31-10-05

HENDRIK VERKEST ONTMOET YVES LETERME

In de tweede aflevering waarin u Hendrik Verkest wat beter leert kennen ziet u hoe hij in de zaal van de provincieraad naar toespraken aan het luisteren is.  Vooraan zit de Ieperse Drievuldigheid: Durnez, Breyne en Leterme. Na de toespraken is het tijd voor ontbijt en dan slaagt Verkest erin een plaatsje te versieren aan de tafel van Yves Leterme.  Maar eerst dus het officiële gedeelte van wat genoemd wordt 'West-Vlaanderen Geteld'.  Daar krijgen we in cijfers te horen wat West-Vlaanderen voorstelt. 
 
In West-Vlaanderen woont 18,9 procent van de Vlamingen.  Dat betekent dat er 1.135.802. West-Vlamingen zijn, anderhalf procent meer dan tien jaar geleden.  Die aangroei is evenwel kleiner dan de gemiddelde aangroei van 2,9 procent.  De reden is een negatief geboortesaldo in West-Vlaanderen, sinds 1999: er stierven meer West-Vlamingen dan er geboren werden.
 
De mensen leven langer, gelukkig, maar dat betekent een versnelde vergrijzing die voor West-Vlaanderen in 2004 resulteerde in een verhouding van 46 procent zestigplussers in verhouding tot het aantal inwoners tussen 20 en 59 jaar, het hoogste percentage van Vlaanderen. 
 
Ofschoon West-Vlaanderen 18,9 procent van de Vlaamse inwoners telt, draagt het maar voor 17,6 procent bij tot het BBP van Vlaanderen. 
 
Confectie, bouw, metaal en voeding zorgen voor 58,9 procent van de tewerkstelling.
 
Op de Limburgers na hebben de West-Vlamingen het laagste fiscale inkomen, maar het aantal leefloners is in West-Vlaanderen het minst sterk gestegen: 4 procent op twee jaar.
 
West-Vlaanderen kan dé landbouwprovincie genoemd worden.  Eén derde van de Vlaamse landbouwbedrijven ligt in deze provincie.  Helaas kent West-Vlaanderen ook de hoogste vervuiling van het oppervlaktewater ten gevolge van bemesting.
 
West-Vlaanderen isniet alleen de Vlaamse landbouwprovincie, maar ook de Vlaamse kustprovincie.  Zeebrugge is de tweede belangrijkste zeehaven van Vlaanderen en zorgt voor 15 procent van de Vlaamse tonoverslag: 31,7 miljoen ton in 2004.
 
De zee is ook toerisme. West-Vlaanderen is dan ook dé Vlaamse toerismeprovincie.  Vooral dankzij de zee, maar ook het plattelandstoerisme, vooral in de Westhoek, is belangrijk geworden: 43 procent van de hoeve-en plattelandsuitbatingen ligt in West-Vlaanderen.
 
West-Vlaanderen telt het langste verkeersnet van gewest-en provinciewegen: 1.521,2 kilometer, dat is een kwart van Vlaanderen.  Niettegenstaande een daling van 32 %, ligt het doddentaantal in Vlaanderen nergens zo hoog als hier (14,5 op 100.000. inwoners t.o.v. 12,1 voor Vlaanderen).
 
Hoe is het met de West-Vlaamse woningen gesteld? 71 procent heeft een eigen woning, maar de kwaliteit is iets minder gemiddeld genomen. De prijs van de bouwgrond ligt nu rond het Vlaamse gemiddelde.

23:05 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

VERKEST BIJ DE VARKENS

Burgemeester Verkest werd nationaal beroemd dankzij de varkenspest.  En later trachtte hij ook nog iets met bejaarden te doen.  Vraag dus aan de eerste de beste politieke leek wie burgemeester Verkest is, en als het om iemand gaat die nooit met hem heeft gebouwd, dan zullen ze hem niet kennen... of ze zullen denken aan bejaardentehuizen of varkenshouderijen.  Het wat dus helemaal geen slecht idee van burgemeester Verkest om eens een kijkje te gaan nemen in zo'n varkenshouderij. 

 

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Ja, omdat er hier normaal gezien niemand binnen mag, het is hier de procedure die moet gevolgd worden…..

Verkest: Er zal daar niemand een probleem mee hebben.

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Oké, mag ik uitdelen of pak maar vast.

Burgemeester, u moet hier douchen?

Verkest: Wij moeten ons hier blijkbaar volgens de hoogste graad van sanitaire beveiliging, of hoe is de term…

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Ja, het is eigenlijk de biosecurity…

Verkest: De biosecurity.

Het is daarom dat u naar de varkens komt kijken?  Dan moet u thuis niet meer douchen.

Verkest: Wel, wij willen toch wel een keer tonen wat de hoogste standaarden zijn in de varkenskweek. Om dat het ook een heel belangrijke sector is in de gemeente. 

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Dat is inderdaad zo hé, ja.

Verkest: Dus, ik heb alles.

 

Leuk idee dat de burgemeester moet douchen, maar ik en mijn klankman, Yves De Potter, moeten dat ook doen.  En dat is geen zo'n leuk idee. Ten eerste heb ik niet aan vers ondergoed gedacht en heb ik gaten in mijn kousen, ten tweede wil ik me niet douchen om varkens te gaan bezoeken. Zij douchen zich toch ook niet als ze bij mij op bezoek komen.  Maar er is niets aan te doen.  Iets later staan we aan de andere kant.  Mijn klankman en ikzelf, en de burgemeester en zijn trawanten.  We zijn allemaal uitgedost in witte papieren pakjes en witte laarzen.  Precies kosmonauten.

Burgemeester, doet u dat zo vaak, op bezoek bij de varkens?

Verkest : Dat gebeurt, maar natuurlijk, dat is niet frequent, maar hier was het toch wel een ideale gelegenheid om een keer mee te maken hoe die modernste technieken verlopen in de kweek van onze varkentjes, de varkenssector die trouwens ook heel belangrijk is voor de gemeente, en die ook in lengte van jaren heel veel welstand heeft teweeg gebracht.

En u hebt eerst moeten douchen.  Het is erger dan dat u naar de maan gaat?

Verkest: Wel, er gelden hier standaarden die blijkbaar heel strenge voorwaarden met zich meebrengen naar hygiëne, en het spreekt voor zich dat de burgemeester die moet respecteren.

 

Eerst gaan we naar de stal van de pasgeboren biggetjes…

 

Verkest: Zoiets is schitterend hé, hé, zoiets is schitterend hé. Eerste prioriteit: eten, drinken.

Ja, hoe bent u zelf, u wilt ook altijd drinken hé.

Verkest: Dat zal waarschijnlijk in onze eerste levensdagen ook wel zo geweest zijn.

Voelt u daar nu iets bij?

Verkest: Wel, in ieder geval, iedereen zal wel enige vertedering hebben bij die heel jonge diertjes die toch al in staat zijn om voor het eigen levensbehoud te gaan en vinden wat ze zoeken. 

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Onmiddellijk op zoek naar de biest bij de zeug.  Om de antistoffen van de moeder mee te krijgen.  Dat is heel belangrijk. 

Hoeveel tepels heeft dat eigenlijk?  Want ik zie ze langs alle kanten… als ze de ene tepel beu zijn, dan gaan ze aan de andere proberen.

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Ja, maar er is toch een zekere hiërachie.  De biggetjes gaan dus elk naar een tepel die ze uitgekozen hebben hé. 

Burgemeester, hoeveel tepels heeft zo’n zeug?

Verkest: Ik kan het niet zeggen, maar ik zou bij benadering zeggen, een stuk of twaalf.

Stalmeester: Twaalf à veertien, gemiddeld.

Ah, dat schommelt, het aantal tepels.

Stalmeester : jajaja.

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: inderdaad, er zit daar variatie op.

 

In het begin van de stal zitten er biggetjes die iets groter zijn.

Dat is hier hoeveel?

Verkest: Dag drie.  Maar het zijn al veel steviger diertjes ook.

Jajajaja.

Verkest: Dat is clean hé, dat is mooi hé.

En hoelang blijven ze hier eigenlijk liggen?

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Je bedoelt bij de mama hier?

Ja.

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Dus, tussen drie à vier weken. Ah ja, zo lang.  Hé, tussen de drie à vier weken hé.

Verkest: Maar ze verhuizen uit dit lokaal… Of blijven ze hier een tijd?

Stalmeester : Neenee, de zeugen gaan in een ander lokaal, en de biggen gaan naar de biggenstal.

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: En dat wordt hier dan volledig gereinigd, dus weer proper gemaakt voor de volgende groep.

 

(Iets later in de gang) Burgemeester, dat was een ontroerend moment toch hé.  Ik heb u een traan zien wegpinken daar binnen.

Verkest: Wel, ik vond het wel lief die kleine diertjes van dag 1.

 

We gaan bij biggetjes van vier weken binnen.

Verkest: Ah, die zijn af van de …

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Dat zijn die die van de zeug afgetrokken zijn, die nu hier dus verder moeten opgroeien hé.

Verkest: Dat is het begin van het eigen bestaan eigenlijk.   Los van de moeder. Het groepsleven.  Kijk, het verschot is weg, ze worden rustig en de nieuwsgierigheid komt eraan

Dat is uw burgemeester!  Oei! Burgemeester, u bent daar nog niet echt populair hoor.  Verkest: Jamaar, ik had toch de indruk dat ze dichterbij kwamen, maar de cameraman heeft de nieuwsgierigheid verstoord.

Als u van Wingene bent, en burgemeester van Wingene, hoe vertrouwd bent u eigenlijk met het fenomeen ‘varkens’? Is dat iets waar u het bestaan van afweet of gaat dat verder

Vekest: Het gaat in ieder geval verder.  Ik word daar toch wel van op de hoogte gehouden, ten eerste zijn er heel veel mensen op de gemeente die in de sector zitten, en daarnaast wil ik mij toch ook wel zelf op de hoogte houden van wat er reilt en zeilt  in de sector en hoe de evolutie is daarin.

Varkens, dat zijn heel bange dieren, naar het schijnt hé.

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Bang niet hoor,  ze zijn zelfs, hoe zou ik zeggen, ze komen altijd terug.  Zie je ze terugkomen nu?  Ze lopen een keer weg, maar ze komen altijd terug.  Ze zijn nieuwsgierig. Er is eerst een schrikreactie, maar voor de rest, ge kunt er makkelijk eens tussen wandelen, geen probleem.

Verkest: Maar wij zien een heel goeie evolutie binnen de varkenssector, waar alle bedrijven toch wel evolueren naar voldoen aan normering die veel hoger ligt dan vroeger, waardoor heb ik de indruk, hier in de streek men ook al kan uitvoeren richting Japan en zo, en om naar het oosten te kunnen uitvoeren moet men aan heel hoge standaarden kunnen voldoen.

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF:  Vooral milieutechnisch ook.  Vooral naar die emissiestallen. Dat is hier dus een emissiestal,…

Een wie?

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Een emissiearme stal.  Dus voor amoniak te beperken voor de omgeving, dus ook interessant voor de andere mensen uit de omgeving, dat er minder amoniakuitstoot is. 

Ah, het stinkt minder tegenwoordig in Wingene.

Verkest: Ja, er is minder, er is minder reuk.  Daarnaast is er ook uitrijregelingbeperking en injectie, wat betekent dat de overlast die er vroeger wel een keer was, dat die tegenwoordig praktisch onbestaande is.

Maar ik onderbrak u.  Emissie…

Verkest: Emissiearm.  

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Ja, hier zitten we met een systeem waarbij de mest in feite op een zodanige manier opgevangen wordt dat hij niet kan uitstoten naar de oppervlakte toe.  Dus het emitterend oppervlak is beperkt.  Dus en de grote massa mest zit hier nog een keer in een dubbele put hieronder. En dat is in vlugge termen gezegd hoe dat de situatie in mekaar zit. 

Burgemeester, zou u dat durven vastnemen?

Verkest: Zo’n varkentje?  Natuurlijk

Maar die laten zich niet…

Verkest: Boh ja, dat heeft geen zin zeker?

(Krijgt er één aangereikt)  (lacht) Moet ik dat nu vastnemen, zo’n varkentje?

En?  Is dat een eerste keer? Verkest:  Wel, dat voelt een beetje aan als mijn hondje.  Ja, het heeft ook ongeveer die afmetingen.  Ja, het is een beetje dat kaliber.  Het ziet er een lief diertje uit.  Het is niet te zwaar

Hoeveel weegt dat nu ongeveer?

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Tja.  Burgemeester, schat een keer.

Verkest: O, ik zit hier aan elf kilogram.

Het heeft u graag.

Verkest : Hoe zegt u?

Het heeft u graag.

Verkest: Ah ja, maar, ik doe kik dat diertje niets verkeerd ook hé. Waarom niet?

Ik stel voor dat we het Hendrik noemen.

Verkest (lacht): Aub.

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: dank u 

Burgemeester, kijk, het is duidelijk hé, het is veel kalmer dan de rest.

Verkest: Het staat vooraan. (lacht)

U hebt een gunstige invloed op uw inwoners.

Verkest: Laat ons hopen, dat is trouwens ook altijd de bedoeling.

 Wat voor voeding krijgen die eigenlijk?

MAN VAN HET VARKENSBEDRIJF: Ja, kan ik op antwoorden. Ze hebben verschillende, allez, het zijn verschillende voeders naarmate dat ze verderen in de cyclus hé.  Want nu zitten ze eigenlijk op startermeel, dat eigenlijk gemaakt is voor biggetjes die vers van de moeder weggaan.  Het is een soort speenstarter, dan wordt dat gevolgd door een starter, dan beginmeel, dan afmestmeel, tot dat ze bij de mestvarkens zitten hé.  Meer fasen hebben zij eigenlijk dus voor de overgang.  Aangepast aan de leeftijd van de dieren.

Het ziet er wel lekker uit hé?

Verkest: Ik kan dat alleen maar bevestigen, te meer daar de toprestaurants ook terug beginnen met varkensvlees.  Zodus, dat ziet er alleen maar des te beter uit voor de sector.

Burgemeester, u krijgt al het water in de mond zie ik.

Verkest: Een lekker varkenskoteletje, dat zal ik nooit afslaan.

 

Iets later zijn we in de stal van de volwassen zeugen.  Daar zitten er een 700-tal.  Ze zitten per 15 in een box en hebben wel een klein beetje loopruimte.  Een beetje, want de meeste liggen gewoon te liggen.  De dieren laten zich makkelijk aaien.  Al hebben ze nu ook niet bepaald een zacht velletje.

 

Jaja, dat is hard hé.

Verkest: Ik had vroeger een boekentas in varkensleder.Heel stevig leder hé, varkensleder. 

Ah, vandaar u kent dat.  Maar u durft daar gewoon niet aankomen?

Verkest: Jawel,  ik heb daar juist een varkentje vast gehad.

Ja, zo een kleintje, maar dat voelt zacht aan. Maar neen, doe maar eens, ge zult verrast zijn.

Verkest: Ja maar, ik ben niet verrast, ik ken het.

Het zal u doen terugdenken aan uw boekentas.

Verkest: Gij waart blijkbaar verrast.  (klopt op de zeug).

En?

Verkest: Normaal, normaal.

U voelt meteen zo een beetje uw boekentas?  Of?

Verkest: Ja, maar er stond geen haar op mijn boekentas hé.

Maar op uw tanden!

Verkest : (lacht)

 

burgemeester en co verlaten de gangen en komen in kleedkamer…

Verkest : Ik ben blij dat ik hier een keer geweest ben, dat ik die moderne technieken eens heb meegemaakt.  Dat is wel het nieuwste van het nieuwste waarschijnlijk hier.  We kijken eigenlijk een beetje vooruit in de toekomst  

Ik hoor daarnet van één van de medewerkers dat het eigenlijk aan de groenen te danken is dat die zeugen in boxen zitten waar ze kunnen wandelen en gelijk wat. Dus ja.

Verkest: Dierenwelzijn neemt toe, dus euh, men evolueert mee in de goeie richting.

Ondanks de CD&V?

Verkest: Of mede dankzij (lacht).





17:22 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

HENDRIK VERKEST: DISCIPLINE!

Graag had ik Hendrik Verkest als mens gezien.  Dat is uiteindelijk de bedoeling van dit programma.  Maar het heeft niet mogen zijn.  Toen ik enkele maanden geleden, in de grote vakantie, een voorgesprek ging doen, hadden we het uitsluitend over de menselijke aspecten.  Hij stelde voor om eens mee te gaan wanneer hij ging fietsen met zijn vrouw Mia, ik zou mogen filmen op de trouwplechtigheid van zijn dochter, en ik zou ook zijn zoon leren kennen die in Amerika heeft gestudeerd en nu in Brussel werkt.  Maar doordat de burgemeester zo'n druk man is (provincieraadslid, voorzitter van een Resoc, en aannemer), werden de opnamen altijd maar verschoven.  Uiteindelijk hebben we vorige week gefilmd.  En was het een beetje te nemen of te laten.  Hij wist dat ik me op de mens concentreerde, maar hij selecteerde tal van activiteiten waar ik uitsluitend de burgemeester te zien kreeg.  Met andere woorden, hij heeft het me niet makkelijk gemaakt.  Zo gingen we op een bepaald moment bij de politie op bezoek die in het gemeentehuis van Wingene hokt.  Ik kan u nu al verklappen dat je deze fragmenten niet in Micro Zonder Zout te zien krijgt.  Je leest hieronder enkele uittreksels uit het gesprek dat daar plaats vond.

 

Verkest : Goeiemiddag.

Geef acht!  Is dat niet zoiets?  Als de burgemeester binnenkomt?

Politieman:  Een vriendelijke begroeting inderdaad.  Maar het militaire bij de politie, dat is een klein beetje gepasseerd. 

Verkest: En zeker nu de rijkswacht er niet meer bij hoort.  En trouwens, de wijkdienst is ook het gedeelte van de politie dat dichtst bij de burgemeester, ook dichtst in het sociale weefsel euh…  Natuurlijk, wij vinden het ook vanuit het burgerlijk bestuur, vanuit de gemeente belangrijk, dat we ook met onze wijkdienst heel nauwe contacten hebben, en dat we …

Om boetes te regelen?

Verkest: Dat wij op de hoogte blijven van wat er in de gemeente reilt en zeilt.   Wat er beter is, wat er slechter is en wat er kan verbeterd worden.

Ik zei om boetes te regelen.

Verkest: De tijd van de boetes, die is lang voorbij.  Ikzelf heb het niet meer meegemaakt.  Ik zeg het, ik ben burgemeester van in ’89 en ik heb er helemaal geen spijt van dat ik die tijd niet meer meegemaakt heb.  Want dat bracht alleen maar problemen mee.  We zien dat trouwens nog nu en dan een keer.

Politieman: Ik heb daar ook geen ervaring mee in die zin.  Maar ook de contacten met de diensten van het gemeentehuis onderling, ook met de technische diensten en dergelijke, dat lukt aardig.

 

OVER DISCIPLINE:

Verkest: Het is niet in de eerste, de eerste opdracht om vooral en uitsluitend repressief te zijn.

Ja, toch redelijk repressief?

Politieman: Indien nodig wel hé, indien nodig wel.  Als dat nodig is, dan zal dat zeker gebeuren…

Met de zweep erop zo.  Hé, burgemeester.  Discipline en gelijk wat?

Verkest: Ja, het beeld ‘matrak’ zou er nog bij horen.  De zweep is moeilijker, maar zelfs die matrak zie ik eigenlijk nooit (lacht)

Neenee, allez maar, bent u op dat vlak van de oude stempel?  Bent u voor discipline en voor orde?

Verkest: Hewel, het is soms inderdaad beter dat er binnen bepaalde lijnen geleefd wordt op een gemeente, het is ook aangenamer voor de mensen onderling dat de afspraken gekend zijn, en dat er ook vanuit de gemeente gevraagd wordt om aan bepaalde afspraken, zich aan bepaalde afspraken, aan bepaalde regels te houden. Het bevordert het vlot onderling functioneren van de mensen.

Het is een strenge hé?

Politieman: We hebben daar geen problemen mee.

 

De politieman in kwestie draagt enkele sterren op zijn schouders.  De burgemeester heeft niets.  Of toch, een speldje op zijn kraag.

 

Verkest: Dat is een speldje, dat is een speldje, van een club.

Van een club?

Verkest: Ah, ik dacht dat u naar mijn microfoon toe keek.

Neen, die ken ik ondertussen.  Maar dat ander.

Verkest: Dat is een speldje van de Rotaryclub.

Bourgeois eigenlijk hé, Rotary.

Verkest: Neen, neen, Rotary-club heeft eigenlijk het dienstbetoon, dienstbetoon als leitmotiv. Het zijn vooral werkgevers die daar euh…

De upperclass hé.

Verkest: Nogal gevarieerd, nogal gevarieerd naar de verschillende beroepen, heeft eigenlijk niets met de upperclass te maken, al de verschillende beroepen zijn daarin vertegenwoordigd.  Zoveel mogelijk gevarieerd.

Neen, het is omdat ik…  Ik dacht efkes, mijnheer heeft sterren en zo meer.  U heeft toch ook iets hé.

Verkest: Ook een sterretje, ook een sterretje. Ja, maar hij is ook, dat duidt ook op een vereniging, in dat geval is dat de politie.

Ja, u bent eigenlijk ook lid van die vereniging.  Het zou u ook niet misstaan eigenlijk.

Verkest: Ja, maar het is nu eenmaal zo dat de burgemeester geen uniform draagt van de politie.  Vroeger waren wij zelfs officier van bestuurlijke politie, maar dat is blijkbaar sedert de hervorming van de politiewet niet meer zo.

U bent geen officier meer?

Verkest: Wij zijn geen officier meer van bestuurlijke politie.  Voor ons was dat niet belangrijk.


11:18 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

28-10-05

MORGEN

Morgen ga ik samen met mijn geluidsman Karel Vandendorpe de burgemeester van Diksmuide, Geert Debaillie, volgen.  We beginnen 's morgens bij de beesten, gaan later in de voormiddag naar het stadhuis en vermoedelijk is het de bedoeling om ons daarna onder de mensen te begeven.  In ieder geval, u bent welkom om ons enige interactie te bieden.


15:16 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

VERKEST OP ZIJN BEST

Volgende week ziet u burgemeester Verkest in 'Micro Zonder Zout'.  De vier filmpjes gaan over het volgende:

1. Burgemeester Verkest rijmt op varkenspest.  Verkest werd nationaal beroemd toen zijn diertjes aan het lijden waren.  Vandaag bezoekt hij de grootste bevolkingsgroep van zijn gemeente Wingene.



Volgende week ziet u burgemeester Verkest in 'Micro Zonder Zout'.  De vier filmpjes gaan over het volgende.

1. Burgemeester Verkest rijmt op varkenspest.  Verkest werd nationaal beroemd toen zijn diertjes aan het lijden waren.  Maandag bezoekt hij de grootste bevolkingsgroep van zijn gemeente Wingene.

2. Maandag zit hij tussen de varkens, dinsdag zoekt hij het bij een andere diersoort: het politieke dier.  Burgemeester Verkest gaat als provincieraadslid naar een vergadering in het provinciehuis.  Nadien ontbijt hij met Yves Leterme en hoort eens hoe het met zijn kansen is gesteld om minister te worden.

3. Naast burgemeester, provincieraadslid en voorzitter van een RESOC, een regionaa sociaal-economisch overlegcomité, is Hendrik Verkest ook nog aannemer van een grote bouwfirma die zijn eigen naam draagt.  Bouwonderneming Verkest heeft 26 man in dienst en bouwt onze kust vol.  Hendrik Verkest bezoekt een bouwwerf en rijdt daarna naar Zwevezele om een balletje te werpen met petanqueclub 'Om Ter Dichtst'.

4. Burgemeester Verkest wil een boom planten.  Liefst een beuk.  Liefst een bos.  Maar het wordt een boom langs de berm.  Dat is goed voor de boeren, de buren en het bos.  En voor de baan en de baby's.  Milieuambtenaar Jan die denkt er het zijne van, zoals bijvoorbeeld : hier geen populier!
































08:43 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (12) |  Facebook |

27-10-05

DE FAMILIE VAN DE BURGEMEESTER

Dag madam, wie bent u?  Mevrouw Van Hille hé?

oma: Lisabeth Van Hille

Ah ja, Lisabeth, ik was het niet zeker.  En wie is dat meiske hier?

Liselotte: Liselotte!

Lieselotje. En?

Dietlinde: Dietlinde.

Hoezo?  Hoe zeg je?

Dietlinde: Dietlinde.

Dietlinde.  Burgemeester, hoe bent u daar op gekomen?

ID: Dat moet je vragen aan mijn vrouw hé.

Ah, u hebt daar geen zeggenschap in gehad?

