19-02-06

JEAN-PIERRE EN NICOLE VECHTEN BEK

JPP: Ge weet als burgemeester heb je veel, geen  beslommeringen, maar heb je bijeenkomsten ’s avonds hé.  En ik ben zo een van die typen, dat is een fout van me, enfin, voor mij is dat geen fout maar voor velen is dat een fout, als ik zeg: ‘Als de vergadering gedaan is, dan ga ik direct naar huis,’ maar als ik me dan omdraai, dan is iedereen naar huis, behalve ik en nog een paar anderen. Maar enfin.  Maar we zitten weinig, en wanneer we samen zitten, ja, dan kunnen we een keer babbelen over het één en het ander. De beste plaats om een keer een goeie babbel te hebben, dat is in de wagen.  Als we rijden in de wagen…

Dan kan er niemand uitstappen…

JPP: Voila, en dat is de beste plaats.  Maar hier moet ik eerlijk zeggen, als ik dan ’s avonds thuiskom, dan zijn er nogal programma’s  op sommige tv-kanalen die interessant zijn, kwestie van documentaires enzovoort.   En wat gebeurt er dan? Dan kijk ik daar naar, en dan begint mijn vrouw te lezen.  En ze heeft de goeie of de slechte gewoonte, dat weet ik niet, toen ze klein was, toen moest ze naar bed, maar ging ze lezen onder de dekens, en dat doet ze nog.

Onder de dekens?

JPP: Niet onder de dekens, maar ze leest in bed nog.  En ik kan dat niet hé, maar ik ben geen zo’n grote lezer, dat moet ik zeggen. 

En u ligt dan te wachten tot u aan de beurt komt, maar altijd lezen.

JPP: Jajaja, het is daarom.  We mogen blij dat we drie kinderen hebben.

Mevrouw: Maar ik mag nog een eindje lezen hoor, want tegen dat hij naar bed komt.  Het is al redelijk laat.

Nu is het weer aan u.

JPP: Neenee, maar als ik te vroeg ga… Een mens heeft normaal een hoofdkussen in zijn bed, dan gebruikt ze al de hoofdkussens om een beetje recht te zitten om te lezen dan.  En dan moet ik wachten tot ik de mijne krijg, tot dat ze gedaan heeft met lezen, zodus de beste oplossing is wachten tot…

Ja, het is weer aan u hé.

JPP:  En ge kijkt ook somtijds tv hé.

Mevrouw: Als ge niet thuis zijt, dan…

JPP: En in bed ook, dan kijkt ze ook somtijds tv.

Mevrouw:  En ik heb ook een beetje de computer uitgevonden.

Ah, u hebt de computer uitgevonden.  Ik dacht al: wie heeft dat uitgevonden?

Mevrouw: En gelukkig heb ik nu het antwoord gevonden.  Neenee. De mogelijkheden van de de computer.

JPP: Ze doet veel mee aan de quizzen op de computer.  Ze heeft dat gevonden, dat ge kunt, er is een quizprogramma telkens, doorlopend, voor beginnelingen en voor gevorderden… Ja.  Dag en nacht. En als ze niet kan slapen, staat ze op en begint ze te quizzen.

Mevrouw: Maar dat gebeurt niet veel, gewoonlijk kan ik wel slapen.

JPP: Dat gebeurt wel niet veel.  Maar ’s avonds, als ik dan nog ga slapen, dan zie ik nog aan mijn bureau die computer aan staan, en dan zeg ik ‘zijt ge weer…?  En ge wordt verslaafd eraan op de duur!’

Mevrouw: Neenee, ik ben dan bezig met de emails te openen.

JPP: Ja, dat doet ze ook hé mijn vrouw.

Mevrouw: Ja, dat doe ik ook.

JPP: Dat heeft een dubbel doel. Ten eerste zeggen wat ik moet doen, en ten tweede kijken welke emails er binnenkomen natuurlijk. Dat is zo…

Of u niets ontvangt van mensen…?

JPP: Dat is zo…  Ja, onschuldig weg, en zeggen: ‘tjiens, van waar komt dat?’  Zo zeer verwonderlijk....

Eigenlijk een beetje controle?

JPP: Ik durf het niet zover te drijven.

22:13 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.