24-01-06

BONTE BIJ BEEL

We rijden met de wagen van de burgemeester weg uit het centrum van Oostrozebeke.  Hij is op weg van het gemeentehuis naar de kantoren van de firma Beel.  

Burgemeester, zit u voor uw werk eigenlijk gewoonlijk in de streek hier, of?

JMB: Wij doen eigenlijk heel West-en Oost-Vlaanderen, allez, ik moet zeggen met een 45 man werken we zo een beetje over een groot deel van Vlaanderen, de Kempen en de Limburg uiteraard niet, omwille van de verplaatsingen,  Brussel af en toe een keer, dus dat wil zeggen dat we toch een groot deel van de dag ook in de wagen zitten hé. Ik doe toch gemiddeld 40 à 45.000. km per jaar.  Gemakkelijk.  Nu, de dagen zijn niet allemaal gelijk.  Er zijn dagen dat we heel veel op weg zijn, er zijn dagen dat we praktisch de hele dag in het bureel blijven, ja, er moet veel administratie verwerkt worden, dat is een beetje de evolutie die we meemaken op zakelijk vlak.  Iedereen heeft het over administratieve vereenvoudiging, maar als je ziet hoeveel papier dat er verslonden wordt in een bedrijf en hoeveel dat er op papier moet gezet worden, tot scha en schande hé.  Vroeger was een woord nog een woord, nu moet alles op papier gezet worden.

Omdat niemand nog een woord gelooft van mekaar.

JMB: Och, het zakendoen is heel anders geworden hé.  Van een kleinigheid wordt er eigenlijk een grote olifant gemaakt.   Allez ja, gelukkig mag ik zeggen in, ik ga nu starten aan mijn vijfentwintigste jaar in het bedrijf, we hebben de tijd nog meegemaakt dat we met heel weinig advocaten te maken hadden.  Nu van het minste dat een klant of een project dreigt verkeerd te lopen door futiliteiten, ja, dan is het via een advocaat dat het opgelost wordt hé.  Allez, we proberen natuurlijk alles in der minne op te lossen, maar het is niet meer zo evident als vroeger.  Zakendoen is heel wat anders geworden…

Minder gezellig?

JMB: Och, minder gezellig, meer frustrerend, nogmaals, omdat alles echt verglijdt in een papiermassa hé.  Waar dat vroeger een dossier amper een paar bladzijden groot was, heb je nu bijna een hele boek hé, van iedere werkvergadering wordt er een verslag gemaakt, veiligheidscoördinatie, ook zoiets, dus moet je bijna beschrijven waarom dat de mannen veiligheidsschoenen moeten dragen, en al dergelijke toestanden.  Het is er niet op vergemakkelijkt, maar bon, elk zijnjob.  (stapt uit zijn wagen)

 

JMB: Dat is eigenlijk de hoofdjob, inderdaad, sinds 25 jaar.

En hier komt u dan iedere morgen naartoe?

JMB:   Iedere morgen ben ik hier, laat ons zeggen, tien voor zes  rijden we de parking op.  Dus de eerste mensen vertrekken naar Brussel om zes uur…

En bent u dan al gewassen, geschoren.  Ja, scheren moet u niet veel doen…

JMB: Jaja, tochwel, ik vind het nog veel moeilijker dan vroeger, vroeger toen ik nog niet getrouwd was, had ik geen baardje, en dan kon ik alles in één keer doorscheren met de scheermachien, nu is het met de scheerborstel en de kwast. Ja, u hebt het uzelf aangedaan hé.

JMB: Jaja, ik weet het.  Ja, ik weet het.  Het is een keuze geweest. Maar inderdaad, dan ben ik al geschoren en gewassen. IN de meeste gevallen heb ik dan ook al een koffie gedronken en een boterham gegeten. En dan keer ik nog een keer terug naar huis, tussen zes en half zeven, en om half zeven vertrek ik een tweede keer.

Om uw vrouw wakker te maken?

JMB: Nee, dat is een beetje afhankelijk.  Het kan dus gebeuren dat zij al even vroeg op is als ikzelf.  Omdat zij dus verpleegster is, omdat zij verpleegster is in het rusthuis hier, in Rosenberg, en als zij de vroege shift heeft, dan moet zij om zeven uur beginnen.  Neenee, op dat vlak zijn we betrekkelijk vroege vogels.  (gaat binnen bij BEEL en kust Katia, de vrouwelijke kracht binnen het bedrijf)

En ze kust u eigenlijk iedere morgen?

Katia: Ja, iedere morgen.  Dat is verplicht.  

JMB: Dat staat in het scenario

Katia: Het staat in ons contract.  Het staat in het contract.

JMB: Ja, kijk, we gaan een keer kennismaken met, allez, ik zou zeggen, onze directeur hé.(loopt door gang naar bureau van zoon Wouter) Dat is de zoon van de stichter, Wouter, Wouter Beel, dus de stichter…

 

Als u nu voor de keuze zou gesteld worden, wat kiest u dan?

JMB: Dat zou ik nog niet direct durven antwoorden, ik zeg u dat eerlijk. Ik begin echt met heel plezier en enthousiasme aan mijn 25ste jaar in de firma, en waarom zeg ik dat?   Het is een familiaal bedrijf.  Dus dat is een groot verschil.  Hier zij je geen nummer, hier ben je nog een persoon, iedereen wordt hier aangesproken met zijn voornaam.

U bent wel een nummer, u bent de nummer één.

JMB: Neen, neen. 

Allez, na 25 jaar mogen we dat wel zeggen hé?

JMB: Neen, de nummer één zit daar, de nummer twee zit voorlopig hier.  Dus, dat wordt straks de nummer 1. En er is geen rangorde. Elk heeft zijn werk, Katia moet zorgen dat alles wat personeelsadministratie betreft perfect verloopt, Bernard doet boekhouding en aankopen, elk heeft zijn verantwoordelijkheid en elk heeft zijn werk.  Ook bij de werkmannen, er is daar ook geen hiërarchie van nummers.  Er zijn bij ons zelfs in principe geen meestergasten.

In principe.  Ik ken dat ‘in principe’.  Dat is zo één van die woorden.

JMB: Ah nee, het zijn projectverantwoordelijken ook.

Ah ja, het is gewoon een andere naam.

JMB: Neen, ah ja,…

Zo is het gemakkelijk.

JMB: Neen, het is geen andere naam, want het woord van een meestergast,…  Omdat bij ons iedereen, of toch zeker twee op drie, kunnen in principe aangesteld worden om een werk in handen te nemen, dus om de schakel te zijn tussen klant en bedrijf.Dat kan vandaag of morgen zijn, dat kan overmorgen Piet, Pol, Kurt, om het even wie.

Het zijn eigenlijk allemaal intellectuelen?  Met een borstel.

JMB: Ba neen, ge moet daarom geen intellectueel zijn.  De intellectuelen moeten  hier zitten, bij manier van spreken.

Ah, u bent een intellectueel?

JMB: Neen, iedereen hierboven.  Dus wij moeten zorgen dat die mannen hier beneden, die 45, iedere dag weten waar ze naartoe moeten.  Dus, de basis ligt hier, maar naar uitvoering toe.  Wouter heeft nu wel schilderschool gevolgd…

Mijnheer Wouter, mijnheer Wouter.

JMB: Neenee, de mijnheers worden hier ook zelfs… Ikheb dat altijd meegemaakt.   Hier worden er geen mijnheers  aangesproken.

Jamaar ja, hij zegt nochtans burgemeester tegen u.

JMB: Binst den dag ook niet zuh.  Men weet dat heel goed…

Na de werkuren wel?  Dus, van als hij hier buiten gaat is het mijnheer de burgemeester? Ah, ook niet?

Wouter: Wij mogen Jean-Marie zeggen, denk ik.

JMB: De merendeel van  Oostrozebeke ook zuh.

Het merendeel?

JMB:  Ik laat ze daarin vrij, Kurt.  Ik heb het u al gezeid, we zijn daarin bescheiden hé.

Het is mijnheer Kurt hé.

JMB: IS het mijnheer Kurt?  Ah, sorry, dat had je niet gezegd van de morgen. Ge zijt anders binnengekomen.

Dat was voor de werkuren.

JMB: Goed ja (lacht).  Neenee, de mannen die het moeten uitvoeren ten velde, die hebben ook geen hiërarchie.  En ook tegenover ons.  Wij worden gewoon aangesproken.  Wij voelen ons daar goed bij.  Gewoon als mens.

Het is een goeie kwast hé?

Wouter: Dadde?  Jaat   Enorm.

In schilderstermenhé.

JMB: Ja.  Ge zit hier in één van de grootste schildersbedrijven van West-Vlaanderen hé.  Om bijna niet te zeggen het grootste.  Ik zou zelfs durven zeggen: het grootste.

U zou dat zelfs durven?

JMB: Ja, zonder bescheiden te zijn.

Het is een durver hé.

JMB: Ah ba neen, ik denk wel dat we dat mogen zeggen.  Als schildersbedrijf hé, want, allez, we doen geen vloerbekleding hé.  We hebben collega’s die…

Neenee, tuurlijk niet.

JMB: We hebben collega’s die vloerbekleding doen.  Wij doen dat in zeer minder mate.   Dat maakt nog geen tien procent uit van de omzet, maar puur schilderen en decoratieve afwerking, durf ik gerust zeggen dat we met ons 45 mensen de grootste zijn van West-Vlaanderen.  Absoluut.Ge moet het maar doen hé als familiebedrijf.

Zeker, zeker, ja, ik zou het niet doen.

JMB: Jamaar, ik ook niet.  Daarvoor hebben we andere mensen nodig zuh.  Allez (gaat weg van bij Wouter en loopt door het bureau)  Nu, we zijn groot wat het aantal werknemers betreft, maar qua burelen, qua omkadering zijn we eigenlijk zeer miniem. Je hebt de twee directies…

Oei, oei, het mag weer niet veel kosten…

JMB: Nee, de stille werkers moeten zo beperkt mogelijk gehouden worden. Dat is normaal één van de gasten die met een kwast kan werken.  Dus, dezen kan iets meer dan ik kan.

Ja maar, ik zie dat, ik zie dat.

JMB: Ik heb geen verstand van een borstel vast te houden.  Ik kan het proberen uit te leggen hoe dat ze dat moeten doen, en dat mislukt dan nog ook…

Dat is het strafste hé, hij moet uitleggen hoe u het moet doen, maar hij heeft er eigenlijk zelf geen verstand van.

JMB: Ah neen,…

Werker: Tochwel.

JMB: Maar niet van een borstel vast te houden.

Werker: Maar dat doen wij dan wel. Als we de uitleg krijgen, dan weten wij wat we moeten doen en we zorgen wij dat dat in orde is hé.

Is het een strenge?

Werker: Niet echt, neen.

Niet echt.  Een beetje echt dan?

Werker: Het is wel sommige keren nodig hé, het werk moet in orde zijn hé.

Is het waar?

Werker: Ah ja, tuurlijk.

Zou hij durven zijn stem verheffen?

Werker: Mmm, dat kan.

JMB: Ge begint ambetante vragen te stellen hé, ik ga efkes apart gaan hé.  Ah ja, ge meugt doen, maar ik ga dan even apart gaan, want ik zou niet graag hebben dat ze under inhouden voor te antwoorden.

Ja maar, zie eens dat u het later tegen hen gebruikt.

JMB: Neenee. Zo zijn we niet.  Men weet heel duidelijk, als het nodig is gaan we inderdaad onze stem verheffen,…

Serieus?  Echt zo de stem verheffen?  Een paar niveau’s?

JMB: Dat is op de gemeente ook zo.

Serieus?

JMB: Tuurlijk.

Dat is dan van: Dat kan hier niet zijn.  Zoiets?

JMB: We gaan niet overdrijven maar…

Serieus?

Katia: Ja, serieus, dat is hier een serieus bedrijf hé

JMB: Er wordt hier op alle niveaus serieus gewerkt hé, Kurt.

Ja, ik schrik daar toch een beetje van.

JMB: Het is hier af en toe een keer Micro met Zout en Peper hé.  In plaats van Micro Zonder Zout.

Katia: Ik denk dat dat overal een beetje zo is hé.

Ah neen, dat is de eerste keer dat ik dat meemaak hoor.

Katia: Is het echt? Oeioei, ik zeg niets meer.

JMB Neenee, ik denk dat we allemaal weten wat we aan mekaar hebben. De mannen moeten het werk uitvoeren en wij maken de afspraken met de klant. De klant verwacht een zekere afwerking, en zeker een perfecte afwerking.  Zeker op ons niveau. Dus wij zijn geen schilders van lantarenpalen en brugleuningen hé.

Ah dus, lantarenpalen en brugleuningen moeten we niet vragen aan jullie?

JMB: Neen.   Dat moet je niet vragen, dat moet je niet vragen aan ons.

Ja, ik had nochtans wat lantarenpalen en brugleuningen te schilderen.  

JMB: Hewel ja, wij zitten in de betere afwerkingssector. En we zitten met een kliënteel die zeer veeleisend is, en ze mogen dat ook zijn.   Ze betalen daar een heel goeie prijs voor.

Ah, dus voor de goedkoop moeten we ook hier niet zijn.

JMB: Ah neen, maar wel voor de degelijke afwerking.  Neen, voor de goedkoop moet je hier niet zijn.  Goedkoop en degelijk gaat niet samen hé, Kurt?

In mijn geval wel.

JMB: Jamaar, wat, het eerste of het tweede?

Het gaat samen, bedoel ik.

JMB: Ah, het gaat samen, zjust. Neenee, maar we weten wat we aan mekaar hebben, en als er een opmerking gemaakt wordt, moet dat van beide kanten vlug kunnen vergeven worden. En pas op, er kunnen momenten zijn dat wij ook in fout zijn met onze opmerkingen.  Dat kan best zijn hé. Dat moet je dan ook achteraf durven toegeven.  Er kunnen omstandigheden zijn.

En dan mogen ze terugbrullen eigenlijk?

JMB:  Ach, ze mogen zij dat, zonder rancune.  Er kunnen zaken zijn dat wij gemeld worden door een klant. Ofwel doe je twee dingen. Ofwel gaje er onmiddellijk op in, ofwel zeg je, ik ga eerst een keer babbelen tegen de gasten.   Het kan zijn dat we een opmerking krijgen die niet terecht is. En dat zij moeten werken hebben in omstandigheden, ge moogt niet vergeten dat wij normaal de laatste zijn in de rij, bij een afwerking van een project.  Want hoeveel keer gebeurt dat niet dat de schrijnwerkers nog bezig zijn, dat de electriekers nog bezig zijn, dat men nog aan het kappen en het boren is, en dan verwacht men toch een perfecte afwerking. Als we dan zo een opmerking krijgen van een klant, en wij overleggen eerst niet met onze mensen op het werk zelf, dan gaan wij misschien een verkeerde reactie geve aan de mensen. Dus gaan wij eerst een keer babbelen.  Als het terecht is, dan krijgen ze onder hun voeten.  Als het niet terecht is, dan gaan wij ook durven zeggen tegen die klant: Hou toch rekening met de omstandigheden.  Werken moet nog een beetje aangenaam zijn hé, we werken allemaal ten brode, zegt men dan.

Allez, behalve u.

JMB: Eiei… 

Zijn wedde van burgemeester, dat is zo… : eigenlijk heeft hij die niet eens nodig, hij neemt die er gewoon bij.

JMB: Hé makker…

U heeft het zelf gezegd hé.

JMB: Ik heb gezegd dat er niemand van de burgemeesters gevraagd heeft achter zo’n weddeverhoging.  aar uiteraard, als men ons dat oplegt, gaan we ze meenemen, en we werken er dan ook voor.

Hij is… Met andere woorden, hij is verplicht van veel te verdienen, hij kan er niet aan doen.

Werker: Daar kan ik ook niets aan doen hoor.

JMB: Ik zeg altijd: wie werkt voor zijn boterham, en die mag ervoor beloond en vergoed worden.  Dat is hier in het bedrijf ook zo.  Die mannen hebben ook niet te klagen.

Zij werken voor hun boterham, en u voor uw kaviaar en champagne.

JMB: Neenee, champagne, ik denk dat dat een product geworden is dat iedereen zich kan permitteren, kaviaar is niet aan mij besteed.  Neenee, liever iets anders dat goed en smakelijk is dan euh…  We gaan het niet wegwerpen hé, een stukske kaviaar, maar euh, dat is niet de hoofdmenu ten huize bonte. 

 

 

07:23 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.