07-02-06

EEN ZONDAGVOORMIDDAG BIJ DE MORLIONS

Het is zondagvoormiddag en de Morlions, het gezin van kersvers burgemeester Lode Morlion en zijn echtgenote Karolien Destrooper, zitten te ontbijten. 

 

Er zijn eigenlijk drie kinderen, maar nu zijn er maar twee thuis.

LM: Er is nog één die op kot zit voor het ogenblik, die, ik hoop het, ferm aan het studren is.

Vrouw: Verzeker wel, want het zijn examens.

Ah jaja, is dat nu de tijd van de partiële examens?

Vrouw: De eindexamens.

U zit ook al in het hoger onderwijs?

Dochter: Ja.

Ah ja. Het zijn allemaal slimme kinderen dat u… herinner ik mij.

LM: Dat moet blijken.

Ja nee, wat deed ze ook alweer?  Er was eentje dat geneeskunde studeert, en eentje voor apotheker hé?

LM: Voor apotheker ja.

Allez ja, en welk eentje is dadde hier?

Dochter: Voor apotheker.

Burgemeester, als ze zulke studies doen, dan mogen we zeggen: het zijn intelligente kinderen.

LM: Het zijn geen dommeriken.  Nee, het is juist.  Neenee, ze doen hun best, ja, we zijn content.

Hij doet dat goed zo hé, de bescheiden man spelen, terwijl hij waarschijnlijk elders aan de toog gaat hangen: ‘Ja, mijn kinderen…’

Vrouw: Neenee, ik peins dat niet.

Nee?

Vrouw: Neenee (59’12”)

LM: Neen, ge moet altijd voorzichtig zijn hé, uiteindelijk zijn ze nog maar gestart hé.  Ze moeten nog een hele weg afleggen.

Vrouw: Ze moeten nog veel bewijzen. (59’19”)

LM: Maar ze doen hun best.

 

Bent u vlot door de studies gegaan?

LM: Ja, ja, ik mag niet klagen.

Het is eigenlijk toen u aan het studeren was dat u uw meisje hebt leren kennen, of…

LM: Mijn vrouw.

Uw vrouw.

LM: Euh, dat was in die periode.

Jullie deden dezelfde richting?

LM: Ja, het is ondertussen ook al 25 jaar geleden.

Jaja, waar is de tijd hé? Wat studeerden jullie precies?

LM: Kine.  We zijn alle twee kinesist.  En dat komt goed van pas nu.  Allez, in die zin, dat werk dat wat te veel is voor mij, kan ik doorgeven aan mijn vrouw…

Ah, dat komt goed van pas.

LM: Dat komt goed van pas.

JAja, eigenlijk wil ie zeggen van: ik kan mijn vrouw nu nog beter gebruiken.  Ik zei niet misbruiken hé burgemeester.

LM: Het is inderdaad zo dat dat goed van pas komt, anders zou dat moeilijk zijn.   Maar nu kunnen we dat, de praktische zaken en zo, goed oplossen hé.

Oplossen, ja.  U bent eigenlijk de dupe, mevrouw, van zijn politieke ambities.

Vrouw: Wel, dupe.

LM: Wel, een beetje ja, fin, het is een lelijk woord, de passe-partout.

Ja, en doordat jullie toch alle twee een heel serieuze beroepscarrière, beroepscarrière hebben, worden de kinderen waarschijnlijk toch een beetje verwaarloosd.

Dochter knikt.

Is het zo?  U zit zo uitbundig te knikken.

Dochter: Neen, het is niet waar.

Waarom knikt u dan?

Dochter: Maar ja, soms, maar ja.

Toch soms zo een beetje.

Dochter: Ja, ik heb toch op internaat gevlogen, zodus.  Omdat ik hier…

Och burgemeester, hebt u dat gedaan met uw kinderen?  Dat zou ik nooit doen met mijn kinderen.

LM: Dat geloof ik, ja.  Maar u woont waarschijnlijk niet op het platteland hé, dat is al het eerste probleem dikwijls, de afstand enzovoort.  En ook, ze zijn daar goed geweest, ze zijn daar goed geweest, ge ziet het dat ze goed uitgegroeid zijn, dus dat is niet echt een probleem geweest, nee.

En zit de zoon ook op internaat?

Zoon: Neen.

Vrouw: Een poging, maar, één trimester…

LM: De kleinste had het voordeel.

Wat studeert u?  Geneeskunde ook?

Zoon: Jajaja. Latijn-wiskunde.

LM: Hij gaat naar school.  Of hij studeert, dat is nog iets anders.  Maar hij gaat naar school in Veurne.  Het college.

Latijn-wiskunde.  Burgemeester, dat is studeren hé. Dat is…

LM: Jaja, fin, bij momenten doet hij zijn best.

Ja, het klinkt zo precies als…  Het is een strenge vader zeker?

Zoon (knikt van ja): Ja.

Strenger dan de moeder?

Zoon: Tochwel, ja.

De man van regels, wetten en discipline?

Zoon: Meestal.

Ja, is dat zo mevrouw?

Vrouw: Mmmm, tochwel, tochwel.

LM: Nee, maar het moet een beetje geregeld zijn hé, anders loopt alles in het honderd. Er moet zo een kader zijn, en binnen dat kader is er een…

(dochter trekt bedenkelijk gezicht).

Dat heeft hij nog gedaan waarschijnlijk?

(Hilariteit)

Dochter:  Ha ja, het is altijd een beetje ja…

Dat kader.  Daar is hij weer met zijn kader.

Dochter: Ja.

Ja?

Dochter: Ja, binnen het kader hé.

En, u lijkt niet helemaal akkoord?  Of u zou het kader liever wat groter zien?

Dochter: Ja, een groter kader.

Ja burgemeester, bent u zich daarvan bewust dat…?

LM: Ja, absoluut, maar ik denk, alles gaat redelijk, redelijk goed.   We kunnen niet klagen, we kunnen niet klagen.

Hebben jullie daar onder mekaar discussies over, over de grootte van het kader?

Vrouw: Neeneenee, neenee, dat is allemaal zo erg niet hé.

Maar wie is dan uiteindelijk de baas?

(kinderen wijzen naar hun moeder) Mama. (gelach)

Vrouw: De bemiddelaar.

LM: Neenee, de baas. Natuurlijk, dat zijn van die clichés hé, maar ik denk dat de beste gezinnen is, waar dat de vrouw de baas is.  Enfin, de baas.  Maar dat is een kwestie van overeenkomen hé.  ER moeten daarvoor geen grote discussies zijn, maar proberen de beste manier te vinden om het op een vlotte manier te doen draaien hé.  Dat is eigenlijk de bedoeling. (tegen zijn dochter) Ge zijt gij wel stijf beleefd zo hé.  Die mens stelt hier constant vragen en gij zit hier constant in je gazette te lezen.

Zie je?  Daar wijst hij weer op hé: beleefdheid, orde, regels.

Dochter: Ja, binnen het kader hé.

 Ja, jullie beide ouders zijn kinesisten, jullie krijgen vaak massages dan?

Dochter: Nee, iedereen denkt dat, maar dat is niet zo.

Nee?

Dochter: Ze hebben dan geen tijd of geen zin meer om nog een keer hun kinderen te verwennen.

Zoon: Ik zit constant met pijn en zij willen mij niet masseren.

Maar het zal al wel gebeurd zijn, wie is er de beste masseur, wie heeft er de beste handen?

Dochter: Maar dat doet papa niet bij ons.  Als er dan toch iemand masseert, is het mama.

Zoon: Ik denk dat mama iets zachter is.

Burgemeester…

LM: Het is logisch zeker.  Vrouwenhanden zijn waarschijnlijk toch wel iets zachter dan…

De kinderen zo eens verwennen…  Nee?

LM: JA, ik weet niet of ze daar zo mee…(lacht).

Allez, legt u eens, papa zal u eens verwennen.

LM: Ik denk dat dat… euh, mmm, dat zouden ze niet appreciëren, denk ik..

 En verwent ie u wel eens?  Allez, ik moet hier niet te intiem worden, maar als… maar ik bedoel, allez, als jullie dan toch beiden die opleiding hebben, gebeurt het…? Ja, je hebt wel eens ongemakken, is het een goeie masseur?

Vrouw: (trekt gek gezicht)

Het is reclame voor het bedrijf hé, komaan!

Vrouw: Jaja, een hele goeie.  (telefoon rinkelt en hij staat recht)

Hij zal zich diplomatisch terugtrekken nu.

LM: Allo?  Ja.

Vrouw: Oma.

Is het de oma?

Vrouw: Ja.

LM (legt neer):  Ge kunt dat dus goed horen hé.

Vrouw: Ook zonder telefoon.

LM: Dus euh… allez, ik wil niet ambetant zijn, maar 9u30 begint de mis.

Iedere zondag werkelijk?

Vrouw: Elke zondag.

LM: Ja.

Uit overtuiging of meer uit politiek bewustzijn?

LM: Neeneenee.

Vrouw: Neenee, uit overtuiging. Het is al heel zijn leven.  Hé.

Hé Thomas?  Thomas gaat mee hé.

Van moeten?

Vrouw: Hij is nog maar pas gestopt met misdienaar.  Hé Thomas?  Hij is altijd misdienaar.

Jongeman, vrees niet, ik ben ook misdienaar geweest, het is ook nog goed gekomen met mij.

Vrouw: Allez, eet maar uw boterham op, dat we niet te laat komen.(stil fluisterend)

Thomas moet.  Moet u ook?

Dochter: Euh neen, ik zit in den blok, zodus.

U hebt een vrijstelling.

Dochter: Ja.  Tijdens de examens moeten we niet mee naar de mis de zondag.

Dat is de goeie kant aan de examens dan?

Dochter: Hewel ja, ja.

Waarom verplichten jullie de kinderen om naar de mis te gaan?

LM: Goh, verplichten, dat is misschien een groot woord hé.  Ze leggen dat uit als verplichting…

Ja, zo heet dat hé, als kind legde ik dat ook zo uit.

LM: Ja, maar we zitten opnieuw met dat kader, en dus binnen dat kader past het dat je meegaat naar de mis hé.  Fin, tot dat het niet meer… Er gaat een periode komen waarschijnlijk dat ze zelf gaan moeten kiezen. Maar nu, hij is nog maar vijftien hé.  Dus euh…

En wanneer wordt dat, op welke leeftijd wordt dat ka, dat kader ietsje ruimer?

LM: De tijd wijst dat uit, maar dat gaat vanzelf gaan.  We gaan daar niet te veel discussie meer rond voeren ook hé.

Niet meer?  Daar zijn al veel discussies rond geweest?

LM: Neen.

Vrouw: De oudste moeten altijd een beetje de baan maken hé.  Jij hebt het al gemakkelijker gehad, en hij gaat het nog gemakkelijker hebben hé.

Zoon: Ja, vind je dat?

LM: Maar we wonen in een dorp, allez dorp, het is een stad, maar het zijn dus kleine kernen met kleine parochies, waar dat er toch nog wel veel mensen naar de mis gaan.

Jamaar ja, nee, je kunt zoiets uit overtuiging doen, of je kunt zoiets doen… Bijvoorbeeld, ik had daar vaak discussies over met mijn vader. Ik zei dan: waarom moet ik naar de mis gaan?  Ja, omdat we gaan!  En ik zei dan: waarom gaan we?  Omdat mijn vader ging. En ik zei dan: maar dat is toch geen reden!

Vrouw: Van thuis uit ook wel.

LM: Ja, inderdaad.

JAja, zie je, dat is zoiets van, dat zijn tradities.

LM: Een stuk traditie, maar ik vind dat dat een goed begin is van de week, we zijn dat gewoon zo, dat is natuurlijk één van de redenen.  Twee, overtuiging ook, anders hou je dat niet vol, en allez, we voelen ons daar goed bij, dus wij gaan dus elke week naar de mis.  Als de tijd het toelaat uiteraard.  Dus bijvoorbeeld vandaag kan ik niet.Dat is al het eerste probleem.

Jamaar, burgemeester, als u dan toch overtuigd bent, zou u moeten zeggen van: luister, dat is een vereiste, en ik maak geen uitzondering voor niemand, voor niets.  Of misschien bent u toch niet helemaal overtuigd?

LM: Jawel, jawel, jawel. (lacht).  Maar overmacht, soms, dat is moeilijk hé.

God zal wel begrijpen dat u een druk bezet politicus bent.

LM: Absoluut, ik denk niet dat dat een probleem is. Uiteraard.

Hoelang zijn jullie nu eigenlijk samen?

LM: Gehuwd?

Ja, gehuwd en samen?

Vrouw: In april gaat het 23 jaar zijn.

LM: Gehuwd.

Vrouw: Gehuwd.

LM: Ja, maar samen, zegt ie.  25?  24?

Vrouw: Het laatste jaar dat je… Jij was afgestudeerd.

Ah, hij heeft gewacht tot na zijn studies?

Vrouw: Jaja, maar we hebben altijd samen in de studentenclub en zo gezeten hé.

Ah ja, jullie kenden elkaar al langer…

LM: Karolien, je moet niet alles vertellen wè…(lacht en mompelt)

Dat is toch mooi burgemeester?

LM: Jaja.  Ja maar, ik ken dat.

Ik vroeg niet of u nog veel andere gehad hebt.

LM: Nee.  Neenee

Ja, u antwoordt er nu wel op, maar ik vroeg het niet.

Mevrouw, wanneer begint de mis?

Vrouw: Om half tien, we gaan moeten doorgaan.

Maar ja, als vrouw van de burgemeester mag u wel iets te laat komen, dat de mensen zien dat u binnenkomt.

Vrouw: Neeneenee, liever niet.  Ik ga stillekes op mijn toppen binnen.

Burgemeester, en als u gaat, gaat u dan helemaal vooraan in de mis zitten?

LM: Wij zitten helemaal… Maar dat is niet omdat ik burgemeester ben, dat is altijd zo…

U moet gezien zijn hé?

LM: Neeneenee, onze plaats is al jaren vast.  En dat is inderdaad een beetje rechts vooraan. Rechts aan de kant wel.

Niet links, rechts!

LM: Rechts.  Dat is juist, rechts vooraan.

Niet centrum, eigenlijk rechts.

LM: Neenee.  We zitten rechts, we denken niet altijd rechts.  Dat is juist, ja .

Neen, maar dat is belangrijk.  Bij ons, toen ik naar de kerk ging, toen zat de bourgeoisie ook altijd vooraan, ook rechts.

LM: (lacht)  We zitten bij alle mensen, proberen daar zeker geen onderscheid in te maken.

20:35 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.