03-02-06

DE GRENSPOST VAN BEVEREN AAN DE IJZER

De burgemeester van Alveringem ging deze week de grenspost in zijn deelgemeente Beveren aan de IJzer bezoeken.  Daar zit nu voor eeuwig en altijd een douanier.  En Sybille en Willy zorgen voor hem.

 

MW: Kom maar bij hoor, Sybille en Willy. Dat is hier grondgebied Alveringem-Beveren, Beveren-Cappel eigenlijk, maar Beveren hé.

En dat is nog een douanier? Daar zit er één en u bent ook douanier?

Sybille: Widre zijn geen douanier. Widre en wel gewerkt met de douane. Als douaneagentschap.

MW: Daar hé Willy.

Willy: Ja, daar in het café, we hebben daar veertig jaar gewoond.

Sybille: Dat was het bureau van het douaneagentschap. En widre moesten dus alle documenten opmaken van de goederen die België binnenkwamen of naar België buitengingen , dus, en ton binnendragen in het tolkantoor, naar de ontvanger, en de ontvanger ging dan naar de douaniers, en de douaniers moesten ton hjèl dat geval controleren.

MW: En dat is den dien die het laatste document ondertekend heeft.  Hé Willy?

Sybille: Nu is het kappeltje weer compleet, met de commis die daar zit.

Willy: En het is wel een heel interessanten commis, hij heeft nooit geen dust .

MW: Ah ja, inderdaad.

Zo bestaan ze niet, het is een sprookjesfiguur.

Willy: (lacht) Ja, zo is het.

MW: Maar eigenlijk, heel die hoek leefde van de invoer, en doorvoer en wat is het allemaal hé?

Met andere woorden, nu is er hier geen leven meer.

MW: Er is hier nog veel meer leven dan dat je zou denken, maar het is geen douaneleven meer hé. Ja, er is hier nog een winkel een beetje verderop ook hé, er is hier nog een café.

Sybille: En daar nog twee winkels.

MW: En daar is er nog een superette-achtig ding.

Sybille: Twee, twee, twee.

MW: Twee winkels.

En is dat meteen Franstalig als je hier voorbij euh…

Sybille: Awel ja, toch. Tochwel. De oudere mensen spreken nog tamelijk Vlaams, Vlamsch zeggen ze, en ze klappen zidre van de driete roete schliens…zeggen zidre.

MW: De wadde?

Sybille: De driete roete schliens. De derde route links.

MW: Ah ja (lacht) 

Sybille: Azzo gaat dat, jaat. Maar er komen ook vele van meer in het binnenland hier wonen op de gemeente, aan de Franse kant.

En dus vroeger was dat hier eigenlijk café?

Sybille: Een douaneagentschap was meestal in een café.

En zijn jullie meteen gestopt met het café toen het douaneagentschap sloot?

Sybille: Nog een maand of zesse zeker, hebben nog in het café gewerkt.

En toen was dat niet meer leefbaar?

Willy: Ah neen, dat was volledig gedaan.

Ja, het café, maar ik bedoel…

Willy: Het café, dat ging tesamen met het douaneagentschap hé.

Sybille: De klanten waren dus de transporteurs en zo, en anders legden wij ons daar niet op toe om andere dingen te doen.

MW: Alles viel tesamen met handelstransacties hé.

Willy: De chauffeurs die pinten drinken, de douanen, de gendarms een beetje, alles kwam hier allemaal samen hé.

Sybille: Maar de chauffeurs hebben vele soepe gedronken wè toe toezen. Echt waar, echt waar.

MW: Echte soepe. Verse soep.

Sybille: Verse soep, jaja.

MW: Van eigen brouwsel, waarschijnlijk hé.

Sybille: Gelijk nu, zulk weer, van ’s morgens te negenen vroegen ze al achter soepe, echt waar.

MW: Eigenlijk was er hier veel leven hé, veel economisch leven hé, maar ge ziet nu, kiek, passeert er nu nog iets? Er passeert niets meer hé.

Sybille: Praktisch niet meer hé.

MW: Van vrachtvervoer.

Willy: Ook met die autostrade die opengegaan is in Adinkerke.

Sybille: Vroeger, dat ging…

Heel de buurt is aan het uitsterven eigenlijk hé.

Sybille: Mo, het is anders hé, het is anders hé.

MW: De buurt is niet aan het uitsterven hé, verre van. Het leven is anders georiënteerd hé. Zoveel is zeker hé. Nu, ik moet zeggen dat er hier ook wel een beetje aan toerisme gedaan wordt ook hé, bijvoorbeeld, er zijn hier enkele vakantiewoningen op de hoek, die er vroeger ook niet waren.

Grondgebied Frankrijk?

MW: Nee, neenee, grondgebied Alveringem, grondgebied Alveringem.

Wat valt er hier dan te doen?

Sybille: Hewel, de mooie prachtige natuur.

Waar? Waar?

Sybille: Overal, overal.

Willy: Al die sneeuw.

Ah, hier ligt altijd sneeuw?

MW: Ge moet hier een keer… Als je hier achter rijdt, zie je al die bergen. We hebben ze juist gezien al naar hier komend.

Willy: Heb je nog nooit gehoord van Jacques Brel?

MW: ‘Le Plat Pays qui est Le Mien’.

Willy: Dat is hier.

Ah, dat is hier?

Willy: Dat is hier. Het is daarom dat Jacques Brel dat gezongen heeft.

Voor u en voor…?

Willy: Eh, natuurlijk, voor ons in de streek hier

(We gaan op het huisje af en op de douanier en de burgemeester ruimt de sneeuw van het beeld)

Doet u dat met al uw personeel burgemeester?

MW: Hewel. Normaal wel, met die die onder gesneeuwd zijn. Maar normaal hebben we nog nooit niemand gehad die ondergesneeuwd was. Vroeger had je dat veel meer. Ze geraakten aan de drank, en ze vielen in slaap en ze geraakten ondergesneeuwd hé. Maar nu, nu gaat dat niet meer hé. Neenee, maar ja, het komt veel beter uit hé. Het is wel een schoon vredig tafereel hier op de grens tussen Frankrijk en Vlaanderen. Ik moet niet zeggen ‘België’, Vlaanderen eigenlijk hé, zo’n vredig kersttafereel hier, het symboliseert misschien ook een beetje de ingesteldheid van de mensen die hier wonen.

MW:  Maar dat is hier wel eigenaardig hé, van beneden daar is Frankrijk op de linkerkant en daar ook hé.

Daar juist? En daar ook?

MW: Ja, en daar, en daar de rechterkant hé. En hier voor jou is ook Frankrijk hé.

Maar jullie zijn Belgen?

Sybille: Jajajaja…

MW: Als je nog een klein beetje verder gaat, ben je een importproduct.

Nog een klein beetje, nog een klein beetje.

Sta ik in Frankrijk?

MW: Het zou passen dat je algauw in Frankrijk ligt. (lacht)

Ben ik al in Frankrijk?

MW: Jaja, het is goed, nu sta je op de schreve Dat wil zeggen, als je nog één voet verzet dat je moet BTW betalen of je komt niet in Alveringem binnen. JAja, dat is hier toch wel markant voor de streek hé, en goeie relaties met de Franse buren, dat is ook al. Maar ja, de goeie oude tijd is ook verdwenen hé.

Dat is eigen aan de goeie oude tijd hé, die verdwijnt.

MW: Mja, ik weet het niet, ik weet het niet.

Sybille: Er komen andere dingen voor in de plaats hé.

MW: De goeie, oude tijd, de goeie oude mentaliteit kan blijven hé. Dat is natuurlijk iets anders.

En al die Fransen die hier passeren!

MW: Jaja. En ze spreken allemaal Frans ook hé. 

Dat is eigen aan de Fransen hé.

MW: Ginter hé, ze spreken daar allemaal Frans. Zelfs de kleine kinderen, dat spreekt daar allemaal Frans.

(vroeger was de douanepost bemand met 8 man)

Sybille : En in de zomer zaten zij dus zo buiten hé.

Willy: Nu presenteer het eigenlijk niet schoon hé, hij zit in zijn zomertenue in de sneeuw.

MW: Maarja, dat waren douaniers hé Willy. Douaniers waren van ijzer en staal hé.  Maar zijn plastron hangt wel recht hé.

Sybille: Ah, maar dat was een securen douanier.

(auto’s passeren)

MW: Allez, maar het tafereel in het kotje, dat was een hobbit zeker, een hobbit van de douane, ik vind dat dat wel een keer iets specifieks…

Willy: Dat was bezet van ’s morgens zes uur tot ’s avonds tien uur hé. Vroeger hé, maar dat is dan altijd systematisch een beetje verminderd en verminderd.

Sybille: voor ons is dat belangrijk dat er daar iets mee kan gebeuren. Het moment dat die douanier hier zat, was dat juist weer compleet hier.

Maar u hebt daar zo geen emotionele band mee.

MW: Maar ik weet wel waar ge op aanstuurt hé. Ik heb gezegd dat ik vroeger de douane bij de douane geweest ben, en dat ik daar te veel werkte en te weinig dronk, en dat ik daarom de douane verlaten heb. Maar dat was wel in Antwerpen hé, en het was wel, niet in Antwerpen hé, wel aan de grenspost Frankrijk-Vlaanderen. Dus die mentaliteit zal daar wel helemaal anders geweest zijn hé. Maar hier was het juist tegenovergesteld, hier werkten ze te veel en dronken ze te weinig.

MW: Ge moet zeggen: Het is eigenlijk een soort bedevaartsoord geworden.

Sybille: Die douanier is heel de wereld rondgereisd. Gelijk welke journalist dat er hier komt, van Australië, Nieuw-Zeeland…, hij staat overal op foto.

MW: En moet er één bij staan op foto?

Willy: Neenee, de vrouw zit op zijn knieën.

MW: Ah, de vrouwe zit op zijn knieën (lacht).

Willy: Ja, het is echt hé?

MW: Dus de sneeuw die ik daar af gewreven heb, ik zijn den eersten niet die daar aan gewreven heeft dan? Ik peisde dat ik de eerste die eraan gewreven had, maar het is niet waar.

Willy: De eerste die erop gezeten hebben waren twee jonge meisjes van Holland. Twee schone meisjes. En hem kussen dat ze deden. Ik zegge: Ge moet nu een keer kijken! En hem kussen dat ze deden.

MW: Is het waar?

Willy: Foto’s trekken dat ze deden. Het was schone om te zien.

U hebt hem nog nooit gekust?

MW: Neen.

Dat is een nieuwe ervaring hé, een douanier kussen.

MW: Ik ken, als burgemeester moet je je ook een beetje afstandelijk houden hé.

Ja, de waardigheid van het ambt.

MW: Niet alleen ten opzichte van de levenden, maar ook van de doden hé. Dus, ge moet dus de waardigheid van het ambt in leven houden, en ge moet dus respect hebben voor die mens die daar zit, dag in, dag uit. Ik heb er juist een keer aangekomen om de sneeuw te verwijderen van zijn dijen, maar verder ga ik niet.

U hebt hem niet in het kruis getast.

MW: Wat doet die? Kijk zo, het vredesteken, Vrede.

Neen, het was dat hij deed. (steek middenvinger op).

Willy: Ik heb er twee gezien.

MW: Ik ook. Ik ook.

Ja, maar, ja, hoeveel hebt u al gedronken?

MW: Gij ziet altijd dingen die er niet zijn hé, dat is dus, ja.

 

 

 

17:04 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.