31-01-06

WACKENIER VOORZITTER VAN HET VLAAMSE KRUIS

De burgemeester van Alveringem, Marc Wackenier, is ook de voorzitter van Het Vlaamse Kruis, Poperinge-Westhoek.  Ik bracht met hem een bezoekje aan het erf in deelgemeente Stavele, waar de ambulances opgesteld staan en onderhouden worden.

MW: Het is goed om hier af en toe mee geconfronteerd te worden.  Want in het schepencollege spreken wij nooit over zieken hé.

Ja, jullie zijn allemaal een beetje ziek hé.

MW: We zijn allemaal een beetje gestoord, ja.  We zijn allemaal een beetje gestoord.  Anders doe je dat niet hé, anders doe je geen politiek.  Ze zeggen dat hé.  Dat zeggen ze hé.

Ze zeggen ook: poliziek.

MW: Poliziek.  Ja.  Het is nog altijd zo dat van de meest gestoorde mensen de grootste producten afgeleverd worden hé. 

Is het waar?

MW: Het schijnt hé.  Is dat niet waar? Nietszche en al die beroemde en beruchte mensen waren allemaal gestoorde mensen, maar in de bibliotheken liggen de meeste boeken van die mensen hé.  Ik zeg niet, ik zou niet graag helemaal gestoord zijn dat ik boeken moet schrijven, maar lichtjes gestoord, dat kan geen kwaad hé. En prettig gestoord ook niet.

U bent goed op weg.

MW: Dank u. Als ge in dat bestuur niet actief bent, dan kunt ge u dat niet voorstellen wat dat die mensen eigenlijk doen.  En ik zeg het: pro deo hé, dat is nog het belangrijkste.  Men heeft altijd de mond vol van naastenliefde en solidariteit, maar er wordt heel veel naastenliefde bedreven en solidariteit, zonder dat er van gesproken wordt.  En dat is hier het levende bewijs.

 

09:26 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

 DE EZELS EN DE KLEINZOON VAN MARC WACKENIER

De burgemeester van Alveringem heeft achter zijn huis een weide liggen waarop een koppel ezels zit.  Hij gaat samen met zijn kleinzoon Luka de ezels eten geven.

Burgemeester, waarom hebt u ezels?

MW: Tja, waarom heb ik ezels?  Ik heb die al lang zuh.  Dat is nog van voor ik burgemeester was.  Ja, ge moet geen verband leggen met het één of het ander, dat is, ja, dat is gewoon omdat ik hier een stuk weide heb, en dat ik daar ergens toch iets moest insteken hé, en ik heb dus een ezeltje gekocht en dan later een tweede ezeltje en van die twee hebben we er soms drie, en dat derde wordt dan verkocht en het volgende jaar hebben we er opnieuw drie, en zo draait de wereld rond hé

 

Ja, wat heb je daar nu van, van ezels?  Geen eieren waarschijnlijk, geen vlees…

MW: (lacht). Neen, neen, maar ge hebt daar wel een gezelschap van.

Liefde?

MW: Liefde is veel gezegd hé, maar die beesten onder mekaar hebben veel liefde.  Dat zie ik soms, ik hoor dat soms.

Ah, u neemt daar eigenlijk een voorbeeld aan?

MW: Ik hoor soms dat zij liefde hebben, samen.

Hoe hoort u dat?

MW: Hewel, dat heel de buurt in rep en roer staat hé.

Serieus?

MW: Dat maakt nogal wat lawaai hé.

Zo’n passioneel liefdesleven eigenlijk?

MW: Jaja, inderdaad. Ja, het zijn ook twee verschillende hé: een zwart en een grijs.

En het zwart is het jongetje?

MW: Nee, ge kent er dus niets van hé.  Het zwart is het vrouwtje en Jantje is de grijze.

Het vrouwtje is groter?

MW: Jaja, dat is een Griekse ezel, die zwarte, en het andere is, ja, een gewone Aziatische ezel, met een Sint-Andreaskruis op zijn rug hé.

Luka: Ja.

MW: Ja hé.

En verstaat ie Vlaams? Het is een Griekse zegt u?

MW: Het is een Griekse. En de andere is een Aziatische, een steppe-ezel, een steppe-ezel dus, met een Sint-Andreaskruis op zijn rug, een zwart kruis op zijn rug, want nu is het een beetje nat en ge ziet dat nu niet goed hé.  Alhoewel dat ik moet zeggen, geluk dat mijn zoon af en toe het hok kuist, anders zou dat ook,… maar ik heb er wel liefhebberij in (lacht)   Wie is dat daar?  Flika hé (lacht)

En ja, dat is hier duidelijk geen ezel op je arm.

MW: Maar nee, dat is onze lieve Luka.  Het kleinkindje.  En waar is je papa, Luka, werken?  Hé?  Aan de auto’s hé?  Hé?  En zijn mama is vroedvrouw, hé, ha ja hé.  En Luka is nog geen twee jaar oud, dus het is nog een beetje klein hé.

Zeg, wat doet dat: een kleinkind hebben?

MW: Goh, dat is plezant hé.  Ja, dat is eigenlijk een gans ander leven dat ge krijgt hé, er gaan zovele zaken dat ge weer in herinnering krijgt van vroeger, dat leven in de familie verandert totaal.  Als hij komt, dan maken we dat we zeker thuis zijn, we willen geen seconde missen. Hé Luka, komt graag hé.  Hé?  Maar nu is hij wel een beetje moe.  Hij is een beetje moe.    Hij is al lang wakker, het is bedtijd hé.

En het idee van opa te zijn, doet dat geen pijn?

MW: Het idee van opa te zijn?   Pijn?  Waarom zou dat pijn doen? Ik ben een jonge opa hé, ik voel me nog jong, ik ben altijd in beweging, dus ik heb veel sociaal contact, warom zou dat pijn doen?  Het tegenovergestelde, ik denk met opa te worden dat ge weer openbloeit, dat het een verjongingskuur is, een soort wellnesskliniek op zijn eigen dan hé.  

Durft u zo'n stukje brood te geven aan die ezelfs vanuit de hand?

MW:  Ah ja, ge dacht dat ik misschien mijn kleinkind meebreng omdat ik dat niet durf geven.   Het is natuurlijk een andere visie hé.  Wel ja, dat zijn brave dieren.  Kijk een keer hier ze (ze bijten uit pistolet die hij in zijn hand heeft).  Ze gaan toch nooit bijten ze.  Neeneenee, ze gaan niet bijten.  Ze zijn wel opgevoed hier hé.  Er zijn er misschien in streken dat ze wel zouden bijten, maar hier gaan ze dus niet bijten. 

Het zijn geen domme ezels.

MW: Neen, het zijn geen domme, verre van, verre van. Ze zijn misschien, ik moet opletten wat ik zeg natuurlijk, maar ze zijn niet dom.  Normaal gaan ze dus nooit in de regen lopen.  Nee, ze gaan nooit in de regen lopen. Ze zijn benauwd van water.  Wat moet je hebben Luka?  In het kotje (kleine trekt aan deur van het tuinhuisje) Wat moet je hebben? (loopt binnen).  Oeioei.  Wat ga je doen?  Hé?  Wat ga je doen?  Een beetje hooi geven? 

En rijdt u daar soms op, op die ezeltjes?

MW: Neenee, ik heb dat één keer geprobeerd.  En daar staat de prikkeldraad, als ik op de rug kruip, dan lopen ze langs de prikkeldraad, dus dan is het plezier ervan af hé.  Ofwel is het een gescheurde broek, ofwel liggen je benen open.

En die doen dat bewust?

MW: Jaja, ze zeggen het niet, maar ze doen het.

In tegenstelling tot…veel politici, die het zeggen, maar…

MW: Die juist de omgekeerde weg gaan, maar het is waar waarschijnlijk een intuïtief gedrag, of instinctmatig, dat ze dus liever heben dat er niemand op hun rug zit hé, ik zou dat ook niet graag hebben.  Wij lopen ook soms eens langs de prikkeldraad, als er iemand ambetant wordt, spreekwoordelijk dan.   Dan proberen we die ook af te schudden. Luka, je gaat je vuil maken hé, jong.

Ze zeggen altijd dat je veel meer verdraagt van kleinkinderen dan van je eigen kinderen.  Dat je veel milder bent in de omgang.  Merk je dat bij jezelf?

MW: Nee, dat denk ik niet.  Maar dat is gewoon omdat ge dan waarschijnlijk een stukje ouder bent.  En dat ge dan leert relativeren, en dat ge zegt: ‘Goh ja, doe maar hé.  Dat is niet zo verkeerd.’  Maar als ge zoveel jonger bent, dan zijt ge meer furieus en zo, dan moet dat allemaal in orde zijn. Kijk, dat is toch prachtig hé, in het water spelen, zolang moeder dat niet ziet, is dat allemaal in orde. Luka, kom, langs hier hé.  Ge ziet wel dat hij doet wat hij gezegd wordt hé.    Gedresseerd hé.  Ja, Luka, het is goed.

 

09:00 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

30-01-06

MARC WACKENIER ZINGT EDDY WALLY

Marc Wackenier, burgemeester van Alveringem, zingt op festiviteiten graag liedjes van Eddy Wally.  Maar als u gehoopt had dat hij dat ook in 'Micro Zonder Zout' zou doen, dan moet ik u meteen ontgoochelen.  Want hij was om problemen met Sabam te krijgen, de vereniging voor auteursrechten.

 

MW: Alhoewel dat ik moet zeggen, dus met het bal dat ik ieder jaar geef, het bal van de burgemeester, kan ik het niet laten om toch een keer op het podium te klimmen, en een keer Eddy Wally te zingen, ‘Chérie’, en fin, die prachtige Vlaamse schlagers allemaal waarmee wij in het songfestival nog furore maakten.  Nu gaat dat allemaal niet, die zangers van nu kunnen dat allemaal niet meer, maar Eddy Wally die kon dat wel hé…  ‘Als Marktkramer ben ik geboren…’, ‘Chérie’, ‘Ik Spring uit mijn Vliegmachien’,… dan had ik nog een succesnummertje van Zwarte Lola.

En u kent de teksten daarvan en zo?

MW: Tuurlijk ken ik die teksten.  Maar ik moet daar mee opletten natuurlijk, want Sabam, Sabam ligt altijd op de loer hé, en de billijke vergoeding.  En die mensen die zouden ook wel een keer… Mijn favoriet is Eddy Wally, omdat ik ook in Gent gestudeerd heb en Ertvelde was daar niet ver van, en wij hadden zo een beetje die ambiance, en met de studentenbals en de studentclubs was Eddy Wally soms een keer een graag geziene gast, en als wij eieren te veel hadden, dan konden wij dat ook niet laten om naar Eddy Wally, een aanslag te plegen.  Niet op zijn leven, maar op zijn partituren hé.  Wij gingen zover nog niet, dat deden wij niet.

U hebt nog met eieren naar Eddy Wally gegooid?

MW: Neenee, ik heb ze wel gegeven aan iemand die ze geworpen heeft. (lacht)

17:21 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

ALVERINGEM, DE VEILIGSTE GEMEENTE VAN HET LAND. GEEN DADEN MAAR WOORDEN.

Volgens burgemeester Marc Wackenier is zijn gemeente heel erg veilig...

 

Ik denk, de veiligste gemeente van het land! We zijn dus een onderdeel van de politiezone Spoorkin, samen met Veurne en Lo-Reninge,…

Sporting?

MW: Spoor-kin.  Spoorkin hé.  Dat was één van die figuren die samen met Sannekin ooit tegen de Fransen gevochten heeft, vandaar onze liefde-haat verhouding met Frankrijk ook een beetje hé, en dus op deze gemeente, en trouwens, de andere partners van de politiezone, de criminaliteit is praktisch nihil, te verwaarlozen hé.  Dus, wij hebben hier… hold-ups, ik weet niet wat dat is, een hold-up…

Ik zal het u eens moeten leren.

MW: Ja, ge kunt misschien eens komen om een keer een beetje praktische oefeningen te geven, maar euh, dodelijke verkeersongevallen hebben wij het laatste jaar niet gehad, overvallen hebben wij niet gehad, inbraken, praktisch…

Vechtpartijen! (neem hem bij de kraag)

MW: Ik kan mijn kalmte bewaren, ik kan mijn kalmte bewaren. Maar hier in Alveringem is alles heel rustig.  We hebben hier wel een prachtige wijkwerking van politie dus, mensen lossen hier veel op met woorden.

Woorden? 

MW: En weinig met daden.  Het is daarom dat ik gezegd heb dat er veel vergaderd wordt hier.  Er wordt dus veel opgelost… Burenruzies, de wijkwerker gaat er naartoe, …

Kletsen, lullen, zwanzen, praten…

MW: Voila.  Tussen een potje koffie en iets sterkers misschien, en hij lost dat allemaal op in der minne, en zo af en toe kom ik ook wel eens tussen, of meegaan, of proberen wat gewicht in de schaal te werpen – het burgemeestersgewicht is ook zo zwaar niet de dag van vandaag, maar het is toch nog altijd een functie die nog altijd een beetje gerespecteerd wordt…

Is dat zo?

MW: Ik denk dat toch.  De ervaring leert ons toch dat dat nog altijd zo is.  Ik zeg niet dat dat van iedereen zo is, maar euh… we zitten hier ook in de westhoek, en de mensen hier hebben nog altijd respect.

17:09 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

HET KABINET VAN BURGEMEESTER MARC WACKENIER

Ik ben op bezoek bij burgemeester Marc Wackenier.  Hij verwelkomt me in zijn bureau op het gemeentehuis.

Burgemeester, is dat hier uw kantoor?

MW: Ja, dat is inderdaad mijn kabinet.  En ge ziet, het is opgesmukt met de foto’s van Alveringem anno 1920…

Maar er is nog niets veranderd.

MW: Wel, we gaan zeggen dat de mensen allemaal dezelfde gebleven zijn.  Kijk, ge ziet daar, die zijn allemaal 110 jaar hé. 

Jajaja.

MW: En ik woonde dus hier hé.  Ge kunt nog altijd zien… mijn ouderlijke woning staat daar ook op.  Voila, daar in die hoek.  Maar dat is wel mijn moeder niet die buiten staat hé.  Dus, ik woonde hier vroeger.

Amai, wat een riante woning.

MW: En het ludieke van het geval is misschien wel dat, dat dat nu een funerarium is, allez...   Ge ziet dat de tijden veranderen en dat alles evolueert hé.

Zeg, maar dat is wel een riante woning hé.

MW: Ja, dat was een notariswoning hé.  Vroeger heeft daar ooit een notaris gewoond en dat is dan verdeeld geweest in drie verschillende woningen, en één daarvan was van mijn ouders. Mijn ouders waren middenstanders en ik ben dus beroepsburgemeester hé.  Zoals ge dat moogt zeggen. 

Ja maar, u was ook een middenstander vroeger.

MW: Euh neen, neen, ik was geen middenstander.  Ik heb vroeger nog gewerkt bij het ministerie van financiën, dus ik was eigenlijk staatsambtenaar, in Antwerpen de import en export controleren, als verificateur, dat is geen middenstander, maar hardwerkende, weinig drinkende ambtenaar.  Jaja, ge lacht ermee, maar zo is het inderdaad hé.  En daarom ben ik ook vertrokken uit Antwerpen, omdat ik misschien van dat laatste te weinig kon, en van dat eerste te veel deed, en dus ben ik maar weer naar de Westhoek gekomen, met het gevolg dat ik in de politiek verzeild geraakt ben.

Als u wilt drinken, dan moet u in de politiek geraken.

MW: Neenee, dat is juist… Ge draait alles om hé.  Ik zeg dus dat ik van het ene te weinig deed en van het andere te veel….

Ja maar, wacht eens, wacht eens…

MW: Ik werkte te veel en ik dronk te weinig, dus ik heb die kwaliteiten behouden…

Dus u wou meer drinken…

MW: Neen, ik werk nog altijd even veel en ik drink nog altijd even weinig.  Maar ik drink nu misschien wel te veel koffie, dat is zowat de burgemeestersziekte geloof ik op dit moment.  Het is wel Max Havelaar-koffie, we zijn ons wel bewust van de duurzaamheid en van de ontwikkelingsproblematiek van de mensen om ons heen.   Maar dat is dus inderdaad Alveringem, anno 1920-1925, ge ziet dus een prachtig dorp, prachtige gemeente, maar inderdaad er is heel veel, alles is veranderd hé.  Alleen, ik zeg het, de inwoners niet.  Ge ziet dus families op staan, met tien kinderen, met vijftien kinderen, ook dat is veranderd.  We zijn dus op dat vlak misschien een beetje aan het achteruitboeren.

De mensen hier zijn niet meer zo potent als vroeger.

MW: Goh, ik weet het niet.   In ieder geval niet meer op het dorp,.  Dat is misschien de uitleg van een politieker, maar in ieder geval op het dorp zijn ze niet meer zo potent.  In ieder geval, ze tonen het niet, de middelen ertoe zijn ook wel veranderd.  Dat is mijn kabinet hier, als burgemeester zit ik hier elke dag. Ik kom hier iedere dag, ze zijn me nog niet moe gezien, hoop ik toch, op het gemeentehuis.  En dat geloof ik ook.  Het is hier prachtig resideren, het is een gebouw van 1604-1608, dus ik hoop dat ik hier ook zo lang mag blijven als dat gebouw oud is, maar dat zal wel geen waar zijn waarschijnlijk.

Uw ouders waren middenstanders, maar u bent toch ook een tijdje middenstander geweest? 

MW: Ja, ik ben een tijdje lang middenstander geweest.  Ik heb zo ook een beetje van alles geweest.  Ik ben student geweest in Gent, na Gent ben ik dan verzeild geraakt, hier terug, in Antwerpen eerst, bij de douane, zoals ik gezegd heb, en van de douane ben ik dan terug in de streek terug gekomen, bij een drukkerij, als vertegenwoordiger van publiciteit.  En dan ben ik maar een eigen zaak opgestart, een eigen advertentieblad met de welluidende naam ‘Raak’, ik maak geen reclame ervoor natuurlijk, het is opgedoekt, en nu ben ik dus beroepsburgemeester hé.  Ik heb zowat alles doorvaren wat maar mogelijk is, geloof ik. Ik weet één zaak, dat ze zeker problemen gaan hebben later om mijn pensioen uit te rekenen, want dat al die fiches dus, want ik geloof dat er zes of zeven of acht verschillende zullen zijn op dit ogenblik, en als je weet hoe dat werkt, daar in Brussel, daar op die toren, dan zal dat waarschijnlijk een heel groot probleem zijn.  Nu, voor mij geen probleem, in ieder geval, ik hoop dat ik die pensioenleeftijd ooit haal, en we zullen dan wel zien.

  

HOMOHUWELIJK

 

Alveringem onder Marc Wackenier is uitgegroeid tot een vooruitstrevende gemeente waar dingen kunnen die men van een plattelandsgemeente niet meteen zou verwachten, zoals bijvoorbeeld het homohuwelijk.

MW: Wij waren voorloper daarin.  Ik denk dat wij één van de eerste gemeenten waren in Vlaanderen waar dat ik de eer en het genoegen had, om twee mannen in de echt te verbinden, als ik het zo mag zeggen, en twee vrouwen, de week daarop, twee vrouwen ook, en gelukkig is het daarbij gebleven, is er geen wisselwerking geweest tussen die twee -- die man en die vrouw, en die vrouw en die man niet – maar in ieder geval,  ik heb de eerste twee mannen van de ganse regio gehuwd, en ook de eerste twee vrouwtjes van de ganse regio.  En ik moet zeggen, dat waren prachtige huwelijken.  Die mensen zijn open, zij vertellen alles.  Allez, wij hebben daar echt een fantastisch huwelijksfeest, hier in deze zaal meegemaakt.

Ah, dat is ook een zaal hier?

MW: Jaja.  Een trouwzaal.  Ik spreek van kabinet, maar gij noemt het een zaal.

Ah, het is een zaal eigenlijk.

MW:  Alveringem is een gemeente waar alle lokalen ook zalen zijn, want er wordt overal vergaderd waar wij ook maar kunnen. Er zijn hier zoveel vergaderingen, zoveel organisaties, en wij gebruiken alles wat hebben om te vergaderen.  Als wij met tweeën zijn, vergaderen wij.

Als uw bureau een vergaderzaal is, dan zit u hier ook niet vaak op uw gemak?

MW: Ja, waarom zou ik niet op mijn gemak zitten?  Ik doe de deur toe en dan zit ik hier ook alleen.

En dan wordt uw privacy gerespecteerd?

MW: Voila.  Daar staat de knop om de deur te openen.  En dan wordt de privacy uiteraard gerespecteerd.  Nu, het is wel zo, wij kennen ook Jan en alleman, als ze weten dat uw auto hier staat, dan is dat al voldoende, opdat ge niet meer, dat die privacy niet meer gerespecteerd wordt, dan komen ze toch binnen hé.  Maar dat geeft niet.  Dat is een stuk van de openbaarheid van de functie, denk ik, daarmee leven wij.   Daarvoor hebben we gekozen.

Het is dat hé, u hebt erom gevraagd hé.

MW:  Tuurlijk. Al hetgeen wij om vragen, wij hebben daar geen probleem mee.

17:04 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-01-06

ONGEZOUTEN MICRO MAAKT GEZOUTEN NIEUWS

Noël Beel maakte deze week in 'Micro Zonder Zout' bekend dat hij bij de volgende verkiezingen als tegenstander van Jean-Marie opkomt in Oostrozebeke.  Op zich niet bijzonder, een middenstander die op pensioengerechtigde leeftijd zijn politieke vuurdoop maakt, maar Noël Beel is al 25 jaar de werkgever van Jean-Marie Bonte, burgemeester van Oostrozebeke.  Dus wel een beetje verwonderlijk dat hij op het politiek toneel zijn trouwe werknemer, die zijn functie als projectleider bij BEEL DECORATIE al 12 jaar combineert met het burgemeesterschap, het vuur aan de schenen zal leggen.  Dit nieuws was nog maar bekend of het was ook al te horen op Radio 2 en in 'Het Laatste Nieuws' haalde het pagina 3 van het nationaal nieuws.  Er is ooit een krant geweest die beweerde dat mensen het nieuws maakten.  Welnu, de tijden zijn veranderd.  Nu maakt 'Micro' het nieuws.

22:01 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

VOLGENDE WEEK MARC WACKENIER in MICRO ZONDER ZOUT

Volgende week komt in 'Micro Zonder Zout' de burgemeester van Alveringem aan bod, Marc Wackenier, die er bijna zijn eerste termijn van zes jaar heeft opzitten.  Hij is fulltime burgemeester.  Hij studeerde destijds politieke en sociale wetenschappen in Gent.  Daarna werkte hij bij de douane in Antwerpen, op de dienst import of zoiets, maar hij kwam terug naar de streek omdat hij er naar eigen zeggen 'te weinig kon drinken en te veel moest werken'.  Dat werd allemaal een stuk beter toen hij voor een plaatselijk advertentieblad reclame ging werven.  Dat ging zo goed dat hij op de duur een eigen blad uit de grond stampte, 'Raak'.  Dat was een schot in de roos, maar niettemin doekte hij het blad op toen hij burgemeester werd.  Volgende week ziet u hem vier dagen lang in actie.  En wees gerust, het is een man die kan lachen.

 

 

Op maandag 30 januari ziet u hem in zijn gemeentehuis, in zijn kabinet dat groot genoeg is om ook als trouwzaal te dienen.  Hij heeft er de voorbije jaren de huwelijken ingewijd van mensen van allerlei pluimage, van alle slag en van elke geaardheid.  Jaja, Alveringem is best een vooruitstrevende gemeente.  En een veilige gemeente ook.  De politie waakt er voortdurend.  Microman wordt zelfs speciaal in de gaten gehouden.

 

Dinsdag 31 januari brengt burgemeester Marc Wackenier een bezoek aan één van zijn vele gemeentehuizen.  Ja, hij heeft er veel, want Alveringem telt 9 deelgemeenten en is enorm uitgestrekt.  Naar Beveren aan de Ijzer bijvoorbeeld is het 15 km rijden.  Het gemeentehuis daar wordt bewoond door een kranige dame die de 80 voorbij is, Elizabeth.  Iets verder nog ligt de constant bemande grenspost, waar Willy en Sybille vroeger het café en het bureau van het douaneagentschap uitbaatten.  

 

Woensdag 1 februari gaat burgemeester Marc Wackenier samen met zijn kleinzoon Luka eten geven aan zijn ezels, Flika en Jantje.  Zijn ezels zeggen geen I-A, maar ze maken wel lawaai.  En ze zijn niet de enigen want de burgemeester zelf kan ook lawaai maken.  Dat bewijst hij wanneer hij de knapen van VG Alveringem gaat aanmoedigen die op het punt staan om kampioen te worden.  Maar het zal voor vandaag niet zijn, want de wedstrijd tussen de knapen van Alveringem en De Panne eindigt op 4-4.

 

Donderdag 2 februari brengt Marc Wackenier als kersvers voorzitter van Het Vlaamse Kruis regio Poperinge-Westhoek een bezoekje aan het centrum in Stavele, waar de ambulances worden schoongemaakt en ontsmet.  Marc Wackenier is zeer onder de indruk van het werk dat de ploeg vrijwilligers levert.  Maar hij ergert zich ook.  Meer bepaald aan Kamagurka.  Die zou zich onlangs nogal negatief hebben uitgelaten over Alveringem in de 'De Laatste Show'.  En dus krijgt hij van hetzelfde laken een broek.  En eenmaal de burgemeester met de Oostendse komiek heeft afgerekend, trekt hij naar Oeren, want daar, in Café De Leute, het vroegere gemeentehuis, vergadert hij samen met enkele vrienden om de Kermis van Oeren weer uit de grond te stampen.  De burgemeester van Alveringem heeft het idee om daar, op de voute van het gemeentehuis, een trouwplechtigheid uit het jaar 1930 na te spelen, gevolgd door een plechtige huwelijksmis in het kerkje van Oeren.  Eén van de vrienden die de vergadering bijwoont is Paul Breyne, niet de gouverneur, maar een man die dezelfde naam draagt.

 

 

12:25 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

SCHEIDSRECHTER BONTE

Jean-Marie Bonte richtte 36 jaar geleden samen met enkele vrienden uit zijn wijk de voetbalploeg 'De Gavervrienden' op.  Jarenlang speelde de ploeg niet in competitie.  Jean-Marie was speler in de ploeg, maar na verloop van tijd begon hij bij gebrek aan een scheidsrechter de wedstrijden van zijn ploeg te fluiten.

 

JMB: In die competitie is elke ploeg verplicht om een vlaggeman te hebben.  En aangezien ik 25 jaar de thuiswedstrijden van de Gavervrienden gefloten heb, mag ik in eigen competitie de eigen ploeg niet meer fluiten, dus ik moeste keuzen maken: het één of het ander.  En zo depanneer ik ze nog een beetje als er moet gevlagd worden, en fungeer ik nog een beetje als vlaggeman.

Ja, dat is simpel ook hé, vlaggeman.  Je moet maar één helft doen.

JMB: Het is ambetanter, het is ambetanter (loopt weg achteruit) 

Waarom is het ambetanter?

JMB: Och, ge moet heel goed oplettend zijn, en aan de andere kant zijt ge minder actief bezig dan een scheidsrechter.  Als ik moet kiezen tussen scheidsrechteren en lijnrechteren, heb ik liever lijnrechter spelen, maar goed ja, het is een passie, we zijn geboren met voetbalgenen hé.  De familie Bonte is een bekende familie geweest, die altijd gevoetbald heeft.

International en zo?

JMB: Neeneenee.  Mijn pa was een uitstekende speler…

Bij wie?

JMB: Bij Schor.  Bij Oostrozebeke.

Ach ja, in eerste klasse dus?

JMB: Neeneenee, het hoogste dat Schor Oostrozebeke gespeeld heeft, is eerste provinciale.  Dus eerste provinciale, en dat was een hele goeie voetballer.  Ik moet nu nog altijd regelmatig mensen tegenkomen, over heel West-Vlaanderen, die als ze mijn naam horen, een Bonte, dat ze zeggen: ‘Jamaar, wienste zoon zij je gij?  Gaby Bonte’s?  Ah ja, ik heb daar nog tegen gevoetbald.’  Jaja, dat gebeurt vrij regelmatig.  Dus, het zit in ons bloed.

En was u ook zelf een goeie voetballer?

JMB: Nee.

Allez, het zat niet helemaal in het bloed dan?

JMB: Nee, nee, nee, ik heb er maar een stukske van mee gekregen, in vergelijking met wat mijn zoon nu presteert.  Mijn broer was een goeie voetballer.  Mijn broer heeft het gehaald tot de eerste ploeg van Oostrozebeke, maar ikzelf niet.

U was beter als balletdanser?

JMB: Ja, zo kun je het soms noemen.  Zo kun je het soms noemen.   En dan zijn we in het jaar ’70 gestart met een paar mensen in de woonwijk met de oprichting van een voetbalploeg, dus de Gavervrienden, dat is een ploeg die ontstaan is op de Gaverwijk, naar Wielsbeke toe, en zo is dat, zo is dat blijven fungeren.  Wij spelen nu voor het 35ste seizoen op rij.

En waarom bent u dan begonnen als scheidsrechter?

JMB: Gewoon omdat er geen mensen genoeg te vinden waren om de wedstrijden te fluiten.  Dus de liefhebberij was niet zo groot, en op een bepaalde moment moesten wij iedere week vaststellen dat er geen scheidsrechter voorhanden was, en dan zeg je ‘ja, dan neem ik mijn verantwoordelijkheid.’

En doordat je toch een beetje een bazig type bent die aan iedereen wil zeggen wat ze moeten doen en zo…

JMB: Wel, ik weet het niet, ja, of dat dat er iets mee te maken heeft.  Misschien toch een beetje in het vaartje, euh, in het aardje dat het zit.  Ik weet het niet, of dat dat er mee te maken heeft, neen.

Burgemeester, als uw ploeg scoort, als uw ploeg scoort, ja, staat u hier dan te juichen.

JMB: Ah, tuurlijk.

Ah, dat mag als lijnrechter.

JMB: Dat mag, dat mag.

Dan zwaait u met uw vlag en…

JMB: Neenee, neenee, we zijn nu niet van het type dat zodanige mouvementen maakt dat eigenlijk heel het plein het moet weten, maar dan zijn we content ermee, absoluut, absoluut.  Maar we zitten in een middelmatig seizoen dit jaar.  Het loopt niet zoals we ons vooropgesteld hadden.

Ja, ik moet ook zeggen, ik vind het niet echt een topploeg.

JMB: Ja? We hebben het wel over de blauwe hé.

Ah, die zijn een stuk beter, ja.

JMB (lacht en spurt achteruit).

Allez de blauwe!  Burgemeester, roep maar, allez de Blauwe.

JMB: Roepen mag ik niet doen. Je moet een beetje neutraliteit bewaren hé.  Ik mag wel mijn vreugde uiten op het moment dat er een goal gemaakt wordt, en anderzijds de frustratie als er één tegen gemaakt wordt hé, als de tegenstander scoort, en het zal geen makkelijke match zijn, want we spelen tegen de derde in het klassement, zodus…

Ja, en het zijn ambetante mannekes hé.

JMB: Dat moet hé, dat moet hé, dat is een beetje eigen aan het spel hé.  Voetbal is een redelijk harde contactsport, zonder daarom brutaal te moeten zijn…

Ik zou zeggen, het is veel lopen, maar het is meer achterwaarts lopen, zie ik.

JMB: Jajaja, als lijnrechter moet je inderdaad meer achterwaarts lopen, om, ja de zijlijn doen is niet evident, maar ik fungeer liever als scheidsrechter, ik vind het interessanter, ge zijt meer betrokken bij het spel, en nu alleszins vandaag.

En ge kunt eens fluiten hé.

JMB: Jajaja, al mijn attributen, die zitten altijd in mijn wagen hé.  Dus, om het even waar ik rij, dan zit mijn volledige uitrusting in de wagen.

En traint u daar ook op?

JMB: Neenee, ik mag al blij zijn dat ik…

Ja, misschien thuis met een fluitje?

JMB: Neenee, er is geen enkele aanleiding om thuis met een fluitje rond te lopen, absoluut niet, neeneenee.  Trainen, nee, daar heb ik geen tijd meer voor.  Ik acht me al zeer gelukkig dat er binnen mijn drukke agenda nog wekelijks een uur of twee tijd vrij blijft …

Oeioeioei!!!!  Ah, ja!

JMB: Om ofwel zelf actief langs de lijn bezig te zijn, of ofwel de wedstrijden van de zoon te kunnen volgen.  Ik vind dat al een zeer grote luxe dat Oostrozebeke me geeft.

 JMB: Jaja, je staat meer stil dan dat je inderdaad actief beweegt.  Het is daarom ook dat ik zeg dat ik liever scheidsrechter ben dan grensrechter.  Maar goed ja, ik doe dat eigenlijk in het belang van de ploeg.  We zijn nog altijd content dat… het is nu de derde generatie die aan het voetballen is bij ons, Gavervrienden, dus dat bewijst dat ze nog een beetje betrokkenheid willen, niettegenstaande dat ze weten dat je niet meer zo actief aanwezig kunt zijn op bijeenkomsten, vergaderingen, wedstrijden.  De wedstrijden op verplaatsing ga ik in principe niet meer mee, tenzij dat ze echt in de knoei zitten met de grensrechter, dat ze niemand gevonden hebben, want er zijn niet zoveel die dat nog willen doen hé. 

Ja, het is niets… Zeg, en als scheidsrechter, ja, je maakt je waarschijnlijk niet altijd populair.  Is het nooit gebeurd dat u op de loop moest of zo?

JMB: Neen, op de loop ben ik nog nooit moeten gaan.

Maar u hebt wel moeten vechten, of in de klappen gedeeld?

JMB: In de klappen gedeeld ook niet.  Tot nu toe moet ik zeggen, kan ik me wel een stuk waarmaken op het terrein…

Ja maar, u moet daarom niet weglopen.

JMB: Maar ja Kurt, als er een goal van komt en het is bijvoorbeeld buitenspel en ik heb het niet gezien, dan ga ik de brokken delen hé.

Ja, tuurlijk, en dan beginnen ze weer hé, zo van… 
JMB: Ja, en zo heeft iedereen wel zijn eigen manier om te ontstressen hé.  Ge hebt collega’s die zwemmen, ge hebt collega’s die met de fiets rijden, en dat is mijn passie, al van kindsaf: voetbal, en dat gaat dus niet weg.

Maar ja, scheidsrechter, dat is toch eigenlijk zo een beetje de rijkswacht van het voetbal. 

JMB: O, ik weet niet of je dat zo extreem kunt uitdrukken.   Het is een speler die er nodig is om te zorgen dat het tussen de twee ploegen fair gaat en volgens de spelregels.  Zoals er in ieder spel.  Eigenlijk, in een wielerwedstrijd zijn er ook mensen die er op toezien dat alles perfect verloopt, volgens de regels.

 

00:05 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-01-06

BEEL EN BONTE WORDEN POLITIEKE TEGENSTREVERS

JM BONTE, de burgemeester van Oostrozebeke, werkt al 25 jaar als projectleider in het bedrijf van Noël Bonte, BEEL DECORATIE, www.beel.be

En omdat hij toch wel een heel speciale band heeft met die Noël Beel, wou JM Bonte zijn baas eens aan me voorstellen.  En dus trokken we naar zijn kantoor.

 

 

Mijnheer, u werkt nu 25 jaar met de burgemeester in loondienst.

Beel: Ja, inderdaad, ja.

Ja, niet iedereen kan zeggen dat een burgemeester voor hem werkt hé?

Beel: Inderdaad, maar dat is ook geen referentie hé.

Is dat niet handig bij momenten?

Beel: Jajajaja.

JMB: Soms wel, soms niet

Beel: Wel, je hebt maar één burgemeester op een gemeente ook hé, zodus.

Ja, het is dat. En aangezien u die betaalt, kunt u er alles van verkrijgen, of wat?

Beel: Het is te zien hé, neenee, dat gaat niet altijd hé.  Hij is hem niet gediend met omkoperij in feite hé.

Neenee, ik heb niet gezegd van…

Beel: Omkopen is ook betalen hé.  Omkopen is ook betalen hé (lacht)

Hebt u eigenlijk nooit gedacht van: als hij burgemeester is, dan laat hij ons in de steek?

Beel: Neen, ik heb dat nooit gedacht, nee.  Ik heb dat nooit gedacht.

Ja, want het is nu toch bijna twaalf jaar dat hij burgemeester is.

Beel: Ja.  De komende zes jaar zal waarschijnlijk ook voor hem zijn hé, zodus...

Ah jaja, dat is al geregeld?

Beel: Neenee, dat is niet geregeld, maar de kans zit er dik in dat het volgend jaar…

JMB: De kiezer beslist…

Beel: De kiezer beslist, maar de volgende jaren, dat denk ik wel.  Ze hebben de meerderheid, zodus…

Ah jaja….

Beel: En ik ga in de oppositie. Zodus… Wat wilt ge nu?

JMB: Ja, wij worden politieke tegenstrevers.

Het is niet waar?

JMB: Ja hé.

Het is niet waar?

JMB: Dat heb je nog niet tegengekomen hé.

Serieus?

Beel: Tuurlijk.  Waarom niet?

U vindt zijn beleid niet oké?

Beel: Ik vind zijn beleid wel oké, maar ik vind de oppositie niet oké.  Dus euh…

Ja maar, u vindt de oppositie niet oké, en u gaat in de oppositie?

Beel: Ik bedoel, de minderheid van de oppositie is niet oké.  Is te zwak.

En dus u wilt een beetje weerwerk?  Dat is nogal proper.  Dat is nogal proper. Dat heb ik nu nog nooit meegemaakt.  Dus, die man werkt 25 jaar heel trouw voor u en u gaat hem een beetje duvelen eigenlijk?

Beel: En ik voor hem ook toch?

JMB: Dat is een unicum, jaja.  Maar dat kan.   Ik heb daar geen probleem mee.

Ja, u kunt moeilijk anders zeggen, anders…

Beel: Neeneenee,…

En waarom doet u dat?  Ik vind dat toch raar hoor.  Eigenlijk zegt u met andere woorden dat hij zijn werk niet goed doet hé.

Beel: Nee, dat is niet waar.

Dus u bent oppositielid, maar u zegt dat de meerderheid oké is.

Beel: De meerderheid is oké, maar we hebben te weinig sterkte in de oppositie om bepaalde zaken zo een keer door te drijven.  Hé.  Het gaat te gemakkelijk.

JMB: We hebben het eigenlijk te gemakkelijk.   Nu pas op, het is ook een vorm van op onze qui-vive te zijn hé.

Hij doet het eigenlijk voor u, hij doet het eigenlijk voor u?

JMB: Ik veronderstel het, om mij wakker te houden

(lachende Beel)

JMB: Maar euh allez, iedereen in Oostrozebeke begint zich daar nu vragen over te stellen.  Ik heb daar persoonlijk geen problemen mee, om de heel eenvoudige reden dat we weten wat we aan elkaar hebben.  Hier, het moment dat we hier binnenkomen, Kurt. Dus, hier zit ik op een ander domein, hier is Noël Beel de patron.   (Noël Beel zit kaartje te tonen van Oostro +

JMB: En ik peisde dat ze ze gingen uitdelen gisteren.

Beel: Ze hebben er veel uitgedeeld.

Oostro.  Dat is precies een middel tegen eksterogen.

Beel: Oostro +.

JMB: Zeker niet in de zale.

Is dat uw eigen partij dan?

Beel: Ja, dat is de Algemene Belangen Partij.

En u gaat voor het burgemeesterschap?

Beel: We gaan dat nooit halen.  De kiezer gaat daarover beslissen.  Maar wij kunnen dat normaal niet halen.  Maar ik ga zeker niet voor burgemeester.

Jamaar, stel nu eens…

Beel: Ja, stel dat ik de meeste stemmen heb en dat ik zogezegd verkozen ben, ik kan geen burgemeester zijn, dat kan ik niet.  Ik kan mijn taak niet hier vervullen, en op de gemeente, dat gaat niet.  Maar misschien gemeenteraadslid.

Neenee, hier gaat u weldra met pensioen.

Beel: Maar het is nog drie jaar toch hé.  Hewel, drie jaar is toch drie jaar hé.

Burgemeester, ik vind dat hier toch raar zunne.

JMB: Vind je dat?

Ik zou hier niet blijven werken. Neeneenee, allez.

JMB: De verstandhouding is goed.  Wij kennen mekaar al langer zelfs dan 25 jaar.  Ik zou zeggen, beroepshalve kruisen onze wegen van ’69. Van het jaar ’69.  Dus, dat is 37 jaar dat Noël en mij elkaar kennen.

En hebt u de burgemeester vooraf eens gepolst van: wat zou u daarvan vinden als ik…

Beel: Welnee, ik heb dat niet gedaan…

U bent nogal geschrokken zeker?

JMB: Geschrokken?  Ik weet welke politieke benadering dat Noël heeft.  Dus euh… En ik kan hem ten dele gelijk geven hé.   Als hij zegt dat de oppositie zwak is bij ons, dan geef ik hem daarin geen ongelijk.

Jamaar, waarom moet die oppositie sterker, als u uw werk goed doet?

JMB: Wablief?

Waarom moet die oppositie sterker als u uw werk goed doet?

JMB: Och, om ons wakker te houden.

Ach, hij was in slaap aan het vallen.

JMB: Neen, niet echt in slaap aan het vallen.

Beel: Maar politiekers beloven nogal veel hé. En de beloftes moeten een beetje nagekomen worden hé, dus…

Ah, hij komt zijn beloftes niet na.

Beel: Hij kan daar waarschijnlijk niet veel aan doen hé, ja.

JMB: Dat is het werk van de oppositie hé Kurt.  De eindbalans wordt gemaakt 8 oktober. Dus, hoe goed dat je het ook bedoeld hebt, en hoe goed dat het ook uitgekomen is, 8 oktober wordt de eindbalans gemaakt, en we gaan het zien hé.(Beel in een walm van rook)  Dus 9 oktober ga ik u laten weten hoe dat het afgelopen is, of dat de oppositie nu sterker of zwakker geworden is.  Maar moest ze zwakker worden, dan zou dat een ramp worden voor Rozebeke.  Moest ze nog zwakker worden, we hebben nu al 15 op 19, allez kom…

Of, ik weet het, u kunt niet, u kunt niet van de burgemeester scheiden.  U wilt gewoon in de gemeenteraad zitten, omdat u zegt ‘weldra ben ik met pensioen’, en dan kan ik hem nog zien.

Beel: Ja, ik heb dan meer tijd om andere dingen te doen hé.  Ik zal meer tijd hebben hé, want anders.

U hoopt zijn schepen te worden.  Ah ja, dat zou mooi zijn.  Dat zou eigenlijk mooi zijn. U hebt 25 jaar voor hem gewerkt en dat dan de rall… de rollen omgekeerd worden.  Jaja, bereid om schepen te worden eventueel?

Beel: Tuurlijk dat, waarom niet?

Ja, dat is dan geregeld hé.

JMB: Ah, als de kiezer zo beslist. Ja.

Ja, maar dat is nog een bijkomstigheid hé.   Dus oké…  Wat maken we hem?  Den eerste schepen of euh…  Welke portefeuille had u… Welke portefeuille had u gewild?  Openbare werken waarschijnlijk.

Beel: Misschien wel.  Maar ik heb geen ambities voor het ogenblik.

Jaja, ik ken dat, ik ken dat.  Allemaal één pot nat, die politici.

JMB: Denk je dat?

Eén verfpot nat.

JMB: Eén verfpot nat.

Beel: We zouden een keer allemaal van hetzelfde gedacht moeten zijn, het zou toch zeer eentonig zijn.  Moest ge van hetzelfde gedacht zijn, het is eentonig hé.

Zeg mijnheer, mag ik u wel zeggen: u bent in overtreding hé.

Beel: Ik ben in mijn eigen kantoor hé.

Ja en?  Dat mag nog?

Beel: Dat mag hé.  Ge moogt toch roken in uw huis ook.

Jaja, maar neen, op het werk mag niet meer gerookt worden hé.

Beel: Op het werk?

Nee.

Beel: Dat is hier mijn eigen kantoor hé.

Wacht tot ie in de politiek gaat.  Daar zal hij allemaal mee geconfronteerd worden.  Dan moet het allemaal juist zijn hé.

JMB: Absoluut, dan moet je de spelregels volgen hé.

U hebt nog veel te leren hé mijnheer.

Beel: Inderdaad.

JMB: Allez, we gaan naar Beveren-Leie hé, of anders, ze gaan daar staan wachten.

Ik kijk al uit naar de confrontatie.

JMB: Hewel, dat is misschien een toekomstige reportage hé.  Negen oktober.

Ik denk dat jullie tegen dan niet meer met elkaar praten.

JMB: O neen, dat zou ik jammer vinden.  Ik zou dat jammer…

Ja, dat zo

u jammer zijn, sommige dingen komen er bij hé.

Beel: Dat zal niet gebeuren.

JMB: Noël weet dat. Men mag ons evalueren op ons beleid, maar men mag het niet persoonlijk gaan spelen hé.

Dus Noël, ge weet het hé.

Beel: Jajaja.  Maar hij gaat het niet gemakkelijk hebben.

Hij is al licht groen aan het lachen.  Kijk.

JMB: O neen, ze bereiden ons perfect voor hé.    Dat wil dus zeggen dat we ook naar de verkiezingen toe eigenlijk echt op ons qui-vive gaan zijn.  En we gaan dat zijn, we gaan dat zijn.  Dus, het wordt spannend.

Jaja, nu kunnen ze nog lachen.

JMB: Het wordt spannend, spannend en plezant.

 

09:55 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-01-06

BONTE BIJ BEEL

We rijden met de wagen van de burgemeester weg uit het centrum van Oostrozebeke.  Hij is op weg van het gemeentehuis naar de kantoren van de firma Beel.  

Burgemeester, zit u voor uw werk eigenlijk gewoonlijk in de streek hier, of?

JMB: Wij doen eigenlijk heel West-en Oost-Vlaanderen, allez, ik moet zeggen met een 45 man werken we zo een beetje over een groot deel van Vlaanderen, de Kempen en de Limburg uiteraard niet, omwille van de verplaatsingen,  Brussel af en toe een keer, dus dat wil zeggen dat we toch een groot deel van de dag ook in de wagen zitten hé. Ik doe toch gemiddeld 40 à 45.000. km per jaar.  Gemakkelijk.  Nu, de dagen zijn niet allemaal gelijk.  Er zijn dagen dat we heel veel op weg zijn, er zijn dagen dat we praktisch de hele dag in het bureel blijven, ja, er moet veel administratie verwerkt worden, dat is een beetje de evolutie die we meemaken op zakelijk vlak.  Iedereen heeft het over administratieve vereenvoudiging, maar als je ziet hoeveel papier dat er verslonden wordt in een bedrijf en hoeveel dat er op papier moet gezet worden, tot scha en schande hé.  Vroeger was een woord nog een woord, nu moet alles op papier gezet worden.

Omdat niemand nog een woord gelooft van mekaar.

JMB: Och, het zakendoen is heel anders geworden hé.  Van een kleinigheid wordt er eigenlijk een grote olifant gemaakt.   Allez ja, gelukkig mag ik zeggen in, ik ga nu starten aan mijn vijfentwintigste jaar in het bedrijf, we hebben de tijd nog meegemaakt dat we met heel weinig advocaten te maken hadden.  Nu van het minste dat een klant of een project dreigt verkeerd te lopen door futiliteiten, ja, dan is het via een advocaat dat het opgelost wordt hé.  Allez, we proberen natuurlijk alles in der minne op te lossen, maar het is niet meer zo evident als vroeger.  Zakendoen is heel wat anders geworden…

Minder gezellig?

JMB: Och, minder gezellig, meer frustrerend, nogmaals, omdat alles echt verglijdt in een papiermassa hé.  Waar dat vroeger een dossier amper een paar bladzijden groot was, heb je nu bijna een hele boek hé, van iedere werkvergadering wordt er een verslag gemaakt, veiligheidscoördinatie, ook zoiets, dus moet je bijna beschrijven waarom dat de mannen veiligheidsschoenen moeten dragen, en al dergelijke toestanden.  Het is er niet op vergemakkelijkt, maar bon, elk zijnjob.  (stapt uit zijn wagen)

 

JMB: Dat is eigenlijk de hoofdjob, inderdaad, sinds 25 jaar.

En hier komt u dan iedere morgen naartoe?

JMB:   Iedere morgen ben ik hier, laat ons zeggen, tien voor zes  rijden we de parking op.  Dus de eerste mensen vertrekken naar Brussel om zes uur…

En bent u dan al gewassen, geschoren.  Ja, scheren moet u niet veel doen…

JMB: Jaja, tochwel, ik vind het nog veel moeilijker dan vroeger, vroeger toen ik nog niet getrouwd was, had ik geen baardje, en dan kon ik alles in één keer doorscheren met de scheermachien, nu is het met de scheerborstel en de kwast. Ja, u hebt het uzelf aangedaan hé.

JMB: Jaja, ik weet het.  Ja, ik weet het.  Het is een keuze geweest. Maar inderdaad, dan ben ik al geschoren en gewassen. IN de meeste gevallen heb ik dan ook al een koffie gedronken en een boterham gegeten. En dan keer ik nog een keer terug naar huis, tussen zes en half zeven, en om half zeven vertrek ik een tweede keer.

Om uw vrouw wakker te maken?

JMB: Nee, dat is een beetje afhankelijk.  Het kan dus gebeuren dat zij al even vroeg op is als ikzelf.  Omdat zij dus verpleegster is, omdat zij verpleegster is in het rusthuis hier, in Rosenberg, en als zij de vroege shift heeft, dan moet zij om zeven uur beginnen.  Neenee, op dat vlak zijn we betrekkelijk vroege vogels.  (gaat binnen bij BEEL en kust Katia, de vrouwelijke kracht binnen het bedrijf)

En ze kust u eigenlijk iedere morgen?

Katia: Ja, iedere morgen.  Dat is verplicht.  

JMB: Dat staat in het scenario

Katia: Het staat in ons contract.  Het staat in het contract.

JMB: Ja, kijk, we gaan een keer kennismaken met, allez, ik zou zeggen, onze directeur hé.(loopt door gang naar bureau van zoon Wouter) Dat is de zoon van de stichter, Wouter, Wouter Beel, dus de stichter…

 

Als u nu voor de keuze zou gesteld worden, wat kiest u dan?

JMB: Dat zou ik nog niet direct durven antwoorden, ik zeg u dat eerlijk. Ik begin echt met heel plezier en enthousiasme aan mijn 25ste jaar in de firma, en waarom zeg ik dat?   Het is een familiaal bedrijf.  Dus dat is een groot verschil.  Hier zij je geen nummer, hier ben je nog een persoon, iedereen wordt hier aangesproken met zijn voornaam.

U bent wel een nummer, u bent de nummer één.

JMB: Neen, neen. 

Allez, na 25 jaar mogen we dat wel zeggen hé?

JMB: Neen, de nummer één zit daar, de nummer twee zit voorlopig hier.  Dus, dat wordt straks de nummer 1. En er is geen rangorde. Elk heeft zijn werk, Katia moet zorgen dat alles wat personeelsadministratie betreft perfect verloopt, Bernard doet boekhouding en aankopen, elk heeft zijn verantwoordelijkheid en elk heeft zijn werk.  Ook bij de werkmannen, er is daar ook geen hiërarchie van nummers.  Er zijn bij ons zelfs in principe geen meestergasten.

In principe.  Ik ken dat ‘in principe’.  Dat is zo één van die woorden.

JMB: Ah nee, het zijn projectverantwoordelijken ook.

Ah ja, het is gewoon een andere naam.

JMB: Neen, ah ja,…

Zo is het gemakkelijk.

JMB: Neen, het is geen andere naam, want het woord van een meestergast,…  Omdat bij ons iedereen, of toch zeker twee op drie, kunnen in principe aangesteld worden om een werk in handen te nemen, dus om de schakel te zijn tussen klant en bedrijf.Dat kan vandaag of morgen zijn, dat kan overmorgen Piet, Pol, Kurt, om het even wie.

Het zijn eigenlijk allemaal intellectuelen?  Met een borstel.

JMB: Ba neen, ge moet daarom geen intellectueel zijn.  De intellectuelen moeten  hier zitten, bij manier van spreken.

Ah, u bent een intellectueel?

JMB: Neen, iedereen hierboven.  Dus wij moeten zorgen dat die mannen hier beneden, die 45, iedere dag weten waar ze naartoe moeten.  Dus, de basis ligt hier, maar naar uitvoering toe.  Wouter heeft nu wel schilderschool gevolgd…

Mijnheer Wouter, mijnheer Wouter.

JMB: Neenee, de mijnheers worden hier ook zelfs… Ikheb dat altijd meegemaakt.   Hier worden er geen mijnheers  aangesproken.

Jamaar ja, hij zegt nochtans burgemeester tegen u.

JMB: Binst den dag ook niet zuh.  Men weet dat heel goed…

Na de werkuren wel?  Dus, van als hij hier buiten gaat is het mijnheer de burgemeester? Ah, ook niet?

Wouter: Wij mogen Jean-Marie zeggen, denk ik.

JMB: De merendeel van  Oostrozebeke ook zuh.

Het merendeel?

JMB:  Ik laat ze daarin vrij, Kurt.  Ik heb het u al gezeid, we zijn daarin bescheiden hé.

Het is mijnheer Kurt hé.

JMB: IS het mijnheer Kurt?  Ah, sorry, dat had je niet gezegd van de morgen. Ge zijt anders binnengekomen.

Dat was voor de werkuren.

JMB: Goed ja (lacht).  Neenee, de mannen die het moeten uitvoeren ten velde, die hebben ook geen hiërarchie.  En ook tegenover ons.  Wij worden gewoon aangesproken.  Wij voelen ons daar goed bij.  Gewoon als mens.

Het is een goeie kwast hé?

Wouter: Dadde?  Jaat   Enorm.

In schilderstermenhé.

JMB: Ja.  Ge zit hier in één van de grootste schildersbedrijven van West-Vlaanderen hé.  Om bijna niet te zeggen het grootste.  Ik zou zelfs durven zeggen: het grootste.

U zou dat zelfs durven?

JMB: Ja, zonder bescheiden te zijn.

Het is een durver hé.

JMB: Ah ba neen, ik denk wel dat we dat mogen zeggen.  Als schildersbedrijf hé, want, allez, we doen geen vloerbekleding hé.  We hebben collega’s die…

Neenee, tuurlijk niet.

JMB: We hebben collega’s die vloerbekleding doen.  Wij doen dat in zeer minder mate.   Dat maakt nog geen tien procent uit van de omzet, maar puur schilderen en decoratieve afwerking, durf ik gerust zeggen dat we met ons 45 mensen de grootste zijn van West-Vlaanderen.  Absoluut.Ge moet het maar doen hé als familiebedrijf.

Zeker, zeker, ja, ik zou het niet doen.

JMB: Jamaar, ik ook niet.  Daarvoor hebben we andere mensen nodig zuh.  Allez (gaat weg van bij Wouter en loopt door het bureau)  Nu, we zijn groot wat het aantal werknemers betreft, maar qua burelen, qua omkadering zijn we eigenlijk zeer miniem. Je hebt de twee directies…

Oei, oei, het mag weer niet veel kosten…

JMB: Nee, de stille werkers moeten zo beperkt mogelijk gehouden worden. Dat is normaal één van de gasten die met een kwast kan werken.  Dus, dezen kan iets meer dan ik kan.

Ja maar, ik zie dat, ik zie dat.

JMB: Ik heb geen verstand van een borstel vast te houden.  Ik kan het proberen uit te leggen hoe dat ze dat moeten doen, en dat mislukt dan nog ook…

Dat is het strafste hé, hij moet uitleggen hoe u het moet doen, maar hij heeft er eigenlijk zelf geen verstand van.

JMB: Ah neen,…

Werker: Tochwel.

JMB: Maar niet van een borstel vast te houden.

Werker: Maar dat doen wij dan wel. Als we de uitleg krijgen, dan weten wij wat we moeten doen en we zorgen wij dat dat in orde is hé.

Is het een strenge?

Werker: Niet echt, neen.

Niet echt.  Een beetje echt dan?

Werker: Het is wel sommige keren nodig hé, het werk moet in orde zijn hé.

Is het waar?

Werker: Ah ja, tuurlijk.

Zou hij durven zijn stem verheffen?

Werker: Mmm, dat kan.

JMB: Ge begint ambetante vragen te stellen hé, ik ga efkes apart gaan hé.  Ah ja, ge meugt doen, maar ik ga dan even apart gaan, want ik zou niet graag hebben dat ze under inhouden voor te antwoorden.

Ja maar, zie eens dat u het later tegen hen gebruikt.

JMB: Neenee. Zo zijn we niet.  Men weet heel duidelijk, als het nodig is gaan we inderdaad onze stem verheffen,…

Serieus?  Echt zo de stem verheffen?  Een paar niveau’s?

JMB: Dat is op de gemeente ook zo.

Serieus?

JMB: Tuurlijk.

Dat is dan van: Dat kan hier niet zijn.  Zoiets?

JMB: We gaan niet overdrijven maar…

Serieus?

Katia: Ja, serieus, dat is hier een serieus bedrijf hé

JMB: Er wordt hier op alle niveaus serieus gewerkt hé, Kurt.

Ja, ik schrik daar toch een beetje van.

JMB: Het is hier af en toe een keer Micro met Zout en Peper hé.  In plaats van Micro Zonder Zout.

Katia: Ik denk dat dat overal een beetje zo is hé.

Ah neen, dat is de eerste keer dat ik dat meemaak hoor.

Katia: Is het echt? Oeioei, ik zeg niets meer.

JMB Neenee, ik denk dat we allemaal weten wat we aan mekaar hebben. De mannen moeten het werk uitvoeren en wij maken de afspraken met de klant. De klant verwacht een zekere afwerking, en zeker een perfecte afwerking.  Zeker op ons niveau. Dus wij zijn geen schilders van lantarenpalen en brugleuningen hé.

Ah dus, lantarenpalen en brugleuningen moeten we niet vragen aan jullie?

JMB: Neen.   Dat moet je niet vragen, dat moet je niet vragen aan ons.

Ja, ik had nochtans wat lantarenpalen en brugleuningen te schilderen.  

JMB: Hewel ja, wij zitten in de betere afwerkingssector. En we zitten met een kliënteel die zeer veeleisend is, en ze mogen dat ook zijn.   Ze betalen daar een heel goeie prijs voor.

Ah, dus voor de goedkoop moeten we ook hier niet zijn.

JMB: Ah neen, maar wel voor de degelijke afwerking.  Neen, voor de goedkoop moet je hier niet zijn.  Goedkoop en degelijk gaat niet samen hé, Kurt?

In mijn geval wel.

JMB: Jamaar, wat, het eerste of het tweede?

Het gaat samen, bedoel ik.

JMB: Ah, het gaat samen, zjust. Neenee, maar we weten wat we aan mekaar hebben, en als er een opmerking gemaakt wordt, moet dat van beide kanten vlug kunnen vergeven worden. En pas op, er kunnen momenten zijn dat wij ook in fout zijn met onze opmerkingen.  Dat kan best zijn hé. Dat moet je dan ook achteraf durven toegeven.  Er kunnen omstandigheden zijn.

En dan mogen ze terugbrullen eigenlijk?

JMB:  Ach, ze mogen zij dat, zonder rancune.  Er kunnen zaken zijn dat wij gemeld worden door een klant. Ofwel doe je twee dingen. Ofwel gaje er onmiddellijk op in, ofwel zeg je, ik ga eerst een keer babbelen tegen de gasten.   Het kan zijn dat we een opmerking krijgen die niet terecht is. En dat zij moeten werken hebben in omstandigheden, ge moogt niet vergeten dat wij normaal de laatste zijn in de rij, bij een afwerking van een project.  Want hoeveel keer gebeurt dat niet dat de schrijnwerkers nog bezig zijn, dat de electriekers nog bezig zijn, dat men nog aan het kappen en het boren is, en dan verwacht men toch een perfecte afwerking. Als we dan zo een opmerking krijgen van een klant, en wij overleggen eerst niet met onze mensen op het werk zelf, dan gaan wij misschien een verkeerde reactie geve aan de mensen. Dus gaan wij eerst een keer babbelen.  Als het terecht is, dan krijgen ze onder hun voeten.  Als het niet terecht is, dan gaan wij ook durven zeggen tegen die klant: Hou toch rekening met de omstandigheden.  Werken moet nog een beetje aangenaam zijn hé, we werken allemaal ten brode, zegt men dan.

Allez, behalve u.

JMB: Eiei… 

Zijn wedde van burgemeester, dat is zo… : eigenlijk heeft hij die niet eens nodig, hij neemt die er gewoon bij.

JMB: Hé makker…

U heeft het zelf gezegd hé.

JMB: Ik heb gezegd dat er niemand van de burgemeesters gevraagd heeft achter zo’n weddeverhoging.  aar uiteraard, als men ons dat oplegt, gaan we ze meenemen, en we werken er dan ook voor.

Hij is… Met andere woorden, hij is verplicht van veel te verdienen, hij kan er niet aan doen.

Werker: Daar kan ik ook niets aan doen hoor.

JMB: Ik zeg altijd: wie werkt voor zijn boterham, en die mag ervoor beloond en vergoed worden.  Dat is hier in het bedrijf ook zo.  Die mannen hebben ook niet te klagen.

Zij werken voor hun boterham, en u voor uw kaviaar en champagne.

JMB: Neenee, champagne, ik denk dat dat een product geworden is dat iedereen zich kan permitteren, kaviaar is niet aan mij besteed.  Neenee, liever iets anders dat goed en smakelijk is dan euh…  We gaan het niet wegwerpen hé, een stukske kaviaar, maar euh, dat is niet de hoofdmenu ten huize bonte. 

 

 

07:23 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

JM BONTE : DE BURGEMEESTER VAN OOSTROZEBEKE

De burgemeester van Oostrozebeke is bijna twaalf jaar burgemeester.  Maar hij combineert die taak  nog altijd met een job.  Hij is ook projectleider bij het schildersbedrijf Dekoratie Beel.   Je zou dus kunnen zeggen dat hij burgemeester is in bijberoep.

 

JMB: Bijberoep?  Maar een bijberoep dat evenveel uren opslorpt wekelijks als dat we in hoofdberoep bezig zijn.

Dus u slaapt zelden?

JMB: Ik slaap gemiddeld zes uur per nacht.  Daar heb ik over het algemeen voldoende mee.

Ja?  Valt u dan niet in slaap op uw werk?

JMB:  Nee, nee.  Ik ga in alle eerlijkheid wel bekennen dat een middagdutje – een uiltje vangen, om het op zijn West-Vlaams te zeggen – dat dat graag meegenomen is, maar langer dan een half uur moet dat niet duren, en dan kunnen we gerust de uitdaging vor de namiddag weer aan.  Nu, ik heb trouwens twee beroepen waar dat ik niet in slaap kan vallen  Noch het één, noch het ander. Noch het hoofdberoep, noch het bijberoep.

Jamaar, het is hier stil.  Als u…

JMB: Jamaar, er wordt hier gewerkt hé Kurt.  Er wordt hier gewerkt hé. Hier nu misschien niet…  Allez, we werken wij ook hé, als je dat werken kunt noemen   Maar mijn personeel is serieus bezig met het voorbereiden van dossiers, het afwerken van administratieve stukken, neenee.    De bezige bijen zitten een beetje verder hier.

En hier zitten de luie bijen?

JMB: Ah neen. Auw, sorry.  Sorry, als je binnen, ik zou zeggen binnen een dikke negen uur zou terugkeren, zo het moment van het spreekuur, zo ’s avonds heb ik over het algemeen spreekuur, ben ik beschikbaar voor de bevolking, omdat ik dat gemakkelijk vind voor iedereen, de mensen die een dagtaak hebben en die bijvoorbeeld een job hebben van 9 tot 5, kunnen mij terugvinden in het gemeentehuis iedere dag van half zes tot negentien uur. Dus, dan begint voor mij het werk hé.  En dan is het de bedoeling dat de communicatie tussen dat bureel hier, en de administratie een beetje verder dat die perfect loopt en dat de mensen zich bezighouden met hetgeen de bevolking verwacht.

 

JMB: Ons dagen zijn nu gevuld, we weten wanneer we beginnen en we weten niet wanneer we eindigen.  Want als burgemeester weet je nooit wat je allemaal gaat beleven in de loop van de dag.  Dat vind ik juist het plezante aan die job.  Dat je ’s morgens hier toekomt en dat de dag als burgemeester start, maar dat je gedurende de dag nooit op voorhand kunt voorspellen wat dat je allemaal gaat tegenkomen. In mijn andere job kan ik dat wel hé.  In mijn andere job, bon, projectleider, je bent bezig met de projecten, je bereidt ze voor, je geeft de mannen de instructies, af en toe ga je op werfbezoek en je doet de besprekingen met de klanten en dat is het.

Ja, als burgemeester toch ook, u bent een beetje projectleider van de gemeente.

JMB: Ja, maar er komen zoveel problemen of projecten op u af dat je op voorhand eigenlijk nooit kunt inschatten wat dat je allemaal gaat beleven.   Dat kan evengoed een gesprek zijn met iemand over werken die moeten gebeuren, dat kan gaan over evenementen die moeten georganiseerd worden, maar dat kan evengoed een gesprek zijn met mensen die in familiale problemen dreigen te geraken, financiële problemen, relationele problemen.

Dat komen ze allemaal bespreken met u?

JMB Absoluut.  Ik heb dat al dikwijls gezegd tegen onze pastoor.  Wij zijn de pastoors geworden van de parochie. 

Ja, wat zegt de pastoor dan?

JMB: Ha ja, dan moet hij een andere job kiezen eventueel hé.  Als hij vindt dat hij daarin beconcurreerd wordt.  Wij zijn eigenlijk de biechtstoel, de burgemeesters zijn de biechtstoel geworden van de samenleving.

Dus eigenlijk moet ik u aanspreken met ‘eerwaarde vader’?

JMB: Euh, liefst niet. Want dat is niet mijn roeping geweest.  Dat is niet mijn roeping geweest.  Neenee, ik vind, ik heb het nog vrijdag gezegd tegen de pastoor: ‘Elk op zijn eigen domein.’ Neenee, elk zijn job, dus de pastoor moet niet benauwd zijn dat we concurrentie…maar het is wel een feit dat we met heel veel menselijke problemen geconfronteerd worden, waarvan ik me kan indenken dat dat vroeger eerst met de pastoor werd besproken.  Dat is nu eenmaal het leven, men zoekt een vertrouwensman, sowieso.

 

JMB: Een invulling van een dag kan op verschillende manieren gebeuren hé.  En dat onder andere resulteert ook, als ik dan tijdens de dag dienstvergaderingen heb of besprekingen met hogere overheden, dan zijn we terug op het gemeentehuis beschikbaar.  Uiteraard. Allez, het is niet alleen ’s morgens en ’s avonds, een beetje afhankelijk van de agenda die moet gevolgd worden.  De politiek aan de cafétoog, dat is gedaan, dat is verleden tijd.

Helemaal?   Hier en daar zie ik dat toch nog.

JMB: Ah ja mo ja, elk zijn eigen invulling en zijn eigen profiel.  Oostrozebeke zal me niet veel vinden aan een cafétoog.  Dat is zeer beperkt.  Men moet me daar ook niet zoeken.  Eigenlijk ligt mijn functie hier in het gemeentehuis en niet in het café.

Maar ja, zo een beetje onder de mensen komen, burgemeester.

JMB: Och, maar daar heb ik gelegenheden genoeg mee. Euh, via sport, via cultuur, aanwezig zijn op cultuurevenementen, er zijn gelegenheden genoeg om onder de mensen te komen.  De voeling met de bevolking is nooit ver weg. Nooit.

06:59 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-01-06

DE SMALLTALK VAN ETIENNE BIEBUYCK

Etienne Biebuyck bevindt zich op de nieuwjaarsreceptie in Ruiselede.  Druppelsgewijs beginnen de mensen aan te komen en hij staat met enkele van zijn inwoners te praten.

Als u zich zo onder de burgers mengt, over wat moet u dan praten?  Is dat small-talk?  Zo een beetje over koetjes en kalfjes?  Of hebt u altijd meteen een onderwerp?

EB:  Over het weer hé.

Het weer?  Dat is van dat nietszeggend gebabbel dan?

EB: Hoe zegt u?

Dat kan even goed over niets gaan?

EB: Ah ja, maar dat is wel moeilijk hé, babbelen over niets.  Als je niets zegt, wat moet je dan zeggen?  Niets hé.

Ja, maar dat is eigen aan smalltalk hé, dat is eigenlijk babbelen zonder iets te zeggen.

EB: Ah, dat is wel moeilijk denk ik.  Babbelen zonder dat je een twat zegt.

Is dat zo niet?  Dat is toch een specialiteit van politici?  Daar moet u toch goed in zijn.

EB: Ah ja, maar ik ben geen politieker hé.

Ah nee?

EB: Neeneenee.  Ik ben voor het ogenblik burgemeester, maar geen politieker, ik ben dat nooit geweest.  Ik ben niet antipolitiek, maar ik ben ook geen politieker. 

Hij is geen politieker, zegt hij.

EB: Ik doe het eigenlijk meer voor de mensen.

Ah, het is voor de mensen.  Hij doet het allemaal voor u hé. 

EB: Ik heb dat al een keer gezegd hé.

Jaja, maar ik geloof het bijna niet.  Het is daarom dat ik het nog eens vraag.

EB: Er zijn mensen die dat moeilijk geloven hé, zeker zo mensen van de pers en allemaal.

16:22 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

KOELWAREN BIEBUYCK

Etienne Biebuyck heeft al jaren een eigen bedrijf dat hij werkelijk helemaal uit niets uit de grond heeft gestampt.  Koelwaren Biebuyck heet zijn zaak.  Hij doet er groot-en kleinhandel.  Als je er binnengaat, als particulier, kom je meteen in een zaal terecht waar het vol diepvriezers staat.  Maar vreemd genoeg is het er niet koud, maar warm.

 

Zeg, volgens dat het hier koelwaren zijn, is het hier toch wel warm hé?  Hé, je voelt dat hier als je binnenkomt.

EB: Ja, mensen moeten zich warm voelen hier hé.  Om te kunnen koude producten te kopen.  Dus die warmte komt van de diepvriezers hé.  Iedere diepvries geeft dus warmte af hé.  In de zomer moeten we dus koeling geven met de airco, en in de winter dus, is dat niet nodig, of bijna niet nodig.  Dat is een voordeel ook hé 

EB: Dat is alle soorten brood, eigenlijk…

Allemaal ingevroren brood?

EB: Eigenlijk alles moogt ge hebben hé, alles kunt ge krijgen.

Alles ingevroren.   Ze vriezen nu ook al mensen in hé?

EB: Ik heb dat gehoord, dat verkoop ik nog niet.

U zult dat zelf niet laten doen?

EB: Nee, maar de zoon kan dat verkopen al.  Maar ik nog niet.

Ja, het kon zijn dat u zei: ik laat mij ook invriezen hé.

EB: Ha ja, dat kan ook hé

 

Zijn kinderen kunnen hem dan later weer ontdooien.  Zijn zoon werkt in zijn zaak net als 2 van zijn 3 dochters. En ook zijn schoonzoon Chris is werknemer bij Koelwaren Biebuyck.  Hij mag antwoorden op de vraag of zijn schoonvader eigenlijk nog vaak komt werken. 

Chris schoonzoon: Boh ja, nog regelmatig toch zuh, als we iets verkeerd doen heeft hij het wel gezien.  Op dat vlak…

Ah, u bedoelt, hij is hier nog iets te veel, of wat?

EB: Neenee, Chris, het is wel nodig dat ik hier veel ben.

Om de financiën in de gaten te houden?

EB: Voor het geld te tellen hé, daar ben ik goed in…(lacht)

 En u vriest eigenlijk alles diep?

EB: Wij distribueren.  Distributie dus.  Alles is ingevroren…

Ah, alles komt ingevroren aan hier.

EB: Wij verkopen hier.

Chris: Wij kopen diepvries aan, en wij verkopen diepvries terug.

Een soort groothandel gewoon?

EB: Ja.

Eigenlijk doet u niets.  U verdeelt gewoon.

Chris: Wij doen heel veel.

EB: Verdelen is somtijds moeilijker of doen.

Chris: Wij zorgen voor tevreden klanten.

Jajaja, nog een paar clichés misschien?

EB: Welja, het is een goeie kok hé, mijn schoonzoon. Jajaja.

Met diepvriesgroenten.

EB: Jajaja, Piet, SOS Piet, heb je daar nog van gehoord.  Piet Huysentruyt.

Ik heb er nog mee gevoetbald.

EB: Ah, ge kent hem.

Jajaja, met die voet, kijk.

EB: Dat is zijn beste kameraad hé, geworden.  Ah ja, natuurlijk hé Chris, ge moet zeggen…

Hij heeft wel een dikke nek gekregen hé.

EB: Dat weet ik niet.

Chris: Piet?

EB: Piet.  Uiteraard Piet.  Maar hij kan moeilijk goeie gerechten maken denk ik, hij moet het eerst voor gezegd worden.

Chris: Nee.

EB: Toch niet?

Chris: Nee.  Maar euh… over diepvries bestaan er veel clichés, en je draagt er ook wel enkele van mee.

Piet?

Chris: Jajaja.  Nochtans, verser dan diepvries kan niet zijn hé. Dat is toch waar hé, vriesvers.  Vroeger was dat ook zo.  Diepvries was wat minderwaardig, maar tegenwoordig, diepvries moet zeker niet onderdoen. Integendeel. 

En u probeert dat uit te leggen aan Piet, maar hij wil dat niet begrijpen.

Chris: Niet alleen aan Piet.  Aan alle uitbaters van restaurants, moeten we een beetje begeleiding doen.

EB: Het is zo, diepvriesproducten is eigenlijk beter of vers.

Ah ja, natuurlijk.   Ik wil geen vers hé.  Ik wil alleen diepvries hé.

EB: En ze blijven vers, dat is het voordeel.

Als ze bij mij aankomen en ze zeggen : ‘Hier, verse groenten,’ zeg ik: ‘Neeneenee, het moet uit den diepvries komen hé.’

EB: Mensen kopen tongen aan de kust, in de mijn, en ze komen thuis en ze smijten het in de diepvries.  En als ze kunnen dezelfde tongen kopen, goed ingevroren, perfect qua temperatuur, qua hygiëne, ook qua ivk volledig in orde dus, dan zijn ze misschien volgens sommige koks niet goed.  Maar ze zijn wel goed, als diezelfde kok, datzelfde product in zijn diepvries smijt.

Pffff, mensen zijn onnozel hé.

EB: Niet allemaal hé, ge moogt nooit zeggen dat het allemaal mensen zijn hé.  Maar dat verandert veel de laatste jaren.  Hé Chris, de laatste jaren wordt er meer en meer diepvries genomen. Omdat ze ook meer en meer hun verantwoording hebben dat diepvries beter is.

Chris, zult u ook uw schoonvader invriezen?

Chris: Nee, die is goed zoals hij is.

Nee, maar ik bedoel, binnenkort zo.  Uiteindelijk, u bent 64, burgemeester, laten we zeggen, binnen 20 jaar is misschien het moment gekomen om hem in te vriezen, of wat?

Chris: 64…84.  Zoals hij nu bezig is, gaat hij zeker mee, 105, 104…115, waarschijnlijk zoiets

EB: Als we dat kunnen verkrijgen, Chris, dat je me invriest binnen 20 jaar, is 84, vries me maar in, en ge meugt mij daar ergens boven leggen, ge meugt mij daar ergens boven leggen in den diepvries daar.

Voor mij moogt ge een billeke sparen.

EB: Want ge weet nooit.  Nadien kan ik weer levend komen hé. Ge weet nooit hé, ja.

Ja, het was toch Van Rossem die zijn vrouw liet invriezen?

EB: Ja, dat was hierachter.

Ah, hij heeft ze hier laten invriezen.

EB: Ja, dat was hier achter.  Maar hij had de electriciteit niet betaald, en daarmee is ze ontdooid geweest hé.  Spijtig genoeg is ze niet meer tot leven gekomen.

 

SLOGAN TEGEN DE MUUR: Wees Vriendelijk, het kost toch niets, Koelwaren Biebuyck. 

Zie eens burgemeester.   Is dat hier zo’n slogan eigenlijk?

EB: Voila.  Ik heb het nog gezegd hé.  Het is zo hé.  Eigenlijk, de waarheid is zo.  Dat kost niets hé.

Dat is eigenlijk zo altijd een beetje uw slogan geweest?  In de politiek en ook in de zaken?

EB: Veel mensen vergeten dat hé.  Ook in de politiek, inderdaad.  Veel mensen vergeten dat hé, maar eigenlijk kost dat niets.

Neenee, maar ik ben vriendelijk hé.

Uiteraard.

Burgemeester, ik ben vriendelijk hé. 

EB: Tuurlijk bent u vriendelijk.  Niet te vriendelijk, maar toch wel vriendelijk.

Burgemeester, dat moet toch wel deugd doen.  U hebt deze zaak vanuit het niets uit de grond gestampt eigenlijk?

EB: Jaja.

Het moet toch wel deugd doen dat u nu eigenlijk een zaak hebt waar zelfs uw kinderen aan het werk kunnen.

EB: Tuurlijk, tuurlijk.  Van belang hé.  Als je zelfs je eigen familie kunt, je eigen kinderen kunt in de zaak steken.  Dus ja, het is altijd beter werken ook hé.

En ook zo, die schoonzoon, die anders , allez ja, waarschijnlijk nergens terecht had gekund.

Schoonzoon schatert.

EB: Een goeie kok, en een goeie bakker, en wat nog allemaal goed?  En een goeie huisvader, goeie man, goeie huisvader...

15:57 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-01-06

ETIENNE BIEBUYCK: "KARLOS CALLENS IS DE DUPE VAN DE LUXE"

Wanneer we zijn kantoor in het gemeentehuis binnenkomen, ligt daar het interview uit de Krant van West-Vlaanderen op zijn bureau.  Een interview met de burgemeester, afgenomen door Tom Vandenabeele en met foto van Ronny Neirinck.

EB:  Ik heb lik den indruk dat ik er jonger uitzie dan ik al ben.

Ja, u ziet er jong uit.

EB: Vindt ge niet?  Maar dat kunt ge niet zien.  Er is hier geen licht.  

Nee, maar ik zie dat meteen.  Doe wel en zie niet om is de titel.

EB: Dat is mijn, dat is mijn optie geweest altijd.

Is dat zo een beetje uw slogan?

EB: Dat is mijn slogan. (neemt zijn sjerp uit zijn lade).  Ik ga dat moeten meedoen tegen vanavond dus.  Dat is zo een beetje de symbolische sjerp van burgemeester zijn. Symbolisch zeg ik wel.

Dat knopen, gaat dat makkelijk?

EB: Ik knoop niet.

U laat dat doen, of wat?

EB: Neenee. 

Ja maar, hoe omgordt u die sjerp dan?

EB: Kijk een keer. Ge moet slim zijn hé. Knopen, dat past zo niet hé.

Ja, maar de meesten leggen daar toch zo’n knoop in?

EB: Jaja, maar ge zit daar dan opgehangen. Ik niet zuh. Achter al die jaren zijt ge dat een beetje gewend hé. 

Zeg, en wat zegt u daar nu in, in dat artikel?

EB: Ik weet het zelf niet, ik heb het nog niet gezien. Ik kan er niet van zeggen. Ik ga een keer het licht doen branden. Het interesseert me wel zuh, maar de pers zegt niet altijd wat dat waar is.  Maar kom.  Toch een deel wel.

Ja, hier en daar een woord.

EB: Meer, meer.  Meer of een woord hé.

En ze verdraaien ook alles hé?

EB:  Nee, bij mij toch niet.  Bij mij toch niet.…

Ja, ziet ge, ik zie daar al meteen een fout hé. Weet je wat daar staat: gepensioneerd bedrijfsleider.

EB: Gehuwd met Christiane Desmet uit Ruiselede, dat is juist.  Het is een schoon artikel, vind ik.  Een typische goeie fotograaf hé. Ronny Neirinck.

En zijn de Ruiseledenaars : ik heb zoiets van ‘Doe Goed en zie niet om.”’

EB:  En die reporter heeft dat waarschijnlijk een beetje verdraaid.  Waar heb je dat gelezen?  Het is waar zo hé, ge vangt nooit geen vliegen met azijn hé.

En wat staat er nog in?  Vroeger was ik ook sportvisser bij ‘De Zalm’ in Tielt, maar dar heb ik nu geen tijd meer voor.

EB: Ik ga proberen een beetje vrije tijd te hebben.  We zijn de dupe van de luxe.  Jaja, Karlos, maar hij heeft hem wel veel luxe hé in Ardooie.  Maar hij weet hem niet wat met zijn geld gedaan.  Hé, wat zegt ie?  We kunnen geen eieren bakken zonder de schaal te breken.

Hij kan geen eieren bakken zonder de schaal te breken, en u kan geen vliegen vangen met azijn.

EB: Hij verdient meer dan.. Die man weet niet met zijn geld gedaan.  Ik ga een keer een briefke schrijven naar de mensen van Ardooie dat ze elk mogen binnen gaan bij de burgemeester van Ardooie voor een check.  Hij zal content zijn.  Karlos, jaja, Karlos, het is een zeer goeie kameraad, maar inderdaad ja, hij is hem een beetje de dupe van de luxe.

Ja maar u ook hé.  U weet niet wat met uw…   U zegt bijvoorbeeld dat u eigenlijk te veel verdient.

EB: Ik vind bijvoorbeeld dat de burgemeester en ook de schepenen ruim verdienen.  Dat is mijn persoonlijk idee. Als je rekent dat het personeel van de gemeente de helft minder verdienen, en dat ze heel de maand moeten werken daarvoor, vind ik dat dat verkeerd is.

En u moet daar niet voor werken?

EB: Tochwel, maar niet elke dag, elke nacht. Wij werken wel, maar niet om te zeggen dat dat zo’n werk is hé.

Wat verdient een burgemeester van Ruiselede nu zo?

EB: Ik weet niet van buiten.  Ik kan het niet zeggen. Ik denk, ik denk ja, een drieduizend en een beetje Euro. 

Een 120, misschien 130 duizend frank.

EB: Ongeveer.  Netto.  dat is toch veel.  Als je ziet hoeveel mensen, die daar 1500 Euro verdienen, en minder.  En die daarvoor een heel jaar, of heel de maand moeten werken daarvoor. Ik vind dat, maar ja, dat is mijn persoonlijk idee.

U bent niet in de politiek gegaan voor het geld?

EB:  Neenee, want toen, over vier, vijf jaar, de vorige legislatuur, verdienden wij 28000 frank.  Oude Belgische franken.   Juist genoeg om ons consumaties, om ons verteer te betalen.  En de kilometers naft te betalen. Hé, dat was juist genoeg.  En dat was misschien wel iets te weinig.  Maar niet zoveel.  Maar ja, …

U bent eigenlijk van oordeel dat een burgemeester zijn geld elders moet verdienen en dat zijn geld dat hij als burgemeester verdient een surplus is?

EB: Nee, nee. 

Ja, want je hebt ook burgemeesters die fulltime-burgemeester zijn.

EB: Alleen vind ik dat dat niet zovele mag schelen, verschil zijn tussen een gewone gemeentebediende bijvoorbeeld, en dan een burgemeester.   Het mag ietske schelen, maar niet het dubbel, of het driedubbel, dat vind ik niet.

U zou graag ietsje minder verdienen.

EB: Euh ja.  Inderdaad ja.

Burgemeester, ik kan u helpen hé.

EB: Ja, dat is geen probleem dus.

Ja, vul maar hé, vul maar.

EB: Dat is geen probleem om te helpen.

Het is mijn linkerhand, ik zal mijn ander geven.

EB: Ik help veel mensen hoor. Jaja (lacht)

Ah ja, u ziet dat ook een beetje als uw plicht als burgemeester, om hier en daar de noodlijdenden iets toe te steken?

EB: Jaja.  Niet alleenlijk het financieel lijden, maar dat kan ook gewoon medehelpend zijn.  Ik denk dat mensen dat meest van al appreciëren.   

Ja, maar financiële hulp appreciëren ze ook hoor.

 Ja, misschien wel.  Misschien wel.  Misschien niet.   Ja. Ik vind het ja. Er moet niet te veel verdiend worden ook.  Je bent altijd geneigd om dat dan weer te verteren.

Burgemeester, er mag niet te veel verdiend worden.  U hebt een imperium opgebouwd.    U hebt een bedrijf waar hoeveel mensen werken?  20 mensen?  Oké, u hebt het gedaan. Maar dan is het natuurlijk makkelijk om te zeggen: Goh, mensen vinden geld te… euh… te belangrijk.  Oké, u hebt ervoor gewerkt en zo.  Maar er zijn misschien nog mensen die ervoor willen werken en die zeggen: ik wil ook 20 mensen die voor mij werken.

EB: Geld is niet belangrijk hé.

Dat zeggen vooral mensen die geld hebben.

EB: Ik niet.  Ik heb geen geld.  Ik zeg dat niet ook. Juist genoeg om rond te komen.

U zegt net dat u 130.000. per maand verdient en u hebt een bedrijf.

EB: Ja, maar…

Het is geen schande hé, het is goed voor u, maar…

EB: Negen kleinkinders en vier kinderen.

Jamaar, dat is mijn schuld niet.

EB: Nee, uiteraard niet.  Vier kinders en vier schoonkinders dan.

Ah, het zijn schone kinderen?

EB: Nee, allemaal schone kinderen, maar aangetrouwde kinders en negen kleinkinders, dus er is daar al een beetje voor nodig hé. Ja, schoon artikel.  Het doet mij deugd.

Jaja, dat doet mij ook deugd.

EB:  Ik ga toch nog moeten meegaan naar de kiezingen hé. (34’44”)

Is het waar?  Is het waar?

EB: Ja, als ik dat allemaal zie hier.  Als ik dat allemaal zie. Ik ga er nog een keer over peinzen.

Is het waar?  Hebt u nog zin? 

EB: Over nadenken.

Maar hebt u nog zin om verder te gaan? 

EB: Ik weet  het niet.

Maar u weet dat toch wel?  Of u mag niet van uw vrouw?

EB: Ja. Mijn vrouw zou liever hebben dat ik stop.  En ik moet een beetje oppassen met mijn gezondheid.  Ik heb een klein beetje raar gevaren dus over twee, drie jaar, en ik zou dat niet graag nog meemaken. En ik denk niet dat de inwoners van Ruiselede dat ook zo graag hebben.

Wat is er gebeurd over twee, drie jaar?

EB:  Ik heb moeten afkomen van reis.   Ik ga nog graag een keer op reis naar Gran Canaria of Tenerife. En ik heb daar een keer een draaiingske gehad, hoe noemen ze dat hierin Ruiselede, een draaiingske hé, een verwittigingske zo.  En ik moet oppassen.

Hartproblemen?

EB: Een beetje hartproblemen zeker.  En daarmee zeg ik: ja.  Ik moet toch een beetje oppassen.  Daarom twijfel ik zo of ik nog ga mee ga voortdoen met het burgemeesterschap of met de verkiezingen.  Euh, ik weet het nog niet.  Het is nog te vroeg.  Het is nog een heel jaar.  Of bijna een heel jaar.

Anderzijds, als u niet meer meedoet, u kunt weer eens gaan vissen.

EB: Natuurlijk, jaja.

U zult voor van alles tijd hebben.

EB: Ik heb er wel gelegenheid genoeg om eens samen tijd door te brengen hoor.  Ik wil graag met mijn vrouw eens op reis gaan. En een keer thuisblijven, en een keer…

En dan hebt eens tijd om een pintje te gaan pakken.

EB: Ja, dat hebben we nu ook hé.  Dat is het probleem niet.  Maar ja inderdaad. Dat vind ik euh…  Als je die leeuw ziet, weer, dan zeg je: verdraaid, wat gaan we er mee doen.

Laten staan hé.

EB: Ja, de leeuw kunnen we niet anders of laten staan.

Het is dadde.

EB: Het is een voordeel, het is de mijne niet, het is de mijne niet (lacht).  Het is wel schone gedaan.

Ja, ik ben ook content.

EB: Moet je eentje mee hebben?  Ik heb nog wel zo'n krant.      

Als je goed doet, krijg je dat terug, lees ik ook nog.

EB: Inderdaad, het is zo hé.

Ik weet het niet, ik heb nog niet dikwijls goed gedaan.

EB:  Je zijt gij nog geen burgemeester geweest ook hé.  Als je voor iemand goed doet, dan krijg je dat terug.  Op een andere manier natuurlijk.  Op een manier van: ‘Hé burgemeester’. ‘Ah, burgemeester, goeiemorgen, goeiedag.’

Ah, een goeiedag, dat is iets terug krijgen.

EB: Dat vind ik, ja.

Maar dat kun je ook zomaar krijgen, zonder iets te doen.

EB: Neen.  Maar dat kost niets.  Vriendelijk zijn bij de mensen, dat kost niets.  Wees vriendelijk, dat kost u niets.

09:20 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

ETIENNE BIEBUYCK IN DE LEKKERBEK

Hij heeft nog maar 'vette derms' gegeten in 'De Plaetse' of hij heeft alweer honger.  Nu wil hij gaan lunchen in De Lekkerbek, een populair plaatselijk restaurant.

 

EB: Zie je het?  Dat is De Lekkerbek.  De naam zegt het zelf ‘De Lekkerbek’.  Ja, dat is zo, we gaan een keer kijken of dat er nog plaats is.

 

(Gaat binnen in de Lekkerbek)

 

EB: Chantal, is er nog plaats?

Chantal: Beste wensen.

EB: Beste wensen.  Had ik u nog niet gezien?

Chantal: Nee.

EB: Niet vele kijken hé (kust haar)

 

Kunnen we daar zitten? Kunnen we daar zitten?

Ober: Er is nog een tafeltje vrij.

 

EB: Ahjaja kijk een keer hier ze, dat zijn allemaal mensen van het gemeentepersoneel hé.

Ah, die zijn aan het werken?  Jaja, ik dacht al…

EB: jaja, werk, haha. Ze zijn inderdaad aan het werken.  Het is nieuwjaar hé.

Ah, het is dadde.

EB: Nieuwjaar geweest hé.  Ge ziet, de secretaris zit daar in een hoek hé.  Daar.  Ja.  Met zijn discipelen zal ik maar zeggen.  En heeft het gesmaakt? Onze politieagent zit daar ook nog.  Kijk.  Hij is inspecteur nu.

Jullie politieagent.  Hebt u er maar één?

EB: We hebben er twee hé.  Twee.  Een hoofdinspecteur en een inspecteur.  Maar de hoofdinspecteur heeft zijn nek zeer gedaan.

En dus is er maar één.

EB: En dus is er maar één meer, en hem moet het waarmaken hé.  Maar het is genoeg hoor. Hé inspecteur William, je hebt het lang alleen gedaan hé, en dat ging ook hé.  Zie je wel ze. Maar nu zijn we met tweeën, en nu alleen nu.  Want euh…

Dus u kunt er evengoed één ontslaan.

EB: Nee, een beetje aflossen, mekaar hé.  Maar hij heeft hem pijn gedaan, in zijn nekke.

Bij een wilde achtervolging of wat?

EB: Weet ik niet ze, ik ga dat moeten vragen hé, ik ga dat moeten vragen hé (loopt er naar toe)  Inspecteur, de hoofdinspecteur, heeft hij hem pijn gedaan bij een achtervolging of zo?  Ge weet dat niet hé.  De secretaris weet dat misschien.  Ook niet. 

Secretaris: Dat is de politiezone van Tielt, dat weet ik niet.

EB: Jaja, en dat is natuurlijk één van de mooiste meiskes hier.  Ik mag nooit zeggen de mooiste, één van de mooiste.  

Neenee, één van de mooiste.

EB: Dat is Kathy,  Kathy, Kathy.  Ze heeft wel mooi haar hé.

Heel mooi haar, heel mooi haar.

EB: Hé Kathy, het mag gezegd worden hé, het mag gezegd worden hé.

  

Burgemeester, u eet graag, heb ik de indruk.

EB: Ik eet graag.  Ik ga graag iets gaan eten. Als burgemeester heb je daar natuurlijk veel gelegenheid voor, maar ik ga graag een keer iets gaan eten, hoe eenvoudig het ook is.  En uiteraard een keer een glaasje wijn erbij, dat is ook van belang hé (steekt zijn glad omhoog).  Ik zie dat de mensen ook allemaal graag een glaasje wijn drinken.

Maar u bent een lekkerbek?

EB: Wel, we zitten hier in De Lekkerbek, dus het is normaal dat we lekkerbek zijn hé, ja. Het is hier goed ook, vind ik.  Het zijn ook sympathieke bazen, maar ja, de bazin is hier nog niet.  Wee u als ze binnenkomt, want… (steekt hap in zijn mond) De bazin en mijn vrouw – ik ging bijna zeggen, bazin in huis – zijn twee vrienden.  Vriendinnen. 

Maar ja, eten, in uw functie, dat komt er waarschijnlijk vaak aan te pas.  Is dat soms, nooit, lastig?

EB:  Nee, nee (met volle mond).  Dikwijls ’s avonds laat, ’s nachts, maar ja, dat gebeurt niet zoveel meer hé.  (knabbelt).  Vroeger hadden we dat, maar met de jaren is dat verminderd. (steekt nog een hap in zijn mond).

U bent een gezond eter?

EB: Jaja.

Eet u alles?

EB: Ja, automatisch begin je alles te eten, vroeger at ik niet graag tomaten en nu wel hé.  Nu zegt de dokter: ge moogt niet veel tomaten meer eten, dus ja, dan eten we er geen meer hé.

Waarom? U moet op uw voeding letten van de dokter?

EB: Ja.  Ik mag geen stress meer hebben, en tomaten geven stress.   Ik wist dat ook niet ze.

Tomaten geven stress?

EB: Ja, ik wist dat ook niet. Het schijnt dat tomaten stressgevend zijn.  Maar stress, wat is stress eigenlijk?  Dat is u niet goed voelen hé.

En als je tomaten eet, dan voel je je niet goed?

EB:  Ik wel, maar mijn maag misschien niet  (lacht).

En u had op een gegeven moment te veel stress dan?

EB  Ja, ik ben kapot gegaan aan de stress, ik heb een probleemke gehad een jaar of 2, 3, 4, 5, 6, vier ja. Ik ben er al een beetje uitgegroeid.  De stress duw ik een beetje weg.  Ik leef liever rustig, dus. Dat is rustig zijn.  Rustig gaan eten, een wijntje drinken, dat is rustig zijn.

Jaja. En, een jaar of 2, 3, 4, 5, 6 geleden, was u een ander man, was u gejaagd?

EB: Ja, ik was wel, ik had een eigen bedrijf, heel de gemeente dus… Ik had wel een beetje te veel.  Ik tracht van dat nu een beetje te minimaliseren, een beetje te verminderen.  En in de toekomst dus, het is dit jaar verkiezingen zeker, heb ik gehoord, dus ik ga op elf juli in pensioen, op rustpensioen zeker noemen ze dat eigenlijk.  Ja, ik denk zelfs dus, dat ik volledig zal stoppen daarmee.

Serieus?

EB: Ja, ik denk zelfs dat als ik nog iets zal willen maken van mijn leven, dus nog, een beetje rustig zijn, en iets doen voor de mensen, zonder dat in politieke zin te hebben.  Maar ik zeg dat nu , er kan ook nog veel veranderen hé. (03’59”)  Ge weet nooit wat er gebeurt.

Ja, ik weet het ook niet.

EB:  Ik ga nog geren een keer op reis, ik ga nog graag eens naar warme landen.  Tenerife, Gran Canaria zelfs, Ha, zeker in de winter, het is daar warm hé.  En ik hou van de warmte, en ik hou ook wel een beetje van mooie vrouwen.   Maar ik mag dat niet luid zeggen.  Ik mag dat niet luid zeggen hé.

Mevrouw in de verte : Ge moet zeggen gelijk dat het es hé.

EB:  Ik heb altijd mensen die zeggen zoals het is, er geen doekjes om winden.

Ze was aan het lachen hoor burgemeester.

EB: Nee, ik ken die mensen.  Sympathiek zijn, gewone mensen zijn.

Mevrouw in de verte: Het is een hele goeie burgemeester. 

Mevrouw, mevrouw, u zegt, we hebben een heel goeie burgemeester.  Wie is uw burgemeester?

Mevrouw: Hij zit daar.

Ah ja, en u bent er content van?

Mevrouw: Ja, we zijn er heel content van.  Maar ik heb gehoord dat hij gaat stoppen.

Hij wil het mij nog niet verklappen, maar ik denk het wel.

Mevrouw: Ik heb het toch gehoord.

EB: Gewone mensen zijn.

Mevrouw: En genieten hé.

EB: Genieten en gewone mensen zijn.  Dat is van belang.

Burgemeester, eet maar, uw eten zal koud worden.

EB: Jaja, maar neenee, ja…

En dat zal weer stress met zich meebrengen.

EB:  Ja, maar ik heb daarjuist al die vette derms gegeten dus, het moet er nog allemaal bij kunnen hé. Het is fijn.

Jaja, heel fijn.

EB:  Die darmen waren van een varken, en nu is het van een koe hé. (neemt nog een hap).  Maar we hebben nu zodanig veel soorten: struisvogel, wild varken, tam varken, hert, reebok, (snijdt nog een stuk van zijn vlees) 

Bij het verlaten van de zaak begroet hij opnieuw Chantal, die hem ook al verwelkomd had. 

EB: Ze was vroeger mooier. Haar haar was anders.   Ik zie graag een paardenstaart ik. Heb je dat nog die paardenstaart?

Zij: Ja, hij zit een beetje omhoog.

Allez, maar vroeger was u eigenlijk mooier?

EB: Met paardenstaart.

Zij: Dankuwel, dank u wel.

Graag gedaan.

EB: Bedankt, het beste.  Dag hé

Zij: Wel bedankt en tot de volgende keer.

Zij: Dank u.  Steeds welkom in de Lekkerbek. 

Ja, de burgemeester gaat weg hé.  Allez, voor degenen die nog niet wisten dat hij hier was, hij gaat weg.

EB: Waar gaan we naartoe, waar gaan we naartoe?

Ja, waar gaat u naartoe?

EB: Naar die mensen.  Dat zijn ook heel goeie vrienden. Gelukkig jaar en de goeie gezondheid hé.  Veel meer moeten we niet hebben hé.

Mijnheer: Nee, nee, dat is het bijzonderste.

EB:  En proberen dat we een beetje over hebben.  Dat we het kunnen geven overal. Ah ja maar ja.

Maar u hebt veel over, u bent een rijk man.

EB: Ik? Nee!

Weet je wat hij zegt?  Weet je welke wedde hij heeft.  Als burgemeester.  Burgemeester, hoeveel verdient u per maand als burgemeester?

EB: Ik ga moeten kijken. Ik weet dat niet meer van buiten.

U zei in ieder geval veel te veel. 

EB: Een beetje te veel ja.  Het is daarom dat ik het graag weggeef.  Een beetje met een keer.

Dus, als u te kort hebt, roept hé, want de burgemeester verdient veel te veel.

EB:  Zie je dat Mariette, Mariette, wat moet je daar mee gaan doen hé?

Mariette: Niet. Ge kunt gij daar niets mee doen hé.

EB: Als je te veel verdient…

De burgemeester klaagt dat hij teveel verdient.

Mevrouw: Hij dat uitdelen als hij wilt.

EB: (tegen jongetje) Ah, ge speelt gij daar.

Burgemeester, burgemeester, we hebben een oplossing.  Mevrouw daar zegt: u mag het uitdelen als u wilt.

Gelach…

En mevrouw denkt er ook zo over.  Hé.

Andere mevrouw knikt.

EB: Allez ja. We gaan moeten op de lotto spelen.

Ja, maar u zei dat toch hé.  U verdient te veel.

EB:  Jaja, ik heb dat een keer gezegd. Maar dat is tussen zo…

Mevrouw: het is al lang geleden.

EB:  Neenee, ik zeg dat regelmatig hé, en het is waar ook, je moet er niet te vele hebben, wat moet je daarmee doen?

Ja, wat moet je daarmee doen?

EB: Een keer pannekoeken komen eten hé.  Een koffietje en een pannenkoekske.  Ik ben bijna op pensioen hé, 11 juli. 

U bent er bijna van af hoor, hij is bijna in pensioen.

Vrouw: Het zal ons spijten, we hebben een goeie burgemeester gehad.

Gehad?  Maar u hebt hem nog.

Mevrouw: Hij heeft toch al geschreven dat hij aftreedt hé.  We hebben dat gelezen hé. 

EB: Mijn vrouw heeft dat gezeid.

Mevrouw: Ja, ze heeft dat gezegd.

EB: En vrouwen en mannen, dat is niet altijd…

Ah, dus, uw vrouw heeft al beslist dat u aftreedt.

EB: Nee, nee, nee. Mijn vrouw heeft gezegd: Ik denk dat hij…

Mevrouw: Dat hij gaat aftreden.

EB: Maar ik heb nog niets gezegd hé, er kan nog veel veranderen.

Mevrouw: Dan ga je eens zien wie dat er baas is.  De man of de vrouw hé.

EB: De mannen moeten altijd het meeste water in de wijn doen.

Ik heb de indruk dat u er nog niet te veel water in doet.

EB: (schatert)  Het is zo hé. Dus ge kunt denken wat dat dat is hé.  Vrouwen den baas, en dat moet ook.  Tuurlijk. Wij gaan een beetje verder hé want.

Ik zal hem meenemen hé mensen, dat u een beetje op uw gemak zit.

 

09:08 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE CINEMA VAN ETIENNE BIEBUYCK

Burgemeester, bent u eigenlijk geboren en getogen in Ruiselede?

EB: Neenee, ik ben van Tielt.

U bent eigenlijk een klein beetje vreemd gegaan?

EB: Ja.  Mijn vrouw is van Ruiselede (lacht).

En zo bent u hier beland eigenlijk?

EB: En zo ben ik hier beland.

Jaja.

EB: Tuurlijk, ja, hoe gaat dat?  Door de cinema.

Ja?

EB: Er was hier vroeger een cinema hé, Ciné Majestic.  Dat was daar, dat was Cine Majestic.  En ik was operator.

Serieus?

EB: En de vrouwe was kaartjesknipster. Dus hoe gaat dat dan?  Als er niet te veel te doen is in de filmzaal, dan ga je eens bij de kaartjesknipsters en zo leer je elkaar kennen hé. 

En u was operateur, u bediende de projector eigenlijk?

EB:  De projector, ja. En het plakken van de films allemaal, dat was mijn eerste werk.  Ik mocht hier komen werken in de Reisig (???), dat was de Reisig????, als mechanieker, als electro-koeltechnieker, op voorwaarde dat ik de film afdraaide.  In die tijd.  Ik verdiende dan 30 frank. En dat was veel geld hoor, 30 frank per uur.   Hé, nu is dat natuurlijk veel veranderd hé. 

Werd u op die manier ook een beetje filmliefhebber dan?

EB:  Inderdaad, ja ook, dat was ten tijde van Anneke Soetaert. Nog van gehoord? Nee, jullie zijn allemaal…

Die zong, die zong…

EB: Anneke Soetaert is zangeres geweest.

Jaja, ziet ge.

EB: Ann Soetaert, Cansonissima, denk ik. Als ik me niet vergis ja.  Anneke Soetaert, ja.

En wat zijn zo de films uit die tijd die u bijgebleven zijn?

EB: ‘De Tien Geboden’.  Ik ga nooit vergeten, de 10 Geboden, dat waren allemaal grote filmrollen, we moesten dat allemaal noteren, 1, 2, 3, dat dat allemaal uit mekaar kwam, en door omstandigheden, waarschijnlijk wel door toedoen van die juffrouwkes zal ik maar zeggen dus, die bij ons kwamen kijken of we het goed deden, verstrooid zijn, en ja, dus, en mijn baas zat in, ja, de baas zelf dus, zat in de filmzaal.  En ik draaide over dus, Mozes was op de rots aan het slaan dus, voor dat water van de Jordaan over te laten, en ik schakelde over dus, en Mozes zat weer in de Jordaan in zijn  mandeke.  En de baas kwam naar boven: ‘Héhé, wat is dat? Wat is dat?  Gedaan hé, geen vrouwen meer naar boven!’

Ah, u zat eigenlijk in de projectiekamer altijd met meisjes?

EB: Neen, niet altijd, dat weet ik ook niet meer goed (lacht).  Maar dat was dus de oorzaak dat het gedaan was met de meiskes boven.  En zo heb ik toch aan een meisje geraakt, het is nu natuurlijk al veel jaren, 44 jaar geleden zeker, of 45 jaar geleden zeker.   Dat we getrouwd zijn ja.

En nog altijd filmliefhebber?

EB: Ik ben nog altijd filmliefhebber, ja.  Mijn vrouw nog meer of ik.

En gaan jullie nog naar de bioscoop?

EB: Nee, maar we maken veel zelf films.  Van de kleinkinders, van de familie, van allemaal,…   Het is plezierig hé, als je dat kunt terugzien, dan, na zoveel jaren.  Het is plezierig, het is een hele uitvinding.  We hadden vroeger nog een super-8, in de tijd.

Dat is mijn tweede werk geweest.  Eerst was ik lasser dus in Tielt, bij Plettinckx,  en dan ben ik naar hier gekomen.  Ik had eerst 18 frank per uur.  Van de Technische School dus naar Plettinckx, 18 frank per uur, en dan kwam ik naar hier dus, als koeltechnieker dus, voor diepvriezers en frigo’s.

En u was eigenlijk opgeleid als koeltechnieker?

EB: Naar de bijscholing geweest.  En er was daar dus een cinemazaal bij hé, en zo is dat gekomen hé.

08:48 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-01-06

DE KERK VAN RUISELEDE

Op stap door het centrum met Burgemeester Biebuyck wijst hij me meteen op de kerk, waaraan duidelijk gewerkt wordt.  De toren ervan zit volledig ingepakt in groen zeildoek.

EB: Dat is de kerk hé, in de steigers.  Kost enorm veel geld.  Enorm veel geld.   Zeventig, tachtig miljoen Belgische franken.  Er gaan weinig mensen naar de kerk hé.  De tijd is te goed zeker?  Denk ik.  De mensen gaan naar de kerk niet meer hé.

Ja, maar toch moet het onderhouden blijven.

EB: Ah, tuurlijk.  Het is een monument.  En ook, in een gemeente is er een kerk. Ge kunt gij daar niet van uit.  We gaan een beetje verder hé, een keer naar de Lekkerbek. 

Zeventig, tachtig miljoen frank.

EB: Jaja, het zal meer zijn.

Wie betaalt dat?

EB: Een deel dus de Vlaamse Gemeenschap.  Monumenten en Landschappen dus, en het grootste deel van de gemeente hé.  Kost van de gemeente dus, een zware kost in de begroting hé.  Niet onderschatten hé.  Het kost meer per stuk mensen dus die komen. 

Jaja, het is dat.  Ze zouden eigenlijk een beetje meer moeten gaan dan.

EB: We gaan een keer de mensen moeten motiveren van meer naar de kerk te gaan. Aangezien er zoveel geld van hun belastingen aan gespendeerd wordt. 

Zou moeten.

EB: We zijn verplicht hé.  We kunnen bijvoorbeeld niet zeggen: ‘Kijk ja, we gaan dat niet meer doen hé.’

Maar wie verplicht er u, God?

EB: Nee, ik denk het niet.  Ik heb dat nog niet ondervonden toch. Nee, maar de opinie zelf hé. (lacht)

 

12:01 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Etienne Biebuyck in Café De Plaetse

Het stamcafé van Burgemeester Etienne Biebuyck heet Café De Plaetse in Ruiselede.

 

EB: De naam zegt het hé, de Plaetse, het is op de Platse hé, dat is hier zo in de buitengemeenten, de Plaetse zeggen ze.  Dat is niet de markt, dat is de Plaetse.

En is dat hier uw stamcafé?

EB:  Dat is mijn stamcafé van alle dagen, ja.

Elke dag werkelijk?

EB: Achter het gemeentehuis moeten we een keer onze koffie gaan drinken hé.

Ja burgemeester, elke dag!  Elke dag op café?

EB:  Ba neen, elke dag onze koffie gaan drinken.   Dat is niet op café gaan hé.   Een koffie drinken.

Er is toch koffie in het gemeentehuis ook?

EB: Dat smaakt daar zo niet hé.  En hier kunnen we er nog eens een pinte bier bij krijgen. (lacht).  Hé.  Er komt hier nog veel volk ook hoor.

Ja, omdat ze weten dat u daar zit.

EB: Nee, nee. We hebben maar drie cafés.

Maar u doet altijd dezelfde?

EB:  Nee, we gaan een keer rond hé.  Een keer hier, en een keer daar.  Een keer in de Pallieter, en een keer in de Plaetse dus.  En het Fonteintje.  Natuurlijk, het Fonteintje moet nog open zijn, het is voor het ogenblik gesloten. 

baas Plaetse: Mag dat een pintje zijn?

EB: Jaja.  Ge ziet, normaal drink ik geen pintjes, maar allé, voor een keer.

Ah burgemeester, ik dacht dat u zei: Ik ga een koffie drinken.

EB: Ja, zie je dat?  Ik zou zeggen: ‘Ge zijt dat gewend, maar het is geen waar hé.’  Een pintje bier is beter zuh.  Allez, gezondheid hé.

Baas Plaetse: Wilde gij eventueel een hapke voor bij uw pintje?

EB: Dat zou kunnen.

 

Burgemeester, burgemeester, wat is dat hier allemaal?

EB: Dat zijn vette derms.

Ah, ik dacht dat u een kopje koffie kwam drinken?

EB: Kijk, dat is hier toevallig een pintje bier…

En dan ook nog meteen vette darmen erbij.

EB: Jajajaja.  Het zijn schone vette derms wè.  Dat komt van het varken hé, ik weet niet… Ik ga eerst een keer proeven of dat het goeie zijn wè.  Vree goed hé.

En burgemeester, smaakt dat een beetje?

EB: Vree goed.  Ze smaken naar het varken

En dat is goed eigenlijk?

EB: Vree goed.  Ge weet toch wel van waar dat dat komt hé?

Burgemeester, naar wat smaakt dat nu eigenlijk?  Kunt ge dat met iets vergelijken?

EB : Vette derms is een delicatesse, ge kunt dat niet vergelijken met iets, er is maar één soort hé, vette derms, en ge meugt er niet op denken wat er allemaal doorgegaan is.  Het is misschien daardoor dat het zo goed is.

 

De burgemeester zit in het café zijn vette derms te eten, en plotseling is er ambtenaar die hem komt onderbreken met een document om te ondertekenen.  Het gaat om de oorkonde die die avond overhandigd dient te worden aan de winnaar van de Gulden Wiek.

Wat was dat?  Wat was dat? 

EB: Vanavond wordt dus de Gulden Wiek uitgereikt. 

De Gulden Wiek…

EB: De Gulden Wiek.  Dat is… Ik zal het een keer moeten vragen aan de Schepen wè …(wenkt de schepen) De Gulden Wiek, wat is dat eigenlijk?

Schepen: De 2-jaarlijkse uitreiking van de Cultuurprijs in Ruiselede, en dat wordt aan iemand gegeven die een betekenis heeft voor het culturele leven in Ruiselede en die uitstraling heeft tot ver buiten de grenzen.

EB: Ik dacht dat het een Gouden Wiek was.

Ja, dat is hetzelfde hé, Gulden Wiek of Gouden Wiek.

EB: Jaat.  Het is niet in het goud, het is een symbolische wiek (neemt nog een hap van zijn vette derms).

Zeg mijnheer, de burgemeester die zit hier eigenlijk elke dag?

Baas: Toch niet elke dag.

Jawel, jawel, volgens zijn eigen…

Baas: De dinsdag niet, want het is gesloten.

Dat is hier een beetje zijn tweede kantoor, zegt hij zelf.

Baas: Ja, maar hij moet bereikbaar zijn voor de mensen hé.  En het gemeentehuis is de trappen op, en hier is dat meer toegankelijk zeker.

Burgemeester, als u hier zo constant zo onder de mensen zit, wordt u dan ook niet constant lastig gevallen?

EB: Nee, nee, maar automatisch komen de mensen wat vragen hé. 

En ze hebben ook waarschijnlijk altijd iets nodig.

EB: Nee, er is niet altijd iets nodig, het is soms gewoon iets zeggen hé:  ‘Burgemeester, weet je het al? Spijtig genoeg dus. Irmaatje is dood.’  Dat zijn van die dingen zo, van die informaties. Maar ze vragen niet zoveel.  Want, ze hebben het eigenlijk al allemaal.  Dat is een voordeel hé. Vette derms, ja. Het leuke van al is zo, vind ik, dat dat allemaal gewone mensen zijn. Dat is het geestige van, dat we allemaal gewone mensen zijn, gewone mensen onder mekaar hé.

Maar u bent geen gewone man?

EB:  Ik ben een gewone mens, jajaja.

Neeneenee.

EB: Ik? 

U bent een industrieel.

EB: Ik ben een geweune mens. Ja, tochwel, tochwel, altijd. 

Bril kaal: wij hebben nog samen gewerkt zelfs.

Bril grijs: Hij heeft het als gewone man verre gebracht.

  

Uitbater: Burgemeester, ik weet niet of je dat weet, maar vanmorgen zat er daar één in een kortwagen aan het gemeentehuis.  En blijkbaar was dat één die moeste werken voor de gemeente.  En ik zeg tegen hem: wat gebeurt er?  Ik zeg: ga je niet werken vandaag?  Hij zegt: ik doe dat nu zo.  Als ik de vrijdag naar mijn werk kome.  Hij zegt: ik heb een teerling in mijn zak.  En hij zegt: Als ik een zes smijt, werk ik niet.  Ik zeg: Vent, niet werken, dat is gemakkelijk.  Gemakkelijk?  Weet je gij hoeveel keer dat ik moeten smijten heb daarvoor? (Gelach) 

 

EB: Het heeft mij wreed gesmaakt… Carolien, geef mij nog een keer een pinte bier. Ge zoudt er dust van krijgen.

 

(intussen gaat Etienne Biebuyck plaatsnemen aan de toog)...

 

Dat is hier uw hoekje eigenlijk?

EB: Dat is ons hoekje.   Dat is hier van de schepen, en dat is van mij. Het is niet van mij, het is van de café. Zie je het? We zitten hier gemakkelijker dan aan tafel hé.  We zitten hier gemakkelijker

En u zit hier dan in uw hoekje, zit u hier dan wat de krant te lezen of zo?

EB: Ja, maar de mensen komen, en babbelen een beetje hé. Dat is een voordeel hé.  Allemaal gewone mensen hier hé. Gewone mensen die een keer wat komen vragen en een keer komen reclameren ook. Zo weinig mogelijk, maar kom.  Dat gebeurt ook hé. Dat is het voordeel van een landscafé, dat je contact hebt met de bevolking.  Ge hoort wat dat er eigenlijk leeft, wat dat er te weinig is. Nu, achter al die jaren weet ik het al een beetje hé, wat er tekort is of teveel is.

10:31 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-01-06

VOLGENDE WEEK: DE BURGEMEESTER VAN RUISELEDE

Volgende week gaat 'Micro Zonder Zout' weer van start.  We beginnen de nieuwe reeks met de burgemeester van Ruiselede, de 64-jarige Etienne Biebuyck, die 18 jaar burgemeester is en destijds uit het niets een bedrijf in koelwaren uit de grond gestampt heeft.  Dat bedrijf heeft nu 20 mensen in dienst, waaronder zijn 2 dochters, een zoon en een schoonzoon.  Hij heeft in totaal 4 kinderen en 9 kleinkinderen.
 
 
1. Etienne Biebuyck, de burgemeester van Ruiselede, gaat iedere vrijdag naar de markt in zijn gemeente.  En na het bezoeken van de markt, steekt hij steevast de straat over om in zijn stamcafé 'De Plaetse' een koffie te gaan drinken.  Het is kort na nieuwjaar en de cafébaas van 'De Plaetse' heeft voor een verrassing gezorgd.
 
2. Etienne Biebuyck heeft vette darmen gegeten in café De Plaetse, en nu gaat hij voor de hoofdschotel naar De Lekkerbek.  Daar vertelt hij over de stress in zijn leven en zijn gezondheidsproblemen.  En hij raadt iedereen af om tomaten te eten.
 
3. Etienne Biebuyck mag dan bedrijfsleider zijn van een firma in koelwaren, toch is hij elke dag op zijn kantoor in het gemeentehuis te vinden.  Vandaag is het niet anders.  Wanneer hij binnenkomt, merkt hij meteen dat de secretaris het interview heeft klaargelegd dat hij onlangs aan de Krant van West-Vlaanderen heeft gegeven.  Schitterend artikel, zo vindt hij.
 
4. Etienne Biebuyck, de burgemeester van Ruiselede, ontvangt samen met zijn schepenen de Ruiseledenaren op een nieuwjaarsreceptie.   Dat betekent heel veel dames kussen en een toespraak houden natuurlijk.  Een toespraak over de rampen van het voorbije jaar, maar ook de vele realisaties.  En wellicht ook de laatste keer dat hij in de hoedanigheid van burgemeester zijn burgers mag begroeten.

21:19 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |