niet?

PV: Neenee.

Maar hoe moet dat dan gezien worden?  Niet iedereen heeft zo’n…

PV: Jamaar, als jij een liefhebberij hebt om voetbal te spelen, dan ga je voetbalschoenen gaan kopen, als mijn dochter het ziet in de paardensport…

Ja, er is geen licht verschil tussen voetbalschoenen en een paard.

PV : Dan moet ze geen voetbalschoenen kopen, dan moet ze een paard kopen. Fin, dat is dan ook gebeurd, en ik moet eerlijk zeggen: zij spaart daarvoor.  Het is niet zo dat alles bekostigen, zij staat ook in voor wat in te brengen, opdat het niet allemaal voor ma en pa zou zijn.

Jamaar, klappen de mensen daar niet van.  Ja, mijnheer de burgemeester, dat is nogal het een en het ander,…

PV: De mensen doen niets liever dan roddelen.  En als zij daarmee tevreden zijn, waarom zouden ze dat niet mogen doen.  Ja, als ze over mij niet praten, dan zouden ze moeten over iemand anders praten.  Wel, ik heb dan nog liever dat ze over mij praten, dan  

Het is dat: het is allemaal reclame.

PV: Het is allemaal reclame, we zien dat zo.

Zeg, maar bent u zelf zo’n dierenliefhebber eigenlijk?

PV: Nee.  Ik ga geen dier pijn doen.

Een beetje.

PV: Nee, nee, nee, nee.  Wel, door mijn vrouw en mijn dochter, hebben wij wel beesten hé.  Wij hebben hier vier paarden zitten, ze zijn niet allemaal van ons, maar en een hangbuikzwijn, en drie kippen die eieren leggen, maar eigenlijk echt, neen, ik ga daar niet te veel toef tegen , ze moeten goed verzorgd zijn, dat wel, maar ik ben geen echte dierenliefhebber.  Van mijn part moeten ze er niet zijn.

Van uw paard…

PV: Als ik wilde in de politiek gaan, dan was dat mijn hobby, en zij hadden graag dieren bij hen, en mijn dochter volgt graduaat in de dierenzorg.  Ze ziet waarschijnlijk liever haar paard dan haar pa (lacht)

Ja, hoe zou dat komen?  Misschien zijn de dieren liever voor haar?

PV: Neen, ze ziet meer de dieren hé.  Ik ben niet veel thuis.  En ge zijt nooit thuis, en Ja, het is hier goed, maar ik zit graag tussen het volk en ze zullen me dat niet afpakken.

 

 

 

PV: Er zijn nog duurdere hobby’s dan paardensport hé.

Nog duurdere?

PV:  Speel jij maar golf, dan zul je wel weten wat betalen eer dat karretje vol met sticks hebt.  Het kost een bom geld.  Het gaat daar niet over.  Iedereen kan hem , dat is zoals het vroeger was met tennis. Als je tennis speelde, dan was je elite. Jongens, wie is er elite? We zijn allemaal geboren en we gaan allemaal doodgaan.   En dus, ik vind, ge moet geen onderscheid gaan maken in rang en stand.  Iemand die ervoor werkt en hij komt rijk, ik heb daar geen hekel aan, en iemand die het niet heeft, hewel, we moeten die ondersteunen, maar allez, iedereen is evenwaardig, en als je dat kunt permitteren van te zeggen ‘oké’, maar ik laat mijn kinderen toe, maar ze moeten er ook voor werken.  En als zij zeggen: ‘Papa, we hebben geld, we gaan een ander paard kopen.’  Oké, ik ga me er niet in moeien, maar ze moeten er zelf ook een beetje voor werken   Ze mogen iets hebben van ons, maar we gaan ze leren zelfstandig zijn van jongs af aan.

 

Zeg, en u bent Julie?

Julie: Ja, ik ben Julie.

En uw vader koopt dat hier eigenlijk allemaal voor u?

Julie: Ja, maar hij is hier wel niet zoveel.  Hij heeft dat hier al gekocht, maar hij is hier eigenlijk niet zoveel.

Maar u bent eigenlijk een verwend kind hé.

Julie: Op dat vlak wel, ja.

PV: Op andere vlakken niet?

Neen, maar je merkt dat wel hé… Bij veel van die rijke mensen…

PV: Rijke, rijke, rijke… Neenee…

Ze kopen dan alles, ze voelen zich dan schuldig dat ze geen tijd maken voor hun kinderen en ze kopen dan van alles.

PV: U pakt mij een beetje op het zwakke punt.  Voor eerst, we zijn niet rijk, we werken, we verdienen wel wat centjes..

U bent rijk door te werken. Dat is geen schande hé.

PV: Inderdaad, ge compenseert iets.  Als ze mij weinig zien, of… Ja, ik ben niet veel thuis, ik ben altijd onder de mensen, dan moeten ze komen waar ik ben, ofwel, dan is er wel een keer op een moment, dat ma zegt: we zullen toch een keer moeten rond tafel zitten, want er zijn bepaalde problemen, en die bespreken we dan, en we lossen dat op hé.

Jaja, hij  is er te weinig eigenlijk.

Julie: Hij is niet veel thuis, maar we zijn dat altijd gewend, al van voor hij burgemeester was ook.  Allez, het is niet zo dat dat zo drastisch veranderd is.  Maar ik zie hem nog het meest van al, want ik ben nog het meest van al...  Ma werkt een hele dag, en hij komt naar huis ’s middags, dus ik zie hem nog het meest van al…   Dus…

En omdat u eigenlijk te weinig liefde gekregen hebt van uw vader, hebt u dan liefde bij de dieren gezocht?

Julie: Maar ik zeg niet, ik zeg niet dat ik te weinig liefde krijg van mijn vader hé.

PV: Ze zijn alleszins gemaakt met liefde, laat het ons zo stellen.

Julie: Ik heb niet gezegd dat mijn vader me geen liefde geeft.  Ik heb lang moeten zagen ook hoor.

Om liefde te krijgen?

Julie: Nee, voor mijn paard. Het is niet dat ik dat om met een keer gekregen heb.   Ik heb er veel moeten voor zagen. Ik ben wreed content.  Maar ik doe hier ook wel veel werk.  Allez ja. 

En ziet u hem nu liever nu u die paarden gekregen hebt?

Julie: Dat doet er niet toe, ik zie kik mijn vader altijd graag.

Ah, burgemeester, ze zag u al graag, u mag ze weer verkopen.

PV: Ik heb hier niets te zeggen (lacht).  Thuis heb ik niets te zeggen, en hier heb ik niets te zeggen.  Dus, dan zeggen ze: daarvoor zijt ge dan burgemeester gekomen.  Ik zeg: ja.

Maar u hebt hem dan uit dank een hangbuikzwijn gegeven. O, maar daar is hij content mee.

Julie: Neen, maar dat is, dat was , als ze 25 jaar getrouwd waren mijn ouders, de neven en de nichten hebben dat gegeven, niet ik, ze vroegen aan mij gewoon een gedacht.

Ah, en u zei: dat is zo’n grote dierenvriend…

Julie: Ze gaan daar wreed content mee zijn.

PV: Ik ben geen dierenvriend, maar allez ja.

U kent uw vader niet, hij is daar niet content mee.

Julie: Maar ik wist dat hij daar niet content mee zou zijn, maar  dat was gewoon voor de grap.

PV: Haar wens ging in vervulling, maar goed, als je je kinderen graag ziet, dan zorg je dat de wensen van je kinderen volbracht worden hé.

Julie: Maar we hebben hem zo genoemd hé, dus het is ook wel een teken van liefde hé: Pol het varken.

Pol het varken?

PV: Bedankt voor het compliment hé.

Julie: Maar dat was niet zo bedoeld.  Maar ja,...

Intussen zit ie wel hé…

PV: Maar het is veel veranderd dat zwijn.

Ja, maar u ook.

PV: Ik dank u voor het compliment dat je mij geeft, maar ik ben minder zwijn geworden, ik ben meer varken geworden.

 

Zeg, en ze heeft daar een goed lief gevonden.  Het is een werker.

PV: Ja, maar dat heb ik hem ook gezegd hé,  moet je kunnen werken.  Hé, Jonas, het was het eerste wat ik tegen u gezegd heb hé: eerst werken en dan een lief.  Kijk, en mijn zoon is daar al met drank, twee, vier, zes, acht, tien… ah, ja, aan de elfde boom mogen ze een pint drinken.

Julie: Het is nog één boom en het is gedaan.

PV: En ze willen in een rechte lijn werken en het zijn allemaal kromme bomen, maar goed, dat is ook de logica hé.

 

Burgemeester, rijdt u eigenlijk zelf te paard?

PV: Mijn zoon viel van dat paard op zijn elleboog, dan dacht ik bij mezelf: dan kan ik niet werken, dan kan ik niet masseren, dus dat kan niet gaan,  ik ga daar mee stoppen.  Ik heb daar sindsdien nooit meer op gezeten.

En was u daar goed in?

PV: Goed.  Mo…

Ja, maar u ziet er zo een beetje een cowboy uit.

PV: Ik kon op een paard zitten, dat wel. Maar ik denk dat je dat ook kunst.   Dat is geen kunst, om er te blijven op te zitten, dat is de kunst. Nee, ik was niet bang.  En sportief ben ik altijd geweest, uitgenomen, de laatste jaren was ik niet meer zo sportief.  Maar ik heb gevoetbald, ik heb, als ik kinesist studeerde, ja, dan had je ook veel sport, altijd sportief aangelegd geweest, maar als je dan je beroep uitoefent, dan vervalt dat ook een beetje.  Maar ik zeg niet, maar het sprak me niet zo aan, dat was meer om samen met de familie te zijn, maar dat… Mijn dochter doet dat heel graag, mijn vrouw zou nog een keer op een paard kruipen, maar ik ga het een keer vast houden zo, en liefst zo van op een meter, want dat zijn grote beesten hé…daar ben ik altijd bang of schuw van. Het zijn altijd nog dieren.

22:59 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.