18-01-06

ETIENNE BIEBUYCK: "KARLOS CALLENS IS DE DUPE VAN DE LUXE"

Wanneer we zijn kantoor in het gemeentehuis binnenkomen, ligt daar het interview uit de Krant van West-Vlaanderen op zijn bureau.  Een interview met de burgemeester, afgenomen door Tom Vandenabeele en met foto van Ronny Neirinck.

EB:  Ik heb lik den indruk dat ik er jonger uitzie dan ik al ben.

Ja, u ziet er jong uit.

EB: Vindt ge niet?  Maar dat kunt ge niet zien.  Er is hier geen licht.  

Nee, maar ik zie dat meteen.  Doe wel en zie niet om is de titel.

EB: Dat is mijn, dat is mijn optie geweest altijd.

Is dat zo een beetje uw slogan?

EB: Dat is mijn slogan. (neemt zijn sjerp uit zijn lade).  Ik ga dat moeten meedoen tegen vanavond dus.  Dat is zo een beetje de symbolische sjerp van burgemeester zijn. Symbolisch zeg ik wel.

Dat knopen, gaat dat makkelijk?

EB: Ik knoop niet.

U laat dat doen, of wat?

EB: Neenee. 

Ja maar, hoe omgordt u die sjerp dan?

EB: Kijk een keer. Ge moet slim zijn hé. Knopen, dat past zo niet hé.

Ja, maar de meesten leggen daar toch zo’n knoop in?

EB: Jaja, maar ge zit daar dan opgehangen. Ik niet zuh. Achter al die jaren zijt ge dat een beetje gewend hé. 

Zeg, en wat zegt u daar nu in, in dat artikel?

EB: Ik weet het zelf niet, ik heb het nog niet gezien. Ik kan er niet van zeggen. Ik ga een keer het licht doen branden. Het interesseert me wel zuh, maar de pers zegt niet altijd wat dat waar is.  Maar kom.  Toch een deel wel.

Ja, hier en daar een woord.

EB: Meer, meer.  Meer of een woord hé.

En ze verdraaien ook alles hé?

EB:  Nee, bij mij toch niet.  Bij mij toch niet.…

Ja, ziet ge, ik zie daar al meteen een fout hé. Weet je wat daar staat: gepensioneerd bedrijfsleider.

EB: Gehuwd met Christiane Desmet uit Ruiselede, dat is juist.  Het is een schoon artikel, vind ik.  Een typische goeie fotograaf hé. Ronny Neirinck.

En zijn de Ruiseledenaars : ik heb zoiets van ‘Doe Goed en zie niet om.”’

EB:  En die reporter heeft dat waarschijnlijk een beetje verdraaid.  Waar heb je dat gelezen?  Het is waar zo hé, ge vangt nooit geen vliegen met azijn hé.

En wat staat er nog in?  Vroeger was ik ook sportvisser bij ‘De Zalm’ in Tielt, maar dar heb ik nu geen tijd meer voor.

EB: Ik ga proberen een beetje vrije tijd te hebben.  We zijn de dupe van de luxe.  Jaja, Karlos, maar hij heeft hem wel veel luxe hé in Ardooie.  Maar hij weet hem niet wat met zijn geld gedaan.  Hé, wat zegt ie?  We kunnen geen eieren bakken zonder de schaal te breken.

Hij kan geen eieren bakken zonder de schaal te breken, en u kan geen vliegen vangen met azijn.

EB: Hij verdient meer dan.. Die man weet niet met zijn geld gedaan.  Ik ga een keer een briefke schrijven naar de mensen van Ardooie dat ze elk mogen binnen gaan bij de burgemeester van Ardooie voor een check.  Hij zal content zijn.  Karlos, jaja, Karlos, het is een zeer goeie kameraad, maar inderdaad ja, hij is hem een beetje de dupe van de luxe.

Ja maar u ook hé.  U weet niet wat met uw…   U zegt bijvoorbeeld dat u eigenlijk te veel verdient.

EB: Ik vind bijvoorbeeld dat de burgemeester en ook de schepenen ruim verdienen.  Dat is mijn persoonlijk idee. Als je rekent dat het personeel van de gemeente de helft minder verdienen, en dat ze heel de maand moeten werken daarvoor, vind ik dat dat verkeerd is.

En u moet daar niet voor werken?

EB: Tochwel, maar niet elke dag, elke nacht. Wij werken wel, maar niet om te zeggen dat dat zo’n werk is hé.

Wat verdient een burgemeester van Ruiselede nu zo?

EB: Ik weet niet van buiten.  Ik kan het niet zeggen. Ik denk, ik denk ja, een drieduizend en een beetje Euro. 

Een 120, misschien 130 duizend frank.

EB: Ongeveer.  Netto.  dat is toch veel.  Als je ziet hoeveel mensen, die daar 1500 Euro verdienen, en minder.  En die daarvoor een heel jaar, of heel de maand moeten werken daarvoor. Ik vind dat, maar ja, dat is mijn persoonlijk idee.

U bent niet in de politiek gegaan voor het geld?

EB:  Neenee, want toen, over vier, vijf jaar, de vorige legislatuur, verdienden wij 28000 frank.  Oude Belgische franken.   Juist genoeg om ons consumaties, om ons verteer te betalen.  En de kilometers naft te betalen. Hé, dat was juist genoeg.  En dat was misschien wel iets te weinig.  Maar niet zoveel.  Maar ja, …

U bent eigenlijk van oordeel dat een burgemeester zijn geld elders moet verdienen en dat zijn geld dat hij als burgemeester verdient een surplus is?

EB: Nee, nee. 

Ja, want je hebt ook burgemeesters die fulltime-burgemeester zijn.

EB: Alleen vind ik dat dat niet zovele mag schelen, verschil zijn tussen een gewone gemeentebediende bijvoorbeeld, en dan een burgemeester.   Het mag ietske schelen, maar niet het dubbel, of het driedubbel, dat vind ik niet.

U zou graag ietsje minder verdienen.

EB: Euh ja.  Inderdaad ja.

Burgemeester, ik kan u helpen hé.

EB: Ja, dat is geen probleem dus.

Ja, vul maar hé, vul maar.

EB: Dat is geen probleem om te helpen.

Het is mijn linkerhand, ik zal mijn ander geven.

EB: Ik help veel mensen hoor. Jaja (lacht)

Ah ja, u ziet dat ook een beetje als uw plicht als burgemeester, om hier en daar de noodlijdenden iets toe te steken?

EB: Jaja.  Niet alleenlijk het financieel lijden, maar dat kan ook gewoon medehelpend zijn.  Ik denk dat mensen dat meest van al appreciëren.   

Ja, maar financiële hulp appreciëren ze ook hoor.

 Ja, misschien wel.  Misschien wel.  Misschien niet.   Ja. Ik vind het ja. Er moet niet te veel verdiend worden ook.  Je bent altijd geneigd om dat dan weer te verteren.

Burgemeester, er mag niet te veel verdiend worden.  U hebt een imperium opgebouwd.    U hebt een bedrijf waar hoeveel mensen werken?  20 mensen?  Oké, u hebt het gedaan. Maar dan is het natuurlijk makkelijk om te zeggen: Goh, mensen vinden geld te… euh… te belangrijk.  Oké, u hebt ervoor gewerkt en zo.  Maar er zijn misschien nog mensen die ervoor willen werken en die zeggen: ik wil ook 20 mensen die voor mij werken.

EB: Geld is niet belangrijk hé.

Dat zeggen vooral mensen die geld hebben.

EB: Ik niet.  Ik heb geen geld.  Ik zeg dat niet ook. Juist genoeg om rond te komen.

U zegt net dat u 130.000. per maand verdient en u hebt een bedrijf.

EB: Ja, maar…

Het is geen schande hé, het is goed voor u, maar…

EB: Negen kleinkinders en vier kinderen.

Jamaar, dat is mijn schuld niet.

EB: Nee, uiteraard niet.  Vier kinders en vier schoonkinders dan.

Ah, het zijn schone kinderen?

EB: Nee, allemaal schone kinderen, maar aangetrouwde kinders en negen kleinkinders, dus er is daar al een beetje voor nodig hé. Ja, schoon artikel.  Het doet mij deugd.

Jaja, dat doet mij ook deugd.

EB:  Ik ga toch nog moeten meegaan naar de kiezingen hé. (34’44”)

Is het waar?  Is het waar?

EB: Ja, als ik dat allemaal zie hier.  Als ik dat allemaal zie. Ik ga er nog een keer over peinzen.

Is het waar?  Hebt u nog zin? 

EB: Over nadenken.

Maar hebt u nog zin om verder te gaan? 

EB: Ik weet  het niet.

Maar u weet dat toch wel?  Of u mag niet van uw vrouw?

EB: Ja. Mijn vrouw zou liever hebben dat ik stop.  En ik moet een beetje oppassen met mijn gezondheid.  Ik heb een klein beetje raar gevaren dus over twee, drie jaar, en ik zou dat niet graag nog meemaken. En ik denk niet dat de inwoners van Ruiselede dat ook zo graag hebben.

Wat is er gebeurd over twee, drie jaar?

EB:  Ik heb moeten afkomen van reis.   Ik ga nog graag een keer op reis naar Gran Canaria of Tenerife. En ik heb daar een keer een draaiingske gehad, hoe noemen ze dat hierin Ruiselede, een draaiingske hé, een verwittigingske zo.  En ik moet oppassen.

Hartproblemen?

EB: Een beetje hartproblemen zeker.  En daarmee zeg ik: ja.  Ik moet toch een beetje oppassen.  Daarom twijfel ik zo of ik nog ga mee ga voortdoen met het burgemeesterschap of met de verkiezingen.  Euh, ik weet het nog niet.  Het is nog te vroeg.  Het is nog een heel jaar.  Of bijna een heel jaar.

Anderzijds, als u niet meer meedoet, u kunt weer eens gaan vissen.

EB: Natuurlijk, jaja.

U zult voor van alles tijd hebben.

EB: Ik heb er wel gelegenheid genoeg om eens samen tijd door te brengen hoor.  Ik wil graag met mijn vrouw eens op reis gaan. En een keer thuisblijven, en een keer…

En dan hebt eens tijd om een pintje te gaan pakken.

EB: Ja, dat hebben we nu ook hé.  Dat is het probleem niet.  Maar ja inderdaad. Dat vind ik euh…  Als je die leeuw ziet, weer, dan zeg je: verdraaid, wat gaan we er mee doen.

Laten staan hé.

EB: Ja, de leeuw kunnen we niet anders of laten staan.

Het is dadde.

EB: Het is een voordeel, het is de mijne niet, het is de mijne niet (lacht).  Het is wel schone gedaan.

Ja, ik ben ook content.

EB: Moet je eentje mee hebben?  Ik heb nog wel zo'n krant.      

Als je goed doet, krijg je dat terug, lees ik ook nog.

EB: Inderdaad, het is zo hé.

Ik weet het niet, ik heb nog niet dikwijls goed gedaan.

EB:  Je zijt gij nog geen burgemeester geweest ook hé.  Als je voor iemand goed doet, dan krijg je dat terug.  Op een andere manier natuurlijk.  Op een manier van: ‘Hé burgemeester’. ‘Ah, burgemeester, goeiemorgen, goeiedag.’

Ah, een goeiedag, dat is iets terug krijgen.

EB: Dat vind ik, ja.

Maar dat kun je ook zomaar krijgen, zonder iets te doen.

EB: Neen.  Maar dat kost niets.  Vriendelijk zijn bij de mensen, dat kost niets.  Wees vriendelijk, dat kost u niets.

09:20 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.