19-02-06

JEAN-PIERRE PILLAERT: GEEN ROMANTICUS

De burgemeester van buurgemeente Ardooie, Karlos Callens, die schrijft gedichtjes, maar de burgemeester van Hooglede, doet dat niet, want Jean-Pierre Pillaert is geen romanticus.

 

Mevrouw: Neenee, nooit geweest.

Liefdesbrieven naar uw vrouw?

Mevrouw: Neen, romantiek was niet aan hem besteed.

Niet romantisch?

Mevrouw: Neenee…

Burgemeester!  Ja, daar zult u toch iets moeten aan doen hé.

JPP: Wel, ik heb dat dikwijls geprobeerd.

Uw vrouw zit nog te wachten op uw eerste mooie liefdesbrief.

JPP: Ik heb dat dikwijls geprobeerd.  Ik zal je een anekdote vertellen.  Toen ik begon te werken, moest ik stage lopen in Parijs.  Ik heb daar een maand gezeten. Maar ik kwam iedere week naar huis.  Maar ik schreef dan een keer naar mijn vrouw, maar ik schreef altijd kaartjes, dat was korter hé.

Mevrouw: Uw lief, uw lief was dat dan.

Hij had een lief ook?

Mevrouw: Hij had een lief ook.

JPP: En het mooiste van al was, op een zekere keer zeg ik: potverdorie, ik had beloofd van te schrijven, ik heb het vergeten.  En ik schreef vlug een kaartje en ik zeg, ik zal aan de hoofdpost, dat is bij het Louvre hé, ik zal hem daar posten  en ik kom uit de metro, en ik val, zo lang als ik ben, over een clochard die lag op een rooster te slapen. En ik heb toen gezegd, ik zal maar die kaartjes een beetje…  Hoe zou ik gaan zeggen? De tijdspanne ertussen een beetje langer laten, dan heb ik minder kans om euh…

Ah, u bent bang…  u stuurt weinig kaartjes naar uw vrouw, omdat u bang bent om te vallen?

JPP: Ja, en ge kunt vallen op verschillende manieren hé.  Stel je voor in plaats van een clochard dat het een andere vrouw was, ja, dan was het spel natuurlijk hé.

Dus, beter niet in de buurt komen van een brievenbus, want dat is gevaarlijk.

Mevrouw: Dat is gevaarlijk.

JPP: (schatert) Maar nu doen ze ze weg hé, maar het is niet op mijn vraag. Zoveel invloed heb ik niet bij de post.  Neenee, mijn vrouw zegt dat, ik ben geen romantische kerel, ik ben zo geen…

Koel?  Koel?

JPP: Ook niet.

Ja, waaraan ligt dat?  We gaan daar toch iets moeten aan doen hé.

JPP: Ja, ik zal ergens moeten stage lopen, maar waar?  Om u een idee te geven.  Vorige week hadden we gemeenteraad, en het had niet lang geduurd, en we hadden toevallig een nieuwe schepen, en die zegt: ‘Kom, ik trakteer.’  Maar ik zei: ‘Kijk, ik ga niet mee, want het is al vier dagen dat ik op stap ben geweest, en dat is een beetje te veel.’  En ik kom thuis en ik zeg tegen mijn vrouw : Naar wat gaat ge kijken vanavond als ge tv kijkt?  Ah zegt ze, ik heb daar een filmpje gezien, een romantisch filmpje  Ik heb direct mijn schoenen terug aangetrokken, en ik ben naar dat café getrokken..  Ik kan dat niet zien, ik kan dat niet helpen

U bent daar gewoon allergisch voor.

JPP:  Allergisch, is een groot woord, hé, maar de echte pure romantiek van Sissi en company…

Sissi.  Mooi hé.

JPP: Ik zeg niet dat Sissi geen mooie vrouw was, integendeel.  Als ik kijk is het precies daarvoor.

Mevrouw: Maar dat is ook lang, lang geleden hé, Sissi.  Dat was nog in de jaren vijftig, ik weet het niet.

JPP:  Ze spelen het nog, dus bijgevolg.

Mevrouw: Ieder jaar, met kerstdag.

JPP: Maar, dat wil niet zeggen dat ik geen gevoelens heb.  Want ik kan meeleven.

Daar bent u precies ook nog niet zeker van.

JPP: Maarja, ik kan meeleven met de mensen.  En ik moet eerlijk zijn, er zijn bepaalde dingen die me raken. 

Maar uw vrouw lijkt daar nog niet zeker van.

JPP: Ze ligt daar zeker niet wakker van. (schatert).   Nee, maar, laat ons zeggen dat ik romantisch genoeg ben.  Maar het is misschien de stiel die dat een beetje… Als ge te romantisch zijt als burgemeester, dan hebt ge langs de andere kant miserie, hé,  als ge begrijpt wat ik bedoel.

Had u het geweten hé.

Mevrouw: Ja.

JPP: Alles went, behalve een vent. Maar dat heeft ook zijn goeie kanten, dan hebt ge surprisen hé, zonder dat ge het weet, ook goeie hé.

Ik zie zo voortdurend twijfels op uw vrouw haar gezicht.

JPP:  Nu zal ze nog zeggen dat ik lieg, en ik lieg nooit, behalve voor de goeie zaak.

Mevrouw: Nee, ik ga dat niet zeggen.  Maar ja. 

JPP:  Nee, we kennen mekaar al zolang.

Hoelang zijn jullie getrouwd eigenlijk?

JPP:  42 jaar zeker? Mijn vrouw zegt altijd: ik ben jong getrouwd.   Ze is jong getrouwd. En dat is wel het voordeel.  Haar kleinkinderen hebben nog een redelijke jonge…  Ik zeg wel: een redelijk jonge grootmoeder.   Terwijl van de grootvader, dat ze zeggen: ‘Het is een oude. Het is een dikke.’ Ge kent dat hé.  Het is zeker overal een beetje hetzelfde?

Mevrouw: Dat is ook niet waar, ze zeggen zij dat ook niet van jou.

Ba neen, hij zegt dat van zichzelf gewoon.  Hij wil gewoon een beetje aandacht.  Hij wil gewoon dat we zeggen: Ge zijt gij niet dik en ge zijt gij niet oud.  Ge zijt gij niet dik en ge zijt gij niet oud. 

JPP: Nee, ik ben niet oud, ik heb mijn ouderdom.  Laat het ons zo zeggen.  Maar langs de andere kant, ik ben niet dik, maar als ik ga naar mijn dokter, hij zegt altijd dat ik moet vermageren.  Wie spreekt er dan het juiste? …Het is toch zo hé.  Maar fin, we doen dat goed.  Nu dat de kinderen de deur uit zijn, de kleinkinderen komen veel… En we komen wel een keer in ruzie, maar het is stil waar dat het nooit waait.  Er heeft een keer iemand gezegd: In een goed gezin moet ge tenminste 3 grote ruzies hebben en tien kleine per jaar.

En komt u daar aan?

Mevrouw: En we komen daar aan.

JPP: We komen daar gemakkelijk aan.  Dus we hebben een heel goed gezin. (schatert)

Maar anderzijds, jullie zouden vermoedelijk niet zonder elkaar kunnen hé.

JPP: Dat is juist. Dat is juist. Dat beaam ik.  Mijn vrouw misschien beter dan ik, maar dat is weer iets anders, maar ik zou, ik steek dat niet weg, ik zou een sukkelaar zijn. Ja, ik kan niet thuis blijven, en ik kan niet alleen zijn.  Ik heb eens een spreuk gehoord, dat ik heel mijn leven zal herinneren.  Dat was iemand die bij mij in de gemeenteraad zat en zijn vrouw was plots overleden.  En die man had het leven, enfin, hij wilde er niet uit stappen, maar hij leefde niet graag meer. En ik zei tegen hem: ‘Allez André, het leven gaat toch verder’. ‘Ja’, zei hij, maar vroeger zat moetje – moetje zei hij tegen zijn vrouw --- moetje zat daar in de zetel, en ik in de andere zetel, kijken naar tv, en we zegden geen twee woorden tegen mekaar, maar moetje zat daar.   Ik zal dat heel mijn leven onthouden. Dat waren wijze woorden, vond ik.  En ik zou ook zo zijn. Als mijn vrouw niet thuis is, dan ga ik direct weer weg.  Ja, dan kan ik niet thuisblijven.   Wat moet ik doen in een leeg huis?

Dan gaat u weg een andere vrouw gaan zoeken?

JPP: Neen, zover heb ik het nog niet…   Dat mag ik niet feitelijk.  Dat mag ik niet. Maar euh… Dan ga ik hier een keer binnen en daar een keer binnen.  Ja, en als ge op een vrouw valt, dat is dan het ding met die clochard hé.  Je mag je nooit haasten in het leven, en ik was altijd gehaast hé in het verleden.  Maar enfin, het gaat goed ten huize Pillaert, hé.  Redelijk toch.

Mevrouw: Ja, Jean-Pierre.

Ja, Jean-Pierre.  Is het gewoonlijk zo?

Mevrouw: Dat ik zeg: Ja, Jean-Pierre?  Neenee, nee.

JPP: Oehhh, daar ben je ernaast hoor.   Dan moet ik eerlijk gaan zeggen. Over het algemeen, ik kom thuis en ik zeg: ik heb een idee gehad: we gaan dat of dat doen. (10’25”)  Dan zegt ze.  Niets.  Eerste reactie.  Tweede reactie, ik zeg, ‘wat denk je ervan?’  Nee, want dat, en dat, en dat…en ik moet nog ginder, en ver.  Resultaat, dan is het neen hé, wat wil je?

Ja, de baas.

Mevrouw: Laat het ons zo zeggen, ik doe de interne zaken en gij doet de externe zaken, zodus.

JPP: Wie is nu de belangrijkste in het land?  De binnenlandse zaken of  de buitenlandse zaken?   Dat is, dat is het , hé. Ik zeg altijd al lachende, ik hou altijd het hart vast als mijn vrouw zegt: we gaan iets een beetje opfrissen.  Dan begint ge met één vierkante meter en dan eindigt ge met gans het huis.

En voor u het weet wordt u zelf opgefrist.

JPP: Ja, of opgevreten (schatert.) Neeneenee, maar het is wel zo… Op dat vlak is het wel zo, moet ik eerlijk zeggen, trek ik me niet veel aan.  Toen mijn vrouw zei: ‘We gaan onze living opfrissen, ’ heb ik gezegd, ‘doe maar hé’.

Het is mooi hé.

JPP: Maar ja, wat moet ik me daar mee gaan bemoeien?  Ik ken daar niets van.  Ik kan maar zeggen: ‘Het is mooi,’ als het er is.  Ik kan me geen idee vormen op voorhand.   En zij doet dat allemaal.  En met bepaalde dingen.  Maar het ongeluk is…

Je hebt geluk.

Mevrouw: Ik schilder nie.

JPP: Ik heb geluk in die zin, dat zij een goeie smaak heeft, maar die smaak, die deint uit.   En dat is niet zo gelukkig somtijds.

22:24 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.