07-02-06

LODE MORLION IS DE OPVOLGER VAN FRANS VANHEULE

Burgemeester Frans Vanheule doet op zaterdag 11 februari officieel afstand van zijn burgemeesterstitel op een groot afscheidsfeest in Lo-Reninge.  Ik volgde zijn opvolger Lode Morlion toen hij een uitnodiging voor dat feest ging overhandigen aan de burgemeester.  Het was mevrouw Vanheule die de deur opendeed.

 

LM: Dag Anna, is de burgemeester thuis?  Mogen we binnenkomen?...

Mijnheer de burgemeester, u zegt: ‘Is de burgemeester thuis?’, maar u bent zelf de burgemeester.  Neen u bent niet thuis, want u bent hier.

LM: Dat is pure gewoonte, en uiteindelijk ook als, fin, het is altijd mijn baas geweest en in die zin spreek ik nog altijd van burgemeester hé.  Gelijk wanneer ik hem zie spreek ik van burgemeester.

Vanheule: Dag Lode.  ‘Dag burgemeester,’ moet ik zeggen hé.  Ik ga dat moeten leren.  ‘Dag burgemeester’.

Dag burgemeester!

Vanheule: Dag.  Het is de burgemeester op pensioen hoor, dat hier.

Ja, het lijkt wel een plaag.  Iedereen dat ik hier zie is burgemeester.

LM: Maar binnenkort wordt hij ereburgemeester. Iemand met zoveel ervaring, ge komt dat ook niet elke dag tegen.  41 jaar in de politiek, waarvan elf jaar burgemeester.  Allez, in het Frans zeggen ze: ‘Il faut le faire hein’.  

Vanheule: 41 jaar gezeteld en sedert 14 dagen zetel ik nog meer nu. (lacht)

Vanheule: Burgemeester, ge meugt gie zitten, k’en kik nog nie…

LM: Dank u burgemeester.

Ah, jullie gaan nu gewoon zo verder gaan, burgemeester zeggen tegen mekaar?

LM: Ik moet zeggen, dat is vanzelf, ik was zes jaar voorzitter van het OCMW, ik heb altijd burgemeester gezegd, en dat is burgemeester gebleven, gelijk op welke moment, dat is uit gewoonte.

Vanheule: Jaja.

LM: Maar ook uit respect voor de positie van.

Vanheule: Tegen mijn voorgangers zei ik dat ook.  Ik heb Jerome Simon gekend als burgemeester, en ik bleef kik zeggen ‘Jerome’, euh ‘burgemeester’.  Tegen Roger Simon natuurlijk ook.

En wat zult u zeggen tegen de burgemeester?

LM: Hewel, ik kwam binnen en hij zei ‘Lode’, maar ik vind dat sympathiek.

Vanheule: Ge moogt het niet kwalijk nemen, maar ik heb gezeid dat ik het nog moet gewoon worden.  Het is de bedoeling van te zeggen ‘burgemeester’.  Ik ga mijn les goed leren.

LM: Jamaar, dat is geen probleem daar juist. 

Vanheule: Het doet een beetje aardig dat wij hier van weerskanten zeggen ‘burgemeester’.

LM: Ik kan daar niets aan doen, dat is pure gewoonte.  Pure gewoonte.  Fin, het is een goeie gewoonte.

En u zegt: ‘Ik vind het een kwestie van respect van hem met zijn titel aan te spreken’, dus u verwacht dat misschien ook een beetje van de mensen, kwestie van respect dat ze…

LM: Dat is niet, dat is niet, ik begrijp wat je wilt zeggen.  Maar dat is niet, uiteindelijk is dat niet, mensen zijn daar niet in verplicht.  Maar ik moet zeggen, burgemeester Vanheule is ook een beetje ouder, en ouderdom dwingt ook een klein beetje respect af hé.  Dat is duidelijk.  Maar ik moet dat ook nog verdienen hé.

Oud en wijs zeggen ze hé.

Vanheule: Oud en wijs, hopelijk, hopelijk.

LM: Ik moet dat ook nog verdienen hé, en vandaar dat dat… allez, daar zit er nog wel wat verschil in.

Vanheule: Zij je nog altijd en rodage, burgemeester? 

LM: We zijn nog en rodage, ja.  Jajaja.  Fin, een dag met een keer.

Vanheule: En ik ben aan het zoeken nog een beetje of ik het nuttig zal kunnen doorbrengen.  Je loopt in het begin een beetje onwennig rond.   Vooral in de voormiddag hé. 

LM: Ja, anders kwam je een keer naar de gemeente hé, ja.

Vanheule: Maar ’s avonds heb ik geen probleem, dan heb ik mijn toneel.  Ik zijn weer hele avonds weg hé.

LM: Ha, de burgemeester is dus een…

Vanheule: Ik zijn ook toneelspeler hé…

LM: Een semi-professionele toneelspeler. Heel zijn leven.  En nu speelt…

Vanheule: Slisse en Cesar hé. 

LM: Slisse en Cesar.

Vanheule: En de rol van Slisse hé.  Kijk hier, 62 bladzijden (lacht).

LM: Dus hij heeft daar nu de hoofdrol, hij moet daarin niet van de scène komen hé, hé burgemeester?

Vanheule: Nee, het is juist.  Kijk hier.

En kent u het al een beetje?

Vanheule: Wel, het eerste bedrijf ken ik al.  Ik heb het al een keer een beetje geleerd van de voornoene en deze namiddag.

Er zitten daar veel moppen in zeker?

Vanheule: Jaja, jaja.

Zitten er goeie in?

Vanheule: Mmm, ja, toch af en toe zo.  Maar dan in verband met het stuk, niet om aan je te vertellen. Jajajaja.  Er staat onder andere iets in van een schoolmeester bijvoorbeeld.

LM: ‘k Heb eigenlijk, kijk burgemeester, ik heb die uitnodiging mee voor… Dus, binnenkort wordt er een afscheid gevierd, het dankfeest voor burgemeester Vanheule:  En…

Een tankfeest?

LM: Een dankfeest omwille van het feit dat hij zich 41 jaar ten dienste heeft gesteld van Lo-Reninge.

Vanheule: Vroeger was er sprake dat ze een nieuwe weg gingen leggen, en dat was dan de Vanheule-Weg.

Had u niet liever een andere gehad?

Vanheule: Neenee, het was juist omdat het Lode was dat ik ergens plaats gemaakt heb.

Ah, voor een andere zou u het niet gedaan hebben?

Vanheule: Mo, niet zo direct.

LM: Allez bedankt.

Vanheule: Gewoon omdat het een waardige opvolger…

Ja? Wat is er zo goed aan Lode?

LM: Dat is delicaat hé burgemeester.

Vanheule: Het was al vijf jaar dat ik hem kende, en ik zegge: blijkbaar gaat dat nu niet meer uit de hand lopen hé.

Had ik het geluk gehad om u vijf jaar te kennen, dan was ik misschien burgemeester geweest.

Vanheule: Dat was mogelijk, die mogelijkheid zat daar ook in, ja.  Ja, ja, ja.  En hoe gaat dat hé.

U bent een hele tijd burgemeester geweest van Lo-Reninge.

Vanheule: Ik ga ne keer zeggen, het is dus 41 jaar dat ik in het schepencollege en burge… Dus elf jaar burgemeester geweest.  24 jaar schepen eerst, van ’64 tot… en dan zes jaar OCMW-voorzitter, om een keer alles doorlopen te hebben, en dan elf jaar burgemeester, en dan denk je dat je het allemaal een beetje weet, gow.  Dat denk je wel hé.

Ja, er is veel veranderd waarschijnlijk.

Vanheule: Ba joat hé. Ik heb veel werk gedaan, maar ik heb er ook nog veel overgelaten.

LM: Jaja, dat weten we wel.  We gaan nog goed weten wat te doen.

Vanheule: Ja, er is veel gedaan gewist, maar we hebben er nog veel overgelaten ook hé. Maar we wisten van elkaar hé.  Dus het is niets… Allez, er gaan geen lijken uit de kast vallen hé, burgemeester.  Dat is ook al veel hé.  Dat je zo geen kerkhof achterlaat.

LM: Ik heb daar alle vertrouwen in.  Maar het is natuurlijk niet evident hé, een burgemeester vervangen die 41 jaar in de politiek is geweest, waarvan elf jaar als burgemeester.  Allez, ik moet zeggen, dat is, ik kan goed voorstellen dat dat voor mij een verandering is, maar dat is voor mensen die werken met de burgemeester ook een grote verandering hé.  Zowel in de administratie als …  iedereen die bij de gemeente betrokken is, dat gaat een beetje aanpassing vragen hé.

En zijn jullie een beetje dezelfde types zo, of?

LM: Allez, ik peins, redelijk rustige… Rustig, wil ik zeggen, we proberen overeen te komen, en niet te veel…

Vanheule: Het gematigde type.  Het gematigde type.

LM: Voila, dat is het juiste…

Vanheule: Dat is het juiste woord.

LM: Het gematigde type

Vanheule: Burgemeester, je leert dat ook wè. Een beetje, dat je niet altijd rechtuit je stekels rechtzet. Heb je ook geen deugd van hé.

LM: Het gematigde type, dat is een goeie omschrijving.

Vanheule: Levenservaring en…

Maar u zit bijvoorbeeld in het plaatselijk toneel, ja, dan neem ik meteen aan dat u zo’n bekend volksfiguur bent.  Bent u dat ook?

LM: Ik speel geen toneel.  Ik kan dat niet.

Vanheule: Jamaar, dat zal hij nu wel spelen hé.  Dat moet je ook kunnen hé.  Niet altijd op de scène hé.   Ik denk dat ik dat heel mijn leven een beetje gedaan heb, toneel gespeeld.  Dat zegt mijn vrouw toch.

LM: Maar we gaan… Ja maar, op dat vlak heeft de burgemeester hele grote capaciteiten hé.  Ik moet dat nog… Ik zeg, ik moet nog vele leren hé.

Vanheule: En een beetje bekendheid verworven daardoor hé.

Door dat toneel?

Vanheule: Welja, als je dat al ieder jaar doet, en ah ja…

U zou beter ook toneel beginnen spelen.

Vanheule: Ja, maar hij moet door zijn werk geraken hé.  Ik moet zeggen dat de werkdruk nu ook veel groter is…

Ah, en daarom bent u ermee gestopt…

Vanheule: En hij doet hij ook nog… ‘k Ga ne keer zeggen: ik was eigenlijk op rust hé.  Ik was eigenlijk landbouwer op rust.  Dan kun je een beetje… Maar als je moet patiënten nog… Ja, het is eigenlijk zo hé.

Ja, hij zal ze verwaarlozen hé.

LM: Neenee.

Neenee, zijn vrouw zal ze overnemen.  Zijn vrouw zal nogal werk hebben…

Vanheule: En wij zijn natuurlijk, ik en mijn vrouw, veertig jaar samen, omdat ik nooit veel thuis geweest ben, hebben we nooit niet veel geen ruzie gemaakt.   Dat is ook een voordeel hé.

Maar u was wel veel thuis met uw vrouw, u hebt waarschijnlijk wel heel veel ruzie gemaakt?

LM: Neenee…

Vanheule: ‘k Geloof dat er stijf veel anders is.

LM: Het is stil waar dat het nooit waait ook hé. 

Vanheule: Het moogt luchten, maar het moogt geen trekgat zijn, want er heeft daar niemand deugd van hé.

LM: Het is waar.

 Bent u er nu zo helemaal uit, of raadplegen jullie mekaar zo nog wat?

Vanheule: Nee, ik ga dat nog een beetje volgen, maar niet meer mij gaan moeien. LM: Nee, maar dat belet niet als er een keer een probleem, of ooit een keer een idee, of een keer een mening wordt vereist, dat we nog een keer contact nemen met de burgemeester nog.  Want uiteindelijk, ik heb het nog gezegd in mijn afscheidsspeech in de gemeenteraad, hij heeft een enorme politieke intelligentie.   Hé, hij weet goed, allez, wie kent het politieke bedrijf van binnen en van buiten hé?  Iemand die zo lang in de politiek gezeten heeft.

Vanheule: Dat is gegroeid hé.  Toen we daar aan begonnen was dat natuurlijk in veel mindere mate, maar stelselmatig, meer alle soorten papieren, ja, stijf veranderd he…

Zult u het missen?

Vanheule: Welja, als je dat graag gedaan hebt, inderdaad hé.   Ja.  Maar als je dat binnen twee jaar moet doen, je mist dat ook hé, jah… Allez. 

LM: Ja, ik kan me dat voorstellen.  

Vanheule: Het is zo hé.

LM: (Diepe zucht).

Vanheule: Je mist dat natuurlijk, ja.

En waarom bent u nu afgetreden?  Een beetje uit politieke redenen? 

Vanheule: Hewel ja, dat ze gereed gestart zijn naar de nieuwe verkiezingen toe.  Een beetje rails gezet.  Als de burgemeester kan vertrekken als burgemeester naar een verkiezing, heeft hij een voordeel.  Dat is een voordeel.  Hé, een burgemeester die aan de verkiezingen…

LM: Absoluut.  Absoluut.

Ja, dat is mooi van de burgemeester hé. 

LM: Absoluut.  Ja, maar dat appreciëren wij ten volle.

Vanheule: Maar dat was eigenlijk de bedoeling, ik had dat ook eigenlijk altijd zo gezegd.  Ik heb ook woord gehouden, ik heb daar niet vele geen ruchtbaarheid van gemaakt.

Maar was u toch niet liever gebleven, nog efkes zo?

Vanheule: Boh ja, inderdaad.  Maar allez, ik vind het toch niet spijtig dat ik die stap gezet heb.  Ik denk dat de mensen dat ook appreciëren ergens.

LM: Jaja, absoluut.

Ja, vooral die ene mens daar.

LM: Ja, uiteraard, uiteraard ben ik content, hé burgemeester.

Vanheule: Maar je ziet wel dat hij het ziet zitten hé, en terecht. …Ja, de tijd gaat eigenlijk vlug hé.  Ik ben begonnen in het jaar ’64, aan 41 jaar, het is niet te geloven dat dat… Maar er is ook een heel verschil, ik heb dat vroeger al dikwijls gezeid, naar de verloning toe.  Ik had vroeger 740 frank, voor schepen, voor eerste schepen te zijn. Het is waar.

Dat is niet mis.

Vanheule: Nee, tegen dat ik een keer de brandweer getrakteerd had, was ik het kwijt.

LM: Ja, het is iets anders nu hé.

Goh, nu!

Vanheule: Maar het is waar. Maar het was ook nodig hé, dat ze die die meest betaald waren verhoogden, de anderen hadden al veel.  Is het geen waar Lode?  Ze moesten de andere niet vervijfvoudigen hé.  En ik moet eerlijk zijn, het heeft ook een beetje mijn pensioen goed gemaakt.  Die laatste jaren.  Ik moet eerlijk zijn. Het is zo.  Dat ging nog niet zo.  Ze zeggen: ge moet het niet doen voor het geld, maar er is toch vele uren werk aan hé.

Het is dat: voor wat hoort wat hé.

Vanheule: Als je moet zeggen, een voormiddag daarmee bezig zijt, en dan nog ’s avonds, ge kent dat wel hé.  Maar ik zegge: er zijn veel aangename kanten ook hé.  Het is otomets een keer …Ge moet dat een beetje daarbij nemen hé.

Allez hoort ge het, er zijn veel aangename kanten aan.

LM: dat weet ik, dat weet ik. 

Vanheule: 85 %,  85 %.  De andere 15 moet je…

LM: Allez, dat zijn toch van die wijsheden dat burgemeester Vanheule goed kent en dat je toch moet proberen mee te nemen hé.  Dat is inderdaad zo, in hoofdzaak is dat aangenaam, maar 15 %...

Vanheule: Ja, moet je daar dan bij nemen. 

LM: Maar fulltime burgemeester zijn, dat zou een plezier zijn hé.

Vanheule: Wel, ik was dat eigenlijk hé.

LM: Ja.  De burgemeester was op pensioen hé.

Vanheule: Ik was ik op pensioen hé, ik ging overal naartoe waar dat ik kon.  Maar als je natuurlijk nog een beetje… je andere zaken moeten ook euh…

LM: We moeten overeenkomen hé, thuis.

Maar ja, de mensen van Lo-Reninge zullen dat toch voelen. Ze zijn nu een fulltime-burgemeester gewoon, en nu komt er een parttime-burgemeester.

LM: Dat gaat iets anders zijn, ja.  Maar naar bereikbaarheid toe is dat geen probleem, uiteraard, email, en telefoon, dat is helemaal geen probleem.

Hier te lande?  Email en telefoon?

LM: Dat is zeker (gsm gaat af) Hier ze,kijk voila.

 

Die sjerp die u elf jaar gedragen hebt, hebt u die dan moeten afstaan?

Vanheule: Nee, ik heb dat mogen houden, ik mag dat houden hé.

Ah ja, u mag die houden.

Vanheule: Ja, en voor Lode is er een nieuwe besteld geweest.

U hebt er dus ook al één.

LM: Ik heb er al één.

Vanheule: Normaal, als je dan dood gaat, ze leggen dat dan op je kist zo hé.

Serieus?

LM: Ja, burgemeester, dat is nog te vroeg hé voor mij.

Vanheule: Ja, ge weet dat zelve niet, ge gaat moeten zien dat jullie dat niet vergeten (lacht).

Allez, dat zal er ook opliggen bij u.

LM: Goh, dat is het laatste waar ik aan denk, maar inderdaad dat zou wel kunnen, maar hopelijk nog niet voor direct.

Vanheule: Ik zeg dat nu een keer, alle gekheid op een stokje hé.

  

Vanheule : Ja, ik heb in de tijd nog, ik heb nog 22 jaar brandweer geweest. 

Wanneer deed u dat…?

Vanheule: Ik had een stiel, als je landbouwer zijt, dat je thuis zijt hé.  Als er iets gebeurt.  Maar mensen die gaan gaan werken, die kweet niet waar zijn, die kunnen zomaar niet hé…

Ja, hij had nochtans ook de kans om landbouwer te worden hé.

Vanheule: Ja, maar ze waren met tien thuis, het ging moeilijk zijn dat het juist hem zou zijn.

Met tien?  Serieus?

LM: Ja.

Vanheule: ‘k Zegge, het ging moeten juist passen, Lode, dat jij juist het lotje trok hé.

LM: Ja, ik heb het gezegd, ik vond dat een mooie stiel, magnifiek, maar het was blijkbaar niet voor mij weggelegd.

Vanheule: Ja, dat is zo.

Maar ik wist niet dat hij met tien was thuis.

Vanheule: Jajaja.

En waar kwam u zo in…

LM: Ik was nummer zeven.  Nummer zeven.  Het is een schoon nummer hé, nummer zeven.

Vanheule: En vader was schepen bij mij.  We hebben tegare in het schepencollege gezeten.

Ah ja, en een beetje hetzelfde karakter zo?  Ook gematigd?

Vanheule: Ja, maar toch de zoon nog iets gematigder denk ik.  Zonder kwaad te zeggen van de mensen hé.

LM: Jajaja, absoluut.

VAnheule: Het is zo.

LM: Iedere vogel zingt zoals ie gebekt is hé.

Vanheule: Recht voor de vuist, maar ja, dat was… Ja, ik heb zo, ge moet zeggen, zes, zeven schepencolleges gehad.  Iedere keer met andere mensen hé.

Van tien?  Een gezin van tien?  Dat is toch ook niet meer van deze tijd hé?

LM: Dat is inderdaad niet meer van deze tijd.

Vanheule: En dan nog de zevende en toch nog mooi uitgegroeid hé.

JAja, u laat het klinken alsof u dat niet verwacht had.

Vanheule (lacht): Zo zal het wel zijn.

 

En wat heeft dat gedaan met u, opgroeien in een gezin van tien?

Word je daar sociaal flexibeler door?

LM: Ik weet het niet.

Word je daar gemoedelijker door?

LM: Maar dat is karakter… Eigen aan uw karakter. Dat wordt wel voor een stuk gevormd maar uiteindelijk heb je dat toch mee van bij de geboorte, peins ik hé.  Maar ge wordt toch wel een beetje gevormd in die zin dat je sociaal leert op te stellen ook hé.  Rekening houden met een ander ook.  Soms een keer vechten voor, allez, dat is misschien lelijk gezegd hé, voor je brokke.

Vanheule: Ze zeggen dat hé, als je uit een bende komt.

LM: Maar ik moet zeggen, dat heeft altijd heel rustig verlopen.  Nooit geen oorlog gevoerd.

Gematigd, wat moet ik daar nog onder verstaan? Rustig?  Zich zelden opwindend?

Vanheule: Ja, niet extreem zo.

LM: Ja, eerst een beetje de situatie trachten te overschouwen, dan een oordeel proberen te vormen en dat dan naar buiten brengen, en ook een beetje zoveel mogelijk rekening proberen te houden met andere mensen ook hé, met andere meningen.

Vanheule: Uiteindelijk is het toch een mooie titel hé, burgemeester.  Hé, het is een mooie titel hé.  De gouverneur zegt nog altijd dat hij nog liever burgemeester was of gouverneur.

LM: Ja, dichter bij de bevolking hé.

Ja, maar ik weet niet of…

Vanheule: hij zeult wel overal rond nu, maar…

Ik weet niet of u alles moet geloven wat de gouverneur zegt hoor.

LM: Hewel, als burgemeester zijn we toch verplicht om te volgen of te luisteren naar wat ie zegt hé.

Vanheule: Dat is toch een beetje de Koning van West-Vlaanderen hé.  Dat is niet de koning van België, maar…

11 februari, het grote afscheidsfeest. Dat zal toch wel een raar moment voor u zijn zeker?

Vanheule: Ja, ik denk dat wel, jaja.  Ik ga me eerst eens laten masseren, peis ik.  Allez, dat ik me een beetje fit voel zo.

LM: Schoon hé.

Vanheule: Ja, het is schoon.

Het is te hopen dat ze dat voor u ook zullen doen hé.

LM: Het is te hopen dat het nog niet direct moet gebeuren, dat we nog een beetje respijt hebben.

 

 

Even later zitten ze nog naar de uitnodiging te kijken, en zijn ze aan het praten over het aandeel van de vrouw in het burgemeestersschap.  Lode Morlion is net aan het zeggen dat zijn vrouw die net als hij kinesist is veel van zijn werk moet overnemen.  Het wordt heel druk voor haar, zegt hij.

 

Vanheule: Maar ze gaat zij dat allemaal gewoon worden wè, burgemeester.  Ze zal zij dikwijls een keer moeten je hemd strijken en kijken ‘wat ga je vandaag aandoen?’  Dat was hier ook zo wè.  Mijn vrouw, zeg ze, ik heb hier meer werk, zeg ze… We hadden vier kinderen. Ze heeft meer werk aan mij gehad, dan aan mijn vier jongens.  Mijn hemden strijken, en ik kom dan naar beneden: ‘Wat heb je daar nu aan?’  Ik weer naar boven achter wat anders.

Is dat ook zo bij u?

LM: Neen, niet direct, maar ik vraag het ook wel eens of in het orde is.. 

Vanheule: Ja. Ge komt beneden: ‘wat heb je daar nu aan?’  Frans weer naar boven natuurlijk….    Allez, dat ziet er heel mooi uit.

U komt toch?

Vanheule: Ik zal al de reste schrappen op mijn agenda, ik ga dat voor pakken.

En  mag iedereen in de gemeente komen?

LM: Iedereen is uitgenodigd.

Iedereen is uitgenodigd? 

LM: Iedereen.  Schoon hé.  Zo veel mogelijk.  Hoe meer volk, hoe liever.  Dat is de bedoeling.

10:19 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.