31-01-06

 DE EZELS EN DE KLEINZOON VAN MARC WACKENIER

De burgemeester van Alveringem heeft achter zijn huis een weide liggen waarop een koppel ezels zit.  Hij gaat samen met zijn kleinzoon Luka de ezels eten geven.

Burgemeester, waarom hebt u ezels?

MW: Tja, waarom heb ik ezels?  Ik heb die al lang zuh.  Dat is nog van voor ik burgemeester was.  Ja, ge moet geen verband leggen met het één of het ander, dat is, ja, dat is gewoon omdat ik hier een stuk weide heb, en dat ik daar ergens toch iets moest insteken hé, en ik heb dus een ezeltje gekocht en dan later een tweede ezeltje en van die twee hebben we er soms drie, en dat derde wordt dan verkocht en het volgende jaar hebben we er opnieuw drie, en zo draait de wereld rond hé

 

Ja, wat heb je daar nu van, van ezels?  Geen eieren waarschijnlijk, geen vlees…

MW: (lacht). Neen, neen, maar ge hebt daar wel een gezelschap van.

Liefde?

MW: Liefde is veel gezegd hé, maar die beesten onder mekaar hebben veel liefde.  Dat zie ik soms, ik hoor dat soms.

Ah, u neemt daar eigenlijk een voorbeeld aan?

MW: Ik hoor soms dat zij liefde hebben, samen.

Hoe hoort u dat?

MW: Hewel, dat heel de buurt in rep en roer staat hé.

Serieus?

MW: Dat maakt nogal wat lawaai hé.

Zo’n passioneel liefdesleven eigenlijk?

MW: Jaja, inderdaad. Ja, het zijn ook twee verschillende hé: een zwart en een grijs.

En het zwart is het jongetje?

MW: Nee, ge kent er dus niets van hé.  Het zwart is het vrouwtje en Jantje is de grijze.

Het vrouwtje is groter?

MW: Jaja, dat is een Griekse ezel, die zwarte, en het andere is, ja, een gewone Aziatische ezel, met een Sint-Andreaskruis op zijn rug hé.

Luka: Ja.

MW: Ja hé.

En verstaat ie Vlaams? Het is een Griekse zegt u?

MW: Het is een Griekse. En de andere is een Aziatische, een steppe-ezel, een steppe-ezel dus, met een Sint-Andreaskruis op zijn rug, een zwart kruis op zijn rug, want nu is het een beetje nat en ge ziet dat nu niet goed hé.  Alhoewel dat ik moet zeggen, geluk dat mijn zoon af en toe het hok kuist, anders zou dat ook,… maar ik heb er wel liefhebberij in (lacht)   Wie is dat daar?  Flika hé (lacht)

En ja, dat is hier duidelijk geen ezel op je arm.

MW: Maar nee, dat is onze lieve Luka.  Het kleinkindje.  En waar is je papa, Luka, werken?  Hé?  Aan de auto’s hé?  Hé?  En zijn mama is vroedvrouw, hé, ha ja hé.  En Luka is nog geen twee jaar oud, dus het is nog een beetje klein hé.

Zeg, wat doet dat: een kleinkind hebben?

MW: Goh, dat is plezant hé.  Ja, dat is eigenlijk een gans ander leven dat ge krijgt hé, er gaan zovele zaken dat ge weer in herinnering krijgt van vroeger, dat leven in de familie verandert totaal.  Als hij komt, dan maken we dat we zeker thuis zijn, we willen geen seconde missen. Hé Luka, komt graag hé.  Hé?  Maar nu is hij wel een beetje moe.  Hij is een beetje moe.    Hij is al lang wakker, het is bedtijd hé.

En het idee van opa te zijn, doet dat geen pijn?

MW: Het idee van opa te zijn?   Pijn?  Waarom zou dat pijn doen? Ik ben een jonge opa hé, ik voel me nog jong, ik ben altijd in beweging, dus ik heb veel sociaal contact, warom zou dat pijn doen?  Het tegenovergestelde, ik denk met opa te worden dat ge weer openbloeit, dat het een verjongingskuur is, een soort wellnesskliniek op zijn eigen dan hé.  

Durft u zo'n stukje brood te geven aan die ezelfs vanuit de hand?

MW:  Ah ja, ge dacht dat ik misschien mijn kleinkind meebreng omdat ik dat niet durf geven.   Het is natuurlijk een andere visie hé.  Wel ja, dat zijn brave dieren.  Kijk een keer hier ze (ze bijten uit pistolet die hij in zijn hand heeft).  Ze gaan toch nooit bijten ze.  Neeneenee, ze gaan niet bijten.  Ze zijn wel opgevoed hier hé.  Er zijn er misschien in streken dat ze wel zouden bijten, maar hier gaan ze dus niet bijten. 

Het zijn geen domme ezels.

MW: Neen, het zijn geen domme, verre van, verre van. Ze zijn misschien, ik moet opletten wat ik zeg natuurlijk, maar ze zijn niet dom.  Normaal gaan ze dus nooit in de regen lopen.  Nee, ze gaan nooit in de regen lopen. Ze zijn benauwd van water.  Wat moet je hebben Luka?  In het kotje (kleine trekt aan deur van het tuinhuisje) Wat moet je hebben? (loopt binnen).  Oeioei.  Wat ga je doen?  Hé?  Wat ga je doen?  Een beetje hooi geven? 

En rijdt u daar soms op, op die ezeltjes?

MW: Neenee, ik heb dat één keer geprobeerd.  En daar staat de prikkeldraad, als ik op de rug kruip, dan lopen ze langs de prikkeldraad, dus dan is het plezier ervan af hé.  Ofwel is het een gescheurde broek, ofwel liggen je benen open.

En die doen dat bewust?

MW: Jaja, ze zeggen het niet, maar ze doen het.

In tegenstelling tot…veel politici, die het zeggen, maar…

MW: Die juist de omgekeerde weg gaan, maar het is waar waarschijnlijk een intuïtief gedrag, of instinctmatig, dat ze dus liever heben dat er niemand op hun rug zit hé, ik zou dat ook niet graag hebben.  Wij lopen ook soms eens langs de prikkeldraad, als er iemand ambetant wordt, spreekwoordelijk dan.   Dan proberen we die ook af te schudden. Luka, je gaat je vuil maken hé, jong.

Ze zeggen altijd dat je veel meer verdraagt van kleinkinderen dan van je eigen kinderen.  Dat je veel milder bent in de omgang.  Merk je dat bij jezelf?

MW: Nee, dat denk ik niet.  Maar dat is gewoon omdat ge dan waarschijnlijk een stukje ouder bent.  En dat ge dan leert relativeren, en dat ge zegt: ‘Goh ja, doe maar hé.  Dat is niet zo verkeerd.’  Maar als ge zoveel jonger bent, dan zijt ge meer furieus en zo, dan moet dat allemaal in orde zijn. Kijk, dat is toch prachtig hé, in het water spelen, zolang moeder dat niet ziet, is dat allemaal in orde. Luka, kom, langs hier hé.  Ge ziet wel dat hij doet wat hij gezegd wordt hé.    Gedresseerd hé.  Ja, Luka, het is goed.

 

09:00 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.