24-02-06

PILLAERT IN RUSTHUIS TER LINDE IN GITS

U zag burgemeester Pillaert van Hooglede deze week onder meer op bezoek in Rusthuis Ter Linde in Hooglede.  Bij de ingang van het rusthuis stond hij meteen even stil, bij een kunstwerk dat daar een vaste stek.

 

JPP: En we hebben hier een kunstwerk van een West-Vlaamse kunstenaar, en ik vind dat nogal geslaagd, van Walgraeve, dus twee mensen die mekaar graag zien, en dat is volledig in het teken van Valentijn. En hier doen ze dat nog goed hoor. Spijtig genoeg hebben ze een wachtlijst, kunnen ze niet allemaal logeren, en ik heb de belofte gekregen van de zevende op de wachtlijst te staan.

Ah, u staat ook op de wachtlijst?

JPP: Dat is de belofte van de huidige OCMW-voorzitter ik sta fix, vast, de zevende.

En het moment dat u zegt: ‘Ik ben er klaar voor’.

JPP: Dan schuif ik op (lacht).

 

Iets verder hangt een bord met alle namen erop van de mensen die in het rusthuis verblijven.

 

 JPP: Dat zijn de inwoners hé, alle inwoners. Ge ziet, er zijn honderd kamers hé, we hebben praktisch geen kamers meer met één, euh twee bewoners, waar er twee zijn, praktisch allemaal één, daar is er daar één niet ingevuld, maar dat is omdat het kortverblijven zijn. We hebben ook kortverblijven, mensen die willen op vakantie gaan en één die misschien gestorven is. Heel die kamer wordt dan terug vernieuwd.

En bijna allemaal vrouwen hé?

JPP: Ja, maar de vrouwen zijn… Hoe wilt ge? Als man weet je toch ook dat een vrouw je moet overleven. ‘Doe dit’ en ‘Doe dat’, ze moet overleven, dat kan toch niet anders.

Ah, dat komt daardoor eigenlijk?

JPP: Ja, wist ge dat niet? Jaja.Dat zijn de vrouwen…

Ze maken ons eigenlijk kapot en…

JPP: ZE maken ons kapot. Ze gaan niet zo ver of sommige dieren, die eens ze gepaard hebben hun partner opeten. Dat doen ze niet, maar ze hebben een heel subtiele methode gevonden om dat te doen.

Ze doen ons ook dood, maar iets langzamer.

JPP: Iets langzamer, de pijn is groter (schatert). Maar kijk, dat is hier interessant, dat is hier het oude rustoord van Gits, en dat is interessant, want ge moet een keer kijken hoe dat de mensen toen in feite gelogeerd waren. Ze moesten meehelpen in de hof enzovoort, en dat is nog een foto die ze hier gehangen hebben. Ge ziet heel die andere stijl, dat was nog de stijl van de nonnekes, het rustoord met de nonnekes hé.

Of als ze niet braaf is, kunt u zeggen: Naar uw kamer!

JPP: Naar uw kamer, ja! Zie je, hier is dus het restaurant, dat schikken ze een beetje, en daar is het waar ze dus kunnen, de cafetaria, waar ze dus bezoekers kunnen ontvangen. We gaan eens doorlopen.

Burgemeester, doet dat ook niets, het feit dat u uw jeugdvrienden stilaan in rusthuizen moet gaan zoeken? Of is het nog niet zo ver?

JPP: Tochwel, sommige, die ik goed gekend heb, maar die waren toch wel ouder hé. En dan zegt ge: verdorie, ik zal ik toch zo niet komen zeker? Want ik ken hier een vrouw die fier was, de vrouw van een oude burgemeester, van een vroegere burgemeester, maar die is nu spijtig genoeg dement geworden en heeft een heel ander voorkomen gekregen. Dat was een heel fiere vrouw, zou nooit buitengekomen zijn zonder piekfijn in orde te zijn, en nu: het kan hier niet meer schelen. En dan zegt ge: ‘Kom ik ook zo?’ Met een groot vraagteken natuurlijk.

Maar u bent al zo.

JPP: Somtijds wel, ja, maar dan is het een beetje later op de avond, of na een feest.

 

In het cafetaria zijn enkele vrijwilligers aan het werk.  Ze bestellen drank.

JPP: Dat zijn de mensen, we kunnen niet genoeg hen dankbaar zijn, omdat ze vrijwillig komen werken, en ze houden hier de cafetaria open.

U zult dat dan ook doen?

JPP: Als ik hier ben. Ik ben de zevende op de lijst. Ik heb mijn vaste plaats, maar er mogen er voorgaan. Maar eens ik de zevende ben, en ben ik nog goed, zullen ze me opleiden, ik moet toch een job vinden hé.  Maar ik ga dus opgeleid worden hier, en gaan ze mijn kas tellen enzovoort. Want met een oude burgemeester moet ge altijd opletten hé.

Vrouw: Jaja, kijk, de boeken liggen erbij hé

JPP: Zie je wel.

Peetje: Dat mijnheer de burgemeester, hoe is dat met jou?

JPP: Maar hoe is dadde? Mo goed vent, goed, goed, goed.

Peetje: En ik zin blie dat ge het goed stelt.

Meetje: Dag mijnheer den burgemeester.

JPP: Kijk, dat zijn mensen die rustig nu hier nog een keer uitrusten, ik ga niet zeggen van de inspanningen, maar van de verlopen dag hé.

Peetje: Het is al twintig jaar geleden, de inspanningen. Ik ben in ’87 met pensioen gegaan, en het is 2007 tewege, het is 19 jaar geleden dat ik nog mijn werk had . Wel, ik heb dan thuis nog een beetje gewerkt, een beetje onderhoud.

JPP: Allez, stel het wel hé. En je compagnon, meugt ie hem niet drinken?  Neen?

Peetje: Ik heb ze dat geleerd, ik zegge, dat kost te veel geld een vroemiens, …

JPP: Goh… wuk een schande, wuk een schande, wuk een schande!  Ah, het zijn van die grote Westmalles dat ze drinkt. Zeg het beste hé. Tot ziens hé.

En zo gaat hij van tafeltje naar tafeltje, overal wat smalltalk verkopen.  Je ziet dat hij het gewoon is om hier en daar een praatje te slaan, zonder toch te blijven plakken.  Dat is een kunst die hij als burgemeester ten volle beheerst.  Even met de mensen praten, hen het gevoel geven dat de burgemeester tijd voor hen heeft, en toch voortmaken.

 

JPP: Hallo, hallo. Hoe is dat?

Mevrouw: Dat gaat.

JPP: Goed, allez. En ge zijt op bezoek gekomen allemaal?

Hij komt in ieder geval niet om stemmen te vragen.

JPP: Want ik stop toch hé. Ik stop toch.

Hij heeft er geen nodig hé.

Mijnheer: Moeder verblijft hier hé.

JPP: Dat is schone dat je een keer komt bezoeken. Dat is schone. En hoe lang zit je hier al?

Mijnheer: Twee jaar.

JPP: Twee jaar? En is het goed hier?

Mevrouw : Ba jaat. Ik kan kik niet klagen. Ik heb nog nooit geklaagd hé.

JPP: Dat is goed dat, dat is goed.

Mevrouw: En als je weg kunt nog.

JPP: Het is al dat je moet hebben hé. Maar nu niet buiten gaan hé, het is gletse hé, het is gletse. We zouden je moeten oprapen, en ge weet, ik heb niet veel macht.

Mijnheer: Heb je niet veel macht?

Neen, maar hij heeft veel connecties hé.

JP: (Lacht) Die kunnen het werk doen in mijn plaats hé. Allez, het beste hé.

JPP: Mo, wie dat we hier hebben. Hallo, hallo, hallo. Zie je op bezoek gekomen?

Mevrouw: Neen, het is mijn moeder die hier is.

JPP: En is ze hier al lang?

Mevrouw: Een jaar van vijftien september.

JPP: Een jaar van vijftien september?  Ja maar, gie komt om Leffe’s te drinken, ik zie dat.

Snor: Ze hebben geen Frishticks, dus ik zegge: ‘k ga moeten Leffe’s drinken hé.

JPP: Ah, ze hebben geen Frishticks, en ge moet Leffe drinken. Ah gie gotverblomme toch. Ge ziet wat voor een typen dat we hebben in Hooglede hé. Hé. Ze gaan waar dat weten waar dat ze Leffe’s kunnen drinken.

Madam: En waar dat het goedkoper is of elders.

Ah, het is hier goed omdat…

JPP: Jaja, het is hier formidabel. Allez, ik zal u laten. Hoe stel je het nog een beetje langs hier? Goed?

Zwarte vrouw: Goed, danke.

JPP: U spreekt al goed Nederlands. Ah, dat is wel dat, prima, prima.  Zeg tot ziens hé.

Zwarte vrouw: Ja, tot ziens, danke. Allez, moeder, tot ziens, het beste. Tot ziens hé.

In een aanpalend zaaltje is er een verjaardagsfeestje aan de gang.  En daar toont de burgemeester zich ook eens.  En natuurlijk willen ze daar meteen weten of hij niet bang is om in een zwart gat te vallen eenmaal hij geen burgemeester zal zijn.

 

 JPP: Misschien val ik in een gat, maar niet in een zwart gat hoor. Want ik zal wel een beetje naar hier komen, enzovoort. Waarom moet ik dat laten? Het is toch waar hé.

Ja maar, ik begrijp u niet helemaal.

JPP: Ge hebt verschillende gaten. Als ze een keer het deksel vergeten… Als ze me willen kwijt zijn, en ze laten het deksel open van de regenput, ja, dan val ik in dat gat hé. Maar andere gaten ga ik u niet vertellen, ge gaat niet alles weten.

 

Het is een familiefeest...  En zo komt het gesprek, hoe vreemd ook, op 'Familie', de soap.

JPP: En kijk je ook naar ‘Familie’? Het is dan dat ik weg moet van mijn vrouw, want ik sla er te veel mijn haak in.

Ah, u volgt dat zelf niet?

JPP: Ik mag niet hé. Ik mag niet hé. Mijn vrouw zegt: ‘Dat is mijne feuilleton.’ En het enigste dat ik kan doen is bellen naar mijn gebuur en vragen of hij kijkt naar ‘Familie’ en als hij zegt: ‘Nee, ik kijk niet,’ fles wijn, en dan drinken we samen die fles wijn op omdat we niet mogen kijken.

Ieder excuus om te drinken is ook goed u voor u.

Man: Mijn vrouw kijkt altijd naar ‘Thuis’, ze vindt dat beter dan ‘Familie’.

JPP: Ik weet het niet, ik ben niet veel thuis nog.  Mijn vrouw zegt: ‘Hij gaat altijd voor mijn voeten lopen, ze is daar zeer bang van’. Maar ik denk dat ik achter mijn vrouw ga moeten lopen, niet voor mijn vrouw. Zeg, mensen, feest geren… Tot ziens. : En hou het uit tot dat je honderd bent hé. Ik ben dan wel geen burgemeester meer, maar ik mag dan nog een keer komen kijken hé? Dat is goed dan. Het beste hé, tot ziens hé 

 

In het cafetaria zit een koppel op bezoek bij een omaatje.  De vrouw vertelt dat haar moeder het vooral moeilijk heeft met het feit dat ze 's zondags niet meer naar het theater kan.  Want dat deed ze vroeger altijd.

JPP: Zou ze nog kunnen zo aandachtig zijn, zo lange?

Schoonzoon: We gingen ze vroeger iedere zondag halen…

Lady in red: Maar dat was een wree liefhebber hé. Ze is nog naar Antigone geweest.

JPP: Ha ja, waar is de tijd? Ik was ook wreed liefhebber van burgemeester zijn, en het is ook gedaan, zodus. Salu hé.

Schoonzoon: Nog niet hé.

JPP: Hewel, nog negen maanden. Ge kunt een kleine kopen in die tijd. Tot dan hé.

Hoe oud wilt u eigenlijk worden?

JPP: Zo oud mogelijk. Op voorwaarde dat ik nog goed blijf. Ik bedoel niet dat ge dus…. Ja, fysisch kunt ge wel een beetje sukkelen, maar… met een stok moeten gaan, dat is allemaal niet zo erg, maar dat ik nog goed blijf.

Maar u bent nu al niet meer zo goed.

JPP: Neen, maar dat ik toch niet te… slechter kom. Neenee, ik bedoel maar, ik reis graag, ik heb u dat al gezegd, en ik zou nog graag tot aan mijn 75 met mijn vrouw reizen ondernemen. En nu ga ik tijd hebben.

Nog zeven jaar?

JPP: Nog zeven jaar. Want als ge 75 zijt, moet ge al veel geluk hebben. En dan, welja, als ge nog goed zijt, ik weet niet hoe ik dat zal opnemen.

U gaat nu eigenlijk 7 jaar verre reizen ondernemen?

JPP: Nee, geen verre reizen, Europa. Maar niet euh, Afrika of het één of het ander. Ik heb dat nog gedaan, maar dat doe ik niet meer. Ik heb nog zo veel te zien in Europa. We zien nog zoveel te weinig. We kennen Brugge nog niet, velen van ons, laat staan van de rest. Het is waar.

Ik weet het niet.

JPP: Nee, dat vind ik wel plezant. Maar wel reizen op een andere manier. Dat ge zegt, vandaag: ‘Ik heb geen goesting om ergens te gaan.’ Op hotel blijven of zoiets. ’s Anderdaags wel goesting, en dan gaat ge. Zo een beetje losjes weg. En hoe langer dat het duurt, des te beter. Maar ik zou niet willen, zoals er iemand hier was, toen ik burgemeester werd, achttien jaar, enfin, zeventien jaar en iets geleden, en ik deed ze allemaal en ik gaf ze allemaal een klein cadeautje, fin, een nietigheidje. En er was iemand die niet reageerde, en toen zeiden ze: ‘ze is doof en ze is blind’.  Dat zou ik niet graag tegenkomen, dan zijt ge afgesneden van de wereld. Dement worden, weet je niet hé. Want de andere mensen zeggen: ‘Het zijn dementen.’ Maar hoe beleven zij hun dementie? Niemand weet dat. Ook de dokters weten het niet. Maar blind zijn en doof zijn, dan ben je afgesneden van de wereld.  Te ware dat ge nog kunt filosoferen, maar ik denk niet aan die ouderdom dat je dat nog kunt.

En u ziet nog?

JPP: Een beetje, ik zie u wazig.

Hier ben ik! Hier ben ik!

JPP: Ik hoor je beter.

Ah, je hoort mij ook nog.

JPP: Ik hoor je ook nog. Zodus, bijgevolg, het is nog niet het moment hé. Het is nog niet het moment hé. Maar doof worden is niet zo erg, als ge selectief doof wordt.

Maar dat bent u al altijd geweest, vermoed ik.

JPP: Zo als ik altijd… Speelt u geen toneel?, zeggen ze, omdat mijn zonen toneel spelen. Maar ik zeg: ‘Ik speel elke dag toneel, moet ik nog in een toneelgezelschap gaan? Dat gaat toch niet hé’.

Ja, ze zeggen dat hé, ge moet zo een beetje kunnen, ja, in het West-Vlaams zeggen ze: toten trekken om in de politiek te gaan?

JPP: Jaja, maar toten trekken dan, in de overdrachtelijke zin van het woord hé, want euh, ge moet niet beginnen met (trekt gekke bekken)…  Maar neenee, ge moet toneel spelen, en toneel is een formidabel tijdverdrijf, als ge amateurtoneel hebt, maar langs de andere kant, als burgemeester moet ge ook durven zeggen waar het op staat, als het nodig is. Ge kunt wel een keer…, maar als het nodig is, moet ge durven zeggen waar het op staat. Als ge dat niet durft, gaat het faliekant in het nauw gedreven worden. Met de regering is het ook zo hé. Als ze niet durven zeggen waar het op staat… De mooiste zin was van Churchill, in het begin van de oorlog, toen hij zei: ‘Ik kan u niets anders beloven dan bloed en tranen,’ maar daarvoor moet ge ook Churchill zijn hé, en dat ben ik niet hé. Ik rook geen dikke sigaren, zodus, bijgevolg…

 

 

 

12:05 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-02-06

JEAN-PIERRE PILLAERT OP HET DUITS KERKHOF VAN HOOGLEDE

JPP: Hier liggen er 8800 mensen van 20 jaar.   Dat zegt toch iets hé.   Dat is allemaal, al die Duitse kerkhoven zijn een beetje op dezelfde manier aangelegd, naar het schijnt mochten ze, ik zeg wel, naar het schijnt, mochten ze geen kruisje hebben per…, zoals de Britse militaire kerkhoven, maar zijn er hier en daar kruisjes.  En we gaan een keer tot daar gaan. Het gebouw dat ge daar ziet, is gebouwd met de stenen van de Wereldtentoonstelling van Parijs.  Met uitzondering van, hoe zou ik gaan zeggen, van het mozaïekwerk. In de zomer is dat hier prachtig hé. Ge moet een keer luisteren.  De stilte komt hier toe hé.

Ah, ja, ik dacht van: waar komt de stilte toe?  Het is hier eigenlijk.

JPP: Het is daarom dat we een poort aangedaan hebben hé,…

Ah ja, opdat de stilte niet weg kan.

JPP: Opdat de stilte niet weg kan. Neen, maar ’s zomers is dat zeer…we gaan een keer langs daar lopen.  Als het kan…

Als u nog kunt .

JPP: Ja, ik kan nog altijd hoor, ondanks mijn leeftijd.  Het is wel wat spijtig dat ze het voor het ogenblik wat laten verloederen.  Vroeger was dat altijd in orde.  Want kijk, die graven, dat was altijd prachtig gekuist.  Die bladeren waren weg.  Sinds dit jaar, en wij hebben al geschreven naar Het Consulaat-Generaal van Duitsland om te zeggen ‘Dat gaat toch niet,’ we hebben nog geen antwoord gekregen, we gaan nog een keer moeten schrijven.  Want dat is feitelijk Duits grondgebied. Fin, het is eigenlijk Belgisch grondgebied, maar ik bedoel maar, het is volledig overgedragen aan de Duitsers om dat te onderhouden.

Maar komt u hier dikwijls eigenlijk?

JPP: Als ik een keer ga wandelen…, als ik een keer ga wandelen, dan kom ik langs hier, ofwel met de wagen, dan stop ik wel eens, en ga ik rustig rond.  En dat brengt rust hé. Het is precies hetzelfde, ik ga nooit veel ter kerke, maar als ik binnenga in een kerk, dat brengt rust.  En dat mag buiten zoveel lawaai zijn , binnen is dat rustig, en hier heb je het hetzelfde.  En euh…Vroeger zagen we ganse bussen die naar hier kwamen. Dat is nu al de vierde generatie. En nu zien we niemand meer.  En dat vind ik spijtig, dat ze het laten verloederen.  Kom, voor een land zoals Duitsland, hebben ze niet… In West-Vlaanderen hebben ze er vier.  Dat ze dat uitbesteden hé.  Ze hebben iemand die dat moet onderhouden.  Is die man nu gestopt?  Ik weet het niet.  Maar kijk, het ligt niet mooi er bij. En nochtans, met die heide, die ze daar geplant hebben en hier die bodembedekker, dat vind ik spijtig.   Het is waar hé.  Als ge kijkt naar die Britse kerkhoven, die zijn prachtig onderhouden, maar hier hebt ge het niet.

 

JPP: De dood? Dat doet u iets, maar daar bij stilstaan, en zeggen: wanneer zal het mijn beurt zijn en hoe, als je daar te veel bij stilstaat, dan is er niet meer te leven.  Het is toch waar.  Maar wat je wel zegt met de ouderdom: iedere dag die ik heb, heb ik.  En genieten van het leven.  Maar als ge te veel geniet, dan gaat ge vlugger weg ook (schatert).  Nee, ik sta daar niet bij stil.  Maar ik sta wel stil bij het feit dat voor weinigen, en dat was een mooie spreuk van Eisenhower, die zei, dat was in een Duits kerkhof in Lommel dat we bezochten, omdat er daar ook een Pools kerkhof is, want de Polen zijn hier gesneuveld hé, en die zei : Tienduizenden, want er lagen er daar veertigduizend. Tienduizenden die elkaar gedood hebben zonder elkaar te kennen, op bevel van enkelen die elkaar niet gedood hebben, maar die elkaar wel kenden. Dat vond ik een prachtige uitspraak. En het is waar hé. Hier ziet ge toch de zinloosheid van geweld en oorlog en weet ik veel hé.  Want uiteindelijk moeten ze toch weer overeen komen hé. 

Die uitspraak, dat doet mij ook zo een beetje denken van: Eigenlijk wil ie zeggen van:  de politiek was compleet zinloos.

JPP: Ja tuurlijk, ja tuurlijk, ja tuurlijk.  Want dan hebt ge op een bepaald ogenblik, wat is Clausewitz zei indertijd.

Wie?

JPP: Clausewitz, de man die het standaardboek over de oorlog geschreven heeft.

Oei!

JPP: Dat oorlog in feite de voortzetting is van de economie.  En dat ziet ge telkens.  Maar natuurlijk, de politiek is zinloos wanneer je mensen hebt die aan hoofd komen te staan van landen, en wanneer die mensen compleet aan het flippen zijn hé.  Ik moet je geen voorbeelden geven hé, want zo zijn er veel hé.  En zieke mensen.  Je gaat me toch niet zeggen nog kunnen ergens functioneren.  En de politiek kan zinloos zijn. Dat is ook voor een gemeente zo. Als ze altijd zitten, dan durven ze niet meer roeren. Dan worden ze stilgelegd.  En het is daarom dat je in de politiek niet te oud moet zijn, maar ook niet te jong.  Dat is een beetje mijn conclusie.

Voor u zot wordt, stapt u eruit.

JPP: Ja, voila.  Of misschien, er zijn er al die zeggen dat ik zot ben van erin gestapt te hebben.  Maar dat is juist,  expansiedrang voor wie?  Voor wat?

Voor wie?  Voor wat?  U zou ook beter zo zijn, en Roeselare inpalmen.

JPP: Ik heb dat een keer gezegd: ‘Roeselare ligt letterlijk aan ons voeten,’ ge ziet dat hé, maar dat nemen ze mij kwalijk. 

 

00:04 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-02-06

JEAN-PIERRE PILLAERT EN NIET PILAR

Jean-Pierre Pillaert is aan het vertellen hoe zijn vrouw zich gedraagt wanneer ze naast hem in de wagen zit...

 

JPP: En dan zegt ze: ‘Pas op, daar is een wagen.  Daar is dat…’…

Zoals Hyacinth.

JPP: En dan zeg ik: Jawel, Hyacinth… En dan is ze gloeiend kwaad natuurlijk hé

Mevrouw: Dat zeg ik niet: ‘Pas op, daar is een wagen,’ ik zeg, ‘Pas op, er komt nog één af…’

JPP: Zie je wel het verschil?  Voelt ge de nuance.  In feite is ze beter politieker dan ik.

Mevrouw: Maar gewoonlijk is dat aan mijn kant dat ze afkomen.  Dus als ge doorrijdt.

JPP: Maar ik heb dat een keer gedaan, niet veel, maar ik heb dat een keer gedaan…

Jullie zijn gewoon dat koppel uit ‘Schone Schijn’ gewoon?  En hoe neemt ze de telefoon op?

Mevrouw: Neenee, we zijn niet dat koppel.

JPP: Ja, dat is… Moesten ze de telefoon opnemen, dan kan ze niet zeggen…   Ze mag niet zeggen, huize Pillaer, dan denken ze dat we van Spaanse afkomst zijn.

Huize Pillaer?  Ah, van daar die pilaar daar.  Ik dacht al… bewust?  Bewust?

JPP: Dat is wanneer de koning ons in de adel verheft.  Dat zal er niet van komen denk ik.

Dus, ja, inderdaad, ik had er nog niet bij stil gestaan, de meer Franse uitspraak is ‘Pillaer’.

JPP: Neen, Pillaert…  Pielaert is het feitelijk, het is met een ie geschreven.  Maar we zeggen altijd Pillaert hé.

En in Frankrijk?

JPP: Maar in Frankrijk zeiden ze: Monsieur Pillaar…   En ik was een keer in Nederland, in Utrecht, en er was een Hollander die zei tegen me: ‘Bent u misschien van Spaanse afkomst?’  Omdat ze zeiden: ‘Pielaar’.  Ik zeg: ‘Kijk,’ tegen hem, ‘er zijn in Vlaanderen zoveel Spanjaarden, Fransen, Oostenrijkers, en weet ik veel geweest, dat we een mengeling zijn en dat ik niet meer weet van waar ik voorkom in feite'.

Het zou wel kunnen hé, want uw zonen zijn alle drie nogal donker hé.

Mevrouw: Dat komt van mij hoor, en ik ben niet van Spaanse afkomst.

U bent niet Pillaert.

JPP: Nee, een echte Vlaamse naam, Depoorter, dus ge kunt gaan denken hé.  Maar mijn zonen,  de twee oudsten, die gelijken als twee druppels op mijn vrouw.  Ik heb daar niets aan… ik heb het u al gezegd, ik zal, maar ik zal dat niet doen.

U bent er niet gerust op?

JPP:  Gerust wel, dat moet ik wel zeggen.  Ge mag toch niet te veel, maar gerust wel.

22:28 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

JEAN-PIERRE PILLAERT: GEEN ROMANTICUS

De burgemeester van buurgemeente Ardooie, Karlos Callens, die schrijft gedichtjes, maar de burgemeester van Hooglede, doet dat niet, want Jean-Pierre Pillaert is geen romanticus.

 

Mevrouw: Neenee, nooit geweest.

Liefdesbrieven naar uw vrouw?

Mevrouw: Neen, romantiek was niet aan hem besteed.

Niet romantisch?

Mevrouw: Neenee…

Burgemeester!  Ja, daar zult u toch iets moeten aan doen hé.

JPP: Wel, ik heb dat dikwijls geprobeerd.

Uw vrouw zit nog te wachten op uw eerste mooie liefdesbrief.

JPP: Ik heb dat dikwijls geprobeerd.  Ik zal je een anekdote vertellen.  Toen ik begon te werken, moest ik stage lopen in Parijs.  Ik heb daar een maand gezeten. Maar ik kwam iedere week naar huis.  Maar ik schreef dan een keer naar mijn vrouw, maar ik schreef altijd kaartjes, dat was korter hé.

Mevrouw: Uw lief, uw lief was dat dan.

Hij had een lief ook?

Mevrouw: Hij had een lief ook.

JPP: En het mooiste van al was, op een zekere keer zeg ik: potverdorie, ik had beloofd van te schrijven, ik heb het vergeten.  En ik schreef vlug een kaartje en ik zeg, ik zal aan de hoofdpost, dat is bij het Louvre hé, ik zal hem daar posten  en ik kom uit de metro, en ik val, zo lang als ik ben, over een clochard die lag op een rooster te slapen. En ik heb toen gezegd, ik zal maar die kaartjes een beetje…  Hoe zou ik gaan zeggen? De tijdspanne ertussen een beetje langer laten, dan heb ik minder kans om euh…

Ah, u bent bang…  u stuurt weinig kaartjes naar uw vrouw, omdat u bang bent om te vallen?

JPP: Ja, en ge kunt vallen op verschillende manieren hé.  Stel je voor in plaats van een clochard dat het een andere vrouw was, ja, dan was het spel natuurlijk hé.

Dus, beter niet in de buurt komen van een brievenbus, want dat is gevaarlijk.

Mevrouw: Dat is gevaarlijk.

JPP: (schatert) Maar nu doen ze ze weg hé, maar het is niet op mijn vraag. Zoveel invloed heb ik niet bij de post.  Neenee, mijn vrouw zegt dat, ik ben geen romantische kerel, ik ben zo geen…

Koel?  Koel?

JPP: Ook niet.

Ja, waaraan ligt dat?  We gaan daar toch iets moeten aan doen hé.

JPP: Ja, ik zal ergens moeten stage lopen, maar waar?  Om u een idee te geven.  Vorige week hadden we gemeenteraad, en het had niet lang geduurd, en we hadden toevallig een nieuwe schepen, en die zegt: ‘Kom, ik trakteer.’  Maar ik zei: ‘Kijk, ik ga niet mee, want het is al vier dagen dat ik op stap ben geweest, en dat is een beetje te veel.’  En ik kom thuis en ik zeg tegen mijn vrouw : Naar wat gaat ge kijken vanavond als ge tv kijkt?  Ah zegt ze, ik heb daar een filmpje gezien, een romantisch filmpje  Ik heb direct mijn schoenen terug aangetrokken, en ik ben naar dat café getrokken..  Ik kan dat niet zien, ik kan dat niet helpen

U bent daar gewoon allergisch voor.

JPP:  Allergisch, is een groot woord, hé, maar de echte pure romantiek van Sissi en company…

Sissi.  Mooi hé.

JPP: Ik zeg niet dat Sissi geen mooie vrouw was, integendeel.  Als ik kijk is het precies daarvoor.

Mevrouw: Maar dat is ook lang, lang geleden hé, Sissi.  Dat was nog in de jaren vijftig, ik weet het niet.

JPP:  Ze spelen het nog, dus bijgevolg.

Mevrouw: Ieder jaar, met kerstdag.

JPP: Maar, dat wil niet zeggen dat ik geen gevoelens heb.  Want ik kan meeleven.

Daar bent u precies ook nog niet zeker van.

JPP: Maarja, ik kan meeleven met de mensen.  En ik moet eerlijk zijn, er zijn bepaalde dingen die me raken. 

Maar uw vrouw lijkt daar nog niet zeker van.

JPP: Ze ligt daar zeker niet wakker van. (schatert).   Nee, maar, laat ons zeggen dat ik romantisch genoeg ben.  Maar het is misschien de stiel die dat een beetje… Als ge te romantisch zijt als burgemeester, dan hebt ge langs de andere kant miserie, hé,  als ge begrijpt wat ik bedoel.

Had u het geweten hé.

Mevrouw: Ja.

JPP: Alles went, behalve een vent. Maar dat heeft ook zijn goeie kanten, dan hebt ge surprisen hé, zonder dat ge het weet, ook goeie hé.

Ik zie zo voortdurend twijfels op uw vrouw haar gezicht.

JPP:  Nu zal ze nog zeggen dat ik lieg, en ik lieg nooit, behalve voor de goeie zaak.

Mevrouw: Nee, ik ga dat niet zeggen.  Maar ja. 

JPP:  Nee, we kennen mekaar al zolang.

Hoelang zijn jullie getrouwd eigenlijk?

JPP:  42 jaar zeker? Mijn vrouw zegt altijd: ik ben jong getrouwd.   Ze is jong getrouwd. En dat is wel het voordeel.  Haar kleinkinderen hebben nog een redelijke jonge…  Ik zeg wel: een redelijk jonge grootmoeder.   Terwijl van de grootvader, dat ze zeggen: ‘Het is een oude. Het is een dikke.’ Ge kent dat hé.  Het is zeker overal een beetje hetzelfde?

Mevrouw: Dat is ook niet waar, ze zeggen zij dat ook niet van jou.

Ba neen, hij zegt dat van zichzelf gewoon.  Hij wil gewoon een beetje aandacht.  Hij wil gewoon dat we zeggen: Ge zijt gij niet dik en ge zijt gij niet oud.  Ge zijt gij niet dik en ge zijt gij niet oud. 

JPP: Nee, ik ben niet oud, ik heb mijn ouderdom.  Laat het ons zo zeggen.  Maar langs de andere kant, ik ben niet dik, maar als ik ga naar mijn dokter, hij zegt altijd dat ik moet vermageren.  Wie spreekt er dan het juiste? …Het is toch zo hé.  Maar fin, we doen dat goed.  Nu dat de kinderen de deur uit zijn, de kleinkinderen komen veel… En we komen wel een keer in ruzie, maar het is stil waar dat het nooit waait.  Er heeft een keer iemand gezegd: In een goed gezin moet ge tenminste 3 grote ruzies hebben en tien kleine per jaar.

En komt u daar aan?

Mevrouw: En we komen daar aan.

JPP: We komen daar gemakkelijk aan.  Dus we hebben een heel goed gezin. (schatert)

Maar anderzijds, jullie zouden vermoedelijk niet zonder elkaar kunnen hé.

JPP: Dat is juist. Dat is juist. Dat beaam ik.  Mijn vrouw misschien beter dan ik, maar dat is weer iets anders, maar ik zou, ik steek dat niet weg, ik zou een sukkelaar zijn. Ja, ik kan niet thuis blijven, en ik kan niet alleen zijn.  Ik heb eens een spreuk gehoord, dat ik heel mijn leven zal herinneren.  Dat was iemand die bij mij in de gemeenteraad zat en zijn vrouw was plots overleden.  En die man had het leven, enfin, hij wilde er niet uit stappen, maar hij leefde niet graag meer. En ik zei tegen hem: ‘Allez André, het leven gaat toch verder’. ‘Ja’, zei hij, maar vroeger zat moetje – moetje zei hij tegen zijn vrouw --- moetje zat daar in de zetel, en ik in de andere zetel, kijken naar tv, en we zegden geen twee woorden tegen mekaar, maar moetje zat daar.   Ik zal dat heel mijn leven onthouden. Dat waren wijze woorden, vond ik.  En ik zou ook zo zijn. Als mijn vrouw niet thuis is, dan ga ik direct weer weg.  Ja, dan kan ik niet thuisblijven.   Wat moet ik doen in een leeg huis?

Dan gaat u weg een andere vrouw gaan zoeken?

JPP: Neen, zover heb ik het nog niet…   Dat mag ik niet feitelijk.  Dat mag ik niet. Maar euh… Dan ga ik hier een keer binnen en daar een keer binnen.  Ja, en als ge op een vrouw valt, dat is dan het ding met die clochard hé.  Je mag je nooit haasten in het leven, en ik was altijd gehaast hé in het verleden.  Maar enfin, het gaat goed ten huize Pillaert, hé.  Redelijk toch.

Mevrouw: Ja, Jean-Pierre.

Ja, Jean-Pierre.  Is het gewoonlijk zo?

Mevrouw: Dat ik zeg: Ja, Jean-Pierre?  Neenee, nee.

JPP: Oehhh, daar ben je ernaast hoor.   Dan moet ik eerlijk gaan zeggen. Over het algemeen, ik kom thuis en ik zeg: ik heb een idee gehad: we gaan dat of dat doen. (10’25”)  Dan zegt ze.  Niets.  Eerste reactie.  Tweede reactie, ik zeg, ‘wat denk je ervan?’  Nee, want dat, en dat, en dat…en ik moet nog ginder, en ver.  Resultaat, dan is het neen hé, wat wil je?

Ja, de baas.

Mevrouw: Laat het ons zo zeggen, ik doe de interne zaken en gij doet de externe zaken, zodus.

JPP: Wie is nu de belangrijkste in het land?  De binnenlandse zaken of  de buitenlandse zaken?   Dat is, dat is het , hé. Ik zeg altijd al lachende, ik hou altijd het hart vast als mijn vrouw zegt: we gaan iets een beetje opfrissen.  Dan begint ge met één vierkante meter en dan eindigt ge met gans het huis.

En voor u het weet wordt u zelf opgefrist.

JPP: Ja, of opgevreten (schatert.) Neeneenee, maar het is wel zo… Op dat vlak is het wel zo, moet ik eerlijk zeggen, trek ik me niet veel aan.  Toen mijn vrouw zei: ‘We gaan onze living opfrissen, ’ heb ik gezegd, ‘doe maar hé’.

Het is mooi hé.

JPP: Maar ja, wat moet ik me daar mee gaan bemoeien?  Ik ken daar niets van.  Ik kan maar zeggen: ‘Het is mooi,’ als het er is.  Ik kan me geen idee vormen op voorhand.   En zij doet dat allemaal.  En met bepaalde dingen.  Maar het ongeluk is…

Je hebt geluk.

Mevrouw: Ik schilder nie.

JPP: Ik heb geluk in die zin, dat zij een goeie smaak heeft, maar die smaak, die deint uit.   En dat is niet zo gelukkig somtijds.

22:24 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

JEAN-PIERRE EN NICOLE VECHTEN BEK

JPP: Ge weet als burgemeester heb je veel, geen  beslommeringen, maar heb je bijeenkomsten ’s avonds hé.  En ik ben zo een van die typen, dat is een fout van me, enfin, voor mij is dat geen fout maar voor velen is dat een fout, als ik zeg: ‘Als de vergadering gedaan is, dan ga ik direct naar huis,’ maar als ik me dan omdraai, dan is iedereen naar huis, behalve ik en nog een paar anderen. Maar enfin.  Maar we zitten weinig, en wanneer we samen zitten, ja, dan kunnen we een keer babbelen over het één en het ander. De beste plaats om een keer een goeie babbel te hebben, dat is in de wagen.  Als we rijden in de wagen…

Dan kan er niemand uitstappen…

JPP: Voila, en dat is de beste plaats.  Maar hier moet ik eerlijk zeggen, als ik dan ’s avonds thuiskom, dan zijn er nogal programma’s  op sommige tv-kanalen die interessant zijn, kwestie van documentaires enzovoort.   En wat gebeurt er dan? Dan kijk ik daar naar, en dan begint mijn vrouw te lezen.  En ze heeft de goeie of de slechte gewoonte, dat weet ik niet, toen ze klein was, toen moest ze naar bed, maar ging ze lezen onder de dekens, en dat doet ze nog.

Onder de dekens?

JPP: Niet onder de dekens, maar ze leest in bed nog.  En ik kan dat niet hé, maar ik ben geen zo’n grote lezer, dat moet ik zeggen. 

En u ligt dan te wachten tot u aan de beurt komt, maar altijd lezen.

JPP: Jajaja, het is daarom.  We mogen blij dat we drie kinderen hebben.

Mevrouw: Maar ik mag nog een eindje lezen hoor, want tegen dat hij naar bed komt.  Het is al redelijk laat.

Nu is het weer aan u.

JPP: Neenee, maar als ik te vroeg ga… Een mens heeft normaal een hoofdkussen in zijn bed, dan gebruikt ze al de hoofdkussens om een beetje recht te zitten om te lezen dan.  En dan moet ik wachten tot ik de mijne krijg, tot dat ze gedaan heeft met lezen, zodus de beste oplossing is wachten tot…

Ja, het is weer aan u hé.

JPP:  En ge kijkt ook somtijds tv hé.

Mevrouw: Als ge niet thuis zijt, dan…

JPP: En in bed ook, dan kijkt ze ook somtijds tv.

Mevrouw:  En ik heb ook een beetje de computer uitgevonden.

Ah, u hebt de computer uitgevonden.  Ik dacht al: wie heeft dat uitgevonden?

Mevrouw: En gelukkig heb ik nu het antwoord gevonden.  Neenee. De mogelijkheden van de de computer.

JPP: Ze doet veel mee aan de quizzen op de computer.  Ze heeft dat gevonden, dat ge kunt, er is een quizprogramma telkens, doorlopend, voor beginnelingen en voor gevorderden… Ja.  Dag en nacht. En als ze niet kan slapen, staat ze op en begint ze te quizzen.

Mevrouw: Maar dat gebeurt niet veel, gewoonlijk kan ik wel slapen.

JPP: Dat gebeurt wel niet veel.  Maar ’s avonds, als ik dan nog ga slapen, dan zie ik nog aan mijn bureau die computer aan staan, en dan zeg ik ‘zijt ge weer…?  En ge wordt verslaafd eraan op de duur!’

Mevrouw: Neenee, ik ben dan bezig met de emails te openen.

JPP: Ja, dat doet ze ook hé mijn vrouw.

Mevrouw: Ja, dat doe ik ook.

JPP: Dat heeft een dubbel doel. Ten eerste zeggen wat ik moet doen, en ten tweede kijken welke emails er binnenkomen natuurlijk. Dat is zo…

Of u niets ontvangt van mensen…?

JPP: Dat is zo…  Ja, onschuldig weg, en zeggen: ‘tjiens, van waar komt dat?’  Zo zeer verwonderlijk....

Eigenlijk een beetje controle?

JPP: Ik durf het niet zover te drijven.

22:13 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

OPVLIEGENDE JEAN-PIERRE PILLAERT

De burgemeester verklapte me tijdens de opnamen dat hij van karakter een beetje opvliegend is...

 

JPP: Een beetje koleriek, somtijds, ja.

Mevrouw: Ik denk dat dat een beetje eigen is aan politiekers.

Ja?

Mevrouw: Ja, ik vind dat…

Weinig geduld?

Mevrouw: Weinig geduld en alles moet rap gebeuren.  En die zijn nogal…  Als ik bijvoorbeeld hoor op die kabinetten, die minister, dat is ook al… Die komen binnen en commanderen en het moet al gedaan zijn voor dat ze het hebben kunnen uitvoeren.  En hij is ook een beetje zo.

JPP: Het moet allemaal rap gaan, en de uitvoerders moeten dus details uitvoeren, en wij moeten – dat is onze job trouwens – de grote lijnen uitzetten hé.

U bent dus ook geen makkelijke mens om voor te werken?

JPP: Misschien niet, neen, maar ik ga je anekdote vertellen.  Ik mag dat feitelijk niet hé.  Maar ja.  Nee, als ik binnen kom, zien ze direct of ik goed geluimd ben of niet.  En dan bellen ze naar mekaar:   ‘Ge moet niet veel vragen hé vandaag, want hij loopt er nogal pissig bij.’ (lacht)   Maar ja, kom.

En hoe kun je dat zien of hij goed gehumeurd is of niet? 

Mevrouw: Nu is hij goed gehumeurd.

Oef, het is een geruststelling.

JPP: Nee, ze kunnen dat zien, ik kan dat niet verbergen.  Ah, ik ga bijvoorbeeld zeggen, iets is misgelopen,… Het is nu gelijk waar hé.  Ik zeg : ‘Ik zal niets zeggen.’  Maar het is sterker dan mezelf.  Vijf minuten, vliegt het eruit.   Maar dat weten ze ook.  Als ik bijvoorbeeld…niet… en ik maak me kwaad, fin kwaad maken is een groot woord, maar kom…    

U slaat de één en de ander.

JPP: Jajajaja, tot dat ze op de vloer liggen, dan hebt er geen miserie mee.   Nee, maar dat weten ze, dat zijn ze zodanig gewoon geraakt, dan zeggen ze: hij maakt zich kwaad, hij is bezig met zoeken naar een oplossing.  En daar steunen ze dan op.   En dikwijls vind ik wel een oplossing.  En ik ga veel, veel doen voor de mensen, voor iets te vinden  als ze in de miserie zitten.  Voornamelijk als ze echt in de miserie zitten.  Als het plantrekkers zijn, dan gaat ge wel iets minder doen…

Ja, andermans miserie oplossen, maar thuis.

Mevrouw: Thuis?

JPP: Ja, maar we hebben iemand om op te lossen hé.  (schatert)  Nee, thuis hebben we niet zoveel miserie, want, maar ik kan me bijvoorbeeld niet bezighouden… Als ze zeggen: ‘Gaat ge dat doen of gaat ge dat doen?’, euh,  ‘Ja, ik heb nu geen tijd, of ik moet hier of ik moet daar. ‘ Thuis schiet ik wel een beetje te kort, misschien.  Maar ge moet ergens tekortschieten hé.

Maar u zit er toch mee hé.

Mevrouw: Dat is juist, maar ja, kijk, men komt alles gewoon hé.

JPP: Iedere kind zijn zot zegt men hé.

Mevrouw: Ik zeg het dikwijls anders.

JPP: Wat zeg jij?

Mevrouw: Alles went, behalve een vent. 

Is ie veel veranderd in de loop der jaren?

Mevrouw: Neen eigenlijk, het enigste dat hij misschien… dat hij toch een beetje rustiger geworden is.  Toen hij jonger was, was hij nog veel meer opvliegend en moest alles nog veel rapper gaan, maar daarin is hij wel verbeterd.  Misschien met de jaren.

JPP: Dat is nu een compliment dat ik krijg dat ze nog nooit gegeven heeft.

Met de jaren, en met die pilletjes hé.

Mevrouw: Ook al, ook al, ook al.

JPP: Pas op hé, de kijkers zullen denken dat je het hebt over bepaalde pillen hé.

Jaja, nee, daar word je weer geweldig van.

 

22:04 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

BURGEMEESTER PILLAERT EN ZIJN ZONEN

Eind dit jaar houdt burgemeester Jean-Pierre Pillaert er definitief mee op als burgemeester.  Dan zal hij meer tijd hebben voor zijn vrouw Nicole en zijn zonen Didier, Dominiek en Kristof.

 

 

JPP: Dat zal een enorme verandering zijn, sowieso, na achttien jaar.

Maar waarom stopt u er eigenlijk mee?

JPP: Goh, ik heb de ouderdom om te stoppen.  Ja…

U lijkt niet helemaal akkoord?

JPP: Nee, zij is niet helemaal akkoord, maar …

Mevrouw: Nee, maar ja.  Ik vind ook wel, ge kunt geen burgemeester blijven hé, dat gaat niet.

Maar u vindt hem nu nog te jong om te stoppen?

Mevrouw: Neen, te jong niet, te jong niet.  Ik vind, aan 68, dat ge mag stoppen eigenlijk. 

U bent wel akkoord eigenlijk?

Mevrouw: Ja, ik kan niet verder.

JPP: Nee, ze is wel akkoord op dat vlak, maar niet akkoord op een ander vlak, dat ze zegt, ge gaat voor mijn voeten lopen.  Maar eerlijk gezegd als ge dus, ge krijgt dus mensen bij u die in de dertig zijn, dat generatie, het is generatiepact, maar dat is het generatieconflict, het is geen conflict, maar verschil van visie…

Wrijvingen toch?

JPP: Ja.  Dan zegt ge: de ouderen moeten toch een keer plaats maken. Ik ben tegen zeer jonge mensen in de politiek, maar ik ben ook tegen zeer oude.   Het kunnen allemaal geen Adenauers zijn.  Maar aan 68 vind ik dat wel.  Achttien jaar als burgemeester, 36 jaar in de gemeenteraad, …

Mevrouw: Zeven jaar in het parlement.

JPP: Of zes jaar.  Ik weet het zelf niet meer.

Mevrouw heeft het bijgehouden hoor.

JPP: Jajaja, zij houdt de plakboeken bij.

Mevrouw: Het geheugen. Het geheugen.

Bent u eigenlijk, ja, trots op wat uw man gerealiseerd heeft?

Mevrouw: Ja, ja, ja.   Ik ging niet met alles akkoord, maar ik vind toch de dingen die hij gerealiseerd mooi en nuttig.

JPP: Het enigste wat ze, als ze niet akkoord ging, ze zei, ge moet dat en dat doen, en ik deed het op mijn manier, zei ze:  zie je wel, ik heb het gezegd dat je het zo moest doen.

Ah, eigenlijk was zij ook een beetje de burgemeester?

JPP: Ja, dat is het vrouwelijk trekje hé, ge kent dat hé.

Ja, maar ik ken dat zeker.  Ah maar, mevrouw, u bestuurt eigenlijk een beetje mee?

Mevrouw: Neenee, ik bestuur niet mee.  Ik bestuur juist zijn agenda.  Dat stuur ik. Als er afspraken te maken zijn. Ik help ze ook onthouden.  Dat is ook nodig.  Dus ik zeg gewoonlijk waar hij naartoe moet. Maar van politiek bestuur ik niet mee.

JPP: Dat belet niet dat ze af en toe een keer zegt: ik zou het zo doen.  Maar enfin, we gaan dat… Dat is dan tussen de vier muren. En dan geeft dat aanleiding tot somtijds wel discussies.

En hield vaak rekening met wat ze zei over bepaalde beslissingen?

JPP:  Soms wel, niet altijd.  En als het goed uitkomt voor mij, zeg ik ‘zie je wel’, maar als het slecht uitkomt, dan spreek ik er niet meer over.

Jullie hebben drie zonen, jullie hadden alleen het recept voor mannetjes?

Mevrouw: Geen meisjes dus.  Maar we hebben kleindochters. Dat is ook al iets.

JPP: We zijn overgestapt.  We zijn overgestapt.  We hebben vier kleindochters en twee kleinzonen.  In het begin was dat formidabel raar hé.  Toen ze een keer hier waren, een namiddag, en ze moesten de papfles hebben, dan zegden we : Hij heeft honger.  Hij begint te huilen.  Hij wordt wakker. Dat was altijd in het mannelijke dat we spraken.  Maar nu is dat wel voorbij. 

De opvoeding van de kinderen, dat was ook voor u?

Mevrouw: Ja.

JPP: Ja, absoluut, absoluut.  Ik kwam enkel en alleen tussen als ze zei: ‘Ge gaat een keer moeten kijken hoor, ze zijn stout geweest.’ 

Mevrouw: Dan waren ze kleiner hé.

JPP: Dan waren ze kleiner.  Maar de opvoeding zelf als ze ouder werden, als ze universiteit liepen, dan vertelden ze alles tegen de moeder en niets tegen de vader.  Of zo weinig mogelijk tegen de vader.  Zelfs nu nog vertellen ze alles tegen de moeder.  Dat is zo een beetje de toevlucht.

Ah, u hebt eigenlijk geen band met de kinderen?

JPP:  Tochwel, tochwel, tochwel. Maar ze gaan, ze hebben iets nieuws bijvoorbeeld, ze hebben een bepaald feit… En dan bellen ze eerst naar de moeder. En als ik dan zeg: Wat hebt ge verteld?  ‘Woh, niets speciaals,’ zeggen ze.  Ziet ge?  Maar ik heb een goeie band met mijn kinderen.

Maar als je dat zo hoort: wat heb je verteld, niets?  Doet dat niet een beetje pijn?  Heb je niet zoiets van: vertel dat eens aan mij.

JPP: Neen, want ik ken mijn echtgenote, uiteraard, er zou nog dat aan ontbreken, na 42 jaar.  Dan weet ik dat ze vroeg of laat dat zelf gaat vertellen aan mij.  Maar als ik dat direct durf te vragen, dan zegt ze: ‘Niets, niets speciaals.’

Mevrouw: Dat is ook niet altijd belangrijk, dat ze telefoneren. 

JPP: Ja, het zijn mensen van middelbare leeftijd geworden hé. 

Mevrouw: Het is best dat ze het niet horen.

JPP: Maar het is toch zo. De oudste is 42.  Hoe oud is hij? 42.  Of gaat op zijn 42. Wel ja, kom.

Mevrouw: Ik zeg daar altijd bij dat we vroeg getrouwd zijn hé.

JPP:  Dus moet ge geen vragen meer stellen daaromtrent. 

Ja, maar staat u daar veel bij stil, van : ‘Ons kinderen zijn ook al niet meer echt jong.’?

Mevrouw: Eigenlijk neen, neen.

JPP: We staan daar niet bij stil.  Want wat hebt ge?  Uw kinderen blijven altijd uw kinderen, sowieso.  Maar die kinderen hebben zelf kinderen en dan leeft ge mee met die kleinkinderen: ‘Hoe is het geweest op school?  En wat doet ge?’  Ik leef, ja, ik zal meer vragen aan de kleinkinderen ‘Hoe is het geweest op school?’, dan dat ik dat vroeg aan de kinderen.   Trouwens, met de kinderen moest ik me soms kwaad maken. Met de kleinkinderen gaat dat misschien ook komen…Maar enfin.

Ah, het waren geen goeie studenten?

JPP:  Tochwel, maar het waren wel nogal...  Als ik u vertel, één van mijn zonen is praeses geweest van Moeder Kortrijkse, dan vertelt dat genoeg hé. En de andere was veel kalmer. Moet ik wel zeggen.  Hij voetbalde. Hij voetbalt nog trouwens. Bij de ouderen. Ik zal het zo zeggen. Of bij de studaxen, hoe noemen ze dat? Maar de jongste en de oudste die spelen toneel. En nu gaan ze hier in productie, en ze spelen mee in een productie die ze opgezet hebben: ‘One Flew Over the Cuckoo’s Nest’. 

 

De zonen zijn een beetje in uw voetsporen gevolgd, of…

JPP:  Ja.  Ik zeg dat altijd zo.  Ik speelde graag toneel toen ik klein was. Maar ja, kindertoneel, …  Toen was ik weg en intern, toen was dat gedaan, maar ja, ik heb dat gecompenseerd met burgemeester te worden, dan speelt ge continu toneel hé.

Maar ook professioneel, zijn ze toch ook… Het leunt ook een beetje tegen de politiek aan van sommigen?

JPP: Dat is juist, en dat is voor mij een nadeel.  De gemeentewet kennen ze beter dan ik.   Want ze zijn er ganse dagen in.  Ik ben er ook ganse dagen in, maar details en ik niet. Ik herinner me nog toen ik mijn eed had afgelegd in de kamer, toen zei mijn tweede:  ‘Pa, ge hebt moeten uw eed afleggen op de grondwet,’ ja, en zegt ie, ‘en kent ge die grondwet?’  Ik kon hem bijna een vaag draaien.  Allez kom. De jongste die is werkelijk in mijn sporen gevolgd, die zit in de provincieraad,  maar hun hobby’s van de jongste en de oudste is dus toneel , de tweede is voetbal.  En dan gaat hij kijken naar zijn broers uit sympathie voor zijn broers, maar zegt ie: buh. 

Welke van de zonen lijkt er best op zijn vader?

Mevrouw: Hoe bedoelt u?  Van karakter of van uiterlijk?

Ja, doe beiden maar eens.

Mevrouw: Uiterlijk…

JPP: Uiterlijk heb ik er niets aan.  We zouden moeten een DNA-onderzoek gaan doen in feite (schatert)

Mevrouw: Ik denk, ik denk de oudste.

JPP: Van karakter.  De oudste heeft veel mee van mij.  Trouwens, het is heel eenvoudig, als mijn vrouw en zijn vrouw spreken over hun man, dan komen ze tot de conclusie dat we twee gelijkaardige typen zijn.

En dan klagen ze: die van mij is weer…

JPP: Dan klagen ze een beetje, somtijds.   Hij kan ook niet naar huis gaan.  Dat is ook het ambetante, maar ja, kom.

Mevrouw: Of, die van mij heeft weer niets gedaan in het huishouden.  Maar voor haar is dat natuurlijk erger.  Zij gaat gaan werken.  Ik niet, dus euh...

JPP: Maar van karakter zijn we nogal opvliegend een beetje, dat moet ik eerlijk zeggen.

Oei, ik zal opletten.

JPP: Het is niet altijd hé. Als ge rustig zijt, zijt ge niet opvliegend hé. Maar neen, als er iets op het gemeentehuis, als er iets niet gedaan is dat expliciet moest gedaan worden, of volledig verkeerd, ja, dan kan ik wel tegen het plafond zitten.  Dan moet ik zeggen…  Ja, ge ziet de bulten erin.

Ja, ik was het toch even aan het checken…

JPP : Maar langs de andere kant is het ook zo dat ik direct, de bladzijde is omgedraaid en het gaat direct over.  Dus het is van kortstondige duur.   Dus ik ben geen, alhoewel ik het zelf zeg, ik ben geen haatdragende persoon.

21:59 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

JEAN-PIERRE PILLAERT: SCHEIDENDE BURGEMEESTER

Jean-Pierre Pillaert ontvangt me bij hem thuis in zijn kasteel.  't Is te zeggen, zijn huis waar hij al jaren samenwoont met zijn vrouw Nicole Depoorter.

 

JPP: Ahwel  ja, ge zijt nu in de Kasteelstraat 27 hé, bij de scheidende burgemeester na de verkiezingen…

Scheiden? Gaat u scheiden?

JPP: Wij gaan niet scheiden, maar ik scheid met de politiek.  En wel, ge zit hier nu in onze privéwoning, zal ik zeggen.

Jaja, eigenlijk op audiëntie in het kasteel van…

JPP: In het kasteel van Hooglede (lacht). Tussen haakjes, er was hier vroeger, we noemden dat het kasteel, er was hier een zeer grote boomgaard, en dat is een verkaveling geworden in de plaats.   En dat is mijn echtgenote die van Hooglede afkomstig is, het is daarom, de man volgt altijd de echtgenote, en ik ben dan hier beland.

En heb u zich hier dan altijd goed gevoeld in Hooglede?

JPP: Ik heb me altijd goed gevoeld.  En dat was ons eerste ruzie.  Ik had gezworen – want ik ben van Wervik afkomstig – en ik had gezworen van nooit meer in een vereniging te gaan.  Want ik zat in nogal veel verenigingen daar.  En ik was nog maar pas een maand of twee getrouwd en ik zat al in mijn eerste vereniging. Dat was ons eerste ruzie, dat ze zei, en ge hebt beloofd van nergens meer naartoe te gaan.

De eerste van vele dan, die ruzies?

Mevrouw: ruzies of verenigingen? Oh neen, ge komt dat gewoon hé.

De verenigingen?

Mevrouw: De verenigingen en dat veel weg zijn ook.

En de ruzies?

Mevrouw: Och, kom je ook gewoon.  Maar ja, hij is niet veel thuis.  Dus zoveel ruzie is er niet hé.  Dat zal een beetje een probleem zijn als hij stopt.

Oei…

JPP: Dat is het voordeel hé.  Ja, wij verwachten een grote storm de dag dat ik thuisblijf, omdat ze zegt, ge gaat voor mijn voeten lopen, anders ben ik nooit thuis.

Dat is zoals al die politici die op latere leeftijd nog scheiden, dat is omdat ze plots thuis zijn eigenlijk?

JPP: Ja, pas op dat het er niet inzit (lacht).

Ja, het is te hopen van niet hé.

Mevrouw: Ja, natuurlijk.  Ja.

Ah, u verwacht het zo erg eigenlijk.

Mevrouw: Nee.

JPP: Zo erg zal het wel niet zijn. Wel, ja, ik moet eerlijk zeggen, thuis doe ik niet veel, om niet te zeggen, niets. 

Dat verhaal hebben we nog gehoord bij burgemeesters.

JPP: Ja, we hebben een schoon excuus hé.  En zo gebeurt het dat… Maar fin, we hebben al afgesproken: Zij blijft in al haar verenigingen.  Dus het zal omgekeerde wereld zijn. De vrouw en de verenigingen, de man thuis.  Ik word thuisman hé.

Ah, u stapt uit alle verenigingen of u bent er al uit?

JPP: Neenee, ik stap niet uit alle verenigingen, pas op.

 

21:49 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-02-06

VOLGENDE WEEK JEAN-PIERRE PILLAERT

Volgende week ziet u in Micro Zonder Zout een burgemeester die binnenkort zijn sjerp aan de haak hangt, Jean-Pierre Pillaert.  Hij is bijna 18 jaar burgemeester, 36 gemeenteraadslid en hij was ooit 7 jaar parlementslid.

 

In de eerste aflevering, op maandag 20 februari, maken we kennis met burgemeester Jean-Pierre Pillaert en zijn echtgenote Nicole Depoorter.  Hij is oorspronkelijk van Wervik, maar hij heeft zijn geliefde gevolgd naar Hooglede.  Ze zijn inmiddels 42 jaar getrouwd.  Hij is zelden thuis, en als hij thuis is, kijkt zij naar tv-programma's die hij niet wil zien.  Als hij naar zijn tv-programma's kijkt, gaat zij naar bed, om te lezen.  Hij blijft dan heel lang wakker, want als hij te vroeg gaat slapen, heeft hij geen hoofdkussens.  Want zij gebruikt die om zich goed te installeren, zodat ze rustig kan lezen.  Andere keren ligt ze zelf niet in bed als hij gaat slapen, want dan zit ze nog aan de computer.  Ze heeft nu ontdekt dat je kunt quizzen op het internet, en heel vaak is ze niet meer van de computer weg te slaan.

 

Dinsdag 21 februari ziet u Jean-Pierre Pillaert terwijl hij op bezoek gaat in Rusthuis Ter Linde in Gits.  Later als hij oud is, wil hij daar ook verblijven. Hij staat nu al de zevende op de wachtlijst.  Dat is een voorrecht dat hij als burgemeester geniet. Als hij er zich klaar voor voelt, dan begint hij te schuiven op die lijst.  En dan wil hij ook als vrijwilliger in de bar werken, zo neemt hij zich nu al voor.

 

 

Woensdag 22 februari ziet u Jean-Pierre Pillaert op het Duits Kerkhof van Hooglede.  Daar gaat hij wandelen als hij eens tot rust wil komen.  En daar komt hij tot de conclusie dat politiek bij momenten zinloos en zelfs gevaarlijk kan zijn.

 

Donderdag 23 februari is het de verjaardag van mijn zus, Gudrun Vandemaele.  Zij is die dag 46.  Maar daar hebt u uiteraard niets mee te maken.  U kijkt ook die dag gewoon weer naar Micro Zonder Zout en u ziet hoe burgemeester Jean-Pierre Pillaert aan een razend tempo van de ene plek naar de andere holt.  Een burgemeester moet zich nu eenmaal overal laten zien en moet alles en iedereen in de gaten houden. Zo gaat hij eerst eens naar de bibliotheek, waar hij al vlug merkt dat hij niet bepaald seksueel intelligent is, hij gaat een pintje drinken in Café Parnassusberg op 't Hoge, waar de plaatselijke wijkburgemeester even moet laten blijken dat hij ook belangrijk is, en hij loopt even langs bij zijn zoon Kristof, die in tegenstelling tot zijn vader wel handig blijkt te zijn.  Hij is samen met zijn vrouw de kinderkamer aan het schilderen.

10:58 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-02-06

IVAN DELAERE TROUWT RENAAT EN VALERIE

Burgemeester Ivan Delaere zit in de trouwzaal van zijn gemeentehuis.  Hij is bezig zijn sjerp aan te knopen, want straks komt een jong koppeltje aan dat met elkaar in het huwelijk zal treden. De oma van één van de gelukkigen komt ook net aan.

 

Wie is het eigenlijk die trouwt?

ID: Renaat en Valerie.

En kent u ze?

ID: JAja, ha ja, het zijn mensen van Pittem hé.

Oma: Hij zou een keer niet moeten komen, Renaat.

ID: Hij zal dat niet vergeten zijn.

Oma: Gaat hij het niet vergeten zijn?

ID: Neen, ik heb deze week nog gaan vragen, ik zeg, ge ziet het nog altijd zitten, zaterdag?  Jajajaja… ik zie het zeker zitten.   Ik zeg: het is al dat ik moet weten hé.

Oma: Het zou tijd zijn ook hé.

Is het waar?  Is het al een ouwe?

Oma: 32 jaar zeker.

Ja, het wordt tijd hé.

Oma: Kom niet te dichte bij mij staan!

Ah ja, madam!  Allez. Zeg!!! En burgemeester, bent u al nerveus?

ID: Ja, altijd!  Jajajaja.  Ik ben soms misschien meer nerveus of de mensen die trouwen.

Is het serieus?  Waarom?

ID: Er mag niets verkeerd lopen hé. Tuurlijk dat je een beetje nerveus zijt, er zou eens iets moeten verkeerd lopen….  De huwelijksakte zou een keer moeten verkeerd zijn.  Dat zou nogal wat zijn hé.

Oma: Ze zouden een keer moeten zeggen ‘neen’. 

ID: Ja, ook al.

Is het serieus?

ID: Dat is altijd spannend hé, dat je niet weet wat ze gaan zeggen ‘ja of neen’ hé.

Hebt u dat al meegemaakt?

ID: Neeneenee, gelukkiglijk nog niet.  Het zou de eerste keer zijn. 

Het zou toch wel tof zijn dat u dat eens meemaakt.  Allez, u moet dat toch ook eens meegemaakt hebben.

ID: Ge kunt nooit weten dat je eens een primeur hebt, maar ik geloof het niet, het is met volle overtuiging dat ze naar hier komen.

En bent u de grootmoeder?

Oma: Ik ben de grootmoeder.

En denkt u dat ze ja of neen zullen zeggen?

Oma: Wablief?

Denkt u dat ze ja of neen zullen zeggen?  Is er een kans dat ze neen zeggen ?

ID: Met de overtuiging van deze week was het nog altijd duidelijk dat het ja ging zijn. Vol overtuiging.

We zijn al weer een paar dagen verder hé.

ID: Hij zal niet veranderen…

 

En ziet u hem nog graag?

Oma: pff…

Oe?

Oma: En ge moet.  Met verouderen moet ge.  Ge moet elkanders meer helpen hé.

ID: Het schijnt dat ge mekaar nog van langsom liever ziet, hoe langer dat ge gehuwd zijt, zeggen ze.  Ik heb dat van de week ook gehoord.  Dat de prille liefde na vele jaren en na jaren van gezegende leeftijd, dat die liefde weerkomt, omdat je dan veel nodig hebt aan mekaar.

Ah, het is eigenlijk meer uit opportunisme dan?

ID: Neenee, uit liefde, echt waar. 

Oma: Ge hebt mekaar veel meer nodig hé.

ID: Ge hebt mekaar op een andere manier nodig hé.

Ja, de liefde hé, madam. Zou u het nog overdoen?

Oma: Neenik zuh.

Zie je?

ID: Dat is niet gemeend, dat weet ik.  Dat is niet gemeend.

Jawel, ik vond dat dat recht uit het hart kwam.  U zou het niet meer overdoen?

(schudt van neen)

Ja, u zou dat beter zeggen aan dat jong koppel dan.  Dat ze twee keer denken voor dat ze eraan beginnen.

Oma: Het is waar.   Het is een grote stap hé.

Jaja, tuurlijk.

burgemeester staat aan de deur te kijken en gaat de gang in, loopt de trappen af…   oma in trouwzaal…ik ga de trappen af en loop naar het gezelschap in de foyer toe.

Komen ze, want we beginnen ons toch zorgen te maken?

Pa R : Het zou kunnen zijn dat hij zich overpeinst op het laatste moment hé.

Welja, de grootmoeder daarboven zei het: ze zouden toch beter eens goed denken, want… Ze zei van: (is dat uw vrouw die daarboven staat?)

Opa: Ja.

Ze zei van: Had ik het geweten…

Opa:  Ze had het niet gedaan.(lacht)  Ze is op haar tong niet gevallen.

Zeg burgemeester, bent u al een beetje in paniek? Denkt u dat ze niet komen?

ID: Neenee, ik heb nog nooit gepanikeerd.  Het is nog…

Pa R: Ze zijn daar.

Zijn ze daar?

ID: Voila ze.  Kijk (schudden de handen en komt binnen)

Is dat de bijna-gelukkige?

Zij: ja…

Bent u het die daar straks…

Renaat: Ja.

Zeg, maar bent u daar wel zeker van?  Want …  Ik heb dat geprobeerd en ik bedoel… dat heeft toch ook zijn nadelen hoor.

Renaat: Ja, maar ik zie dat je dat geprobeerd hebt, ge ziet er wel een beetje ouder uit nu. 

Dank u, dank u.

(moeder komt aan)…En mevrouw, wie bent u?

Ma V: Ik ben de ma van de bruid.

Is het waar?

Ma V: Ja.

En bent u nerveus?

Ma V: Heel nerveus.

Is het waar?  Ze zou eens neen moeten zeggen.

Ma V:  Dat zit er nog in hé (gelach)  Maar van zijn kant ook hé.

Ah, u denkt dat ze nog niet zeker zijn?

Trouwers laten met gebaren zien van wel.

Allez, het is een spannend moment eigenlijk.

Pa R: Tuurlijk, tuurlijk.

De burgemeester zei dat hij dat nog nooit tegengekomen heeft.  Ik zeg: ja, misschien vandaag de eerste keer zo.

Pa R: het moet altijd een keer de eerste keer zijn hé. Zou dat vandaag zijn?  Ik geloof het niet.

ID: Weinig kans dat dat antwoord zal komen. 

U zei: ik hoop het, ik wil dat eens meemaken. 

ID: Neenee, dat zijn uw woorden.  Ik heb daar gewoonweg op gezeid, indien dit zou gebeuren, zou ik bij God niet weten wat ik zou moeten doen. Ik zou verzekers mijn boeken moeten toedoen en naar huis gaan hé.

Het is niet waar hé, als burgemeester moet je er dan ook zijn hé, en moet je dan opvangen.

Pa R: Jaja, om te troosten.

Ik heb hem dat gezegd: als je een goeie burgemeester zijt, dan blijf je ook hé.

Pa R: Tuurlijk.

ID:  Is iedereen aanwezig die er moet zijn? 

En de supporters?  De supporters?

Pa R: Ja, ik ging het juist zeggen.  Is iedereen aanwezig?  De twee getuigen zijn er?  De twee getuigen zijn ook belangrijk.  En anders komt er niemand meer achter? Hewel, dan gaan we er mee starten hé.  Als je wilt volgen naar boven (loopt naar de trap toe) En is dat nu niet met muziek?  In de filmkes is dat met muziek van terrette….terettette…

Bruid: In de kerk hé is dat…

Ah ja, sorry (ze gaan de trappen op…)

Oma (die boven staat te wachten): kijk dat is mijn man.

Ja, hewel… Het is een mooie, het is een mooie.

Oma: ik moet hem toch voorstellen hé.

Opa: Allez, kom een keer tegare.

Ja maar, weet je wat ze zei?  Ze zei: Had ik het geweten, in de tijd…

Opa: Ze had het niet herdaan.

Oma: ge moet dat nu zeggen, ge moet dat nu juiste zeggen.

Ah ja, mevrouw, u hebt het toch gezegd.

Oma:  Nu heb je een slechte menage, zuh.

Oei!  Dat zal toch niet op een echtscheiding uitdraaien?

Oma: Nu heb je een slechte menage (ze gaan door)

(we gaan binnen in de trouwzaal ) 

 Burgemeester, burgemeester,  het is zo zeker dat de deur moet openblijven?

ID: Ja, de deur moet openblijven.

Wisten jullie dat eigenlijk?  Dus de deur moet openblijven hé, en weet u waarom?  Waarom is dat eigenlijk?

ID: Omdat een huwelijk een publieke gelegenheid is, en ten tweede, ge moet de kans laten, als ze zich bedenken, om te kunnen weglopen.

En nog iets, als er protest is, en er wil iemand…  Oei, er zijn daar hele massa’s…

Renaat: Mag ze toch niet toe?

Zus bruid: Voor te protesteren?

ID: Dat is zo hé… Frederic en Lisabeth…

Hij is aan het kijken hoe je heet.

ID: Neenee, dat wist ik al.  Welgekomen op het Pittemse gemeentehuis. We zijn hier vandaag samengekomen om het wettelijk huwelijk te voltrekken tussen Valerie en Renaat.  Als jullie met volle overtuiging hier aanwezig zijn op het gemeentehuis, dan zullen we straks horen op de duidelijkheid van het antwoord dat jullie zullen geven op de vraag die ik zal stellen. Eerst en vooral, ik moet zeggen, het is ook voor mij een beetje een ongewone situatie, daar…   Het is de eerste keer in de geschiedenis van Pittem dat wij met tv-camera’s achter onze rug staan om een huwelijk te gaan mee inzegenen, maar ik bedank de beide jonge mensen voor de goedkeuring dat je daaraan gegeven hebt.   Ze hebben beloofd om het heel braaf en kalm te doen.

Ja, maar ik wou toch nog even iets vragen burgemeester. U zegt: ik zal een vraag stellen: is het een quiz?

ID: Het is een quiz met één antwoord mogelijk.  Het is een multiple choice. Ge hebt de keuze tussen twee antwoorden: Dus ik ga maar één vraag stellen. Ofwel is het juist erop, ofwel is het ernaast hé.

Allez, succes hé mensen, ik zal duimen.

ID: De kortste quiz. We zijn hier samengekomen om het huwelijk te voltrekken tusen Valerie en Renaat. Een wettelijk huwelijk, dat betekent dat wij twee partijen dienen aanwezig te hebben.  Die zijn hier duidelijk voor mij aanwezig.  Een wettelijk huwelijk, dat vraagt ook dat er twee getuigen aanwezig zijn. De rol die jullie spelen, is heel belangrijk.  Het is niet omdat de stoelen zouden gevuld worden op de eerste rij dat jullie hier zitten, het is wel degelijk dat jullie straks met jullie handtekening zullen bevestigen dat hetgeen hier gebeurd is ook het enige, echte, ware is.  Dus ik zou zeggen: een heel belangrijke rol.  En ik hoop dat Renaat en Valerie tegen hun getuigen een keer hebben overlegd om hun handtekening toch te krijgen.  Maar een wettelijk huwelijk, dat betekent ook dat de wetgever mij als ambtenaar van de burgerlijke stand enige verplichtingen heeft opgelegd, en die verplichtingen gaan over het voorlezen van enige uittreksels van het burgerlijk wetboek.  Het burgerlijk wetboek handelt over wederzijdse rechten en plichten van de echtgenoten.  Ik heb om het allemaal nogal tamelijk ontspannen te maken, laat het ons zo zeggen,  mij beperkt tot drie belangrijke artikelen.   Ik kon natuurlijk het burgerlijk wetboek met het huwelijksvermogenstelsel voorlezen, maar dat is ongeveer  zo’n kanjer van een boek, van die vlinderdunne blaadjes, dan zaten wij hier morgenochtend nog te luisteren naar saaie wetteksten.  

Ik heb tijd hé, ik heb tijd hé…

ID:  Wij hebben dat ook, maar saaie wetteksten, als je dat eventueel op een ontspannende manier kan doen, dan is dat toch veel beter.  En waarover gaan die wederzijdse rechten en plichten?  Echtgenoten zijn jegens elkaar tot samenwoning verplicht. Ze zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. De echtelijke verblijfplaats wordt door de echtgenoten in onderlinge overeenstemming vastgesteld. Bij gebreke van overeenstemming tussen de echtgenoten, doet de vrederechter uitspraak in belang van het gezin.   Is één der echtgenoten afwezig, onbekwaam verklaard of in de onmogelijkheid zijn wil te kennen te geven,  dan wordt de echtelijke verblijfplaats vastgesteld door de andere echtgenoot.  En iedere echtgenoot draagt in de lasten van het huwelijk bij naar zijn vermogen.   Drie belangrijke artikelen.  Maar laat ons die saaie artikelen wat langs de kant schuiven, en luisteren naar het antwoord op de quizvraag die ik zal stellen.

Hoeveel punten staan daar op? 

ID: Dat is van de eerste keer 100 %.

Dus het is belangrijk hé.  Mogen ze de joker inzetten?

ID: Het is van eerste keer grootste onderscheiding of niets.  Dat is zo.  Maar vooraleer ik die vraag stel, heeft iemand bezwaar tegen dit huwelijk? 

Ja, daar vanachter misschien, aan de deur?

Winkelier (schoonbroer): Luka steekt zijn hand omhoog.(gelach)

ID: Dan zullen we maar aannemen dat iedereen het volkomen eens is met het huwelijk die hier voltrokken wordt  en mag ik vragen dat Valerie en Renaat dat rechtoptaand, het antwoord zou willen geven.

Ik zag de grootmoeder toch nog efkes…

Winkelier: Het is van de zenuwen, een tic nerveux.

ID: Renaat Paul Devriese, verklaart gij te nemen voor uw vrouw

Valerie Carla Leontina Cloet?

Renaat:  Ja.

ID: Valerie Carla Leontina Cloet, verklaart gij te nemen voor uw man, Renaat Paul Devriese?

Valerie: Ja.

ID:  Wij ondergetekende, Ivan Delaere, burgemeester en ambtenaar van de burgerlijke stand, verklaren in naam der wet, dat door het huwelijk verenigd zijn: Renaat Paul Devriese en Valerie, Carla, Leontina Cloet.  Proficiat, en ge meugt nu een keer doen gelijk in de cinema en voor de camera.

Met andere woorden: u kunt ze kussen! (kussen) Ik ben ontroerd!

ID: Ik denk dat ze de grootste onderscheiding verdiend hebben.

Heeft er iemand een zakdoek, ik vind dat toch een ontroerend moment.

ID: Ga rustig zitten.

Kijk, mevrouw daar, u bent ontroerd hé mevrouw.   Nee, ik vond dat een mooi moment.

ID: Tesamen met de getuigen en ik denk dat ik ook de andere mensen kan oproepen tot getuige, dat het antwoord heel duidelijk was dat ze voor elkaar gekozen hebben om samen verder in het leven te gaan als echtpaar.  Er zal aan een levensweg moeten gewerkt worden.  De ene dag gaat dat wat beter gaan dan de andere.  Er zijn goeie en minder goeie dagen.    Slechte dagen, dat bestaat niet.  Het zijn minder goeie.  Behoud die goeie dagen in herinnering en vergeet vlug die minder goeie dagen.  Dan zul je een heel gelukkig huwelijksleven hebben. Maar dat ene jawoordje, dat wordt nu in een huwelijksakte neergepend.  Ik ga die voorlezen, luister aandachtig naar de inhoud en straks zal ik de getuigen uitnodigen om die te gaan ondertekenen.

Burgemeester, mag ik nog even iets vragen?  U zegt van: Onthou de goeie dagen en vergeet de minder goeie.  Is dat omdat ze dan minder moeten onthouden?

ID: Neenee, de herinnering aan een goeie dag in het leven is altijd beter dan de herinnering aan een minder goeie dag.

Ah ja.

ID: Een beetje moeilijk uitgelegd misschien, maar…  Ik zie dat je het niet verstaat, maar ja, ik kan er ook niet aan doen zuh. Hij heeft twijfels, hij verstaat het niet goed, maar ja.  Op 4 februari 2006 om 17 uur.  Wij Ivan Delaere, burgemeester,  ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Pittem, na de formaliteiten te hebben vervuld, voorgeschreven door het burgerlijk wetboek, na korttekening van de aangehechte stukken, na afzonderlijk de verklaring van de partijen te hebben ontvangen dat zij elkaar voor man en vrouw willen nemen, na aangifte van huwelijk op 12 januari 2006 te Pittem,  hebben in naam van de wet, uitgesproken dat door het huwelijk in het openbaar ten gemeentehuize verbonden zijn: Renaat Paul Devriese, geboren te Tielt op 27 januari 1975, wonende te Pittem, Tieltstraat 7/3/2, ongehuwd, meerderjarige zoon van Eric Frans Jules Maria, Devriese, 60 jaar, en van Marleen Margareta Vande Maele, 55 jaar, beiden wonende te Pittem enerzijds, en Valerie, Carla, Leontina Cloet,  geboren te Tielt, op 21 juni 1977, wonende te Pittem, Tieltstraat 7/3/2, ongehuwd, meerderjarige dochter van Luc, Henri, Cloet, overleden en van Laurette, Zulma, Bertha,Wambeke, 54 jaar, wonende te Pittem, anderzijds.  Partijen hebben verklaard dat er tussen hen – huwcontract houdende Wettelijk Stelsel – werd opgemaakt door het ambt van notaris Monballyu Goddelieve, notaris te Pittem op 1 februari 2006.  Waarvan deze akte dadelijk in het dubbel werd opgemaakt in aanwezigheid van Frederik Luc Devriese, 27 jaar, wonende te Pittem, broer van de bruidegom,  en Lisabeth, Suzanne, Leonard, Cloet,32 jaar, wonende te Knokke-Heist, zuster van de Bruid.  Na voorlezing van deze akte hebben de comparanten met ons getekend.  Is dat allemaal juist wat er in staat?  Er is niemand ouder of jonger gemaakt?  Allez, dat jonger zou nog niet zijn, maar dat ouder, dat is wat anders.  Dan zal ik vragen dat dat getekend wordt, maar we zullen natuurlijk aan Valerie en Renaat de kans laten om dat als eerste te doen

Winkelier: het adres was niet goed, in de supermarkt De Cloet in Knokke was het?

Lisabeth: Sluikreclame.

Supermarkt De Cloet, deze week reclame op alle zuivelwaren?

 

Trouwers tekenen…

 

Zeg burgemeester, dat is nogal een papierwinkel hé.

ID: Ja, ik moet eerlijk bekennen, een keer ja zeggen in je leven, dat dat toch heel wat papier naar voren brengt.  Maar ja, het is nu eenmaal de administratie hé.

Burgemeester, hoelang bent u eigenlijk al getrouwd?

ID: 26 jaar.

En nog geen spijt van gehad?

ID: Nee, nog altijd niet.

Dus u kunt het iedereen aanraden?

ID: Hoe zegt u?

U kunt het iedereen aanraden?

ID: Jaja, absoluut.  Absoluut.  Je moet toch altijd reclame maken voor je eigen winkel, anders heb ik hier niets meer te doen op dit gemeentehuis.  Of toch niet wat betreft wettelijke huwelijken.  Er is werk genoeg op de gemeente, het is dat niet.

Beeld van oma en opa die zitten te kijken, en beweging naar burgemeester die tegen het kind naast zich bezig is 

ID(fluisterend): Je mag dan dat trouwboekje geven.  Ga jij dat doen?  Je mag dan dat trouwboekje geven.

Wat is dat?

ID (nog altijd fluisterend) Maar ge moet een beetje helpen hé.  Je ziet, en het antwoord was duidelijk, de akte is getekend, waarvoor ik de getuigen dank voor hun medewerking, om dat te doen, maar als ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Pittem, zou ik in mijn taak tekortschieten als ik daar nog iets niet aan toe te voegen had.  We hebben daar zo juist de drie wettelijke reglementen of nalevingen gehoord die het wetboek voorstelt, maar ik heb daar nog een drie à viertal adviezen aan toe te voegen die komen uit de echte levenservaringen van mensen die – en ik kijk dan naar oma of mémé, gelijk dat je ook zegt – die vijftig, zestig, vijfenzestig jaar gehuwd zijn.  Onlangs hadden wij hier een 65-jarig huwelijksjubileum te vieren.  En als je dan die mensen hier voor de gemeente… ze worden ontvangen op het gemeentehuis, of je gaat ze thuis gaan bezoeken.  En als je dan naar die mensen kijkt, die zitten eigenlijk echt nog verliefd te kijken naar mekaar.  Echt waar.

Ze is blijkbaar niet echt akkoord hoor.  Ik weet niet (applaus voor oma en opa begint), kijk misschien efkes… Kijk nu eens verliefd naar mekaar misschien! … Burgemeester, burgemeester, dat klopt wel degelijk, dat klopt wel degelijk . 

ID : In feite doet dat eigenlijk echt deugd, wanneer dat je dan een wettelijk huwelijk inzegent van jonge mensen die kiezen voor elkaar, en dat je dan die jaren daarop gouden jubilea binnenkrijgt, of diamanten, en dat je ziet dat die liefde daar ook nog is.  Het zal misschien op een andere manier vertaald worden, want jonge mensen hebben mekaar nodig op een andere manier dan oudere mensen. Het samenzijn is natuurlijk door de jaren anders geëvolueerd.  En onlangs hadden wij zo’n diamanten huwelijksjubileum van zestig jaar en ik vroeg aan die mijnheer, ik zeg: hoe doe je dat eigenlijk om zestig jaar huwelijk te vieren?  Dat is niet zo evident, de dag van vandaag, jammerlijk genoeg   en hij zei mij: Burgemeester, ik wil je dat wel meedelen, wat de gulden regels daarvoor zijn, maar je moet de belofte maken om dat op ieder wettelijk huwelijk ook mee te geven aan de jonge mensen.  Ik heb die belofte gedaan en ik ga ze hier dan ook houden.  Natuurlijk, voor een politieker, beloften houden, dat is soms wel een keer moeilijk, maar ik vond het zo echt goeie raadgevingen dat ik ze tot vervelens toe voor mezelf, maar ik zeg ze op ieder wettelijk huwelijk.   En over wat gaat dat? Valerie, je zult mij nu eens niet kwalijk nemen dat ik me richt tot Renaat.   Renaat, vier goeie stelregels om een goed huwelijk, een prachtig huwelijk en dan binnen vijftig jaar hier terug op het gemeentehuis te zijn.  Het zal wel met een andere burgemeester zijn, maar over wat gaat dat? En… Indien de camera nu even kon inzoomen op de ouders daar…

Graag, graag, ah, u doet ook al de regie.

ID: Je zal dan onmiddellijk de bevestiging zien, als ik die raadgevingen zeg, ze zullen dan wel ja of neen knikken.  Ge gaat dat wel zien.

Oké, ik ga nu naar de ouders toe, wacht…

ID: Renaat, je moet je vrouw altijd gelijk geven, je moet je vrouw altijd de portemonnee geven, je moet je vrouw de meeste plaats in bed geven, maar maak tenslotte dat je altijd het laatste woord krijgt.  En als je dat krijgt, dan heb je een heel goed huwelijk, en dat wensen wij jullie natuurlijk allemaal hier aanwezig van harte toe. En mag ik nu het wettelijk document van het huwelijk overhandigen, maar dan zal ik dat overlaten aan mijn assistente.  Als ge dat huwelijksboekje aan Valerie en Renaat wilt geven, maar ge moet er ook drie zoenen bij geven.

Ah, uzelf kust niet?

ID: Dat zal straks komen.

En de man moet eigenlijk het laatste woord hebben, zei u. Ik bedoel, ik heb ook een beetje ervaring met een huwelijk, en ik ervaar dat zo niet.

ID: Dat is de laatste stelregel: maak dat je het laatste woord krijgt.

En lukt dat bij u?

ID: Dat lukt niet altijd, maar toch al… (meisje kust de bruid) Voila ze, dat is toch mooi hé.   Mag ik nog een applaus voor Valerie en Renaat?  En mijn taak als ambtenaar zit erop, maar aangezien het ook mijn laatste taak is vandaag, en deze week, stel ik voor dat we daar nog een glaasje op drinken, op het geluk van die beide mensen.   Spring maar allemaal rechte, en wenst ze maar proficiat, want ze hebben het verdiend.

 

En dan is het moment gekomen: De burgemeester wenst het koppel proficiat en kust de bruid…

En?  Hoe kust ie?

Valerie: Heel goed.

Hij kan ze kussen eigenlijk!

(Intussen is de schoonbroer, de kruidenier uit Knokke, de sjerp van de burgemeester eens aan het aanproberen.  Maar dat lint staat hem niet, want hij is een veel te magere slungel.)

ID: Ik hoor je vrouw zeggen: ge moet een beetje buik kweken. 

Winkelier: Ik ben toch goed bezig, ik drink op tijd één.

ID: Toen ik begon in de politiek, woog ik slechts 75 kg.  En ze zeiden tegen mij: als je wilt burgemeester worden, moet je gewicht in de schaal kunnen leggen.  Maar ik heb dat een beetje letterlijk opgepakt (gelach).  En geraakt dat nu maar kwijt hé…

 

Dan neemt de burgemeester een foto van winkelier…

 

ID: Het is mijn taak ook.  Na het wettelijk huwelijk ben ik een beetje fotograaf. 

Serieus?  Een frank bij verdienen zo, voor de plaatselijke kranten?

ID: Ja, je ziet dat de verdienste van een burgemeester in een kleine gemeente toch zo hoog niet ligt.  Dus moeten we een keer een frank bij verdienen.  En naar het schijnt zijn fotografen en cineasten bij de mensen die het best betaald worden, dus waarom zou ik dat jobke niet aannemen?

U gelooft in fabels.

ID: Waarom niet? Wil je nog een keer? (doet teken naar de bruidegom dat hij foto wil nemen)

Renaat: Wel, er is wel één probleem: mijn vrouw is weggelopen.

Nu al?

ID: Zijn vrouw is al weg.

Renaat: Ik weet niet, ik denk dat ze naar het toilet is, ik hoop het, anders wordt dat een probleem.

En hebt u uw portefeuille nog?  Tast eens.

Renaat: Die heb ik bij mij.

Doet u dat werkelijk, van alle trouwers een foto nemen?

ID: Dat is voor onze gemeentelijke infokrant.  Dus, we geven hier een gemeentelijke infokrant uit, waar onze gehuwden, onze jubilarissen instaan.  En aangezien het vandaag een eenmansbediening is, moet ik instaan voor alle taken hé.

Ah, ze is toch niet weg!  Oef! …

ID: Zou je nog een keer willen… ’t is voor een foto…

Het is zo, de burgemeester wil nog een frank bij verdienen, hij werkt ook voor de regionale kranten…

ID: Zou je daar voor de vlag???  (ze wandelen naar de vlag toe en de burgemeester stelt zich op voor de foto…Waarna er nog een uitgebreide fotosessie volgt.

22:44 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

IVAN DELAERE ONDER DE MENSEN

Een burgemeester moet af en toe onder de mensen komen.  En waar vind je makkelijker mensen dan op café.  De burgemeester gaat dan ook af en toe een pintje drinken, zoals die dag naar café De Kroon.  Wanneer hij daar binnenkomt, merkt hij dat Giselle Gardeyn daar zit, een politiek collega die in het verleden volksvertegenwoordiger was, en nu nog altijd gemeenteraadslid. 

GISELLE: Wat ga je drinken?

ID: Ja, dat is een goeie vraag.  Ik zou wel een pintje drinken.

GISELLE: Carine, de burgemeester ga ook een keer wat drinken (lacht).

ID: Een pintje 

GISELLE: Wij zijn idealisten hé burgemeester.

ID: Wij zijn nog idealisten.

GISELLE: Wij zijn idealisten.

ID: We zijn van die oude krijgers in …

GISELLE: Een gezellig plattelandsdorpke.

ID: Oude krijgers die nog het ideaal hebben om politiek te doen.  Dat is juist.

GISELLE: En die nog de mensen kennen hé.

Ah ja, kent u nog de mensen? 

(niet moeilijk, ze heten allemaal Willy, behalve een toogfilosoof die Noël zou heten, laat ik me wijsmaken, en die een voormalige schooldirecteur zou zijn.  Hij blijkt de echtgenoot te zijn van de schooldirectrice van Egem)

 

(Op tv is Henin aan het spelen in Australië.  Zo gaat het gesprek even over tennis.  De burgemeester blijkt op de hoogte te zijn, want hij kijkt 's nachts wel eens naar het tennis.) 

ID: Ik ben toch een slechte slaper, ik kan dan kijken naar de tennis hé.  Tennis zie ik heel vroeg in de morgen hé, want ik kan toch slecht slapen.

De burgemeester slaapt slecht.

GISELLE: Goh… Ik kan moeilijk zeggen: kom een keer bij mij slapen (lacht)

Jajaja, mijn vrouw zegt dat altijd.  Als ik zeg: slecht geslapen, zegt zij: ‘Slecht geweten’.

ID: Slecht geweten?

Ja.

ID: Neenee.

GISELLE: Neenee, van de burgemeester is dat anders.

Geen geweten?

GISELLE: Neen. Nee, hij heeft een goed geweten.  Maar hij is met al de problemen en met al de zorgen van zijn parochi… pardon, dat is de paster.

ID: Parochianen

GISELLE: (lacht) Neenee, van zijn inwoners van de gemeente bezig.

Het is eigenlijk een beetje de nieuwe pastoor van…

GISELLE: Voila, voila.

ID: Giselle, ge kunt ambitie hebben, maar de kerk overnemen ga ik nog niet doen wè.  Daar hebben we nog een pastoor voor hé.

GISELLE: Het kan zijn dat ik dat doe, hé, de toekomst ligt bij de vrouwen hé, in de kerk.

ID: Is het waar?

Niet alleen in de kerk. Eigenlijk overal een beetje. 

 

Aan de toog zit een groepje mensen, het gezelschap waarmee Giselle zich voortbeweegt, met daaronder Noël, een man die graag laat blijken dat hij een soort humor heeft.  Sommige mensen mogen geen camera zien of ze moeten zich laten gelden.  Vaak zijn het dezelfde mensen die op café de plezante uithangen, al dan niet met succes.  Noël wil de kans niet laten voorbijgaan nu er een camera in het café verschijnt waar hij vaak de grapjas uithangt.  Wanneer de burgemeester aan het lachen is, merkt hij op: 

FILOSOOF:  En na de verkiezingen, geen glimlach maar een grimlach.  (gelach) 

Jamaar, bent u daar tegen? Hebt u zoiets van: er is daar weer een politicus.

FILOSOOF: Neen, echt niet. Die zijn er nodig.

Maar u lacht daar een beetje mee?

FILOSOOF: Toch niet.  Ik heb daar respect voor.

Maar niet te veel.

FILOSOOF: Ik zou niet graag in hun plaats willen zijn:

Ah ja.

FILOSOOF: Nooit thuis, al die recepties (geschater)

ID: Dat is altijd iets dat van politiekers afgerekend wordt hé, die recepties.  En dan zien ze je staan met een glas in uw handen, of op een foto alweer met een glas, en dan zeggen ze: alweer een receptie.  Alhoewel dat dat maar een klein onderdeel is van heel je werk dat je doet hé zeg.  Die recepties, dat zou moeten het hoofdding zijn, dan houden we dat geen zes jaar uit wè zuh.

 

 

 

Burgemeester, vindt u dat niet vervelend dat mensen, als u ergens binnenkomt, altijd wel een opinie hebben over wat u doet?

ID: Nee, nee, dat mag ook.

En misschien u scheef bekijken.

ID: Neenee, dat mag ook, een opinie hebben, en een eigen idee erover.  Het is aan mij om dat te ontkrachten hé.  Het is aan mij om te bewijzen dat het anders is.  En dat is ook de uitdaging, dag na dag.  Mensen mogen een visie hebben, mensen mogen daar voor uitkomen, dat is prettig dat ze daar voor uitkomen. Beter dat ze het u rechtuit zeggen.

Burgemeester, ik hoor van Giselle dat uw oudste dochter ook interesse heeft voor de politiek, bent u ze aan het klaarstomen eigenlijk?

ID: Niet klaarstomen, ze heeft een eigen idee, ik ga daar niets in forceren.

Een eigen idee?   Ze is van een andere partij?

ID: Neenee.

Ja, het kon zijn hé.

ID: Ze moeten hun eigen gang gaan in het leven, en ze moeten zelf verkiezen of ze dat al of niet willen doen.

En als ze nu thuiskomt en zegt: pa, ik ben communiste!

ID: Dat is haar idee, moet je toch respect voor hebben.

Dan blijft ze welkom?

ID: Absoluut, het zijn uw eigen kinderen, waarom niet? Het zijn toch uw eigen kinderen.  Welke visie ze ontwikkelen in hun leven, het blijven uw kinderen, en die zijn altijd welkom. Of niet soms?

Ja, het zijn uw kinderen hé.

ID: Absoluut.  Absoluut  En dat is juist het gegeven.

Jamaar, ik vind dat mooi hé, dat pleit voor u hé, burgemeester (ik geef een schouderklopje).

ID: Ah, de goeie schouderklop, nog een keer.  Maar ja, je weet nooit hoe het gaat hé, het leven neemt soms rare wendingen hé.

Even een filosofisch moment: het leven neemt soms rare wendingen.

GISELLE: Dat klopt, dat klopt, dat klopt.  Er zijn een aantal dingen in het leven die je niet kunt voorzien hé.  We hebben daar juist nog gehoord ‘De Genade van het Moment’.   De deken van Tielt zei dat.  En dat zijn dingen die je niet kunt voorzien.  Die soms goeie richtingen, minder goeie ja.  Maar dat is ook interessant, dat je niet altijd weet wat er gaat gebeuren, dat hoeft ook niet.

Zeg burgemeester, en trekt u zich al de problemen waar u van hoort persoonlijk aan?

ID: Ja, misschien wel te veel, ja, ja. Misschien wel te veel, en dat is soms wel de moeilijkheid dat je dat niet van u kunt afzetten.  En ja, misschien wel, het ligt in mijn karakter.  Het ligt in mijn karakter dat ik soms de problemen te veel op mij trek.

GISELLE: Wij moesten ooit eens een verhandeling maken, in het regentaat op school, en de titel was…

U bent ook naar school geweest?

GISELLE: Ik ben ook naar school geweest.  Gelukkig.  Heb ik die kans gekregen.

Ik zou dat niet meteen gezien hebben.

GISELLE: De titel van de verhandeling: ‘Niemand is een eiland, wij zijn allen delen van een continent.’  EN hier in Pittem is dat zo.  De burgemeester is…

Neenee, hij is een continent.

GISELLE: Voila, en wij allen daar  omheen.

ID: Ja, dank u. Als mensen vragen hoe het is met mij, dan zeg ik ‘dik tevreden’, en dat zegt veel.

Dat is gesproken als een continent.

ID: Als je je maar gezond voelt hé, dat is het belangrijkste.

(Dan komt de gemeentesecretaris binnen en hij wordt meteen betrokken in het gesprek) 

Ze zeggen vaak: eigenlijk is het de secretaris die de gemeente bestuurt hé, die het werk doet.

ID: Hij doet het werk, dat is juist.

GISELLE: Het werk, dat is waar.

Hij bestuurt het niet, maar hij mag het werk wel doen.

ID: De beslissingen worden nog altijd genomen door de politiek hé.

GISELLE: Voila, de politiek verantwoordelijke is de burgemeester.

ID: Het uitvoeren naar de wettelijke basis is het werk van de secretaris.  Dus hij moet zien dat alles in de wettelijke banen loopt, en is dat zo niet, dan zou hij wel een keer op zijn oren kunnen krijgen hé, ja.  Maar gelukkiglijk, we doen dat hier niet.

Willy :zijn oren zijn nog niet te groot hé.

Inzoom op oren :

Mja…Is het een strenge?

Secretaris: Wie?  De burgemeester?  Heel streng!  Nog niet opgevallen?

Ja, niet tegen mij.  Tegen mij doet hij voortdurend sympathiek.

Secretaris: Ja, hij heeft mediatraining gehad hé.

GISELLE: Ge moet uw strengheid door uw goedheid aanvaardbaar maken.  Hier is dat zo.

ID: ER worden hier toch heel filosofische uitspraken gedaan hé in Pittem.

Ik denk dat mevrouw een boekje van Bond Zonder Naam heeft ingeslikt.

GISELLE: Neen, ik zat bij de zusters op school hé.  Nee, wij hebben dat daar nog meegekregen met de paplepel en ik ben daar nog fier op.  Wij hebben daar hele mooie waarden geleerd, en dat blijft, als dat positief is, blijft dat meegaan hé.

ID: Politiekers begeven zich soms, niet altijd, op glad ijs. Voila.  Het is een manier om recht te blijven.

Een manier om recht te blijven: op glad ijs?

ID: Het is de manier om recht te blijven die geldt hier, de poging om recht te blijven.  Soms denk ik dat die secretarissen wel eens zeggen – ik veralgemeen dat hé -- :  wat zijn die politiekers weer aan het uitkramen?  En dan moeten ze daar maar rap proberen in rechte banen te leiden hé.   En als het anders is, dan zullen we dat wel horen hoor.  Ge moogt gerust zijn. Ze moeten hun job naar behoren doen hé.  En het lukt nog altijd.  Allez, de poging zit nog altijd goed hé.

Secretaris: Dacht ik ook.

ID: Een secretaris en een burgemeester, dat is één team hé, dat moet zo werken, als in een gemeente de secretaris en de burgemeester niet op dezelfde golflengte zijn, dan mag je dat als politieker zeker vergeten.  Want dan word je voor afgerekend.  Maar bij de gemeente is dat niet het geval.  Tenslotte, we hebben alle twee hetzelfde doel hé, dat is de gemeente goed laten draaien hé.  Wij op politiek vlak, en de secretaris op administratief vlak, en als hij dat niet kan, dan is het natuurlijk heel verkeerd hé.

 

ID: De dag dat ik trouwde, dat is 26 jaar geleden, woog ik ongeveer 75 kg. Voor iemand van een 1,87 m.  Maar bij het in de politiek komen, hebben ze mij gezegd: ‘Als je in de politiek komt, moet je gewicht in de weegschaal kunnen werpen’ , en dat heb ik blijkbaar een beetje te letterlijk opgenomen.  Ik had het beter een beetje figuurlijk opgenomen.  Maar als jonge beginneling, dan sta je er niet bij stil, maar achter die jaren, dan besef je dat eigenlijk dat gewicht in die weegschaal figuurlijk bedoeld was.  Maar goed, ja, we staan er nu mee, letterlijk, we leven ermee, en we voelen ons goed.   Dus waarom zouden wij daarover zitten klagen?  God ja, als je je goed voelt in je vel, en als je gezond zijt, dat is het bijzonderste, de reste komt er wel bij.

God, zegt u?  U gelooft.

ID: Ja, ik ben gelovig. 

Secretaris: En dat is de waarheid. Want deze morgen, het eerste wat hij me gaf, was deze pen. (met opschrift: Bidden Werkt).  Dus is hij zeer gelovig, en denkt hij: ik moet vandaag bidden, anders loopt het hier mis.

U deelt pennen uit met het aanzoek om te bidden.

ID: Aanzoek om te bidden niet, om te geloven. 

U bent eigenlijk ook promotor van het geloof?

ID: Promotor van het geloof?  Ik ga altijd… Mijn geloof ga ik nooit afzweren.

U deelt pennen uit met ‘Bidden Werkt’.

ID: Jajaja, bidden werkt.

Mag ik nog eens zien?

ID: Af en toe is dat wel een keer nodig.  Af en toe is dat een keer nodig. 

En bidden op het werk, mag dat ook?  Als bidden werkt, waarom niet bidden op het werk?

ID: Dat hangt af van de secretaris hé.  Hij is hoofd van de administratie.

Secretaris: Juridisch gezien moeten wij onafhankelijk zijn, iedere religie eerbiedigen, dus euh…

Maar u zou het hem niet kwalijk nemen als hij zou bidden op het werk?

ID: Neen, zeker niet.

Bidden werkt, en u mag bidden op het werk.

Secretaris: Dat was ook de boodschap deze ochtend.

En bidt u soms op het werk?

ID: Af en toe wel eens.  Ik denk dat die momenten die je kan besteden aan het geloof, dat dat ook hele mooie momenten zijn.  En als je efkes de kerk bezoekt, bij de wekelijkse dienst of zo verder, dat uurtje dat je daar aan besteedt, dat kan soms verhelderend en een rustgevende manier zijn.  Dat is een uurtje om een keer te mijmeren en erbij stil te staan over hetgeen wat dat je doet in het leven en wat dat betekent in het leven.  En dat kan dan misschien bij sommige mensen wat belachelijk of naïef overkomen, maar ik geloof dat je soms een keer nood hebt om een keer een uurtje eigenlijk echt te gaan filosoferen om een keer een rustig moment uit te kiezen om even stil te staan over wat het leven betekent en zo verder. En dat klinkt misschien naïef, maar voor mij is dat niet naïef.  Ik ben, ik ben…    Ik heb het geloof meegekregen van jongs af aan, vroeger in de scholen en zo verder.  Maar ik heb zelf al ervaren in het leven dat je soms iets bereikt door nog te geloven in iets.

Serieus?

ID: En is dat geloven in de mens, of is dat geloven in jezelf, maar je bereikt nog iets met je geloof.

Maar bidt u ook voor de problemen waar u mee geconfronteerd wordt op de gemeente?

ID: Laat ons zeggen dat wij soms wel even daar bij stil staan.

Zegt u dan: laat ons bidden voor nieuwe wegen en nieuwe fietspaden?

ID:  Ik denk dat de burgers dat wel zullen doen, om te bidden daarvoor.  Mijn taak is om het uit te voeren.  Dat hetgeen ze vragen, dat wij dat proberen zoveel mogelijk uit te voeren, maar je slaagt er niet altijd in.   Je kan niet altijd alles realiseren, en je kan niet voor iedereen gelijk doen, en je kan ook niet alle wensen invullen.  Want sommige wensen zijn ook onrealistisch.

Laten we bidden voor nog een pintje,…  en kijk.

ID: Voila, en onmiddellijk is de wens vervuld.  Maar er zijn bepaalde dingen die je niet kunt realiseren, omdat het onrealistisch is of niet wettelijk enzoverder.  Maar God ja, je probeert er het beste van te maken.  Dat is nog altijd de bedoeling: er het beste van maken, zowel in je leven als in je job .  Dat moet de uitdaging zijn. En dat is ook mijn uitdaging. Er het beste van maken. En het is de beste manier om er van te genieten en van te werken, want euh…  Anders …

Allez, laten we bidden dat het allemaal lukt…

ID: Laat ons bidden.

Wij bidden u verhoor ons heer.

ID: Dat is…juist.

Jajaja, ik heb ook mijn roots hé.

 

22:06 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

IVAN DELAERE IN DE VRIJE SCHOOL VAN EGEM

Niet op tv te zien: de babbel die de burgemeester van Pittem had met Rosa Vandycke, de directrice van de vrije basisschool in deelgemeente Egem.  Ik liep met hem eens binnen op de school.  De directrice stond niet meteen te popelen om me te zien, want ze vond 'Micro Zonder Zout' een 'gevaarlijk programma', omdat de interviews naar haar zin 'te tendentieus' waren.  Vriendelijke dame hoor, daar niet van.  En zonde dat er geen tijd over was om ook nog fragmenten uit de babbel met Rosa in één van de afleveringen te stoppen, maar het lukte echt niet, dus doen we het hier maar. Rosa was wel blij om de burgemeester te zien, want ze wou weten of hij er niet kon voor zorgen dat de gemeente de stoelen en de tafels voor het mosselfeest van de school gratis zou leveren, in plaats van zoals gewoonlijk, tegen betaling.  Maar toen we aan de deur van de school stonden, wist ik dat allemaal dus nog niet.  Eerst legde Ivan Delaere me uit wat voor een school we zouden binnengaan.

 

ID: Het is wel geen gemeentelijk onderwijs, het is een vrije basisschool, maar dat contact met die directies, dat moet er wel zijn met de gemeentes.  Alhoewel we daar niet direct enige impact in hebben, om in hun werking iets te gaan betekenen.  Maar het is toch altijd belangrijk dat je dat een keer onderhoudt.  We gaan een keer binnengaan (gaat binnen)……………. we gaan een keer zien of de directie er is (loopt de trappen op) …..

Burgemeester, bent u eigenlijk zelf naar school geweest?

ID: Ik ben lang genoeg naar school geweest, uiteraard zoals iedereen hé, er is de schoolplicht. 

En hebt u eigenlijk gestudeerd?

ID: Indien het nodig was, ja, voor de examens.

U hebt gestudeerd voor burgemeester?

ID: Neen, daar kan je niet voor studeren.  Dat is ook, ja, je neemt die taak op, en door de ervaringen leer je wel hé.

En wat bent u dan van opleiding?
ID: Ik heb het graduaat secretariaat moderne talen gevolgd, in Kortrijk.

U spreekt dus moderne talen?

ID: Iedere taal is modern hé.

 

En toen stonden we dus bij Rosa Vandycke en hadden we het over haar verzoek om de stoelen en de tafels voor het feest gratis te leveren.

 

Maar zoiets kan toch gratis? Allez…

ID: Dat is een beetje naar de verantwoordelijkheid… omdat we weten dat veel gratis, wordt veel minder gewaardeerd of dat je er iets zou voor betalen.

Ah, het is opdat je het zou waarderen!

Rosa: Maar een school waardeert dat zeker hé.  Dat zijn hier allemaal intelligente mensen die hier werken. Dus… En er is maar één school. Ah, er zijn er eigenlijk twee hé.

ID: Twee ja.

Rosa: Hewel, twee scholen, dat zou wel lukken.

En die andere, die andere is beter, die krijgt dat gratis.

Rosa: Ook niet hoor, want dan zouden wij daar allang tegen gereageerd hebben.

ID: Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende… We proberen die prijzen zo laag mogelijk te houden, maar het is een beetje naar de verantwoordelijkheid, naar het onderhoud van de materialen.  Want als je dat gratis wegschenkt, stellen we vast, van, ik zeg niet dat het van de school zo is, maar van bepaalde verenigingen, ‘god ja, het is van de gemeente, ge moet daar eigenlijk niet zo goed voor zorgen, en als het kapot is, het wordt toch vervangen.’  Hebben we gezegd…

Rosa: Ja, verenigingen en de school, er is daar wel verschil in hé.  Zodus.

ID: Gaan we een reglement maken die het heel wat goedkoper maakt.

Rosa: Wij zijn wel plichtsbewuster hé.

Jamaar, ja, pas op, ze zeggen dat makkelijk, natuurlijk hé.

Rosa: Ja, daar begint het mee hé, en dat proberen dan ook te doen.

ID: Voila, nu hoor jet een keer van een ander hé.

Rosa: Maar anders, op het gebied van… zijn we heel gemakkelijk geweest deze keer.  De werklieden, die brengen dat, die brengen dat binnen, die komen dat weer ophalen, allez, ze zijn dus wel heel vriendelijk.

 

 

(de directrice heeft pas verteld dat ze oorspronkelijk van Pittem is maar nu al lang in Egem woont, en dat ze geen last heeft van de fusie)

De burgemeester zelf is van Kuurne.

Rosa: Inderdaad van de euh … de ezelsgemeente.

Inderdaad, u aarzelde zo even.

Rosa: Ik dacht: hoe ga ik dat nu…?  Hoe ga ik dat nu precies zeggen.

ID: Maar ezels zijn ook mensen hé, dat is een spreuk van Bond Zonder Naam, ‘Ezels zijn ook mensen hé’

 

 

ID: (over politiek) Het is in het onderwijs zo, het is bij ons, het is in de politiek zo, ge moet het graag doen hé.  Als ge dat met tegenzin doet, dan hou je dat niet lang vol hé.

Zeg, burgemeester, nu we hier in school zitten, was je eigenlijk zelf een goed leerling?

ID: Goh. Ik was een middelmatig leerling.  Ik was geen primus om te zeggen dat ik altijd de top scheerde, maar ik kon mijn deel doen.  Ik kon mijn deel doen.   Ja.

Ah dus, je hoeft eigenlijk geen primus te zijn, dat verwondert me wel een beetje…

Rosa: Om burgemeester te zijn?

Om burgemeester te zijn.

ID: Neen, ik denk dat niet. 

Rosa: Ja, want op school is het gewoon, … Ja, er zijn eigenlijk zoveel andere dingen die een rol spelen als je burgemeester bent.  Uw gevoel voor het sociale naar de mensen toe en zo.

ID: Sociale contacten, ja.

Rosa:  Dat kun je niet in cijfers uitdrukken hé.  Dus ik denk, iemand die sociaal ingesteld is, die aandacht heeft voor iedere, voor iedereen in de maatschappij…

ID: Het belangrijkste is natuurlijk…

En bescheiden zijn hé.

Rosa: Ja natuurlijk

ID: En bescheidenheid. Maar dat is iets dat onze reporter niet gelooft. Dat je moet bescheiden blijven. Zelfs als je in die functie zijt, dat je in feite niet moet beginnen zweven omdat je burgemeester of dat je minister komt of zo…  

Nee, maar ik zeg, ik associeer dat niet met de functie van burgemeester.

Rosa: Bescheidenheid?

ID:  Hij gelooft dat niet dat burgemeesters ook bescheiden kunnen zijn. Vol ongeloof moet je daar naar luisteren.

De burgemeester tracht me te overtuigen, maar…

ID: Ik moet daar vol ongeloof naar luisteren eigenlijk.  Hij gelooft dat niet, maar het is zo.

Rosa: Ik kan daar inkomen. Het is niet omdat je burgemeester of ik weet niet wat zijt.  Ge moet een beetje met uw voeten op de grond blijven.

ID: Dat is ten eerste, blijven zoals je bent, voetjes op de grond, en weet je wat het ook is, na de politiek is er ook nog een leven.  Ik zou graag hebben als de politiek gedaan is, dat ik iedereen nog recht in de ogen kan kijken.  Dat ik niet moet weglopen voor de een of de andere, en zeggen: oeioei, waarom heb ik daar niet?  Die persoon is daar.  Recht in de ogen en eerlijk blijven.

Jamaar, u zit nog zo lang in de politiek.

Rosa: Politiek is een rare zaak hé. Dat kan van de ene dag op de andere dag afgelopen zijn.

Jaja, onderwijs ook hoor. 

Rosa: Neenee, in het onderwijs is dat anders.

ID: Journalistiek is dat wel een beetje zo hé. Politiek is vergankelijk, maar wanneer dat dat gedaan is, moet je de mensen nog recht in de ogen kunnen kijken, en zeggen: ‘Ik heb geprobeerd mijn best te doen,  ik hoop dat ik daarin gelukt ben, en achteraf kunnen we nog tussen de mensen komen en tussen de mensen leven.’.  Dat is toch het belangrijkste.  Als je je op een eiland stelt gedurende de politiek , dan zit je ook op eiland na de politiek.  En dat kan niet de bedoeling zijn om die functie te doen, anders stop je er best mee.

Dus hij mag hier nog komen ook als hij niet meer verkozen is?

Rosa: Jaja, zeker, zeker, zeker, jajaja.

ID: Op zeker ogenblik is het ook zo met een aantal mensen dat je via de politiek… Schep je wel wat andere vriendschapsbanden  dan dat je … En ik denk dat die vriendschapsbanden na de politiek ook blijven bestaan.  als je altijd eerlijk geweest zijt tegen de mensen, blijft dat bestaan. En dat is de bedoeling.  En als je dat niet kunt, eerlijk zijn tegenover de mensen, kan je ook geen vriendschap krijgen.  En vriendschap is toch belangrijk in het leven.

Rosa: Juist.

Is de burgemeester een vriend?

Rosaz: Ja, hij is een vriend geworden.

Id: Doorheen de jaren, en doorheen de contacten dat je hebt als burgemeester tegenover directie van de school en zo verder, dan voel je op de duur wel, allez, dan zeg je, dat is iets dat je later nog altijd kunt meedragen, dat je daarmee, ja.

Zeg burgemeester, als het een vriendin is, die tafels, dat moet dan toch in orde komen.  Wat had je nodig?  De tafels, en…

Rosa: De stoelen.

En de stoelen.  Ja, dat zal in orde komen hé, burgemeester.

ID: Ik zal dat de volgende week in de gemeenteraad zeggen en zeggen dat het een voorstel was van de reporter van ‘Micro Zonder Zout’. 

Ja, zeg misschien dat ik er op drukte.

ID: Op drukte om op een andere manier te …En dan zullen we wel zien hé.  De gemeenteraad…

Rosa: Dan zou dat voor ons toch nog een pluspunt zijn.

ID: Zeker te bespreken.  Allez.

En krijgt de burgemeester dan ook gratis mosselen die avond.

Rosa: Neenee.

ID: Nee, en dat zou ik ook niet willen.

Ah ja, ik dacht anders: voor wat hoort wat.

ID: Neen, dat hoeft niet.

Rosa: Ik ga hem dan wel een keer trakteren als ik hem tegenkom zo. Dat is dan mijn eigen initiatief hé. Een keer een pintje samen drinken, dat kan hé.

ID: Wanneer je aan zo’n activiteiten deelneemt, is dat om je steun ook te betuigen aan de mensen die iets willen inrichten, en dat kan altijd… Dat kleine financiële inbrengetje is belangrijk voor iedereen die het goed meent.  En iets gratis, neenee.

Ja, burgemeester, u hebt toch ook maar uw wedde.  Als u zo overal moet gaan meeëten en meedrinken.

Rosa: Maar als je thuis eet, kost het ook geld hé.

ID: Geen voorkeurbehandeling voor een burgemeester.  Dat is een burger als een ander.

Rosa: Neen, dat doen we eigenlijk niet.

ID: Nee, dat doen we niet.  Neenee, dat zou ik ook niet willen.  Daar doe ik niet aan mee.

Rosa :  Iedereen betaalt hier hé.  Anders… Dat is nu een keer de school hé.  Maar er is daar niemand die daar over valt hé, ze zeggen, ah, het is voor de school, dus.

 

21:33 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-02-06

HET NIEUWE GEMEENTEHUIS VAN IVAN DELAERE

Ivan Delaere, de burgemeester van Pittem, wil me per se de werken eens tonen aan zijn nieuwe gemeentehuis.  Ze zijn allemaal gelijk, die burgemeesters, als ze kunnen, dan willen ze toch graag even enkele van hun realisaties laten zien.  Ergens begrijpelijk natuurlijk, ze doen het voor het volk en ze moeten natuurlijk verkozen worden door het volk.  En de verkiezingen naderen.  Vandaar wellicht dat in de komende maanden overal grote bouwwerken net 'toevallig' klaar zullen geraken.  Ik plaag de burgemeester van Pittem dat dit gemeentehuis van hem, of het nieuwe administratief centrum, zoals hij het noemt, dan ook niet 'toevallig' in juni klaar zal zijn.  Maar hij houdt vol dat het wel zo is.  Dat het nieuwe gebouw zeker geen promotiestunt is om zijn beleid te propageren.

 

Ja, maar er zal hier toch wel een plaat tegen de muur komen…?

ID: Wel, er zal uiteraard een plaat tegen de muur hangen, om te weten wanneer het gebouw geopend is. 

En met de titel van de burgemeester…

ID:  Dat zal er uiteraard op staan.

Zie je?

ID: Voor de geschiedenis is dat belangrijk dat de mensen binnen 50 jaar nog weten wie er dan burgemeester was, en wie hier de eerste steen heeft gelegd en de opening heeft gerealiseerd.

En misschien een standbeeld?  Naast Verbiest. 

ID:  Zo ver zal ik het niet brengen.  Er zijn nog burgemeesters geweest in de gemeente die meer dan verdienste gehad hebben om de gemeente uit te bouwen.  Dat is een ketting in de geschiedenis en iedereen speelt daar zijn rol in, maar aan mij…

Burgemeester u bent toch meer dan een simpele schakel hé, zo niet beginnen hé.

ID: voor mij is het niet om monumenten op te richten of gedenkstenen met mijn naam erop. 

Of een straat?  De Ivan Delaere-straat.  Laan?  De Ivan Delaere-laan.

ID: Wanneer zij die beslissing nemen, denk ik dat er van burgemeester Ivan Delaere al een hele tijd, dat het al geschiedenis zal zijn eer een straat genoemd wordt naar iemand, zodus.  Het is ook niet mijn ambitie om te pronken met veel euh… met veel activiteiten of…  Nee, laat het ons maar eenvoudig en simpel houden.  Dat is het beste.  Bescheidenheid siert de mens.

Dat is grappig.  Ik hoor dat al de burgemeesters zeggen.  Ik kan ze eigenlijk op een rij zetten… Ze vinden allemaal van zichzelf dat ze bescheiden zijn.  En er is eigenlijk niemand die liever op de voorgrond staat.

ID :  Daarvoor zijt ge ook burgemeester hé.

En ze zeggen het graag hé, dat ze zo bescheiden zijn.

ID: Daarvoor zij je ook burgemeester hé.   Daarvoor zij je ook burgemeester.   Ge zijt de eerste burger van de gemeente.  Zoals onze minister-president de eerste burger is van de Vlaamse Gemeenschap, zijn wij de eerste…

Maar niemand gelooft dat toch dat jullie bescheiden zijn?

ID: Maar tochwel. 

Maar neen. 

ID: Ze moeten het niet geloven, we zijn ook, dat is nu eenmaal de realiteit. Burgemeesters zijn op hun manier bescheiden en proberen het voor hun gemeente …

Dat is zo op een alternatieve manier dan eigenlijk?

ID:   O, dat zou ik niet zeggen, alternatieve manier, ze zijn bescheiden. Echt waar.  Geloof het vrij van mij. 

Ah, dat is eigen aan burgemeesters?

ID:  Dat is een beetje eigen aan burgemeesters. 

Dat was mij nog niet zo opgevallen eigenlijk.

ID: Nochtans, na die vele reportages zou dat al duidelijk moeten geweest zijn.   Dat is zeker, absoluut. Bescheidenheid is niet enkel van zich op een achtergrond te begeven, bescheidenheid is om te weten welke grenzen je hebt als mens, en weten wat je aankunt.  En dat wordt door de mensen, als je zelf kunt bepalen wat eigenlijk je grenzen, je mogelijkheden zijn, dan wordt dat nog meer gewaardeerd bij de mensen dan dat je denkt.

U hebt geen grenzen, zo is het makkelijk natuurlijk.

ID: Wij hebben grenzen, wij zijn toch ook maar mensen.

Zie je?  Hij spreekt al in het majesteitsmeervoud: wij hebben…

ID: Wij! Dat is nu eenmaal zo, wij spreken voor de gemeenschap, en de gemeenschap, dat is wij.  De ik-vorm, dan zou je denken dat we te veel egoïst zijn.

Jullie zijn heel bescheiden.

ID: Kunnen we nog binnen Chris? (tot één van de werkmannen die aan de deur van het nieuwe gebouw aan het werken is).

U kunt met de deur in huis vallen.

ID: Ja.  Nog een geluk dat je goeie mensen aan de gemeente hebt die dat allemaal willen doen hé.  Ze openen zelfs de deur voor mij.

Ja, ze durven niet anders.

ID: Tochwel.

Aan de kant, de burgemeester is hier! Ja, het is een bouwwerf hé. 

ID: Ja, het is een bouwwerf, maar binnen enkele maanden zal dat heel goed ingericht worden, zodanig dat de mensen zich heel vlug thuis zullen kunnen voelen.  En dat wordt hier een beetje…(we gaan de trappen op en komen boven)... Die hoek daar, dat wordt een beetje mijn nieuwe verblijfplaats.  Om hier te komen werken. Dus het kantoor van de burgemeester zal hier zijn, hier boven.

Is het waar?

ID: Jajaja. Hier in die hoek.

Amai!

ID: Het ziet er nu nog groot uit hé, maar een keer dat het afgewerkt is zal dat wat minder…

En zal dat hier met een glazen wand zijn?

ID: Dat zal met wanden afgezet zijn, ajjajaja.

Een glazen deur of???

ID : Euh, glazen deur, er zit glas in.

Of zal hier niets van wand…

ID:  Jajaa, absoluut, absoluut, dat wordt nog heel goed ingericht.  Zodanig dat, als mensen bij mij op bezoek komen, er moet een huiselijke sfeer hangen.  Dat de mensen weten dat ze hier thuis komen.   Het is ook een gemeentehuis hé, het is geen burgemeestershuis.   Het is een gemeentehuis.

Huiselijk.  Ja misschien nog ergens een open haard of wat, of…

ID: We zullen het laten bij huiselijk…

En dan kunt u uw pantoffels hier aantrekken…

ID :  Waarom niet?  Dat vind ik nog een goed idee, dat de mensen onmiddellijk voelen van: we zijn hier thuis.  Dat vind ik nog een goed idee.

En ’s morgens kunt u hier vroeg in pyjama zitten.

ID:  Dat zou toch wel een beetje te veel zijn.

Kwestie van echt die huiselijke band te smeden.

ID:  Absoluut, maar een huiselijke sfeer kan je ook nog op een andere manier dinge, de manier waarop je mensen ontvangt.  Dat ze hier binnenkomen dat…   De stap naar een gemeentehuis is voor veel mensen al een drempel om te overwinnen.  Wel, die drempel moeten wij zo laag mogelijk houden, dat de mensen die hier binnenkomen…

Ja, u zit wel op een verdieping…U had dan beter beneden gezeten.

ID:  Maar ja, je hebt ook zicht op je gemeente dan.   Als je dan ziet, en als je dan een keer kijkt over je gemeente, dan stimuleert dat om een keer wat verder te doen hé (zicht op fabriek). Dat je zegt: we nog wat werk te doen hé.

Ja, mooi zeg.  Ik zie fabrieken…

ID:  Ja, absoluut, absoluut.

En u vindt dat een mooi zicht.     

ID: Dat is niet echt een mooi zicht, maar het is er nu eenmaal hé.

Slopen hé, burgemeester!

ID:  Dat zullen we die eigenaar maar niet aandoen,  iedereen heeft recht op zijn leven, iedereen heeft recht op zijn werk.

Ja maar ja, anderen het zicht ontnemen.

ID: Dat is de realiteit.  Mensen hebben daar volledig legaal kunnen gaan bouwen, goed ja, waarom niet?  Het verschaft ook werkgelegenheid aan de mensen hé.  En is dat niet denderend van zicht, ja, dan nemen dat er maar bij.  Er zijn nog veel mooie kantjes van de gemeente die we kunnen tonen dan enkel die toren, dat is nu eenmaal de realiteit. 

 

Terug in het oude gemeentehuis heerst er een gezellige drukte.  Alles is nogal krap bemeten, maar dat verhoogt zelfs de gezelligheid.

 

Dat is toch gezellig hier?

ID: Jaja…

Ik vind dat gezellig.

ID: Ja, maar op een manier, om een goeie administratie uit te bouwen is dat toch wel wat krap, wetend dat wij in de laatste vijf à zes jaar meer dan verdubbeling van het personeel gekregen hebben, zodanig dat je toch moet…die altijd in hetzelfde gebouw zitten.

Al uw personeel is verdubbeld.

ID: Het aantal!  Niet in kilo’s.  Dat zou ik hier niet durven zeggen ook, want dat zou wat anders zijn. 

 

Het is duidelijk, er is een nieuwe ruimte nodig.  Want die mensen zitten hier niet om te slapen, er dient gewerkt te worden.  Ook de burgemeester werkt hard.  En slaapt weinig.

 

ID : Nee, ik ben zelfs een heel slechte slaper.

Is het waar?

ID: Echt waar.  Ja.

Oei!

ID: Jajaja.  Drie, vier uur op een nacht zal meer dan voldoende zijn voor mij.   Ja.

En bent u dan niet constant oververmoeid?

ID: Neen.  Nee, nee, nee, ik heb ook niet meer behoefte dan dat.  Ik heb niet meer behoefte dan 3, 4 uur slaap, en dan ben ik opnieuw fit om er tegenaan te gaan voor de volgende dag.

Jaja, maar ze zeggen dat hé, dat eigenlijk de groten der aarde dat dat die zijn die weinig slapen omdat die meer tijd hebben om grootse daden te verrichten.

ID: Zo ja?  Daar had ik nog nooit bij stilgestaan..  Het is nu eenmaal een gegeven dat ik niet veel slaap ’s nachts, en dat ik de rest… Automatisch ben je met vele zaken bezig, en het moment dat je dan de slaap niet meer kunt vatten, dan ben je al bezig met plannen voor de volgende dagen.  En goed ja, dan kan je er wel vroeg aan beginnen in de morgen, dan dat je dat laat sluimeren hé. De morgenstond heeft goud… in de mond.

En hoe vroeg bent u uit de veren?

ID: Goh, meestal gebeurt het dat ik van… ja, als ik de slaap niet kan vatten, van 4u30, 5 u, al bezig ben met werken thuis. Ja, een burgemeester stopt niet hé, zijn taak.  En als je dan weet dat je bepaalde zaken nog moet voorbereiden, ja, dan kan je ze beter onmiddellijk voorbereiden dan dat je daar…

Amai!  En bent u dan degene die ’s morgensvroeg brood gaat… euh gaat halen, of euh…

ID: Neen, dat is een taak voor mijn vrouw.  Maar op zondag zou ik dat wel doen.  Op zondag zou ik wel efkes naar de bakker lopen om verse boterkoeken of verse broodjes te gaan ophalen.  Ja.  Dat lijkt me wel een keer leuk om dat te doen, dat is een keer iets anders hé.

Als u dan toch zo vroeg op bent.  Ik dacht…

ID:  Ja, we hebben gelukkiglijk nog een aantal bakkers die thuisbezoeken met een broodronde, en die steevast een broodje aan de deur zetten.  Maar op zondag lijkt me dat toch wel leuk om dat een keer te gaan doen.  Dat is een keer iets anders.  Dan kan je ook nog een keer tonen dat we niet enkel burgemeester zijn hé.

Ah, u doet dat om aan de mensen te tonen…

ID: Te tonen dat je een mens zijt zoals een ander hé.

Ah ja, dat hoort allemaal blij dat grote plan van ‘zie eens, ik ben menselijk’.

ID: Neenee, je gewoon gedragen zoals je zijt. 

 

Even later zijn we weer in het nieuwe gebouw waar de architect en de schepen van openbare werken een werkvergadering hebben en de burgemeester is nog altijd zijn betoog aan het afsteken over hoe gewoon hij wel is.

 

ID:  Je hoeft niet te veranderen als mens omdat je burgemeester zijt. We zitten toch niet op een ivoren toren toch.  Je blijft zoals je bent. En dat is ook iets dat je het langst uithoudt.  Je hoeft je levensstijl, je hoeft jezelf niet te veranderen omdat je nu opeens burgemeester geworden bent  Ik zeg altijd tegen de mensen: als het nodig is, ge weet dat de deur hier altijd open staat, kom maar binnen en vraag maar.

U zegt dat, maar ze staat niet open, of wel?

ID: Tochwel, ’s avonds.  Die deur staat open. Die weten dat.  Wanneer zij licht zien branden in mijn kantoor, weten zij dat, dat de deur open is en dat ze altijd mogen binnenkomen.  Praatje maken, lost soms veel op.  Dat wordt soms een keer vergeten hé, dat…

Dus, als we gewoon eens een praatje willen komen slaan…

ID: Een babbel, een losse babbel.  Geen probleem, wanneer dat je in Pittem komt, je mag altijd een keer binnenspringen.

En over wat dan zo?

ID: O, dat gaat over de zaken van de gemeente, maar dat gaat ook over eenvoudige zaken van mensenleven…

Het weer?

ID: Goh, het weer, maar ook over mensen die eens op een andere manier een babbel willen slaan, die ergens ja, een ruggensteuntje, die ergens in vertrouwen iets willen komen vertellen…

En de eenzamen, die mogen ook komen?

ID: De eenzamen mogen ook altijd binnenkomen.  De deur staat voor iedereen open hé.  We maken geen onderscheid, kleur, ras of stand.

Bent u eenzaam dus, allemaal naar Ivan Delaere!

ID: Ze mogen altijd komen praten.  Een praatje lost soms veel op, echt waar.  Dat gebeurt te weinig.  Het zou veel meer moeten gebeuren.

Ja, maar ik ken nog wel wat eenzamen.  Ik zal het zeggen.

ID: Stuur ze maar, geen probleem.  Een aangename babbel is altijd goed meegenomen.

Mijnheer den architect, mag ik efkes?

Architect: Ja.

Mijnheer de burgemeester komt daar boven te zitten.  Welke wand zit er eigenlijk tussen zijn bureau en de centrale ruimte?  Is dat een glazen wand?

Architect: Euh, naar de kant van de vide is dat een beglaasde wand.  En tussen de burelen onderling is dat eerder een gesloten wand.

Dus we zullen, u zult in een soort glazen huis zitten burgemeester.

ID: Glazen huis, jajaja.

Eigenlijk een aquarium!

Architect: Het zal eigenlijk een open gevoel geven, een open karakter.   Inderdaad, inderdaad, ja.

U zult zich als een vis in het water voelen, hier…

LM: Liefst in helder water, liefst in helder water..

Dat zal van uw politiek afhangen hé.

LM: Absoluut (lacht).  

Ah, u wist dat nog niet hé…

LM: Een glazen wand…

U zult dus in een glazen hok zitten hé. 

ID: Nog een keer het bewijs dat wij voor iedereen openstaan hé.  Het is een huis die voor iedereen openstaat. En als je dat allemaal met gesloten, donkere wanden doet, het geeft ook geen sfeer hé.

Het zal toch allemaal klaar zijn voor de verkiezingen?

Architect: Dat is toch de bedoeling.

Dat was toch ook de opdracht?

Architect: Ja, inderdaad, inderdaad.

ID: Hij kan het toch niet laten hé, hij kan het toch niet laten om te zeggen.  Blijkbaar liggen er veel meer wakker van de verkiezingen dan dat ik er zelf van wakker lig, zodus.

Ja maar, u zegt dat u nu al niet goed slaapt, u moet van iets wakker liggen hé.

ID: Wel, het zal niet van de verkiezingen zijn voor het moment.

Ah, hij is zo zeker dat het allemaal in orde komt … U moet zich toch niet haasten, het is in orde, het is in orde.

 

09:02 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-02-06

IVAN DELAERE : VADER VAN 5 KINDEREN

En vinden uw kinderen dat niet erg dat u zo weinig thuis bent?

ID: Nee. Nee, niet zo, die vinden dat niet erg.

Ze hebben u niet graag misschien?

ID: Tochwel.  Tochwel. Als vader thuis is, hebben ze dat heel graag.  Maar ze waren dat ook nog een stukje gewoon met mijn vroegere activiteit als bankier, dan had ik ook veel avondwerk, om de klanten thuis te gaan bezoeken, dus in feite daar is er niet veel verschil in.  Het is een andere activiteit dat je uitoefent. Maar uiteraard ja, soms mis je wel een keer dat gezinsleven.  Je ziet je kinderen groeien en bloeien en toch stel je bij jezelf vast ‘ik heb daar toch iets gemist’ of er is toch iets…, maar de binding anders tussen mezelf en mijn kinderen en onszelf, mijn vrouw en ik, die is heel goed. Die is heel goed, die staan erachter dat ik die aciviteit van burgemeester uitvoer.  Absoluut.

Ja, ook omdat ze daarmee kunnen pronken hé: pa is burgemeester.

ID: Nee, ik ben ervan overtuigd dat ze misschien wel fier zijn dat hun pa burgemeester is, maar dat ze daarmee hautain oplopen.   Nee.  Dat is zo niet bij ons.  In het huisgezin bij ons wordt alles eenvoudig, op een eenvoudige manier beleefd.   Dat ze terecht fier zijn, dat zal wel bij iedereen zo zijn zeker, als hun pa of ma een functie uitoefent die uitsteekt bij andere functies.  Dat zal allicht zo zijn.

22:44 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

IVAN DELAERE: BURGEMEESTER VAN PITTEM

Ivan Delaere is burgemeester van Pittem.  Hij is de burgemeester die ik deze week in Micro Zonder Zout mag volgen.  Mijn eerste ontmoeting met hem vond plaats in het gemeentehuis.  Daar hadden we dit gesprek:

 

Komt u hier eigenlijk elke dag naar het gemeentehuis?

ID: Bijna iedere dag, ja.

Bijna iedere dag. U lijkt niet zeker.

ID: Tochwel, tochwel.  De maandagavond, de dinsdagvoormiddag, de dinsdagavond, de woensdag de hele dag, de donderdagvoormiddag, de vrijdagnamiddag en het gebeurt tijdens het weekend ook, de zaterdag en de zondag.  Dus het is wel heel zeker dat ik hier ben.

Ah ja.  U hebt vaste uren eigenlijk?

ID: Er zijn vaste afspraken.

Dus men weet wanneer u hier te vinden bent.

ID: Vaste afspraakuren wanneer ik hier aanwezig ben.  Ik combineer dat een beetje met mijn werk op de bank.

En wat is er eigenlijk uw hoofdberoep?

ID: Bankier.

Bankier eigenlijk.

ID: Bankier. Met geld omgaan.  Jajaja.  Absoluut.  

Ik hoor het al rinkelen in uw broek.

ID: ’t Zit hier al, ik heb al mijn muntjes meegebracht.  Jaja, is mijn hoofberoep.  De combinatie is wel een beetje moeilijk, maar we zijn nog te jong om te stoppen met werken hé. 

U kunt het geld niet loslaten.

ID: Ge kunt dat zo zeggen.  Het is ook belangrijk in het leven hé, het geld.  Ik weet niet of je dat beseft.  Zonder geld ga je niet ver geraken.

Ah ja.  En ja, moet u graag geld zien om…

ID: Bankier te zijn?  Nee, de liefde voor het beroep is meer dan de liefde voor het geld hé.  Bankier zijn is ook een beetje een sociale functie hé.  Je bepaalt op zeker moment ook een beetje 

Ah, u bent er om de mensen te helpen.  Ook als bankier?

ID: Ook als bankier.    Helpen beslissingen in de financiële aspecten van het leven.

Zo kunnen ze het allemaal uitleggen hé.

ID: In feite moet je maar twee keer naar de bank komen hé in je leven.  Dat is wanneer dat je geld nodig hebt, en wanneer je geld te veel hebt.   En het is juist bij die momenten dat wij als bankier een rol spelen. 

U bent de goedheid zelve.

ID:   Dacht ik.  Nee, het is niet de bedoeling van de goedheid zelve te zijn, het is gewoon een stiel, stielliefde dat je doet hé.   Ja. 

Bent u eigenlijk van Pittem?

ID: Ik ben geen rasechte Pittemnaar.  Ik ben zoals men dat hier noemt een aangespoelde.  Een beetje term van aan de zee, maar ik ben eigenlijk afkomstig van Kuurne,…

Ah, de gemeente van de ezels.

ID: De gemeente van de ezels, ja.

En u bent naar de gemeente van de zotten gekomen.

ID: Ja.  Zo zou je het kunnen noemen.  De combinatie is misschien moeilijk te verstaan, maar zo zou je het kunnen noemen.   Maar ik ben daar ook fier van, dat ik van Kuurne ben.  Ik zal dat altijd blijven houden ook zo hé.  En dat weten ze hier in Pittem.  Ik ga nooit loochenen of zeggen dat ik van Kuurne ben.  Ik vind dat dat ook een eer is.    Het is ook een mooie gemeente, Kuurne.   Niet zo mooi als Pittem natuurlijk.  Mijn collega van Kuurne zal dat wel begrijpen.

Ja, u moet dat zeggen nu u burgemeester van Pittem bent.  Was u eigenlijk niet liever burgemeester van Kuurne geweest? 

ID:  Nee, niet zo direct.  Mijn ambitie was ook niet zo om burgemeester te worden in mijn leven. Dat is er ook gekomen door me een beetje sociaal in te werken op de gemeente, en op de duur begin je je ook een beetje te interesseren voor de politiek.  En dat is zo gekomen. Dat moet groeien.  Maar eigenlijk echt ambitie?  Volgens mij over twintig, dertig jaar moeten zeggen: ‘Ge wordt burgemeester in de gemeente, die ambitie was er nog niet.’  Wel een beetje de medewerker achter de schermen.  En dat is ook belangrijk voor bepaalde mensen.  Maar de ambitie, dat groeit.  En dat komt er van in je leven.

Het is u overkomen eigenlijk?

ID: Het is mij overkomen.  Laat het ons zo zeggen.  Absoluut.

Maar niet tegen uw zin?

ID  : Niet tegen mijn zin, op de duur niet, nee.

Op de duur?  Eerst wel?

ID: Integendeel. Nee, niet tegen mijn zin, maar dat groeit.  En op de duur krijg je daar de smaak van te pakken. Ik moet zeggen: het is een boeiende job hé, burgemeester zijn.  Echt boeiend.

Wat is daar zo leuk aan?

ID: Contact met de mensen, heel belangrijk. 

Jamaar, ik heb ook contact met de mensen, en ik ben geen burgemeester.

ID: Op dat moment, contact met de mensen is heel belangrijk, omdat u een stuk vertrouwen krijgt als burgemeester, ge krijgt vertrouwen bij de mensen als burgemeester.  En dat vertrouwen mag je niet beschamen uiteraard.   En als ik vertrouwen heb van mensen, dan komen ze bij u met allerlei aspecten.  Het gaat dan niet alleen over gemeentelijke aspecten, het gaat over menselijke aspecten.  En dat vind ik heel belangrijk en boeiend in die job.   Iedere burger die hier binnenkomt,  iedere persoon die mij contacteert, zit hier met andere problemen en komt over andere dingen praten. En dat maakt juist het boeiende,   het is steeds afwisselend. Het is geen dagelijkse sleur, het is niet saai, het is afwisselend.

Jamaar, het zijn altijd problemen, dat wel.

ID: Nee, niet altijd problemen.  Er zijn veel mensen die ook een keer hun dankbaarheid komen uitdrukken tegenover de burgemeester.

Ah, voor wat hij geregeld heeft.  Bedankt burgemeester voor het woordje daar…

ID: Voor wat dat hij geregeld heeft of een tussenkomst in bepaalde aspecten die belangrijk kan zijn voor de mensen.  En dat gaat niet over regelingen, maar het gaat soms over de mensen die willen praten over iets.   Het vertrouwen dat je dan geeft, en de dankbaarheid achteraf omdat een bepaalde zaak dan is kunnen, allez, voor hen uitgewerkt worden, ik vind dat ook heel belangrijk.  En dan af en toe een keer een dankuwel,  alhoewel dat in de politiek niet altijd zo evident is, maar dat doet een keer deugd zuh…

Ja?

ID: Absoluut. Een keer dank u wel krijgen, stimuleert ook om er iedere dag opnieuw aan te beginnen.  En dat vind ik wel ook belangrijk, dat doe ik ook voor andere mensen, een keer dank u wel zeggen voor hetgeen tegenover mij betekenen.  Je hoeft dat niet iedere dag te zeggen uiteraard.  Het moment dat je dat zegt, moet dat ook gemeend zijn, en dat is belangrijk  in het leven. Een keer kunnen zeggen ‘dank u’.

Dank u.

ID: Absoluut. 

Dank u.

ID: Graag gedaan.

Het doet deugd hé.

ID: Absoluut.

Ik zal het nog eens zeggen: dank u.

ID:  Ik vind dat heel goed.  Ik vind dat heel positief dat dat gebeurt in het leven.  Dat moet zo. 

Dank u.

ID:  Ge moogt niet te veel dank u zeggen…

Ah nee, ah je moet dat met mate doen.

Als je te veel ‘dank u’ zegt, op de duur is dat niet meer gemeend.  Kom dat over als… 

U zegt dus dat ik het niet meende? 

ID: Teveel dank u zeggen na mekaar… Een gemeende dank u…

Awel bedankt, dat is nogal proper.

ID: Ene keer is meer dan genoeg als het een gemeende is,  maar 30 keer dank u wel zeggen, op de duur dat is dan niet meer gemeend.

Ah ja, u zegt dat ik aan het faken ben.

ID: Neenee, u bent niet aan het faken, maar u bent wel…

Alleen vrouwen kunnen dat.

ID:  Dat zegt u.  Daar ga ik niet op ingaan.

Dank u. Dank u.

22:41 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

11-02-06

VOLGENDE WEEK IVAN DELAERE

1) De burgemeester van Pittem, Ivan Delaere, is eigenlijk van Kuurne afkomstig, de ezelsgemeente.  Maar doordat zotheid in Pittem ook wel geduld wordt, kon hij daar al vlug aarden.  Hij belandde er toen de bank waar hij werkte destijds een filiaalhouder zocht.  Het was in die gedaante dat hij het plaatselijke vrouwenvoetbal sponsorde.  En dat doet hij wellicht nog altijd.  In ieder geval, hij mocht er de aftrap geven voor de wedstrijd DVK Egem tegen Jabbeke.
 
2) Op Valentijnsdag hebben we het uiteraard over de liefde.  Valerie en Renaat weten ook wat liefde is.  Dat zagen we toen ze elkaar het jawoord gaven. De oma had zo haar twijfels bij de liefde.  Zij en haar man zijn 56 jaar getrouwd en ze zegt zelf dat ze het nooit meer zou overdoen.  Ook al bekent ze dat ze haar echtgenoot elke dag nog een beetje liever ziet.  Burgemeester Ivan Delaere is ook gelukkig getrouwd.  Met Linda Eggermont, met wie hij vijf kinderen heeft.
 
3) De burgemeester van Pittem is populair, zoveel is duidelijk.  Dat blijkt meteen wanneer je met hem onder de mensen komt.  En waar vind je mensen?  Op café bijvoorbeeld. Zo ook in De Kroon, vlak bij de kerk.  Daar zit onder meer Gisèle Gardeyn-Debever, moeder van profwielerrenner Gorik Gardeyn.  Zij is gemeenteraadslid en was in een vorig leven volksvertegenwoordiger.  Ze heeft eens stem als een klok.  Hang haar in de kerktoren en de kerk zal weer vol zitten.  Ze weet echt wel waar de klepel hangt.  En ze is niet de enige.  Want 'De Kroon' zit vol toogfilosofen.
 
4) Volgens burgemeester Ivan Delaere van Pittem is het personeel van zijn gemeente de laatste jaren verdubbeld.  Niet in omvang, maar wel in aantal.  Daarom is de gemeente Pittem achter het bestaande gemeentehuis een nieuw gebouw aan het optrekken; een nieuw administratief centrum.  En het zal heel toevallig kort voor de verkiezingen de deuren openen. Uiteraard komt er een gedenkplaat tegen de muur met daarop de naam van Ivan Delaere.  Ook al is hij heel bescheiden, zo zegt hij zelf. 

19:12 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-02-06

FOLKLORE IN POLLINKHOVE

Burgemeester, we zijn hier in Pollinkhove. 

LM: Ja, inderdaad.

U bent van hier.

LM: Ik ben van hier.

Hier bent u opgegroeid?

LM: Ik ben hier opgegroeid, inderdaad.  Ge kunt hier de stilte horen hé, vind je niet?

Ssst, ik zal eens luisteren.

LM: Ja, dat is magnifiek hé.

Ja, ik hoor ze, ik hoor ze, de stilte.

LM (lacht): Ja, dat is mooi.  Dat wordt binnenkort gerestaureerd, dus dat is een oude brouwerij en dat wordt gerestaureerd en de zaal erachter wordt ook helemaal gerenoveerd, dat is een totaalproject dat dit jaar toch wordt uitgevoerd.  De Concorde.

Ja, alles is hier zo precies gerestaureerd.  Dat is hier een pastorie en dat is het gemeentehuis.

LM: Dat was het vroegere gemeentehuis, ja.

Ja, het lijkt zo echt een beetje een prentjesboek hé.

LM: Het is mooi hé, ik vind dat mooi ja.  Mooi ja.

Alles is hier beschermd, u ook?

LM: Misschien binnenkort, dat weet ik niet, neenee.  Het eigene aan dit dorp is dat het tijdens de eerste wereldoorlog is blijven bestaan, het is dus niet gebombardeerd geweest, of zo goed als niet. Alles verderop naar de IJzer wel, en vandaar dat je ziet dat er hier nog veel huizen die dateren van voor de eerste wereldoorlog, en die dus op die manier blijven bestaan zijn.  Dat maakt het ook charmant, dat maakt het ook gezellig. En in die zin, Monumenten vindt dat waardevol, en probeert daar werk van te maken om dat te kunnen behouden. Lo ten andere ook, het dorp van Reninge centrum is ook beschermd, allez, ik vind dat wel de moeite om daar werk van te maken en dat ook…  De mensen beginnen dat ook te appreciëren. Dat werpt ook, naar de toeristen toe en de mensen die op bezoek komen, werpt dat toch wel zijn vruchten af hé, ja.  Het is duidelijk.  Maar het is hier inderdaad stil hé (klok begint te luiden). Grote kerken, dat hebben we, grote kerken.  De kerk van Noordschote is men aan het restaureren, deze kerk, het dossier is lopende, Reninge is gerestaureerd, een hele grote kerk, en de volgende fase, het dossier is nu opgesteld om Lo te restaureren.  Dus, voor een kleine gemeente als Lo-Reninge is dat een enorme opdracht toch wel hé.

Een rustig dorp kun je zeggen, maar je kunt ook zeggen: ‘Er valt hier geen zak te beleven.’

LM: Tochwel, tochwel.  Ja hoor, er zit een zekere dynamiek in dit dorp.

Wel een zak.

LM: Er is wat gebouwd, je kunt dat trouwens zien daar, er is wat gebouwd, nieuwbouw, daarachter, een nieuwe wijk, er is een school, een lagere school, hier wat verderop, er is een zeer goed draaiende feestcommissie, allez, jawel, het is…

Ah, er zijn ook mensen…

LM: Ja, er wonen hier ongeveer een zeshonderd mensen, denk ik.

Jong en levendig.

LM: Jawel, er zit dynamiek in.  Ja, er is hier ook een mis hé, om kwart voor elf, dezelfde pastoor als in Lo.  

Waar gaat u nu naartoe?

LM: Naar de Concorde. 

De Concorde?

LM: Dat is een zaal, dat is het lokaal ontmoetingscentrum.

En wat gebeurt er daar?

LM: Nu is daar algemene vergadering aan de gang van de Veurne Ambacht Schuttersvereniging.  Dus dat zijn al de schuttersverenigingen verenigd in een algemene vergadering, en elk jaar gaat de algemene vergadering door hier in Lo, enfin in Lo, en nu komen ze naar de Concorde in Pollinkhove. 

En waarom moet u daarbij zijn?

LM: Het stadsbestuur biedt hen elk jaar ook een drink aan.  Vandaar vraagt men dan de burgemeester omdat wij, enfin omdat te komen zeggen zeker?  Dat ze één mogen drinken.

Omdat ze niet alleen kunnen drinken?

LM: Omdat ze, enfin, ze mogen dus één drinken op de kosten van het stad.

 

De burgemeester gaat binnen in zaal Concorde, hangt zijn jas in de vestiaire en gaat naar voor waar alle bestuursleden, een collectie hoogbejaarden, aan een lange tafel in de richting van de zaal zitten te kijken.  Na hier en daar wat handjes te hebben geschud, neemt ook hij  plaats, centraal aan die tafel.  Iemand komt zeggen: de ouden burgemeester gaf altijd drie pinten, zegt die man in de zaal, en hij zegt: zeg maar dat die er een stuk of vijf geeft (burgemeester lacht).

LM: Ik weet niet hoe het verloopt, wat gebeurt er nu? 

Secretaris: Wel, er is een vergadering hier, zoals ieder jaar, dat we alles betalen, lidgeld, de kampioenschappen dat we inrichten, en die andere dingen, dat wordt al betaald nu, en we regelen nu ook al de schietingen, dat is heel de kalender...

LM: En dat is allemaal gebeurd al?

Secretaris: Neenee.

LM: Het moet nog gebeuren?

Secretaris: Dat is al op papier, maar het moet nu nog goedgekeurd zijn.

LM (tegen voorzitter naast hem) : Moet ik de micro geven?

Voorzitter: Hè?

LM: Moet ik de micro geven?

Voorzitter: Ja.

LM: Meuk ne kjè de micro èn voor Jan?

(Microfoon wordt aangereikt)

Hier is ie: de micro!

LM: (tegen de secretaris) Wiens ne micro is dat nu?  Ze hadden die van de gemeente gevraagd, maar ze hadden hem niet…. (maakt zijn zin niet af).

 

Een man loopt naar een oud gitaarversterkertje toe en zet het aan.  Vervolgens loopt hij naar de voorzitter en zegt: Stijf dichte tegen je mond houden. 

LM: Ik zou beginnen.

Voorzitter Jan: Beste vrienden allemaal.  Bedankt voor uw talrijke opkomst. 

Man: Dichte tegen je mond houden Jan, dichte tegen je mond houden.

Jan: We bedanken ook het gemeentebestuur, die verleden jaar ons goed gesteund heeft en we hopen dat de nieuwe burgemeester dat even goed doet (lacht)…

Wat bedoelt u? 

Jan: Steun.

U ziet dat vooral in drank?

Jan (lacht)  Ik ga het woord geven aan de burgemeester.

 

Een wel erg korte speech van de voorzitter.  Dan begint de burgemeester en je ziet en hoort meteen dat hij wel gewoon is om voor een publiek te spreken.

LM: Dank u wel mijnheer de voorzitter, mijnheer de secretaris, beste bestuursleden van Veurne Ambacht, beste leden van de algemene vergadering. Het is met veel plezier dat ik aanwezig ben op deze algemene vergadering.  En zoals de traditie wil, wordt u straks een drank aangeboden, of een drink aangeboden, door het stadsbestuur.

Jahhhhh!!!

LM: Dat is uiteraard met veel plezier dat dat gebeurt.

Eigenlijk moet u nu al niets meer zeggen.

LM: Neen, ik wil toch wel eens onderstrepen dat het bestuur van onze gemeente, van onze stad, ten volle staat achter de beide schuttersverenigingen die onze gemeente rijk is: de Sebastiaansgilde en de Willem Tell-gilde in Lo en in Reninge.  De laatste jaren is er serieus wat geïnvesteerd ook in infrastructuur: er is een nieuwe schietpers of een schietstand in Reninge, er is nu een nieuwe geplaatst in Lo, fin, men kan gebruik maken van de kantine, en binnenkort, fin, ik hoop dat het deze week hard vriest, dat je de tweede pers zult kunnen oprichten. (en zo gaat hij nog een tijdje door.  Heel vlot, bondig, boeiend en b... euh, ik ken geen bijvoeglijke naamwoorden met een b meer...  maar ook met een B, hij Besluit als volgt: )

 LM: Nog een prettige zondag, en hopelijk tot volgend jaar.

Jamaar, wacht, wacht, wacht: hoeveel drank geeft het stadsbestuur nu?

LM: Wij hebben, laat ons zeggen, we gaan beginnen met eentje.

De vorige burgemeester deed beter hé.

Praten allemaal door mekaar

De vorige burgemeester zou er vijf gegeven hebben.

LM: Fin, dat zou kunnen, maar ik denk het niet, ik denk het niet.

Allez, toch een applaus hé…

Applaudisserend publiek

LM: Is het aan de secretaris?

Secretaris: Ja.

LM: Alstublieft.

Secretaris: De overleden leden.

LM: Ah ja.

Secretaris: We hebben nu een beetje kunnen ons in het plezier zetten, maar ik heb toch een droevige taak te vervullen.  Het is te zeggen, zoals telken jaar een minuut stilte te vragen voor de overleden vrienden die ons verlaten hebben.  Ik zal ze afroepen: Buys Victor, Veurne, Desmyttere Jozef, Klerken, Gantois Hubert, Ieper Sebastian, Parrain Freddy, Vlamertinge,  Debergh Jozef, Lo, Carrein, Vlamertinge, Mevrouw Leo Baes, Stavel, en Denoo Florent, Boezinge.  Misschien zijn er nog, die we niet kennen.  Ik vraag een minuut stilte nu.

  

De minuut stilte duurt welgeteld 17 seconden.  Dan gaat de secretaris dapper verder: Ik dank u.  Iemand uit het publiek komt zeggen: 'Er is misschien een fout, het is Carrein, Vlamertinge. Freddy Parrain, die mens leeft nog wè, van Vlamertinge, jaja'.

 

Ze zeggen hier soms, de tijd staat hier stil, maar die minuut, dat was toch wel heel snel hé.

LM: Maar het is het idee dat telt hé.  Hé…

Secretaris: Ik ben bakker en die minuten zijn kort.

 

De secretaris neemt zijn dik boek, want hij gaat het verslag van vorig jaar aflezen…  Een lang verslag van wat er vorig jaar op de identieke vergadering gebeurde: niets.  Alleen zegt hij dat met heel, heel veel woorden.  Hij gaat zitten en neemt micro: Allo, nog een minuut stilte of meer…

Nog een minuut stilte.  Is er nog iemand dood?

Secretaris: Het is om te luisteren.  De algemene vergadering verleden jaar op 23 januari in de zaal Concorde Pollinkhove, met de toelating van burgemeester Frans Vanheule en tussenkomst van Pierre……

...

 

 Secretaris: Eén jaar voorbij zoals gewoontijds, enkele bestuurleden vroeg om negen uur op post, ook reeds enkele leden zijn vertegenwoordigd, de werkzaamheden kunnen aanvangen: lidkaarten, betalingen, kampioenschap…   Burgemeester Frans Vanheule is ook tegenwoordig, voorzitter Jan Destrooper opent de vergadering, traditionele welkomstwoorden en wensen alsook bedankingen voor de burgemeester, en de stad Lo, met …(hoest) secretaris krijgt het woord om met een minuut stilte de vrienden schutters die ons verlaten hebben te herdenken.....Dank aan mevrouw Simonne Delos, en Diane Vanassche, voor de bediening en ook voor de elektrieker die met de micro het verloop van de vergadering voor iedereen gemakkelijk te volgen maakte .  Dat is het verslag van de vergadering van vorig jaar.  Ik zal nu vragen of de schatbewaarder wil de toestand van de kas voorleggen.

 

Na een lange uiteenzetting met veel grote en kleine getallen, besluit de schatbewaarder: dat is tesamen 4165, min beginsaldo, een bonus van 290 €.

Amai!... Burgemeester, burgemeester, u moet al lang geen meer geven, ze hebben geld genoeg!

LM: Ja, inderdaad, maar ge moet wat geld over hebben, zodanig dat ge kunt werken hé.

Dienster: Ik zin bliede dat je het zegt dat ze geld genoeg hebben, ik ga ook mijn uren rekenen.

Ah ja, ’t is dadde.

Secretaris: Ik zal u nog de bijzonderste uitslagen geven van het voorbije seizoen.  Het kampioenschap van Veurne Ambacht kende een groot succes, er waren 126 schutters in Stavele…(de secretaris leest zijn informatie van op de achterzijde van een blad waar aan de andere kant een uitnodiging voor de jaarlijkse vergadering van de VLD-leden staat afgedrukt, met groot VLD-logo)

” secretaris: ‘De uitslag in Lo was dan ook de volgende: Staden C, euh, eerste, tweede, ja …’ 

Ja, mijnheer, wat is dat hier, is dat hier van de liberalen?

Gelach alom, maar de secretaris gaat onverstoorbaar verder.

Secretaris: De ploeg die won was Staden C en was Samyn Frans.

Secretaris: Aan de winnaars, proficiat!

Applaus…

Dat is hier van de concurrentie.

LM: Neen, maar dat papier wordt, dat is profijtig zijn, dat is verstandig.

Secretaris: Alles kunt dienen.

LM: Ja, dat is zeker.

Man in publiek:Als je zo profijtig bent, moet er wel zoveel geld in die kas zitten hé, kan niet anders hé.

 

Man van het bestuur komt voorstel doen om de prijs in alle kantines van de verschillende verenigingen die bij Veurne Ambacht zijn aangesloten dezelfde prijzen te laten aanrekenen.  Nu vraagt men in sommige kantines 1 €, in andere 1,10  € en er zijn er zelfs die 1,20 € zouden durven vragen.  En dus stelt hij de vergadering voor om een uniforme prijs aan te rekenen.

 

(vraag aan de burgemeester wat hij ervan denkt dat men de prijs wil opslaan)

LM: Ik weet niet of de vraag is om de prijs op te slaan, ik denk dat de vraag is om een uniforme prijs te hebben. 

Ja, opslaan hé.

 LM: Ik ga me daar in die discussie niet mengen, maar ik denk dat dat een redelijk voorstel is om te zeggen: ‘Overal even veel’.

Dus overal 1 €?  Ja, er zit toch al geld genoeg in kas hé.

LM: Ik weet niet hoe dat de discussie gevoerd wordt, secretaris.  Is het een moeilijke discussie.

Secretaris: Het is overal verschillend hé, ja natuurlijk hé, dat is niet overal dezelfde, maar door de band is het overal 1 € voor elke consumptie.

Ik vind dat ook, ik zou gaan voor 1 €.

Secretaris: Ja, maar het is te zien hoe …

LM: En hoe ga je de discussie nu voeren?

Secretaris: Ja? (steekt de hand in de hoogte).  Reacties hé, ik moet eerst reacties hebben om te weten…

LM: Ja. Misschien best een keer vragen of dat er reacties komen uit de zaal, of ga je daar niet aan beginnen? Jamaar, ge doet daarvan wat je wilt hé, secretaris.

Secretaris (neemt micro en zegt) : Allo?  De vraag is nu of iedereen zijn gedacht kan voortdoen, of dat iedereen wilt dezelfde prijs eisen voor gelijk welke consumatie. Het is te zeggen, ja, normaal is dat nu tegenwoordig overal één euro.  Zal het zo blijven of zullen ze 1,10 € vragen?  Het woord is aan de vergadering.

Nee, aan de burgemeester.  Wat denkt u burgemeester?

LM: Ik ga me in deze discussie niet mengen.  Dat is ook, ik maak geen deel uit van de algemene vergadering.

Maar ja, ze hebben zoveel in kas…

Secretaris: Jamaar neen, dat speelt geen rol.

Hoezo? Altijd maar meer geld.  Ik zag het, u bent duidelijk een VLD’er hé

Gelach.

De mijnheer die het voorstel ingediend heeft,  legt nog eens zijn voorstel uit.

Hij stelt voor om de vergadering te laten stemmen.  Om het bij wijze van handopsteking te laten gebeuren. ‘Vraag het aan de vergadering dat ze bij handopsteking hun akkoord verklaren.’ 

Secretaris: Hewel, we kunnen nu voor het ogenblik moeilijk een akkoord nemen, maar we zouden toch vragen dat de mogelijkheid dat degene die gedacht hebben bijvoorbeeld van te zeggen: ‘We zullen 1,10 € nemen, dat die rechtstaan en dat die willen bevestigen dat ze daarmee akkoord zijn.’  Zodus, wie wilt 1,10 €, staat recht.

De burgemeester blijft zitten… Hij heeft liever zijn drank goedkoop hé

Secretaris: Ik zie niemand rechtstaan. Zodus, ik zal zeggen, we zullen het laten zoals het is.

Burgemeester: Dat is politiek hé.

LM: Ik vind dat ook.  Dat is democratie, je hebt dat gezien hé, ik vind dat ook.

Secretaris : Zodus, alles blijft zoals het is, vermits er niet genoeg voorstanders zijn om de prijs te verhogen. We zullen voortgaan met de vergadering, het is te zeggen, het aflezen van de kalender van 2006.

09:03 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-02-06

 LODE MORLION: TELG UIT EEN GEZIN VAN 10

We gingen met burgemeester Lode Morlion een beetje alle hoeken van zijn gemeente bezoeken. Zo kwamen we in Reninge, in Lo, in Pollinkhove en in Noordschote natuurlijk.

 

En hier zitten we in Noordschote.

LM: Het is inderdaad NIET druk hé, ruimte, ruimte, ruimte.  Overal waar men kan kijken, ziet men…

Kerken.

LM : Dat hebben we zeker, dat hebben we zeker. Ieder dorp heeft zijn kerk.  En u ziet dat we bezig zijn met die kerk aan het restaureren.  Dat zal in orde zijn. Ondertussen is de toren al afgewerkt, de haan staat er al op.  De rest wordt nog afgewerkt, men is binnen bezig met een aantal inrichtingswerken en zo.    Een zeer zware investering ook voor de gemeente, maar allez het loont de moeite, en het zal mooi zijn.  En het geeft toch aan dat we de eigenheid van de dorpen die er zijn willen behouden en bewaren hé. Iets verder vindt ge de Broeken.  Dat is schitterend vind ik, dat is het natuurlijk overstroomgebied van de Ijzer, bij grote regenval staat dat soms compleet blank, het water staat bij wijze van spreken tot aan de kerk.  Maar daar vindt men inderdaad nog meer rust.  Nog meer rust, dat is buitengewoon eigenlijk.  Ik moet zeggen, wanneer dat onder water staat, met de ondergaande zon daarop, dat is…, enfin, ik moet ook toegeven dat dat voor de landbouwers niet altijd even prettig is, maar in de winter kan dat misschien minder kwaad, maar dat is magnifiek en dat is niet te evenaren.

 11 december 2005

Burgemeester komt aangewandeld (je ziet op de achtergrond de kerk van Noordschote), hij passeert en loopt naar het pad van de Broeken.  

 

LM: Dat is de Ieperlee die Ieper verbindt met de Ijzer, en die komt dus in de Ijzer ter hoogte van de Knokke-Brug, Fort Knokke, er is ooit een vestiging gebouwd door, enfin, er is ooit een vestiging gebouwd, er is daar niets meer van overgebleven, die gebouwd is door Vauban.

Door wie?

LM: Vauban.

Vauban?

LM: De… Ieper…  De vesting rond Ieper is ook gebouwd door Vauban. Maar daar vindt ge dus niets meer van. Nochtans is die site, rond de Knokke-Brug, ook beschermd door Monumenten en Landschappen.   En daar komt dus de Ieperlee in de IJzer, euh, maar er is dus ruimte, ruimte, ruimte.

Teveel eigenlijk,…
LM: Ik weet het niet.

Mocht u dat nu eens allemaal volbouwen?  Dan hebt u zoveel inwoners bij en bent u misschien…

LM: Nee, dat hebben we niet nodig, neenee.  Ik vind het prachtig zo.  Ik vind het mooi.

Ja?  Kunt u daar echt van genieten? Oprecht?

LM: Absoluut.

Ja maar, oprecht?

LM: Absoluut, ik kan daar echt van genieten, ja.

En doet u dat ook?  Komt u bijvoorbeeld vaak wandelen hier in…

LM: Goh, hier.  Langs de IJzer euh… Ik moet zeggen: ‘Lo Reninge’ is eigenlijk gedragen door water.  Of waterlopen.  Men heeft de Ijzer die dus dwars door Lo-Reninge loopt, men heeft dan de Lo-Vaart die dan ter hoogte van de Fin-Tele vertrekt richting Veurne-Nieuwpoort.  Dat is de ene arm, dan de Ijzer de tweede arm en dan de derde arm is dus van Knokke-Brug tot Ieper.  Dat is dus, de drie armen die eigenlijk gans de gemeente dragen. En ik vind dat schitterend.  Ja.   Allez, dat is euh… Nu dat is hier toch wel een euh…De Broeken, zoals men dat noemt, zijn toch wel een prachtig gebied.

Ik vind ‘De Hemden’ beter.

LM: U vindt wat beter?

De Hemden.

LM: Jajaja (lacht).

Ja maar nee, de Broeken, wat is dat eigenlijk, de Broeken?

LM: Dat is… de oorsprong,… Ik zou het niet weten, maar Broeken zijn dus overstroombare gebieden. En werkelijk als u, enfin, ge moet eens terugkomen als… Bij zware regenval staat dat hier compleet blank.  U ziet, water…

En dan verdrinken die schapen?

LM: Die schapen worden dan op het droge gebracht, uiteraard.  Maar ja, allez…   Vandaar dat wij, allez, dat is historisch en natuurlijk gegroeid, huizen hebben we weinig last van,  mensen waren vroeger zeker niet dom.  Ze bouwden zeker niet waar het laag gelegen was.  Wat nu in veel plaatsen dikwijls toch gebeurt.

Ah, mensen worden dommer?

LM: Men zoekt dus gronden die misschien minderwaardig zijn, waar dat men huizen op zet, of huizen in plant, en dan de gevolgen moet dragen wanneer er grote regenval is.  Gelukkig hebben wij dat op onze gemeente niet. Omzeggens geen last…   

U wil zeggen: bij ons zijn ze slim.

LM: Jajaja, gezond boerenverstand is dikwijls van groot belang, absoluut  (jeep passeert).

Je zou hier kunnen zeggen: heel mooi, maar je zou ook kunnen zeggen: niets, niets…

LM: Ja, dat kan ook mooi zijn.  Dat kan ook mooi zijn.  En ten andere, de wandelaars die hier komen, zullen dat zeker bevestigen.  Ik vind… Genieten van de stilte, en de rust en de weidse omgeving, vandaar dat de Westhoek in zijn totaliteit tochwel bij veel mensen in de smaak valt.  Iemand die uit het binnenland komt, de drukkere centra,  die verlangen daar naar hé, die zoeken dat op.  Onze gemeente  profiteert daar in die zin van, het fietstoerisme is hier geweldig in opgang.

Jaja, ik zie dat dat, al die fietsers, al die fietsers.

LM : Tuurlijk,  bij momenten uiteraard, zeker naar de zomer toe.   En daarvan profiteren we van de kust, mensen die aan de kust zijn, komen dan wel afgezakt naar onze gemeente, ja.    Zeker.

Ja, en masse hé.

LM: Hoe zegt u?

En masse, massaal.

LM: Massaal? Massaal is een groot woord,  maar allez, in grote getale, ja.  

Quad komt aangereden en passeert

Ja, de rust burgemeester, de wandelaars, de fietsers…

LM: Ja, ge moet dat natuurlijk erbij nemen.   De mensen moeten ook hun plezier hebben. Als dat op een rustige manier gebeurt.

Hoezo?  Wat?  Ik begrijp u niet. 

LM: (Lacht) Ja…

U bent eigenlijk zelf van de boerenbuiten hé.

LM: Ik ben een boerenzoon, ja.  Ja, ja.  Het zou moeilijk zijn denk ik om, fin, ik woon wel in het centrum, maar het is dus ook een dorp met stadsallures, of een stad met dorpsallures, euh, maar het zou moeilijk zijn, denk ik om in een druk centrum te wonen.   Het is goed voor een korte periode, maar niet voor euh… Nee.  Ik zou daar moeite mee hebben.

Maar waarom bent u dan bijvoorbeeld niet gaan boeren zelf?

LM: Dat is een pertinente vraag, maar dat was niet mijn grote droom.

Liever toch de handen niet vuilmaken.

LM: Goh, ik kan ze vuilmaken, maar boeren is toch wel een harde stiel.  Bovendien, fin dat zijn bepaalde keuzes die men maakt in het leven hé.   Blijkbaar was dat voor mij niet weggelegd, nee.    Ik vind het een mooie stiel, ik vind het een prachtige stiel, kunnen werken met de natuur, maar het is een harde stiel, het is moeilijk.

Maar thuis, moest u helpen op het land?

LM:  Wij moesten, ja, wij gingen ook naar school hé, maar toen dat we thuiskwamen, werd er toch gevraagd om een handje toe te steken.

En dus u bent gewoon van op het land te werken.

LM:  Het is intussen al heel lang geleden.  Ik tuinier wel ja.    Tijd is er dikwijls niet, maar ik probeer toch wel wat tijd te maken voor het kweken van groenten enzovoort, ja.  Dat is aangenaam.

En thuis was het een boerderij met…

LM: Varkens en koeien.  Uiteraard.

Kippen, schapen…

LM: Neen, schapen hadden we niet.  Vooral koeien en varkens.  Trouwens nog altijd zo.   Mijn broer is op de boerderij gebleven en heeft dat ondertussen uitgebouwd tot een euh… Fin, alle boerderijen die hier zijn, zijn intussen reuzebedrijven geworden.  Met veel koeien en veel varkens.   

Ah, er is een broer gebleven.  Ja, u komt van een immens grote familie hé.

LM: Wel, immens groot. Van een grote familie, ja.

Ja, toch immens groot.  Hoeveel kinderen waren er?

LM: Wij waren met tien thuis.

Immens grote familie.

LM: Ja, dat is groot ja.

En er is slechts één verder gaan boeren.

LM:  Er is één broer die thuis gebleven is.  Ik heb wel een zus die gehuwd is met een landbouwer.   En die dus ook in de landbouwsector zit, ja.  Maar anders neen.

En de anderen allemaal gaan studeren?

LM: Studeren ja.

Goh, het was een voorname boer eigenlijk?

LM:  Goh, als je dat voornaam noemt, ja.  Maar we hebben het geluk gehad van te mogen studeren of te kunnen studeren, en we hebben dat dus allemaal gedaan ook ja,....

Ja, want vroeger vooral deed men daar wel eens smalend over hé, het is van boeren.

LM: Maar hier, het is dus een landbouwgemeente, Lo-Reninge, ten andere, gans de Westhoek wordt bepaald door de landbouw.  In die zin, ik denk niet dat men daar nu nog zo over spreekt.  Het is een mooie stiel, het is een goeie stiel, het is zwaar voor het ogenblik, maar allez…   Men mag niet vergeten, landbouwers zijn vandaag bedrijfsleiders hé. Het zijn serieuze bedrijven geworden, en de mensen moeten hun bedrijf ook echt runnen als een bedrijf. Neenee, ik ben daar fier op.  Ja (

En de rest van de familie heeft, u zegt het, gestudeerd.   Zitten er zo nog mensen tussen op voorname posten en op serieuze functies en zo?

LM: De vraag is wat is een serieuze functie hé.

Ja, burgemeester is in ieder geval wel …

LM: Er is voorlopig maar één burgemeester, ik heb een zus die getrouwd is met een landbouwer in het Ieperse, die dus ook in de gemeenteraad zit, en gedreven ook hé.

Een communiste?

LM:  Nee, van dezelfde soort, van de goeie soort.  Politiek zijn ze allemaal redelijk, niet actief, maar ze kunnen er serieus over discussiëren.  De één al meer dan de andere, maar allez, er wordt wel wat over gepraat en van gedachten gewisseld.  Ja, maar ze zijn allemaal content, denk ik.  

En komen jullie nog vaak te samen?

LM:  Dat gebeurt regelmatig.  Mijn ouders leven ten andere ook nog.   Zeker met nieuwjaar waren we allemaal samen.  Het is moeilijk, soms moeilijk iedereen op hetzelfde moment.  Want met zoveel, iedereen heeft zijn eigen bezigheden. We proberen dat toch wa, nu en dan eens samen te komen, allemaal.

 

08:54 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

07-02-06

EEN ZONDAGVOORMIDDAG BIJ DE MORLIONS

Het is zondagvoormiddag en de Morlions, het gezin van kersvers burgemeester Lode Morlion en zijn echtgenote Karolien Destrooper, zitten te ontbijten. 

 

Er zijn eigenlijk drie kinderen, maar nu zijn er maar twee thuis.

LM: Er is nog één die op kot zit voor het ogenblik, die, ik hoop het, ferm aan het studren is.

Vrouw: Verzeker wel, want het zijn examens.

Ah jaja, is dat nu de tijd van de partiële examens?

Vrouw: De eindexamens.

U zit ook al in het hoger onderwijs?

Dochter: Ja.

Ah ja. Het zijn allemaal slimme kinderen dat u… herinner ik mij.

LM: Dat moet blijken.

Ja nee, wat deed ze ook alweer?  Er was eentje dat geneeskunde studeert, en eentje voor apotheker hé?

LM: Voor apotheker ja.

Allez ja, en welk eentje is dadde hier?

Dochter: Voor apotheker.

Burgemeester, als ze zulke studies doen, dan mogen we zeggen: het zijn intelligente kinderen.

LM: Het zijn geen dommeriken.  Nee, het is juist.  Neenee, ze doen hun best, ja, we zijn content.

Hij doet dat goed zo hé, de bescheiden man spelen, terwijl hij waarschijnlijk elders aan de toog gaat hangen: ‘Ja, mijn kinderen…’

Vrouw: Neenee, ik peins dat niet.

Nee?

Vrouw: Neenee (59’12”)

LM: Neen, ge moet altijd voorzichtig zijn hé, uiteindelijk zijn ze nog maar gestart hé.  Ze moeten nog een hele weg afleggen.

Vrouw: Ze moeten nog veel bewijzen. (59’19”)

LM: Maar ze doen hun best.

 

Bent u vlot door de studies gegaan?

LM: Ja, ja, ik mag niet klagen.

Het is eigenlijk toen u aan het studeren was dat u uw meisje hebt leren kennen, of…

LM: Mijn vrouw.

Uw vrouw.

LM: Euh, dat was in die periode.

Jullie deden dezelfde richting?

LM: Ja, het is ondertussen ook al 25 jaar geleden.

Jaja, waar is de tijd hé? Wat studeerden jullie precies?

LM: Kine.  We zijn alle twee kinesist.  En dat komt goed van pas nu.  Allez, in die zin, dat werk dat wat te veel is voor mij, kan ik doorgeven aan mijn vrouw…

Ah, dat komt goed van pas.

LM: Dat komt goed van pas.

JAja, eigenlijk wil ie zeggen van: ik kan mijn vrouw nu nog beter gebruiken.  Ik zei niet misbruiken hé burgemeester.

LM: Het is inderdaad zo dat dat goed van pas komt, anders zou dat moeilijk zijn.   Maar nu kunnen we dat, de praktische zaken en zo, goed oplossen hé.

Oplossen, ja.  U bent eigenlijk de dupe, mevrouw, van zijn politieke ambities.

Vrouw: Wel, dupe.

LM: Wel, een beetje ja, fin, het is een lelijk woord, de passe-partout.

Ja, en doordat jullie toch alle twee een heel serieuze beroepscarrière, beroepscarrière hebben, worden de kinderen waarschijnlijk toch een beetje verwaarloosd.

Dochter knikt.

Is het zo?  U zit zo uitbundig te knikken.

Dochter: Neen, het is niet waar.

Waarom knikt u dan?

Dochter: Maar ja, soms, maar ja.

Toch soms zo een beetje.

Dochter: Ja, ik heb toch op internaat gevlogen, zodus.  Omdat ik hier…

Och burgemeester, hebt u dat gedaan met uw kinderen?  Dat zou ik nooit doen met mijn kinderen.

LM: Dat geloof ik, ja.  Maar u woont waarschijnlijk niet op het platteland hé, dat is al het eerste probleem dikwijls, de afstand enzovoort.  En ook, ze zijn daar goed geweest, ze zijn daar goed geweest, ge ziet het dat ze goed uitgegroeid zijn, dus dat is niet echt een probleem geweest, nee.

En zit de zoon ook op internaat?

Zoon: Neen.

Vrouw: Een poging, maar, één trimester…

LM: De kleinste had het voordeel.

Wat studeert u?  Geneeskunde ook?

Zoon: Jajaja. Latijn-wiskunde.

LM: Hij gaat naar school.  Of hij studeert, dat is nog iets anders.  Maar hij gaat naar school in Veurne.  Het college.

Latijn-wiskunde.  Burgemeester, dat is studeren hé. Dat is…

LM: Jaja, fin, bij momenten doet hij zijn best.

Ja, het klinkt zo precies als…  Het is een strenge vader zeker?

Zoon (knikt van ja): Ja.

Strenger dan de moeder?

Zoon: Tochwel, ja.

De man van regels, wetten en discipline?

Zoon: Meestal.

Ja, is dat zo mevrouw?

Vrouw: Mmmm, tochwel, tochwel.

LM: Nee, maar het moet een beetje geregeld zijn hé, anders loopt alles in het honderd. Er moet zo een kader zijn, en binnen dat kader is er een…

(dochter trekt bedenkelijk gezicht).

Dat heeft hij nog gedaan waarschijnlijk?

(Hilariteit)

Dochter:  Ha ja, het is altijd een beetje ja…

Dat kader.  Daar is hij weer met zijn kader.

Dochter: Ja.

Ja?

Dochter: Ja, binnen het kader hé.

En, u lijkt niet helemaal akkoord?  Of u zou het kader liever wat groter zien?

Dochter: Ja, een groter kader.

Ja burgemeester, bent u zich daarvan bewust dat…?

LM: Ja, absoluut, maar ik denk, alles gaat redelijk, redelijk goed.   We kunnen niet klagen, we kunnen niet klagen.

Hebben jullie daar onder mekaar discussies over, over de grootte van het kader?

Vrouw: Neeneenee, neenee, dat is allemaal zo erg niet hé.

Maar wie is dan uiteindelijk de baas?

(kinderen wijzen naar hun moeder) Mama. (gelach)

Vrouw: De bemiddelaar.

LM: Neenee, de baas. Natuurlijk, dat zijn van die clichés hé, maar ik denk dat de beste gezinnen is, waar dat de vrouw de baas is.  Enfin, de baas.  Maar dat is een kwestie van overeenkomen hé.  ER moeten daarvoor geen grote discussies zijn, maar proberen de beste manier te vinden om het op een vlotte manier te doen draaien hé.  Dat is eigenlijk de bedoeling. (tegen zijn dochter) Ge zijt gij wel stijf beleefd zo hé.  Die mens stelt hier constant vragen en gij zit hier constant in je gazette te lezen.

Zie je?  Daar wijst hij weer op hé: beleefdheid, orde, regels.

Dochter: Ja, binnen het kader hé.

 Ja, jullie beide ouders zijn kinesisten, jullie krijgen vaak massages dan?

Dochter: Nee, iedereen denkt dat, maar dat is niet zo.

Nee?

Dochter: Ze hebben dan geen tijd of geen zin meer om nog een keer hun kinderen te verwennen.

Zoon: Ik zit constant met pijn en zij willen mij niet masseren.

Maar het zal al wel gebeurd zijn, wie is er de beste masseur, wie heeft er de beste handen?

Dochter: Maar dat doet papa niet bij ons.  Als er dan toch iemand masseert, is het mama.

Zoon: Ik denk dat mama iets zachter is.

Burgemeester…

LM: Het is logisch zeker.  Vrouwenhanden zijn waarschijnlijk toch wel iets zachter dan…

De kinderen zo eens verwennen…  Nee?

LM: JA, ik weet niet of ze daar zo mee…(lacht).

Allez, legt u eens, papa zal u eens verwennen.

LM: Ik denk dat dat… euh, mmm, dat zouden ze niet appreciëren, denk ik..

 En verwent ie u wel eens?  Allez, ik moet hier niet te intiem worden, maar als… maar ik bedoel, allez, als jullie dan toch beiden die opleiding hebben, gebeurt het…? Ja, je hebt wel eens ongemakken, is het een goeie masseur?

Vrouw: (trekt gek gezicht)

Het is reclame voor het bedrijf hé, komaan!

Vrouw: Jaja, een hele goeie.  (telefoon rinkelt en hij staat recht)

Hij zal zich diplomatisch terugtrekken nu.

LM: Allo?  Ja.

Vrouw: Oma.

Is het de oma?

Vrouw: Ja.

LM (legt neer):  Ge kunt dat dus goed horen hé.

Vrouw: Ook zonder telefoon.

LM: Dus euh… allez, ik wil niet ambetant zijn, maar 9u30 begint de mis.

Iedere zondag werkelijk?

Vrouw: Elke zondag.

LM: Ja.

Uit overtuiging of meer uit politiek bewustzijn?

LM: Neeneenee.

Vrouw: Neenee, uit overtuiging. Het is al heel zijn leven.  Hé.

Hé Thomas?  Thomas gaat mee hé.

Van moeten?

Vrouw: Hij is nog maar pas gestopt met misdienaar.  Hé Thomas?  Hij is altijd misdienaar.

Jongeman, vrees niet, ik ben ook misdienaar geweest, het is ook nog goed gekomen met mij.

Vrouw: Allez, eet maar uw boterham op, dat we niet te laat komen.(stil fluisterend)

Thomas moet.  Moet u ook?

Dochter: Euh neen, ik zit in den blok, zodus.

U hebt een vrijstelling.

Dochter: Ja.  Tijdens de examens moeten we niet mee naar de mis de zondag.

Dat is de goeie kant aan de examens dan?

Dochter: Hewel ja, ja.

Waarom verplichten jullie de kinderen om naar de mis te gaan?

LM: Goh, verplichten, dat is misschien een groot woord hé.  Ze leggen dat uit als verplichting…

Ja, zo heet dat hé, als kind legde ik dat ook zo uit.

LM: Ja, maar we zitten opnieuw met dat kader, en dus binnen dat kader past het dat je meegaat naar de mis hé.  Fin, tot dat het niet meer… Er gaat een periode komen waarschijnlijk dat ze zelf gaan moeten kiezen. Maar nu, hij is nog maar vijftien hé.  Dus euh…

En wanneer wordt dat, op welke leeftijd wordt dat ka, dat kader ietsje ruimer?

LM: De tijd wijst dat uit, maar dat gaat vanzelf gaan.  We gaan daar niet te veel discussie meer rond voeren ook hé.

Niet meer?  Daar zijn al veel discussies rond geweest?

LM: Neen.

Vrouw: De oudste moeten altijd een beetje de baan maken hé.  Jij hebt het al gemakkelijker gehad, en hij gaat het nog gemakkelijker hebben hé.

Zoon: Ja, vind je dat?

LM: Maar we wonen in een dorp, allez dorp, het is een stad, maar het zijn dus kleine kernen met kleine parochies, waar dat er toch nog wel veel mensen naar de mis gaan.

Jamaar ja, nee, je kunt zoiets uit overtuiging doen, of je kunt zoiets doen… Bijvoorbeeld, ik had daar vaak discussies over met mijn vader. Ik zei dan: waarom moet ik naar de mis gaan?  Ja, omdat we gaan!  En ik zei dan: waarom gaan we?  Omdat mijn vader ging. En ik zei dan: maar dat is toch geen reden!

Vrouw: Van thuis uit ook wel.

LM: Ja, inderdaad.

JAja, zie je, dat is zoiets van, dat zijn tradities.

LM: Een stuk traditie, maar ik vind dat dat een goed begin is van de week, we zijn dat gewoon zo, dat is natuurlijk één van de redenen.  Twee, overtuiging ook, anders hou je dat niet vol, en allez, we voelen ons daar goed bij, dus wij gaan dus elke week naar de mis.  Als de tijd het toelaat uiteraard.  Dus bijvoorbeeld vandaag kan ik niet.Dat is al het eerste probleem.

Jamaar, burgemeester, als u dan toch overtuigd bent, zou u moeten zeggen van: luister, dat is een vereiste, en ik maak geen uitzondering voor niemand, voor niets.  Of misschien bent u toch niet helemaal overtuigd?

LM: Jawel, jawel, jawel. (lacht).  Maar overmacht, soms, dat is moeilijk hé.

God zal wel begrijpen dat u een druk bezet politicus bent.

LM: Absoluut, ik denk niet dat dat een probleem is. Uiteraard.

Hoelang zijn jullie nu eigenlijk samen?

LM: Gehuwd?

Ja, gehuwd en samen?

Vrouw: In april gaat het 23 jaar zijn.

LM: Gehuwd.

Vrouw: Gehuwd.

LM: Ja, maar samen, zegt ie.  25?  24?

Vrouw: Het laatste jaar dat je… Jij was afgestudeerd.

Ah, hij heeft gewacht tot na zijn studies?

Vrouw: Jaja, maar we hebben altijd samen in de studentenclub en zo gezeten hé.

Ah ja, jullie kenden elkaar al langer…

LM: Karolien, je moet niet alles vertellen wè…(lacht en mompelt)

Dat is toch mooi burgemeester?

LM: Jaja.  Ja maar, ik ken dat.

Ik vroeg niet of u nog veel andere gehad hebt.

LM: Nee.  Neenee

Ja, u antwoordt er nu wel op, maar ik vroeg het niet.

Mevrouw, wanneer begint de mis?

Vrouw: Om half tien, we gaan moeten doorgaan.

Maar ja, als vrouw van de burgemeester mag u wel iets te laat komen, dat de mensen zien dat u binnenkomt.

Vrouw: Neeneenee, liever niet.  Ik ga stillekes op mijn toppen binnen.

Burgemeester, en als u gaat, gaat u dan helemaal vooraan in de mis zitten?

LM: Wij zitten helemaal… Maar dat is niet omdat ik burgemeester ben, dat is altijd zo…

U moet gezien zijn hé?

LM: Neeneenee, onze plaats is al jaren vast.  En dat is inderdaad een beetje rechts vooraan. Rechts aan de kant wel.

Niet links, rechts!

LM: Rechts.  Dat is juist, rechts vooraan.

Niet centrum, eigenlijk rechts.

LM: Neenee.  We zitten rechts, we denken niet altijd rechts.  Dat is juist, ja .

Neen, maar dat is belangrijk.  Bij ons, toen ik naar de kerk ging, toen zat de bourgeoisie ook altijd vooraan, ook rechts.

LM: (lacht)  We zitten bij alle mensen, proberen daar zeker geen onderscheid in te maken.

20:35 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

LODE MORLION IS DE OPVOLGER VAN FRANS VANHEULE

Burgemeester Frans Vanheule doet op zaterdag 11 februari officieel afstand van zijn burgemeesterstitel op een groot afscheidsfeest in Lo-Reninge.  Ik volgde zijn opvolger Lode Morlion toen hij een uitnodiging voor dat feest ging overhandigen aan de burgemeester.  Het was mevrouw Vanheule die de deur opendeed.

 

LM: Dag Anna, is de burgemeester thuis?  Mogen we binnenkomen?...

Mijnheer de burgemeester, u zegt: ‘Is de burgemeester thuis?’, maar u bent zelf de burgemeester.  Neen u bent niet thuis, want u bent hier.

LM: Dat is pure gewoonte, en uiteindelijk ook als, fin, het is altijd mijn baas geweest en in die zin spreek ik nog altijd van burgemeester hé.  Gelijk wanneer ik hem zie spreek ik van burgemeester.

Vanheule: Dag Lode.  ‘Dag burgemeester,’ moet ik zeggen hé.  Ik ga dat moeten leren.  ‘Dag burgemeester’.

Dag burgemeester!

Vanheule: Dag.  Het is de burgemeester op pensioen hoor, dat hier.

Ja, het lijkt wel een plaag.  Iedereen dat ik hier zie is burgemeester.

LM: Maar binnenkort wordt hij ereburgemeester. Iemand met zoveel ervaring, ge komt dat ook niet elke dag tegen.  41 jaar in de politiek, waarvan elf jaar burgemeester.  Allez, in het Frans zeggen ze: ‘Il faut le faire hein’.  

Vanheule: 41 jaar gezeteld en sedert 14 dagen zetel ik nog meer nu. (lacht)

Vanheule: Burgemeester, ge meugt gie zitten, k’en kik nog nie…

LM: Dank u burgemeester.

Ah, jullie gaan nu gewoon zo verder gaan, burgemeester zeggen tegen mekaar?

LM: Ik moet zeggen, dat is vanzelf, ik was zes jaar voorzitter van het OCMW, ik heb altijd burgemeester gezegd, en dat is burgemeester gebleven, gelijk op welke moment, dat is uit gewoonte.

Vanheule: Jaja.

LM: Maar ook uit respect voor de positie van.

Vanheule: Tegen mijn voorgangers zei ik dat ook.  Ik heb Jerome Simon gekend als burgemeester, en ik bleef kik zeggen ‘Jerome’, euh ‘burgemeester’.  Tegen Roger Simon natuurlijk ook.

En wat zult u zeggen tegen de burgemeester?

LM: Hewel, ik kwam binnen en hij zei ‘Lode’, maar ik vind dat sympathiek.

Vanheule: Ge moogt het niet kwalijk nemen, maar ik heb gezeid dat ik het nog moet gewoon worden.  Het is de bedoeling van te zeggen ‘burgemeester’.  Ik ga mijn les goed leren.

LM: Jamaar, dat is geen probleem daar juist. 

Vanheule: Het doet een beetje aardig dat wij hier van weerskanten zeggen ‘burgemeester’.

LM: Ik kan daar niets aan doen, dat is pure gewoonte.  Pure gewoonte.  Fin, het is een goeie gewoonte.

En u zegt: ‘Ik vind het een kwestie van respect van hem met zijn titel aan te spreken’, dus u verwacht dat misschien ook een beetje van de mensen, kwestie van respect dat ze…

LM: Dat is niet, dat is niet, ik begrijp wat je wilt zeggen.  Maar dat is niet, uiteindelijk is dat niet, mensen zijn daar niet in verplicht.  Maar ik moet zeggen, burgemeester Vanheule is ook een beetje ouder, en ouderdom dwingt ook een klein beetje respect af hé.  Dat is duidelijk.  Maar ik moet dat ook nog verdienen hé.

Oud en wijs zeggen ze hé.

Vanheule: Oud en wijs, hopelijk, hopelijk.

LM: Ik moet dat ook nog verdienen hé, en vandaar dat dat… allez, daar zit er nog wel wat verschil in.

Vanheule: Zij je nog altijd en rodage, burgemeester? 

LM: We zijn nog en rodage, ja.  Jajaja.  Fin, een dag met een keer.

Vanheule: En ik ben aan het zoeken nog een beetje of ik het nuttig zal kunnen doorbrengen.  Je loopt in het begin een beetje onwennig rond.   Vooral in de voormiddag hé. 

LM: Ja, anders kwam je een keer naar de gemeente hé, ja.

Vanheule: Maar ’s avonds heb ik geen probleem, dan heb ik mijn toneel.  Ik zijn weer hele avonds weg hé.

LM: Ha, de burgemeester is dus een…

Vanheule: Ik zijn ook toneelspeler hé…

LM: Een semi-professionele toneelspeler. Heel zijn leven.  En nu speelt…

Vanheule: Slisse en Cesar hé. 

LM: Slisse en Cesar.

Vanheule: En de rol van Slisse hé.  Kijk hier, 62 bladzijden (lacht).

LM: Dus hij heeft daar nu de hoofdrol, hij moet daarin niet van de scène komen hé, hé burgemeester?

Vanheule: Nee, het is juist.  Kijk hier.

En kent u het al een beetje?

Vanheule: Wel, het eerste bedrijf ken ik al.  Ik heb het al een keer een beetje geleerd van de voornoene en deze namiddag.

Er zitten daar veel moppen in zeker?

Vanheule: Jaja, jaja.

Zitten er goeie in?

Vanheule: Mmm, ja, toch af en toe zo.  Maar dan in verband met het stuk, niet om aan je te vertellen. Jajajaja.  Er staat onder andere iets in van een schoolmeester bijvoorbeeld.

LM: ‘k Heb eigenlijk, kijk burgemeester, ik heb die uitnodiging mee voor… Dus, binnenkort wordt er een afscheid gevierd, het dankfeest voor burgemeester Vanheule:  En…

Een tankfeest?

LM: Een dankfeest omwille van het feit dat hij zich 41 jaar ten dienste heeft gesteld van Lo-Reninge.

Vanheule: Vroeger was er sprake dat ze een nieuwe weg gingen leggen, en dat was dan de Vanheule-Weg.

Had u niet liever een andere gehad?

Vanheule: Neenee, het was juist omdat het Lode was dat ik ergens plaats gemaakt heb.

Ah, voor een andere zou u het niet gedaan hebben?

Vanheule: Mo, niet zo direct.

LM: Allez bedankt.

Vanheule: Gewoon omdat het een waardige opvolger…

Ja? Wat is er zo goed aan Lode?

LM: Dat is delicaat hé burgemeester.

Vanheule: Het was al vijf jaar dat ik hem kende, en ik zegge: blijkbaar gaat dat nu niet meer uit de hand lopen hé.

Had ik het geluk gehad om u vijf jaar te kennen, dan was ik misschien burgemeester geweest.

Vanheule: Dat was mogelijk, die mogelijkheid zat daar ook in, ja.  Ja, ja, ja.  En hoe gaat dat hé.

U bent een hele tijd burgemeester geweest van Lo-Reninge.

Vanheule: Ik ga ne keer zeggen, het is dus 41 jaar dat ik in het schepencollege en burge… Dus elf jaar burgemeester geweest.  24 jaar schepen eerst, van ’64 tot… en dan zes jaar OCMW-voorzitter, om een keer alles doorlopen te hebben, en dan elf jaar burgemeester, en dan denk je dat je het allemaal een beetje weet, gow.  Dat denk je wel hé.

Ja, er is veel veranderd waarschijnlijk.

Vanheule: Ba joat hé. Ik heb veel werk gedaan, maar ik heb er ook nog veel overgelaten.

LM: Jaja, dat weten we wel.  We gaan nog goed weten wat te doen.

Vanheule: Ja, er is veel gedaan gewist, maar we hebben er nog veel overgelaten ook hé. Maar we wisten van elkaar hé.  Dus het is niets… Allez, er gaan geen lijken uit de kast vallen hé, burgemeester.  Dat is ook al veel hé.  Dat je zo geen kerkhof achterlaat.

LM: Ik heb daar alle vertrouwen in.  Maar het is natuurlijk niet evident hé, een burgemeester vervangen die 41 jaar in de politiek is geweest, waarvan elf jaar als burgemeester.  Allez, ik moet zeggen, dat is, ik kan goed voorstellen dat dat voor mij een verandering is, maar dat is voor mensen die werken met de burgemeester ook een grote verandering hé.  Zowel in de administratie als …  iedereen die bij de gemeente betrokken is, dat gaat een beetje aanpassing vragen hé.

En zijn jullie een beetje dezelfde types zo, of?

LM: Allez, ik peins, redelijk rustige… Rustig, wil ik zeggen, we proberen overeen te komen, en niet te veel…

Vanheule: Het gematigde type.  Het gematigde type.

LM: Voila, dat is het juiste…

Vanheule: Dat is het juiste woord.

LM: Het gematigde type

Vanheule: Burgemeester, je leert dat ook wè. Een beetje, dat je niet altijd rechtuit je stekels rechtzet. Heb je ook geen deugd van hé.

LM: Het gematigde type, dat is een goeie omschrijving.

Vanheule: Levenservaring en…

Maar u zit bijvoorbeeld in het plaatselijk toneel, ja, dan neem ik meteen aan dat u zo’n bekend volksfiguur bent.  Bent u dat ook?

LM: Ik speel geen toneel.  Ik kan dat niet.

Vanheule: Jamaar, dat zal hij nu wel spelen hé.  Dat moet je ook kunnen hé.  Niet altijd op de scène hé.   Ik denk dat ik dat heel mijn leven een beetje gedaan heb, toneel gespeeld.  Dat zegt mijn vrouw toch.

LM: Maar we gaan… Ja maar, op dat vlak heeft de burgemeester hele grote capaciteiten hé.  Ik moet dat nog… Ik zeg, ik moet nog vele leren hé.

Vanheule: En een beetje bekendheid verworven daardoor hé.

Door dat toneel?

Vanheule: Welja, als je dat al ieder jaar doet, en ah ja…

U zou beter ook toneel beginnen spelen.

Vanheule: Ja, maar hij moet door zijn werk geraken hé.  Ik moet zeggen dat de werkdruk nu ook veel groter is…

Ah, en daarom bent u ermee gestopt…

Vanheule: En hij doet hij ook nog… ‘k Ga ne keer zeggen: ik was eigenlijk op rust hé.  Ik was eigenlijk landbouwer op rust.  Dan kun je een beetje… Maar als je moet patiënten nog… Ja, het is eigenlijk zo hé.

Ja, hij zal ze verwaarlozen hé.

LM: Neenee.

Neenee, zijn vrouw zal ze overnemen.  Zijn vrouw zal nogal werk hebben…

Vanheule: En wij zijn natuurlijk, ik en mijn vrouw, veertig jaar samen, omdat ik nooit veel thuis geweest ben, hebben we nooit niet veel geen ruzie gemaakt.   Dat is ook een voordeel hé.

Maar u was wel veel thuis met uw vrouw, u hebt waarschijnlijk wel heel veel ruzie gemaakt?

LM: Neenee…

Vanheule: ‘k Geloof dat er stijf veel anders is.

LM: Het is stil waar dat het nooit waait ook hé. 

Vanheule: Het moogt luchten, maar het moogt geen trekgat zijn, want er heeft daar niemand deugd van hé.

LM: Het is waar.

 Bent u er nu zo helemaal uit, of raadplegen jullie mekaar zo nog wat?

Vanheule: Nee, ik ga dat nog een beetje volgen, maar niet meer mij gaan moeien. LM: Nee, maar dat belet niet als er een keer een probleem, of ooit een keer een idee, of een keer een mening wordt vereist, dat we nog een keer contact nemen met de burgemeester nog.  Want uiteindelijk, ik heb het nog gezegd in mijn afscheidsspeech in de gemeenteraad, hij heeft een enorme politieke intelligentie.   Hé, hij weet goed, allez, wie kent het politieke bedrijf van binnen en van buiten hé?  Iemand die zo lang in de politiek gezeten heeft.

Vanheule: Dat is gegroeid hé.  Toen we daar aan begonnen was dat natuurlijk in veel mindere mate, maar stelselmatig, meer alle soorten papieren, ja, stijf veranderd he…

Zult u het missen?

Vanheule: Welja, als je dat graag gedaan hebt, inderdaad hé.   Ja.  Maar als je dat binnen twee jaar moet doen, je mist dat ook hé, jah… Allez. 

LM: Ja, ik kan me dat voorstellen.  

Vanheule: Het is zo hé.

LM: (Diepe zucht).

Vanheule: Je mist dat natuurlijk, ja.

En waarom bent u nu afgetreden?  Een beetje uit politieke redenen? 

Vanheule: Hewel ja, dat ze gereed gestart zijn naar de nieuwe verkiezingen toe.  Een beetje rails gezet.  Als de burgemeester kan vertrekken als burgemeester naar een verkiezing, heeft hij een voordeel.  Dat is een voordeel.  Hé, een burgemeester die aan de verkiezingen…

LM: Absoluut.  Absoluut.

Ja, dat is mooi van de burgemeester hé. 

LM: Absoluut.  Ja, maar dat appreciëren wij ten volle.

Vanheule: Maar dat was eigenlijk de bedoeling, ik had dat ook eigenlijk altijd zo gezegd.  Ik heb ook woord gehouden, ik heb daar niet vele geen ruchtbaarheid van gemaakt.

Maar was u toch niet liever gebleven, nog efkes zo?

Vanheule: Boh ja, inderdaad.  Maar allez, ik vind het toch niet spijtig dat ik die stap gezet heb.  Ik denk dat de mensen dat ook appreciëren ergens.

LM: Jaja, absoluut.

Ja, vooral die ene mens daar.

LM: Ja, uiteraard, uiteraard ben ik content, hé burgemeester.

Vanheule: Maar je ziet wel dat hij het ziet zitten hé, en terecht. …Ja, de tijd gaat eigenlijk vlug hé.  Ik ben begonnen in het jaar ’64, aan 41 jaar, het is niet te geloven dat dat… Maar er is ook een heel verschil, ik heb dat vroeger al dikwijls gezeid, naar de verloning toe.  Ik had vroeger 740 frank, voor schepen, voor eerste schepen te zijn. Het is waar.

Dat is niet mis.

Vanheule: Nee, tegen dat ik een keer de brandweer getrakteerd had, was ik het kwijt.

LM: Ja, het is iets anders nu hé.

Goh, nu!

Vanheule: Maar het is waar. Maar het was ook nodig hé, dat ze die die meest betaald waren verhoogden, de anderen hadden al veel.  Is het geen waar Lode?  Ze moesten de andere niet vervijfvoudigen hé.  En ik moet eerlijk zijn, het heeft ook een beetje mijn pensioen goed gemaakt.  Die laatste jaren.  Ik moet eerlijk zijn. Het is zo.  Dat ging nog niet zo.  Ze zeggen: ge moet het niet doen voor het geld, maar er is toch vele uren werk aan hé.

Het is dat: voor wat hoort wat hé.

Vanheule: Als je moet zeggen, een voormiddag daarmee bezig zijt, en dan nog ’s avonds, ge kent dat wel hé.  Maar ik zegge: er zijn veel aangename kanten ook hé.  Het is otomets een keer …Ge moet dat een beetje daarbij nemen hé.

Allez hoort ge het, er zijn veel aangename kanten aan.

LM: dat weet ik, dat weet ik. 

Vanheule: 85 %,  85 %.  De andere 15 moet je…

LM: Allez, dat zijn toch van die wijsheden dat burgemeester Vanheule goed kent en dat je toch moet proberen mee te nemen hé.  Dat is inderdaad zo, in hoofdzaak is dat aangenaam, maar 15 %...

Vanheule: Ja, moet je daar dan bij nemen. 

LM: Maar fulltime burgemeester zijn, dat zou een plezier zijn hé.

Vanheule: Wel, ik was dat eigenlijk hé.

LM: Ja.  De burgemeester was op pensioen hé.

Vanheule: Ik was ik op pensioen hé, ik ging overal naartoe waar dat ik kon.  Maar als je natuurlijk nog een beetje… je andere zaken moeten ook euh…

LM: We moeten overeenkomen hé, thuis.

Maar ja, de mensen van Lo-Reninge zullen dat toch voelen. Ze zijn nu een fulltime-burgemeester gewoon, en nu komt er een parttime-burgemeester.

LM: Dat gaat iets anders zijn, ja.  Maar naar bereikbaarheid toe is dat geen probleem, uiteraard, email, en telefoon, dat is helemaal geen probleem.

Hier te lande?  Email en telefoon?

LM: Dat is zeker (gsm gaat af) Hier ze,kijk voila.

 

Die sjerp die u elf jaar gedragen hebt, hebt u die dan moeten afstaan?

Vanheule: Nee, ik heb dat mogen houden, ik mag dat houden hé.

Ah ja, u mag die houden.

Vanheule: Ja, en voor Lode is er een nieuwe besteld geweest.

U hebt er dus ook al één.

LM: Ik heb er al één.

Vanheule: Normaal, als je dan dood gaat, ze leggen dat dan op je kist zo hé.

Serieus?

LM: Ja, burgemeester, dat is nog te vroeg hé voor mij.

Vanheule: Ja, ge weet dat zelve niet, ge gaat moeten zien dat jullie dat niet vergeten (lacht).

Allez, dat zal er ook opliggen bij u.

LM: Goh, dat is het laatste waar ik aan denk, maar inderdaad dat zou wel kunnen, maar hopelijk nog niet voor direct.

Vanheule: Ik zeg dat nu een keer, alle gekheid op een stokje hé.

  

Vanheule : Ja, ik heb in de tijd nog, ik heb nog 22 jaar brandweer geweest. 

Wanneer deed u dat…?

Vanheule: Ik had een stiel, als je landbouwer zijt, dat je thuis zijt hé.  Als er iets gebeurt.  Maar mensen die gaan gaan werken, die kweet niet waar zijn, die kunnen zomaar niet hé…

Ja, hij had nochtans ook de kans om landbouwer te worden hé.

Vanheule: Ja, maar ze waren met tien thuis, het ging moeilijk zijn dat het juist hem zou zijn.

Met tien?  Serieus?

LM: Ja.

Vanheule: ‘k Zegge, het ging moeten juist passen, Lode, dat jij juist het lotje trok hé.

LM: Ja, ik heb het gezegd, ik vond dat een mooie stiel, magnifiek, maar het was blijkbaar niet voor mij weggelegd.

Vanheule: Ja, dat is zo.

Maar ik wist niet dat hij met tien was thuis.

Vanheule: Jajaja.

En waar kwam u zo in…

LM: Ik was nummer zeven.  Nummer zeven.  Het is een schoon nummer hé, nummer zeven.

Vanheule: En vader was schepen bij mij.  We hebben tegare in het schepencollege gezeten.

Ah ja, en een beetje hetzelfde karakter zo?  Ook gematigd?

Vanheule: Ja, maar toch de zoon nog iets gematigder denk ik.  Zonder kwaad te zeggen van de mensen hé.

LM: Jajaja, absoluut.

VAnheule: Het is zo.

LM: Iedere vogel zingt zoals ie gebekt is hé.

Vanheule: Recht voor de vuist, maar ja, dat was… Ja, ik heb zo, ge moet zeggen, zes, zeven schepencolleges gehad.  Iedere keer met andere mensen hé.

Van tien?  Een gezin van tien?  Dat is toch ook niet meer van deze tijd hé?

LM: Dat is inderdaad niet meer van deze tijd.

Vanheule: En dan nog de zevende en toch nog mooi uitgegroeid hé.

JAja, u laat het klinken alsof u dat niet verwacht had.

Vanheule (lacht): Zo zal het wel zijn.

 

En wat heeft dat gedaan met u, opgroeien in een gezin van tien?

Word je daar sociaal flexibeler door?

LM: Ik weet het niet.

Word je daar gemoedelijker door?

LM: Maar dat is karakter… Eigen aan uw karakter. Dat wordt wel voor een stuk gevormd maar uiteindelijk heb je dat toch mee van bij de geboorte, peins ik hé.  Maar ge wordt toch wel een beetje gevormd in die zin dat je sociaal leert op te stellen ook hé.  Rekening houden met een ander ook.  Soms een keer vechten voor, allez, dat is misschien lelijk gezegd hé, voor je brokke.

Vanheule: Ze zeggen dat hé, als je uit een bende komt.

LM: Maar ik moet zeggen, dat heeft altijd heel rustig verlopen.  Nooit geen oorlog gevoerd.

Gematigd, wat moet ik daar nog onder verstaan? Rustig?  Zich zelden opwindend?

Vanheule: Ja, niet extreem zo.

LM: Ja, eerst een beetje de situatie trachten te overschouwen, dan een oordeel proberen te vormen en dat dan naar buiten brengen, en ook een beetje zoveel mogelijk rekening proberen te houden met andere mensen ook hé, met andere meningen.

Vanheule: Uiteindelijk is het toch een mooie titel hé, burgemeester.  Hé, het is een mooie titel hé.  De gouverneur zegt nog altijd dat hij nog liever burgemeester was of gouverneur.

LM: Ja, dichter bij de bevolking hé.

Ja, maar ik weet niet of…

Vanheule: hij zeult wel overal rond nu, maar…

Ik weet niet of u alles moet geloven wat de gouverneur zegt hoor.

LM: Hewel, als burgemeester zijn we toch verplicht om te volgen of te luisteren naar wat ie zegt hé.

Vanheule: Dat is toch een beetje de Koning van West-Vlaanderen hé.  Dat is niet de koning van België, maar…

11 februari, het grote afscheidsfeest. Dat zal toch wel een raar moment voor u zijn zeker?

Vanheule: Ja, ik denk dat wel, jaja.  Ik ga me eerst eens laten masseren, peis ik.  Allez, dat ik me een beetje fit voel zo.

LM: Schoon hé.

Vanheule: Ja, het is schoon.

Het is te hopen dat ze dat voor u ook zullen doen hé.

LM: Het is te hopen dat het nog niet direct moet gebeuren, dat we nog een beetje respijt hebben.

 

 

Even later zitten ze nog naar de uitnodiging te kijken, en zijn ze aan het praten over het aandeel van de vrouw in het burgemeestersschap.  Lode Morlion is net aan het zeggen dat zijn vrouw die net als hij kinesist is veel van zijn werk moet overnemen.  Het wordt heel druk voor haar, zegt hij.

 

Vanheule: Maar ze gaat zij dat allemaal gewoon worden wè, burgemeester.  Ze zal zij dikwijls een keer moeten je hemd strijken en kijken ‘wat ga je vandaag aandoen?’  Dat was hier ook zo wè.  Mijn vrouw, zeg ze, ik heb hier meer werk, zeg ze… We hadden vier kinderen. Ze heeft meer werk aan mij gehad, dan aan mijn vier jongens.  Mijn hemden strijken, en ik kom dan naar beneden: ‘Wat heb je daar nu aan?’  Ik weer naar boven achter wat anders.

Is dat ook zo bij u?

LM: Neen, niet direct, maar ik vraag het ook wel eens of in het orde is.. 

Vanheule: Ja. Ge komt beneden: ‘wat heb je daar nu aan?’  Frans weer naar boven natuurlijk….    Allez, dat ziet er heel mooi uit.

U komt toch?

Vanheule: Ik zal al de reste schrappen op mijn agenda, ik ga dat voor pakken.

En  mag iedereen in de gemeente komen?

LM: Iedereen is uitgenodigd.

Iedereen is uitgenodigd? 

LM: Iedereen.  Schoon hé.  Zo veel mogelijk.  Hoe meer volk, hoe liever.  Dat is de bedoeling.

10:19 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-02-06

LODE MORLION : DE 50ste BURGEMEESTER!!!

Lode Morlion is de vijftigste burgemeester die in de reeks 'Micro Zonder Zout' aan bod komt. 

 

 

 

Dat wil zeggen dat u maandag de 197ste, dinsdag de 198ste, woensdag de 199ste en donderdag de 200ste aflevering van 'Micro Zonder Zout - de Burgemeesters' te zien krijgt.  Daarin zijn natuurlijk niet de 10 compilatieafleveringen meegerekend die kort voor nieuwjaar uitgezonden werden.  Wat u juist in de afleveringen van deze week te zien krijgt, leest u wanneer u even naar beneden scrollt, want daar vindt u een overzicht van de afleveringen voor deze week.  Maar uiteraard leest u hier de komende dagen nog allerlei uittreksels uit de gesprekken die ik tijdens de opnamen met de burgemeester had.

22:53 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

03-02-06

DE LO-pers van LO-RENINGE

Burgemeester Lode Morlion loopt samen met zijn maten Wim, Luc en Jo iedere maandag 7 à 10 kilometer.  Ze vertrekken om 20 uur aan zijn huis in de Weststraat 18.  Maar hun looptochten eindigen nogal dikwijls in Café De Vate op de markt.  Zo ook die avond.

…Lopen voor de gezondheid, maar dan meteen weer ja…

LM: Dorst lessen.

Jo: Het verloren vocht willen wij terug weer opnemen hé.

LM: Maar we lopen inderdaad om toch wel een beetje in conditie te blijven hé.  Allez, de één loopt beter dan de andere.  De een loopt beter dan de andere, Wim, tuurlijk.

En nu met het burgemeestersschap, het zal moeilijk zijn zeker om euh….

LM: We proberen dat toch een beetje in ere te houden hé.  Inderdaad, het zal niet altijd gemakkelijk zijn, maar als we het kunnen beperken in tijd, da’s geen probleem.

Jo: En regen of niet, dat is geen probleem, het is een eend, het loopt er zo af hé.

Begint hij nog geen streken te krijgen nu hij burgemeester is?  Is er een verschil?

Jo: Een vos verliest zijn haren, maar zijn streken niet.(lacht)

Maar misschien heeft ie nieuwe streken in de plaats.

Jo: Dat moeten we nog zien.  Allez, Lode, santé hé.

LM: Gezondheid hé jong, gezondheid.

U mag nog Lode zeggen, u mag nog altijd Lode zeggen.

Jo: Jajaja, dat gaan we blijven zeggen.  Het blijft een onderonsje hé, of hij burgemeester is of niet, ons maakt dat eigenlijk niet zoveel uit.

LM: Maar het is belangrijk van een beetje in conditie te blijven hé, een beetje, de calorieën die we opgedaan hebben het voorbije weekend.

Jo: De vorige burgemeester deed dat ook hé, zware recepties, maar ’s adnerdaags s’ morgens zat hij op de fiets hé.

En is het werkelijk iedere week?

Ja.

Altijd op maandag?

LM: Ja.

Jo: Altijd op maandag. Vroeger liepen er tien, nu is er dat nog een zes of zeven.

LM: Elke week.

En zo gewoon hier op de markt?

LM: Dat eindigt dikwijls op de markt, maar euh (lacht)

Nee, waar lopen jullie dan eigenlijk?

LM: O, hier, te velde, te lande.

Luc: Fintele.

LM: Langs de Lo-vaart meestal.

Luc: Het is prachtig hé.

Dan zien jullie toch geen steek?

LM: Wablief?

Dan zien jullie toch geen steek?

LM: Neen, maar enfin, dat valt mee.

Jo: Eigenlijk lopen we graag in het donker, liefst door de velden, Pollinkhove, Fintele, een toer langs de vaart, de IJzer, en dan terug naar hier.

Lieve: Hij heeft katogen.

Jo: en in het donker zijn alle katten…

En wie is er de beste loper van de bende?

Luc: Ik ben de oudste.

LM: (lacht) Pas op hé nu, pas op hé.  Maar we zijn mekaar waard Jo, als we eerlijk zijn.

JO: Natuurlijk, hoe meer kilootjes er bij komen, hoe moeilijker dat het wordt hé.

LM: Nee, het is eigenlijk voor het plezier, maar een spurtje komt er toch altijd bij.

 Jo:  Onze vijfde man Jan is weggebleven, maar Wim heeft nu zijn hond mee.  En die staat nog het dulst van al.

Dat is om te zien waar jullie lopen eigenlijk?

Wim: Gewoon om wat kalm te houden overdag.  

Burgemeester, in Bredene gaat de burgemeester fietsen en op de duur heeft hij zo een groot peleton, peleton rond zich gevormd.  Is dat ook de bedoeling dat u dat lopen misschien gaat hypen en op de duur misschien met een…

LM: Ik moet zeggen, dat gebeurt, dat we aan het lopen zijn, dat we de een en ander tegenkomen. Fin,   ze sluiten zich aan bij onze groep, maar het is niet de bedoeling dat we met vijftig man op stap gaan de maandagavond, neeneenee.   Maar ik zou het iedereen aanraden.

Wim: Als we dan…

LM: Wablief?

Wim: Als we dan met vijftig man naar hier komen.

LM: Ja, dat zou natuurlijk niet slecht zijn voor Lieve.  Maar ze kunnen dat anders ook doen.  Maar het is aan te raden hé, een beetje sport, een beetje in beweging zijn.

Dus om welk uur vertrekken jullie?  Waar?

LM: Laten we zeggen: de maandagavond in de Weststraat.

In de Weststraat nummer 18.

LM: Nummer achttien.

En welk uur vertrekken jullie precies?

LM: Ten achten.

Luc: 20 uur.

Volgende keer staan daar 300 man.

LM: Met veel plezier, met veel plezier.  Ja, want dat is ondertussen hoeveel jaar?

Luc: Ja, jij was eigenlijk de eerste hé.  Ik ben er maar later bij gekomen.  Allemaal eigenlijk.

LM:  Vijftien jaar, zestien jaar.  Elke maandagvond.

En nog nooit ruzie gehad?

Wim: Nooit lang.  Altijd uitgepraat (lacht).

LM: Neen.  Als je dat drinkt, maak je meestal geen ruzie ook hé.  Hé Jo?

Jo: Ba gow.

LM:  Meningsverschillen.  Meningsverschillen.  We hebben niet altijd hetzelfde gedacht hé, maar...

Ah, ze stemmen niet voor u?

LM: Het is hen geraden, maar dat weet ik dus niet hé.

Jo: Innerlijk heeft hij toch nog zijn twijfels.

LM: Ik verwacht dat wel natuurlijk.  Allez, jullie weten dat nu hé. Nee, ruzie maken we niet, het is puur plezier.

 

LM: Dus Wim levert de nodige euh omdat we het zolang zouden kunnen uithouden (lacht).

Jo: Ik zit in de veevoeding.  Lode masseert…

Ja, u levert misschien ook één en ander. 

Jo:  Lode dus masseert nog  en mocht het ooit slecht gaan met ons, Luc is penning… euh secretaris bij het OCMW.

Luc: in het slechtste geval weten ze al de weg

LM: We gaan nooit iets te kort hebben hé Luc.

Vreest u nu toch niet een beetje, u hebt het vijftien jaar volgehouden met die mannen, dat er misschien door die nieuwe wending in uw carrière dat er misschien toch een einde aan komt?

LM: Een einde gaat er niet aan komen, denk ik.  Maar het zal moeilijk worden nu en dan hé.   Nu en dan eens een uurtje er tussen, dat moet wel lukken.  Peis je het niet Luc?

Luc: Zeker weten.  Tijd maken hé, tijd maken.

LM: Ja, en gaat het om acht uur niet, dan om zeven uur.

Jo: Ik denk wel, meer en meer vergaderingen, ook nu dat je burgemeester bent.  We gaan hem wel eens minder zien. Hij zal wel eens meer brossen.  Wij gaan door, van Lode weten we het nog niet zo zeker.

Het zou kunnen zijn dat u binnenkort gewoon niet meer mee kunt.

Jo: Ja, ook al.

LM: Nee, ik heb zeker nog wat overschot.

Jo: Dan hebben we nog, dan laten we die hond achteraan los.

LM: Neen, maar Wim vindt ook dat ik wat overschot heb.  Hé Wim?

Wim: Ja, je kunt op karakter lopen ook hé.

Jo: Overschot in kilo’s hé.

Of zijn daar pilletjes voor?

Wim: Voor in noodgevallen.

LM: We kunnen ons nog wenden voor de nodige vitaminen bij Wim.

Ja, is het zo: u zorgt voor de pillen en hij voor de massages dan?

Wim: Zijn vrouw is ook kinesiste hé.

U bedoelt: liever door zijn vrouw dan?

Wim: Als ik moet kiezen.

 

Jo is net als de burgemeester van Pollinkhove afkomstig. 

U kent hem dus van toen hij nog een kind was?

Jo: Van kindsbeen af.

Luc: Ze hebben nog samen op kot gezeten.

Jo: Een goeie jongen, altijd welgezind. Altijd welgezind. Je mag er mee doen wat je wilt, hij zal altijd blijven lachen.

LM: Dat betwijfel ik toch, maar we doen altijd ons best.

Serieus?

Jo: Een heel goeie jongen, zeker.

Wie is er zo de lawaaimaker van de bende, is dat de burgemeester?

Jo: Hij heeft een ferme klok. Ja.  Hij heeft een goeie klok.

Jamaar neen, het ziet er mij zo’n hele rustige, stille jongen uit eigenlijk.

LM: In se wel ja.

Jo: Neenee, is hij helemaal niet. 

Luc:  En macht erotiseert zeker of zoiets?

Jo: Karolien gaat hem moeten aan de koord houden.

LM: Geen probleem.

Hij straalt al merkelijk meer sex uit dan euh….

Jo: Dat zie ik niet hoor.

Luc: Jaja, hij straalt iets uit.

Jo: Dat zie ik niet hoor.  We weten alleen niet wat.

Luc: Vragen aan de cafébazin.

Jo: Lieve, wat straalt hij uit?

Merkt u daar al iets van?

Lieve: Hij ziet er lief uit, jong en vriendelijk.

 Is hij al een beetje veranderd?  Is hij al een beetje veranderd sinds hij burgemeester is?

Lieve:  Hij is droefder geworden.  Gow, niet droever. Prettig.  Hij fleurt meer op sedert dat hij burgemeester is.

Luc: We gaan nog eentje drinken zeker.

LM: Lieve, nog een pintje!

Hij protesteert niet lang hé.

Lieve: Nooit geweest.

Jo: Neen, maar het is beter dan pillen slikken wè.  Jaja.  Macht erotiseert.   Nog niet gewaar geweest?

LM: Neen.

Jo: Hij is nog niet lange burgemeester hé.  Het kan nog komen hé.

LM: Het is dadde.

Jo: Ja, mannen kicken op knappe vrouwen en vrouwen kicken op mannen met macht.

Wim: En die iets ouder en rijper zijn.

LM: Wie? De vrouwen?  Ah, de vrouwen kicken op oudere mannen.  Ah ja.  

Er staan mooie tijden in het verschiet, zo te horen.

LM: Blijkbaar wel, ja.  Ja, hoewel ja, we gaan het rustig houden.

Weet je wat hij me probeerde wijs te maken, dat hij het allemaal doet om de mensen te helpen.

Luc: Ah, dat is nieuw (lacht).

LM: Nochtans, allez…

Wim: Primair misschien wel hé.

Jo: Primair? Wim, dat is verstandig gesproken. Primair.

LM: Neenee, je kunt daarover blijven discussiëren hé, waarom doet een mens dat?

Jo: Ah ja maar, dat is een wisselwerking hé.  Als je ze helpt, stemmen ze voor je, help je ze niet, dan laten ze je vallen.

LM: Jaja, maar waarom doe je aan politiek?  Voor de mensen te helpen?

Jo: Een zekere ambitie, en vooral in de eerste plaats interesse.  Interesse.

Cafébazin: Ge zit daar in zonder dat je het weet hé.

Wim: Waarom doe je voors?

Jo: Ik denk interesse en al bij al, ik denk, het heeft zijn onaangename kanten, maar dat er ook aangename kanten zijn: Veel contacten, euh, recepties, euh, het plezier van het één en het ander te kunnen regelen voor de mensen, maar er komt ook veel papier en administratie bij.  Maar daarvoor, ja, heb je een goeie administratie hé.

Het is een positie die niet te benijden is hé, op veel vlakken.

Jo: Soms wel en soms niet.  Ja, ja.

LM: Wanneer dat het slecht gaat is het niet…

Jo: We dwingen hem niet hé, hij doet het vrijwillig.

Ja, het is dat hé… Maar anderzijds, zou u het willen doen?

Jo: Nee, nee, in de commerce moet je neutraal zijn.

Ja, maar ja, hij is ook zelfstandig.

Jo: Ja, euh, ja, maar ondertussen is dat de neventak geworden hé.

Ah, het is al zover.  En zijn vrouw dan?  Die zou ook wel eens cliënten kunnen verliezen dan.

LM:  Los van het feit dat je commerce doet, zou je het willen doen?

Jo: De nationale politiek boeit me, maar om actief te zijn in de lokale politiek…

LM: Wil ie zeggen ‘lokale politiek de vuilbak in gewoon’.  Dat is eigenlijk maar…

Jo: Ik volg de politiek met grote interesse, maar dat is wel, dat is genoeg.

LM: Dat is genoeg, ja.

 Als het verkiezingen zijn, schakelt u die… Zijn jullie… Zijn jullie dan deel van de plakploeg.

Jo: Absoluut niet.

LM: Nee.

Ah, dat zijn andere maten dan?

LM: Dat is totaal gescheiden.  Uiteindelijk, zoals dat Jo zegt, over politiek wordt er in principe niet gesproken.

Maar dat zou toch goed uitkomen?

LM: We zijn bezig met andere dingen.

Er moet geplakt worden, gepapt en wat nog zo meer.

Jo: Dat hij daarvoor maar zijn familie, en zijn politieke omgeving inschakelt, daar doen wij niet aan mee.  Nee.

Ah, hij weet dat hij daar niet moet mee aankomen.

LM: Nee, en ik heb het hen nog nooit gevraagd.

Wim: het is niet ons eerste…

LM: fin, het is totaal gescheiden en eigenlijk vind ik dat wel goed.  We zijn bezig over andere dingen.  Hé Jo.

Jo: Jaja, vertel maar.

LM: Gelijk dat ik zei: maatschappelijke problemen trachten op te lossen, discussiëren over…

Jullie zijn eigenlijk een bende lopende filosofen.

Luc: Een beetje wel, jaja, maar dat is waar.

LM: Allez Wim, geef een keer toe, zeg …

 Jo: Hoe meer er gedronken is, hoe meer er gefilosofeerd wordt. Maar het niveau is natuurlijk wat anders hé.  Maar ik denk dat hij burgemeester wordt van een welvarende gemeente. Lo is een beetje het centrum tussen Ieper, Poperinge, Veurne en Diksmuide.

Zo te horen het middelpunt van de wereld?

Jo: Het middelpunt van de westhoek misschien.  Er wordt gebouwd, de ambachtelijke zones bloeien. Ja, ik denk dat het een leuke job is om burgemeester te zijn van een voorspoedige gemeente.

LM: Zeker, dat is goed gezeid, Jo.  Enfin, ik kan het niet beter zeggen.

Luc: Eigenlijk had Jo moeten burgemeester zijn, als je het allemaal hoort.

Wim: Hij zou willen woordvoerder zijn.

LM: Woordvoerder.  Maar hij kan het dus niet beter zeggen, inderdaad, burgemeester zijn van Lo-Reninge, het is een hele aangename job.  Een aangename gemeente om burgemeester van te zijn.

Ja, u kunt moeilijk zeggen dat het een onaangename gemeente is om burgemeester van te zijn.

LM: Ja, dat is ook waar.

Wim: Hij zou dan zwijgen hé.

LM: Ik zou dan zwijgen, ja.

Jullie gaan gewoonlijk lopen gevolgd door een pintje of meerdere pintjes.  Wat duurt eigenlijk het langst: het lopen of de nazorg?

Wim: We kunnen rap lopen hé.

 LM: Zoals dat Wim zegt, we kunnen inderdaad rap lopen, vandaar dat hetgeen er na volgt, de tijd iets langer is, maar we zijn verstandig.  Uiteindelijk zijn we verstandig hé.

Jo: Maar we proberen ook in dat lopen een beetje variatie te brengen.  In de zomer dus plant elk van ons een tournee op verplaatsing, dan gaan we, dat kan zwemmen zijn in de zee en dan lopen, of in het Heuvelland gaan lopen, en dan de Kapellekensbaan doen, we proberen het ook een beetje boeiend te houden.

Ah ja, het is eigenlijk echt een clubje zo.

LM: We noemen ons niet graag een clubje.

Jo: Het moet blijven boeien als je wilt dat het blijft duren hé, en ik denk dat het zal blijven duren.  Ja, we zijn vrienden.

Stel, het is een clubje en we moeten het clubje een naam geven?

LM: Ja, we hebben daar al dikwijls eens over nagedacht hé.

Jo: We noemen ons de Lopers.

Wim: Een beetje simpel natuurlijk, maar we kwamen niet overeen in een naam.

De Reninge Lopers.

LM: Lo-Reninge Lopers.  Ah, de Reninge Lo-pers.  (lacht)  Ja, zo zou je het nog kunnen, jajaja.

Wim: We hebben eigenlijk liefst dat er niet geklapt wordt over ons hé.

 

22:03 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

WACKA BOOS OP KAMA

Burgemeester Marc Wackenier van Alveringem is sinds kort voorzitter van Het Vlaamse Kruis regio Westhoek-Poperinge.  Het is zo dat we in Stavele terechtkwamen, waar de vrijwilligers van het Vlaamse Kruis de ambulances wekelijks poetsen en ontsmetten.
 

 MW: Als ge in dat bestuur niet actief bent, dan kunt ge u dat niet voorstellen wat dat die mensen eigenlijk doen.  En ik zeg het: pro deo hé, dat is nog het belangrijkste.  Men heeft altijd de mond vol van naastenliefde en solidariteit, maar er wordt heel veel naastenliefde bedreven en solidariteit, zonder dat er van gesproken wordt.  En dat is hier het levende bewijs.  In de westhoek, in het uiterste stukje van de westhoek.  Daar ligt Frankrijk. 

Ja, ik zie het liggen. 

MW: De streek waar Kamagurka het laatst nog over had.  Van de stinkende boeren, dus ge ziet dat dat iets helemaal anders is.  Dat dat hier de streek is van de solidariteit.

Het zit u dwars in de maag hé.

MW: Jaja.  Het zit me… Ik heb ook een mail gestuurd naar de VRT, om te protesteren, maar ik denk dat die mail nooit toegekomen is.

Toon eens uw lange tenen.  Inderdaad.

MW: Ze hebben er op getrapt.  Ze hebben er op getrapt. En ik weet niet of die mail toegekomen is, maar in ieder geval is hij nog niet aan bod gekomen in het programma ‘De Laatste Show’, met Kamagurka.  Maar ik vond het een beetje dwaas van hem.  Maar ja, het is ook een kunstenaar hé.  Met zijn botten in de shit, zoals hij dat zei.

Zei ie dat?

MW: Hij zei dat dus.  Maar het was het klaarste water… Trouwens, het was trucage, de film was zelfs niet gemaakt hier, ik heb dat duidelijk gezien.

En zijn accent was ook niet goed, waarschijnlijk?

MW: En zijn accent was van Oostende.  Het is geen Westhoeker.  Ik vond het eigenlijk een soort…ja.

Flauw. 

MW: Het programma op zich was goed, maar dat stukje uit het programma was flauw, effenaf flauw.  Triestig eigenlijk, triestig. De naam Kamagurka eigenlijk niet waardig.  Want hij kan veel meer dan dat.  Daarmee kunnen de mensen dan lachen hé, met enkele uitlatingen, fin ja, het was van plat, van shit, enfin, we gaan ze niet herhalen.  Ik verstond ze zelf niet goed, en ik ben van de Westhoek.  Ik begreep zijn dialect niet, dus dat wil ook al iets zeggen, allez, het was echt gekunsteld aan mekaar geplakt en gekleefd, met alle mogelijke middelen.

Domme zever eigenlijk?

MW: Boh ja, domme zever.  Prietpraat, en programmavulling eigenlijk.  Ik noem dat programmavulling.

En protpriet.

MW: Ja, en pratprot ook.  Misschien dat hij eens naar de Limburg gaat  en dat hij daar ergens tegen Duitsland, tegen het Drielandenpunt, dat hij daar die mensen eens belachelijk gaat maken.

En ze mogen hem daar houden ook.

MW: Voila, dat hij daar dan blijft en dat hij misschien in één of andere van die pretparken, dat hij daar dan een beetje de komiek gaat uithangen, dat zou ook goed van pas komen.   Hij moet dat hier niet komen doen hé.  Met al onze brave burgers.  Trouwens, de landbouwers hebben het hier al moeilijk genoeg.

Het is dat.

MW: Zonder dat ze nog belachelijk moeten gemaakt worden door iemand die meent dat hij van de streek is en die de streek niet kent.

En die zelf nooit zijn handen vuil maakt.

MW: Dat weet ik niet, dat weet ik niet.  Ge kunt uw handen op vele manieren vuil maken hé.  Ik maak ze nu ook niet vuil, ze zitten in mijn zakken.  Maar ge moet dikwijls eens vuisten in uw zakken, vandaar dat dat komt.  Maar ik weet niet of hij zijn handen vuil maakt.  Trouwens, dat interesseert me ook niet hé.

En hij mag zijn vingers eens verbranden en op de blaren zitten.

MW: Voila, voila.

Of wat is het allemaal?

MW: Zijn gat verbranden en op de blaren zitten.  Ja (lacht)

21:32 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

KERMIS IN OEREN

Deze week zag u Marc Wackenier een vergadering leiden in Café De Leute in Oeren, het schilderachtige gehucht dat deel uitmaakt van Alveringem en daar vlak tegen ligt.  Wackenier en co willen de kermis van Oeren opnieuw laten herleven.  Dat zouden ze doen vanuit Café De Leute in Oeren, het vroegere gemeentehuis van het dorpje.

MW: Het is hier eigenlijk het oud gemeentehuis hé, allez, het is wel een stuk dat bij gebouwd is, enfin, het oud gemeentehuis van Oeren, waar dat het gonsde van de activiteiten in de tijd.  En ik heb een keer gekeken in de boeken van de burgerlijke stand, en in 1930 was er hier dus één geboorte, en één huwelijk en twee overlijdens.  Ofwel anders, twee huwelijken en één overlijden. Het was een gemeente om in te wonen eigenlijk.  Lang leven gewaarborgd, er was maar één overlijden op een jaar.  Dus weinig kans om erbij te zijn hé.

Ja, en gigantisch veel inwoners.

MW:   Ja, maar iedereen kende ook iedereen. De sociale controle was ook groot.  Iedereen wist ik van iedereen van alles, of bijna alles.   Dat veronderstel ik toch. Het was hier wel gezond wonen.  Ik zeg het:  Eén overlijden op een jaar.  Dat kan tellen.

Ja, één van de deelgemeenten.  Hoeveel inwoners zijn hier nu?

MW: Een kleine honderd.  Geen honderd kleine, maar een kleine honderd.   Het zal niet veel meer zijn.  Kijk, ik kan het toch iedereen aanraden om eens te komen kijken naar Oeren. De immobiliën.  Er zijn niet veel woningen te koop, maar die die te koop zijn, zijn dus schappelijk, en de mensen die dus een kijkje komen nemen naar Oeren, zullen ontdekken dat dat hier prachtig is, en interessant om wonen hé. 

 

MW: Dat is hier een prachtig kader.  Als ge veronderstelt dat dat hier de raadszaal was, de raadszaal dus waar dat alles zich afspeelde van het landelijke Oeren, was dat euh… Ge kunt het u niet beter indenken wat het ooit moet geweest zijn hé.   Zelfs de geur, zelfs het koningshuis is hier nog volledig geëtaleerd in groot ornaat.  Het is nu eigenlijk wel de bedoeling dat we hier ter gelegenheid van Oeren Kermis, dat is begin juli, weer een soort van folkloristisch feest gaan organiseren,  waar dat er hier voor de gelegenheid een burgerlijk huwelijk zal afgesloten worden.  Ja, kijk, straks zijn er een aantal mensen van dat comité die daarover een keer gaan vergaderen. En ik wil daar een keer bij zijn.

En u zult daar in meespelen?

MW:   Ik zal dat burgerlijk huwelijk afsluiten.

Dat zal nep zijn.

MW: Dat zal inderdaad nep zijn.  Als burgemeester, ja.

Ja, u moet daarmee opletten.  Voor u het weet zijn ze echt getrouwd.

MW:  Jaja, ik denk niet dat het gevaar groot zal zijn.  Ik weet al ongeveer wie bij wie we zullen in de echt verbinden.  Het gevaar is niet groot. Trouwens, ik zou voorstellen aan de partners van die mensen die voor de tweede maal zullen huwen, we moeten ook opletten daarmee, het is dus al een tweede huwelijk.   Bigamie is ook al verboden….  Dat is Paul Breyne, dat is de kleinere versie  van de gouverneur. Ah, peper en zout. Voor mijn nieuwjaar.   

PB: Sinds dat ik mijn maagring gestoken heb, ben ik een klein beetje veranderd.  

 

 

MW: We gaan dat hier proberen te organiseren.  Een folkloristisch feest met alles erop en eraan.  Een beetje accordeonmuziek…

Uw favoriete muziek eigenlijk.

MW: Natuurlijk, er kan niets boven een trekje uit de trekzak.  

 

MW: Zeg, tussen pot en pint hebben we een keer gesproken… om een keer met Oeren Kermis ergens iets folkloristisch te doen , ook in het kader van jouw activiteiten, om dat in te passen, omdat je ook van plan was om Oeren Kermis weer nieuw leven in te blazen.

 

MW: Maar in ieder geval zou het de bedoeling zijn voor jou om ergens iets te doen met de kermis, en dan het idee gekregen om hier ook eens iets folkloristisch te organiseren.

Maar burgemeester, alles wat jullie in de gemeente doen is toch folkloristisch?  Sowieso.

MW: Ja, maar er komt heel veel folklore bij kijken, zelfs tot de gemeenteraden toe, er is veel folklore, maar het is nog altijd zo dat gezonde folklore ook leuk en goed kan zijn hé

Jaja, dat heb ik niet gezegd hé, …

MW: En wij leven hier eigenlijk een stukje van de folklore.

Maar ik vind het gewoon een beetje grappig dat u zegt: ‘we zullen eens iets folkloristisch organiseren’, ik bedoel.  Ik dacht eigenlijk…

MW:  Ge laat ons niet uitspreken hé.  Ge moet het debat hier… Ik ga dus de hamer hanteren zoals in de gemeenteraad, en het debat leiden zoals het hoort hé.  Dus wij willen iets folkloristisch hier organiseren, en ik had gedacht om een huwelijk te laten voltrekken op de voute, zoals dat vroeger gebeurde.

 

MW: En dan was het idee gevallen om terug te gaan naar de jaren ’30, omdat het in die periode misschien gemakkelijker zou zijn om kledij en de sfeer en ik weet niet wat allemaal, maar allez, het was een idee hé, dat moet mijn gedacht niet zijn   Ik ben ook niet gewoon om mijn gedacht erdoor te duwen hé

 

MW: Ik ga niet zeggen, ik heb dat niet echt voorbereid, maar…

Zo kennen we u wel.

MW: Ik had wel gedacht op het jaar dertig en als ge hier ziet, de burgerlijke stand in het jaar dertig in de gemeente Oeren, dus ik heb dat meegebracht om een keer te tonen wat er hier allemaal gebeurde.  Dus het was hier heel interessant om te leven, er waren dus, ik ga de samenvatting nemen : Er waren in 1930 in Oeren twee geboorten, ja.  Twee geboorten, dus, dat is een heel vruchtbare gemeente geweest altijd hé, en huwelijken, drie huwelijken. En één overlijden.   Dus ja.  En daarom dat ik dacht…  Ik dacht misschien, als één van die huwelijken een keer kunnen, niet reorganiseren, want dat gaat moeilijker zijn, reconstrueren.

Ofwel, u kunt misschien die begrafenis overdoen. 

MW: Als wij u mogen gebruiken als lijk, is dat van mij in orde (lacht)

Dat is om dood te vallen die vent hé.

MW: Maar we hebben dan nog lijkbidders nodig ook hé.  In Alveringem gaan we dat niet vinden, lijkbidders.  We gaan daarvoor moeten naar een andere gemeente gaan in de omgeving, zonder namen te noemen (geschater).

 

Claude: Dus, als ik het goed begrijp, is er eigenlijk niet zoveel geen voorbereiding aan.  Er is wel een beetje denkwerk aan, dus het verzamelen van kledij, enzovoort, maar eigenlijk, toneelmatig moet er niet zoveel voorbereid worden.

MW: Hewel, er zou wel een beetje moeten een scenario zijn, allez, protocol, ik zal het zo zeggen.  Protocol, een stuk…

Claude: Maar naar repetities toe is het eigenlijk…

Je zou misschien wel een geloofwaardige burgemeester moeten vinden.

MW: We kunnen misschien een examen uitschrijven, dat moet niet altijd met een stemming gebeuren hé. 

Paul Breyne: Breek ons de bek niet open hé zeg.

Hoelang bent u zelf getrouwd?

MW: Ja.  Dat is natuurlijk een hele moeilijke vraag hé.

Van het jaar dertig waarschijnlijk?

MW: Het is wel zo, als burgemeester en lid van de gemeenteraad heb je een maand om te antwoorden op de vraag van de oppositie.    Dus ik zou zeggen: kom over een maand terug. Ik ga dan het antwoord geven.

Zie je?  Die is politiek misvormd hé, die ziet overal politiek in.  Ik ben geen oppositie hé.

MW: Neenee, ge zijt geen oppositie.  Gelukkiglijk, want anders ge zoudt een moeilijke klant zijn.  Nee, ik ga het een keer zeggen, ik ben 28 jaar getrouwd.  29 jaar.  Zolang al.  Oeioei.

En?  Was dat de mooiste dag van uw leven?

MW: Wel, ik moet zeggen, het is geen anekdote, maar ik ben getrouwd in Alveringem, en ik heb foto’s, mijn trouwfoto is getrokken hier, op een brugje over de Oeren-….    Over één van die typische boogbrugjes, daar.  En die hangt nog altijd boven mijn bed.  End ie brug is nog altijd niet ingevallen. Dus euh… dat is goed hé. Romantisch.

Een ontroerend moment.  Het was efkes stil.

MW: Maar natuurlijk, het is zoals bij Simon and Garfunkel, ‘Bridge over Troubled Water’.

21:09 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

VOLGENDE WEEK BURGEMEESTER LODE MORLION VAN LO-RENINGE

Maandag zes februari ziet u voor het eerst Lode Morlion aan het werk.  Hij is pas sinds 2 januari burgemeester.  Het eerste wat hij doet is op bezoek gaan bij zijn voorganger, Frans Vanheule, de man die elf jaar burgemeester is geweest in Lo-Reninge.  Hij wordt trouwens uitgebreid gevierd op zaterdag 11 februari, met een feest waarop de hele stad is uitgenodigd. 

 

Dinsdag zeven februari gaan we een kijkje nemen in de mooi gerestaureerde woning van de 45-jarige Lode Morlion.  't Is zondagvoormiddag en de burgemeester zit met zijn gezin te ontbijten.  Zijn vrouw is Karolien Destrooper, telg van de beroemde koekjesfamilie van Lo-Reninge.  Eén van zijn dochters is niet thuis.  Zij studeert geneeskunde en heeft examens. De tweede dochter studeert farmacie en is wel thuis, en zoonlief Thomas, die de richting Latijn-wiskunde volgt in Veurne is er ook.  Maar hij moet mee met mama naar de kerk.  Zeer tegen zijn zin.  De burgemeester is niet te vermurwen.  Hij wil dat zijn kinderen 's zondags naar de mis gaan.  Hij is een practiserende katholiek.

 

Woendag 8 februari gaat de burgemeester op wandel in de broeken van Noordschote en gaat hij met zijn vrienden lopen in Lo-Reninge.  Dat lopen, dat doen ze al vijftien jaar lang.  Met Wim de apotheker, Jo die in veevoeders doet en Luc die secretaris is bij het OCMW.  Na het lopen gaan ze in café De Vate op de markt een pintje drinken.

 

Donderdag 9 februari ziet u hoe burgemeester Lode Morlion in zijn gemeente van oorsprong, Pollinkhove, naar de vergadering van Veurne Ambacht trekt in zaal Concorde.  Echte folklore zoals je ze nergens meer vindt.  Lode Morlion is er op zijn gemak.  Als burgemeester moet hij er een pintje betalen.  Iedereen kent er hem.  De Morlions zijn een bekende familie in Pollinkhove.  Zijn ouders hadden een boerderij en een gezin met 10 kinderen in de deelgemeente van Lo-Reninge.   

17:56 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

 HET ROHARDUSMUSEUM IN BEVEREN AAN DE IJZER

 

Tijdens de opnamen voor 'Micro Zonder Zout' gingen we onder meer het Rohardushof bezoeken van Robert Toussaint.  Die man heeft twee musea, een pijpenmuseum en een aardenwerkmuseum.  En daarnaast ook nog een café met volksspelen, een drankwinkel en een pralinenwinkel.   Robert en zijn musea waren niet te zien in 'Micro Zonder Zout', om de eenvoudige reden dat we maar vier keer 5 minuten hebben en dat er iets moest sneuvelen.  'You have to kill your darlings' zegt men wel vaker tegen iedereen die moet knippen in zijn opnamen of schrijfselen.  Niet leuk natuurlijk voor Robert en zijn musea.  Want het moet gezegd worden, hij heeft daar een indrukwekkende verzameling in zijn musea in liggen. 

Mijnheer, u bent eigenlijk van de plaatselijke adel, of…

Robert: van wadde, van wadde?

U hebt een café, drankhandel, pralinewinkel, twee musea…

Robert: En een goeie burgemeester.

MW: En een volks…volksspelen.

Zulke figuren moet u te vriend houden.

MW: Je moet dat koesteren, je moet dat koesteren.

Robert: Dat is ook een twadde dat ik gevonden heb, maar ik heb dat meegebracht.

MW: Het is geen Stradivarius?

Robert: Neeneenee, ik heb dat meegebracht, ik koste dat niet laten liggen.

MW: Hij kan dus niets laten liggen hé.

Robert: Neenee, al dat oud is breng ik mee.

Ah, dan mag u de burgemeester houden ook, allez, salu hé.

Robert: Ik heb wel gezegd, al dat oud is, ik verzamel al dat oud is, maar geen oude wijven.

 

Robert: Dat is een heel schone kruik, die ik nu op de kop heb kunnen tikken, waar dat er in het geheel niets aan is, niets aan, en die gevonden geweest is in Kortrijk. Dat is van de jaren elfhonderd, dus de twaalfde eeuw. Dat is wreed schoon als je ziet hoe dat hier eigenlijk volledig…Dat ze dat nog kunnen weervinden, zulke unieke stukken.

MW: Hewel, het is wel een keer goed om te weten dat de mensen, bijvoorbeeld van Kortrijk, daar de waarde niet aan hechten, dat dat naar hier komt, en dat dat hier tot zijn waarde komt hé.

Al onze oude rommel sturen wij naar hier.

MW: Dat is erfgoed hé, dat is eigenlijk echt erfgoed hé.

Robert: Ge meugt, ge meugt, ge meugt het naar hier sturen, dat is zeker.

MW: Dat is geen enkel probleem.

Robert: Dat zijn dan de veldflessen uit de jaren 1500…

MW: Maar hoe kan je dat eigenlijk dateren? Ik weet het niet hé.

Robert: Ge meugt gie nu nog geblinddoekt zijn hé, als jij een oude vrouw in je handen hebt, of een jonge, je gaat ook het verschil voelen. Hewel, ik peinze, dat is, ja…

MW: Er zijn daar wel zovele geen gaten in (lacht)

Robert: Dat weten wij maar door het feit… Hoe kan je dat dateren? Hewel, met boeken. Door de boeken dat we hebben en ook door het feit dat we weten wanneer dat ze gemaakt geweest zijn. De baardmankruiken of… kruiken zijn enorm geliefd onder vele mensen.  En dat is de Vlaamse snotneuze, en dat is de voorloper van de Vlaamse snotneuze en… 1200, 1500 en dan 1600 en 1700. En dat is een weverslampe.   Ik haal natuurlijk de ouderdom ook uit op vele schilderijen hé. Vele oude schilderijen zie ik dat aardewerk staan, peis ik op Breughel, peis ik op… , …als je keer op keer datzelfde aardewerk ziet staan. Aan de hand van schilderijen kun je enorm veel aardewerk dateren.

17:21 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE GRENSPOST VAN BEVEREN AAN DE IJZER

De burgemeester van Alveringem ging deze week de grenspost in zijn deelgemeente Beveren aan de IJzer bezoeken.  Daar zit nu voor eeuwig en altijd een douanier.  En Sybille en Willy zorgen voor hem.

 

MW: Kom maar bij hoor, Sybille en Willy. Dat is hier grondgebied Alveringem-Beveren, Beveren-Cappel eigenlijk, maar Beveren hé.

En dat is nog een douanier? Daar zit er één en u bent ook douanier?

Sybille: Widre zijn geen douanier. Widre en wel gewerkt met de douane. Als douaneagentschap.

MW: Daar hé Willy.

Willy: Ja, daar in het café, we hebben daar veertig jaar gewoond.

Sybille: Dat was het bureau van het douaneagentschap. En widre moesten dus alle documenten opmaken van de goederen die België binnenkwamen of naar België buitengingen , dus, en ton binnendragen in het tolkantoor, naar de ontvanger, en de ontvanger ging dan naar de douaniers, en de douaniers moesten ton hjèl dat geval controleren.

MW: En dat is den dien die het laatste document ondertekend heeft.  Hé Willy?

Sybille: Nu is het kappeltje weer compleet, met de commis die daar zit.

Willy: En het is wel een heel interessanten commis, hij heeft nooit geen dust .

MW: Ah ja, inderdaad.

Zo bestaan ze niet, het is een sprookjesfiguur.

Willy: (lacht) Ja, zo is het.

MW: Maar eigenlijk, heel die hoek leefde van de invoer, en doorvoer en wat is het allemaal hé?

Met andere woorden, nu is er hier geen leven meer.

MW: Er is hier nog veel meer leven dan dat je zou denken, maar het is geen douaneleven meer hé. Ja, er is hier nog een winkel een beetje verderop ook hé, er is hier nog een café.

Sybille: En daar nog twee winkels.

MW: En daar is er nog een superette-achtig ding.

Sybille: Twee, twee, twee.

MW: Twee winkels.

En is dat meteen Franstalig als je hier voorbij euh…

Sybille: Awel ja, toch. Tochwel. De oudere mensen spreken nog tamelijk Vlaams, Vlamsch zeggen ze, en ze klappen zidre van de driete roete schliens…zeggen zidre.

MW: De wadde?

Sybille: De driete roete schliens. De derde route links.

MW: Ah ja (lacht) 

Sybille: Azzo gaat dat, jaat. Maar er komen ook vele van meer in het binnenland hier wonen op de gemeente, aan de Franse kant.

En dus vroeger was dat hier eigenlijk café?

Sybille: Een douaneagentschap was meestal in een café.

En zijn jullie meteen gestopt met het café toen het douaneagentschap sloot?

Sybille: Nog een maand of zesse zeker, hebben nog in het café gewerkt.

En toen was dat niet meer leefbaar?

Willy: Ah neen, dat was volledig gedaan.

Ja, het café, maar ik bedoel…

Willy: Het café, dat ging tesamen met het douaneagentschap hé.

Sybille: De klanten waren dus de transporteurs en zo, en anders legden wij ons daar niet op toe om andere dingen te doen.

MW: Alles viel tesamen met handelstransacties hé.

Willy: De chauffeurs die pinten drinken, de douanen, de gendarms een beetje, alles kwam hier allemaal samen hé.

Sybille: Maar de chauffeurs hebben vele soepe gedronken wè toe toezen. Echt waar, echt waar.

MW: Echte soepe. Verse soep.

Sybille: Verse soep, jaja.

MW: Van eigen brouwsel, waarschijnlijk hé.

Sybille: Gelijk nu, zulk weer, van ’s morgens te negenen vroegen ze al achter soepe, echt waar.

MW: Eigenlijk was er hier veel leven hé, veel economisch leven hé, maar ge ziet nu, kiek, passeert er nu nog iets? Er passeert niets meer hé.

Sybille: Praktisch niet meer hé.

MW: Van vrachtvervoer.

Willy: Ook met die autostrade die opengegaan is in Adinkerke.

Sybille: Vroeger, dat ging…

Heel de buurt is aan het uitsterven eigenlijk hé.

Sybille: Mo, het is anders hé, het is anders hé.

MW: De buurt is niet aan het uitsterven hé, verre van. Het leven is anders georiënteerd hé. Zoveel is zeker hé. Nu, ik moet zeggen dat er hier ook wel een beetje aan toerisme gedaan wordt ook hé, bijvoorbeeld, er zijn hier enkele vakantiewoningen op de hoek, die er vroeger ook niet waren.

Grondgebied Frankrijk?

MW: Nee, neenee, grondgebied Alveringem, grondgebied Alveringem.

Wat valt er hier dan te doen?

Sybille: Hewel, de mooie prachtige natuur.

Waar? Waar?

Sybille: Overal, overal.

Willy: Al die sneeuw.

Ah, hier ligt altijd sneeuw?

MW: Ge moet hier een keer… Als je hier achter rijdt, zie je al die bergen. We hebben ze juist gezien al naar hier komend.

Willy: Heb je nog nooit gehoord van Jacques Brel?

MW: ‘Le Plat Pays qui est Le Mien’.

Willy: Dat is hier.

Ah, dat is hier?

Willy: Dat is hier. Het is daarom dat Jacques Brel dat gezongen heeft.

Voor u en voor…?

Willy: Eh, natuurlijk, voor ons in de streek hier

(We gaan op het huisje af en op de douanier en de burgemeester ruimt de sneeuw van het beeld)

Doet u dat met al uw personeel burgemeester?

MW: Hewel. Normaal wel, met die die onder gesneeuwd zijn. Maar normaal hebben we nog nooit niemand gehad die ondergesneeuwd was. Vroeger had je dat veel meer. Ze geraakten aan de drank, en ze vielen in slaap en ze geraakten ondergesneeuwd hé. Maar nu, nu gaat dat niet meer hé. Neenee, maar ja, het komt veel beter uit hé. Het is wel een schoon vredig tafereel hier op de grens tussen Frankrijk en Vlaanderen. Ik moet niet zeggen ‘België’, Vlaanderen eigenlijk hé, zo’n vredig kersttafereel hier, het symboliseert misschien ook een beetje de ingesteldheid van de mensen die hier wonen.

MW:  Maar dat is hier wel eigenaardig hé, van beneden daar is Frankrijk op de linkerkant en daar ook hé.

Daar juist? En daar ook?

MW: Ja, en daar, en daar de rechterkant hé. En hier voor jou is ook Frankrijk hé.

Maar jullie zijn Belgen?

Sybille: Jajajaja…

MW: Als je nog een klein beetje verder gaat, ben je een importproduct.

Nog een klein beetje, nog een klein beetje.

Sta ik in Frankrijk?

MW: Het zou passen dat je algauw in Frankrijk ligt. (lacht)

Ben ik al in Frankrijk?

MW: Jaja, het is goed, nu sta je op de schreve Dat wil zeggen, als je nog één voet verzet dat je moet BTW betalen of je komt niet in Alveringem binnen. JAja, dat is hier toch wel markant voor de streek hé, en goeie relaties met de Franse buren, dat is ook al. Maar ja, de goeie oude tijd is ook verdwenen hé.

Dat is eigen aan de goeie oude tijd hé, die verdwijnt.

MW: Mja, ik weet het niet, ik weet het niet.

Sybille: Er komen andere dingen voor in de plaats hé.

MW: De goeie, oude tijd, de goeie oude mentaliteit kan blijven hé. Dat is natuurlijk iets anders.

En al die Fransen die hier passeren!

MW: Jaja. En ze spreken allemaal Frans ook hé. 

Dat is eigen aan de Fransen hé.

MW: Ginter hé, ze spreken daar allemaal Frans. Zelfs de kleine kinderen, dat spreekt daar allemaal Frans.

(vroeger was de douanepost bemand met 8 man)

Sybille : En in de zomer zaten zij dus zo buiten hé.

Willy: Nu presenteer het eigenlijk niet schoon hé, hij zit in zijn zomertenue in de sneeuw.

MW: Maarja, dat waren douaniers hé Willy. Douaniers waren van ijzer en staal hé.  Maar zijn plastron hangt wel recht hé.

Sybille: Ah, maar dat was een securen douanier.

(auto’s passeren)

MW: Allez, maar het tafereel in het kotje, dat was een hobbit zeker, een hobbit van de douane, ik vind dat dat wel een keer iets specifieks…

Willy: Dat was bezet van ’s morgens zes uur tot ’s avonds tien uur hé. Vroeger hé, maar dat is dan altijd systematisch een beetje verminderd en verminderd.

Sybille: voor ons is dat belangrijk dat er daar iets mee kan gebeuren. Het moment dat die douanier hier zat, was dat juist weer compleet hier.

Maar u hebt daar zo geen emotionele band mee.

MW: Maar ik weet wel waar ge op aanstuurt hé. Ik heb gezegd dat ik vroeger de douane bij de douane geweest ben, en dat ik daar te veel werkte en te weinig dronk, en dat ik daarom de douane verlaten heb. Maar dat was wel in Antwerpen hé, en het was wel, niet in Antwerpen hé, wel aan de grenspost Frankrijk-Vlaanderen. Dus die mentaliteit zal daar wel helemaal anders geweest zijn hé. Maar hier was het juist tegenovergesteld, hier werkten ze te veel en dronken ze te weinig.

MW: Ge moet zeggen: Het is eigenlijk een soort bedevaartsoord geworden.

Sybille: Die douanier is heel de wereld rondgereisd. Gelijk welke journalist dat er hier komt, van Australië, Nieuw-Zeeland…, hij staat overal op foto.

MW: En moet er één bij staan op foto?

Willy: Neenee, de vrouw zit op zijn knieën.

MW: Ah, de vrouwe zit op zijn knieën (lacht).

Willy: Ja, het is echt hé?

MW: Dus de sneeuw die ik daar af gewreven heb, ik zijn den eersten niet die daar aan gewreven heeft dan? Ik peisde dat ik de eerste die eraan gewreven had, maar het is niet waar.

Willy: De eerste die erop gezeten hebben waren twee jonge meisjes van Holland. Twee schone meisjes. En hem kussen dat ze deden. Ik zegge: Ge moet nu een keer kijken! En hem kussen dat ze deden.

MW: Is het waar?

Willy: Foto’s trekken dat ze deden. Het was schone om te zien.

U hebt hem nog nooit gekust?

MW: Neen.

Dat is een nieuwe ervaring hé, een douanier kussen.

MW: Ik ken, als burgemeester moet je je ook een beetje afstandelijk houden hé.

Ja, de waardigheid van het ambt.

MW: Niet alleen ten opzichte van de levenden, maar ook van de doden hé. Dus, ge moet dus de waardigheid van het ambt in leven houden, en ge moet dus respect hebben voor die mens die daar zit, dag in, dag uit. Ik heb er juist een keer aangekomen om de sneeuw te verwijderen van zijn dijen, maar verder ga ik niet.

U hebt hem niet in het kruis getast.

MW: Wat doet die? Kijk zo, het vredesteken, Vrede.

Neen, het was dat hij deed. (steek middenvinger op).

Willy: Ik heb er twee gezien.

MW: Ik ook. Ik ook.

Ja, maar, ja, hoeveel hebt u al gedronken?

MW: Gij ziet altijd dingen die er niet zijn hé, dat is dus, ja.

 

 

 

17:04 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-02-06

WACKENIER LUST KAMAGURKA RAUW

 
MARC WACKENIER IN DE AANVAL TEGEN KAMAGURKA
 

Kamagurka stak rond de nieuwjaarsperiode in ‘De Laatste Show’ bij Mark Uytterhoeven nogal de draak met de Westhoek en meer bepaald met Alveringem.  En zijn commentaar is de burgemeester slecht bevallen.

 

 

Het zit u dwars in de maag hé.

MW: Jaja.  Het zit me… Ik heb ook een mail gestuurd naar de VRT, om te protesteren, maar ik denk dat die mail nooit toegekomen is.

Toon eens uw lange tenen.  Inderdaad.

MW: Ze hebben er op getrapt.  Ze hebben er op getrapt. En ik weet niet of die mail toegekomen is, maar in ieder geval is hij nog niet aan bod gekomen in het programma ‘De Laatste Show’, met Kamagurka.  Maar ik vond het een beetje dwaas van hem.

 

MW: Daarmee kunnen de mensen dan lachen hé, met enkele uitlatingen, fin ja, het was van plat, van shit, enfin, we gaan ze niet herhalen.  Ik verstond ze zelf niet goed, en ik ben van de Westhoek.  Ik begreep zijn dialect niet, dus dat wil ook al iets zeggen, allez, het was echt gekunsteld aan mekaar geplakt en gekleefd, met alle mogelijke middelen.

Domme zever eigenlijk ?

MW: Boh ja, domme zever.  Prietpraat, en programmavulling eigenlijk.  Ik noem dat programmavulling.

En protpriet.

MW: Ja, en pratprot ook.  Misschien dat hij eens naar de Limburg gaat  en dat hij daar ergens tegen Duitsland, tegen het Drielandenpunt, dat hij daar die mensen eens belachelijk gaat maken.

En ze mogen hem daar houden ook.

MW: Voila, dat hij daar dan blijft en dat hij misschien in één of andere van die pretparken, dat hij daar dan een beetje de komiek gaat uithangen, dat zou ook goed van pas komen.   Hij moet dat hier niet komen doen hé.  Met al onze brave burgers.  Trouwens, de landbouwers hebben het hier al moeilijk genoeg.

Het is dat.

MW: Zonder dat ze nog belachelijk moeten gemaakt worden door iemand die meent dat hij van de streek is en die de streek niet kent.

En die zelf nooit zijn handen vuil maakt.

MW: Dat weet ik niet, dat weet ik niet.  Ge kunt uw handen op vele manieren vuil maken hé.  Ik maak ze nu ook niet vuil, ze zitten in mijn zakken.  Maar ge moet dikwijls eens vuisten in uw zakken, vandaar dat dat komt.  Maar ik weet niet of hij zijn handen vuil maakt.  Trouwens, dat interesseert me ook niet hé.

En hij mag zijn vingers eens verbranden en op de blaren zitten.

MW: Voila, voila.

Of wat is het allemaal?

MW: Zijn gat verbranden en op de blaren zitten.  Ja (lacht)

 

17:41 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |