02-03-06

BIJ BORLé THUIS

Deze week ben ik op bezoek in Kortemark.  Ik kwam onder meer bij de burgemeester thuis.  Het was op een woensdagnamiddag en zijn vrouw en zijn twee kleinkinderen waren er ook.

 

Zeg maar, dat is toch leuk zo, op het gemak met de kinderen zitten, zou u daar niet wat meer willen van genieten?

MB: Moh, ik maak altijd dat ik hier ben hé, de woensdagnamiddag.

De woensdagnamiddag is voor de kleinkinderen.

MB: De woensdagnamiddag tracht ik bij de kleinkindjes te zijn. Maar Severientje moet nog een beetje gaan slapen hé. Ga ze gaan slapen? Nee?

Gaat u op een andere manier met die kleinkinderen om dan destijds met uw eigen kinderen?

MB: Ik heb altijd mijn kinderen ook graag gezien, maar je kleinkinderen zie je gelijk nog graag. Dat is een keer de tweede generatie hé, maar ik zeg: ik heb altijd graag mijn kinderen gezien, en ze altijd trachten goed op te voeden. De kleinkinderen ook. Maar ze zijn wel meer toegelaten of de kinderen zelf, hé Séverine.

U was strenger voor de kinderen dan voor uw kleinkinderen.

MB : Mijn dochters zeggen dat toch.

U bent eigenlijk op, we mogen zeggen, vrij late leeftijd burgemeester geworden.

MB: Ja, ik zit al dertig jaar in de politiek, ik ben in de OCMW geweest, ik ben voorzitter geweest van het OCMW, ik ben in de oppositie geweest, want iemand die nog nooit in de oppositie gezeten heeft, weet niet wat oppositie is, en ik ben eerste schepen geweest en dan burgemeester.

Was u eigenlijk niet liever veel vroeger burgemeester geworden ?

MB: Dat hangt niet van ons af.

Mevrouw : Hij is niet veel thuis, maar de zondag blijft hij thuis om weg te gaan.

Ah ja, niet veel thuis, en dan de zondag moet hij weer weg.

Mevrouw: De zondag, de zondag, mag hij wel thuisblijven, we zijn dan altijd weg. We blijven nooit thuis de zondagnamiddag.

Hij is thuis, maar u bent weg.

MB: Tesamen hé.

Mevrouw: Tesamen hé, tesamen weg.

MB: Tesamen gaan we weg hé, de zondagnamiddag.

Ja, u zegt…

Mevrouw: Als hij de voormiddag een trouw moet doen, naar een jubilee, dan is hij thuis rond één uur of twee uur, hewel ja, dan in de namiddag zijn we weg. We gaan dan weg met de trein.

Met de trein.

MB: Veel met de trein.

Serieus?

MB: Hewel, ik was treinbestuurder hé voordien, en wij gaan veel met het openbaar vervoer weg.

Dan doen jullie zo uitstapjes eigenlijk?

MB: Naar Oostende, Brugge, een keer naar De Panne.

Zit u graag op de trein?

MB: Ik heb daar 34 jaar bij gewerkt ongeveer. Het is moeilijk uw auto te parkeren langs de kust, waarom zouden wij de trein niet nemen?

Severine loopt naar oma en gaat op haar schoot zitten…

Oma: Hoe noem je gie? Zeg een keer Sé-ver-ine. Zeg een keer Severine

Oma: Geef een keer zoentje aan oma.

(Severine geeft een zoentje)

Oma: En waar is mama?

Severine: Weg.

Oma: Acher wat is mama?

Severine: Achter centjes.

Oma: Achter centjes. En waar is papa? 

Severine: Werken.

Oma: Werken? Zeg een keer: gaan werken.

Severine: Werken

Gaan werken? En moet opa veel werken?

Oma: Moet opa werken, Severientje?

Severine: Nee.

Opa moet niet werken hé. Dat is geen werken hé, burgemeester zijn? Of is dat wel werken?

Opa: Woh ja. Dat is wel werken. Ge hebt een keer de goeie kanten van de medaille en ge hebt een keer de slechte kanten. Maar ge moet de blutse tegen de buile slaan hé, zeggen ze in het plat Vlaams.

MB: En de Broem heeft gekomen hé, gaan we dan naar de broem gaan ?

Severine: De broem heeft gekomen.

De wat?

Liselotte: De broem.

Jullie spreken dialect.

Mb: Nee, de broemer gaat komen hé, dat is de facteur hé. De facteurs rijden nu met een brommer. En ze hoort dat dan en ze zegt dan: ‘De broembroem gaat komen hé.’ Gaan we een keer gaan kijken? Doe een keer uw mutsje aan.

Severine: Neen.

MB: Hoe nee? (lacht) Ga je een keer uw mutsje aan doen? Gaan we een keer naar de broembroem gaan kijken?

Severine: Neen.

MB: Anders gaat ze altijd naar de broembroem gaan kijken hé.

Severine:…

MB: Broembroem heeft gekomen wè

Dat is toch een beetje raar hé. Hij zegt broembroem tegen een brommertje.

MB: Dat is, mijn kleinkind zegt geen facteur, en ze zegt: kijk een keer of de broem gekomen heeft. Kijk een keer, kijk een keer.

Liselotte: De post zit er in. Ga je mee met Liselotje?

MB: Ga je mee met opa of met Liselotje? Ga je mee met mij?  (schudt van neen)

Severine: Mutsje aandoen.

MB: Ja, mutsje aandoen. Waar is je mutsje?

Ja, waar is haar mutsje?

MB: Daar ligt het Severientje. Doe een keer je mutsje aan . … En je sjerpe.

En praten jullie Nederlands ertegen of dialect?

MB: Nederlands. Nederlands. Maar die facteur, dat is wat anders. ’s Noens gaat ze nooit gaan slapen als ze niet de post uitgehaald heeft. Hé? Ze moet altijd eerst de post uithalen.

Hoelang zijn jullie al samen?

Mevrouw: 43 jaar.

43 jaar en mekaar nog niet beu?

Mevrouw: Waarom?

Waarom niet? Er zijn er weinigen die het zo lang uithouden.

Mevrouw: Maar ja, hij is niet veel thuis hé, hij kan niet veel zagen hé.

Ah, het is zo, dat is het geheim.

Mevrouw: Mo ba nint.

En allebei van Kortemark?

Mevrouw: Ik zin van Gits.

Ik zag het, ik zeg: die is niet van Kortemark.

Mevrouw: Ik ben van Gits.

MB: Ik zin hier geboren en getogen op de Huilaert, hier. Ik heb hier op het schooltje gelopen tot mijn negen jaar, tot het derde studiejaar, en ik hoor nu dat het volgend jaar de laatste maal zal zijn, dat is spijtig hé. Dat schooltje zou hier, heb ik vernomen, zou verdwijnen…

Hebt u vernomen? U moet daar iets aan doen hé, als burgemeester. U moet zeggen: dat is jammer dat dat verdwijnt, ik doe daar iets tegen. Daarom hebt u macht hé.

MB: We gaan dat overlaten aan de jongere mensen hé. Heeft hij gekomen? (Severine overhandigt de post) Danke, danke, dat is allemaal voor opa? Danke, danke hoor Severientje.

MB: Voor wie is dat?

Severine: Opa.

MB: Voor opa.

Voor opa, de burgemeester, opa is de burgemeester hé.

Severine: Nee.

Ja, opa is de burgemeester.

Severine: Nee.

Ja, ze gelooft het niet.

Mevrouw: Geef een keer een zoentje aan opa, Severientje. Geef een keer een zoentje.

Severine schudt van neen.

Hoe hebben jullie mekaar eigenlijk leren kennen?

MB: In Lichtervelde.

In Lichtervelde?

MB: Ja. Dat was een danszaal,…, daar hebben we mekaar leren kennen

Een goeie danser ja?

Mevrouw: Woh, een goeie danser, een danser gelijk vele. Een danser als vele…

Als het maar één was als vele andere, waarom hebt u, waarom hebt u er hem dan uitgepikt?

Mevrouw:  Ja, waarom pik je er iemand uit? Omdat je ze graag ziet hé.

Ah, het was eigenlijk liefde. Liefde op het eerste gezicht?

Mevrouw: Wo ja, liefde op het eerste gezicht, ja.

13:35 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.