16-02-06

IVAN DELAERE ONDER DE MENSEN

Een burgemeester moet af en toe onder de mensen komen.  En waar vind je makkelijker mensen dan op café.  De burgemeester gaat dan ook af en toe een pintje drinken, zoals die dag naar café De Kroon.  Wanneer hij daar binnenkomt, merkt hij dat Giselle Gardeyn daar zit, een politiek collega die in het verleden volksvertegenwoordiger was, en nu nog altijd gemeenteraadslid. 

GISELLE: Wat ga je drinken?

ID: Ja, dat is een goeie vraag.  Ik zou wel een pintje drinken.

GISELLE: Carine, de burgemeester ga ook een keer wat drinken (lacht).

ID: Een pintje 

GISELLE: Wij zijn idealisten hé burgemeester.

ID: Wij zijn nog idealisten.

GISELLE: Wij zijn idealisten.

ID: We zijn van die oude krijgers in …

GISELLE: Een gezellig plattelandsdorpke.

ID: Oude krijgers die nog het ideaal hebben om politiek te doen.  Dat is juist.

GISELLE: En die nog de mensen kennen hé.

Ah ja, kent u nog de mensen? 

(niet moeilijk, ze heten allemaal Willy, behalve een toogfilosoof die Noël zou heten, laat ik me wijsmaken, en die een voormalige schooldirecteur zou zijn.  Hij blijkt de echtgenoot te zijn van de schooldirectrice van Egem)

 

(Op tv is Henin aan het spelen in Australië.  Zo gaat het gesprek even over tennis.  De burgemeester blijkt op de hoogte te zijn, want hij kijkt 's nachts wel eens naar het tennis.) 

ID: Ik ben toch een slechte slaper, ik kan dan kijken naar de tennis hé.  Tennis zie ik heel vroeg in de morgen hé, want ik kan toch slecht slapen.

De burgemeester slaapt slecht.

GISELLE: Goh… Ik kan moeilijk zeggen: kom een keer bij mij slapen (lacht)

Jajaja, mijn vrouw zegt dat altijd.  Als ik zeg: slecht geslapen, zegt zij: ‘Slecht geweten’.

ID: Slecht geweten?

Ja.

ID: Neenee.

GISELLE: Neenee, van de burgemeester is dat anders.

Geen geweten?

GISELLE: Neen. Nee, hij heeft een goed geweten.  Maar hij is met al de problemen en met al de zorgen van zijn parochi… pardon, dat is de paster.

ID: Parochianen

GISELLE: (lacht) Neenee, van zijn inwoners van de gemeente bezig.

Het is eigenlijk een beetje de nieuwe pastoor van…

GISELLE: Voila, voila.

ID: Giselle, ge kunt ambitie hebben, maar de kerk overnemen ga ik nog niet doen wè.  Daar hebben we nog een pastoor voor hé.

GISELLE: Het kan zijn dat ik dat doe, hé, de toekomst ligt bij de vrouwen hé, in de kerk.

ID: Is het waar?

Niet alleen in de kerk. Eigenlijk overal een beetje. 

 

Aan de toog zit een groepje mensen, het gezelschap waarmee Giselle zich voortbeweegt, met daaronder Noël, een man die graag laat blijken dat hij een soort humor heeft.  Sommige mensen mogen geen camera zien of ze moeten zich laten gelden.  Vaak zijn het dezelfde mensen die op café de plezante uithangen, al dan niet met succes.  Noël wil de kans niet laten voorbijgaan nu er een camera in het café verschijnt waar hij vaak de grapjas uithangt.  Wanneer de burgemeester aan het lachen is, merkt hij op: 

FILOSOOF:  En na de verkiezingen, geen glimlach maar een grimlach.  (gelach) 

Jamaar, bent u daar tegen? Hebt u zoiets van: er is daar weer een politicus.

FILOSOOF: Neen, echt niet. Die zijn er nodig.

Maar u lacht daar een beetje mee?

FILOSOOF: Toch niet.  Ik heb daar respect voor.

Maar niet te veel.

FILOSOOF: Ik zou niet graag in hun plaats willen zijn:

Ah ja.

FILOSOOF: Nooit thuis, al die recepties (geschater)

ID: Dat is altijd iets dat van politiekers afgerekend wordt hé, die recepties.  En dan zien ze je staan met een glas in uw handen, of op een foto alweer met een glas, en dan zeggen ze: alweer een receptie.  Alhoewel dat dat maar een klein onderdeel is van heel je werk dat je doet hé zeg.  Die recepties, dat zou moeten het hoofdding zijn, dan houden we dat geen zes jaar uit wè zuh.

 

 

 

Burgemeester, vindt u dat niet vervelend dat mensen, als u ergens binnenkomt, altijd wel een opinie hebben over wat u doet?

ID: Nee, nee, dat mag ook.

En misschien u scheef bekijken.

ID: Neenee, dat mag ook, een opinie hebben, en een eigen idee erover.  Het is aan mij om dat te ontkrachten hé.  Het is aan mij om te bewijzen dat het anders is.  En dat is ook de uitdaging, dag na dag.  Mensen mogen een visie hebben, mensen mogen daar voor uitkomen, dat is prettig dat ze daar voor uitkomen. Beter dat ze het u rechtuit zeggen.

Burgemeester, ik hoor van Giselle dat uw oudste dochter ook interesse heeft voor de politiek, bent u ze aan het klaarstomen eigenlijk?

ID: Niet klaarstomen, ze heeft een eigen idee, ik ga daar niets in forceren.

Een eigen idee?   Ze is van een andere partij?

ID: Neenee.

Ja, het kon zijn hé.

ID: Ze moeten hun eigen gang gaan in het leven, en ze moeten zelf verkiezen of ze dat al of niet willen doen.

En als ze nu thuiskomt en zegt: pa, ik ben communiste!

ID: Dat is haar idee, moet je toch respect voor hebben.

Dan blijft ze welkom?

ID: Absoluut, het zijn uw eigen kinderen, waarom niet? Het zijn toch uw eigen kinderen.  Welke visie ze ontwikkelen in hun leven, het blijven uw kinderen, en die zijn altijd welkom. Of niet soms?

Ja, het zijn uw kinderen hé.

ID: Absoluut.  Absoluut  En dat is juist het gegeven.

Jamaar, ik vind dat mooi hé, dat pleit voor u hé, burgemeester (ik geef een schouderklopje).

ID: Ah, de goeie schouderklop, nog een keer.  Maar ja, je weet nooit hoe het gaat hé, het leven neemt soms rare wendingen hé.

Even een filosofisch moment: het leven neemt soms rare wendingen.

GISELLE: Dat klopt, dat klopt, dat klopt.  Er zijn een aantal dingen in het leven die je niet kunt voorzien hé.  We hebben daar juist nog gehoord ‘De Genade van het Moment’.   De deken van Tielt zei dat.  En dat zijn dingen die je niet kunt voorzien.  Die soms goeie richtingen, minder goeie ja.  Maar dat is ook interessant, dat je niet altijd weet wat er gaat gebeuren, dat hoeft ook niet.

Zeg burgemeester, en trekt u zich al de problemen waar u van hoort persoonlijk aan?

ID: Ja, misschien wel te veel, ja, ja. Misschien wel te veel, en dat is soms wel de moeilijkheid dat je dat niet van u kunt afzetten.  En ja, misschien wel, het ligt in mijn karakter.  Het ligt in mijn karakter dat ik soms de problemen te veel op mij trek.

GISELLE: Wij moesten ooit eens een verhandeling maken, in het regentaat op school, en de titel was…

U bent ook naar school geweest?

GISELLE: Ik ben ook naar school geweest.  Gelukkig.  Heb ik die kans gekregen.

Ik zou dat niet meteen gezien hebben.

GISELLE: De titel van de verhandeling: ‘Niemand is een eiland, wij zijn allen delen van een continent.’  EN hier in Pittem is dat zo.  De burgemeester is…

Neenee, hij is een continent.

GISELLE: Voila, en wij allen daar  omheen.

ID: Ja, dank u. Als mensen vragen hoe het is met mij, dan zeg ik ‘dik tevreden’, en dat zegt veel.

Dat is gesproken als een continent.

ID: Als je je maar gezond voelt hé, dat is het belangrijkste.

(Dan komt de gemeentesecretaris binnen en hij wordt meteen betrokken in het gesprek) 

Ze zeggen vaak: eigenlijk is het de secretaris die de gemeente bestuurt hé, die het werk doet.

ID: Hij doet het werk, dat is juist.

GISELLE: Het werk, dat is waar.

Hij bestuurt het niet, maar hij mag het werk wel doen.

ID: De beslissingen worden nog altijd genomen door de politiek hé.

GISELLE: Voila, de politiek verantwoordelijke is de burgemeester.

ID: Het uitvoeren naar de wettelijke basis is het werk van de secretaris.  Dus hij moet zien dat alles in de wettelijke banen loopt, en is dat zo niet, dan zou hij wel een keer op zijn oren kunnen krijgen hé, ja.  Maar gelukkiglijk, we doen dat hier niet.

Willy :zijn oren zijn nog niet te groot hé.

Inzoom op oren :

Mja…Is het een strenge?

Secretaris: Wie?  De burgemeester?  Heel streng!  Nog niet opgevallen?

Ja, niet tegen mij.  Tegen mij doet hij voortdurend sympathiek.

Secretaris: Ja, hij heeft mediatraining gehad hé.

GISELLE: Ge moet uw strengheid door uw goedheid aanvaardbaar maken.  Hier is dat zo.

ID: ER worden hier toch heel filosofische uitspraken gedaan hé in Pittem.

Ik denk dat mevrouw een boekje van Bond Zonder Naam heeft ingeslikt.

GISELLE: Neen, ik zat bij de zusters op school hé.  Nee, wij hebben dat daar nog meegekregen met de paplepel en ik ben daar nog fier op.  Wij hebben daar hele mooie waarden geleerd, en dat blijft, als dat positief is, blijft dat meegaan hé.

ID: Politiekers begeven zich soms, niet altijd, op glad ijs. Voila.  Het is een manier om recht te blijven.

Een manier om recht te blijven: op glad ijs?

ID: Het is de manier om recht te blijven die geldt hier, de poging om recht te blijven.  Soms denk ik dat die secretarissen wel eens zeggen – ik veralgemeen dat hé -- :  wat zijn die politiekers weer aan het uitkramen?  En dan moeten ze daar maar rap proberen in rechte banen te leiden hé.   En als het anders is, dan zullen we dat wel horen hoor.  Ge moogt gerust zijn. Ze moeten hun job naar behoren doen hé.  En het lukt nog altijd.  Allez, de poging zit nog altijd goed hé.

Secretaris: Dacht ik ook.

ID: Een secretaris en een burgemeester, dat is één team hé, dat moet zo werken, als in een gemeente de secretaris en de burgemeester niet op dezelfde golflengte zijn, dan mag je dat als politieker zeker vergeten.  Want dan word je voor afgerekend.  Maar bij de gemeente is dat niet het geval.  Tenslotte, we hebben alle twee hetzelfde doel hé, dat is de gemeente goed laten draaien hé.  Wij op politiek vlak, en de secretaris op administratief vlak, en als hij dat niet kan, dan is het natuurlijk heel verkeerd hé.

 

ID: De dag dat ik trouwde, dat is 26 jaar geleden, woog ik ongeveer 75 kg. Voor iemand van een 1,87 m.  Maar bij het in de politiek komen, hebben ze mij gezegd: ‘Als je in de politiek komt, moet je gewicht in de weegschaal kunnen werpen’ , en dat heb ik blijkbaar een beetje te letterlijk opgenomen.  Ik had het beter een beetje figuurlijk opgenomen.  Maar als jonge beginneling, dan sta je er niet bij stil, maar achter die jaren, dan besef je dat eigenlijk dat gewicht in die weegschaal figuurlijk bedoeld was.  Maar goed, ja, we staan er nu mee, letterlijk, we leven ermee, en we voelen ons goed.   Dus waarom zouden wij daarover zitten klagen?  God ja, als je je goed voelt in je vel, en als je gezond zijt, dat is het bijzonderste, de reste komt er wel bij.

God, zegt u?  U gelooft.

ID: Ja, ik ben gelovig. 

Secretaris: En dat is de waarheid. Want deze morgen, het eerste wat hij me gaf, was deze pen. (met opschrift: Bidden Werkt).  Dus is hij zeer gelovig, en denkt hij: ik moet vandaag bidden, anders loopt het hier mis.

U deelt pennen uit met het aanzoek om te bidden.

ID: Aanzoek om te bidden niet, om te geloven. 

U bent eigenlijk ook promotor van het geloof?

ID: Promotor van het geloof?  Ik ga altijd… Mijn geloof ga ik nooit afzweren.

U deelt pennen uit met ‘Bidden Werkt’.

ID: Jajaja, bidden werkt.

Mag ik nog eens zien?

ID: Af en toe is dat wel een keer nodig.  Af en toe is dat een keer nodig. 

En bidden op het werk, mag dat ook?  Als bidden werkt, waarom niet bidden op het werk?

ID: Dat hangt af van de secretaris hé.  Hij is hoofd van de administratie.

Secretaris: Juridisch gezien moeten wij onafhankelijk zijn, iedere religie eerbiedigen, dus euh…

Maar u zou het hem niet kwalijk nemen als hij zou bidden op het werk?

ID: Neen, zeker niet.

Bidden werkt, en u mag bidden op het werk.

Secretaris: Dat was ook de boodschap deze ochtend.

En bidt u soms op het werk?

ID: Af en toe wel eens.  Ik denk dat die momenten die je kan besteden aan het geloof, dat dat ook hele mooie momenten zijn.  En als je efkes de kerk bezoekt, bij de wekelijkse dienst of zo verder, dat uurtje dat je daar aan besteedt, dat kan soms verhelderend en een rustgevende manier zijn.  Dat is een uurtje om een keer te mijmeren en erbij stil te staan over hetgeen wat dat je doet in het leven en wat dat betekent in het leven.  En dat kan dan misschien bij sommige mensen wat belachelijk of naïef overkomen, maar ik geloof dat je soms een keer nood hebt om een keer een uurtje eigenlijk echt te gaan filosoferen om een keer een rustig moment uit te kiezen om even stil te staan over wat het leven betekent en zo verder. En dat klinkt misschien naïef, maar voor mij is dat niet naïef.  Ik ben, ik ben…    Ik heb het geloof meegekregen van jongs af aan, vroeger in de scholen en zo verder.  Maar ik heb zelf al ervaren in het leven dat je soms iets bereikt door nog te geloven in iets.

Serieus?

ID: En is dat geloven in de mens, of is dat geloven in jezelf, maar je bereikt nog iets met je geloof.

Maar bidt u ook voor de problemen waar u mee geconfronteerd wordt op de gemeente?

ID: Laat ons zeggen dat wij soms wel even daar bij stil staan.

Zegt u dan: laat ons bidden voor nieuwe wegen en nieuwe fietspaden?

ID:  Ik denk dat de burgers dat wel zullen doen, om te bidden daarvoor.  Mijn taak is om het uit te voeren.  Dat hetgeen ze vragen, dat wij dat proberen zoveel mogelijk uit te voeren, maar je slaagt er niet altijd in.   Je kan niet altijd alles realiseren, en je kan niet voor iedereen gelijk doen, en je kan ook niet alle wensen invullen.  Want sommige wensen zijn ook onrealistisch.

Laten we bidden voor nog een pintje,…  en kijk.

ID: Voila, en onmiddellijk is de wens vervuld.  Maar er zijn bepaalde dingen die je niet kunt realiseren, omdat het onrealistisch is of niet wettelijk enzoverder.  Maar God ja, je probeert er het beste van te maken.  Dat is nog altijd de bedoeling: er het beste van maken, zowel in je leven als in je job .  Dat moet de uitdaging zijn. En dat is ook mijn uitdaging. Er het beste van maken. En het is de beste manier om er van te genieten en van te werken, want euh…  Anders …

Allez, laten we bidden dat het allemaal lukt…

ID: Laat ons bidden.

Wij bidden u verhoor ons heer.

ID: Dat is…juist.

Jajaja, ik heb ook mijn roots hé.

 

22:06 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.