ID: Ik heb daar geen zeggenschap in gehad, dat is waar.  Maar ik was wel akkoord. 

Ze zeggen allemaal mémé? 

Elisabeth: Joas.

Zeg, burgemeester, en zo een stoten van dochters, hebt u die zelf gemaakt eigenlijk?

ID: Ik denk van wel, ik denk van wel.

Kristine: Ik ben daar zeker van hé, dat ze van mij zijn.  Ik ben daar zeker, ja.  Maar vodder van drest.

ID: Maar ze gelijken toch fantastisch op mij.  Vind je het niet?

Ja, vooral het kapsel eigenlijk.

ID: Neen, ze gelijken meer aan u.

Ja, ze zijn misschien van mij.  Zo constant tussen de vrouwen, u hebt eigenlijk niet te veel te zeggen thuis?

ID: Boh ja, mijn verantwoordelijkheden liggen een beetje verder hier in de straat, en thuis ben ik onderdanig hé.  Ja, voor vier vrouwen wel te doen is dat heel moeilijk hé.

Kristine: Ik zeg altijd: Hij is baas op 24 en ik ben baas op 14.  Wij wonen op 14 en het stadhuis is op 24, en dus hij is baas op 24.  Dat is voldoende hé.

En dat is hier nummer?

Kristine: 14A 

 

OVER DE HONDEN:

Kristine: Hij noemt Raki hé, die hond.  Hij is dus gedoopt met Raki, dus dat is een Turkse aperitief, en hij is dus gedoopt geweest met Raki en hij noemt Raki hé.

Met drank.

Christine: Met drank, ja.

ID: Dus, al onze hondjes hebben de naam van drank.  Dat is Chablis.

Dietlinde: Mo ja, dat is toevallig hé, pa.

ID: Is dat toevallig?

En hoe heet u juist?  Jupiler?

Dietlinde: Chablis.

Ah, u bent Chablis.  En u bent?

Liselotte: Sancerre

 

DE OMA 

Ik kan er niet aan doen hé, ik bedoel, ik zeg dat niet dikwijls tegen 87-jarigen, maar ik vind u een mooie vrouw eigenlijk. Jajajaja, ge zijt aan het blozen, kijk, kijk, kijk!

Kristine: En ge hebt dan nog uw gouden collier niet aan, mémé, ge had dan nog eens uw gouden collier moeten aanhebben. 

Oma: ik heb daar niet aan gepeist. Ik kom ik van Zevenkote, en Sylvère Maes is mijn nonkeltje, was mijn nonkeltje, en zodus, ge weet van waar dat ik kom hé

 

En als vader, was het een makkelijke, een strenge?

Liselotte: Bo ja, soms. 

Soms makkelijk of soms streng?

Liselotte: Alle twee een beetje. Soms een beetje streng als het niet moet, en soms een beetje makkelijk, ook als het niet moet.  Het moest soms een keer een beetje omgekeerd zijn.

Oei burgemeester, ze is niet content.

Liselotte: Dat is niet waar.  Maar ze zijn altijd streng als je zelf niet wilt dat ze streng zijn hé.

Ah, je mocht niet genoeg uitgaan en…

Kristine: Ze hebben niets tekort gehad hé.

Liselotte: We hebben niets te kort gehad.

Kristine: Ze hebben niets te kort gehad in uitgaan hé.  En als ze niet mochten dan namen ze toch. Ja hé…

En wat vindt u ervan?  Was hij streng?

Dietlinde: Moh ja, ik vind dat niet.  Hij zei niet veel, maar als hij, de weinige keren dat hij iets zei, was het wel de moeite.

ID: Dat is zoals in de gemeenteraad.

Ah, u zegt niet veel.

ID: Ik zeg niet veel, maar als ik iets zeg, dan houdt het aan de ribben. 

Kristine: Kort en krachtig.

Ah krachtig.  Krachtig genoeg om nog een heel eind door te gaan?

ID: Hewel, we zijn afgesproken. Als ik 25 jaar burgemeester ben van Oudenburg, dan gaan wij het rustiger aanpakken.

En wanneer is dat precies?

ID: Dat is in 2013.

Pffff, ja!

ID: Dat is toch een mooi vooruitzicht hé.

Tuurlijk, tuurlijk.

ID: Een gezonde ambitie.  In 2013 gaan we genieten van hetgeen we niet genoten hebben.

Ja, en dan zullen uw dochters eens een beetje tijd krijgen, want nu, kijk, ze ontberen toch wel die affectie, die liefde die ze anders van hun ouders zouden moeten krijgen.

ID: Denkt u dat?

Jaja, ik zie toch wel een gemis.

ID: Ik denk dat ze niets ontberen tot op vandaag hoor.  Neen, integendeel. Kijk, ik geniet nu van mijn hondje terwijl ik nog burgemeester ben.

 

Kristine: ’s avonds bijvoorbeeld, als ie in zijn bed kruipt, normaal in twee minuten ligt ie om hé.  Maar als hij blijft zo op zijn rug liggen, met zijn armen onder zijn hoofd, dan weet ik dat er iets is, en ja, dan is er iets op het stadhuis, of ergens een pek onder zijn hol gehad zeker, zoals wij zeggen op zijn West-Vlaams, en maar hij gaat dat niet vertellen hé.  Maar anders, door de band is hij rustig, en altijd optimistisch. Misschien een beetje te optimistisch soms.

ID: Neenee, te optimistisch kun je nooit zijn hé.  Maar in ieder geval, je moet de juiste inschatting maken van de feiten en af en toe is er wel een keer een tegenslag hé. Ik heb meer problemen met ondankbare mensen dan met 18 uur per dag te werken hé.

Dus, hoor je het?  Een beetje dankbaar zijn hé.

ID: Maar ik heb het nu niet over mijn eigen dochters hoor, ik het het in het algemeen.  Ik heb het over mensen waar je alles voor doet en toch mistevreden zijn, en dat is een beetje die de stress zou durven doen aanwakkeren. Niet het vele werken en niet de opdrachten die soms heel moeilijk zijn.  Maar vooral de ondankbaarheid en soms de benadering van bepaalde mensen in bepaalde situaties hé.  Maar goed.  Het is onze job en dat moet je erbij nemen: de mooie momenten en de minder mooie. 

Kristine: Maar meestal als hij thuiskomt, gaat hij nooit onmiddellijk naar zijn bed.  Nooit.

En u ligt daar te wachten!

Kristine: Wachten!

Het zal voor vanavond zijn!

Kristine: Weet je wat dat ik zeg, ik wacht al dertig jaar.

Burgemeester!

ID: Het pleit in haar voordeel hé, dat zij blijft wachten voor mij. En ik heb ook geluk dat zij blijft wachten voor mij.  Dat is toch mooi.

Jaja, maar ge moet daar niet in overdrijven hé.

 

MéMé WIL 100 WORDEN

ID: Hewel zeg, mémé, dat is geen probleem. Dat is toch geen probleem voor honderd te worden.

Oma: Neen, au contrarie.  Au contrarie.

ID: En dus, dat is dan nog een schone feeste ook hé.  Honderd jaar, dat is een hele schone feeste hé.

Ja, en u mag ze dan ontvangen op het stadhuis.

ID: Absoluut, zeker en vaste, ja hé.  Ja, die ambitie heb ik nog.  Dertien jaar, dat gaat juist zijn

Maar dat komt goed uit.  Ge kunt het dan allemaal samen vieren.

ID: Allez, ik ga blijven tot mijn moeder honderd wordt.  Ik ga mijn grenzen verleggen.

En jullie hoopten dat pa binnenkort eens tijd zou hebben voor jullie.

Dietlinde: Dat zou ook raar zijn hé.

Het is dat, hij moet daar nu ook niet meer aan beginnen hé.

Dietlinde: we zijn dat nooit gewend geweest.

Jullie zijn het nu gewoon van verwaarloosd te zijn.

Geschater! 


22:32 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE JEEP VAN DE BURGEMEESTER

Zeg burgemeester, u rijdt met een jeep.  Waarom is dat eigenlijk?  U bent een halve cowboy hé?

ID: Ik ben geen halve cowboy, ik ben waarschijnlijk een hele cowboy, maar ik rij met een jeep, kijk voor de reden waar ik hier eens een demonstratie van ga geven, kijk zo, ik ben nog altijd schepen van openbare werken, en om alle plaatsen te bezoeken die moeten bezocht worden, kun je dat niet met een gewone auto doen, vandaar dat ik een jeep heb hé.

Ik had hier iegenlijk wel authentieke heirwegen verwacht.

ID: )Ja, die hebben we nu juist uitgebroken, daarvoor bent u twee weken te laat hé.  Voor die Romeinse heirwegen.  (stapt het brugje op bij de Stationsstraat) Allez, een stukje natuur in het centrum van Oudenburg.  En dat is hier dat zwaaidok hé, dat we nu gemaakt hebben, die dus herinnert aan de boten die vroeger toekwamen van het Kanaal Plassendaele-Nieuwpoort, die hier dus hun waar kwamen lossen of kwamen laden en van hieruit terug naar het kanaal gingen hé.

Ah, dat is hier de haven van Oudenburg eigenlijk?

ID: Dat is inderdaad de haven van Oudenburg, of hetgeen er inderdaad voor gemaakt is, om het bij gidsbeurten…

Ja, Zeebrugge en Antwerpen zullen mogen beginnen vrezen.

ID: Ja, maar Zeebrugge en Antwerpen zijn veel jonger dan Oudenburg uiteraard hé.  Wij hadden al een haven 2000 en langer geleden.  En zij hebben nog maar een haven van een paar honderd jaar misschien hé.

U hebt dat goed uitgebouwd! 

ID schatert
TERUG IN DE WAGEN

 Doet u dat zo veel toertjes maken in auto in Oudenburg: gewoon wat rondrijden en rondkijken?

ID: Ik doe iedere dag mijn toer in Oudenburg, en ik doe ook iedere dag al mijn openbare werken. Dus, dat is een vast stramien dat ik nooit nalaat van te doen, want als ge het dossier wilt goed begeleiden, moet je weten wat er gebeurt, en moet je ook dagdagelijks de evolutie volgen.

Ja, tuurlijk, ik doe dat ook met mijn dossiers.

ID: Dus, wij doen dat zeer stipt hoor.  Er is niets dat in Oudenburg beweegt dat ik niet weet dat het bewogen heeft hé.  Dat is inderdaad een vast gegeven.  En als ik tijdens de dag niet heb gekund, ga ik voor dat ik slapen ga, zeker nog eens gaan kijken. Maar dan ziet u niet of het beweegt?  Jawel, jawel, jawel, ik weet waar ik moet zijn om de bewegingen te kunnen vaststellen, en de bewegingen in de werkzaamheden.  En dat gaan wij altijd zeer strikt opvolgen.

 

Maar even strikt gaat hij dagelijks zijn soepje drinken in St.Auromarus in Westkerke, bij de 75-jarige Margriet.  Daar is er elke morgen verse soep.  En wil hij eens een pintje drinken, ja, dan kan hij natuurlijk altijd terecht bij zijn dochter, Dietlinde, in 't Pubtje in De Haan.


22:31 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De gevonden vrouw van Ignace Dereeper

De voorbije dagen zag u burgemeester Ignace De Reeper op de markt en in de supermarkt.  Hij kwam daarbij ontzettend veel mensen tegen.  Het was dus een hartverscheurende keuze om te bepalen wat wel zou getoond worden en wat niet.  Verschrikkelijk veel pijn deed het bijvoorbeeld om die dame te moeten knippen die de burgemeester kwam bedanken voor het verjaardagskaartje dat hij haar had opgestuurd.  Ignace Dereeper blijkt naar alle alleenstaande vrouwen een handgeschreven kaartje te versturen bij hun verjaardag.  De zus van Jan Van Rompaey had er ook in moeten zitten.  En mijn neef Geert Vandemaele, marktkramer en marktleider in Oudenburg.  Ik had hem wellicht 20 jaar niet gezien en plotseling stond hij daar voor mijn neus.  Maar hoe leuk dat ook was, geen plaats voor sentiment.  Ik volgde de burgemeester.  En het was zo dat we die rare kwibus tegenkwamen, op zijn sloffen: een zekere André.  En terwijl ik André stond te aanhoren, was de burgemeester handtekeningen aan het uitdelen aan jonge schoolmeisjes. 

 

André: Ik was inderdaad zendoverste, hoofd van de uitzendingen is de normale titel, maar in het jargon, zeiden ze allemaal, ze moesten allemaal tot bij ons komen hé, tot de grote mannen toe…

 

 

Wat bent u aan het doen burgemeester?

ID: Die mensen vragen een handtekening van mij…

Maar het is niet waar.

ID: En ik doe dat.

Ah, u bent supporter van de burgemeester eigenlijk.

ID: Veel liefs van uw burgemeester.

Wat?  Veel liefs?  Maar burgemeester!  Het zijn wel kindjes hé.

ID: Ja, maar ze gaan dat wel tonen aan de mama hé.

Ah ja, u hebt het weer op de mama gemunt.

ID: Ah ja hé

….

ID: Wie de mama mint wint de dochter hé, of is het juist omgekeerd?  Wie de dochter mint, wint de mama?   Voor mij is het hetzelfde hé, want ik hou van jonge mama’s.

André: Ge moet de moeder winnen om de dochter te kunnen beminnen

ID: Aha!  Dat is een uitspraak van een oude snoeper!

André: Met SN hé, niet met een P!  Maar je vrouw was ook van een rare familie wè.  De scamateurs hé.

ID: Ja, mijn vrouw is een scamateursdochter.  Ze zou je onmiddellijk scamateren dat je hier niet meer zijt hé.

André: Hij was bij de spoorweg, bediende, en een goeie goochelaar hé.

ID: Een echte goeie goochelaar.

André: Geen prutsventje hé.

Ja maar de burgemeester is ook geen prutsventje hé.

André: Dadde?  Nee.  Die kan ook veel doen verdwijnen hé.

ID: (Schatert!)  We gaan het hier op houden. André!  Nee, ik heb mijn vrouw gevonden en zij noemt Trouvé.

U hebt ze gevonden en ze…

ID: Noemt Trouvé, jajaja.

Maar allez!

ID: Ja, haar overgrootvader is gevonden op een trottoir in Le Havre.  In Frankrijk.  Echt waar.

En van daar Trouvé?

ID: En vandaar Trouvé.  Echt waar! Hoe dat het kan verkeren hé, zei Bredero.

Jaja, maar Bredero was dronken toen.

 


00:10 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-10-05

Oudenburg, Die Scone!

We zijn op wandel in Oudenburg, en Ignace Dereeper, de burgemeester, wordt overal begroeit en zwaait naar alles en iedereen die op 2 poten of meer loopt.  Wat zeg ik?  Ook bewegende wezens zonder poten worden begroet.  En zo komen we op het onderwerp van 'zwaaien naar de mensen'.  Voor Dereeper is het dan nog slechts een kleine sprong naar een ander onderwerp dat in Oudenburg nogal gevoelig ligt.

 

ID: Ik zwaai bijna naar iedereen, want ik zwaai liefst naar de mooiste vrouwen natuurlijk.  Maar naar al diegenen die ik ken probeer ik te zwaaien.  Zoals in Brugge.  De burgemeester van Brugge heeft daar een actie over zwaaien hé.  Wel, hij heeft dat in Oudenburg geleerd hé.  Want Brugge ging nooit bestaan hebben, hadden ze die stenen in de vierde eeuw niet gepikt van het Oudenburgse Castellum, dat zijn onze stenen, en Brugge heeft nu een burgemeester van Oudenburg, die de Bruggelingen laat zwaaien, en hij is van mijn geboortestad hé, ook een rasechte Oudenburgenaar.  Dus ze gingen geen gebouw hebben en geen burgemeester in Brugge, hadden ze Oudenburg niet gekend hé.

Dus die stenen in Brugge, dat zijn uw stenen?

ID: Al die stenen van die historische gebouwen, dat zijn al stenen dat ze gepikt hebben, anderhalve eeuw, ander euh, 1500 jaar geleden uit Oudenburg.

U zegt eigenlijk dat Brugge een volk van dieven is eigenlijk? 

ID: Ze hebben dat inderdaad beleefd gepikt ja.  Inderdaad, dat is waar.  De geschiedenis zegt dat ook op papier hé.

09:25 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De Heilige Ignace

We zijn op wandel achter het stadhuis, waar de burgemeester me eens wil tonen waar ooit één van de torens van het Romeinse Castellum stond.  Maar daar wordt hij aangeklampt door twee mensen die een afspraak met hem willen maken.  Prompt haalt hij zijn agenda boven en er wordt inderdaad een afspraak gemaakt.

 

ID: Je hebt nu gezien hé hoe dat de mensen in Oudenburg bij de burgemeester geraken.  Ze plukken hem gewoon met hun hand vast aan zijn kraag, en ze hebben hem hé, en ze lossen hem niet meer voor dat ze resultaat hebben hé.

Ah ja, gewoon zo eigenlijk (ik neem de burgemeester letterlijk bij de kraag)

ID: Ja, en vasthouden tot ze resultaat hebben. Dat is dagdagelijkse kost hé.  Dat is toch een schone job?

Dus, voor mensen die dat nog niet wisten: tips voor inwoners van Oudenburg.

Hier is één burgemeester, u neemt hem vast bij de kraag…

ID: En u houdt hem vast tot het opgelost is. (Een oud mannetje fietst voorbij.)  Kijk, hier ze, Léon van in de negentig.

Dag Leon van negentig!

ID: Leon!  Ze gaan bellen hé naar jou.  De West-Vlaamsche!  Is het goed?

Leon: lacht, knikt en fietst voorbij en roept: Het is vree goed!

ID : Ah ja.  Hé, mijnheer zegt ik moet een nieuwe gasaansluiting hebben, ik heb een nieuwe straat en een nieuwe woning, en ze hebben mijn gasbuis niet vervangen, kijk, deze namiddag wordt dat al opgelost.

Die heeft u dus ook bij uw kraag gevat?

ID: Inderdaad, vanmorgen! En binnen de vijf uur resultaat hé.  Iedere stad van Vlaanderen zou zo’n burgemeester willen gelijk ik hé.  Ge moet een beetje met jezelven boffen anders doet het niemand hé.  Het is toch zo hé?  Met al die kritische journalisten.

Bent u een beetje een stoeferke, een opschepper?

ID: Neenee, ik ben geen stoefertje.  Ik heb nog een nadeel, ik ben veel te bescheiden.

Jamaar, dat kan ik niet geloven hé.  (Tegen mijnheer die net uit zijn wagen stapt) Mijnheer, weet u wat hij zegt?  Weet wat hij zegt van zichzelf: ik ben veel te bescheiden.

Mijnheer: Kan zijn.

Fietsers (zoeven voorbij en zeggen): Zo’n brave vent.

Ik ben veel te bescheiden, zegt ie.

Fietsers: Jaja, het zou wel kunnen.

 

Ja, dus, we zullen het maar geloven zeker.  Trouwens, waarom zouden we niet alles geloven wat Ignace Dereeper tegen ons zegt?  Want de man is gezegend?  Het is een mirakel dat hij nog leeft.  Dat is tenminste wat ik kan concluderen nadat ik op stap in het kerkpark te horen heb gekregen wat hij bijna 30 jaar geleden heeft meegemaakt.

 

ID: Dat is nu natuurlijk niet voor de televisie, maar ik heb hier ooit een keer door dat dak gevallen hé. 

Ja, dat is natuurlijk niet voor de televisie, maar u hebt hier ooit door het dak gevallen?

ID: Jaja.  Neenee, ik niet hé. Had ik moeten door het dak vallen, dan was ik dood hé.  Maar mijn collega, aan dat venstertje daar, stond mijn pastoor, en ik en de kapper, te kijken ’s nachts, naar Oostende by night, naar de verlichting.  En wij bleven staan en hij zakte door. In twee seconden, twee tienden was hij gestorven natuurlijk.

En wie was dat?

ID: De pastoor. En we gaan zijn monument onmiddellijk zien.  Mijnheer Goemaere.

Allez!

ID: Ja.  Wij stonden op… Het venstertje is hoe breed?  Laat ons zeggen tachtig centimeter, wij stonden daar samen door te kijken met drie personen, de pastoor in het midden, de coiffeur rechts en ik links, hij zakte door en wij bleven staan. Ja, er waren twintig stoelen dat je niet meer kon zien dat het stoelen waren, met al die stenen die dan meegekomen zijn naar beneden.  Dus, de dalen in de vloer, van tien dik, van dertig op dertig, stonden horizontaal, vertikaal sorry op de vloer hé.

Burgemeester!  Het is een mirakel dat u hier nog bent!

ID: Het is een mirakel, ja, inderdaad.  Waarom valt die ene en die andere twee niet mee? (

En dan nog net de pastoor!

ID: Ja, de pastoor, inderdaad!  22 april 1977!

Daar bent u lang niet goed van geweest waarschijnlijk?

ID: Ik ben er nog altijd niet goed van hé.  Ha ja, dat is logisch hé, als je zoiets meemaakt.  Maar goed, laat ons over aangenamer dingen klappen Want die mijnheer pastoor is al lang in de hemel.

Ja, dat is het voordeel van die pastoor.  Het is best dat hij gevallen is.  Hij ging meteen naar de hee…

ID: Jaja, maar hij is ook bezig met mijn plaats reeds voor te bereiden ginder, dat ik daar…

Ja, als CD&V-er hebt u natuurlijk ook een handje voor hé.

ID: Ja, natuurlijk. Maar je hebt ook nog andere mensen van andere partijen die heel goeie mensen zijn hé.

Maar SP-ers gaan niet naar de hemel hé.

ID: Absoluut, absoluut, ik ga daar ook SP-vrienden zien.  Jajaja. Absoluut. Van andere politieke partijen misschien minder.  Maar van de SP gaan er ook wel in de hemel zitten.

09:18 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-10-05

De heilige dronkenlap

Naast de Romeinen en naast Ignace Dereeper zijn er nog opmerkelijke figuren in Oudenburg geweest.  Zo was er bijvoorbeeld Sint-Arnoldus.  Hij heette eigenlijk Arnulf, Arnulf van Tiegem.  Hij was een ridder die op zijn dertigste monnik werd, nadat zijn ouders waren gestorven. Zijn beeldje hangt in het kantoor van Ignace Dereeper.  De burgemeester vertelt u zelf iets meer over de man.

ID: Op een gegeven moment heerste er pest in de streek, zo wil de legende. En dat was van vuil water te drinken hé, en dan heeft de heilige Arnoldus dat water gekookt, en daar een beetje gerst aan toegevoegd, dat goed geroerd, en na het nuttigen van enkele glazen, of kruiken toen natuurlijk, zijn al die mensen genezen hé.  En daardoor is hij de patroonheilige van alle brouwers van heel de wereld.  Want hij heeft een museum in Brussel hé, Arnoldus, dus euh, en ja, hij wordt overal vereerd als de patroonheilige van de brouwers en de gematigde drinkers, zeg ik altijd, ook van de dronkaards is hij de patroonheilige natuurlijk hé.  Hij is gestorven in Oudenburg in 1087.  De plaatselijke abdij zou ontstaan zijn nadat hij zich hier met enkele monniken had gevestigd.


23:51 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

DE LATE ROEPING VAN DEREEPER

Burgemeester Ignace Dereeper is al 18 jaar burgemeester van Oudenburg.  En als het van hem afhangt zou hij het nog een tijdje willen volhouden.  Niet even lang als Notaris Bousson, die destijds 45 jaar burgemeester van Oudenburg was.  Maar toch nog wel een poosje.  Het gesprek vindt plaats in de burgemeester zijn bureau op het stadhuis.  Daar hangen alle foto's van zijn voorgangers tegen de muren.  In ieder geval, als hij Bousson nog wil inhalen, dan heeft hij nog bijna 30 jaar te gaan.  Voor een man van 59 misschien iets van het goeie te veel.

 

 ID: Wel, dertig jaar zou wel een beetje veel zijn, ik zou dat de bevolking niet willen aandoen, maar ik zou toch graag nog, ik zou heel graag mijn jubileum vieren als 25 jaar burgemeester. Dus ik heb daarvoor nog 7 jaar te gaan…

Nog 7 jaar?  In 2012 dan?

ID: 2012-2013, ja. Dat is een mooi gemiddelde.  De meeste burgemeesters blijven hier toch altijd 2 à 3 legislaturen.  Als je naar andere stadhuizen gaat in West-Vlaanderen, vind je daar rijen burgemeesters, tien, twintig, dertig soms hé.  Bij ons is dat zeer zuinig hé.  Wij houden van continuïteit in het bedrijf. 

Dat is gewoon omdat ze dan minder foto’s, minder portretten moeten ophangen.  Iedereen is hier gewoon zo gierig.

ID: Neenee, we zijn niet gierig, we zijn absoluut niet gierig, maar het is omwille van het feit, de continuïteit, als de burgemeester blijft, dan moeten ze niet opnieuw gaan herbeginnen hé, en wij proberen onze opvolgers rustig te kweken, zodat ze na 15 jaar, 18 jaar, 24 jaar rustig kunnen opvolgen, en dat zij hebben meegemaakt…

Ah, die worden eigenlijk gekweekt hier.

ID: Die worden inderdaad gekweekt.

U bent ook gekweekt?

ID: Ja, wij worden gekweekt, eerst als raadslid, dan als schepen, dan als burgemeester.

Maar allez.

ID: Jaja, absoluut.  Dat wordt mooi gepland bij ons.  De foto’s bewijzen dat.   De eerste is 45 jaar gebleven…

Was dat Bousson?

ID: Ja, Bousson, notaris Bousson, van 1830 tot 1875 hé.  Dat is de recordhouder.  Die ga ik niet kloppen.

Nee?

ID: Die ga ik niet kloppen nee.

Hoeveel jaar was het precies?

ID: 45 jaar burgemeester.  Ik ben daarvoor een beetje te laat begonnen. Ik ben ook een late roeping hé.

Ah, u wist het nog niet dat u gekweekt werd?

ID: Ja, ik wist dat wel, maar ik had nooit gedroomd dat ik dat ooit zou worden.  Maar als de bevolking dat vraagt, dan aanvaard je de opdracht en dan doe je dat toch hé.

Het was een roeping.  Ze hebben u geroepen.

ID: Het was inderdaad een roeping. Een late roeping hé.  Een ietsje te late roeping, maar allez, ik ben blij dat ik geroepen ben (lacht)

De bevolking heeft het eigenlijk maar een beetje laat beseft hoe formidabel u was?

ID: Ja, maar we komen uit een andere periode. Vroeger werd de selectie van burgemeesters op een andere manier gedaan dan dat nu gedaan wordt hé.   Nu denk ik kijkt men mee naar de toegankelijkheid, de aanspreekbaarheid, de dossierkennis, de dienstverlening, en vroeger moest je behoren tot een bepaalde familie of een bepaalde klasse om inderdaad dat aanzien te verwerven, wat nu totaal niet meer het geval is.  In mijn periode, als wij de burgemeester tegenkwamen, bijna knielden wij, en deden wij onze pet af…

Jamaar, ik ook.  Ja, waar bent u?  Ah, daar.

ID: Ook voor de dokter, ook voor de pastoor, hé, ook voor de notaris en zo, ja die tijd ligt al vele tientallen jaren achter ons, maar allez, in Oudenburg…

Het heeft toch nog zoiets zeker?  Als u ergens komt, u bent toch nog altijd mijnheer de burgemeester, neem ik aan?

ID: Ja, ik ben wel mijnheer de burgemeester, maar al die plichtplegingen horen er niet meer bij hé, en ik ben daar ook zeer gelukkig mee hé .  Want ik word even graag aangesproken met mijn mooie voornaam Ignace, als met mijn titel van burgemeester.  Trouwens, ik let daar niet op hoe ze mij aanspreken.

Ja, met uw mooie voornaam waarschijnlijk?  Ofwel burgemeester Ignace.

ID: Ja, neen, dat zeggen ze niet, het is ofwel het ene of het andere.

Hebt u een bijnaam?

ID: Dat ik het niet weet, dat ik het niet weet.

Reperke of zo?

ID: Och ja, dat zeggen ze misschien wel hé.  Terwijl ik er niet bij ben. Als ze me graag zien zeggen ze Repertje, en als ze me niet graag zien, zeggen ze Reeper.  Hé.

Ah ja.

ID: Dat zal wel zo zijn hé.

Of Jack The Reeper.

ID:  Jack, Jack, Jack, Jack.  Er was nog een andere Jack hé,  Jack the Ripper, of zo.  Jaja, dat soms misschien ook, jaja. Als ze dat zeggen achter mijn rug, dan ben ik daar niet bij hé. Niettegenstaande ik toch twee ogen heb op mijn rug ook hoor.

JAja, ik wou toch even checken wat er hier achter die rug zat.

ID: Ik luister zeer goed met mijn rug.  Ik zie wat er altijd achter mij gebeurt. Ik voel dat aan.  Ik heb speciale ellebogen.

Hoe zeggen ze dat in het West-Vlaams?  Hij heeft ogen op zijn gat?

ID:   Inderdaad, maar het is van mij ietsje hoger. (lacht)  Inderdaad, ik zie, ik voel dat aan. 

Wat zijn eigenlijk uw talenten?

ID: Mijn talenten?

Wat zijn uw grote talenten?  Waarom denkt u dat u het tot burgemeester geschopt hebt?

ID:  Goh, ik denk dat dit in de eerste plaats ligt aan mijn bereikbaarheid en aan mijn behoefte om mensen te helpen. Ik ben daardoor gepassioneerd, dag op dag, uur op uur, en waar ik kan helpen ga ik helpen. En dat is waarschijnlijk hetgeen die ertoe bijgedragen heeft dat ik uiteindelijk burgemeester ben geworden.  Want hadden ze vijf zulke gehad in Oudenburg, hadden ze waarschijnlijk allemaal in aanmerking gekomen hebben voor burgemeester, en ik mag toch zeggen dat ik één derde van de stemmen haal, dus dat wil dus zeggen dat die elementen hebben meegespeeld en niet de afkomst of de opleiding of de functie, alleen de bereikbaarheid, de dienstbaarheid,  het willen doen voor de mensen op een eenvoudige manier, zonder drempel.  Midden de mensen.

Zeg, burgemeester, en zit u daar toch niet een beetje mee in, 59, ja, dan bent u volgend jaar 60.  Dat is toch een serieuze kaap hé?

ID: Ik zit daar totaal niet mee in. Ik voel me heel goed, ik ervaar nu dat ik de jeugd aan de ervaring kan koppelen en nog beter mijn mensen kan dienen. En ik zit op die leeftijd totaal niet te denken, en ik voel uiteraard ook niets, lichamelijk of geestelijk dat in de richting gaat van: ik voel me nu zo oud.  Ik voel me, zoals ik al eerder heb gezegd, nog altijd even goed als iemand van 30.  Dus, waarom zou ik daar op denken? Trouwens, ik heb geen tijd om op zulke dingen te denken.

Begint u nog niet veel te vergeten en zo?

ID: Ik vergeet niets.

Ja, want op die leeftijd begint dat soms hé.

ID: Neenee, ik heb één groot voordeel of nadeel, als ik iets zie of iemand heb ontmoet, dan vergeet ik dat nooit meer.  Het mag dertig of veertig jaar geleden zijn.   Die blik is opgeslagen in mijn computer en ik ga die onmiddellijk terug herkennen.

U hebt een fotografisch geheugen?

ID: Men zegt dat het zo noemt, ja, maar in ieder geval het is zo.

En dan ook nog die sterke pen!

ID: (lacht). Jajaja, inderdaad, sterke pen, inderdaad.  Maar allez, ik vergeet op dat vlak totaal niets, zeker niet van ontmoetingen, van als ik mensen ontmoet.  Ik ga niet zeggen als ze vragen stellen, 20 vragen stellen op een uur dat ik best ze allemaal noteer en dat er misschien wel eentje zou kunnen ontsnappen uit het klassement.   Maar met een korte constructie op papier kan ik subiet alles herinneren.  Als iemand vraagt: ik heb een toelage nodig van dat of dat of dat.  Als ik daar het woordje ‘toelage’ zet, dan ga ik het ganse verhaal er wel bij herinneren hoor. Met één stopwoordje heb ik genoeg om een gans verhaal te schrijven.

En dat voor een man van 59.

ID: Ik voel me dertig.  Het gaat toch o zo rap hé. Ik was vroeger één van de jongste schepenen en burgemeesters.  En allez, ik ben nog niet van de oudste hé.  Ik ontmoet er nog heel wat die veel ouder zijn dan ikzelf hé.

Die tegen de muur was ook ouder.  Wie is dat? 

ID: Jozef Van Loo 1880 – 1907.  Dat was dus de man die voorliep op het vlak van milieubeleid hé.  Hij deed in ‘slunsen en benen’.  Dat was de ophaal van de afval van de mensen.  Kijk, in Oudenburg was dat honderd jaar geleden al in hé.   Daar waar nu OVAM en hoe noemt dat daar allemaal, al die reglementeringen voor het milieu, pas hier in heel Vlaanderen ingevoerd worden de laatste twintig jaar, VLAREM, OVAM en al die dingen meer, bij ons was dat honderd jaar geleden al sterk gereglementeerd in Oudenburg.

U zei: allemaal notabelen, notarissen en adel…

ID: Pas op, dat was hij niet hé.  Dat was zijn personeel die dat deed hé.  Ah ja, die man had waarschijnlijk twintig mensen in dienst die dat deden. Hij was een voornaam zakenman hier in Oudenburg.  Maar zijn specialiteit was afval ophalen.  Jaja, dat was… dat was een heel, heel verstandig persoon, hier in Oudenburg.

Een man met een reukje aan.

ID: Jaja, het was waarschijnlijk wel meerdere reukjes. Van konijnenvellen, afval, kleren, metalen, alle soorten kleuren, alle soorten geuren, en hij heeft daarmee heel goed zijn boterham verdiend.  Trouwens, zijn nazaten wonen nog altijd in Oudenburg, en hebben nog altijd een bloeiend bedrijf tot voor kort, want nu zijn ze op pensioen sinds enkele maanden.

En lijken ze erop?

ID: Euh, ik zou het niet onmiddellijk, nee, neen, nee.

Allez, eerlijk gezegd, ik hoop voor hen…

ID: Die man had ook een liefhebbende vrouw en was ook bemind, die moet er misschien ook wel goed uitgezien hebben op een bepaald moment hé.  Trouwens, oogst is koop. Moesten wij allemaal verliefd worden op dezelfde vrouw, zou dat toch zeer jammer zijn voor dat meiske, hé.

Het zou nogal werk hebben.

ID: En minder mooie vrouwen worden toch ook graag bemind hé.

En die hebben misschien meer liefde te geven.

ID: Ik kan daar niet van spreken natuurlijk hé, ik heb dat allemaal van horen zeggen hé.

 

Burgemeester Dereeper is gelukkig voor hem veel mooier dan Jozef Van Loo.  En als die lelijke Van Loo 27 jaar kon zetelen, dan kan ook Ignace Dereeper minstens even lang burgemeester zijn van zijn stad.  Stad?  Is Oudenburg dan een stad?   

ID: Tuurlijk is het een stad.  Wij waren al stad toen Oostende nog allemaal water was.  Oostende kwam tot hier.  U staat met uw voeten in het water, en ik sta nu juist een klein beetje buiten het water, ik sta op de oever van de vroegere grens tussen het water en de zee.

Allez, ik wou net vragen: burgemeester hebt u geen droge broek?

ID: Maar in ieder geval, Oudenburg was vroeger de stad aan zee hé, en Oostende, Bredene, Middelkerke, dat zijn allemaal steden die nu misschien vijfhonderd tot achthonderd jaar oud zijn. Wij zijn tweeduizend, drieduizend jaar oud hé.

O, eigenlijk kleine amateurkes…

ID: Goh ja, die mensen,…  Trouwens, als de aarde een halve graad opwarmt, komt de zee terug tot aan Oudenburg, en dat zijn allemaal bootvluchtelingen, die van Oostende (lacht), Middelkerke en Bredene afkomen.  Die mensen zijn maar een kort leven beschoren. (Lacht)

Dus ik zou nu best een lapje grond kopen hier?

ID: Jaja, mensen met smaak bouwen en kopen in Oudenburg.

 

Oudenburg heeft niet alleen de Romeinen om trots op te zijn, er is ook de patroonheilige van de brouwers, de zatlappen en al wie wel eens drinkt: de heilige Arnoldus, genoemd naar een man die uit Oudenburg kwam.

ID: Sint-Arnoldus, die is hier in de elfde eeuw abt geweest van onze abdij hé.  En zijn naam is dus wereldberoemd als de patroonheilige van het bier en van de brouwers hé.

Maar eigenlijk alles is in Oudenburg begonnen.

ID: Niet alles, maar toch zeer veel hoor.  Hé, want als wij nu een spadesteek doen in de grond, hebben wij zonder twijfel een Romeinse soldaat mee hé.

Burgemeester, waar is die spade?

ID: Jaja, goed, we kunnen subiets een keer een paar sites gaan bezoeken hé waar die Romeinen bij honderden zijn bovengehaald hé.  Ik denk dat er nu al een paar duizend zijn opgegraven in de laatste dertig, veertig jaar in Oudenburg.

Ik zal wel op mijn tenen lopen anders.

ID: Ik zal eens eentje tonen misschien.  We hebben er eentje liggen dat opgegraven is met zijn hondje.  Zijn hondje ligt erbij en die vent ligt daar ook.  We hebben dat allemaal in stock hé.  Duizenden stukken. We hebben juist een opgraving gedaan in de Weststraat, voor een grootwarenhuis.  Wij hebben ongeveer een 15000 projecten gevonden.  Natuurlijk ook zeer veel munten, maar ook fresco's en Romeinse soldaten.  En een systeem van chauffage van twee eeuwen oud.   Waterleidingen en dergelijke, dat bestond toen ook allemaal.  Weliswaar heel anders dan nu, maar toch.

Van twee eeuwen?  Van twintig eeuwen oud?

ID: Twintig eeuwen uiteraard.  Wat zeg ik nu?

Twee millenia.

ID: Jaja, inderdaad. Derde, vierde eeuw hé, was Oudenburg een zeer bloeiende stad hé.  Met een legerbezetting van twee à drieduizend man hé.  Die heel het vasteland beschermden hé.  Voor de vijand die van over het water kwam hé.  Wij waren de voorpost, de stad aan zee.

Jajaja.  En al die hoogbouw, dat stond toen eigenlijk hier.  Dat waren hier toen allemaal appartementen?

ID: Dat waren hier allemaal castellums hé.  Jajaja, castellums.  We gaan dan eentje gaan bekijken, een castellum.   We hebben er wel een paar staan in miniatuur hé.  In goud en in brons hé.  Ja, we kunnen een keer wandelen tot aan het kerkpark hé

20:10 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

VOOR AL UW LIEFDESBRIEVEN: IGNACE DEREEPER

De burgemeester van Oudenburg is een man van 12 stielen, 13 gelukken.  Want voor hij burgemeester was, heeft hij een beetje van alles gedaan.  Hij werkte in een Opel-garage, werkte jaren bij Jetair, zat aan de balie bij de CM en was zelfs een tijdje journalist voor de regionale bladzijden van het Nieuwsblad.  De man heeft naar eigen zeggen een zeer goeie pen.

 

ID: Ik heb een zeer goeie pen hé (lacht).

Dat komt waarschijnlijk heel dikwijls van pas, bij speeches en zo.  Of schrijft u die niet uit?

ID: Jaja, ik schrijf die allemaal persoonlijk, jajaja.  Ik heb een heel goeie pen, Waterman (lacht), jajaja.

Ah, u bent gesponsord.

ID: Neenee, ik heb ook andere Bic’s en zo ja. 

Maarja, inderdaad, zoiets heb je van nature hé.  Dus u bent vlot met woorden.  Ja, ik merk dat zo ook wel hé

ID: Ja, maar het is niet omdat je vlot met de woorden zijt, dat je vlot zijt met de pen hé.  Er is nog wel een verschil hé. Je hebt mensen die goed kunnen speechen en minder goed kunnen schrijven en omgedraaid toch ook een beetje

En u kunt het eigenlijk allebei?

ID: Goh, neen.  Ik ben beter met de pen dan met de mond.

Serieus?  Nog beter?

ID: Jaja, beter met de pen dan met de mond, jawel.

Ja, ik vond je wel goed met de mond ook hé.

ID: Maar ik voel, allez, ik lijd daar niet onder hé dat ik een beetje minder ben met de mond dan met de pen.

Dan moet u fantastisch zijn met de pen toch.

ID: Ja, moest u een liefdesbrief krijgen van mij, bent u gesmolten binnen de minuut hé

Serieus?

ID: Ja, maar ik ga geen schrijven naar u hé.

 


15:31 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

LISELOTTE DEREEPER VERJAART

Wie in de loop van de week de dochters van de burgemeester zal zien, zal ongetwijfeld meer willen weten over het nageslacht van de burgervader van Oudenburg.  Wij ook, en dus gingen we op zoek.  Blijkt dat er een geslachtsboom op het net te vinden is waarin het gezin van Ignace Dereeper vermeld staat.  Zijn vrouw heet officieel Kristina Trouvé, en zijn dochter Liselotte is deze week jarig.  Ze is geboren op 26 oktober 1974.  Haar zus Dietlinde is vier jaar jonger, zo blijkt.  Dietlinde is van juni 1978. Dietlinde baat een café uit in De Haan, 't Pubtje, heet het.  Liselotte werkt dan weer bij de Vlaamse gemeenschap.  Beide dochters zouden nog beschikbaar zijn.

09:12 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-10-05

IGNACE DEREEPER GEEFT ALLES WEG

Het kantoor van de burgemeester is niet bepaald ruim.  Blijkbaar is er niet veel ruimte in het stadhuis voorhanden.  En veel licht is er ook al niet.  Vandaar dat ik meteen vraag of er wat licht kan gemaakt worden, van zodra ik zijn hokje betreed.  En ik krijg inderdaad een 'beetje' licht.

 

Is er hier een beetje licht want ik vind het hier nogal donker.  (knipt licht aan) Ah, dat is beter hé.

ID: Er zijn er een paar uitgedraaid omwille van de besparingen hé.

Ah ja?  Gaat het slecht in euh…?

ID: Neenee, het gaat niet slecht, maar wij moeten hele dagen aan energiebesparing doen, en de burgemeester moet het voorbeeld geven, dus ik draai drie lampjes uit. Dus, ik kan even goed werken…

Ja, dat zal een heel verschil maken voor…

ID: Ja,als iedereen drie lampjes uitdraait op twaalf, is dat dus 25 % winst hé.

Ja, dat klopt.  Twaalf gedeeld door 3.

ID: En dat heeft niets te maken met geld, dat heeft iets te maken met het milieu hé.

Ah, u bent niet gierig, u bent milieubewust.

ID: Milieubewust en tegelijkertijd is het dan inderdaad een stukje spaarzaamheid. Maar uiteindelijk is het voor het milieu.

En bent u gierig ook?

ID: Ik ben… Mijn vrouw zegt dat ik allesbehalve gierig ben.  En dat is ook zo.  Ik zou het al weggeven wat dat ik heb.  Echt waar.  Maar ik heb nu niets bij natuurlijk hé.  Dat is ook waar.  Ik zou alles weggeven dat ik heb.

Serieus?

ID: Ja, dat is een aangeboren afwijking dat je ook niet kunt laten genezen.  En vandaar dat mijn vrouw niet alleenlijk op kledijvlak de baas is, maar ook op gebied van de portemonnee.  Thuis hé.

Dus het is goed mogelijk dat u vanavond zonder kleren thuiskomt?

ID: (lacht).  Neenee, dat gebeurt niet, neenee. Neenee, absoluut niet, neenee.

Ik zou toch die rode das weggeven.  Dat is van de socialisten hé.  U staat er voorbeeldig mee hoor, maar…

ID: Soms wordt het ook uitgelegd dat ik respect toon voor mijn coalitiepartner en dat is de Spa, en daardoor respecteren ze mijn kledij als ik ook eens uiting geef aan mijn solidariteit en verdraagzaamheid ten opzichte van mijn partner in het beleid.


23:10 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Een pintje voor zijn 59ste verjaardag!

Zeg, Ignace, nu je het zegt, dat is eigenlijk ook niet echt een gewone naam hé.

ID: Wah, gewone naam, ik kom er zeer veel tegen, veel meer dan dat ik verwacht had.  Hoe noem ik Ignace?  Mijn moeder was een huishoudster bij een notariskantoor in Leffinge.  En daar kochten ze een kindje dat ze Ignace noemden, en ze vond dat zo danig mooi dat ze zegde – toen was ze nog jong natuurlijk – : als ik ooit een keer een zoontje koop, dat zal ook Ignace zijn, en ik noem Ignace omwille van die reden hé.  Maar ik ben blij met mijn voornaam.  Het is ook om te lachen hé natuurlijk.  Als je op Fernandel denkt, en zijn film over Ignace was iets om gelukkig over te zijn, en om je een keer echt te ontspannen.

Hoe oud bent u eigenlijk?

ID: Ik ben zopas verjaard, ik ben nu 59 jaar.

59?

ID: Inderdaad ja.

Zopas zo eigenlijk?

ID: En ik voel mij 30

Allez ja, proficiat hé zeg.

ID: Merci, we gaan dan één drinken.

En u voelt zich dertig?

ID: Ik voel me 30 ja.

Serieus?

ID: Jawel, absoluut.

Volgend jaar bent u dan wel, 60!

ID: Ja, wel ja, als je gezond blijft, en al de rest komt vanzelf dan natuurlijk.  Als je natuurlijk ziek bent,… iemand die 40 is en ziek is of iemand die 70 is en ziek is, dat is allemaal hetzelfde hé.  Maar ik voel me echt goed.

En wat doet u eigenlijk om zo gezond te blijven?

ID: Goh, klein beetje zelfdiscipline.  Proberen de nodige uren te slapen, een beetje gezond eten en niet te veel dingen doen die niet gezond zijn hé.  Bijvoorbeeld niet te veel roken, niet te veel geen alcohol drinken, hé.

Niet te veel GEEN alcohol? Dus veel alcohol?

ID: Neenee, niet veel alcohol, ja.  Maar ik heb daar geen problemen mee hoor.  Ik kan goed doseren, zeer goed.  Ik ga nergens, zelden over de schreef.  Op het gebied van drank.  Dagdagelijks met de auto rijden.  En wij zijn kleine burgemeestertjes van een klein stadje, en wij moeten altijd zelf rijden hé, terwijl die andere burgemeesters van die grote steden en die nummers die je daar noemt hebben, hé, die mensen worden gevoerd hé, en mogen op de achterbank rusten.  Maar wij moeten allemaal zelf rijden hé.

En zij kunnen zich rusten bezatten waar ze komen, en u…

ID: Of ze dat doen, dat weet ik niet, maar in ieder geval, zij zouden dat kunnen.  Maar ik kan dat niet.  Ik ben een voorbeeld en ik moet achter het stuur plaatsnemen en ik moet ervoor zorgen dat als ik achter het stuur zit, dat ik clean ben hé.  Maar dat kan ook geen probleem zijn.

Ja, maar mensen verwachten toch dat als de burgemeester ergens komt, dat hij eens een pintje meedrinkt.

ID: Maar de burgemeester van Oudenburg drinkt een pintje mee.  Ik drink zelfs niet graag water.  Maar tussen één pintje meedrinken en een bakje, is er wel een hemelsbreed verschil hé.

Ja, maar ALLE mensen hebben wel graag dat hun burgemeester een pintje meedrinkt met hen.

ID: Ja, maar overal waar ik kom , drink ik wel een pintje mee, maar dan eentje.

Maar u komt ook op veel plaatsen.

ID: Ja, ik kom op zeer veel plaatsen hé. Een weekend is rap tien, vijftien plaatsen hé.

Dus dat zijn tien, vijftien pintjes.

ID: Ja, gespreid over drie dagen hé: vrijdag, zaterdag, zondag.

Ah, overal eentje eigenlijk?

ID: Overal eentje.

Ja, dat is een karaktermens hé.

ID: Tuurlijk.

Ah, u bent een karaktermens!

ID:Toch een klein beetje hé.   Als je geen karakter hebt, kun je die job niet doen hé.  Dan kom je iedere dag in de verleiding hé.  Is het niet voor het één, het is voor het andere. Ja, wij spelen dagdagelijks op het podium, dus wij moeten toch een stukje een voorbeeldfunctie demonstreren hé. 

Ah, u staat elke dag op het podium?  U bent eigenlijk een beetje een showman dus?

ID: Neenee, ik ben geen showman.

Maar jawel.

ID:  Maar het stadhuis en de markt is inderdaad het centrum van Oudenburg, of het centrum van gelijk welk andere gemeente, en als je daar een functie hebt, moet je dat inderdaad een beetje fatsoenlijk doen.  Of proberen fatsoenlijk te doen.  Elke vogel zingt zoals hij gebekt is, elk heeft zijn stijl, maar allez, ik moet dat toch een keer proberen zo voorbeeldig mogelijk te doen hé

ID : Bij ons zegt men dat de drempel tot de burgemeester veel te laag is.  In andere steden zegt men dat de drempel tot de burgemeester veel te hoog is.  Ik ben inderdaad praktisch 24 uren op 24 uren bereikbaar, en als ze me nodig hebben…

En altijd benaderbaar eigenlijk?

ID: En altijd benaderbaar ook, absoluut.

Ik zie het.

ID: Binnen de 10 minuten ben ik waar ik moet zijn als er iets is.  Maar uiteindelijk, als je dat graag doet, is dat geen last, en als je dat niet graag doet is dat wel een last hé.  En dan doe je dat ook niet hé.  En zoveel kleuren van plastrons er zijn, zoveel karakters van burgemeesters zijn er hé.  Dus, je kunt de ene met de andere niet vergelijken hé


21:12 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE WEDDE VAN DE BURGEMEESTER VAN OUDENBURG

ID: Ofwel moet je het graag doen, en als je het niet graag doet, kun je het niet doen hé. Wij werken toch ongeveer vijftien uur per dag, zes à zeven dagen per week, ja, wij moeten niet klagen hé.  Als wij 75 uur, in extreme weken soms een keer 90 uur per week bezig zijn met die burgemeesterjob, goed, wij moeten onszelf niet beklagen, wij doen het zeer graag.

En dat alles voor 170.000. frank per maand?

ID: Neenee, 170.000. frank, je mag dat delen door drie, waarschijnlijk

Euh, wacht even: 170.000. gedeeld door drie. 57.000. 

ID: Ja, natuurlijk, een burgemeester en een burgemeester zijn twee burgemeesters, maar ja, die weddes zijn natuurlijk enorm verschillend hé. Een burgemeester van 9000 inwoners, zoals ik, en een burgemeester van een ander dorp dat ook 9000 inwoners heeft, maar hij heeft honderd-of tweehonderdduizend toeristen in het zomerseizoen, dan is zijn wedde het drievoudige van mij, en dan is dat bedrag misschien wel juist.  Maar allez, ik heb ook die job gedaan, 12 jaar eerste schepen en 12 jaar burgemeester, voor nul frank.  En als ze morgen die wedde afschaffen, ga ik ook burgemeester blijven hé.  Ik doe die job gepassioneerd en zeer graag, dat heeft niets met geld te maken hé.

Jaja, maar u moet toch leven burgemeester, komaan!

ID: Ja, ik leef van de liefde natuurlijk hé.

Jamaar, u bent er nooit.  Waar krijgt u dan al die liefde?

Ah ja, liefde op straat en…

ID: Ik hou van de kwaliteit, en niet van de kwantiteit.

Mensen gooien u hun liefde toe eigenlijk?

ID: Inderdaad. Ik ben dagdagelijks liefdevol bezig.

U wordt eigenlijk bemind door alle mensen van Oudenburg?

ID: Allemaal is natuurlijk wel een beetje veel gezegd, maar ik mag niet klagen hé.  Ik mag toch zeggen dat ongeveer één derde van de stad me zeer graag ziet hé, van de bewoners.  Uiteraard hé.  En ik mag daar niet over klagen hé.

En de liefde van uw leven. Kan zij eigenlijk een beetje op u rekenen in het gezin?

ID: Altijd. Ik ben haar taxichauffeur, en ik voer haar altijd waar zij wil.

Ah, u bent ook taxichauffeur?

ID: Jawel.  Speciaal voor mijn vrouw hé.

Ah, enkel voor uw vrouw.  Dus, we moeten niet zeggen, ik moet efkes naar daar…

ID: Jaja, dat doe ik ook.  Dat doe ik ook hé.  Wie zegt: ik zou vandaag eens naar Oostende moeten gevoerd worden, dat doe ik ook hé.

Serieus?

ID: Tuurlijk.  Of ik sta in panne in Ingelmunster…

Taxidienst Dereeper eigenlijk?

ID: Neeneen. Taxidienst?  Neenee, dat zijn voor mijn vrienden en voor mijn stadsgenoten  Als er nu eentje in panne staat in De Panne, en die zegt: ‘Burgemeester, ik heb problemen, ik kan niemand meer bereiken, zou je gij dat doen voor mij?’, ik spring in mijn auto en ik ga die mensen gaan halen hé. Ieder burgemeester zou dat trouwens doen hé. Tuurlijk. Allez, zondagvoormiddag, om een voorbeeldje te geven, een lieve dame uit de Marktstraat zegt: ‘Burgemeester, mijn poes zit in uw museum, die zit er al veertien dagen, ik heb hem nu eindelijk gevonden.  Zou u het museum kunnen openen en mijn poes daar uit halen,want hij gaat sterven van de honger?  Hewel, ik heb die poes, euh, die deur gaan openen en intussentijd was die poes verdwenen, ik ben nog een paar keer terug moeten gaan die dag, om uiteraard die deur te openen en om die poes te helpen vangen en terug te geven aan de eigenaar.  Ja, een burgemeester van Oostende, of van Antwerpen of van Brugge, kan dat uiteraard niet doen hé.   Maar wij in Oudenburg staan dicht bij de mensen en alle opdrachten die ons opgedragen worden, proberen wij tot een goed einde te brengen hé.

En wat hebt u gezegd: mevrouw, u moet beter op uw poes letten?

ID: Neeneeneenee, die dame heeft daar ook geen schuld aan hé.  Die poes is inderdaad ergens, waarschijnlijk omwille van één of andere muis waarschijnlijk de situatie gevolgd tot in het abtsgebouw en hij had de weg vergeten.  Die vrouw kan daar moeilijk iets aan doen natuurlijk.

Arme poes.

ID: Maar die poes is terug zeer gelukkig hé.

En u ook waarschijnlijk.

ID: Ik ook, uiteraard, want als ik een gelukkig mens zie, ben ik ook gelukkig.

 


18:04 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-10-05

BURGEMEESTER DEREEPER WERVELT DOORHEEN ZIJN OUDENBURG

1.Burgemeester Ignace Dereeper heeft het over het glorierijke verleden van Oudenburg, toont de kerk waar hij het voorwerp van een mirakel is geweest.  Jawel.  Een mirakel.  Hij vertelt het u zelf.  En hij verklapt u ook waarom de Bruggelingen dieven zijn.  Alle stenen waarmee Brugge gebouwd is, zijn stenen van het Romeinse Castellum in Oudenburg.  Overweegt Ignace Dereeper om die stenen terug te eisen of gunt hij Brugge het huidige succes?  U ziet het in Micro Zonder Zout.

2. Burgemeester Ignace Dereeper bezoekt de markt van Oudenburg en proeft er bananen, pannenkoeken en bloedworst.  Hij stelt ons voor aan de zus van Jan Van Rompaey, die al 25 jaar in Oudenburg woont, en aan André, de voormalige zendoverste van de BRT.  Die woont ook in Oudenburg.  André herinnert zich nog de vader van de vrouw van de burgemeester.  Dat was een goochelaar.  De vrouw van de burgemeester heet Trouvé, omdat één van haar voorouders als vondeling werd aangetroffen in Le Havre.

3. De burgemeester gaat vandaag naar de supermarkt.  Hij is op zoek naar vrouwen voor zijn kieslijst.  Want bij de volgende verkiezingen moeten de lijsten voor de helft uit vrouwen bestaan.  Gelukkig schiet hij goed op met de vrouwen.  Hij heeft er thuis zelf vier, en het is hem aan te zien.  Hij is meer dan vlot in de omgang met de vrouwen.  Eenmaal buiten moet hij handtekeningen uitdelen.
 
4. De burgemeester stelt zijn moeder voor, Elisabeth Van Hille.  Ze is 87, woont naast de burgemeester en mocht nonkel zeggen tegen Sylvère Maes.  We leren ook de andere dames uit zijn leven kennen: Christine Trouvé, zijn echtgenote, en Lieselot en Dietlinde, zijn dochters.  En dan zijn er nog zijn hondjes, Raki en Chablis. Maar de burgemeester heeft nog werk te doen.  Openbare werken behoort tot zijn bevoegdheden en hij moet de werken in de Stationsstraat gaan inspecteren.  Waarna het tijd is voor het dagelijkse soepje in Café St.Auromarus in Westkerke, waar de 75-jarige Margriet iedereen laat snuiven van haar doos.
 



10:37 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-10-05

HET GEZIN DECAVELE

Burgemeester, dat is hier je eigen kroost eigenlijk?

Burgemeester: Dat is mijn kroost, en ik ben daar preuts op hé.

Ja, en terecht hé.

Burgemeester: Ik vind dat ik er mag preuts op zijn.  Twee dochters en een flinke zoon, en ondertussen ook al twee kleinkindjes, Aaron en Dahlia.  We zijn wreed content dat we het al zover gebracht hebben.

Ja, en wat is er van geworden, van die kinderen?  Een beetje deftig of euh…?

Burgemeester:  Dat is nog redelijk meegevallen.  Wij hebben ons best gedaan en…

Ze zijn niet van Harelbeke misschien?

Moeder: Hij lacht altijd met Harelbeke.

Burgemeester: Ja, hij lacht altijd met Harelbeke

Dat heeft toch de naam hé.

Inge: De naam?  Voor wat de naam?

Björn: Dertig jaar geleden misschien.

Sofie: Van waar bent u mijnheer?

Kortrijk hé.

Sofie: En wat zeggen ze daarvan? 

Dikke nekken hé.

Inge: Dat is van voor mijn pa zijn tijd hé, die slechte faam.

Burgemeester: Dat is al lang geleden hé dat Harelbeke een beetje een naam had.   Maar we werken daaraan.  Natuurlijk, wanneer dat je iets bereikt, en dat je gasten hebt die een beetje een ander niveau bereiken, die gaan dan inderdaad weg van Harelbeke.

Ah ja.  Ah, ze gaan weg?

Burgemeester: Maar dat heeft daar niets mee te maken, denk ik.  Iedereen heeft zijn eigen roeping, en zijn opdracht en zijn eigen verantwoordelijkheid in zijn eigen leven uiteindelijk. En mijn dochter Inge woont in Ruien, is regentes ondertussen, Björn is verhuisd naar Leuven, heeft daar in de omgeving van Leuven of Brussel zijn werk…

Ja, ik hoor het aan zijn accent.

Burgemeester: En Sophie, die is nog op hotel in Harelbeke.

Ah, dat is die waarvan je zei: ik zou die graag buiten krijgen, maar dat lukt niet.

Sofie: Bij deze, staat genoteerd.  Staat genoteerd.

Burgemeester: Ik bedoel alleen maar dat we wreed gelukkig zijn hé.  Dat we een schone menage hebben en dat we ook chance gehad hebben met ons jongens hé.  Want ge kweekt, ge probeert dat altijd op een goeie manier te doen, maar dat geeft geen enkele garantie naar de toekomst.  Maar daarin zijn we echt gezegend geweest, en we zijn wreed content daarover.

Was het eigenlijk een strenge vader?

Sofie: Het was een goeie vader.

Jamaar, dat vroeg ik niet.  Was het een strenge vader?

Sofie: Als het nodig was.

Dus de vraag was: Was het een strenge vader?

Sophie: Rechtvaardig streng. 

Inge: Altijd rustig, nooit de stem verheffen, maar we wisten waar we het hadden hé  Die zei zo en zo.  Altijd heel rustig.  Allez, ik herinner pa zeker niet als iemand die zou roepen of allez, woedend worden.  Nooit. Altijd even kalm, altijd rustig, en dan wisten wij wel waar we aan toe waren. 

Burgemeester: Het was ook nooit echt nodig hé.  Dat is ook een groot verschil hé. 

Ik vind niet dat ze er zo voorbeeldig uitzien, anders.

Burgemeester: Dat is een beetje zoals bij u hé.  Dat kan uitgroeien. 

En bij de studiekeuze en zo, was het een makkelijk man.  Of was het echt zo van…?

Sofie: Het was een zeer makkelijk man.  Want dat is iets dat ik zeer respecteer, we hebben altijd mogen ons eigen beslissingen nemen.  En ze hebben ons daar altijd volledig in gesteund. Dus, we hebben altijd mogen doen wat we wilden.  Dus dat is ook wel iets… 

Björn: van studiekeuze.  Dat was niet volledig het antwoord, (gelach) maar inderdaad, van studiekeuze. Mochten we altijd doen wat we wilden.

Maar, maar… op andere vlakken.

Björn: Ja, ge moogt niet altijd doen wat je wilt hé.  Er zijn nog altijd regels die je moet respecteren, dus.

Burgemeester: Ja, het is best dat je duidelijk bent met hem.

Maar anderzijds, hij was er gewoon niet veel, dus…

Sofie: Het is nog zo hé, hij is constant onderweg, constant weg.  Voor zijn werk, voor de politiek.  Maar ik denk, als je daarvoor kiest, als ge het goed wilt doen, dat ge het ook zo moet doen.

Björn: Het is niet omdat je niet fysiek aanwezig zijt, dat je niet aanwezig kunt zijn in een huis.   Uiteindelijk, ge weet dat hij er is, en al ziet ge hem niet elke dag misschien, en al ziet ge hem niet elke dag, of elke avond, ge weet dat hij er toch wel is, en dat hij er achter staat.

Inge: Ja. Maar dat geluk heeft hij ook gehad, het gaat wel over pa, maar ma was er alle dagen hé.

Björn: Dat is waar.

Inge: Dat vind ik toch hé.

Jullie zijn vooral opgevoed door jullie moeder eigenlijk?

Inge: Eigenlijk wel.

Mevrouw: Maar dat is ook geluk hé.  Als je mijn jongens ziet, we mogen niet klagen hé.

Burgemeester: Nee.

Inge: Pa was veel weg, maar iedere keer als we thuiskwamen, was ma er hé.  Dus we hebben dat ook veel, dat dat ook een keer mag gezegd worden dat er achter zo’n persoon wel een sterke vrouw moet staan Ik vind dat ook niet evident, want mama is veel alleen, is altijd veel alleen geweest, en nog altijd.

Sofie: Maar ja, ze is vele mee ook hé.

Mevrouw: Ik ben nog vele mee op draai hé.

Inge: Ja, nu, maar als we kleiner waren, kon ze niet mee altijd.

Björn: Vroeger was ze er voor ons, voila.

Maar allez, ge moet hier geen ruzie beginnen maken.

(Gelach)

Sofie: Discussie heet men dat.

Björn: Dat is constructief.

En op politiek vlak, zijn jullie het altijd eens geweest met hem ?

Björn: Ik wel alleszins, ja.

Inge: Wij allemaal.

Björn: En de rest wel denk ik hé.

Inge:  Wij hebben pa altijd gesteund.  Als het nodig was, we reden ook mee in de stoet.  Als er een discussie…

Sofie: Een affiche op de auto…

Inge: Als er een discussie was, dan heb ik hem altijd verdedigd.

Hebt u hem vaak moeten verdedigen?

Inge: Niet vaak, maar als het nodig was, dan kwam ik er wel serieus voor op.  Omdat ik weet dat hij altijd… Allez, mijn pa vind ik echt een sereen iemand, een rechtvaardig iemand die voor iedereen goed wil doen, dat lukt niet altijd…  Maar mensen die hem zomaar blameren of doen, dat heb ik nooit kunnen…

En gebeurt dat dan zo dikwijls?

Inge: Goh, ge kunt nooit voor iedereen goed doen hé. Er zijn er altijd die vinden dat ze het beter weten of denken dat ze het beter kunnen. Het kleinste dingetje dat er is, wat doen ze?  Niemand heeft niets liever dan andermans vuile was buiten te hangen en noem maar op.

Ah, er werd over jullie geroddeld ook en zo?

Sofie: Och, dat viel best mee, denk ik.

Björn : Daar heb ik nooit last van gehad.

Inge: Ja, vuile was.  Het is weer verkeerd gekozen hé.  Ik bedoel.  Ge krijgt veel kritiek, dat is het.  Dat wil ik zeggen, en daar leer je mee omgaan. Maar we hebben altijd achter ons pa gestaan.

Jullie zijn eigenlijk allemaal trouwe CD&V-ers.

Kinderen in koor: Jaaaa.

Sofie: Van kop tot teen.

Björn: Dat is zeker

Sofie: Ge krijgt dat met de paplepel mee hé zo. Zo begint dat hé.

Burgemeester: Dan heb ik toch iets gedaan hé, ik heb ze indertijd pap gegeven. Welnee, wat dat de gasten vertellen, klopt in die zin, en je doet dat op een zeker niveau, zoals een verantwoordelijkheid van burgemeester, dan denk ik dat ge dat alleen niet kunt. Ge hebt steun nodig, en ge hebt veel steun nodig. En ik moet zeggen:  Op dat vlak heeft mijn vrouw dat wonderwel gedaan.  En mijn gasten hebben dat ook alle drie op die manier een stuk ervaren en hebben me op het moment dat ze dan ook een stuk ouder waren honderd procent gesteund. Want we hebben ook perioden gehad dat het voor ons gezin, hoe moet ik zeggen, niet elke dag feest was.  We hebben ook moeilijker perioden gehad.  Want het moment dat ik nog mijn werk moest combineren met de politiek en dat ik dan uiteindelijk mijn werk een stuk heb verlaten om aan politiek te doen, allez, dat had ook andere consequenties naar de mogelijkheden van ons gezin.  En dus, wij hebben, mijn vrouw en ik, in afspraak met de gasten, ook een aantal inspanningen moeten doen op dat gebied om dat mogelijk te maken En daarvoor ben ik mijn menage enorm dankbaar, anders zou ik dat ook nooit zo lang hebben uitgehouden, denk ik.

Dus bij momenten hebben wij weinig vlees op tafel gekregen.

Inge: Neee, totaal niet.  Integendeel, integendeel.

Björn: Het valt misschien niet op, maar we zijn allemaal goed doorvoed.

Burgemeester: Ze zijn allemaal wel goed uitgegroeid toch.  Maar je weet wel wat ik wil zeggen. Maar dat is ook zo geweest. Bon. Uiteindelijk, de laatste jaren gaat dat een stuk beter, is dat anders.  Hé, men heeft ook uiteindelijk ingezien dat iemand die voltijds politiek wil doen, dat die ook uiteindelijk zijn boterham moet kunnen verdienen …. En dat is sinds 2000 aangepast.   En op dat moment is er ook voor ons een andere ontwikkeling gekomen binnen ons gezin. Allez.   Ik kan u zeggen dat wij… Ik ben ondertussen 26 jaar mandataris, en de laatste 13 jaar als burgemeester, euh, wij hebben wij verschillende jaren geen verlof genomen..  En dat had ook zijn redenen.  Het is niet omdat wij niet graag op verlof zouden gaan.  Maar er waren andere omstandigheden, zonder dat wij klagen of doen, maar dat is de realiteit . En we hebben het allemaal tesamen… 

Wacht, even een zakdoek.

Burgemeester: Ik heb een grotere.  Neen maar, zo zit dat.

Dus, jullie kregen nooit vakantie eigenlijk door…

Sofie: Maar we zorgden daar zelf voor.  Via de scouts, of via CM, of via… er waren mogelijkheden genoeg hé.

En dan later heeft jullie vader met al zijn connecties jullie dan allemaal in het werk gestoken.

Sofie: Natuurlijk, het is zo dat dat gebeurt.

Dat is toch algemeen geweten burgemeester, dat gaat toch zo?

Burgemeester: De publieke opinie denkt dat altijd.   Zij kunnen dat best zelf vertellen hoe dat dat in zijn werk gegaan is. Ik heb me daar dus… Dat moet ik enorm respecteren.  Ik heb me daar nooit mogen in mengen. Ze hebben zelf hun baan gezocht en gevonden. En ik denk dat dat best is op die manier.

Zelfs geen steuntje voor een job te vinden?  Dan zit ie jaren in de politiek, gunt jullie nooit vakantie, en dan nog op het eind zo een job zoeken of zo?

Björn: Daar dient politiek niet voor uiteindelijk. Het dient niet om je eigen gezin te helpen.  Het dient uiteindelijk om de gemeenschap te helpen.  Wij kunnen zelf wel… Ik denk dat wij allemaal de mogelijkheden hadden om zelf werk te zoeken en dat is gelukt uiteindelijk, dus …

Ja, maar dat zijn de vooroordelen waar dat je…

Björn: Waar dat je mee geconfronteerd wordt.

Sofie: Tuurlijk, ja.

En daar lijdt u nog onder? Zichtbaar.

Inge: Dank u wel.

Nee, ik zie er u zichtbaar onder lijden.

Inge: Neen, ik heb nooit geleden, en ik lijd nog niet.Wij hebben genoeg bagage meegekregen om ons eigen weg te maken.  Dus, het is zoals we daarnet zeiden, we hebben elk ons richting kunnen kiezen, daar zijn we voor gegaan, en we hebben elk onze job die we graag doen.  Dus, de steun was er altijd op alle manieren.  Het duwtje in de rug, zoals u het zegt, dat is iets heel anders, op die manier zijn wij niet opgevoed, en we zouden het niet willen ook.

En waarom hebben jullie eigenlijk allemaal Harelbeke verlaten?

Sofie: Ik heb het nog niet verlaten

Maarja, u staat op het punt. Van het moment dat u iets vindt dat u kunt betalen bent u ook weg.

Sofie: Daar zeg je nog zoiets. Ik heb me altijd immens geamuseerd in Harelbeke, ik ben er opgegroeid, we zijn er naar school geweest, in de scouts gezeten, dus ik zie niet meteen een moment nu om direct te vertrekken.  We zien wel.  Als het probleem zich stelt, zullen we dat wel oplossen.

Hmmm, wie zei dat nog?

Burgemeester: Dat zat in die paplepel hé.  

U neemt binnen enige tijd afscheid.  Met welke gevoelens?

Burgemeester  : Goh, dat zijn een beetje gemengde gevoelens.  Aan de ene kant ben ik fier op wat ik gerealiseerd heb, met veel mensen, tot op vandaag, en het is mijn bedoeling om dat ook nog het laatste jaar tot op de laatste dag op een goeie manier te doen.  Aan de andere kant, als ge daarvoor geleefd hebt, en uiteindelijk toch al vele jaren bezig zijt binnen de politiek, ja, ge stapt er niet zomaar uit.  Dus ja.  Het is logisch dat dat toch wel ergens een beetje sporen zal nalaten, maar ik ben er ook van overtuigd, dat als we ons daar goed op voorbereiden, dat we in ons nieuwe leven dat ons te wachten staat, dat ook wel op onze eigen goeie manier zullen verder doen.

Zal hij daar deugd van hebben van te stoppen?

Sofie:  Ergens denk ik wel.  Het zal hem wel raar doen.Omdat hij nu constant weg is, hij is nooit thuis. En dan plots zo…  Alhoewel dat ik wel denk dat hij nog naar sommige dingen zal blijven gaan.  Maar het zal raar doen, denk ik 

En voor u ook hé?

Mevrouw: Dat zal wel.  Maar we gaan er het beste van maken hé. Een beetje profiteren.

Burgemeester: Jaja, we gaan dat wel op onze eigen manier oplossen hé.   Ik denk wel dat dat lukt. Er zijn genoeg mooie dingen in het leven.  Er is nog een heel ander leven buiten de politiek.  Politiek moet er zijn natuurlijk, maar er is ook nog wat anders.  Er is nog een leven na de politiek.  Laat het ons zo zeggen.

En er zal weer meer tijd voor seks?

Mevrouw: Ik zal daar niets op zeggen (kinderen lachen).

Burgemeester: Dat is het verstandigste dat je kunt doen, jong.

Mevrouw: Hij was nooit tijd en we hebben drie kinderen, zodus.

Hoe?  Van wie zijn jullie?

Mevrouw: Hij was bijna nooit thuis. (hilariteit alom)  Dat niet uitzenden.

Inge: dat is het eerste dat ze zullen tonen.

Björn: Tuurlijk, dat wordt zo de intro.


22:29 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

MICRO ZONDER ZOUT WERELDWIJD SUCCES

Mijn eminente klankman, Karel Vandendorpe, laat me weten dat iemand hem heeft laten weten dat MZZ in Curaçao te zien is. De persoon in kwestie was in Curaçao op vakantie en schrok zich een bult toen Karel in beeld kwam, met koptelefoon op, in een filmpje waar hij een schouderklopje van me kreeg. Meteen wist Karel, die ook voor Canvas en Eén werkt (en in zwakke momenten voor VTM), dat het om die MZZ ging en meer bepaalde over de aflevering waar ik Claude Croes en al wie in zijn huis vertoefde een schouderklopje gaf. Dus ook Karel. Het zou hier om een uitzending gaan op BVN, of zoiets, een zender die in verre buitenlanden een compilatie toont met fragmenten uit programma's van verschillende Nederlandstalige zenders.   Ja, zo is het, ik kijk net op de site van die BVN, en dat blijk de publieke zender te zijn voor Nederlanders en Vlamingen in het buitenland.  Dus ja, daar is 'Micro Zonder Zout' te zien geweest.  Hopelijk meerdere keren.  Nu ja, ik wacht nog altijd op de uitbetaling van mijn rechten, maar ben wel blij dat we nu ook al aan de andere kant van de wereld getoond worden. Onze burgemeesters zullen straks wereldwijd stemmen halen.

08:32 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

19-10-05

LEON NOPPE 85

Vandaag kon u kennis maken met Marie-Jeanne, de echtgenote van de burgemeester van Harelbeke, en vooral met haar vader Leon die onlangs 85 jaar werd.  De familie vierde die verjaardag in Het Kleine Meer in St.-Eloois-Winkel, en het was daar dat ik met de burgemeester en zijn schoonvader sprak.

 

Uw dochter met de burgemeester getrouwd, het is het één en ander hé.

Leon: Het is een referentie.

Terwijl u waarschijnlijk aanvankelijk dacht: waar komt ze nu mee thuis?

Leon: Goh ja, ik lette daar niet op.

Ah ja, hij heeft u meteen kunnen bekoren eigenlijk?

Leon: Ja, absoluut.  Het was een voetballer ook hé.

Ah, het was een voetballer?  Ah, burgemeester, u was voetballer.

Burgemeester: En dat scheelt ook hé, direct, daar ben ik heel goed opgevangen geweest als voetballer.  In het lokaal.  We konden daar niet mislopen hé.

Ah, u deed het lokaal van de voetbal?

Mevrouw: Recht op de pleine hé, in den Deerlijksesteenweg.  Hé.

Burgemeester: Hoelang heb je daar gewoond?  Acht… achttien jaar hé? 

Leon: Ja, achttien jaar.

Burgemeester: Achttien jaar hé, heb je café gehouden, het lokaal van de Ratjes.

Café?  Ah, u bent eigenlijk van een café?

Mevrouw: Ja, cafédochter. Ja. 

En dan nog in Harelbeke.  Ja.  Heftig hé.

Burgemeester: Ge moet opletten wat dat je zegt van Harelbeke hé, want die gasten.  Maak maar wat reclame voor Harelbeke, want…

En was het eigenlijk een goeie voetballer?  Of ja, u stond altijd achter de toog, u hebt niets gezien.

Leon: Jajjendoet.   Je stond achter… hij stond back.  Het was een back.

Burgemeester: Ik was een back, een achterspeler.

Ah, geen goalgetter?

Leon: Neen, absoluut niet.

Mevrouw: Nen back.

Burgemeester: Ik heb er veel tegengehouden. Nu en dan.

Leon: Nu en dan.  Het is juist.

En was het een goeie voetballer?

Burgemeester: Ba joat. Ei, hadden het moeten gene goeien zijn, we gingen er niet in geloven hé. 

Ah, jaja, uw dochter mocht thuiskomen met een voetballer, maar het moest een goeie zijn.

Leon: Maar het moest een goeien zijn.

En u hebt hem waarschijnlijk genomen omdat u dacht: dat is nog wel sexy zo, een voetballer, met die mooie billen?

Mevrouw: Ja natuurlijk, en hij viel een beetje in de gade van mijn vader, en zo.

Leon: Ja, het is juist.

Mevrouw: Hij scoorde goed hé

Jaja, niet op het veld, maar euh…

Burgemeester: Niet op het veld, maar ja euh…

 

U bent 85.  Vandaag eigenlijk?

Leon: Ja. Euh, gisteren?

Mevrouw: Neen, donderdag.

Burgemeester: Donderdag gewist. Verleden donderdag.

Mevrouw: 29 september.

Burgemeester: Donderdag was het privé, intiem.

Leon: Ja.

Burgemeester: Met de gasten alleen.

Zeg, en de burgemeester, die komt natuurlijk alleen op feestjes waar dat hij de grote Jan kan uithangen.  Of ziet u hem vaker?

Leon: Och, ik zie hem meer.  Absoluut jong.

Burgemeester: Geen kwaad woord hé.  Ge weet het nu ook hé.  Ik probeer toch af en toe een keer mee te gaan met mijn vrouw voor mijn schoonvader te gaan bezoeken. Het is geestig een keer op bezoek gaan bij Leon.  En Leon heeft graag dat hij een beetje volk heeft.

Leon: Bah joak gotterdikke.

Burgemeester: En we kunnen dan tegare nog een keer een pintje drinken gelijk in den tijde. Zolang of dat we dat kunnen.

Leon: Joat, tes zjuste.  Het is een goed teken dadde.

Burgemeester: Het is een goed teken, vaneigens.

En ja, kan hij een pintje drinken?

Leon: Ba joaj, het zou moeten lukken hé, als je in een café goat.

Burgemeester:   Nu mag je niet te vele meer zeggen,…

Leon: Ik ga zwijgen, want anders (lacht)

Het is toch wel tof, hij is eigenlijk wel redelijk gewoon gebleven volgens dat hij burgemeester is.

Leon: Joaj, absoluut, absoluut, ge zoudt dat niet zeggen.  Neen absoluut niet.

Ik dacht ook: is dat een burgemeester?  (Gelach). Allez, ge zoudt dat niet zeggen hé.

Leon: Jamaar, het is zjuste dadde.

Mevrouw: (Lacht). Het ging niet passen hé, had hij het een beetje in de kop moeten hebben.

Burgemeester: Ja, dat ging niet lukken hé, bij under ook, en bij ons allemaal. En ook, wij hadden uiteindelijk veel kameraden, eigenlijk cafékennissen, en dat waren ook allemaal geweune mensen hé. Geweune mensen. Ik heb gisteren nog één van je maten zijne jubilee gevierd, van Henri Six.

Leon: Oe gie nondedju.  Ne nonde.

Burgemeester: Henri en Netje waren 50 jaar getrouwd gisteren.

Leon: Ik kan het geloven.

Burgemeester: En ik moest alleszins veel complimenten doen. We hebben een vree schone foto gemaakt, en als hij gereed is ga ik hem een keer meebrengen.

Leon: Netje en Ritten Sikke.  Eigenlijk, vree goe kameraden. 

Had u niet liever gehad, ja, hij heeft het nu gemaakt in de politiek, dat hij het gemaakt zou hebben in de voetbal?

Leon: Goh, in de voetbal. Er was niet vele te doen, peis ik, ton diene moment. Ge weet wel, van daar vele van te klappen. We waren goed in de voetbal, maar het was al. 

Burgemeester: Het was toen geen tijd als nu hé, in de voetbal.

Leon: Absoluut niet.

Burgemeester: Bepaalde jonge gasten die veel beter waren of ik, allez, moesten die gasten nu jong zijn…

Leon: Zouden ze het ook veel verder brengen.  Het is juist.

Burgemeester: Zouden ze een schone frank verdienen.  Maar toen was dadde… Dat waren vriendschappelijke groepen, en we waren allemaal kameraad in het voetbal.  En we waren… ’t En de maand als er uitbetaling was in het lokaal, want we hadden toen ook een beetje drinkgeld, dat was wel interessant, en tegen dat we voortgingen uit het lokaal, ons geld was op.

Leon: Ha ja. Dat is juist ja.  Ge ziet dat van hier.

En ja, het was voor u.

Burgemeester: (Lacht).  Het was eigenlijk onrechtstreeks voor mij (hilariteit alom).

Leon: Het viel direct in goeie banen.

Burgemeester: Ah ja, en het geld zat veilig hé daar.

Burgemeester, hebt u zelf nog uw ouders?

Burgemeester: Neeneen, mijn moeder is een jaar of vier geleden overleden, maar mijn vader is al 26 jaar overleden.  Mijn vader was maar 67 jaar als hij gestorven is hé.  Maar mijn moeder heeft dat lang goed gedaan.  Tot de laatste dag alleen in haar huis kunnen blijven.   Nooit eigenlijk ziek geweest om te zeggen.  En een zeer plotse dood.  Ge kunt zeggen: zo iemand die rap dood gaat. Ge kunt zeggen: dat is vervelend, dat is pijnlijk, ge kunt geen afscheid nemen, maar uiteindelijk moet je ook zeggen: eigenlijk is dat een schone dood hé. Bah joa.  Maar ik ben blij dat ik nog mijn schoonvader heb.  We gaan daar vele naartoe.  Hij weet dat we hem geren zien, maar hij ziet ons ook geren. 

Leon: Ha ja, het is zjuste.

Mevrouw: Hij is altijd content als we gewist èn.  Hé?

Leon: Ha, ja, natuurlijk.

Burgemeester: En ik heb natuurlijk een voetje voor hé. Omdat ik getrouwd ben met zijn enige dochter hé.  Die andere, die zoons, dat zijn maar schoondochters hé.  Dat is iets anders hé (lacht).

Leon: Dat is een groot verschil dat. Och, honde dju. Ze komen ziddre wel, maar dat is dat niet.

Burgemeester: Ha ja, dat is een kwestie van het gevoel hé (lacht).

Leon: Het is maar een keer lachen hoor. (lacht)

U bent eigenlijk een notoire socialist.

Leon: Wiene?

U?

Mevrouw: Joa, dat ze durven!

Leon: Dat is geen waar.

Ah, ik dacht dat.

Leon: Neen. In mijn huis, mijn moeder en vader… Mijn moeder was een vree katholieke, en mijn vader was een beetje een socialist.

Burgemeester: Het was maar een beetje hé.

Leon: het was maar een beetje, neen.

Burgemeester: Ha ja, het was een werkmens hé.

Ha ja, en dat zijn socialisten hé.

Burgemeester: Neen, niet per definitie hé.

Leon: Neen, absoluut niet.

Burgemeester: Neen, maar hij zou graag hebben dat we zeggen dat het in Harelbeke allemaal socialisten zijn, maar dat is geen waar hé. Ik ging anders nooit burgemeester geworden zijn hé.

Leon: Neen, dat bestaat niet.

Ik kan toch proberen hé.

Burgemeester: Ge moogt proberen, maar ge ziet dat je eigenlijk, wat je ook peinst, dat er in Harelbeke toch nog serieus volk zit hé. 

Leon: Absoluut jong, absoluut.

Hewel, Leon, nog een keer proficiat.  85.  En nu, op naar de 90, of de 100 meteen?

Burgemeester: Een stap met een keer.

Leon: Een beetje met een keer.  We mogen niet overdrijven hé jong.

Ja, u bent geen politicus hé.

Leon: Nee, absoluut niet.

Burgemeester: Die moeten overdrijven.  Anders gaan ze af als een gieter.

 


20:50 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

18-10-05

WIJ BIDDEN U VERHOOR ONS HEER

U ziet burgemeester Luc Decavele in de tweede aflevering van 'Micro Zonder Zout' niet alleen optrekken met de mannen van de brandweer (zoals u hieronder leest), hij gaat ook voor zijn wekelijkse eucharistieviering naar de Sint-Salvatorkerk in Harelbeke.  En ik mocht mee natuurlijk.  Lucky me!

 

Eigenlijk is dat wel saai hé.  Nee, ik geloof niet dat dat saai is. Het is misschien saai voor iemand die niet direct dezelfde ideologie of dezelfde geloofsbelijdenissen heeft. Maar jawel, jawel, maar eigenlijk is dat saai. Allez, ik ben misdienaar geweest, ik heb recht van spreken. Ja, maar ik zie aan u dat dat al uitgegroeid is hé, die dinges.  Maar neen, saai.  Er zijn zoveel dingen die je als saai kunt beschouwen.   Ik kan evengoed zeggen: een gemeenteraad, dat is ook saai voor mij.  Want daar komen er dingen in voor die ik al vijf keer heb gehoord: in het politiecollege, in het schepencollege enzovoort.  Maar je moet er uiteindelijk ook een beetje van uw eigenheid in te leggen En voor mij is het ook een keer een moment, en dat is niet zomaar dat ik dat zeg, om ook een beetje tot rust te komen.  Ge zijt hier een keer een uurtje op een ander manier dat je kunt nadenken en wat rustig worden.  En wat indommelen. Dat is nog nooit gebeurd, dat is nog nooit gebeurd.

 

 

Het is een mis voor de missie, maar ook voor de Vaderlandslievende bewegingen.  De Priester is blij dat de burgemeester er bij is en zegt dat ook bij het begin van de mis:  Ik hou eraan om in het bijzonder de heer burgemeester te verwelkomen samen met de leden van de vriendenkring van de Weggevoerden… Het is zo dat de burgemeester gisteren en vandaag wordt gevolgd voor ‘Micro Zonder Zout’, maar de mensen van de cameraploeg zullen dat mooi en bescheiden doen.  We zullen vooral met ons hart bij de heer zijn.  Oktobermaand, het is missiemaand, en.... 

 

Iets later leest de priester voor uit het evangelie.   Zijn lezing eindigt als volgt: Toen sprak Jezus tot hen: ‘Hebt gij nooit in de Schrift gelezen : de Steen die de bouwlieden hebben afgekeurd is juist de hoeksteen geworden.  Op laste van de Heer is dat gebeurd en het is wonderbaar in onze ogen.  Daarom zeg ik u: het Rijk Gods zal u ontnomen worden en gegeven aan een volk dat wel de vruchten daarvan opbrengt.’  Jezus woord. 

 

Het wordt uiteindelijk een hele lange mis, van wel meer dan een uur. En dat terwijl de missen in mijn tijd nog drie kwartier duurden.  Maar goed, van zodra de mis erop zit, ga ik vlug even een praatje slaan met de burgemeester.   Hij herinnert zich nog prima de preek van mijnheer pastoor, maar het evangelie is hem niet zo goed bij gebleven.

 

Zeg, en het evangelie vandaag?  Ja, dat is me ook goed opgevallen.  Ik heb daar wel een beetje naar geluisterd.  En over wat ging dat vandaag? Smerigaard!  Maar neen, ik zou een keer goed moeten peinzen.  Ik kan er niet direct antwoorden, want ik heb zo danig zitten luisteren naar die paster.  Het is niet gemakkelijk hé.  Ja, u zei het al, u komt hier tot rust. Ja, dat is ook waar.  En ge luistert daarvoor niet altijd hé.  Er zat ook zo een fragment in de mis, ik weet niet of u dat opgevallen is, waar de priester zei: we zullen weer leren bidden.  En toen leerde hij de mensen… Dat klopt.  Ik denk dat dat belangrijk is, dat dat iets is dat regelmatig moet opgehaald worden en herhaald worden, want uiteindelijk leven we in heel andere methodes en een heel andere mentaliteit dan vroeger, en waar de mensen misschien nu veel moeilijker tot een echt gebed kunnen komen, en euh…    Als wij kleine kinderen waren, toen leerden wij dat op school, nu is dat ook niet meer evident. Dus ik denk dat het het goeie moment is om dat toch hier in de kerk af en toe een keer aan bod te laten komen, en de mensen proberen… Want bidden is niet altijd uit een boekske, uit de catechismus voorlezen hé, bidden is ook een keer met je eigen woorden een keer één en ander vertellen  Ik denk dat dat belangrijk is, dat je op die manier de mensen een keer probeert, en dan kom je inderdaad tot rust, zoals ik gezegd heb. 

En bidt u dikwijls voor uzelf?

Op mijn manier wel, ja.  Ik zeg, dat is niet altijd uit een gebedenboek.  Er zijn ook andere verwoordingen, die even goed een gebed kunnen zijn. Als de politiek niet lukt, dan wendt u zich tot God, en vraagt u hulp voor Harelbeke? Soms moet je dat wel een keer doen.  En ik durf ook niet zeggen dat dat dan direct opgelost is natuurlijk.  Je hebt er uiteindelijk voor je eigen wel wat aan.  Dat je op die manier wat verse moed put en zegt: allez gow, we doen verder. Doe maar verder burgemeester.  (lacht en gaat weg) Weet je wat ze dan zeggen?  Ga nu allen heen in vrede. In vrede, ja.

14:43 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

17-10-05

LUC DECAVELE NIET UITGEBLUST

In de tweede aflevering van 'Micro Zonder Zout op stap met Luc Decavele' ziet u onder andere hoe de burgemeester van Harelbeke op zondagvoormiddag vroeg uit de veren is om een brandweeroefening bij te wonen.

 

Burgemeester, komt u eigenlijk dikwijls kijken naar dit soort oefeningen?

Luc Decavele: Neen, een paar keer per jaar eigenlijk. Niet zo heel veel. Want in feite hebben jullie elke maand een grote oefening en er zijn dan ook in de weekends andere, kleinere, waar dat men toch de verschillende specialiteiten een beetje gaat uittesten, en de mensen gaat laten zich perfectioneren in feite.  Want er zijn heel veel verschillende disciplines binnen de brandweer.  Je kunt louter blussen, maar ze zitten ook met duikers, plus dat er ook heel veel vorming gegeven wordt, zowel intern als extern, want  vandaag de dag is het niet meer zo gemakkelijk voor de brandweermensen om uiteindelijk te voldoen aan alle noden, aan alle behoeften, en dan ook alle eisen die worden gesteld vanuit de overheid.

Commandant: de wetgeving enzovoort, er is veel verander.

Luc Decavele: Eigenlijk is er nog weinig sprake van echt amateurisme.  Trouwens, dat kan ook niet meer vandaag de dag, er zijn daar heel veel verantwoordelijkheden mee gemoeid.

Dat is een beetje als met het burgemeestersschap hé.

Luc Decavele: Hewel ja, hé, dat is een beetje de evolutie hé.

Alles wordt serieuzer.

Luc Decavele: Alles wordt HEEL serieus.  Tuurlijk ook, de aard van de rampen is heel anders dan vroeger hé.  Ik denk, commandant, dat je de laatste jaren nog niet te veel vlasschuren hebt moeten blussen.  Waar dat in de tijd, dat was het fenomeen, een vlasschuur, hier zeker in de streek.   Maar nu, dat is de grote uitzondering als er nog een keer iets…

Commandant: Eén, twee of drie.   Maar er zijn bijna ook geen vlasschuren meer hé.  Die zijn bijna verdwenen uit de streek.  En als het nu brandt, is het meer chemisch, moet je meer oppassen. 

Luc Decavele: Dus je moet een beetje meer weten waarmee dat je bezig zijt hé.

Commandant: Jezelf beschermen, met apparatuur, maar we trainen erop hé.  Het is voortdurende training.

Zeg, hier in Kuurne, een paar gemeenten verder, daar traint de burgemeester mee.

Luc Decavele:  Hewel ja, dat is ook nog een jonge burgemeester hé.  En misschien is hij van jongsaf aan nog meer betrokken geweest en was hij zelf brandweerman.  Ik weet het niet, ik weet het niet. Maar ik train niet mee, ik denk dat ik alleen maar kan in de weg lopen.

Maar u bent eigenlijk wel baas van de brandweer.

Luc Decavele: We zijn daarvoor verantwoordelijk en wij hebben goed overleg, de commandant komt regelmatig bij mij en …

Commandant: de burgemeester traint mee in de geest

Luc Decavele: Jajaja. Het gebeurt wel dat ik ook eens naar de adviesraden ga, naar de vergaderingen, maar…

En naar het Bal van de Brandweer.

Commandant: Bestaat niet meer.

Luc Decavele: Dat is gedaan hé.

Afgeschaft?

Commandant: Verleden tijd ja. De romantiek is een beetje weg bij ons.  

Luc Decavele : Wel er zijn wel nog elk jaar…

Het is allemaal serieus geworden hé.

Luc Decavele: De Sint-Barbara feesten.   Dat gebeurt nog altijd en dat is dan een goeie vervanging van dienen bal hé..

Commandant: Ja, het is het familiefeest van de brandweer.  Met de burgemeester erbij.

Luc Decavele: En dan moeten we allemaal een grote kaars branden, dat het zeker niet brandt die avond.

Commandant: Ja, maar de ploeg met dienst is altijd zuiver hé.

Luc Decavele: Maar er is altijd een permanentie voorzien.  Trouwens, in de regiowerking vind ik dat ze dat goed afgesproken hebben. Men spreidt een beetje die Barbara-viering.  En men ondersteunt mekaar hé.  Als het Barbara-feest is in Harelbeke, dan is er hier een ploeg van dienst, maar hebben ze ook ondersteuning bijvoorbeeld van Deerlijk en omgekeerd ook.  Dus op die manier is er iedere keer, allez, is de veiligheid zeker gegarandeerd.  Dat is geen probleem hé.   Dat kunnen we ons ook niet permitteren van dat niet te doen natuurlijk.  

Ja, vanavond niet branden, dat kun je niet zeggen hé?

Luc Decavele: Ja, dat, dat… je hebt dat niet op bestelling hé, zo’n dinges… En ge moet dus, ja, dag en nacht, weekdag, zondag moet je paraat zijn.  Ik denk dat we hier in het korps in Harelbeke daar wel serieus kunnen aan voldoen.  We hebben een redelijk uitgebreid korps, we hebben een viertal beroeps, maar we hebben dan ongeveer een tachtigtal vrijwilligers.  Om en bij de tachtig.  Dat varieert.

Commandant: We hebben momenteel enkele vacatures.

Ah, burgemeester, het is het moment, er zijn vacatures.

Luc Decavele: Ja, maar het probleem is dat er daar een leeftijdsbeperking op staat hé, bij de brandweer, en ik ben praktisch aan die grens, dus een opleiding volgen heeft geen zin meer voor mij. Maar de rest gaan we nog blijven steunen, dat is iets anders.

Ai, u begint overal aan de grens te komen eigenlijk.

Luc Decavele: Ja, word een grensgeval hé, dat is het probleem, dat is een beetje mijn probleem.Maar goed, ge leert daar ook mee leven met die dingen hé. Er zijn zoveel mensen die euh…. En we moeten nog blij zijn dat we bepaalde grenzen kunnen bereiken en overschrijden hé … Alhoewel dat ik dat zelve een beetje jammer vind, dat ge bijvoorbeeld in de brandweer aan zestig jaar verplicht wordt om te stoppen.  Ik vind dat wel spijtig…

Ja, zou je geen uitzondering kunnen maken voor de burgemeester?

Commandant: Neen, dat zou met onze regering moeten geregeld worden hé.  Met binnenlandse zaken.

Luc Decavele: We gaan daar geen energie meer in steken hé, commandant.  Maar ik vind het jammer.  Waarom?  Omdat je bepaalde momenten mensen hebt die heel wat kunnen bijbrengen aan de jongere brandweerlieden, aan nieuwelingen, en ja, een keer dat je zestig jaar bent, dan moet je wel uitstappen. En op die manier gaat er denk ik veel ervaring verloren, en ik vind dat wel een beetje spijtig.   Men zou moeten kunnen een soort van uitstapregeling regelen, waardoor dat die mensen zich nog kunnen nuttig maken voor de opleiding, voor de vorming, voor de begeleiding. Allez, iemand die zestig jaar wordt, van de brandweermannen, zou moeten kunnen peter worden van een jongere kerel en hem begeleiden in het korps, ook qua vorming, wat ervaring meegeven.   Ik denk dat dat heel nuttig zou kunnen zijn.

En iemand die uitstapt als burgemeester.  Die zou moeten kunnen peter worden van de volgende burgemeester. En…

Luc Decavele: Wel, van de volgende burgemeester, dat is misschien niet altijd zo evident hé.  Maar in ieder geval van nieuwe jonge elementen die in de politiek staan. En dat is iets waar wij ook, allez, dat wij ook toepassen.  Als er nieuwe kandidaten zijn dan wordt er hem in feite een beetje een peter toegewezen.

Burgemeester, dat is hier eigenlijk ook een beetje een driloefening.  Bent u eigenlijk ooit soldaat geweest, zo van ahja?

Burgemeester:  Ik ben soldaat geweest.  Jajaja. Ik ben soldaat geweest.  Een jaar maar, in Duitsland, in Ziegen, en dat was bij het bataljon bevrijding.  Dat was nog  één van de echte grondtroepen in het Belgisch leger, en we hebben daar een heel serieuze opleiding gehad. Dus op dat vlak heb ik wel een klein beetje ervaring opgedaan.

U herkent dat wel een beetje,  zo die…?

Burgemeester: Die dinges wel hé… De driloefeningen waren dagelijkse kost bij ons hé.  Maar pas op, het bataljon 'bevrijding', dat is, en nog altijd hé, één van de elitebataljons van het Belgisch leger hé.  Het waren natuurlijk wel grondtroepen en dat waren die gasten met die bruine mutsen hé.

Ah, dat was u!?

Burgemeester: Ja. Je hebt me wel herkend hé.  Dat was met die bruine mutsen.  En dat is eigenlijk als het oorlog is geen te goeie afdeling.

Die worden het eerst afgeschoten?

Burgemeester: Die worden het eerst als kanonnenvlees gebruikt, ja.

Dus u had eigenlijk wel de ideale opleiding om in de politiek te gaan.

Burgemeester: Inderdaad, ge moest tegen een duw kunnen hé. Maar ondertussen is dat echt al gebleken dat dat echt vruchten heeft afgeworpen hé.    Maar niettemin ben ik gelukkig dat ik heb kunnen soldaat zijn.  Ik vind dat een beetje jonger de dag van vandaag dat dat echt geen plicht meer is.

Serieus?

Burgemeester: Ja, ik vind dat. Ik heb de indruk…

Ik ben wel nog soldaat geweest en ik vond dat eerlijk gezegd toch wel een beetje tijdsverspilling hoor…. Ik had eigenlijk liever direct een job gezocht, en…

Burgemeester: Goh ja. Ik denk dat de jonge mensen daar wel deugd van zouden hebben om op die manier een beetje discipline bij te leren. Want dat is toch iets dat we vandaag de dag ervaren dat daar toch duidelijk een gebrek aan is.  Als je ziet ook, al die gasten zijn hoogstwaarschijnlijk wel soldaat geweest, ik ben daarvan overtuigd.  En die mensen ook, in de opleiding ervaar je dat daar er de wil in zit om discipline en ook de aanleg om gemakkelijker discipline te verdragen.  Want de brandweer is nu eenmaal een korps waar dat er veel discipline moet zijn hé. Dus euh…

We hebben uiteindelijk al heel veel geluk gehad, laten we het zo zeggen, maar wat er ook belangrijk is, denk ik, is dat er heel veel preventie gebeurt, hé, vanuit de brandweer nu is er heel veel preventie naar de bedrijven toe, voornamelijk, naar het bouwen van appartementen en zo  Er zijn daar heel veel voorbereidingen aan waardoor dan het risico toch sterk vermindert.  Er zijn heel veel voorzieningen in gebouwen nu die de risico’s toch een stuk wegnemen hé.  Gelukkig maar.  En ik denk dat dit ook één van de resultaten is, dat wij aan een goed preventief beleid gaan doen, waardoor dat ge toch een aantal dingen echt kunt vermijden.  Dat klopt wel. Hier staat er nog een zwaar gewonde. Ze moeten geen kosten meer doen, er is geen doen meer aan.(lacht)

 


22:31 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

LUC DECAVELE SCHIET IN DE ROOS

U had het hier misschien al gelezen, vanavond ontvangt Luc Decavele in de eerste aflevering van Micro Zonder Zout waarin hij te zien is, de mannen van de St.-Pietersbosseniers uit Hulste, de oudste vereniging van Harelbeke.  Als u wat naar beneden scrollt, kunt u wat over het informele gedeelte lezen, maar nu eerst even een paar flarden uit de meer formele fragmenten van de plechtigheid.  Oké, ik wist me weer niet echt te gedragen, want van zodra de burgemeester ging rechtstaan schreeuwde ik de hele zaal wakker.

 

Bravo!  Bravo!  De burgemeester staat recht.  Ja, applaus misschien: de burgemeester staat recht, ja.  Ha ja, zo moet dat hé.

Burgemeester: Hij kent zijn wereld, hij is van ’t stad. Wel, mijnheer de voorzitter en beste confraters allemaal, opnieuw hou ik eraan om u namens mijn confraters van het stad heel hartelijk welkom te heten naar aanleiding van de traditionele ontvangst, de jaarlijkse traditionele ontvangst van de Sint-Pieters Bosseniersgilde uit Hulste.  Jaarlijks ook, naar aanleiding ook van de kermis in Hulste kent u jaarlijkse feesten, specifieke feesten, en ik denk dat we er alles moeten aan doen om een dergelijke organisatie, die toch heel wat bijbrengt in het socio-culturele leven, niet alleen in Hulste, maar ook daarbuiten denk ik, dat we moeten proberen die dingen in stand te houden, want ik vind dat vandaag de dag dat het belangrijk is dat wij nog heel wat verenigingen kennen in Harelbeke, we zijn daar gelukkig om, omdat uiteindelijk die zaken, die groeperingen bijdragen tot het vredige leven in een maatschappij. Ik denk dat het belangrijk is vandaag de dag, dat wij aandacht blijven hebben voor mekaar, dat wij niet alleen met onszelf bezig zijn,  maar dat we uiteindelijk aandacht hebben voor mekaar, dat wij proberen mekaar ook te helpen daar waar nodig, en de manier waarop jullie bezig zijn, de dergelijke vriendschappelijke manier bij de schutters in Hulste, denk ik, kan als voorbeeld gesteld worden voor heel wat verenigingen, want ik blijf het maar herhalen, ik vind dat dat vandaag heel zeker een keer mag gesteld worden,  ik vind dat de St. Pieters Bosseniers van Hulste, dat dat in elk geval een heel specifieke vereniging is.  Het is niet alleen de oudste in leeftijd, wat de vereniging als dusdanig betreft,  ik denk dat het nu ongeveer 377 jaar is mijnheer de voorzitter…

Ze zien er nog goed uit anders

Burgemeester: Ze zijn goed bewaard omdat ze goed verzorgd zijn, hé, dat scheelt) …Maar het is uiteindelijk ook een vereniging die ja, alles op zijn eigen doet, en ik bedoel daar alleen mee dat die mensen nooit de stad lastig vallen in functie van financiële ondersteuning.  En dat is denk ik op vandaag een grote uitzondering.  Mocht u ooit een keer de kans hebben om de schietstand te gaan bezoeken van die mensen,  we kunnen dat nog een keer samen doen bij gelegenheid, dan denk ik dat je zult verstomd staan wat uiteindelijk mensen op vrijwillige basis en met eigen middelen allemaal toe in staat zijn.   Dus op dat vlak vind ik dat zeker een heel specifieke vereniging die zeker ons respect verdient.  Wij houden er ook aan om zoals telken jare ook een aantal mensen te huldigen.  Namens de stad.  En we zitten met een aantal kampioenen.  De keizer die is sowieso altijd mee.   Maar ook voor het jaar 2005 hebben we een kampioen, een kampioene en ook nog een koning.  En ik zou voorstellen dat wij in eerste instantie de kampioen van de .177, dat is Nathalie Desmet die dit jaar de hoofdprijs heeft geschoten. Ik weet niet hoeveel punten dat vertegenwoordigt, Nathalie…

177 hé.

Burgemeester: Ik ken er kik niet van maar hem nog veel minder.   In elk geval Nathalie,  ik hou eraan om u namens de stad deze trofee te overhandigen.  Ik zal een beetje dichter komen, meiske, wacht.

Ik denk dat dat iets te maken heeft met uw geslacht, Nathalie.

Burgemeester: Proficiat in alle geval.   (Applaus)  

Nathalie, goed gedaan meiske.

Nathalie: Dank u.

Burgemeester:  En wij hebben ook een koning 2005, dat is Björn D’Hoop, en ik zou vragen dat Schepen Beiaard misschien de trofee zou overhandigen, ik ben ervan overtuigd dat die jongeman dat liever zal hebben uit uw handen.  Alstublieft Rita.

Burgemeester kust u nooit mannen?

Burgemeester: Het is al een keer gebeurd, maar het was bij vergissing.  En dan is er nog de kampioen op de .22 en dat is Tillo Steelandt en misschien Rita kan je nogmaals de kampioen op die manier huldigen.  Aub… (Rita kust de man)

Nu snap ik waarom ze per se vrouwelijke schepenen nodig hadden?

Burgemeester: Ze verplichten ons daar nu toe hé. Maar wij hebben die…

Ja, maar het is toch nuttig, zoals je ziet.

Burgemeester: Wij hebben nooit gewacht achter die verplichting.  Bij ons bestaat dat al heel lang, een vrouwelijke schepen.  Vorige legislatuur hadden we zelfs twee vrouwen in het schepencollege, maar we hebben toen gedacht: tiens, als we ook nog iets willen zeggen, dan wordt het moeilijk en we hebben dat gereduceerd naar één vrouw en we moeten ons nog weren….  

Ah, u mag ook iets meer doen dan mannen kussen.

Rita: Ja, natuurlijk.  Het ware jammer (lacht)

 

Burgemeester: Goed, beste vrienden, ik hou er nogmaals aan om de kampioenen in alle geval te feliciteren,  ik wil jullie ook nog allemaal bedanken voor je inzet voor de Bosseniers in Hulste, ik wens je nog een heel prettige kermis…   En in alle geval, nogmaals gefeliciteerd aan de kampioenen, bedankt ook voor uw inzet, ik zou heel graag zeggen tot volgend jaar, zeker wat de ontvangst hier op het stadhuis betreft.  Dankuwel en proficiat.  (Applaus) 

 

Burgemeester Decavele en voorzitter Rudy D'Hoop van de schuttersvereniging staan na de plechtigheid nog ven na te praten.  En ik doe natuurlijk graag mee.

Burgemeester: Ge hebt ne goe ploeg ook hé, het zijn eigenlijk allemaal brave mensen, mensen die wreed geëngageerd zijn.  Die eigenlijk voor hun hobby staan hé.

Rudy: Ge kunt gij niet anders ook hé.

Burgemeester: Ge kunt niet verder anders.

Burgemeester, sorry dat ik u onderbreek, dat zijn mensen die constant met wapens zijn, en u viert die hier een beetje.

Burgemeester: Ja, ge moogt daarin niet overdrijven hé.  Dat is heel goed georganiseerd, dat wordt sterk beveiligd, en het is ook zo met de wetgeving die gerespecteerd wordt dat niet iedereen zo maar kan gaan schieten op die grote tir hé.  Hé Rudy.

Rudy: Dat klopt.

Burgemeester: De wet is daar nogal strikt in hé.

Rudy: Maar dat is een beetje het probleem, dat veel politici die niet weten wat dat we doen.  Gij kunt beamen dat het vrij veilig is in… Ik moet niet zeggen: vrij, dat het honderd procent veilig is in onze stand.

Burgemeester: Anders krijg je geen vergunning meer hé.

Rudy: Dat ook. Er zijn veel politici die niet weten waarover ze spreken.  Ze zouden eerst een keer moeten een stand zien. En een keer binnenkomen in een schietstand.  Niet in die cowboytoestanden gelijk dat er in Jette is geweest, waar dat ze met alles schieten, maar wij schieten niet met oorlogsmunitie.

Ah, u schiet niet om te doden?

Rudy: Neen, toch niet. Enkel en alleen op cible, anders wordt er niet geschoten.  De koning, dat is op een vogel hé.    Een ijzeren vogel. 

Burgemeester: Dat is een heel aparte schieting hé, dat is één keer per jaar een speciale schieting.  Maar anders is dat op cibles.

Rudy: We schieten enkel voor de punten.

Burgemeester: Hoe zijn de afstanden juist?  50 meter?

Rudy: 50 meters en 10 meters.  Lucht is 10 meter, en .22 is 50 meter.  En nu hebben we er nog een pistoolstand bij.  .22, niet zwaarder dan .22

Punt 22, wat wil dat zeggen, machinegeweren?

Rudy: Neen, dat is de kogel.  Dat is de 6mm kogel.  Wij schieten schot per schot hé, …

Burgemeester: Niet automatisch hé.

Rudy: Niet automatisch.  Er komen geen automatische wapens binnen bij ons.

 

Burgemeester: Ik zat bijna in de roos, maar het was in de cible nevenst mijn vak, maar gow, ik was er toch dichte tegen.

Rudy: Ge hebt waarschijnlijk een keer geschoten met één schot dat je twee gaten had ook. Burgemeester: Jaja, maar dat was dan een occasie-cible dat ze mij gegeven hadden.  Neenee, maar ik kan dat nu wel niet, maar ik vind het verdikke moeilijk als je een bril draagt Maar ja, ik kan niet goed schieten, en je moet dat ook onderhouden.   Ik vind het wel een geestige bezigheid.

Rudy: Het is enkel en alleen op je eigen dat je kunt.  Ge moet niet zeggen: den die en den die, ge moet geconcentreerd zijn, uw fysiek moet ook goed zijn, anders sta je daar van den die te doen…

Burgemeester:  Ja, dat is al een serieuze afwijking hé.  Jaja, dat is al een afwijking. 

En met uw serieuze afwijking zou dat niet lukken.

Burgemeester: In een schietstand heb ik geen probleem hé, want ik hoor het lawaai niet, dus dat is wel een gemak voor mij hé.  Neen, maar ik vind het echt een schone realisatie dat je daar gedaan hebt.  En de werking draait formidabel goed.  Ik heb de indruk dat het nog elk jaar groeit.  Mocht je eigenlijk willen, je zou met veel te veel zijn, op de duur. 

Rudy: We zitten nu met 65 leden, en daar zouden we het, allez, naar ons accommodatie toe zitten we nu op ons maximum.

 

Rudy: Het is nog altijd hetzelfde, ge kunt daar ook in het snobisme in gaan, het is hetzelfde als je gaat vissen.  Je kunt een vispers kopen van 1000 frank, en je kunt er één kopen van… Het is nog altijd op hetzelfde, het moeten kunnen stilhouden en op het juiste moment kunnen afdrukken.  Dat blijft de moeilijkheid.

Dat lijkt mij iets voor u: kunnen stilhouden en op het juiste moment afdrukken.

Burgemeester: Wel, het is een groot verschil, ik ben ook nog soldaat geweest, gie verzekers niet, want ge zijt nog een jonge kerel hé.

Ik ben ook soldaat geweest.

Burgemeester: Ik ben ook soldaat geweest.  Maar ge hebt niet moeten schieten misschien.  En we schoten wij met een FAL, en met zo’n geweer heb je een voortrekken, dat je dus aan uw haan trekt en dat je… Maar van die geweren bij jullie, van als je daar aankomt, gaat dat af hé, ge hebt dus geen voortractie hé…

Rudy: Ge kunt dat afregelen, er zijn reflexschutters, die zodra ze op het doel zien, dat ze moeten lossen, dat is een beetje afhankelijk van schutter tot schutter

 

 

Burgemeester: Ik heb al gezegd: we zouden dat eens moeten doen met het schepencollege.

Ah ja, en op foto’s van oppositieleden mikken.

Burgemeester: Ah ja, dat ware nog een gedacht.  Kijk, dat is nog een goed idee.

Rudy: Ja, maar dat is iets dat ik niet kan toestaan.  We mogen niet op menselijke silhouetten schieten.  Op poppen of foto’s mogen we niet schieten.  Enkel en alleen op cible.

Maar ja, kunt u geen uitzondering maken voor de burgemeester?

Rudy: Achter gesloten deuren is alles mogelijk hé.

Burgemeester: Maar nu weten ze het weeral.

Rudy: Ik zeg niet dat we het gaan doen hé.

Burgemeester: Ja, we zouden dat een keer moeten doen, want ik vind dat, allez…  De personeelskring van de stad heeft dat ook al gedaan. En dat valt wel geweldig mee, zo een keer.  Natuurlijk, dat is dan op de kleine stand hé.

Rudy: Jaja, dat is op de tien meter, lucht,…

Burgemeester: Want voor op vijftig meters moet je een vergunning hebben.  Het is allemaal niet meer zo evident om te zeggen, ik ben in een schuttersclub. Je moet één en ander presteren daarvoor en je moet voldoen aan een aantal voorwaarden ook.

Jaja, maar het zou wel nuttig zijn. Dan weet u eigenlijk welke schepenen kunnen mikken, en zo.

Burgemeester: Er zitten er hier genoeg die kunnen mikken.  Maar gelijk iedereen zit je er wel een keer nevens hé. Ge moogt ook niet altijd direct in de roos zitten, want.

Als burgemeester zit u er toch niet dikwijls naast.

Burgemeester: Hmm, dat zal men wel uitmaken als ik weg ben, dan gaan ze wel eens allemaal de waarheid vertellen, denk ik.  

 


14:40 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

14-10-05

BURGEMEESTER DECAVELE ONTVANGT...

Burgemeester Luc Decavele van Harelbeke zal in februari 13 jaar burgemeester zijn.  Hij kent de geplogenheden dus al wel een beetje.  Maar toch wil hij het nog iedere keer even goed doen als de eerste keer.  Zo ook wanneer hij op zijn stadhuis de schutters van de St.-Pietersbosseniers uit Hulste ontvangt.  Wanneer ik in het stadhuis aankom, is hij net zijn sjerp aan het aanbinden.  De hoofdhostess van de stad, ene Christine, kijkt toe.

 

Gaat het niet burgemeester?

Burgemeester: Jawel.

Ja, u bent dat nog niet gewoon hé, u doet dat nog maar… Hoeveel jaar?

Burgemeester: Het is nog maar dertien jaar, en op de duur, ge verleert dat een beetje.  Nu ben ik eigenlijk bezig met mijne truc bekend te maken hé, want euh…

Hostess: Geen één die dat kan gelijk de burgemeester.

Burgemeester: Raar hé. Ik kan toch nog iets, ge twijfelde aan mij hé. Voilà.  Dat moet een beetje in orde zijn hé.  Als je volk vraagt…

Ja, het is proper.

Burgemeester: Christine, zou je een keer kijken voor mijn derrière?  Want zo’n vest, dat is direct…

Ja, Christine, kijk eens naar zijn derrière.

Christine: Jaja, hij doet maar alsof zuh.

Burgemeester:  Mijn vrouw zou reclameren als dat verrompeld is. 

Ja, uw vrouw zou reclameren als Christine niet naar uw derrière gekeken heeft.

Burgemeester: Gelukkig dat ze niet stijf verschietachtig is.
 
Dan gaat hij de receptieruimte binnen en begint zich meteen in excuses uit te putten, zij het wel ten koste van niemand minder en helaas ook niemand meer dan mezelf.
 

Dames en heren, welgekomen, een beetje een verontschuldiging dat ik wat later ben vandaag, want ik had nog wat ander werk, en ik heb een verrassing meegebracht, de mensen van de televisie zijn hier, ‘Micro Zonder Zout’,  en die dat programma een beetje kent,  weet dat die gasten dat soms een beetje op hun eigen manier aanpakken, en daardoor  heb ik wat meer tijd verloren dan voorzien was.   Maar niettemin zijt ge welgekomen.

Ah ja, het is mijn schuld!  Bedankt hé.

Burgemeester: Ik was tewege gereed, en je hield me weeral tegen.  Maar in alle geval, toch van harte welgekomen.  Ik ga me eerst daar placeren.

De schutters worden vergast op taart, gebakjes en koffie met een likeurtje.

Zeg, burgemeester, wordt iedereen hier zo goed ontvangen?

Burgemeester: Ik ga dat direct expliceren hoe dat dat komt hé. De Sint-Pietersbosseniersgilde, dat is de oudste vereniging van Harelbeke, die is al meer dan 375 jaar, en het zijn lepaards hé. Die gasten hebben er al altijd voor gezorgd, ge moogt dat nagaan in de geschiedenis, dat de burgemeester automatisch deken was van de vereniging. Dus ik vind, als je deken bent, moet je goed met je vereniging, en ge moet ze regelmatig een keer ontvangen. Dat is de enigste vereniging, trouwens ze verdienen het ook, die elk jaar op dezelfde manier ontvangen wordt op het stadhuis, …

Die krijgen eigenlijk een soort voorkeursbehandeling?

Burgemeester: Maarja, ze zijn dat waard hé.  Help, help!  (gelach)  Nee, maar, voorkeursbehandeling, het is uiteindelijk een traditie, en ge ziet dat we een stad zijn rijk aan tradities, en mijn voorgangers hebben dat gedaan, en ik wil dat ook respecteren tegenover die vereniging, die wel een speciaal cachet heeft in Harelbeke, wil ik dat ook doen, en dat we dat verder op dezelfde manier laten gebeuren hé.  En ik hoop dat zij die achter mij komen dat ook met evenveel plezier zullen doen hé.  .  Maar het is uiteindelijk traditie.

 

Rudy: We kunnen zeker niet klagen.  Er zijn weinig gemeenten en steden die zo’n goeie burgemeester hebben.   Dat mag ook gezeid worden hé

Ja, dat zegt u omdat u weet dat hij stopt.  U bent er bijna van af.

Rudy: We hebben altijd een redelijk goeie relatie gehad hé.

Burgemeester:  Voor nog een keer, en we zien dan wel.  Neenee, maar dat is raar, ik ben geen schutter, ik ken daar niet veel van. Ik heb in al die jaren nog weinig gaan schieten zelfs met die mensen.  Maar ik vind, zo, van de eerste dag heeft dat geklikt met die groep, en ik ben daar altijd ook welgekomen geweest als ik daar ga, en ik vind: het ene plezier is het andere waard.   En ik moet eerlijk zeggen: het zijn mensen met wie ik me op mijn gemak voel.  

Ik ook, ik ook…

Burgemeester: En ik hoop dat dat van zulder ook het geval is.  Dat ze under gemakkelijk voelen hier, dat is het bijzonderste


 
Maandag ziet u in 'Micro Zonder Zout' alles over de ontvangst van de schutters van Hulste op het stadhuis van Harelbeke.  En de komende leest u ook hier nog veel meer over wat daar allemaal op dat stadhuis werd gezegd.

11:17 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-10-05

ONTMOETINGSCENTRUM YSARA

Roland Crabbe, burgemeester van Nieuwpoort, is burgerlijk ingenieur bij de Vlaamse Dienst voor Wegen en Verkeer.  Zag u hem vandaag in een reportage op de bouwwerf van wat het ontmoetingscentrum Ysara moet worden, dan was hij daar voor alle duidelijkheid niet in de gedaante van ingenieur maar wel als burgemeester.  Maar het is nogal wiedes dat hij prima snapt wat daar allemaal gebeurt op die bouwwerf.  We gingen gaan kijken op de werf:

 

Burgemeester, wordt dat hier een ontmoetingscentrum?

Burgemeester: Hier niet hé, hierboven.

Architecte: het parkingniveau.  Functielokalen, voor de artiesten en dergelijke.

Ah ja.  En voor de burgemeester?

Architecte: Ik denk dat hij niet in de kelder zal komen.

Het is eigenlijk de enige keer dat u in de kelder komt.

Burgemeester: Ik ben artiest hé.

Neenee, maar het podium is dan meer voor u zeker?  Dat zal hierboven zijn.

Burgemeester: dat zal hierboven zijn, absoluut.

Ja, hij kan al niet meer wachten tot het klaar is.

Burgemeester: Jamaar, Micheline, ge moet niet weglopen hé.

 Dat wordt hier eigenlijk speciaal gebouwd opdat de burgemeester zou kunnen optreden…

Architecte: En zou kunnen parkeren.

Burgemeester: Neen, het is in feite voor onze inwoners en ook voor de toeristen om een ontmoetingscentrum te hebben, zodanig dat de mensen hier kunnen samenkomen.  Vooral voor de mensen van Nieuwpoort Bad, uiteraard ook de mensen van Nieuwpoort Stad, maar ook voor de toeristen.

Architecte: Het is eigenlijk Centrum Ysara, dat is een centrum waar alles kan in gebeuren.  Het is polyvalent hé.

Burgemeester: Het is een polyvalente zaal. Er komt hier ook een cafetaria. Hé.

Architecte: Ja, cafetaria, het kan een open markt zijn, het kan van alles zijn. Toneel, muziek, alles.

Politiek!

Architecte: Politiek ja.

Burgemeester: Dat is de architect, en dat is de ingenieur.

Zeg, is dat een beetje een makkelijk zo, mevrouw de architecte, want weet ge wat, hij is ingenieur ook hé, en dat zijn geen makkelijke cliënten hé.

Architecte: (ongemakkelijk rond draaiend, verwarring) Het is werfvergadering hé nu.

 Burgemeester: Men zegt mij dat ik geen gemakkelijke ben, maar kom, ik doe mijn best.

Ik hoor dat altijd zeggen dat dat een moeilijke is. 

Architecte: Wij hebben daar geen problemen mee.

Burgemeester: Als ze doen wat dat ze moeten doen, is dat geen probleem.

Gehoorzamen, en dan is hij …

Architecte en burgemeester in koor: Niet kwestie van gehoorzamen,…

Architecte: we komen tot een open discussie en euh…

O, het is een open-debatcultuur hier in Nieuwpoort.

Burgemeester: Jajaja, ook ten opzichte van de aannemer hé.

Ik had dat niet verwacht van u, u zei zelf dat u zo rechts bent.

Burgemeester: Rechts (lacht).

Allez, stuurboord. Ah neen, dat was op zee.  Sorry.

Burgemeester: Neenee, maar als de aannemer uitvoert wat dat ze moeten doen, dan is er geen probleem. Zowel voor het bestuur als voor de architect, denk ik hé. Als er problemen zijn, wordt het opgelost op een werfvergadering.  Maar ja, ze moeten doen wat ze moeten doen.

En als ingenieur, hebt u hier een beetje zicht op als u zo op een werf komt?

Burgemeester: Jaja, ik heb daar geen enkel probleem mee.  Ik weet wel waar de problemen zitten.  Als de mensen van het studiebureau dat goed weten en ook de aannemer.  Om te zien waar dat het fout is.  Als je eens dertig jaar ervaring hebt

Architecte: En het is ook een goeie aannemer natuurlijk.

Burgemeester: Het is een goeie aannemer en een goed studiebureau ook.

Architecte: Als alles goed voorbereid is.

Burgemeester: En het wordt ook goed voorbereid door het studiebureau, daar hebben wij geen enkel probleem mee.

Goeie vrienden.

Aannemer: Eén bouwteam.

Burgemeester: Neen, dat is niet juist.  Er zijn ook al zaken geweest dat we gezegd hebben die niet goed waren.

Ah!

Burgemeester: En dat ze aangepast hebben.

Architecte: Op iedere werf en op iedere…

Burgemeester: Op iedere werf zijn er problemen die moeten opgelost worden.

(architecte glipt weg)

Burgemeester: Micheline!

Micheline!

Burgemeester: Neenee, er zijn hier ook problemen maar die worden opgelost.

Aannemer: Kleine probleempjes.

Burgemeester: Jaja, akkoord, maar in elk geval is er een goeie samenwerking.  Het is een goed team.  En dat is ook een ingenieur, dus moet ik niet te veel zeggen, want dat is ook een ingenieur.

Jaja, in feite moet u niet veel zeggen, maar u stopt toch niet met praten hé.

Burgemeester (lacht)

Architecte: Gaan we verder?  Er is hier toch niet veel te zien hé in de kelder.

Boh, toch.

Architecte: Neen, alleen functionele lokalen en…

Burgemeester: Het is alleen de timing dat we een keer goed moeten bekijken, dat het afgewerkt is binnen de voorziene termijn hé. Ge weet, volgend jaar zijn er euh…

Aannemer: verkiezingen.

Burgemeester: Feestelijkheden.

Verkiezingen, ah, jaja.

Burgemeester: Feestelijkheden zeg ik.

Ja, dat zijn ook feestelijkheden hé.  Ja, dat is wel belangrijk voor u.  Als dat hier niet op tijd klaar geraakt…

Burgemeester: Neeneenee, dat is dan nog geen probleem. Moesten er nu onvoorziene omstandigheden zijn dat het niet kan afgewerkt worden, hewel, dat gaan we ook aanvaarden.  Dat kan hé.  Maar volgens dat ik de timing gehoord en vastgesteld heb, gaat dat geen enkel probleem zijn.

Zitten jullie op schema?

Ingenieur: We zitten op schema.  Als we het voor de winter dicht onder dak krijgen, dan is alles… 

Burgemeester: Ja.  Dat moet hier zo vlug mogelijk gedicht worden hé.  Maar ik dacht dat die prefabdalen al besteld gingen worden.

Aannemer: Die zijn besteld en binnen hier en twee weken ligt de volledige kelder dicht.  Gaan we dan beginnen met de fundering van de cafetaria en het gelijkvloers, en…

Burgemeester: En dan de metalen.

X: Ja, alles is ook op schema. Dus, de plannen zijn volledig klaar, nog een paar kleine wijzigingen.

Burgemeester: En is dat al gemaakt?  Die metalen liggers…

X: De plannen zijn klaar, de materialen zijn klaar om te verwerken, dus…

Burgemeester: Ah ja, akkoord.

X: Dat kan relatief snel gaan.

Burgemeester: Ah neen, ik denk niet dat het een probleem zal zijn qua…

Aannemer: we verwachten toch geen hé.

Ingenieur: Normaal moet hij beginnen monteren op 7 november.  Dus, als dat… De eerste week van november werken ze niet.  Dan ligt alles ongeveer vast dan.

En had Nieuwpoort eigenlijk geen ontmoetingscentrum?

Burgemeester: Niet in Nieuwpoort Bad.

Ah jajaja.

Burgemeester: Maar door het feit dat de bevolking in Nieuwpoort-Bad sterk is toegenomen, was het noodzakelijk om ook hier in Nieuwpoort-Bad een centrum te hebben waar de mensen of de verenigingen die er zijn, dat die kunnen vergaderen.

Burgemeester, op zo’n momenten komt het waarschijnlijk toch wel goed uit dat u ingenieur bent?

Burgemeester: Wel, laat ons zeggen, voor het bestuur misschien wel, maar misschien niet voor de aannemer.

Ingenieur: Dat is de aannemer hé. (gelach)

Ik was hem aan het zoeken.  Ik zeg: waar is die aannemer nu? Ja, is dat lastig?

Aannemer: Wel, we hebben al vergaderingen gehad dat we samen technische onderwerpen besproken hebben, en zo, dat is goed verlopen.

Ja, over riolering kan ie meeklappen.

Aannemer: Voila.

Burgemeester: En over de rest niet (lacht).Neen, dat kan ook een voordeel zijn, kan ook een voordeel zijn hé.  De problemen… Als er problemen zijn dat die vlug kunnen opgelost worden.   Want het is uiteindelijk als er meer werken zijn, of als er problemen zijn, en dat is een meerkost om het probleem op te lossen.  Euh, als dan onmiddellijk wordt beslist dat het mag uitgevoerd worden, dan is dat ook ten voordele van de aannemer, want als men daar maanden moet wachten vooraleer er een beslissing komt, dan kan dat een nadeel zijn voor het bestuur en ook voor de aannemer.

Het is waar hé.

Aannemer: Dat kan ik beamen.  We hebben   alles was direct opgelost en besproken voordat we de werken konden starten.  Dat ging vlot.

Ik vind overigens ook dat u wel goed staat met een witte helm.

Burgemeester: Een witte helm. Dat is het kleur van de hoop hé. Dat is het kleur van de hoop hé

Hoop doet leven hé.

Burgemeester: Laat ons zeggen, het is zo, maar hier komt dat niet voor, maar op de grote werven is het zo dat de kleur van de helm een symbool heeft, als dat een rood kleur heeft, dat wil zeggen dat u …

Dat u een socialist bent.

Burgemeester: Neenee, (lacht), dat kan zijn dat dat het kleur van de ingenieurs is.

Ah, dus u wandelt gewoonlijk rond met een rode helm?

Burgemeester: Neenee, neenee, neenee, maar op een werf, op een grote chantier, euh, dan heeft het kleur van de helm een betekenis.  De grote baas komt dan, en dat heeft dan ook een kleur…

Eigenlijk had u hier liever met een rode helm rondgewandeld…

Burgemeester: Of een groene, of een blauwe, of een roze of een oranje.  Maar het heeft een andere kleur.

En wit? 

Burgemeester: Dat is neutraal hé.

Dat zijn verpleegster of…

Burgemeester: (lacht).  Ja, we gaan.

Eigenlijk hé, jullie zijn precies met één twee, drie, vier, … vijf, zes, ja zeven.  De Zeven Dwergen…

Burgemeester (lacht): De zeven dwergen. 

 

Even later zitten ze allemaal samen te vergaderen in de container die op de werf staat. 

 

Architecte: Zeven elf, Hancke gaat monteren hé, dat veranderen we dus niet meer hé.

Burgemeester: Maar gaat het dan al gedaan zijn met euh…?

Architecte: Wel, ze moeten, ze moeten.  Gelijk wat dat er gebeurt. Dus, we zijn nu in week 37.  Van 37 tot 43 gaan we nu alles regelen, zodanig dat Hancke… droogt alles, die week kan al het beton drogen,  want anders zitten de dakwerken, iedereen zit in de problemen.  Dus voor u, het blijft hé.  We gaan het hier regelen.  Ze moeten   Want hier zit dan Landuyt, de dakranden zitten erin, in de volgende weken, dus dat kunnen we niet meer veranderen.  Want kijk, week 52, het is gedaan hé.

Ingenieur: Week 52, het is kerstdag hé. 

Architecte: En dat moet dicht hé.  Dat dak moet erop.

Burgemeester, wat doet u aan van kleren bij de opening?

Burgemeester: Bij de…?

Welke kleren zult u dragen bij de opening?

Burgemeester: Bij de…? Oplevering?

De opening van het cultuurcentrum.

Architecte: De opening?

Ja, wordt dat niet officieel geopend?

Burgemeester: Dat wordt officieel geopend, ja.

Weet u al wat u aantrekt die avond?

Burgemeester: Het is te zien of de zon schijnt of de zon niet schijnt hé.

Wanneer gaat het officieel open?

Burgemeester: Och, dat zal in oktober volgend jaar zijn.  Euh… Mei volgend jaar zijn.  Juni.

Architecte: Mei.

Mooi weer.  Een hemd met een streepje waarschijnlijk, want het is altijd een hemd met een streepje.

Burgemeester: Zoals ge nu ziet hé, ziet ge.

Jaja.  Mevrouw, wat raadt u hem aan?

Burgemeester : mag zo blijven zeker ? (lacht)

Architecte: Een streepje.  Ja.

Burgemeester: Het is te zien wat dan de mode zal zijn hé. 

Architecte: Ik ken de burgemeester zijn garderobe niet hé.

U kunt misschien iets ontwerpen.

Architecte kijkt gegêneerd en de burgemeester blijft schateren. 

Architecte: Ik denk dat wij verder doen met de dakspanten van Hancke, dat zijn zeer gedetailleerde tekeningen en … (plooit plan uit) Dus dat wordt gemonteerd vanaf week 45, al die dakspanten, dat zal een hele montage worden. Kraanwerk.  Dat zal volledig kraanwerk zijn.  Ja, dat is voor de ingenieur, dat weet ik niet, hoe dat precies gaat vastzitten.

Ingenieur: Het chroom wordt ter plaatse erop gelast.

Burgemeester: Ingeplugd.

Ingenieur:  Al die platen worden ingegoten en de kolonnen worden ter plaatse erop gelast.  Om dat allemaal op gelijke hoogte te krijgen.  Want het spul is 50 meter lang en 30 meter breed, als we te veel beweging krijgen, dan… Het dak moet recht zijn hé. Het is nogal hoog en nogal breed.

Aannemer: Het dak is gebogen hé, ja, omdat je bezig zijt van recht (lacht).

Architecte: Kijk, het is een volledig gebogen dak hé.

Een complexe constructie?

Architecte: Ja, want ik weet niet of jullie daar…

Ja, het ziet er mooi en indrukwekkend uit.  Maar is dat een complexe constructie?

Architecte: Ja, dat is zeer complex. Dat is een STAL-structuur die zeer complex is.  Volledig gebogen.

En burgemeester, het is de bedoeling, doordat u zo’n beetje in de branche zit, om met iets prestigieus uit te pakken?

Burgemeester: Laten we zeggen, ik denk dat het is de bedoeling om met een eenvoudige constructie uit te pakken…

Jamaar, ik dacht dat ze complex was.

Burgemeester: Laten we zeggen, het is te zien voor wie hé.  Als het afgewerkt is, ga je zien dat het niet zo eenvoudig, dat het eenvoudig van constructie is.

Is het nu eenvoudig of niet? ’t Is complex…

Burgemeester: Voor het maken, voor het maken, voor het maken is het niet zo eenvoudig, maar eens dat het uitgevoerd is, een dakconstructie is niet zo moeilijk.

Zeg, is dat eigenlijk normaal, dat een burgemeester bij dergelijke vergaderingen zit.  Eigenlijk technische werkvergaderingen.  Of komt dat alleen doordat u van opleiding  – ja, ik herhaal het nog eens – burgerlijk ingenieur bent?

Burgemeester: Ja, het is evident wanneer er dergelijke werken zijn, dat de burgemeester dat toch ook opvolgt.

Jamaar, veel burgemeester zouden waarschijnlijk niet snappen wat er gezegd wordt.

Burgemeester: Dat weet ik niet, dat weet ik niet.

Architecte: De burgemeester snapt dat wel, en hij vraagt regelmatig hoeveel dat kost.

Burgemeester: Dat laatste hebt u niet gehoord hé. Laten we zeggen, als het afgewerkt is, dat het inderdaad een eenvoudige constructie is, maar voor die constructie te bouwen, is het niet zo eenvoudig.  Begrepen?

Architecte: Er komen enorm veel technische details bij, maar daarvoor hebben we een zeer goeie metaalconstructeur ook, die wat de ingenieur ontworpen heeft, zal uitwerken. Het is een nieuwe vormgeving.  Gow, het is geen rechthoekige, of een… het is volledig gebogen.  Dat zal je buiten volledig zien, maar ook aan de binnenkant.  Gaat ge dat dak zien gebogen, loshangend binnenin.

Burgemeester: Het is iets dat je niet overal ziet.

En door een vrouwelijke architect.

Burgemeester : Hoe zegt u?

Door een vrouwelijke architect.

Burgemeester: Door een vrouwelijke architect, die dat zeer goed doet.

En luistert ie zo een beetje… van…

Architect: Hoe bedoelt ge?  Luistert ge?

De burgemeester, luistert hij een beetje.  Je weet dat, vrouwen verdienen minder, zeggen ze, vrouwen klagen nog altijd over het feit dat ze verdrukt worden.  En allez, ik ben eigenlijk blij dat ik hier een vrouwelijke architect zie tussen al die mannen.

Architect: Ik vecht ervoor hier, dus ik word hier niet verdrukt.

Ah, u moet vechten?

Architect: Ik vecht hier.

Ook tegen de burgemeester.  Ja?  Is het toch een beetje een macho?

Architect: De burgemeester?

Ja.

Architect: Zeg, dat wordt hier geen werkvergadering hé.

Ik beloof het, ik laat jullie met rust, maar… is het toch een beetje een macho?

Architect: Wat moet ik daar gaan op antwoorden?  Wat moet ik daar gaan op antwoorden?

Ingenieur: Zeg: wat betekent macho?

Architect: Neen, er kan zeer goed gediscussieerd worden met de burgemeester.  Geen probleem.  Voila.  Hé, we kunnen zeer goed discussiëren.

En hij heeft een heel sterke vrouwelijke kant.

Architect: En alles kan besproken.

 Gierig?

Architect: Dat is wel, hij is zeer spaarzaam, dat moet ik zeggen.

Oei, zijn medewerkers bellen al. Oké, bedankt!

 


20:34 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

12-10-05

CRABBE: ZOT VAN SPROT!

Vanavond ziet u burgemeester Crabbe op de Endlich op zee.   U leest meer over dat boottochtje als u even naar beneden scrollt.  Maar nadat we de woeste baren hadden weerstaan, moest er gegeten worden, en de burgemeester waagde zich aan een ferme pladijs. Hij zat aan tafel met zijn Claudine en met Willy Vandemeulebroucke en zijn vrouw.  Willy is de voorzitter van de KYCN.   Maar waar waren we?  O ja, bij de pladijs van de burgemeester.

 

Burgemeester:  Een ploate dat ze zeggen.  Ze zeggen dat?  Bent u een viseter? Ja, ik woon toch aan de kust hé.  U bent het verplicht hé.  (Willy) Allez, wat zou je nu zeggen, moesten we everzwijn eten? Ja, dan moet je misschien burgemeester in de Ardennen worden. (Willy) Het is hetgeen we u wouden duidelijk maken. (burgemeester lacht) (burgemeester) Ah, het is lekkere vis.  Mmmmm.  En wat zijn uw geliefkoosde soorten vis? Kabeljauw, eet ik zeer graag, en paling. Rog ook ja, dat is een goedkope vis, rog eet ik zeer graag.  Dat is de goedkoopste vis die bestaat, rogge. Maar niet de dure vis.  Lotte?  Nee.  Rog, paling en kabeljauw.  Plaat ook, eet ik ook graag.  Ik eet een plaatje liever dan een tongske. Ja.

Burgemeester, hoe lang woont u eigenlijk al aan zee?  Sinds 1 januari 83.  22 jaar dus, bijna 23 jaar. Bent u ondertussen eigenlijk een beetje een zeemens geworden met alles erop en eraan?   Ge hebt dat wel gezien vandaag toch, vanmorgen.  Ik ben voor de ruwe zee. Voor de ruwe zee.  En ik eet graag vis.  De rogge, ik zeg het nog een keer, paling.

Lagoustientjes eet ik ook graag, langoustientjes.  Maar kreeft niet. Dat is te chique of wat? Ik laat dat leven.  Kreeft laat ik leven.  En mogen er graten in zitten voor u? Ge doet die graten uit hé.  U ziet er geen graten in?  Neen. Ik heb daar geen problemen mee. Sprot eet ik ook graag, en verse haring ook. Kortom de goedkope vis. Is dat uit gierigheid?  Neen, omdat ik het graag eet. Garnalen eet ik ook graag. U eet het graag omdat u weet dat u er niet veel aan uitgegeven hebt. Misschien ook ja.  Maar het moet nog smaken hé En kookt u soms zelf, of is het mevrouw die kookt? Dat gebeurt.  Dat gebeurt dat ik dat zelf doe. Ah, hij kan koken? (Claudine) Ja, hij kan koken, hij kan alles. (burgemeester) Altijd hetzelfde, altijd hetzelfde menu. Wat is zo zijn favoriete menu eigenlijk?  (burgemeester) Biefstuk met friet (schatert) Het is ook gemakkelijk om klaar te maken hé, biefstuk met friet. En of dat dat nu vis is in plaats van biefstuk, het is ook goed hé. Worst eet ik ook graag, als ik nu meer naar de vleesgerechten ga.  Worst. Ja, ik wou net zeggen: dat zwemt niet zo… En carbonades met frieten, eet ik ook graag.   Zeer graag.  Bloedworst ook.  Maar ik ben geen grote eter.  Misschien daardoor dat u nooit groot geworden bent.  Misschien wel ja. Maar ik ben geen grote eter.  Ik drink zelfs ook niet veel.  Ge stelt dan waarschijnlijk de vraag: wat dan?  Wat wel dan? Ja, naar wat heb je dan wel een appetijt, ja?  Ah, alles dat ik graag eet hé


O!  En die mop van Willy moeten we u nog meegeven:

 

Willy: een man met drie vrouwen, gelijk al de leden hier d’ailleurs, hoe noem je dat?  In vogeltermen. Nen driepiet? Neen, een paradijsvogel.  Een man met twee vrouwen?  Een geluksvogel.  En een man met één vrouw?  Een pechvogel.  Maar het is nog niet gedaan hé.  Hoe noem je een man zonder vrouw?  Een trekvogel.   (geschater)


 

10:28 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

CRABBE: TE LAND, TER ZEE, MAAR NIET IN DE LUCHT

De visserij gaat erop achteruit in Nieuwpoort.  En dus probeert men in de kuststad de folkloristische aspecten van het vissersverleden te beklemtonen.  Iedere week op vrijdag worden er geleide bezoeken aan de vismijn georganiseerd, onder de noemer 'Vrijdag Visdag', waarbij de mensen uitleg krijgen bij wat er nog zoal in de mijn te beleven valt.  Er is tijd voor een natje en een droogje en bovenop krijgen de bezoekers een boottochtje op zee.  Die 'Vrijdag Visdag' is niet alleen bestemd voor toeristen maar ook voor de plaatselijke bevolking.  En zo komt het dat de burgemeester ook eens een kijkje ging nemen.  De rondleiding liet hij voor wat ze was, maar hij was wel net op tijd voor dat natje en dat droogje.

 

CRABBE: Dat is de voorbode van onze boottocht, we moeten de mensen toch een beetje kloek maken voor dat we op de boot stappen.

Maar de mensen zijn hier voor een bepaald arrangement?  Vrijdag Visdag, of zo.

CRABBE: Jajajaja. Dat is iedere week, voor de toeristen, wordt zo’n programma opgesteld.

En is de vrijdag voor u ook een visdag?

CRABBE: Voor mij is dat een werkdag, de vrijdag. Dat is een werkdag.

Ah, u werkt ook?

CRABBE: Ja, dat is de enige dag dat ik verlof zonder wedde heb, en ik moet dus…

Ah, u werkt eigenlijk maar één dag, als burgemeester.

CRABBE: Neeneenee, laat ons zeggen, ik werk ’s morgensvroeg, ’s avonds laat en ook de vrijdag. En ook de zaterdag, en ook de zondagvoormiddag.

Het meiske krijgt niet veel tijd eigenlijk?

CRABBE: Nee, maar ze is toch nog content.
 
Van dat boottochtje op zee zal er vandaag niet veel in huis komen, want de zee is heel wild.  Maar we gaan toch even de Endlich op, om in de haven wat te gaan ronddobberen. Net voor we aan boord gaan komen we ene Freddy tegen.
 

CRABBE: Mo Freddy!

Freddy: Nu ga je een twat doen.

CRABBE: Zoek best nie mee gaan?

Freddy: Joaj, ik kan je maar een raad geven, ga niet mee.

CRABBE: Niet mee?  Waarom?

Freddy: Moar joeng, je gaat ziek zin gelijk een aap. 

CRABBE: Peis je ‘t?

Freddy: Zeg, zeven, acht wè.

CRABBE: Mo we gaan niet verre.

Schelpe: En gie keunt weten, ’t es zjuste.

Freddy: Zeg, der stoat nog een bitje zjè wè.  Der stoat nog een bitje zjè wè.

CRABBE: Peis je het, ja?

Freddy: Joak, kzin tzeker. 

CRABBE: Gij gaat het weten hé, maar ik ga het toch proberen hé.

Freddy: Zeg dat ze moeten werekeren hé.

CRABBE: Het is niet de eerste keer dat ik meegaan.

De burgemeester heeft zeebenen hé.

Freddy: Allez, ik goa junder loaten.  Saluutjes hé.

En u neemt hier afscheid?

Claudine: Ik neem afscheid, ja.

Ja, allez, nog een laatste kus. (Kussen elkaar) Als ie niet terugkeer.

Schelpe: Hewel ja.

Hebt u zakdoekjes bij?

Schelpe: Jaja, ik heb zakdoekjes bij. (Lacht).

Allez, succes hé.

 

De gids aan boord van de Endlich vertelt dat de Endlich een Duits schip is dat gebouwd werd in 1954.  Het is 19 meter lang, Roger is de kapitein.  KYCN, Yachtclub Nieuwpoort, is de oudste yachtclub.  En Nieuwpoort is met zijn 2200 boten de tweede grootste yachthaven van Europa, na La Rochelle. De burgemeester staat in geen tijd zelf aan het roer.  Al heeft hij geen vaarbrevet.  Maar dat is niet nodig, zegt hij.  Mij lijkt het wel nuttig.  Want als ik hem bezig hoor tegen Roger, lijkt het me alsof hij nog niet eens de verkeersregels van het waterverkeer kent.


 

Burgemeester: Zeg, Roger, wie heeft er hier voorrang.  Wij of die kleine bootjes?

Roger: Wij.

Burgemeester: Ah, het is wij.

Roger: Momenteel hebben we een 7 beaufort staan.  Op zee hadden we deze nacht 8 à 9.  (iemand roept: waar ga je draaien?) Nog verder wè, ter hoogte van de controlebrug.

Is dat zo een beetje als in auto rijden burgemeester?

Burgemeester: Het is boeiender, het is plezanter. Het is in die ruwe zee…   Nu gaat het beginnen, nu gaat het beginnen, als we hier buiten komen.  Het zal nog een beetje verder zijn.  Dat we gaan…

Roger: Rond de controlerentoren.

Burgemeester: we moeten alleen maar zorgen dat we niet tegen het staketsel zitten… dat we niet… Roger, ik geloof dat ge moet…

Roger: Geen probleem.

U wordt nerveus hé.

Burgemeester: Neen, ik word niet nerveus.  Ik hoop alleen maar...

Anders, er is meteen een nieuwsploeg bij hé.

Burgemeester: De zee is geweldig.

U bent ook geweldig!

Roger: Er is een enorm grote zeegang momenteel.

Burgemeester: Ge moet een keer kijken zeg.

Roger: Ge moet zien waar het water opspuit!

Burgemeester: Ge moet een keer kijken zeg.  Ik hoop alleen maar dat we tegen het staketsel niet zitten.

Roger: Dat is de stand van het roer.

Burgemeester: Dus in feite moet ik naar daar kijken?

Roger: Niet naar daar, het is een indicatie van waar uw roer staat.

Ja, u weet toch waar dat u moet kijken, burgemeester!  We gaan toch niet!  Hé, pas op hé jong!  Anders!

Burgemeester: Wij hebben voorrang op die kleinere boten hé?

Roger: Jaja, maak je geen zorgen. 

(Je ziet de Zodiacs passeren aan de zijkant)

Roger: Vanaf nu iedereen zich goed vasthouden!

Burgemeester: Vasthouden!  

Vasthouden!

Roger: Aan het schip hé, niet aan je vrouw of aan…

Burgemeester overboord!... Ah nee, hier is hij! 

Burgemeester: Nu begint het maar goed te worden.

U voelt de adrenaline pompen?

Burgemeester: Toch een beetje.

U krijgt daar een kick van? Dus, ergens diep in u zit er een avonturier?

Burgemeester: Goh, een avonturier niet hé, maar het is een goeie ontspanning, voor mij toch.

Ontspanning?  Als we het maar overleven!

Burgemeester: Dat gaan we doen hé, zeker!  Toch zeker als ge de burgemeester aan boord hebt hé.

Zeg burgemeester, als dat niet meer lukt als ingenieur, u kunt het nog altijd als schipper proberen hé.

Burgemeester: dat is juist.

Hij doet het goed hé.

Roger: Ja, maar ja, hij is dat gewoon hé.  Als je een stad kunt besturen, kunt ge een schip besturen hé.

Roger: En dan een beetje naar links.  Ge moet dat eigenlijk correct zeggen hé.  Een beetje naar bakboord. 

Jamaar, hij zou dat niet verstaan hé.

Burgemeester (lacht): Peis je het?

Ja, hewel, wat is stuurboord?

Burgemeester: kijkt lachend naar Roger.

Roger: Ge kunt dat gemakkelijk onthouden hé.  R van STUUR, dat is rechts.  En in BAK staat er geen R, dus dat is links.  Zo simpel is dat.

Burgemeester: Links en rechts.

Roger: Ge ziet hoe het schip effenaan weggeduwd wordt hé.

In Crabbe staat er wel een R, dus dat is rechts hé?

Roger: Geen politiek hé aan boord.

Dat is verboden?  Anders zinken we. Zeg, hij doet dat goed hé.

Roger: Jaja, maar het is niet de eerste keer hé, de burgemeester kan dat hé.  Wel, onder zeil is het nog aangenamer, maar op motor is het zeer moeilijk varen.   Met die wind nu, we hebben zijwind…

Je moet eigenlijk al een beetje expert zijn zoals euh… 

Roger: Jaja, je moet al weten wat dat je doet met zo’n schip.  En ook, het is een zware boot hé, het is 36 ton.  En als de wind daarop komt, op die twee masten, dan krijg je met die zijwind direct verplaatsing. Laterale verplaatsing.  En ge moet dat mee inrekenen, incalculeren en al.

Incalculeren, dat kan ie hé. Als ingenieur. Hé burgemeester?  U bent nu waarschijnlijk voortdurend aan het rekenen, tellen, berekeningen aan het maken.

Burgemeester: Zorgen dat de wijzer op nul staat hé.

Op nul?

Roger: Midships.

Burgemeester: Ah, dat is mijn dingk hé.

Waarom moet de wijzer op nul staan?

Roger: Dat wil zeggen dat de roerstand dan in het midden staat.  Anders, als ge dus de wijzer doet uitwijken, gaat uw roer naar bakboord of naar stuurboord gaan staan.  Dus dat wil zeggen dat je van koers verandert.  Maar het is niet evident om de boot bij dit weer midships te houden.  De wind blaast, kijk we zitten af en toe bij de 30 knopen wind, dat is wel serieus hoor.  In de haven 30 knopen.

Maar hij doet het toch maar hé, hij houdt hem midships!

Burgemeester: Als je het graag doet!  Het doet mij toch ook deugd met een woeste zee een keer op het water te gaan.

Jaja, u hebt het graag een beetje ruw hé.

Burgemeester: Ja, het harde leven

Het avontuurlijke type eigenlijk.

Burgemeester: Nee, niet avontuurlijk, maar het harde leven.  Zowel ter land als ter zee, het harde leven 

En in de lucht?

Burgemeester: Neen, daar heb ik schrik van.

Maar dus het water… Als u hier nu overboord gaat,…

Burgemeester: Ja, laten we zeggen, er moet toch ook een zekere vorm blijven van veiligheid.  Maar het boeit mij.  Het water boeit mij.  Niet met de vlieger.  Daar heb ik schrik van.

De zeeboei.

Burgemeester: De zee boeit mij enorm ja. …. Dat is niet de reden waarom ik naar Nieuwpoort komen wonen ben hé.

Neen, puur uit politiek opportunisme?

Burgemeester (lacht): Dat zegt u.  Dat zegt u.

Ja, zegt u mij dan eens waarom.

Burgemeester: Och, eerst en vooral omdat ik van de zee hou.

Ah, dus toch voor de zee?

Burgemeester: Ja, laat ons zeggen, uiteraard ben ik naar Nieuwpoort gekomen om, ook nog om andere redenen, maar laat ons zeggen, de zee, het water heeft mij ook een reden gegeven om naar Nieuwpoort te komen


 

09:28 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-10-05

ROLAND CRABBE, HET PUPTJE

De stad Nieuwpoort beschikt dankzij de Reuzengilde Jan Turpijn over de grootste draagbare reus van Europa.  Die reus heet Jan Turpijn.  En hij werd genoemd naar een burgemeester van Nieuwpoort uit lang vervlogen tijden.  De gilde heeft sinds enige maanden een nieuwe reus.  Of moeten we zeggen: een dwergreus?  De nieuwe reus stelt de huidige burgemeester voor.  En Roland Crabbe was dan ook heel trots om die reus even aan me voor te stellen. 

 

Crabbe: Het is het Puptje dat ze hier zeggen.

 U bent het Puptje?

Crabbe: Hewel, ze zeggen dat hier toch.  Ze zeggen dat hier in Nieuwpoort.   Ik ben ook peter  van de grote reus.

U bent peter van de grote reus en u bent de kleine reus?

Crabbe:  En ik ben de kleine reus, ja.

U bent eigenlijk altijd de kleine reus geweest, nog voor u een reus was.  

Crabbe: Het is te zien op welk gebied hé (lacht)

Burgemeester, toen ze kwamen aanzetten met het idee om een reus van u te maken, was u daar meteen voor te vinden?

Crabbe: Ik heb daar eerst een beetje over nagedacht.

En wat hebt u gedacht?  

Crabbe: Wat de gevolgen zouden kunnen zijn.

U vreesde?  

Crabbe: Ja, ge weet nooit hé.   Ge weet nooit hé.  Maar na een week heb ik beslist dat ik daarmee akkoord was. 

U hebt een week moeten denken eigenlijk.   

Crabbe: Jaja, een week. Het moest allemaal op papier staan hé. 

Ofwel hebt u veel redenen om ongerust te zijn, ofwel denkt u traag. 

Crabbe: Hewel, laat ons zeggen, ge hebt een grote reus en een kleine reus, euh, nu word ik de kleine reus genoemd hé, in plaats van een grote reus. 

En was u liever een grote reus geweest?   

Crabbe: Een middelmatige reus.

En ze hebben er waarschijnlijk een kleine reus van gemaakt, omdat u zelf niet te groot bent.

Crabbe: Jaja, dat is juist. Daarvan komt de naam de kleine reus. 

En hebt u daar ooit problemen mee gehad met uw gestalte?   

Crabbe: Nee, klein maar fijn hé.

Klein, ja, maar fijn????  Gewoon klein dan.

 

Zijn vriendin Claudine Schelpe is er ook weer bij.  Zij mag het Puptje helpen keuren.  Luc is iemand van de Gilde Jan Turpijn.

 

Ja, het is ook sympathiek hé, een burgemeester die niets zegt.   

Crabbe: Tuurlijk, ge kunt dan niets miszeggen hé 

Zeg, hoe vindt u hem eigenlijk mooist?  In die gedaante of in die gedaante?

Schelpe: Ja, in de twee gedaanten, ja. 

Zijn er hier dingen die beter zijn dan de echte versie, of…

Schelpe: Er zijn veel overeenkomsten ja, die neuze, dat mondje…

Crabbe: Boven, boven (lacht).  

 Ja, ik had niet verder gekeken, burgemeester!  Ja de neus en het mondje zegt u.  Zeg maar mond hé.

Schelpe: Hewel ja, gow (hinnikt ze)…. 

Crabbe: Ik trek er toch op hé.

Schelpe: En die wenkbrauwen hé.

Crabbe: En dat haar. Dat haar.

Schelpe:  En dat haar langs achter, dat kruintje.

Wacht, ik zal eens zien.  Inderdaad, inderdaad.

Schelpe: We dekken dat een beetje toe hier dus.

Ja, van langs achter bent u een pater, en van voor een burgemeester.

Luc: Gij zal zeker naar de hemel gaan.

Ja, met uwen achterkant kunt u geen socialist zijn.  En met uw voorkant bent u zeker geen Vlaamse Leeuw.  Want u hebt geen tanden. Burgemeester, ze hebben dat waarschijnlijk gedaan, omdat dat Puptje een eind moet meegaan.  Binnen enkele jaren bent u wellicht ook uw tanden kwijt en dan loopt die reus nog rond.

Crabbe: Ja mo ja, de mijne zijn toch ook al bijna zestig jaar oud.

Ze zeggen waarschijnlijk: ze zullen waarschijnlijk toch binnenkort uitvallen, dus gaan we de moeite niet meer doen.  Zijn lijf ziet er wel een stuk jonger uit. 

Crabbe: De drager is een stuk jonger.  Hij zou moeten even oud zijn als mij, dat zou een probleem zijn hé.

Zeg, burgemeester, was u eigenlijk verrast toen ze met dat idee aankwamen, of zat u daar een beetje op te wachten eigenlijk? 

Crabbe: Neenee, zeker niet, maar het was een verrassing.

Luc: Ik heb de burgemeester aangesproken, en ik zeg : mogen wij u hoofd namaken? 

En hij zei: daar is geen doen aan.  

Luc: Neen.  Hij heeft direct geantwoord: ja. 

Crabbe: Dat is geen waar.  Ik heb een week gewacht (lacht).

Hij heeft daar een week voor de spiegel gestaan van Yes, yes!!!

Crabbe: Ik ben daar fier op, zeker, zeker. Dat gaat toch in de geschiedenisannalen van Nieuwpoort staan, vermoed ik. Als we na vierhonderd jaar nog de reus Turpin in herinnering brengen, ik veronderstel dat ze dat na vierhonderd jaar ook nog zullen doen met mij.  Hoop ik.

Burgemeester, wat is nu de volgende betrachting?  Een standbeeld?  Een eigen straat? 

Crabbe:  Dat is voor de toekomst hé, dat is voor de toekomst hé.  Ge moet daarvoor eerst sterven, dood zijn.

Nee, maar Lucy Loes, die heeft een beeld en die leeft nog.

Crabbe: Dat is een artieste hé, dat is een artieste hé. 

Ja, maar u ook toch een beetje hé

Crabbe: (lacht)

Zo dicht bij de verkiezingen, wat als hij niet verkozen wordt, dan zit u ermee?

Luc: Ik denk dat hij terug verkozen wordt.

Ja, bij jullie beweging zijn julllie nu bijna verplicht om te stemmen voor hem, anders zijn het extra kosten.

Luc: We kunnen er een baard op kleven (lacht). 

Crabbe: Daarom misschien dat ik doelbewust van ja gezegd heb.

Wat zijn zo de reacties van de mensen?

Luc: Er zijn veel mensen die vragen: wie is die nieuwe reus nu eigenlijk?  Op het eerste zicht, kun je hem moeilijk herkennen. Maar als je hem langdurig ziet, de eerste reactie was ook van de mensen: is dat wel de burgemeester?, maar als je een tijdje hem gewoon bent, zeg je: er zit toch veel in.  Hé, Claudine. Zijn neus en zijn mondje.

Crabbe: Het mondje en de neus.

Luc: En zijn asbakje (lacht).

Het heeft nog een voordeel: u moet zelf minder buitenkomen.  

Crabbe: Dat is juist.  Toch buiten Nieuwpoort. 

Eigenlijk is dat een ideale promotiestunt. 

Crabbe: Tuurlijk, tuurlijk.

Hebt u daarvoor betaald burgemeester?...

Luc: Het hoofd is betaald door onze vereniging. 

En de voeten?

Luc: De voeten zijn nog niet afbetaald (lacht).

 

 

 

 

 



23:37 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-10-05

CRABBE EN SCHELPE

Vorige week hadden we te maken met een burgemeester die zijn biografie geschreven had, genaamd 'Kappe en Turf', deze week krijgen we weer een geletterde mens te zien, of een becijferde.  Hij en zijn vriendin: Crabbe en Schelpe.  Hij heet Roland Crabbe en zij is Claudine Schelpe.  Hij is burgerlijk ingenieur. En zij... niet.  In het eerste filmpje krijg je hem zingend aan het werk te zien.  Hij staat op het podium van 'Vlaanderen Zingt', dat zangevenement waar Nico Blontrock de menigte tot het meebrullen van populaire meezingers tracht aan te zetten.  En dat lukt doorgaans wonderwel.  Zelfs die ene avond in Nieuwpoort, toen het pijpenstelen regende, bleven de mensen meezingen.  En Roland Crabbe huppelde en kweelde.  Maar aan de pauze liet de 62-jarige burgemeester het afweten.  Zijn stem begaf.  Dus haastte hij zich naar het stadhuis, en daar zat zijn Claudine (hij noemt haar liefkozend Pieteco) samen met enkele vrienden op haar mannetje te wachten.
 

 U voelt zich daar zichtbaar goed op een podium hé.

Burgemeester: Dat is een ontspanning hé, als ik van ’s morgens tot ’s avonds moet werken, van ’s morgens acht uur tot ’s avonds twaalf uur, heb ik dat een keer nodig.  Ja, natuurlijk. U hebt toch ontspanning met Pieteco?  Laat ons zeggen, bepaalde uren wel, zoals elk normaal mens zeker.(lacht)

Waarom werkt u op uw 62ste eigenlijk nog zo hard?

Claudine: Er is veel geld nodig ook hé, om te leven.

Ah, u bent duur om te onderhouden?

Claudine: Neenee, ik ben rap content.

Vandaar dat u hem genomen hebt.

(Hilariteit alom.)

Hoe lang zijn jullie al samen?

Burgemeester: Drie jaar.

Drie jaar?

Burgemeester: Drie jaar. Ja.

En waarom hebt u hem genomen?

Claudine: Wel, we zijn mekaar tegengekomen.

En u zei: goeie partij, burgemeester.

Claudine: Nee, het is om niet meer alleen te zijn.

Ah, het is alleen om niet meer alleen te zijn?

Claudine: Voor het gezelschap, ja.

U bent eigenlijk een soort gezelschapsheer?

Burgemeester : het is meer dan dat wè. (Schatert)

Ja, details hoef ik nu niet, maar het was ook liefde op het eerste zicht, neem ik aan.

Claudine: Jaja, het was liefde op het eerste zicht. (hij schatert weer)

Was het van u ook liefde op het eerste zicht, of het tweede of het derde?

Burgemeester:  Neenee, laten we zeggen… Toen ik haar zag op een terrasje in Oostende, zei ik: die moet ik hebben….

Claudine: Ja, en ik hem zag, moest ik hem ook hebben.

Burgemeester: Ik heb haar wel gezegd dat ik niet te veel tijd zou hebben om bij haar te zijn…

En juist daarom zag ze het wel zitten.

Burgemeester: Wel, laat ons zeggen… (lacht)

Is dat heel anders een tweede relatie op een bepaalde leeftijd dan euh…

Burgemeester: Als u euh… het niet anders kon,  het is altijd spijtig dat dat moet voorkomen.   Maar de omstandigheden waren zo dat het niet anders kon.  Ik denk dat dat bij iedereen zo is, als de relatie, of laat ons zeggen, als het niet meer gaat, en ge doet verschillende inspanningen om het nog goed te maken, dat dan inderdaad de enige oplossing is, ja.

Is een tweede keer heel anders dan een eerste keer?

Burgemeester: Laat ons zeggen, het is ook zo, elke man en elke vrouw is anders.  Als ge dus een tweede vrouw hebt, is de relatie totaal anders dan met de eerste vrouw, omdat de vrouwen ook anders zijn. Ja, dat moet zo.

Het was dus eigenlijk een heel domme vraag of wat?

Burgemeester: Laten ons zeggen, ik wil daar serieus op antwoorden.

 

Zijn vriendin noemt hij dus Pieteco.  Maar ze heet niet zo in het echt.  Ook niet Piet Eco, geen familie dus van Umberto Eco.

 

Claudine:  Ja, ik heb een echte naam ook. 

Piet en dan Eco?

Claudine: ’t Is Claudine.

Burgemeester: Claudine.

Claudine: Schelpe, zo. Schelpe en Crabbe.  De familienamen.  We passen goed samen, ook de familienamen.

U meent het niet.

Claudine: Jaja.

 Burgemeester: Ik dacht dat een krab en een schelp elkaar bevochten, maar bij ons in elk geval niet.

Ja, met de naam Crabbe, u was eigenlijk voorbestemd om aan zee te belanden hé?

Crabbe: Wel, laat ons zeggen, ik ben in feite geen Nieuwpoortenaar, ik ben geen kust, niet iemand die aan de kust gewoond heeft. Ik ben afkomstig van Roeselare, en dan aan de kust verzeild geraakt.  Inderdaad, mijn naam Crabbe wijst er misschien op dat ik meer aan de kust gebonden was, dan in het binnenland.

Crabbe, zonder accent.  Niet Crabbé, zoals Ben? 

Burgemeester: Dat is Crabbe. Sommige mensen waren soms beschaamd om te zeggen Crabbe, omdat ze zegden: hier aan de kust een Crabbe, is toch een lelijke naam, en dan zeiden ze automatisch Crabbé.  
 

Burgemeester, ik zag u daarnet uitbundig meezingen op de tonen van 'Mooi, het leven is mooi, zolang er zon, muziek en kinderen zijn.'  Zijn dat eigenlijk de vereisten om het leven mooi te maken: zon, muziek en kinderen?

Burgemeester: Neen, dat is volgens Will Tura hé, dat is volgens Will Tura hé.

Ja, maar u zong uitbundig mee, ik dacht: ah, de burgemeester is volledig akkoord.

Burgemeester: Maar dat is Will Tura die dat zingt hé.  Die die tekst gemaakt heeft.

Wat is er voor u nodig om het leven mooi te maken?  Zon, muziek en kinderen?  Of mag het iets meer zijn.

Burgemeester: Ja, dat is moeilijk, zolang dat men gezond is (op achtergrond brult men mee met ‘Non, non, rien a Changé) en dat men kan rustig leven, ik denk dat dat het belangrijkste is.  Vooral de gezondheid. Een goede gezondheid.

Dus ja, de gezondheid.  De gezondheid is oké?

Burgemeester: Een goede gezondheid.

Ja, maar in uw geval.

Burgemeester: Tuurlijk, want als ik niet gezond ben, zou ik niet kunnen werken hé.

Maar een rustig leven, ja, dat zit er niet in hé?

Burgemeester: Neen, ik heb inderdaad geen rustig leven, maar ge moet ook weten dat ik dat aangenaam vind dat ik als zowel burgemeester ben en dat ik ook ingenieur ben.  Ik doe dat zeer graag. En ik ben ook zeer graag ingenieur.  Het is daarom dat ik veel projecten hier uitvoer in Nieuwpoort hé.  Maar gezondheid is ook zeer belangrijk, uiteraard. Als ge niet gezond zijt, kun je niet werken en niet gelukkig zijn. Bah, niet gelukkig zijn.  Er zijn mensen die van het leven iets maken, maar volgens moet de gezondheid wel… Volgens mij is de gezondheid primordiaal. Ja.  En tevreden zijn met hetgeen dat je hebt.  Dat is ook belangrijk.

Ja, in uw geval is dat makkelijk, u hebt zoveel.

Burgemeester: Zoveel!  Ik heb juist gezien.  Als ik… Dus wij hebben allemaal onze mandaten moeten invullen als politiekers.  Als ik zie wat dat ik heb moeten invullen, dat was ongeveer drie lijntjes.  En als ik zie wat dat de andere politiekers hebben van mandaten, dan zeg ik alleen maar: wanneer en op welke manier kunnen ze dat allemaal doen hé ?

Ja maar een job als ingenieur bij de administratie Wegen en Verkeer en dan nog een job als burgemeester… Bij die andere burgemeesters zijn dat veelal onbezoldigde functies.  Maar burgerlijk ingenieur en dan nog burgemeester!  We zitten hier eigenlijk wel met één van de rijkste burgers van de streken.

Burgemeester: De rijkste burgemeester?  Denk je dat?  Die er veel en hard voor moet werken.

Tuurlijk.  En het is u gegund hé.  Ik zat er alleen in mee in.  U zegt van: ik wil een beetje een rustig leven, en ja.

Burgemeester (gebrul op achtergrond): een rustig leven? Ik neem mijn tijd om wanneer dat ik rust moet hebben, neem ik de tijd, maar over het algemeen is dat niet zo eenvoudig om die twee jobs te combineren. Maar ik doe het graag.  En iets dat je graag doet, kun je gemakkelijk combineren.  Dat is in elk geval juist.  Als ik het niet meer graag doe, dan doe ik het niet meer.  Zo eenvoudig is dat.

Will Tura, die zingt ook, ik zie het leven door een roze bril. 

Burgemeester: Ge moet altijd optimistisch zijn.  Altijd optimistisch.  Laten we zeggen, zelfs wanneer de Nieuwpoortenaars reclameren voor het een of het ander, dan moet je dat ook ernstig nemen, maar ge moet altijd optimistisch blijven. Want als ge iets doet, vijftig procent van de mensen zijn akkoord, vijftig procent zijn niet akkoord.  Ge moet natuurlijk proberen zoveel mogelijk mensen ermee akkoord te verklaren, want dat is niet altijd zo eenvoudig.  In elk geval nu niet, want we leven in een zeer individualistische maatschappij.  Elk voor zich.

Daarom zingt Johan Verminnen nu: Sloop de Muren om je heen.

Burgemeester: Dat is juist.  Het is daarom dat wij zoveel mogelijk vrienden moeten maken in onze maatschappij.  Dat de mensen niet individualistisch zijn.  Of laat ons zeggen: aan de rand van de maatschappij.

Laat me nu toch niet alleen.

Burgemeester: Dat ga ik ook niet doen hé.

 

De burgemeester laat me inderdaad niet alleen.  Gelukkig dat hij geen stem meer heeft, anders was hij weer weg.  De nar gaan uithangen op dat podium. Waarom dat op je 62ste nog nodig is?  Het antwoord is vrij eenvoudig, denk ik.  Volgend jaar zijn er verkiezingen.

 

Burgemeester: Denk je gij misschien dat ik dat doe om stemmen te halen?

Waarom anders?  Waarom anders?

Omdat ik het graag doe.

Zo de clown daar uithangen op…?

De clown uithangen! (lacht)

Zo met een pruik op, en met een pet achterstevoren?

Maar dat was iemand die dat op mijn kop gestoken had hé.  Neen, dat is voor het plezier hé.  Niet om stemmen te halen.

Ik had het verkeerd begrepen.

U bekijkt dat mis hé, u bekijkt dat mis hé.

Zie je?  Ik heb daar ook weinig verstand van, van politiek hé.  Dat was dus voor het plezier?  Ah ja.

Tuurlijk.

En was het plezierig eigenlijk?

Ba ja.  Hewel, ge hebt dat wel gezien zeker? (lacht)  Ik geloof dat u hier toch aangename herinneringen zult aan hebben. 

O, absoluut, absoluut.  Ik heb er nu al aangename herinneringen aan.

 

 

Ik kijk even buiten van op het terras van de markt, en zie de menigte meewiegen op de tonen van ‘You Never walk alone’.  Het zou bijna een politieke hymne kunnen zijn.

 

 

Crabbe: Laten we zeggen, de beslissingen worden altijd collegiaal genomen door het college.  Maar er moet altijd een trekker zijn.U bent een trekker? Laten we zeggen, als burgemeester ben je de trekker van je college. (We are the champions op achtergrond) Laten we zeggen, ge stippelt het algemeen beleid uit in uw gemeente, het algemeen beleid moet uitgestippeld worden , ge moet een visie hebben, die visie moet ontwikkeld worden via een algemeen beleid, en dat beleid moet dan uitgevoerd worden. Dus, ge moet altijd iemand hebben die trekt aan de kar hé. En dat is altijd de burgemeester.  Dat is de taak van de burgemeester.  Trekken? Algemeen beleid uitstippelen, visieontwikkeling en euh… Trekken?  Ik bedoel daarmee, iedereen moet aan de kar trekken.  En laat ons zeggen, de burgemeester is het paard, het Brabants paard. Ah, u bent een paard? (lacht).  Ge meugt hier niets zeggen, of het is al… Het is toch overal zo, in een vereniging of zo, ge hebt altijd een trekker.   De mensen zeggen dikwijls: het zijn altijd dezelfde die het moeten doen.  En in werkelijkheid is dat zo ook hé. Het zijn altijd dezelfden die het moeten doen. Dus ge moet een trekker hebben. Dus, het is niet, you never walk alone, het is, you walk alone?  Het is juist ja. Eigenlijk moet je het alleen doen? Nee, ba nee!  Laat ons zeggen, alleen niet, ge moet het algemeen beleid uitstippelen, …

 




21:49 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |