30-11-05

DEJAEGHER EN DE JEUGDRAAD

Die morgen gaat burgemeester Christof Dejaegher de jeugdraad bijwonen in Poperinge. Veel jong volk daar op de vergadering.  Ik krijg de burgemeester even te spreken in het portaal van het Scoutslokaal.  Daar vertelt hij dat hijzelf niet bij de jeugdbeweging was.  Hij zat al van jongsaf in de politiek.  Maar op jonge leeftijd was hij nog niet de leidersfiguur die hij nu is.

 

CD: Ik was toen ik achttien, negentien was nog heel bescheiden.  Ik kende er nog niet veel van.

Ah, toen was u nog bescheiden?

CD: Ik ben dat nog altijd trouwens.  Maar toen was ik alleszins heel bescheiden op politiek vlak.  Het was meer luisteren en meer horen wat er allemaal beweegt hé.

Dat vind ik zo raar, al die burgemeesters zeggen van zichzelf dat ze bescheiden zijn.  Eigenlijk wie dat van zichzelf zegt…

CD: Ja, ze zeggen dat hé.  Maar bescheidenheid siert de mens luidt het spreekwoord.  Is dat zo of is dat niet zo, ja, dat laat ik aan het oordeel van de mensen over hé. Ik kan moeilijk over mezelf beginnen opscheppen en beginnen stoefen en pochen.  Dat gaat niet hé. 

Boh, dat gaat wel.

CD: Ja, maar ik ga het niet doen. 

Even later zit hij in de vergadering naast de voorzitter van de jeugdraad.  Er wordt gediscussieerd over de vraag of de factuur van het water mag meegeteld worden bij de berekening van de subsidies.  Wanneer het rumoerig wordt, horen we hem hetvolgende zeggen:

CD: De kippen beginnen te kakelen…

Ik vind dat dat (die factuur van het water) erbij moet.

Voorzitter: Maar gij hebt hier niets te zeggen hé.

CD: Dat is de voorzitter trouwens hé.

Ah, voorzitter, allez, u bent toch ook jong geweest.

Voorzitter: Ik voel me nog altijd jong… Maar wat vindt de rest daar eigenlijk van?

 

Zeg mijnheer de voorzitter, mag ik nog even iets vragen?

Voorzitter: Jaja, even dan.

Jaja, even… Ik zal niet lang storen. Komt dat eigenlijk goed uit dat u nu een jonge burgemeester hebt?  Of had u het liever eigenlijk met nonkel Henry?

Voorzitter: Ik denk dat het beter is dat Christof burgemeester is, omdat hij toch meer voeling heeft met de jeugd.  En aangezien Christof schepen van jeugd is en burgemeester, euh,..;

Valt er meer te fiksen.

Voorzitter: Niet te fiksen, maar de vroegere burgemeester had misschien minder affiniteit dan de huidige burgemeester.

Maar de vroegere burgemeester mocht u nonkel noemen…

CD: Mij ook, zuh, mij ook.  Ik ben eigenlijk ook al nonkel, zodus...

Voorzitter: Voila, voila, vanaf nu is het dus nonkel Christof.  Ei moa, dat moet wel in het verslag hé, hij heeft het zelf gezocht.

Die vorige burgemeester was nogal gierig, dat was algemeen geweten.  Is die beter?

Voorzitter: Wablief?

Die vorige voorzitter, nonkel Henry…

Voorzitter: Hij heeft nog nooit geen vat gezet.  Maar misschien kunnen we dat invoeren bij ieder begin van het werkjaar.  Dat de burgemeester een kleine traktatie doet.

CD: Kijk een keer hoe onschuldig dat hier allemaal is.  Met die colaatjes.  Dus euh…

Ja maar, hij heeft net gebouwd en een jonge tweeling.

Voorzitter: Ja, maar dan nog.

CD: En als we dat nu een keer samen zouden doen met de voorzitter, want je hebt jij hier toch ook wel euh…

Voorzitter: Ik ben nog altijd werkloos, maar ja kijk, we gaan er verandering in brengen.

Werkloos?  Misschien kan de burgemeester u iets bezorgen?

CD: lacht.

Stilte.  Publiek lacht.

CD: De wijzen zwijgen hé.

Ja, zeg maar iets.

CD: Ik zeg juist dat de wijzen zwijgen.  Of hoe zeggen we dat?  Spreken is zilver, zwijgen is goud.

Ah, daarvoor bent u burgemeester: om te zitten zwijgen gewoon?

CD: Neeneen, …

Voorzitter: Maar goed, maar we gaan verder met de vergadering.  Dank u wel.  Er waren anders geen opmerkingen over de subsidieverdeling?  Neen?

 


19:22 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

BURGEMEESTER DEJAEGHER IS NIET VAN ADEL

Na het optreden in de Onze-Lieve-Vrouwekerk begeven de muzikanten zich naar het cultureel centrum voor een kleine receptie.  Daar gaat de burgemeester ze begroeten.  De muzikanten zijn de Indische blazers en vooral de leden van harmonie De Zeegalm uit Knokke-Heist.  Die mensen kennen de burgemeester niet, en zijn eigenlijk verwonderd dat nonkel Henri niet langer de burgemeester van zijn stad is.  Tijd dus om de nieuwe burgemeester eens aan die mensen voor te stellen.

 

Staat u misschien even recht burgemeester! (Applaus!!!!) Zie je burgemeester?  Is dat geen probleem waarmee u te kampen hebt?  Uiteindelijk, veel mensen kennen u nog niet hé.  De mensen vragen hier: Hoe heet ie?

CD: En u wenst mijn naam nu te horen van mij? (lacht)  Christof Dejaegher!

Christof Dejaegher!  Jaahhh!!!  En burgemeester, ik neem aan, ook van adel, ook van adel?

CD: Het bloed dat door mijn aderen stroomt is gewoon rood, zoals dat van u.

Met andere woorden, met andere woorden, met andere woorden, ik neem aan…

CD: Ik ben niet van adel.

U bent dat socialist!

CD: Ik ben geen socialist!  Neen.

Ook niet socialist? Ah ja.

CD: Het is geen misdrijf om socialist te zijn, maar ik ben het niet.

U zegt: het is geen misdrijf, maar u bedoelt wel: het scheelt niet veel.

CD: Neen, u hebt mij dat niet horen zeggen, u hebt mij dat niet horen zeggen.

Burgemeester, is dat geen probleem waar u vaak mee te maken hebt: mensen nemen waarschijnlijk heel vaak aan dat nonkel Henri nog altijd burgemeester van Poperinge is?

CD: Neen, dat valt vrij goed mee.  Ik heb daar eigenlijk geen problemen mee.  De mensen van Poperinge weten dat ondertussen. Dus euh… 

Muzikant: Ge krijgt kiekens van hem…

Waar haalt u uw informatie?

Muzikant: Ik heb dat gehoord.

En?  En?

CD: Wel, er is een verschil tussen horen en de praktijk natuurlijk hé.  Hij heeft gansen, maar geen kippen.

Ahhhhh…  En u burgemeester!

CD: Ik heb enkel een kat!

Een kat!  Een kat!  Bravo!  Burgemeester, u mag gaan zitten.  Het is een goeie hé. 

Tweetal muzikanten zingt: Zo ne goeien hebben wij nog niet gehad, had, had…


11:49 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

ZELFVERDOVING MET CHRISTOF DEJAEGHER

De burgemeester woonde op vrijdag 11 november een Herdenkingsconcert bij in de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Poperinge, ter ere van The Indian Army in Flanders Fields.  Nadien moest hij ook speechen.

 

CD: Dames en heren, goeienavond, en een bijzonder hartelijk welkom aan de generaal als vertegenwoordiger van India, welkom in Poperinge.   Ik heb mijn toespraak voorbereid, dus die is tweetalig voorzien, en ik ga je straks ook toespreken in het Engels.  11 november is ook voor Poperinge een belangrijke dag.  Onze stad lag dan wel achter het front tijdens de tweede wereldoorlog…enzovoort enzoverder.  Best boeiend allemaal, en mooie muziek ook, maar het is niet altijd zo.  Veel van die plechtigheden zijn saai en slaapverwekkend.  Nietwaar burgemeester?

Wat doet u de keren dat het u eigenlijk geen barst interesseert en u moet zich geïnteresseerd blijven tonen? 

CD: Dat doet zich opmerkelijk weinig voor.  Echt waar.  En het is niet om als een cliché-antwoord of een standaard-antwoord, het valt meestal reuzegoed mee.

U bent gewoon heel erg geïnteresseerd in onwaarschijnlijk saaie activiteiten?

CD: Neen, maar dat is niet een onwaarschijnlijk saaie activiteit.

Neen, neen, zoals vandaag niet, maar ik bedoel, er zijn toch vaak van die activiteiten waar je als burgemeester in functie naartoe moet.

CD: Soms wel, ja, dat gebeurt wel hé. Bepaalde openingen van een zaak of zo.  Ge gaat daar dan naartoe om, trouwens ik meen dat ook, om de mensen geluk te wensen, maar als ge dan ellenlange toespraken moet aanhoren, dan kan dat wel een beetje saai overkomen.  Ja, dat is juist.

En wat zit u dan te denken: Hé, ik leef ook maar één keer?

CD: Nee, eigenlijk niet.  Zo’n akelige gedachte draag ik eigenlijk niet mee, nee.

Ja, wat gebeurt er dan in uw hoofd op zo’n momenten?

CD: Rustig blijven en denken aan wat ik moet gaan doen hé.

Een soort zelfverdoving?

CD (lacht): Als u het zo wilt noemen, ja.


08:44 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

29-11-05

HET IMPROVISATIETALENT VAN CHRISTOF DEJAEGHER

Tijdens het weekend van elf november heeft de brandweer van Poperinge de gewoonte om het brandweerkorps van het Britse Warwickshire uit te nodigen.  De burgemeester moest daar uiteraard eens zijn gezicht gaan tonen.  Al was het maar even in de vlucht.

Ja, dat is eigenlijk ook uw personeel hé.

CD: Inderdaad ja.  We hebben ze nog niet zo lang geleden een keer getest. En ik was uitermate fier op mijn brandweerkorps. Uitermate.  Jajaja.  Tussen het moment van de oproep en het moment dat ze in het college met het eerste voertuig ter plaatse waren voor een brandoefening: zes minuten  Dus euh, dat was niet slecht. 

Niet slecht?  Dat is gewoonweg ronduit schitterend voor zo'n onverwachte test.  En dan schiet het me te binnen.  Als de burgemeester zijn mannen zomaar mag testen, waarom hem zelf ook niet even testen.  Zien of hij ieder moment paraat is.  Ik storm dus naar voren en begin:

 

The mayor of Poperinge is a very, very old man…. He’s the uncle of the future Belgian queen.  0h no, that was the old one.  Here is the Belgian major of Poperinge, Christof Dejaegher! En mijnheer de Burgemeester, kom maar, kom maar, ja.  Hier staat ie, hier staat ie, heren, heren brandweermannen, firemen, here he is, your boss, uw baas: burgemeester! (applaus en groet).  Ja, voelt dat een beetje aan.  Staat u hier als baas eigenlijk?

CD:  Op dit moment niet echt nee, wel als vertegenwoordiger van de stad Poperinge ten aanzien van onze vrienden van Warwickshire, maar niet echt als baas op dit moment, nee.  Het is een ontspannend moment. 

Zult u speechen?

CD: Ik weet niet of dat van mij verwacht wordt, maar als dat verwacht wordt, dan ga ik dat uiteraard doen.

You want a speech?!

Allemaal: yeah!!!

Ja!

CD: Now already or after the meal?  Already now?

Now!  Now!  Mayor, burgemeester, op verzoek, een speech!

CD: We gaan dat tweetalig doen, voor de mensen die euh… in het Engels en het Nederlands.  Want het Frans is hier vandaag niet echt aan de orde.

He’ll do it bilingual.  Wait, wait!

CD: Yes, we will do it in Dutch and in English.  Ik wil onze vrienden van Warwickshire, en ik let op mijn uitspraak, want dat schijnt nogal delicaat te zijn, hartelijk welkom heten in Poperinge.  Dat is niet voor de eerste keer dat ze in Poperinge zijn, maar toch hartelijk welkom namens de stad Poperinge.  Bij ons hier in onze brandweerkazerne.  So, I want to say a very warm welcome to our friends of Warwickshire, and I make some attention to the expression of the word Warwickshire, because I have heard that it is a difficult pronouncing, that you are a bit sensible not to say Warwick-shair, I heard it is better Warwickshire.  So, I say welcome to our friends of Warwickshire (applaus).  Ze vragen mij eigenlijk een moeilijke oefening te doen, want zomaar uit het vuistje in het Engels te speechen, dat is…

Dat is een test hé, burgemeester!

CD: Niet zo evident.  Dat is een test.  So, I say that they are asking something from me that is not so easy, that’s giving a speech in English, just by head,…

Improvising!

CD: Yes improvising. So, om terug over te schakelen naar het Nederlands, ik wil die mensen bedanken omdat zij toch elk jaar opnieuw aan onze elf-november viering een heel speciaal accent geven met hun aanwezigheid.  En ik denk dan in het bijzonder aan hun team dat meedoet aan dus de viering.  So, I want to say, I want to pronounce special thanks for your participating every year to our remembrance day, every year you come here to Poperinge, and you have a very beautiful and great team every year that is participating.  So, thank you for that.  (applaus)  I hope we have a nice evening, I hope we have a nice meal here, you know that the fire brigade of Poperinge are your friends, so the City of Poperinge is also, are also your friends, and we hope you come next year again, and we see you next time again in the firebrigade of Poperinge, thank you very much.

We like him, we like him!  Yes!


23:35 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE 2-LING VAN DEJAEGHER: NEFAST VOOR DE BEDVREUGDE

Het is toch wel een slechte periode voor de romantiek, neem ik aan, met die twee kleine pagadders?

CD: Mitterand ging zeggen: ‘Et Alors?’

Ja, dat was een socialist hé.

CD: Maar daarom niet even onverstandig.

 


23:02 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

CHRISTOF DEJAEGHER IS GEEN NIEUWE MAN (2)

Jullie wonen hier nog niet lang zeker?

CD: Neen, ongeveer een maand of vijf.

Een maand of vijf?

CD: Ja.

Maar het is al behoorlijk ingericht.  Doet u hier veel in huis burgemeester?

CD: Weinig.  Weinig. In onze vorige woning was het gras afrijden mijn taak, ik beheer ook het vuilnisdepartement om het zo te noemen, maar voor de rest, inderdaad, doe ik niet zo overdreven veel hé.  Ik kan niet anders.

U bent nochtans handig.

CD: Nee, nee.  Ik ben een man van het woord en van de geschreven teksten, maar niet van nagels in de muur kloppen en vijzen en schroeven en… dat is allemaal niet mijn ding.

En zo de inrichting en zo, wie doet dat? U kiest de gordijnen neem ik aan.

CD: Ik heb een onbeperkt, bij ons huwelijk een onbeperkt mandaat gegeven aan mijn vrouw.

Ah, u mag dat allemaal beslissen.

Zij (=Ann De Breuck): Het is enkel financieel beperkt.

CD: Fin ja, ge moet een beetje de rekening in het oog houden hé.

Zij : Hij, hij doet niets in huis.  Niets.

Niets?

Zij: Niets.

CD: Niets!

Zij : Van inrichting?  Nee.

CD: Niet juist.

Zij: Inrichting, euh, nee .

CD: Ik zeg, ik beheer het vuilnisdepartement, dat is mijn taak  Het ontbijt, dat is ook mijn taak.  Maar voor de rest, ja, het gras, de tuin. 

Zij: Maar we hebben nog geen.

CD: Tochwel.  Maar we hebben het nog niet mogen afrijden.  Het is nog maar pas gezaaid.

En voor de rest, bijvoorbeeld het voltapijt, de gordijnen? De meubelen?

Zij: Carte blanche.

Ah, het is allemaal voor u eigenlijk?

Zij: Ik zeg, ik heb enkel één beperking.  Dat is de financiële beperking. Maar voor de rest…

En gaat ie dan niet mee naar de winkel? Kiezen zo?

Zij: Nee, nee, nee.  Wij hebben gebouwd op tien maanden tijd en er zijn hier momenten geweest, dat ik dacht, er komt hier een levering binnen, en of dat dat nu juist is of verkeerd, die gaat dat nooit zien.  Want die wist niet wat dat wij van vloeren hadden besteld, wat dat wij van keuken hadden besteld, niets.

Burgemeester!

CD: Ja, ja!  Wat moet ik daar op zeggen hé.  Het is zo. Ja.  Het is juist, niet alles, maar toch veel zaken zijn buiten mijn medeweten aangekocht hé.   Ook wat kledij en zo betreft hé.  Als ze zegt…

Ah, dus zij kleedt u eigenlijk?

CD: Ah, inderdaad.  En waarom is dat zo? Als ik zelf mijn kleren uit de kast haal en een combinatie maak, dan zegt ze: ja, het is weeral hetzelfde.  En dus zegge kik: ja, het is dan aan u hé, zeg jij dan wat ik moet dragen hé.  Maar ja, je hebt dat ook nodig hé, een beetje vrouwelijke ondersteuning, anders…  

Zij: Ge gaat op stap in het weekend, vaak alleen.  En dan zie je zo van die typisch huisje-tuintje beelden, vader moeder met de kinderen op stap, en dan zij je voor de zoveelste keer weer alleen.  En soms is dat inderdaad niet leuk.  En ook niet voor de kinderen hé

19:00 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

CHRISTOF DEJAEGHER IS GEEN NIEUWE MAN (1)

Burgemeester, bent u daar nu blij mee, met een tweeling?

CD: Jazeker, ja, dat is heel schattig.  Soms ook wel een keer lastig, ge moet soms ook wel een keer op de tanden bijten, maar het is wel plezant, en ze hebben trouwens ook veel aan mekaar hé, dus die spelen met mekaar… Ge zijt euh, je hebt trouwens schijnt het,… Je hebt de lasten in het dubbel, maar ge zijt het ook in één keer kwijt, zegt men. Tenzij er natuurlijk nog eentje zou komen, maar euh…

Of nog twee?

CD: Dat weten we niet.  Hopelijk niet (lacht)  Hopelijk niet, anders dat is een klein beetje te zwaar.

Hebt u, toen die tweeling zich aanmeldde, geen moment overwogen om het wat minder druk te gaan doen?

CD: Neen, eigenlijk niet.  Ik zat er toen, ik zat toen al midden in de politiek, ge kunt eigenlijk niet terug hé.  Ge moet uw werk…

Misschien stoppen als advocaat dan?

CD: Ja, inderdaad.  Dat was een mogelijkheid, maar we hebben dat voorlopig nog niet overwogen omdat ge ook niet van vandaag op morgen zo’n beslissing kunt nemen.  Er zijn volgend jaar opnieuw verkiezingen, dus…

 Ja, maar intussen vliegt de tijd voorbij en groeien uw kinderen op.

CD:  Dat klopt.  En toch is dat mijn belangrijkste bron en vorm van ontspanning.   Niettegenstaande het soms heel druk kan zijn en dat je er soms wat lawaai erbij moet nemen en wat gekrijs en een beetje geween, het is toch een plezante ontspanning als ge thuiskomt. Ge beleeft daar enorm veel plezier aan hé.  En er ook een keer mee bezig zijn, er ook een keer mee spelen, ik kan dat ook hé.    Ik kan dat ook hé.

Maar 's nachts opstaan voor de kinderen, dat kunt u niet.

CD: Wel, het probleem is dat ik niet zoveel slaap en als ik slaap…

Zij: Hij hoort het niet…

CD: En als ik slaap, dan slaap ik meestal zo danig diep dat ik het vaak niet hoor, en als ik het hoor, dan sta ik wel op.

Daar lijkt iemand heel verrast.

CD: Dat gebeurt niet zo vaak.

Zij: Ahhh!!!  Voor alle duidelijkheid…

Dus u had eigenlijk liever een man gehad die een beetje meer tijd had voor…

Zij: Het is soms inderdaad niet altijd even makkelijk om én mijn eigen job én de kinderen te combineren, met het feit dat je voor alles alleen staat hé.  Hij koopt geen brood, hij gaat zelden of niet winkelen, wij hebben gebouwd, hij is niet mee geweest, niet voor ramen, niet voor…

CD: Veel vertrouwen in mijn vrouw hé, u ziet het hé, een onklopbaar vertrouwen.  Da’s de beste bouwsteen voor een huwelijk hé.

Dus uw vrouw staat er eigenlijk zo een beetje alleen voor in het gezin?

Zij : Met de hulp van de oma’s en de opa’s.  Een geluk dat die er zijn!

CD: Vooral als ze ziek zijn hé, is dat euh… Hé Arthur, en wat doen we, we hebben daar ook nog een tractor hé.  Een tractor?  Ja. 

Met Arthur spelen, ja.  Maar intussen is uw vrouw bezig hem een verse luier aan te trekken, en doet niets. 

CD: Mijn probleem daarmee is dat ik niet zoveel geduld heb hé.   Dat is wel een nadeel.  Jaja, als ge dat moet verversen of aankleden of in bed steken of wassen.  Dat doe ik ook wel, zuh, niettegenstaande, maar mijn geduld hé, ge moet daar kalm voor blijven hé.  Als zij tieren, ge moogt niet beginnen meetieren hé.

 


16:35 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

EEN JONGE BURGEMEESTER IN EEN GAT

Christof Dejaegher was 31 toen hij op 26 juli burgemeester werd.  Inmiddels is hij 32, maar dus nog altijd heel jong voor de job van burgemeester.  Staat hij ooit wel stil bij zijn leeftijd?  Of vindt hij het normaal dat hij als beginnende dertiger al burgemeester is?

CD: Het is misschien wel voor een stukje belangrijk omdat je nog wat extra dynamiek hebt en er nog wat beter tegen kunt, tegen een korte nacht of vele uren werken.  Maar al bij al, of je nu 32 zijt of 34 of 36, zo’n verschil is dat nu ook niet hé.

Maar is het oud genoeg om burgemeester te zijn eigenlijk?

CD: Ik denk niet dat ge om burgemeester te zijn oud of jong moet zijn, ge moet gewoon graag doen wat dat ge wenst te doen en daar proberen het beste van te maken hé, voor de mensen, in het belang van de mensen.

En ja, nu kunt u gerust een carrière van dertig jaar rondmaken hé of zijn de ambities hoger?  Gaat het voor minister?

CD: We leven nog altijd in een democratie, dus euh… het laatste woord is aan de kiezer.

Jajaja, kom.  Dat wordt wel geregeld, maar euh… Als de kiezer een beetje meewilt, gaat u dan voor dertig jaar burgemeester of liggen de ambities elders?  Gaat u dan misschien liever minister worden?

CD: O nee, helemaal niet.  Ik heb daar nog geen minuut aan gedacht eigenlijk.

Ik moet u bekennen dat dat helemaal niet rondspookt..

Nee!  Nee!

CD: Nee, helemaal niet.  Spookt niet rond in mijn hoofd.

Een beetje toch.

CD: Neen, helemaal niet. 

U kent goed Leterme.

CD: Ik ken hem vrij goed, ja, dat klopt ja.

U werkt voor hem ook nog.

CD: Heel beperkt ja. Inderdaad.

En hebt u nog nooit gepolst zo: mijnheer de minister-president, mocht daar een plekje vrijkomen…

CD: Wij mogen hem gerust aan te spreken met Yves, dat hoeft niet meer mijnheer de minister-president te zijn.

O ja, zie eens daar.  De helft van het werk is al gedaan.

CD: Neen, neen, neen.  Ik denk niet dat dat zo benijdenswaardig is.  Vooral niet in de huidige omstandigheden, met twee kleine kinderen, dat is a hell of a job, zoals men dat zou noemen hé.   Maar over dat burgemeesterschap, ik ben het nu nog maar drie maanden, maar ik ben het eigenlijk heel graag, burgemeester van Poperinge, ik vind dat dat een heel uitdagende bezigheid is, met ongelooflijk veel facetten en zeer rijk gevarieerd, zodus…

Soms is het ook een keer minder plezant, maar dat hoort erbij hé.  Soms moet je ook een keer moeilijke beslissingen nemen, soms ook een keer een discussie kunnen doorstaan en doorworstelen.  Dat hoort erbij hé.

Maar goed, u bent nu burgemeester, de ambities moeten toch hoger en verder liggen, want uiteindelijk zit u hier in een gat hé, u zit hier aan het einde van de wereld.

CD: We zitten hier in het schoonste stukje Vlaanderen.  Niet in een gat.

Waar?  Waar?

CD: Wij zitten in één van de mooiste streken van Vlaanderen hé. We zijn wel gekleefd tegen de Franse grens, maar gezien de huidige Europese eenwording valt dat best wel mee hoor.  Meer en meer mensen ontdekken trouwens onze streek hé. 

Ah ja?

CD: Jajajaja.  Veel fietsers, veel hotels, veel recreatie, veel amusement, een goeie gastronomie, lekker eten, lekker drinken, ge kunt dat hier allemaal doen.

Dat is reclame, dat knip ik.

CD: Ah ja, het mag reclame zijn, maar het is de waarheid hé

09:25 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-11-05

DE ECHTGENOTE VAN CHRISTOF DEJAEGHERE

De burgemeester van Poperinge, Christof Dejaegher, deelt zijn leven met Ann De Breuck en met hun zestien maanden oude tweeling Amélie en Arthur. 

 

Hoe hebben jullie mekaar eigenlijk leren kennen?

CD: Aan de universiteit.

Ah ja.  En dus uw meisje is niet van Poperinge?

CD: Nee, nee, zij is van Ieper afkomstig.

Van Ieper eigenlijk, van de grootstad.

CD: Grootstad, jah, onze buurstad, om het zo te noemen.

Jaja, traditioneel gezien waren dat eigenlijk vijanden hé.

CD: Dat klopt, maar ik denk dat mijn ouders bewezen hebben dat dat perfect verzoenbaar is, voor lange tijd, ze zijn nog altijd gelukkig samen.

Ah, die hebben ook diezelfde combinatie.

CD: Die hebben diezelfde combinatie.  Ik ben eigenlijk een geboren en getogen Poperingenaar, maar mijn moeder is ook van Ieper afkomstig. 

Jullie hebben mekaar leren kennen aan de universiteit.  En wat studeerde zij?

CD: Allebei hetzelfde.

Ook rechten? En u bent advocaat en zij dan ook?

CD: Nee, nee, zij werkt als juriste bij een notaris. Zij is geen advocate.  Ze heeft wel haar stage gedaan indertijd om toch wel het beroep te leren kennen, maar euh, de overstap is dan vlug gekomen naar de privésector om het maar zo te noemen hé. 

Dus, ze werkt ook nog eigenlijk?

CD : Jajaja.

En fulltime?

CD: Ja, tot nu toe wel.  Dat is een klein kantoor, dat is niet zo gemakkelijk om deeltijds te gaan werken hé. 

Dat moet hier nogal binnenkomen zeg.

CD: Pffff…

Ja, maar het is u gegund hé.

CD: Alle mensen die werken die moeten hun brood verdienen hé.

En wat voor zaken doet u eigenlijk als advocaat?

CD: Och, klassiek, klassiek.

De klassieke zaken.

CD: Jaja, klassieke…

Wat is klassiek?

CD: De gebruikelijke… Wat wij de gebruikelijke dossiers noemen hé.  Maar ja, we mogen geen reclame maken hé.

Neenee, maar wat is een gebruikelijk dossier?  Dat zijn echtscheidingen en…

CD: Verkeersongevallen, echtscheidingen, strafzaken, overeenkomsten, huur, koop, verkoop, al zo’n zaken…

Dat is toch niet leuk.  De helft van de keren ruzie eigenlijk. Problemen.  Zorgen.   Ellende. Miserie.

CD: Ja, inderdaad, er is op dat vlak een gelijkenis tussen de politiek en recht hé.  Politiek en recht, die hebben allebei veel problemen te verwerken.  Maar uiteindelijk, ge moet ook een klein beetje professioneel nadenken hé.   Dan probeert ge u te verdiepen in het dossier en een klein beetje afstand te nemen van de ruzie hé. Want euh…

U trekt zich eigenlijk op aan andermans ellende?

CD: Neen, helemaal niet. Ik probeer mijn werk te doen en de mensen goed te helpen.

Ah, dat is ook om de mensen te helpen eigenlijk?

CD: Het is uiteraard om de mensen te helpen.

Eigenlijk, uw hele leven staat in functie van de mensen en hoe je ze kunt helpen.

CD: Daar komt het min of meer op neer, inderdaad.

U bent een soort Messias eigenlijk?

CD: Ik ben geen Messias, nee, nee, nee. (lacht) Zeker niet.

 


21:14 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-11-05

CHRISTOF DEJAEGHER BURGEMEESTER VAN POPERINGE

Christof Dejaegher, de kersverse burgemeester van Poperinge, woont in een kersverse woning, een redelijk imposante villa die gelegen is aan de Beluikstraat 1 in Poperinge.  Tegen het raam van zijn kantoor staat er een bordje waarop te lezen staat; ‘C.Dejaegher’ Advocaat, raadpleging na afspraak, Tel 057/33.94.58.  Ik bel en ik mag binnen.  En ik maak meteen kennis met zijn zestien maanden oude tweeling: Amélie en Arthur. (camera op Arthur)

CD: Dat is de gevaarlijkste filou.

Ja, een aartje naar zijn vaartje, of wat?

CD: Nee, neenee, zeker niet, het schijnt dat ik een heel braaf jongetje was.

Was, was!  En toen bent u in de politiek gegaan.

CD: Ja, maar ik ben nog altijd een heel brave jongen.

Ah ja, een brave jongen ja?  Dus, zo mogen we u omschrijven, als een brave jongen eigenlijk?

CD: U mag mij omschrijven als een brave jongen, ik probeer het goeie voorbeeld te geven aan mijn kinderen hé.

Ja, neen, je mag niet braaf zijn om in de politiek…en, en… allez, om in de politiek te overleven, en dan nog eens als advocaat.  Dus, neen, neen, dat maakt u mij niet wijs.

CD : (lacht) Tochwel, tochwel, tochwel.

Maar neen, je moet toch een beetje, ik zal het lelijk uitdrukken, kloten aan uw lijf hebben?

CD: Ge moet inderdaad haar op uw tanden hebben.  Om het met een andere bewoording uit te drukken. Ja, inderdaad, dat klopt, het is geen gemakkelijk, geen gemakkelijke stiel, geen gemakkelijk werk, maar euh, met een beetje volharding, wat durf en een keer durven iets doen en een beslissing nemen, ja, dan gaat dat wel zuh.  Maar de inborst blijft daarom niet minder braaf hé.

Zeg, maar is het ook niet heel moeilijk…?  Hoelang bent u nu burgemeester?

CD: Sedert 26 juli.  Dus, dat is vrij recent.

Heel vers eigenlijk hé?

CD: Vers, heel vers.

En Poperinge, het is ook niet zomaar iets.  U volgt eigenlijk nonkel Henry op.

CD: Dat klopt ja.  We hebben hem recent trouwens in de bloemetjes gezet voor zijn carrière van de voorbije veertig jaar.  Ik volg inderdaad een monument op.

Dus, het is niet alleen burgemeester, u moet ook gaan presteren, want u vervangt Nonkel Henry.

CD: Ja, maar ik kan niet presteren zoals hij dat deed.  Dat is onmogelijk hé.

Ja, eigenlijk is het makkelijk, want naar het schijnt deed ie niets.

CD : Dat zegt u, dat zegt u.  Ik heb het nog wel anders geweten.  Hij had een andere ingesteldheid.  Een andere manier van werken.  En hij had ook een andere carrure, dus ik kan dat moeilijk gaan kopiëren.

Daar kunt u nog aan werken hé.

CD: Daar kan ik nog aan werken, maar ik zou dat liever niet doen.  Hij had een andere postuur, dus ik kan hem moeilijk gaan evenaren of gaan naäpen.  Dus ik doe het gewoon op mijn manier.

Enerzijds was hij van de adel, maar anderzijds had hij op de duur ook wel een heel hoge aaibaarheidsfactor.  Het was nonkel Henry en…

CD: Hij had de sterkte van de glimlach.  Precies zoals zijn nichtje, prinses Mathilde die heeft ook de sterkte van de glimlach.  Hij is altijd charmant, altijd vriendelijk.  En inderdaad, ge kunt daar gewoon niet boos op zijn.  Als je het niet eens bent met één van zijns standpunten indertijd of een beslissing die hij moest nemen, ja, dan kon je daar gewoon niet boos op zijn.

Gewoon eens lachen dan?

CD: Ah ja, dat vervloog met woorden, dat vervloog met de wind.

En ja, probeert u dat te imiteren?

CD: Nee.

Ah ja, niet lachen?

CD: Ik probeer gewoon mezelf te blijven.  Lachen, dat is wat anders.  Dat moet op tijd en stond kunnen.  Wat humor erbij, dat verzacht het leven.  Dat verzacht het papier en al de rest die erbij komt kijken.

Ja, maar mensen verwachten dat nu waarschijnlijk.  Hoelang is die Nonkel Henry ‘aan’ geweest?

CD: Hij is burgemeester sedert…

Ja, daar zijn ze met de dossiers…(Arthur komt kleurboek geven)

CD (lacht): Hij is burgemeester geweest van… Eigenlijk een eerste keer is hij burgemeester geweest van Poperinge in ’81 tot en met begin ’82, en dan is hij opnieuw burgemeester geworden vanaf januari ’95, tot nu 26 juli.  Maar ervoor, heel in het prille begin van zijn carrière, hij was net zo oud als ik ongeveer, was hij burgemeester van Proven.  Hij is ongeveer gedurende iets meer dan dertig jaar burgemeester geweest. 

En wie is dat nu eigenlijk?

CD: Dat is Arthur.

Arthur.Uw papa is burgemeester.  Ben je je daar eigenlijk wel van bewust?

Arthur steekt zijn handjes uit naar zijn papa en CD gaat er gehurkt bij zitten.

Hou oud is Arthur?

CD: Arthur is 15 ½ maand.

En zijn zusje?

CD: Zijn zusje ook, het is een tweeling.

En het zusje, hoe heet die? 

Zij: Het zusje heet Amélie.  Amélie is een beetje ziek. 

Oei.

Zij: Amélie is zwaar verkouden en ze doet wat vreemd de laatste tijd, als ze iemand ziet dat ze niet kent.  Zet ze haar handen voor zich.

Ja, dat zal niet voor de politiek zijn hé.

CD: Goh, dat kan nog komen hé.

Ah, dat rijpt, zoiets?

CD: Euh, dat weet ik niet, bij mij is dat vrij vroeg begonnen hé.

Ja?

CD: Ja, tochwel.  Eigenlijk al van in het middelbaar onderwijs was ik al sterk geïnteresseerd in actualiteit en het nieuws en alles wat errond gebeurde.  Het was zelfs een prestatie om eigenlijk zoveel mogelijk leiders, regeringsleiders en consoorten van landen en zo, te kennen.  Maar fin, dat is dan wat overgewaaid en omgeslegen toen ik ging studeren aan de universiteit. Toen ben ik eigenlijk effectief ook in de politiek gestapt uit pure, pure eigen interesse.  Zonder familie in de politiek.

Om de wereld te verbeteren of wat?

CD: Neen, dat was gewoon iets dat mij passioneerde.  Dat hield mij bezig.  U kunnen inzetten voor andere mensen en voor de samenleving.  Toch iets doen.  Dat boeide mij.  En vandaar ben ik daar mee begonnen.

Ah, u doet het eigenlijk voor de samenleving?

CD: En ook voor een stuk…

Voor ons eigenlijk?

CD: Ja, dat is de bedoeling natuurlijk.  We werken niet voor onszelf hé.  We proberen van Poperinge toch iets moois en iets beters te maken.  Dat is altijd de bedoeling hé.  Ik heb dat al geprobeerd met deze twee, maar …

Ja, u hebt er dus twee.

CD: Ja, wij hebben er twee, ja.

U hebt er twee. Was dat zo een beetje verwacht? Hebt u daaraan gewerkt eigenlijk?

CD: Ge kunt daar niet aan werken hé.

Ja, ik weet niet, ik heb er nog nooit twee in een keer gehad.

CD: Ik moet u wel zeggen, het eerste moment dat ge dat ziet, dan schrikt ge wel een beetje hé, dan schrikt ge wel een beetje, hé, Amélie….

Bent u er dikwijls voor de kinderen, want u bent advocaat en burgemeester, en dan nog eens twee kinderen.

CD: Ik ben er helaas niet zo vaak, neen.  Tenzij op dagen zoals vandaag, een feestdag of in het weekend, of soms een keer ’s avonds, en ’s morgens uiteraard ook altijd hé.  Want die moeten nog een eindje slapen hé.

En zo bijvoorbeeld een verse luier aan.  Gebeurt het dat u…?

CD: Af en toe, maar meestal ben ik op die kritieke momenten niet thuis.  Ge kunt zeggen: je hebt geluk hé, maar in mindere mate.  Het kan niet anders hé, ik ben veel afwezig hé.

Ja, maar bijvoorbeeld hygiëne is wel één van uw portefeuilles, dus euh…

CD: Ik ben inderdaad bevoegd voor hygiëne, maar daar wordt wel wat anders onder verstaan.  Dat gaat over ratjes en muizen en alles wat daar bij komt kijken hé.  Maar dat is hier niet het geval hé.

Ah ja, niet billetjes en luiertjes en…

CD: Neen, dat behoort tot de familiale, de familiale sfeer hé.


22:11 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

GEERT DEBAILLIE ZEGENT EEN HUWELIJK IN

Het is zaterdagnamiddag en de burgemeester zit in zijn kantoor te wachten tot de trouwers er aan komen.   Hij moet vandaag het huwelijk inzegenen van Eric Pinoy en Marijke Debou.  Het is het 53ste huwelijk dat dit jaar in het stadhuis van Diksmuide plaatsvindt.

En burgemeester, nerveus?

GD: Nee, nee.  Ik zou niet weten waarom.

Ja, het is weer… u moet vooraan gaan staan, en…

GD: Ja maar ja, dat is ook niet de eerste keer hé.

Jaja toch…  Wat gaat u zeggen?  Weet u dat al een beetje?

GD: Wel, ik ga die mensen veel succes toewensen, en een prachtige carrière.  Die hebben ze al, denk ik.  Veel geluk

Eigenlijk, al de clichés.

GD: Ja.

Ja maar, zou u niet efkes een specialleke, zoiets speciaals voor…

GD: Ik weet niet, dat moet eigenlijk van toepassing zijn, denk ik.  Wanneer ge mensen huwt van 20, 22, 25 jaar, dan kunt ge, allez, kinderen en dergelijke meer, allez, ge kunt ze alles toewensen, maar euh, ik denk dat ge van geval tot geval moet bekijken, en ja, dat is zo een beetje mijn opinie daarover. 

Hier zijn het nu mensen die niet meer voor de eerste keer trouwen, of?

GD: Neen, het zijn mensen die niet voor de eerste keer trouwen, ja.

Het schijnt, ik hoor dat van andere burgemeester, dat dat uitzonderlijk wordt als je mensen voor de eerste keer trouwt.

GD: Ja, wij hebben nu, ik denk dat dat de 53ste trouw is dit jaar, hier in het stadhuis van Diksmuide, en ik veronderstel, ik zal er niet ver van zijn, dat er zeker 20, 25, de helft van de huwelijken zijn traditionele huwelijken, voor de eerste keer, euh, allez ja, ja.  Zodus, euh, de traditionele huwelijken komen een beetje in de minderheid.  Met alle respect voor de mensen die voor de tweede of de derde keer huwen hé.  We zijn burgemeester, en we proberen het voor iedereen goed te doen. Iedereens zijn opinie en mening wordt gerespecteerd hé.

En u bent nog altijd voor de eerste keer getrouwd?

GD: Godzijdank. (applaus op de achtergrond hoorbaar)

O, wacht, wacht…

GD: Neen, het is nog maar…

 

Ik storm naar buiten en ben net op tijd om de bruid en de bruidegom te zien aankomen. Ze schrijden de hall binnen en worden gevolgd door een stoet van sympathisanten en familieleden.  Meteen glijdt het hele gezelschap de trouwzaal binnen.  En even later is ook de burgemeester daar.

Ja, daar is ie, daar is ie!  Applaus!  De burgemeester!

GD: De vraag, Eric, is of ze mogen filmen hé.

Eric: Ja, voor geld doe ik alles.

GD: Heb je het erop gezet, hoevele? (gaat zitten) Allez, iedereen, welgekomen. 

 

Zo begint hij.  Het moet blijkbaar allemaal snel gaan, want 1 minuut en 48 seconden later is het huwelijk ingezegend.

 

GD: Mijnheer Eric Begeyn, verklaart u voor echtgenote te nemen Marijke Deboe?

Eric: Ja.

GD: Mevrouw Marijke Debou, verklaart u voor echtgenote te nemen, mijnheer Eric Begeyn?

Marijke: Ja.

GD: In naam der wet bent u door de huwelijksband verenigd.  Proficiat  (applaus)  (ze kussen en gaan zitten)

Burgemeester, dat hebt u goed gedaan.  Echt waar.

GD: Wacht, wacht. Het is nog niet ten einde hé.

O ja?

Secretaris: Op 29 oktober 2005 te vijftien uur en dertig minuten zijn voor ons verschenen: Begeyn Eric, Leo, Chris, en Debou Marijke, Lea, Yvette.  Waarvan akte onmiddellijk opgemaakt in het bijzijn van de getuigen, Begeyn Joke en Maekelberghe Nele.   Na voorlezing tekenen de comparanten en getuigen samen met ons. (neemt papieren en gaat ze laten tekenen)

Is dat zo routine voor u of is dat toch weer iedere keer…

GD: Spannend!

Spannend!  Spannend.  Jamaar, ik voel dat hé…

GD: Ja, ge voelt dat hé, de spanning in mijn stem.

Jajaja.

GD: Ja, dat zijn hele beslissingen hé. Pas op.

Ja maar, tuurlijk, tuurlijk, ja maar, neeneenee, staat u daar…

GD: Spannend.

Staat u daar wel bij stil? Het zijn iedere keer toch…

GD: Zekers, zekers.

Ja maar, burgemeester, serieus.

GD: Ja maar, ik zijn serieus.

Serieus.

GD: Ik zin serieus.

Dat zijn belangrijke levenswendingen hé.

GD: Tuurlijk. Het is waar. Wacht tot die getuigen moeten tekenen, Joke.

Joke: Zou ik dat wel doen?  Is dat verplicht?

Eric: Ja, maar de eerste vereiste is dat ze kunnen lezen hé.

Joke: Zeg ei!

Ik zat hier te wachten op een fase waar mensen bezwaar kunnen aantekenen.

GD: Ja maar ja, daarmee de deuren staan open.  Iedereen kan bezwaar aantekenen…

Dus iedereen kan hier binnen komen rennen en zeggen: ik ben niet akkoord.  Maar nu is het gebeurd?  Nu is het te laat.

GD: Nu is het te laat.

Ja, ik wou net binnen komen rennen, maar ik was binnen.

GD: We hebben ook gezien dat je binnen waart.

Oké, dan zal ik niet meer binnen rennen hé.  Zeg, proficiat hé.

Eric: Dank u.

(getuige tekent)

GD: Marijke en Eric, verder wens ik jullie een prachtige carrière verder, een goeie gezondheid en dat jullie mogen gelukkig zijn, uit het diepste van mijn herte, en nog een keer een dikke proficiat (applaus)…

En ook namens Micro Zonder Zout de beste wensen.

GD: Wacht wè, ge moet nog niet weglopen.

Nu zal de burgemeester nog zingen of wat?  Ze mogen nog niet weglopen.

GD: Nee, we gaan toasten.  Toasten.  Een toast uitbrengen.

Ach, ik dacht, u weet wel…

GD: Nee, niet zingen, niet zingen. Een toast uitbrengen hé.

Burgemeester, hoelang bent u eigenlijk getrouwd?

GD: Euh, zeventien jaar.

Zeventien jaar? Is dat moment u altijd bijgebleven, zo als u op het stadhuis zat?

GD: Ja, dat is mij bijgebleven, ja.

Door wie bent u getrouwd?

GD: Ik weet nog wie er… Oswald Vanlerberghe. Ik ga eerlijk zijn, mijn eerste gedacht was, Oswald Vanlerberghe, een ervaren advocaat in Diksmuide, en ik dacht bij mezelf, het is te hopen dat ik nooit naar jou moet komen als ik moet scheiden.  Dat was toen… Ik zegge: er zit hier een advocaat voor me.

Dus, voor eventuele scheidingen, kan het niet bij hem hé.  Hij is landbouwer… Ja, want…

GD: Ja, het is best dat je het zegt.  Ja, die mensen kennen mij ook wel hé. 

Wat vond u nu van de speech van de burgemeester?

Eric: Zeer goed.

Wat zei die precies?

(Hilariteit alom)

Eric: Genoeg, genoeg! 

GD: Kort en goed.

Ja, ik had toch iets toepasselijk verwacht.  Zo een beetje verwijzing naar het leven.  Ah ja, burgemeester, een beetje opzoekingswerk hé.

GD: Ik ben geen priester hé.  Ik ben burgemeester en ik wens die mensen veel succes en ik denk dat dat het enigste is dat ze verlangen hé.

Eric:  Ge moogt geen oude koeien uit de gracht halen hé.

Nee, maar had u niet een beetje een toepasselijker… Nee, oude koeien, die zitten bij hem thuis.  Neenee, wacht, begrijp me niet verkeerd.  De burgemeester doet in koeien hé.

Eric: Jaja

GD: Ik denk dat de mensen ook geen parabels hier verwachtende zijn hé.  Ik denk dat je geval per geval moet bekijken en wanneer dat eigenlijk niet echt nodig is om dingen te vertellen dat de mensen niet horen, of niet willen horen, dat ge dat ook niet moet doen.

Ja, ik had toch wat meer verwacht.  Ik moet eerlijk zijn.

GD: Ja maar, gij.  Het is ook niet aan u om te trouwen hé.

Allez, Eric en Marijke, sorry, ik dacht van…

GD: Het is Eric en Marijke die trouwen.  Het is gij niet hé, die trouwt. 

Ja, dat is ook waar.

Eric: Hoe minder dat ze weten van het verleden, hoe beter.

Wat vonden jullie van de speech van de burgemeester?

Dennis: Niet te vele van gehoord, zuh, hij klapt niet al te luide.

Dat is een tip voor de volgende keer: duidelijk articuleren en een beetje volume.  Ge moet weten, ge moet weten: hij is nog redelijk nieuw.  Burgemeester, het zijn tips hé.

GD: Ja, maar ik denk als ik hier een keer 27 jaar burgemeester ga geweest zijn, dat mijn stem er ook anders ga uitzien.

Ah, u wil 27 jaar blijven zitten.

GD: Hewel ja, zo lang mogelijk hé.

22:00 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-11-05

CHRISTOF DEJAEGHER VOLGENDE WEEK IN MICRO ZONDER ZOUT

Christof Dejaegher was op 26 juli 2005 nog 31.  Dat was de dag dat hij Nonkel Henri opvolgde als burgemeester van Poperinge.  Intussen is hij 32 en nog altijd burgemeester.

 

  1. Maandag 28 november vallen we met de deur in zijn nieuwe huis.  Zeg maar villa tegen de riante woning die hij aan de Beluikstraat 1 heeft laten optrekken.  Hij heeft er zijn kantoor als advocaat en woont er samen met Ann De Breuck, een dame uit Ieper die hij aan de universiteit heeft leren kennen.  Zij is fulltime-juriste, zijn wettelijke echtgenote en moeder van zijn zestien maanden oude tweeling, Arthur en Amélie.  We maken kennis met haar, de kinderen en de poes.

 

  1. Dinsdag 29 november vertoeven we nog altijd in de villa van Christof Dejaegher.  Zijn vrouw doet haar beklag over haar man.  Ze heeft helemaal alleen moeten instaan voor de opvolging van de afwerking van het huis.  De keuken, de vloeren en de gordijnen heeft ze alleen gekozen.  Simpelweg omdat hij nooit thuis is.  Ze heeft het nog maar net gezegd, of hij is weer de deur uit, naar een feestje van de plaatselijke brandweer.

 

  1. Woensdag 30 november gaat Christof Dejaegher kijken naar een concert in de Onze-Lieve-Vrouwekerk.  En achteraf gaat hij nog een glas drinken met de muzikanten.  Die kennen hem eigenlijk niet.  Het uitgelezen moment dus om hem even uitgebreid voor te stellen.  Een paar dagen later woont hij de jeugdraad bij.  De jongeren beslissen om hem voortaan ‘Nonkel Christof’ te noemen.

 

  1. Donderdag 1 december wipt Christof Dejaegher even binnen bij zijn ouders.  Zij zijn allebei op TBS, vervroegd pensioen.  Beiden zaten in het onderwijs, en waren dan ook redelijk streng als het op de studies aankwam.  Vandaar wellicht dat Christof zo verstandig geworden is.  In ieder geval verstandig genoeg om op het CD&V-hoofdkwartier van Ieper bepaalde juridische brieven te beantwoorden die aan Yves Leterme gericht zijn.



16:59 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

24-11-05

Burgemeester Debaillie tussen de mensen op de boerenmarkt

GD: Dat is hier dus onze wekelijkse boerenmarkt.  Die doorgaat elke zaterdag van 1u30 tot 5 uur.

En der is nog een andere markt daarnaast?

GD: Jaja, de maandagmarkt hé.  Normaal gezien is er hier de maandag markt van 7 uur ’s morgens tot 1 uur ’s middags, maar nu is dat eigenlijk de boerenmarkt.

En dat zijn de boeren van Diksmuide?

GD: Een zeven-, achttal boeren, niet alleen van Diksmuide, maar ook, allez, er zitten erin van Houthulst, er zitten erin van Veurne, de boerenmarkt is over vijfentwintig jaar gestart, met het initiatief om een goed product af te leveren aan de particulier, en dat is traditiegetrouw altijd dezelfde mensen die hier in feite hun waar verkopen.  En dat is een succes.

En u staat hier nooit?

GD: Neen, ik sta hier niet.  Neen.

Met een koe of zo?

GD: Neen, dat is hier iemand die bij mij slacht ook, die hoevevlees verkoopt.  Zie je het?  We gaan een keer kijken.  

 Mevrouw, het is lekker vlees hoor, het is door de burgemeester geslacht.

Mevrouw: Ah ja, is het van jou?

GD: Joat.

Mevrouw: Ik ken hem wè.

Tuurlijk. Dus het is goed geslacht hé.

Mevrouw: Joat wè, ik ken em.  

Het zijn eigenlijk allemaal collega’s van u burgemeester?

GD: Niet allemaal collega’s hé, het zijn mensen die…

Wel boeren, het zijn ook een beetje…  Ja, dat zijn collega’s hé.

GD: Het zou kunnen, het zou kunnen.

Of bent u geen boer eigenlijk?

GD: Hobbyboer dan, een beetje hobbyboer.

150 koeien en u noemt zichzelf een hobbyboer?

GD: Toch euh…

Groenteman: Maak een keer plekke met ol uw camera’s als je wilt.

GD: Ik make plekke.

Ja, het is wel mijnheer den burgemeester hé.

Groetenman: Ja, maar de burgemeester weet dadde, dat is een geweune mens gelijk ik.

GD: Voila.  Dat is klappen ze, dat is klappen hé. Ik denk dat het hoofdzakelijk iedere week een beetje dezelfde mensen zijn die er naartoe komen, die naar Diksmuide komen, en hier hun bloemen komen kopen, hun vlees komen kopen, hun aardappelen kopen, hun groenten kopen.   Soms ben ik, ik ben een beetje voor mijn beroep overal, ook in Jabbeke, ook aan de kust, en er zijn mensen die van her en der komen, naar de boerenmarkt en hier op het terras een koffietje drinken, een pintje drinken, gow, die naar Diksmuide komen, omdat het boerenmarkt, en dat het traditie is.

Kent u hier eigenlijk genoeg volk?

GD: Pffff…  Kent u genoeg volk?  Ik doe zeker mijn best om genoeg volk te kennen.  Ik denk dat er meer mensen mij kennen of dat ik de mensen ken.  Het is gewoon een keer aanwezig zijn, een keer door het straatbeeld lopen, om gezien te zijn, om een aanspreekpunt te kunnen zijn, zal ik maar zeggen hé. 

GD: Dat is ook een klant van mij.  Herman, hoe is het?

Ah, ne pannenkoek voor de burgemeester.  Hebt u een pannenkoek voor de burgemeester?

Herman: We gaan hem direct klaarmaken.

GD:  We gaan nog een staptje verder zeker?

Tuurlijk, tuurlijk.  Voldaan?

GD: Ja.  Gerard, hoe is het?

Gerard: Goed, goed.

Ah, Gerard. En?  Al gekocht jong?

Gerard: Ik en ol gekocht, joak.

Iedere week naar de boerenmarkt?

Gerard: Olle weke, olle weke.  Jaja, ik koop een keer het één en het ander hier.

Ik heb al gezegd tegen de burgemeester: u moet hier ook eens komen staan, met uw koeien.

GD: Dat gaat niet hé, Gerard, ze zouden weglopen hé.  Ze zouden weglopen hé.

Gerard: Er zit hier van soorten in hé.  Ik heb altijd landbouwer geweest.

Ook landbouwer ja.

Gerard:  En ik heb nog geboerd voor de staat.

Is het waar?  Ja?

Gerard: Joat, op de landbouwschool.

Hoe?  U hebt ook op de landbouwschool gezeten.

GD: Ja, slagerijschool ook, ja   Gerard is daar… op de hoeve, op de hoeve is Gerard boer geweest.

Ah jaja.

GD: Uitgebaat.

Slagerijschool?  Hoezo?  U hebt eigenlijk voor slager geleerd?

GD: Ja. 

Ah ja.  U bent eigenlijk een slager?

GD: Slager, spekslager.

Gerard: Jamaar, het was een goe schole hé.

GD: Joat

Jamaar, en waarom bent u…

GD: Willy!  Hoe is ‘t?

Ha!  Willy!

GD: Dat is ook iemand…  Ja, Gerard!

Wie is dat?

GD: dat is ook een trouwe wekelijkse marktkramer zou ik maar zeggen.  Landbouwer ja.

Willy dat we zeggen.

GD: Willy!  Willy Devos.

En wat doet Willy?

GD: Willy Vos!

Jaja, Voske!

Willy Devos: Voske, ja.

Zeg, Voske, en wat doet u eigenlijk?  Wat verkoopt u hier?

Willy Devos: Aardappelen.

Patatten?

Willy Devos: Patatten!  Ja.

Patatten!

Willy Devos: Ja.  Vierentwintig jaar lang al, op de boerenmarkt in Diksmuide. 

En koopt u patatten bij Willy?

GD: Nee.

Jamaar ja.

Willy Devos: ‘k Zou het geloven.  Iedereen kan toch niet kopen aan mij.  En ‘k zou…

Eh mo, Willy… U moet ook leven hé!

Willy Devos: Natuurlijk, maar de andere schepen koopt otomets ne kjè.

Van de andere partij?

Willy Devos: Neenee, van dezelfde partij. Maar er zijn er nog andere van de andere partijen.  Ik verkoop aan alle partijen.

Ah jaja.

GD: Geld is geld Willy.

Willy Devos: Geld is geld.

Uw patatten hebben geen kleur.

Willy Devos: Neen, ze mogen niet hé. Anders het zouden blauwe zijn.

GD: Het is waar, het is waar.

 


11:45 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Geert Debaillie gaat op café

Als de burgemeester in het stadhuis zit, en er meldt zich een vrij moment aan, dan durft hij zich wel eens onder de mensen te begeven.  En dan steekt hij de markt over en trekt hij naar Café Normandie, waar de pintjes slechts een Euro kosten.  Toen ik met hem meeging, trof hij meteen enkele vrienden van hem aan in het café: een collega schepen, Eric, en een oud-collega, ook een VLD'er, Walter.

 

GD: Dat zijn hier normaal gezien altijd een beetje dezelfde mensen die hier aanwezig zijn.

En doet u zo alle cafés van de markt of is dat hier zo uw stamcafé?

GD: Euh, met het schepencollege gaan we toch nu en dan achter een schepencollege hier en daar.  Euh, het zijn allemaal Diksmuidelingen hé.  We doen ons best.   Natuurlijk 15 gemeenten…

Dat is niet te doen hé, dat is te veel hé.

GD: Dat is niet evident om overal pinten te gaan drinken hé, anders.  We moeten een beetje het goeie voorbeeld tonen in Diksmuide hé.

Walter: Het zijn allemaal Diksmuidelingen hé.  Er zijn maar drie –lingen.  En dat is Diksmuidelingen, Ieperlingen en Bruggelingen.

Zijn het Diksmuidelingen?

Walter: Lingen, jawel.

Ik dacht dat het Diksmuidenezen waren.

Walter: Neenee, Diksmuidelingen, Ieperlingen en Bruggelingen.  Er zijn maar drie lingen.

GD: Ja, dat klopt.

En Tingelingen ook.  Tingelingen.

GD: Tingelingen, dat bestaat ook.   Dat bestaat ook.

Hoeveel inwoners zijn er hier eigenlijk?

GD: Vijftienduizendzes- zevenhonderd. 

Walter: En Diksmuide is vijftienduizendzeshonderd hectaren groot, dus wij hebben een hectare per inwoner.  Wij hebben allemaal een prachtige hof.

GD: Toch in de deelgemeenten.

Neenee, maar de burgemeester alleen heeft al…Hoeveel hectaren hebt u?

GD: Ik ga een keer moeten… Euh, elf hectaren.

Ja, ziede?  Hij neemt er al elf voor zichzelf.  Dus ja. 

Walter: Ja, dat is eigenlijk ook waar.Wij hebben vijftien fabrieken die veel geld kosten. Vijftien kerkfabrieken.  Napoleon heeft daarvoor gezorgd dat wij nog heden ten dage nog veel moeten betalen.

GD: Dat is waar. En openbare domeinen hé, dat is…

Eric: Straten en wegen hé

Walter: Wij hebben 360 kilometer gemeentewegen.  Verder of van hier tot Parijs.

GD: Onderhouden door de stad Diksmuide.  We hebben niet te veel geen industrie, ja.

Walter: Met graskanten langs beide kanten van de weg.

en.  Napoleon heeft daarvoor gezorgd dat wij nog heden ten dage nog veel moeten betalen.

GD: Dat is waar. En openbare domeinen hé, dat is…

Eric: Straten en wegen hé

Walter: Wij hebben 360 kilometer gemeentewegen.  Verder of van hier tot Parijs.

GD: Onderhouden door de stad Diksmuide.  We hebben niet te veel geen industrie, ja.

Walter: Met graskanten langs beide kanten van de weg.



08:47 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-11-05

Pieter-Jan, de opvolger van Geert Debaillie

De burgemeester van Diksmuide heeft twee zonen.  Zijn jongste heeft weinig gemeenschappelijk met hem.  Hij denkt liever niet aan boeren en koeien en wil vooral voetballen.   Maar de oudste, de vijftienjarige Pieter-Jan, is bezeten van koeien.  Zo was ik erbij toen Pieter-Jan thuis kwam met transporteur Stijn van een veemarkt in de Ardennen.  Hij was koeien gaan kopen voor papa.

 

Kunt u dat op de ene of de andere manier verwoorden, wat u  zo in een koe intrigeert?

Pieter-Jan: Bah ja, het is groot.

Het is groot en het beweegt.

Pieter-Jan: Ja.

Ja, er zijn nog wel dingen die groot zijn en bewegen.

Pieter-Jan: Ha ja, ba ja.

Dat zit er gewoon in burgemeester?

GD: Ik denk dat hij dat een beetje meegekregen heeft van jongsaf hé. De liefde voor de dieren en graag aan de dieren werken.  Ja. Ja, dat zit er in of dat zit er niet in hé.  Ge kunt dat niet forceren.  Zoals gisterenavond is hij meegeweest met zijn vriend hier naar Ciney naar de veemarkt, om nog een lading runderen af te halen.

Ah, u had er te kort?

GD: Hewel ja, er kan nog altijd eentje bij hé.  Euh, dat is arbeid, dat is tsjolen, ge moogt dat niet onderschatten.  En hij doet dat graag.

En dat zijn beesten die jullie gekocht hebben?

Pieter-Jan: Ja.

En, en, en… u koopt die… of?

Pieter-Jan: Nee, nee,nee…

GD: De vriend gaat mee.

Nog niet.

GD: Dat nog niet.  De rest doet hij allemaal…

Dus gewoon ophalen eigenlijk?

GD: Hewel ja, er is iemand voor mij die dat koopt.  En de Stijn haalt dat dus, de transporteur van dienst. 

En hoeveel dieren hebt u nu meegebracht?

Stijn: Zesendertig.

Zesendertig!

Stijn: Ja.

GD: Maar niet allemaal voor mij hé.  Er zijn er maar vijf voor mij hé.

Ah ja. Het is nog een beetje af te wachten of de burgemeester content is of niet?

Stijn: Ja, maar daar heb ik niets mee te zien hoor.  Maar normaal gezien.  Hij is rap content.

Is hij rap content?

Stijn: Ja…  Niet negatief bedoeld hé.

En zijn het goeie beesten?

Pieter-Jan: ja, jaja. 

Aan wat zie je dat?

Pieter-Jan: Aan het gewicht.

Ah, als het zware zijn, zijn het goeie.

Pieter-Jan: En aan het model.  Het model.

Het model? Wat moeten ze…?

Pieter-Jan: Wel ja, groot en breed.  En lang.

En wordt u later ook burgemeester?

Pieter-Jan: Neenee, niets voor mij.

Liever gewoon tussen de koeien?

Pieter-Jan: jajajajaa.

Jaja, dan kunt u later deelnemen aan ‘Boer Zoekt Vrouw’ hé.

Pieter-Jan: Ba ja, het gaa zo nie erg, het gaat zo erg niet zijn zeker?  

Ze maken de poorten van de vrachtwagen open en de koeien komen eruit…

 

En burgemeester, is het in orde?

GD: Ja, het zijn goeie.  Echt billemans.

U kijkt gewoon naar de billen?

GD: Hewel, gelijk onze Pieter-Jan zegt, ze moeten groot zijn, ze moeten lang zijn, ze moeten dik zijn, ze moeten allez, al de eigenschappen van een goeie billeman, moeten ze hebben, om dan eigenlijk verder af te mesten en een kwalitatief goed product op de markt te brengen hé, qua vlees en vet hé.

U kijkt altijd naar de billen?

GD: Neen, niet altijd.  ‘k Zegge, de grootte, de lengte, de billen eveneens, uiteraard.  Allez, ze moeten aan veel eigenschappen voldoen om goed te zijn, in feite.

Billemansen, noemt u ze?

GD: Dat is wel een woordje in de sector, ja, billemans.  Ja, dat is in de sector hé, dat we dat zo noemen.

Ja, u bent ook een flinke billemans hé.

GD: Ja, ik weet niet of ik een flinke billeman ben.  Ik heb alleszins twee billen.  Dat weet ik.

En nu?  Wat gebeurt er nu met die beesten?

GD: Die beesten worden allez, geschoren.

Worden ze eerst geschoren?

GD: Nu ja, vandaag.  Hij is bezig om…

Ah ja, u bent aan het scheren hier eigenlijk? Ah ja, daarvoor dient dat hier dat hok?

GD: Ja, dat is een bascuul in feite.  Hier worden ze gewogen.  En kan hij die op een veilige manier scheren.

En hoeveel weegt ie?

(Pieter-Jan gaat hem wegen) Achthonderd kilo.

Achthonderd!?  Pfff….

GD: Weegt die achthonderd?

Dat is goed hé.  Ja, u bent content hé.

GD: Ha, tuurlijk.

Wat zijn zo de zwaarste?

GD: De zwaarste ja.  900 kg, 950, 1000 kg.  Die stieren daar, deze voormiddag, ja, dat weegt 1000 kg, 1100 kg.

Ja, als je dat op je tenen krijgt.

GD: Dan heb je problemen.

Bent u nooit bang van die dieren?

Pieter-Jan: Nee.

Maar ja, als ze bijvoorbeeld op uw tenen belanden?

Pieter-Jan: Ja, maar een beetje afstand nemen altijd. 

En dat scheren?

Pieter-Jan: Hier, met dat.

Ha ja.

Pieter-Jan: Een scheermachine.

Pieter-Jan scheert een koe 

U kunt ook nog kapper worden hé.

Pieter-Jan: Voor dieren hé.

Heeft die dat nu graag?

Pieter-Jan: Nu aan zijn nek heeft hij dat niet graag. Maar anders wel.  Maar in zijn nek heeft hij dat niet graag.

En uw eigen haar, scheert u dat ook zelf?

Pieter-Jan: Neenee, dat is nog altijd de kapper.

Burgemeester, Pieter-Jan knipt die ook uw haar?

GD: Nee.

Ah ja, ik dacht, het is een beetje die coupe.

GD: Ja, maar ik heb daarvoor een lieve coiffeuse die mijn haar goed verzorgt.

Ah, nochtans, ik dacht dat het Pieter-Jan was.

GD: Neen, neen, neen.  Hij zou dat wel kunnen, maar ik zeg wel, ik heb daarvoor de geknipte persoon.


22:26 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De éénzit van burgemeester Debaillie

Nadat de burgemeester zijn stallen verlaten heeft, haast hij zich naar het stadhuis waar hij zitdag houdt.  We staan aan de achterkant van het stadhuis.  De burgemeester neemt altijd de achterdeur.

 

Burgemeester, op naar het werk, allez, het volgende werk?

GD: Ja.

Dat is hier de achterkant van het stadhuis?

GD: Dat is hier de achterkant van het stadhuis.

Dat is hier niet mis hé.  Met uwen eigen toren.

GD: Prachtig, prachtig stadhuis hé.

En wat moet u vandaag doen?

GD: Zitdag.

Zitdag?  Dus gewoon zitten?

GD: Hewel, ten dienste van de bevolking hé.

Zitten ten dienste van de bevolking?

GD: Ja.  Ja.

Is dat lastig?

GD: Hewel, dat is niet lastig.  De ene keer heb je veel mensen, de andere keer heb je er weinig, naar gelang de problemen die zich kunnen voordoen of ja…

Dat is gewoon luisteren naar het gezaag en geklaag van de mensen.

GD: Nee, ik zou niet zeggen ‘gezaag en geklaag’.  We leven nu in de maatschappij waar de mensen of de gewone burger ook een beetje recht heeft op informatie of allez, als we kunnen helpen, graag gedaan, waarom niet?

Ah, we zijn er om de mensen te helpen nietwaar?

GD: Ja, dat denk ik wel, dat denk ik wel.

Gelooft u dat zelf?

GD: Ik ben er zeker van.

Is het waar?

GD: Ja. Ik vind de afstand tussen de politiek en de burger en de administratie is soms groot en ja, er kunnen van alle soorten problemen zijn, en waarom wij als politieker, als verkozene…  Ik denk dat wij de plicht hebben om hen te helpen en te informeren.  En wanneer het niet kan dat gewoon ook zeggen dat het om de ene of de andere reden niet kan.  Maar als er een oplossing mogelijk is, vind ik toch wel…

Jaja, tuurlijk, tuurlijk, oké, als u de mensen kunt helpen, zult u het waarschijnlijk niet laten.  Maar u bent er toch niet om de mensen te helpen.  U bent er om zelf…

GD: Ook het beleid uit te stippelen.  Dat is waar.

En om aan de macht te zijn.

GD: Neen, ik ben geen machtswellusteling.  Euh…

Maar het is toch mooi meegenomen.

GD: Natuurlijk wanneer je aan politiek doet, is het om het beleid uit te stippelen, en om in de meerderheid te zijn, liefst schepen en als het kan, de crème op de taart, burgemeester te zijn, euh, natuurlijk, maar ja, het is toch ook een onderdeeltje, uw dienstbetoon is toch ook een onderdeeltje van ofwel het burgemeester zijn, ofwel het schepen zijn.

Bent u eigenlijk altijd VLD-er geweest, een blauwen?

GD: Ik ben altijd een blauwen geweest, van thuis uit.

De partij van het geld eigenlijk?

GD: Neenee, dat is ouderwetse zever.

Zever, zever, zever. Ik zeg toch ook niet dat je zevert!

GD: We zijn met de VLD een partij voor de burger, hé, neen, vroeger was dat misschien zo, over X aantal jaar.  In ons bestuur zijn er zowel gewone arbeiders, als ondernemers, als middenstanders, als landbouwers, iedereen is welkom bij de VLD.

Zelfs ik?

GD: Ja.

Moest je dat natuurlijk zien zitten om te verhuizen van Kortrijk naar Diksmuide, zou ik zeggen.

GD: Ja, zover zou ik nu ook weer niet gaan.

 

De burgemeester gaat binnen langs achter in het stadhuis, doorloopt de hall en komt in zijn bureau

 

Ja, echt riant is dat hier ook niet hé.

GD: Neen, we zijn hier sober hé.  We zijn hier sober.  Voor mij is dat voldoende.

Ja, u bent hier toch bijna nooit.

GD: Dat is zeker geen waar, maar voor mij is dat groot genoeg.  Ik ken mijn werk doen, ik kan mijn dossiers inkijken, voor mij is dat voldoende.

Zeg burgemeester, dat wordt geen succes hé, niemand wil u zien.

GD: Dat is omdat er geen problemen zijn hé, aan het stad.

Zo kunt u het ook weer uitleggen.

GD: Zo kun je het ook bekijken.  Als dat hier vol zit, is dat omdat er veel problemen rijzen, en omdat er bepaalde diensten of bepaalde mensen aan de stad hun werk niet goed doen, maar blijkbaar is het oké hé.


20:59 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-11-05

Loeit de sirenes: de burgemeester van Diksmuide en zijn koeien

Alles wat u over koeien wilde weten, krijgt u deze week te horen van de burgemeester van Diksmuide, een stad op de boerenbuiten.  Geert Debaillie kweekt vleeskoeien in de stallen achter zijn huis in Vladslo en heeft daarnaast nog een slachterij in Beerst, een andere deelgemeente van Diksmuide.  Nu hij het alsmaar drukker heeft, helpt zoon Pieter-Jan hem vaak uit de nood op het erf.  Maar nu we ons in de stallen bevinden, is het zijn jongste zoon Jonas die ons vergezelt.

 

Dat zijn hier enorme beesten hé.

GD: Dat is hier hé kom,(kruipt in de box bij de stieren) allez gow.

Bent u daar niet bang van?

GD:  Neen, dat is een rustige springstier.  Ik zou niet bij iedere stier gaan.  Die dieren kennen ook… Ik heb die stier al drie jaar.  En…  Die stier is geschoren. Er wordt daar nooit op geslegen.  Allez, het zijn maar runderen, maar… Als je hem alle dagen moest slaag geven, ga je er zo maar niet bij gaan hé.  Gaat hij tekeer gaan hé, maar…

En u zegt: de stier is geschoren.

GD:  Zijn haar af hé. 

Wordt dat lang anders?

GD: De ruggen worden uitgeschoren hé.   

Ik bedoel, ik ken… ik zie nooit een langharige koe. Kijk, die is hier niet geschoren.  Die is hier niet geschoren.  Die is niet geschoren en ge ziet die vliegen daar op zitten.  Die moet dringend geschoren worden: vliegen en een beetje luizen en dergelijke meer.

En hoe gebeurt dat, dat scheren?

GD: Met een scheermachien hé.

Maar dan een groot model?

GD: Jajajaja. 

Dat is veel werk waarschijnlijk?

GD: Wel ja.  Dat is lastige arbeid.

En dan moet je die dieren binden om dat te kunnen doen?

GD:  Ja, in de bascule doe ik dat.  Of allez, doet mijn zoon dat. Onze Pieter-Jan.

Eigenlijk, Pieter-Jan heeft zo’n beetje de arbeid overgenomen?

GD: Ja, gelijk deze week is het vakantie en gaan zij de die die nog niet geschoren zijn scheren.  Allez, zij hebben daar toch liefhebberij in.

Pieter-Jan die is vijftien.  Aangezien die toch zo geïnteresseerd is.  Ja, het is eigenlijk al duidelijk dat hij het overneemt. Of wat? 

GD: Woh, ik denk het wel.  Ja.

En is de school dan nog noodzakelijk.  Want voor die jongen moet het toch bij momenten zwaar zijn om te combineren.

GD:  Maar nee, boh ja, ik maak er geen slaaf van. Hij doet dat graag wanneer hij –hij leert niet graag – wanneer hij thuis komt van school, 4u30, 5 u, dan doet hij zijn andere kleren aan en springt op de machine en is bezig hé.  Stro geven en voeder geven aan de runderen.  Ik zou hem kunnen straffen door te zeggen: ge gaat niet naar buiten, ge gaat hier aan je boeken.  Allez.  Dat is zijn leven ja.

Is dat bij u ook zo?

Jonas: Neen, bij mij niet.

Maar als u dat moet doen, doet u dat dan graag?

Jonas: Soms,  soms wel.

En bent u niet bang van die grote beesten?

Jonas: Van sommige wel.  Van deze, daar zou ik niet bij gaan. 

GD: Ik denk dat ze dat mee hebben met de genen.  Het kunnen niet allemaal geen advocaten zijn hé. 

Dus u wordt advocaat hé.

Jonas: Neen.

Voetballer dan maar.

Jonas: Ja. (glundert)

Hoe worden die dieren gekuist? 

GD: Ze worden gesproeid.

In den douche eigenlijk?

GD: Neenee, met die rugsproeier. 

De rugsproeier?

GD: Die rode daar.  Een gewone sproeier.

Ja, het is toch veel werk zo hé.

GD: Hewel, iedere veertien dagen wordt dat gesproeid en om de twee maanden geschoren en ja, er is daar werk aan, als ge wilt runderen hebben die in goeie conditie zijn, is er daar werk aan.  Er zitten er hier ook nog (schuift achterpoort open)

 

Dat zijn kleine, die hier allemaal…

GD: Ja. 

Ja, je moet die waarschijnlijk allemaal een beetje sorteren: die bij die en die…

GD: Hewel ja, dat zijn allemaal kalveren van maart, april, mei. 

Amai, ze hebben er flink aan door gedaan.

GD: Ja.  Het is de bedoeling hé.  Is het de bedoeling.

Hoe gaat dat eigenlijk?  U hebt er een 150.  Hoeveel verdwijnen er per jaar en hoeveel komen er zo gemiddeld bij?

GD: Rond de veertig.  Allez, ik heb ieder jaar rond de vijftig die kalven.  En ge moet zeggen dat er ieder jaar een vijftig, toch veertig verdwijnen.  Een roulement.  Komen en gaan.  Allez, de stieren worden geslacht aan twintig maanden.  Al de stieren. Neem nu dat ge vijftig kalvingen hebt.  De helft daarvan zijn stieren, en die, elk jaar, als ze twintig maanden zijn, geslacht worden hé. 

Ja, ik heb daar geen idee van.  Mocht u nu een koe laten leven, hoe oud wordt die?  Hebt u daar zelf een idee van?

GD: Pfff, toch tien, twaalf jaar, denk ik.  Allez.  Hewel ja, dat is moeilijk te bepalen, maar er zijn koeien van tien, twaalf jaar, ja. 

Ja, dan leven ze toch maar een korte tijd in verhouding tot wat ze…

GD: Hewel, een gemiddelde koe leeft moet je zeggen een jaar of vijf, zes, zeven.  Ja.  Een stier, ja, twintig, vierentwintig maanden.  Twee jaar worden de eerste geslacht.

Je kunt eigenlijk maar beter een meisje zijn.

GD: Je kunt maar beter een meisje zijn.  Toch in de runderen. Van die topstieren uit de Ardennen worden die…allez, die zien nooit geen koe, die worden het zaad afgetrokken in feite.  En dan verdeeld en ingevrozen, dat is voor kunstmatige inseminatie, ja, die hele superstiers leven toch wel zeven, acht jaar.

Maar u maakt hier geen onderscheid?

GD: Neen, dat is de normale gang van zaken.  De stier loopt in de weide en allez…

En doet wat er moet gedaan worden…

GD: En doet…allez, er wordt verondersteld dat hij doet wat er moet gedaan worden.

Zeg, zo’n stier, mag die dat met verschillende meisjes doen?

GD: Tuurlijk.

Ja, ik weet dat niet.

GD: Jaja, per stier mogen er toch rond de twintig, rond de twintig koeien bij huizenieren zou ik zeggen.

Wow!  Ja, qua levensduur moeten we misschien niet echt jaloers zijn, maar euh…

GD: (lacht)

De horens van de meisjes vertonen als het ware ringen.

GD: Per ring is dat eigenlijk het aantal keren dat ze gekalfd hebben.  Wanneer ze eigenlijk drachtig zijn, gaat het kalk een beetje weg, en is er versmalling aan die ringen.  Aan de hoorns zogezegd.  En daar kun je eigenlijk zien hoeveel kalveren ze op de wereld gebracht hebben.

Wanneer loeit een koe eigenlijk?  Hoor.

GD: Dat weet ik niet.

Is dat wanneer ze blij is?

GD: Toch wanneer ze iets wil zeggen zeker?  Ja.

U hebt daar nog nooit op gelet eigenlijk?  En u vraagt zich dat niet af?

GD  Natuurlijk, wanneer dat ze geen eten meer hebben, of geen drinken, doen ze niet anders of loeien hé..  Jajaja. Ik denk als ze tevreden zijn, of content zijn, en alles hebben wat ze moeten hebben, dat ze niet echt veel aan het loeien gaan.


21:22 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

VAN KOE TOT BIEFSTUK MET BURGEMEESTER DEBAILLIE

Burgemeester Geert Debaillie van Diksmuide kweekt koeien, maar zijn hoofdjob is die van slachter.  De dieren die hij ter wereld helpt, helpt hij ook de wereld uit.  't Is cru om te zeggen, maar daar komt het wel op neer.  En we hoeven daar niet hypocriet over te doen.  Tenzij we allemaal stoppen met het eten van biefstukken.  Maar goed, ik sta dus te praten met de burgemeester in zijn stallen, en daar zitten zijn gespierde vleeskoeien.

 

Welke soort dieren zijn dat nu?

GD: Witblauw.

Ik kan niet meer zeggen dan dat het koeien zijn.

GD: Witblauw, witblauw ras van België. Dat is een vleestype hé.  Dat zijn runderen die gekweekt worden voor het lekkere en de malse biefstukken hé.

Ik vind dat toch raar hé: u spreekt over liefde voor dieren, u houdt dieren omdat u graag runderen ziet, maar u slacht ze ook.

GD: Ja, dat is met de mens ook zo hé.

Ja, ik slacht geen mensen hé.

GD: Neen, maar iedereen die op de wereld is, is er voor een bepaalde tijd maar.  En uiteindelijk, iedereen gaat ook van de wereld. En runderen, ja.  Die runderen worden hier behandeld, dat heeft eten, dat wordt geschoren, dat wordt hier gestrooid, allez, er wordt hier geen dierenleed toegebracht, maar ik heb het al gezegd, als ge produceert en kweekt, moet ge zeggen, we gaan de dieren niet meer bij de stier doen, anders van 150 ga je aan 300 zitten hé. Dat is nu eenmaal zo.  En uiteindelijk, de mond wil ook iets, en een lekkere biefstuk.  Dat is zo, dat is zo. 

Maar hebt u daar nooit problemen mee?  Is dat toch niet een dubbel gevoel?  Want uiteindelijk, het zijn mooie beesten, u kweekt ze omdat u ze graag ziet.

GD: Wel, ik kweek ze omdat ik ze…graag zie, ja.  Maar omdat ik er mijn liefhebberij     Uiteindelijk stopt het en moet ge zeggen, we gaan er X aantal slachten. Ja. 

Maar daar bent u niet triest van eigenlijk?

GD: Daar ben ik niet triest van.  Het zijn nog altijd runderen hé.  Ge kunt de emotionele toer opgaan, maar uiteindelijk doe ik dat toch ook een beetje om de nvesteringen die er geweest zijn te financieren hé.   Voor veel geld toe te steken moet ge ook geen 150 runderen houden.  Als ge er vijf houdt, hebt ge ook liefhebberij , en dan mag het een beetje geld kosten.  Maar uiteindelijk, als ge er uw beroep van maakt, of toch gedeeltelijk, moet er iets aan verdiend zijn hé.  We leven in een economische wereld waar dat het moet vooruitgaan hé.

Zeg, de slachterij dat is hier niet.  Dus ja, u bent daar in opgegroeid, dus u stelt zich daar nooit vragen bij?

GD: Neen, nee, nee.  De kinderen ook.  Van kleinsaf zijn ze… ben ik mee geweest met mijn vader en mijn grootvader naar de landbouwers, en slachten, dat is voor mij de normaalste zaak van een land.  Dat is mijn beroep.  Ik zeg nog…    Ik wil dat toch wel benadrukken ook van een landbouwbedrijf,  of van dergelijke meer. De stok, zoals ge nog van gehoord hebt, of martelen of slaan, dat is uit den boze. Ik ga niet zeggen, er zijn nog altijd misbruiken, maar dat is heel minimaal.  Dat zijn enkelingen. Want uiteindelijk, allez, ge ziet, die runderen zijn hier rustig of lopen niet weg, of staan niet langs de muur, allez...  Dat is euh… Ook in het slachthuis wordt er zelden of nooit een stok gebruikt.  Dat past niet bij mij.

Hoe gebeurt dat eigenlijk in het slachthuis? Zijn die dieren verdoofd het moment dat ze…?

GD:   Het is een slagpin die in de schedel van het rund gaat en die dieren zijn verdoofd, en worden dan ontbloot.  Zodat ze dan uiteindelijk na een paar minuten dood zijn hé. 

15:04 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

De koeien van de burgemeester

De burgemeester van Diksmuide verdient zijn brood met zijn slachterij.  Het beleg op zijn brood komt van zijn koeien.  Want hij mag dan dieren slachten, hij kweekt er ook.  Achter zijn huis heeft hij tal van stallen staan, waar hij koeien kweekt.

 

Hoeveel hebt u er zo?

GD: Goh, op één na kan ik het niet zeggen.  Zo rond de 150 heb ik er.

Zoveel?

GD: Jajaja.

Jamaar, dat is geen hobby meer hé, dan.

GD: Wel, dat is begonnen met een hobby, maar dat heeft een beetje in het honderd gelopen.  Dat is koetjes en kalfjes, hé, en vaarsjes en weer stierkes, en weer kalven, en uiteindelijk moet je zeggen: stop hé.  We gaan er een keer enkele verkopen of anders komt er geen einde aan hé

Jamaar, en wat doet u daarmee?  Is dat voor de slachterij dan?

GD: Dat zijn er om te slachten hier, ja.

U hebt hier bijvoorbeeld geen melkkoeien?

GD: Nee, nee, nee.

150 dieren, die moeten gevoederd worden.  Wanneer gebeurt dat?

GD: Ja, dat gebeurt heel machinaal hé.  Bijvoorbeeld (duwt op knopje)

Ah!

GD duwt weer op knopje.: Hier gebeurt dat zo.  En met die Bobcat in de andere stallen.  Allez, het gaat redelijk vlot.  Er is hier weinig zware arbeid aan hé.

Die boxen of die stallen, die moeten… wat?  Af en toe uitgemest worden?

GD: Ja, dat is ook met deze machine.  Die borstelmachine staat hier op, alle week wordt, allez, dat hier gekuist met die borstelmachine.  En als er hier te veel mest of stro naar voor kruipt, wordt dat daarmee verwijderd.

Dus eigenlijk moet u niet vaak de handen meer vuilmaken?

GD: Neen, neen, neen. Welja, anders zou het niet gaan ook hé. 

Dus dat is niet meer met de riek en euh…

GD: Nee.  Ik zeg nogmaals, in de landbouw, iedereen heeft hem redelijk gemoderniseerd, en allez, het zijn allemaal kleine fabriekjes geworden hé.  En terecht, mankracht betalen in de landbouw, dat gaat moeilijk hé.

Als u op een knopje drukt, krijgen ze te eten, maar wat is dat precies?

GD: Dat is allmash!

Wie?

GD: Allmash.  Dat is… Dat zijn hier allemaal vetrunderen, allez, om te mesten, af te mesten zou ik zeggen, dat zijn er allemaal om te slachten.

Allmash?  En wat zit daarin?  Allmash?

GD: Euh, er zit daar pulp in, lijm, schilfers, maïs, kern, ja, een beetje van alles om vlees aan te kweken hé.

Is dat lekker?

GD: Ja, ge moogt daar zelf van eten.  Lekker?  Lekker is anders.  Er zit daar ook pulp in.

Pulp euh?

GD: Korrels hé, gedroogde pulp hé. Geperst pulp.

Het is niet echt een lekkernij?

GD:  Dat ruikt goed hé.  Dat is kwaliteit hé.  Allez, al die der in is, is goed in feite hé.  Graan ook.  Tarwe. Zit er daar ook in.  Er zit van alles in hé.  Maïs.  Geplette maïs en andere maïs.

Zeg, u schrijft op uw hand zie ik.

GD: Ja, dat is omdat ik iets moet onthouden vandaag, en omdat ik niet echt een blaadje bij me had, heb ik hier op mijn hand geschreven. Ik doe dat zelden, want anders, ik moet te veel mijn handen wassen en euh… Dat zijn hier kalveren.  

Hoe oud zijn die?

GD: Dat is nog een jong, ik denk een maand of vier. En die grotere een beetje ouder.  Vier, vijf maanden, ja.

Aait u dat wel eens zo’n dieren?  Of komt u daar niet aan meestal?

GD: Neen, wij hebben hier één lopen, dat de kinderen in feite opgekweekt hebben, en die weegt nu 600 kg, en ge kunt in de weide gaan en een koordeke aan doen, en zo in feite ja, gaan waar dat ze willen.

Ah, met de andere kan dat niet?

GD: Neen, neen, met de andere gaat dat niet.

Zijn dat wilde dieren eigenlijk?

GD: Dat zijn geen wilde dieren, maar dat heeft heel de zomer gezogen, bij de moeder buiten gelopen, en dat is niet tam hé. Als ge dat gerust laat, ja, dat komt eten, en van als ge dat probeert, ja kijk, nu gaat dat…maar normaal gezien gaat dat niet.  Zijn ze een beetje wantrouwig.

Ze kennen u niet?

GD: Allez, als die runderen en kalveren in de weide lopen, ik ga daar ook niet elke dag bij hé.  Ge gaat er een keer door om te kijken of er niets scheelt, of er niets gaande is, maar ja, die denken dat ze zullen gepakt worden, of allez ja, dat is toch een beetje wildachtig hé, ja.


00:17 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

BURGEMEESTER DEBAILLIE, DE PROPERE BURGEMEESTER

Als slachter en vetmester zit burgemeester Debaillie van Diksmuide vaak in de stallen, tussen de beesten.  En iets later moet hij in vol ornaat op allerlei officiële plechtigheden zijn.  Niet makkelijk te combineren, zo lijkt het me.

 

Uiteindelijk, dat zijn twee zo’n verschillende jobs, hé, ik kan me inbeelden, u hebt waarschijnlijk tussendoor vergaderingen en gelijk wat, u zit waarschijnlijk drie keer per dag in de douche.  Want als u van bij de beesten komt, en u moet naar een vergadering.

GD: Moet ge onder de douche, dat klopt.  Moet ge onder de douche.   Het is daarmee, ik heb een beetje problemen, als ik een vergadering heb, van juist op tijd te zijn. Dat is allemaal berekend.  Neem nu vergadering om tien uur, om 9u30 vertrek uit het slachthuis, vijf minuten onder de douche, tegen dat ge klaar zijt en tegen dat ge in Diksmuide zijt, ja, dat kan enkele minuten later zijn dan tien uur.

Hoeveel douches neemt u zo gemiddeld?

GD: Goh, één, twee.  

Er zijn in ieder geval weinig mensen uit uw branche die burgemeester zijn.

GD: Dat kan.  De maatschappij moet een beetje een mengeling zijn van alle soorten en van alle lagen van de bevolking hé.   Ik weet nog goed toen wij hier nog maar goed gestart waren, hadden wij hier een vermoedelijk geval van mond-en klauwzeer in Diksmuide.  En de nationale en internationale pers streek hier neer in Diksmuide , en als ik daar niet geweest, Marc Deprez, die ook landbouwer, die landbouwer is, wist er niemand wat varkenspest, en mond-en klauwzeer, en een koe, en een paard, ja, dat zijn actuele problemen.  Het is daarmee dat dat misschien ook nodig is dat er van soorten mensen deel uitmaken van een schepencollege en van een stadsbestuur.  Want met advocaten alleen zou dat ook moeilijk zijn. Allez, die mensen kennen hun job en weten hun job goed uit te oefenen en  kunnen vlot praten en dergelijke meer en zijn bekwaam, maar ja, zo draait de politiek en de maatschappij wel niet hé. 

Jamaar wacht eens.  Er zit nog geen landbouwer in de regering.

GD: Ja, ja,dat is een goeie tip hé dat je geeft.  Maar ik heb geen ambitie.

00:03 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-11-05

De clleane boer

Burgemeester Debaillie heeft 150 koeien in zijn stallen in Vladslo en iets verderop in Beerst heeft hij ook nog een slachterij.  Het is kraaknet, superproper bij hem thuis, in zijn riante villa.  Zo proper dat je je eigenlijk helemaal niet op een erf waant.

 

22:45’53” GD: Dat is het nadeel dat de landbouw meesleept hé.  We zijn dikwijls in een kwaad daglicht gesteld geweest,  maar het jaar 2005 zijn de landbouwbedrijven moderne fabrieken geworden hé, waar het ook proper is, en waar de mensen ook graag een beetje groen zien en iets moois.  Ik denk dat het toch wel eens zo naar de buitenwereld mag gebracht worden hé, dat bij een boer allez ja, vroeger was een boer een domme en zo meer.   Maar nu is dat… allez ja, de mensen zijn ook geschoold, zijn ook bekwaam, bekwame bedrijfsleiders die ook oog hebben voor iets meer of een koe, een tractor of een stuk land hé.

Voor wat nog?

GD: Hewel, ik zeg, ook dat ze proper wonen, dat ze toch ook een beetje genieten van de hedendaagse luxe, hé.

Zeg maar, is dat niet extra-moeilijk.  Ik vind het hier zo superclean eigenlijk.  Allez ja.  Maar ja, ik ben dat niet gewoon hé, ge zoudt dat moeten zien bij mij thuis.

GD: We zullen eens komen kijken hé.

Hewel ja, kom eens hé. ….  Ik heb het eigenlijk nog maar zelden zo proper… Of hebben jullie speciaal jullie best gedaan?  Of?  Is dat hier altijd zo?

Katrien: Ik probeer.

Maar dat moet toch moeilijk zijn, want daarbuiten is het modderig en gelijk wat.  Dus eigenlijk is dat een beetje inherent aan dergelijke bedrijven.  Het is toch allemaal moeilijk proper te houden?

GD/ Ah, het is niet gemakkelijk hé.

Katrien: Ge moet er allemaal een beetje aan meewerken hé. 

Dus het is hele dagen kuisen, kuisen en supergedisciplineeerd zijn: schoenen uit en…

GD: Ja, hé, als iedereen hier binnenkomt met zijn laarzen aan en dergelijke meer, en alles laat vallen die valt, en laat staan die staat, kunt ge dat moeilijk proper houden hé.

Ja, u keek zo een beetje.  Is dat hetgeen je te horen krijgt?  Laarzen uit en schoenen uit!

Jonas: Ja, maar we doen dat vanzelf.

Ja, het zit er al goed in hé.  Het zit er al goed in hé.

GD: Ze leren vlug hé.


17:00 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Diksmuide: tweede grootste gemeente na Antwerpen

Ontbijt bij het gezin Debaillie.  Geert Debaillie zit met zijn vrouw Katrien aan tafel in de keuken van hun huis in Groot-Diksmuide.

 

We zitten hier op grondgebied…

GD: Vladslo.

Vladslo? Ah ja. Bent u eigenlijk van hier?

GD: Ik ben van Beerst.

Ah ja, maar dus eigenlijk niet van Diksmuide.

GD: Van Diksmuide zelf niet.  Diksmuide is heel klein hé.  Er zijn veertien deelgemeenten bij Diksmuide…

Veertien?

GD: Ja.

Toch niet te doen gewoon?

GD: En Beerst en Vladslo zijn er daar twee van.

Veertien?  Dat is niet te doen.

GD: Dat is inderdaad heel groot hé.

Het is bijna een koninkrijk.

GD: Hewel, we zijn de tweede grootste van oppervlakte van Vlaanderen.

Serieus?

GD: Jaja.

Na wat?

GD: Ik zou het niet kunnen zeggen. Ik weet het niet.  Ik weet niet welke stad of gemeente het grootst aantal hectaren heeft.

Maar u bent gigantisch eigenlijk.

GD: Hewel ja, Diksmuide is de parel van de Westhoek 

De parel van de Westhoek.  Pffff.  Politici, ze kunnen het ook wel zeggen hé, de parel van de Westhoek.

GD: Het is zo.

Zeg, als u nu aan een buitenstaander tracht te vertellen wie u bent.  Begint u dan eerst over uw bedrijf of zegt u eerst dat u burgemeester bent? Stel, u bent op reis.  U komt Belgen tegen in het buitenland: Ha, mijnheer, wat doede gij?

Katrienj: We gaan nooit naar het buitenland.

Ah ja, jullie gaan nooit naar het buitenland.  Serieus? Oei.

GD: Heel weinig, heel weinig, dit jaar een keer naar Frankrijk.

Naar Rijsel?

GD: Toch wel een beetje erover, toch wel een beetje erover.

Ah, dat is dus één van de gevolgen van in die sector te zitten?

GD: Ja.

En mevrouw die zei: ‘wij gaan nooit naar het buitenland’, om de situatie aan te klagen eigenlijk?

GD: Neen, om de situatie aan te kaarten, niet aanklagen, aankaarten.  Dat is iets anders hé dan aanklagen. Elk jaar gaan we een keer naar Center Parks of dergelijke meer.  Om de kinderen wat waterpret te gunnen. 


14:57 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Dit heet dan gelukkig zijn...

De burgemeester van Diksmuide heeft een slachterij in Beerst, een deelgemeente van Diksmuide en woont in een andere deelgemeente, Vladslo, waar er 150 koeien in zijn stallen zitten, die hij vetmest.  Het is vroeg in de morgen wanneer we dit gesprek hebben.  Zijn vrouw Katrien zet het ontbijt, zoon Pieter-Jan is al naar een veemarkt in de Ardennen, en zoon Jonas zit erbij.

Het is iedere morgen vroeg beginnen voor u?

GD: Ja, vijf uur, vijf uur dertig.

Pfff.  En dan nu met dat burgemeesterschap waarschijnlijk ook nog vergaderingen ’s avonds?

GD: Dat gebeurt nogal.

Dus de conclusie: dat is heel pijnlijk eigenlijk?

GD: Awel ja, pijnlijk. Het is te zien hoeveel slaap je nodig hebt hé.

Ja maar, merk je dat je minder en minder slaapt

GD: Inderdaad, als ik niet vroeg bezig ben, of op ben, of mijn werk probeer te doen, kan ik ook op bepaalde tijdstippen niet naar het stadhuis gaan, mijn vergaderingen en zo meer, het is van moeten hé.

Dan denk je: nu ben ik volwassen, nu kan ik er eens van profiteren.

GD: Ja, maar in het leven moet er een beetje gewerkt worden ook hé.

Jajaja.  Het is al altijd werken, komaan, werken, werken.

GD: Ja, we zijn zo opgevoed.

Ja, maar ja.  Leert dat eens af hé.

GD: Neen, neen, niet afleren, wat goed is, moogt ge niet afleren. Nietwaar?

Jonas: Ja.

Ja, altijd werken, werken. 

Jonas: Joah…

Vindt u dat niet lastig?

Jonas: Euh ja, soms.

U bent een voetballer toch.

Jonas: Ja.

Hewel ja.  Het is toch leuker om te spelen dan om te werken?

Jonas: Jah…

Zie je?  Zie je?

GD: Die is ook nog jong hé.  Hij is twaalf jaar.  Hij heeft nog een lange tijd te gaan om te werken hé.  Als ge kind zijt, moogt ge wel een keer spelen hé.

Als volwassene toch ook?

GD: Spelen?

Maar ja, tuurlijk.  Ruimte laten voor jezelf gewoon.  Dat is er nu niet meer.  Het is allemaal voor de koeien en voor de stad.

GD: Jawel, er is hier wel nog ruimte.

Ah, dus, jullie spelen nog?

GD: Euh...

Ja, het is ook nog vroeg, het is altijd vroeg hier.  Zo uitslapen, dat is er nooit bij?

GD: De zondag.

Ah, de zondag.  Dan kunnen de koeien wachten.

GD: Ja, die lopen momenteel nog buiten. Er staan er wel op stal, maar die kunnen dan inderdaad nog een beetje wachten hé.

Jonas, is de burgemeester een strenge papa?

Jonas: Soms.

Wanneer bijvoorbeeld?

Jonas: Euh, als er buiten iets niet gedaan is.

Ah ja, tuurlijk, doordat hij veel aan politiek doet, moeten jullie het nu allemaal…

Jonas: Niet allemaal.

Ah dus, jullie zijn eigenlijk het slachtoffer van zijn politieke carrière?

GD: Zou wel kunnen, jaja.

U hebt eigenlijk liever dat hij geen burgemeester is?

Jonas: Jawel.

Waarom doet u eigenlijk aan politiek?  Om gelukkig te zijn?  Of wat?  Of om anderen gelukkig te maken?

GD: Dat zit in het bloed hé. 

Ah, dat zit daarin?

GD: Ja.  Mijn vader is ook altijd in de politiek geweest. Achttien jaar.  En euh…

Ook een blauwe?

GD: Inderdaad.

Het is blauw bloed eigenlijk.

GD: inderdaad, inderdaad. Blauw bloed.

Neen, maar, waarom? 

GD: Natuurlijk, wanneer dat de kans u geboden wordt om op de eerste plaats te staan op een lijst en ge lukt erin om een coalitie te kunnen vormen, ja, geraakt dat in een stroomversnelling.  Inderdaad, met mij is dat gelukt.  Ik was de juiste persoon op het juiste tijdstip om de lijst te trekken van de VLD.  Had het geluk om een coalitie te kunnen maken, en zo kom je aan een mandaat hé.


10:30 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-11-05

DE BURGEMEESTER VAN DIKSMUIDE SLACHT KOEIEN

De burgemeester van Diksmuide is slachter van beroep.  Hij heeft een slachterij in de Diksmuide deelgemeente Beerst.  Zelf woont hij in Vladslo, in een hoeve waar stallen achter het huis liggen voor de 150 koeien die hij bezit.

 

U bent eigenlijk wat… Ja, u bent burgemeester, maar wat nog allemaal zo?

GD: Ik ben slachter.

Slachter?  Ik bedoel, zoals in slachten?

GD: Slachthuis hé, ja.  En voor mijn hobby kweek ik wat runderen.

Voor de hobby?

GD: Ja.

Voor wat?  Om mee te spelen?  Of?

GD: Nee, nee, om dat te zien lopen rond mijn deur.  Ja, dat is een hobby voor mij.  Ondertussen is die hobby ook bij mijn zoon terecht gekomen, en zo hebben we samen een gezamenlijke hobby: runderen kweken en ermee bezig zijn.

En waarom runderen? Is dat iets dat je van kindsbeen mee hebt gekregen?

GD: Jajajaja.

Want anders, ja, kun je paarden kweken, of ik zeg maar…

GD: Ja, maar ik heb dat altijd al graag gezien, en daar graag mee bezig geweest en dergelijke.  Kweken, ja.

En een rund?  Dat zijn koeien dan?

GD: Dat zijn koeien, ja.

Wat is nu de charme van het kweken van een rund?

GD: Hewel, ge doet een vaars bij de stier en na 9 maanden kalft die vaars natuurlijk.  En ge ziet daar dat kalveke lopen, dat kalveke zuigt – ik melk dus niet, het is een dikbilbedrijf zou ik zeggen – die runderen en die kalveren lopen daar, hierbuiten.  Nu kunt ge dat niet zien. En ja, dat groeit elke dag, ge ziet dat opgroeien.  Buiten.  Dat zegt wel iets.  Ik zie dat graag.  Ik heb daar een liefhebberij in.

Dat is een beetje als kinderen kweken eigenlijk?

GD: Mmmmja.

Ja, jongens, sorry, ik ben zo niet van de buit… de boerenbuiten eigenlijk.

GD: Best dat ge zoveel geen kinderen hebt als dat je kalveren hebt.

19:08 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

MICRO ZONDER ZOUT INFANTIEL

‘Micro Zonder Zout’ wordt door de enen bejubeld, door de anderen uitgespuwd.  Wel, ik heb voor beide reacties begrip.  De kritiek, die komt deze keer van ene Carlos uit Diksmuide, de reactie is uiteraard van mezelf:

Van: carlos

Verzonden: zo 20/11/2005 10:31
Aan: Kurt Vandemaele
Onderwerp: het geheel

Geachte,
het gedroomde middel voor mediageile lokale politici
hun smoel repetitief (belangrijk) op het scherm te krijgen. Moet kunnen in het licht van de komende verkiezingen !

Mag ik een hint geven ?
zou het niet nuttig zijn om een leeftijdskategorie
van de mogelijke lezer aan te duiden ? bvb
bestemd voor lezers tussen 4 en 9 jaar.

Ik vind het wel goed dat U de geschreven taal in uw
artikels aanpast aan het peil van van de lezers-burgemeesters. Als die kontent zijn zit het wel snor .
Mochten uw artikels toch ironisch bedoeld zijn dan vind ik ze wel geslaagd. !
Misschien ligt daar de verklaring dat sommige mensen niet willen meewerken !

 

 

Hooggeachte Carlos,

 

De reeks loopt inmiddels meer dan een jaar.  We waren van plan om eerder te stoppen, maar vonden het niet eerlijk tegenover 'de kleintjes' dat zij niet aan bod zouden komen.  Dus zijn we maar doorgegaan en geven we alle burgemeesters de kans om mee te doen.  En inderdaad, het zit allemaal soms op het randje van het simpele, om niet te zeggen het infantiele.  Met een zware knipoog weliswaar.  't Zou leuk zijn als je dat snapt.  Snap je dat niet, dan hoeft het sowieso niet moeilijker, want dan wil het zeggen dat het ontwikkelingsniveau van zij voor wie het allemaal bedoeld is nog niet de fase van de ironie heeft bereikt.  De uitgevoerde oefening bestaat uit wat men in het West-Vlaams 'grèten' noemt.  U welbekend, zo heb ik de indruk, want u hanteert hetzelfde stijlkenmerk in uw reactie, al dan niet iets minder subtiel.  Hoe dan ook, het mag allemaal niet erg stout zijn.  Het gaat hier om een programma van de West-Vlaamse televisie moet u weten, en de West-Vlaamse kijker heeft nogal lange tenen.  Was het programma een beetje stouter geweest, dan was het al lang geschrapt. Hoe dan ook, ik vind het stout genoeg om toch te laten merken dat we niet aan de heren burgemeesters hun voeten liggen.  U moet er ook rekening mee houden dat het programma vier keer per week wordt uitgezonden en dat het niet echt ‘simpel’ is om iets ‘licht en luchtigs’ te doen met de burgemeesters.  Ik had uiteraard vier dagen lang politieke boodschappen op de kijker kunnen loslaten, maar dan zou de ergernis, geloof me, nog stukken hoger geweest zijn.

 

En dan is er nog de inhoud van deze weblog. Vindt u wat hier te lezen staat van een ondraaglijk simpel niveau, dan moet ik u bekennen dat het niet meer is dan een transscriptie van de integrale opnamen.  Niet bepaald literaire pareltjes, maar goed genoeg voor wie wat meer achtergrond wil, en inderdaad ook bruikbaar in het lager onderwijs.  U doet ermee wat u wilt.  Keuze is er tegenwoordig genoeg voor de kijker en de surfer.

 

Hoogachtend,

 

Kurt Vandemaele


16:50 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-11-05

BURGEMEESTER DEBAILLIE VAN DIKSMUIDE VOLGENDE WEEK IN MICRO ZONDER ZOUT

1. Burgemeester Debaillie ontbijt samen met vrouwtje Katrien en zoontje Jonas.  De oudste zoon, Pieter-Jan, is er niet bij.  Hij is naar een veemarkt: verse koeien gaan halen voor de burgemeester.  De burgemeester heeft al 150 koeien.  Om vet te mesten.   En om ze nadien te slachten in zijn eigen slachterij.  Hij woont in Vladslo, waar ook zijn stallen staan.  Zijn slachterij is in Beerst. 
 
2. Burgemeester Debaillie van Diksmuide slacht niet alleen runderen, hij kweekt er ook.  Redenen te over om het met hem uitvoerig te hebben over leven en dood, en over malse biefstukjes.
 
3. Burgemeester Debaillie zit niet alleen tussen de koeien, hij komt ook onder de mensen.  Als hij even ontspannen tussen de mensen wil zitten, dan gaat hij een pintje pakken in Café Normandie, op de markt.   Misschien ook wel omdat de pintjes daar slechts één Euro kosten.  Of omdat er veel collega's politici zitten.  Nadien gaat hij nog een stapje zetten op de boerenmarkt.
 
4.  Burgemeester Debaillie moet een huwelijk inzegenen.  Hij mag dan pas negen maanden burgemeester zijn, hij is het al een beetje gewoon om mensen in de echt te verklaren.  Het huwelijk dat hij inzegent is het 53ste dat dit jaar in het stadhuis van Diksmuide plaatsvindt.  Maar, zo vernemen we van de burgemeester, van al die huwelijksparen bestond nog niet de helft uit mensen die voor het eerst trouwden.


18:35 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE GEZONDE EETLUS VAN SANDY EVRARD

We zijn vandaag voor het laatst met Sandy Evrard in Noord-Ierland.  Zoals elke dag van zijn verblijf in Londonderry gaat hij eten in het Ebrington Center, het centrum van waaruit zijn Noord-Ierse compaan, Glen Barr, die met hem alle vredesinitiatieven in Mesen en Londonderry opzet, zijn activiteiten stuurt.  Aan dat centrum is een café en een restaurant verbonden.  Het restaurant is eigenlijk een beetje een veredelde refter.  Je moet er zelf aanschuiven en een forse, gezellige dame, genaamd Mildred, schept het eten uit.

 

SE: Dat ziet er echt prachtig uit hé zeg.

Wat?  Die mevrouw?

SE: Wablief?

Die mevrouw?

SE:  No, no, no pet… Yes, this one, and this vegetables, somewhat sauce yes, somewhat sauce please … Die mevourw ziet er prachtig uit, maar dat bord ziet er nog veel lekkerder uit  (krijgt bord) Thank you very much, thank you. 

  

Sandy loopt terug naar zijn plaats, gaat zitten en zegt tegen zijn vrouw: Wotver, die gierige!  ‘k Zegge ‘two potatoes,’ zeg ze, ‘begin met één,’ of een twat zuks in het Engels, ik weet het niet.  

Smakelijk hé.

SE: Dank u.

Smakelijk hé.

Mevrouw Evrard: Dank u wel. (schuift bord opzij en buur legt er een deel in) : Ge ziet, mijn vriend mag de helft niet en ik moet dat dan opeten.  Broederlijk delen.  Het is echt lekker hé zeg, het is echt lekker hé.

Even later is zijn bord al leeg en staat Sandy Evrard nogmaals aan te schuiven. 

Burgemeester, nog een keer?

SE: Goh, het was zo danig lekker, de eerste keer heb ik maar geproefd.  En nu zal ik een keer, ik ga er een keer van eten.  Maar de eerste keer heb ik maar geproefd. Dus, echt lekker.  En ik heb van alles een stukje genomen, ik zegge, ik ga dat eerst zien hier, allez, het is toch iets anders om te eten of bij ons, ‘k zegge ‘k zal eerst een keer proeven, maar het is echt lekker, en ik zegge, allez, het kan door de beugel, en ‘k zal het nog een tweede keer proberen.

Ja maar burgemeester, u bent eigenlijk al een stevig baasje hé.

SE: Wel ja, in de politiek moet men een beetje stevig zijn als men wil een klein beetje gewicht in de weegschaal smijten, dan moet men stevig zijn.  Ik heb dat altijd geleerd van mijn vorige medekandidaten als burgemeester, ze waren allemaal, ook allemaal toch, laat ons zeggen goed gerond, en ik wil dat ook nadoen, want als politieker moet je kunnen je gewicht in de weegschaal smijten.

Ah ja, dat is eigenlijk met die bedoeling?

SE: Dat is met die bedoeling.  Dat is de enige bedoeling. Echt waar.

Ja, maar uw zus bijvoorbeeld, die zit niet in de politiek.

SE: Neen, die zou in de politiek willen komen, maar door haar beroep(ze is hoofdgriffier van de politierechtbank in Ieper) kan ze niet in de politiek komen.  Maar die zou dat wel willen.

Die is in ieder geval ook al een beetje stevig.

SE: Jaja, maar we zijn een beetje uit hetzelfde hout gesneden. Laten we zeggen dat we zo’n familie hebben, maar gans onze familie is politiek aangelegd, zowel mijn nicht die vroeger ook in de politiek zat, het is een beetje een politieke, zwaarwichtige familie dat wij hebben.

Ah, en jullie trekken dat eigenlijk vormelijk door?

SE: Vormelijk door. Ik vind dat eigenlijk belangrijk.  Men moet kunnen tonen dat men een présence heeft en ik kan me niet voorstellen, iemand van veertig kilo, met een burgemeesterssjerp rond zijne buik, dat gaat niet, men moet een kleine présence hebben.

Dus het wordt opnieuw een gevuld bord?

SE: Ik zal nu van alles nog eens een beetje proeven. En dus, de twee borden samen wordt dan een gevuld bord, ja.

Allez, ik ben benieuwd, ik ben benieuwd wat het wordt.

SE: Ja euh, ik eigenlijk ook   Nu, ik moet zeggen, als we dat hier allemaal samen zien, rundsvlees, varkensvlees, lamsvlees, dan is dat eigenlijk prachtig hé.

Ja, de Britse keuken, die stond eigenlijk tot voor een paar jaar niet als echt smakelijk bekend hé.

SE: Maar ik moet nu zeggen dat die Britse keuken, echt waar, fantastisch is.  Echt lekker.  Echt, echt lekker En met verse groentjes, met verse aardappeltjes, echt lekker.  Wij kunnen leren van die mannen.

En de Mesense keuken?  Of is er niet zoiets als…

SE: Och, de Mesense keuken is ook zeer lekker, die is al een klein beetje Iers getint, en wij zijn op deze manier bezig…

En dan een beetje Franse invloeden…

SE: En een beetje Franse invloeden, en een beetje Engelse invloeden…

En Nieuw-Zeelandse…

SE: En een beetje Nieuw-Zeelandse invloeden, en een beetje Belgische invloeden, ja, dan is dat een fantastische keuken hé, kan niet anders.

Mildred schept zijn bord nog eens vol. 

SE: Yes, it’s very nice.  I love it, it’s very, very nice.

You love it?

SE: I love it, the meal!  Nu ik kan toch zeggen dat mijn vrienden van Mesen hetzelfde vinden van mij, zij komen achter mij, en ik zal het grootste bord meenemen omdat zij zij zich een beetje schamen, maar … No, no, no, just this one, yes, a little bit of sauce, a little bit, two potatoes, two…

Just two?

SE: Yes, two potatoes, ik heb dus begrepen dat dat hun belangrijkste groententeelt is, dat zijn de aardappelen, dat komt nog van in de eerste wereldoorlog, en euh, zij kunnen dat heel speciaal klaar maken. Veel beter en veel specialer of wij.  En ik wil dat dan ook aan mijn vriend Glen Barr tonen dat ik dan ook wel graag mag, want dat is hun belangrijkste groententeelt dat zij hebben. Yes please, yes!

Dus u gaat voor de patat.

SE: Ik ga voor alles.   Thank you very much!

Ooooo, burgemeester!  Ja, het is inderdaad nogal een bescheiden portie. 

SE:  Het is een bescheiden portie. Dank u (draait zich om en gaat naar tafel)  ‘Keun kik godverdomme niet eten, hjèl da spel koemt olsan achter mie.


09:26 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-11-05

SANDY EVRARD EN ZIJN VROUWTJE

De burgemeester van Mesen, Sandy Evrard, is nog altijd op wandel in Mesen, maar nu heeft hij zijn dierbare echtgenote mee.  Samen bewonderen ze het natuurschoon in Causeway.

 

SE: Het is echt, echt wonderlijk.  Euh, die mooie lucht,…

Zij: Die vrijheid

SE: Die vrijheid die je hier kunt opsnuiven.  Wij zijn twee vrije mensen.

Neenee, jullie zijn gebonden aan elkaar.

SE: Wij zijn gebonden, maar wij zijn vrije mensen, mensen die vechten voor de vrijheid.

Ah, jullie vechten  eigenlijk?

SE: Voor de vrijheid, en voor het democratisch zijn.  En voor het echt… De V staat bij mij zeer hoog aangeschreven.  De V staat voor vrijheid.  Voor vrijgevigheid, vrijzinnigheid.

Voor E-Vrard.

SE: Voor E-Vrard, ja.  Jajaja, ik had er nog niet aan gedacht.

Hoelang zijn jullie eigenlijk al samen?

SE: Goh, wij zijn al dertien jaar samen.

Dertien?

SE: Dertien jaar samen ja. Dus de wittebroodsweken zijn al weg bij ons en…

Het wordt tijd om eens te verversen, of niet?

SE: Neeneenee, ik zal dat niet direct doen. Ik was al in de politiek voor wij trouwden.  Dus, mijn vrouw wist al wat het was van in de politiek te zijn.

Wil hij zeggen: ze moet nu niet komen klagen.

Zij: Maar ik klaag zeker niet.

SE: Neenee, wij zijn gelukkig tesamen.

Klopt dat een beetje?

Zij: zeer waar.  

SE: Ja, ik spreek niet altijd in naam van mijn vrouw, maar ik ben alleszins gelukkig.

U bent zeer gelukkig?

SE: Ik ben zeer gelukkig.  Ik heb alles wat ik wil hebben.  Ik hou van de eenvoud, ik hou niet van de grote luxe.  Ik hou ook niet van de meest egocentrische dingen. Ik wil gewoon vrij zijn en het gewone comfort hebben van iedere gewone werkmens en gewone mens.   En daarmee ben ik ook gelukkig.  En dat heb ik. 

Allemaal dankzij u, zijn vrouw.  Alles met een V hé.

Zij: Alles tesamen ja.

Zeg, en bent u eigenlijk ook oorspronkelijk van Mesen?

Zij: Nee, ik ben juist van…

Of ik zou moeten zeggen, van Vesen, aangezien alles met een V is.

Zij: Nee, ik ben van juist van de gemeente ernaast, van Wijtschaete, maar ik ben gelukkig dat ik nu in Mesen kan wonen, samen met Sandy en de kinderen.

Ja, stel je voor dat je nog in Wijtschate zat.

SE: Ja, neen, dat is een buurgemeente en ik vond de gepaste vrouw in de buurgemeente en ik heb ze dan maar ook over de grens getrokken, naar Mesen, en dat is dan ook gelukt.   In Heuvelland…

Er was eigenlijk niets te vinden in Mesen.

SE: Tochwel, waarschijnlijk wel, maar ik heb toevallig mijn vrouw tegengekomen en de liefde was direct op het eerste gezicht.

En bij u ook: liefde op het eerste gezicht?

Zij: Ja, ja, zeker wel.  Wat was dat zo dat zicht.  U zei: Mmmm, een stevige man.  Met een snor.

SE: Ja, en dat was ook vrij…

Ah, u was vrij.

SE: Vrij aardig.

Ah, u was vrij en vrij aardig.

SE: Vrij en vrij aardig.  Dus, alles met een V bij ons.

Waarom passen jullie zo goed samen?

Zij: Omdat we alle twee zo vrij zijn en zo vrijgevig voor elkaar.

Vrijgevig?  Jajaja.

Zij: En veel liefde over hebben voor elkaar.  Dat past allemaal toch goed samen hé. 

Hebben jullie een dochter met een V?

SE: Neen, niet met een V, maar als ik dan de rekensom maak…  Ik ben geboren op 5 mei.  Dus van de vijfde mei van de vijfde maand in het jaar 69 en zes en negen maakt vijftien, dus overal komt die V terug bij mij. En wij hebben een dochter die Sherina heet en een zoon die Thomas heet, en ik had eigenlijk nog…

U zou eigenlijk nog drie kinderen moeten hebben, dan hebt u er ook vijf, of misschien nog twee, dan hebt u er Vier.

SE: Misschien nog twee, dan hebben we er 4, ja, maar ik denk dat wij…

Dan moet je veel vrijen nog.

SE: Dan moet je veel vrijen en nog meer vrije tijd kunnen vrij maken voor het vrije gezin en dat hebben wij nu niet.

En om veel te vrijen, jaja.

SE: Ja, dat doen we misschien wel, maar dan zonder kinderen  

Hoe oud zijn jullie kinderen eigenlijk?

SE: Onze dochter is 14 en onze zoon is 8.  Twee keer, euh, acht gedeeld door 2 is vier, dus wij blijven bij de V. 

Hebben jullie eigenlijk vaak tijd om met zijn tweetjes zo van die romantische wandelingen te doen?

SE: Ik probeer telkens op zondag, dat is een vrije dag de zondag,…

Niet vrijdag?

SE: Neen, en ik probeer dan ook vrij te houden in de mate van het mogelijke natuurlijk, het is niet altijd mogelijk om op zondag geen politieke activiteiten te hebben, maar ik probeer zoveel mogelijk deze dag vrij te houden om dan met ons gezin te gaan wandelen en iets te gaan eten.  Bijvoorbeeld, één van mijn lievelingsgerechten is vis, weer met een v, ik drink graag een pousse-cafeetje,…

Een poes caVeetje…

SE:…van het merk Vadilov, dus weer met een V, dus alles is met een V bij ons.

Hoe heet u eigenlijk?  Véronique?

Zij: Nee.  Ik heet Carine.

Varine.

SE: Varine, ja.  Maar ik zeg soms: vrouwke.  Dus dat is ook weer met een V.  En het is hier vrij aan het klemmen.

Hebben jullie eigenlijk V thuis?

SE: Neen, maar wij hebben wel Vogels.

Veel?

SE: Een stuk of Vijfentwintig.  Dus ik ben een vogelliefhebber van dieren natuurlijk, euh, neen, ik hou enorm veel van parkieten…

Varkieten.

SE: En ik heb ook mandarijntjes…

Zij: Vandarijntjes.

Jaja, tuurlijk.

SE: En dat is eigenlijk mijn passie.  Om in de zomer in mijn tuin te zitten en eigenlijk in onze tuin te zitten met een barbecue en mijn vogeltjes te bekijken.

23:32 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

SANDY FLUITKETEL

Burgemeester, u fluit eigenlijk vaak.  Ik hoor u vaak fluiten.

SE: Ik ga al fluitend door het leven.

Ja?

SE: Echt waar.

Erg muzikaal dus.

SE: Och, ik ben al 25 jaar in het muziek en echt liefhebber van het muziek. Ik hoor graag muziek overals waar ik werk en wat ik doe, heb ik overal muziek bij me.  ’s Morgens, het eerste wat ik doe is de radio opsteken, euh, in de auto heb ik tal van CD’s mee.  Op mijn werk euh…

En dan fluit ik altijd mee eigenlijk.

SE: O, ik fluit mee en soms zing ik, en niet zo vaak zingen, maar ik durf wel… maar ik heb altijd muziek bij mij, ja.

En u fluit goed hé.

SE: Welja, als je 25 jaar bij het muziek bent,dan ben je toch verondersteld om een klein beetje muziek te kennen. 

Ja, maar bij de fanfare moet u toch niet fluiten?

SE: Neen, maar ik ken de melodietjes. En ik heb wel een beetje muzikaal gehoor.  Ja, dat is cultuur ook, euh…en ik vind het fijn om dit te kunnen.  Jongeren zouden misschien iets meer moeten gaan leren van muziek.  Euh, ik weet het, in de eerste jaren is muziek misschien niet plezant, het is notenleer en allemaal, maar van zodra je een instrument kunt spelen, is het toch fantastisch.  En ik improviseer zelf soms op mijn instrument. 

Uw instrument?  Uw lippen dan eigenlijk?

SE: Euh, mijn lippen.  Maar ik kan ook 4 verschillende instrumenten bespelen.  

Jaja, wat dan?

SE: Ik kan bariton spelen, tuba, trompet en ik kan cornet spelen.  En ik doe dat graag, ja. 

Euh, die bariton en zo, dat zijn van die grote waar je echt moet op blazen?  Met bolle kaken.

SE: Ja, dat zijn grote instrumenten.  Een redelijk moeilijk instrument, maar ook een instrument waar je veel voldoening kan geven aan het muziek.  Want dat instrument kan niet gemist worden in het muziek.  En we zijn met 2 die dat instrument bespelen.  Namelijk mijn schoonbroer en ikzelf. En wij zijn complimentair aan elkaar, wij doen dat zeer graag. Wij geven een antwoord op de vragen die gesteld worden door andere muzikanten in de muziek.

Ah ja, die stellen vragen eigenlijk?

SE: Die stellen muzikale vragen en wij antwoorden in muzikale termen.  Dus dat is wel prachtig.

Op wat speelt u liefst, op uw lippen?

SE: Nee, ik speel eigenlijk liefst van al trompet, ik heb eigenlijk 15 jaar trompet gespeeld.  En wegens dat er muzikanten weg zijn van het muziek, dus mensen die overleden zijn, hadden zij bassen te kort, en hadden zij een overschot een beetje van kleine koperinstrumenten, en heeft het muziek mij gevraagd, of mensen van de leiding van het muziek, of ik niet wou bariton spelen, en ik heb dan eerst enkele jaren tuba, en dan ben ik overgeschakeld naar bariton, maar mijn favoriete instrument blijft eigenlijk de trompet, maar ja.   Het is ook wel tof, bariton.   Maar ik zeg niet dat ik nooit meer geen trompet zal spelen.

Nooit meer geen trompet.

SE: Ik zeg dat niet

10:36 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

EEN KEI MET EEN KEI

De burgemeester van Mesen, Sandy Evrard, is een kei in wat betreft het verkopen van zijn stadje.  En wanneer hij ergens komt, dan raapt hij ook keitjes, of steentjes.  Ter herinnering aan zijn bezoek.  Zo ook in het wondermooie Causeway.

 

SE: Ik moet hier zeker een klein keitje mee hebben van hier.  Ik zal eentje zoeken.

En wat zult u daarmee doen?

SE: Goh, ik zal dat overal waar ik ga, naar Nieuw-Zeeland, naar Duitsland, naar Zagreb, naar Cyprus, neem ik overal een stukje steen mee van het land, en dan leg ik dat in een vitrinekast, zodanig dat ik altijd een klein souvenirke mee heb van het land zelf, van de natuur.  Men kan altijd souvenirs kopen, maar ik vind dat niet zo prachtig.

Ja, het is ook een stuk goedkoper als je gewoon een steentje meeneemt hé.

SE: Ja, dat is ook waar, het is een stuk goedkoper, maar het is niet voor de goedkoop, maar ik heb graag een stukje natuur mee van waar ik geweest ben, en ik stel dat dan in mijn vitrinekast, en er zitten al een enkele stukjes tussen. Bijvoorbeeld van Nieuw-Zeeland heb ik nog in de tijd een stukje meegekregen van een rots, met een schilderij erop, het is echt prachtig.  En ik zou hier ook graag iets meenemen.  Ik zal natuurlijk kijken dat het niet te groot is en niet te zwaar.

Ja, daar ligt er nog een keitje anders.

SE: Ja, maar er liggen er daar ook nog.  Ik moet ook zorgen dat ik geen natte voeten krijg

Burgemeester en u komt in Nieuw-Zeeland, Duitsland, overal eigenlijk als burgemeester van Mesen, waarom is dat?

SE: Wel, het is namelijk zo dat ik samen met Glen Barr op zoek ben om gans onze markt te renoveren.  Natuurlijk, dat kost ettelijke miljoenen.  Als men ziet dat de klassieke begroting in Mesen maar 30 miljoen Belgische franken is, ja, dan kan men niet direct grote realisaties doen, en zeker niet de markt realiseren, want dat zal toch om en bij de 40 à 50 miljoen Belgische franken kosten, en wij hebben dan samen het initiatief genomen om eigenlijk naar conflictgebieden te gaan, en we zijn nu al geweest in Zagreb, naar de Balkanlanden …

Dus, gebieden waar men eigenlijk het geld hard nodig heeft, daar gaat u steun zoeken?

SE: Neen, niet waar ze hard nodig hebben, maar proberen dus op Europees niveau de mensen eigenlijk warm te maken dat men kan komen naar Mesen om zich te bezinnen.  Want in Mesen is toch de grootste slag van de oorlog geleverd, waarbij dat er dus Canadezen, Nieuw-Zeelanders, Ieren, Amerikanen, noem maar al de geallieerden hebben gevochten, en wij willen iets maken in Mesen, zodanig dat die mensen zich kunnen bezinnen in Mesen, dat zij zich kunnen goed voelen, en zich kunnen realiseren van de waanzin van de oorlog.  Want wij leven nog, en al die mensen zijn daar gesneuveld, en wij moeten zorgen dat die mensen nog verder leven in de ideeën van de mensen die nu nog leven, met hen te herdenken, het is het enige dat wij nog kunnen doen.

U komt naar hier om zich te bezinnen, en anderen moeten naar Mesen komen.

SE: Wel, ik kom naar hier om mij te bezinnen, en ook om ideeën op te doen.  En ook als men hier de emoties ziet, gisterenavond was er hier een bal en men sluit hier af met het volkslied.  Dat kan men zich in België niet inbeelden, dat men een fuif afsluit met het volkslied. Iedereen staat recht en iedereen zingt mee met het volkslied.  Dat is echt… Hoe dat de mensen hier aan mekaar houden, dat is prachtig.  Die ideeën wil ik hier opdoen, om dit over te brengen naar België en Mesen, om dit verder uit te werken.

Ja maar ja, juist dat mondt dan uit in fanatisme en oorlog.

SE: Misschien wel, maar men probeert hier ook de katholieke en protestantse jongeren samen te brengen. 

En?  Iets gevonden?

SE: Ja, ik heb hier een steen gevonden met de V in van Vrijheid.

Het is niet waar?

SE: Het is waar.

Het is niet waar.

SE: De V van Vrijheid

De L van Liberty ook een beetje.  Ja, het is tegelijk een V en een L.  Eigenlijk symbolisch.

SE: Symbolisch.  De eerste steen die ik in mijn handen neem, is meteen de juiste.  Zo ziet u maar.  Het geluk lacht ons toe, en men geeft mij de kans om de vrede in Mesen naar voor te brengen.  Deze steen wordt uitgestald in mijn kast.

Ja, het geluk lacht u toe, lach eens terug naar het geluk

SE lacht en draait zich om


 

08:54 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |