30-09-05

WILLY VERLEDENS!!!!!

VOLGENDE WEEK: MICRO ZONDER ZOUT VOLGT NU AL 35 WEKEN LANG DE BURGEMEESTERS VAN WEST-VLAANDEREN.  EN WE HEBBEN AL KLEURRIJKE FIGUREN ONTMOET.  MAAR EEN MAN ALS WILLY VERLEDENS HEBBEN WE NOG NIET MEEGEMAAKT.  EEN WANDELENDE ATTRACTIE.  OPENHARTIG, EERLIJK, SPIRITUEEL, GEESTIG, CREATIEF, INVENTIEF EN SUPERLIEF!!!  DIT MAG U NIET MISSEN.  KIJK VOLGENDE WEEK ABSOLUUT OP MAANDAG, DINSDAG, WOENSDAG EN DONDERDAG NAAR MICRO ZONDER ZOUT OP FOCUS EN WTV.  HIJ IS FORMIDABEL!!!!

En neem af en toe een kijkje op deze weblog, want de komende dagen brengen we uitgebreide interviewpassages met deze zeer geïnspireerde burgervader van Izegem. 

Praat erover met je medemens.  Op café, op de trein, in de post en in de supermarkt!!!  Zorg ervoor dat iedereen kijkt.  Want die man is zo gevat, zo geestig, zo formidabel dat we het niemand willen onthouden. 

 

 





17:13 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

29-09-05

WALTER VAN PARIJS OP UITKIJK IN DE KIJKUIT

In de laatste aflevering van Micro Zonder Zout waarin de burgemeester van Beernem wordt opgevoerd, zie je hoe de warme, aangename, sympathieke Walter Van Parijs, ja zo heet ie, mij meeneemt naar de Kijkuit.  Dat is een outdoorsportcentrum in Beernem waar je kunt kajakken, kanovaren, muurklimmen en allerlei andere avontuurlijke sporten kunt beoefenen te water, te land en in de lucht.  De burgemeester komt heel dikwijls in het café van de Kijkuit, om een goed biertje te drinken of ribbetjes te eten.  En in de zomer gaat hij er terrassen.  Want je kunt er voor een appel en een ei gaan roeien, en als je dan met je oude, luie botten op zo'n terras zit, dan zie je hoe al dat jong sportief volk op het water uitslooft.  Heerlijk om een pintje bij te drinken.  Maar toen ik met Walter en de camera in de Kijkuit langsliep (en die dag met klankman Yves Depotter), toen slaagde ik erin om Walter even op het water te krijgen.  Niet in het water, want zwemmen wou hij niet. 

 

 

WVP: Ik zwem graag en zo hé, maar niet in de vaart, ik heb het je al gezegd, hij is nog bezoedeld met… Al het rioolwater van Beernem komt nog altijd in het kanaal. Dat zal binnenkort veranderen met al de grote collecteringswerken, en hopelijk is het kanaalwater dan…

En dan gaat u zwemmen?

WVP: Dat het aan de voorwaarden van het zwemmen voldoet.) Maar nu, nu kun je soms nog een keer een drol tegenkomen (lacht).

 

En dan zijn we vertrokken en zitten we op het water.   Om ervoor te zorgen dat we daadwerkelijk vooruit gaan hebben we Hans van de Kijkuit meegenomen.  Hij en Walter hanteren de roeispanen.

 

Walter:  Vent toch, zalig is dat hier, hé.

Hans: Ge meugt er gerust in springen wè Walter.

Walter: Hè?

Hans: Ge meugt er gie gerust in springen.

Walter: En zulk een schoon water. Wat gaat dat zijn als het waterzuiveringsstation een keer werkt?

Hans: Ja, dat is te zien hé.

Walter: Ge gaat hier kunnen zwemmen hé.  Ge gaat kunnen zwemmen.

Ja, nu zijn het allemaal, tot hier toe…

Walter: Het is toch niet vuil hé, gow.

Hans: Maar het is veel properder dan een jaar of vijve geleden wè.

Burgemeester, komt u dat hier vaak doen?

Walter: Zelden, zelden.  Het is maar bij speciale gelegenheden dat ik hier kom varen.  Soms kom ik hier wel een pintje drinken…

Het is zo dat u dat hier kent?

Walter: … of een ribbetje eten, maar varen, het is al een tijdje geleden dat ik dat gedaan heb. Dus, ik kies voor de goeie momenten 

 

Hans van de Kijkuit heeft zo van die modieuze dreadlocks op zijn hoofd.  Heel veel en heel lange.  Een kop vol haar dus.  Terwijl het hoofd van Walter blinkt als een knikker.

 

Walter: Moest je gezien hebben hoeveel haar ik vroeger had… Tot hier ze.

Hans: Dat was in de flower power periode?

Walter: Neenee, ik ging naar de coiffeur, en hij zei dat ik veel te veel haar had.   En dat was met een schare met tandjes, en godverdikke, hij trok ze bijna uit, vent.

En welk kleur van haar had u? Ik zie dat zo niet meer.

Walter: Dat was mooi blond, mooi blond, zoals de echte Germanen hé (lacht)

 

Walter: Ken je dat, de aalscholver? Kijk, de aalscholver. De aalscholver. Dat is een teken dat er vis zit, want die leeft van de vis. En dat duikt naar vis hé.  En als dat dan, zijn vlerken nat zijn, hoe noemt dat, zijn vlerken,…

Vleugels?

Walter: Zijn vleugels nat zijn.  Dan gaat…   Dan blijft ie zo gestrekt zitten in de zon. Tot dat zijn veren weer gedroogd zijn.   

 

Walter: Trouwens, er komt hier een natuurgebied hé.  Dat is hier de miseriebocht.

Miseriebocht?

Walter: Miseriebocht, ja.  Dat is een natuurgebied in de miseriebocht.

En waarom heet dat hier miseriebocht?

Walter: Eerst en vooral, voor de boten was dat hier een moeilijke bocht om te nemen.  Voor de scheepvaart vroeger.  En ten tweede omdat dat hier heel, heel magere grond was.  De boeren konden hier niets verdienen.  Het waren allemaal miserieboerkes.

 

WVP: En wete gij dat ze hier gevochten hebben, de Gentenaars tegen de Bruggelingen?

Nee.  Maar u weet dat wel blijkbaar?

WVP: Jajajaja, dat weet ik, en dat is heel lang geleden hé. Dus de Gentenaars waren ertegen dat de Bruggelingen het kanaal naar Gent door, door, door… doordiel…, dolven of dielven…

Dalven…

WVP : Dolven.

Hans: Dolf! 

WVP:  En dus, hier is er gevochten geweest, en het staat zelfs op één van de muurschilderijen op ons gemeentehuis. 

Ahjajaja.  En ze hebben zo danig hard gevochten dat hier eigenlijk een kanaal ontstaan is?

WVP : Jamaar, dat was hier een kop hé. Het water vanaf Sint-Joris vloeide naar Gent toe, en vanaf Sint-Joris vloeide het ook naar Brugge toe.  En dus die kop moest doorgedolven worden.

 

Hans: Daar zit er fuut.

Een fuut?  Fuut?  

Hans: Maar hij roept meestal fuut.  Het is daarom dat ze hem fuut noemen.

WVP: Kijk, hij is juist were.  Hij komt weer boven. Hij heeft juist gedoken.  Dat duikt achter vis hé.   Dat is die versten.  Zie je hem daar zitten? 

Welkeen?

WVP : Die versten van die eenden, daar.

Hans: Die hele versten.  Met dat geel, met dat klein geel hoofdje.

WVP: Kijk, straks gaat hij weer duiken ze.  Je gaat het zien.  Ofwel is hij opgeschrikt van die camera hé.

Ja, ik vind dat ze allemaal een klein hoofdje hebben.

Hans: Nee, het is die versten.

WVP: Die versten die zo fier kijkt zo. Die in het midden daar.

Ik vind dat ze allemaal dom kijken.

Hans: Zie je hem niet?  Nu varen we er recht naartoe?  Hij zit …

WVP : Kijk, hij is weg ze, hij is achter vis ze.

En daar in die taluds hé, zie je daar die zandtaluds, daar wonen de ijsvogels in.

De wie?

WVP: Ijsvogels.

Pinguïns?

WVP: Dat is een prachtige vogel.  Ken je dat niet?  De ijsvogel?  Prachtig van kleur hé.  En dat heeft holen in de taluds van de vaart. 

Ijsvogel?

WVP: Ijsvogel, ja.

Hans: Geen ijsbeer hé, een ijsvogel hé.

WVP: Ge moet nog vele leren hé, gie, hé. 

Ijsblokjes ken ik en pinguïns, maar…

Gelach... roeien in stilte…

WVP: Hoe moet je eigenlijk roeien Hans?  Zo heel naar beneden?

Hans: Iets naar lager.  Naar beneden, uitgestrekte arm en een ingetrokken arm.

WVP : Moet je verre uzzo?

Hans: Ja, verder weg. Een beetje weg van de boot.

Ja maar ja, burgemeester!  Het is goed dat je het leert, maar overdrijf niet hé!

Hans: Maar we hebben alles onder controle. Hup.  En ingestrekte arm, en uitgestrekte arm.

WVP: We gaan een keer snelheid doen.

Dat is zijn allemaal dingen voor eenmaal je met pensioen bent.

Hans: Ja, dan gaat hij niets anders doen hé.  Pintje drinken aan den bar, kajakken met alle mensen die hij kent, dus hij gaat meer mogen op het water zitten dan aan de bar dan. Ze gaan zij allemaal met je mee willen met het bootje hé.

WVP: Ondertussen gaat het water heel proper zijn.

Geen drollen meer van zijn gemeentebewoners.  In het water.

Hans: Ik hoop het, ik hoop het.

WVP: Maar hier gaat dat ook nog zeker.

Hans: Nee, hier komen er juist twee riolen uit, maar normaal binnen zes maanden is het gedaan zeker?

WVP : Nog zes maanden.  Nog zes maanden en dat gaat hier helder, hé, dat gaat hier blinken hé.

En dan kun je echt zeggen: het is gene kak!

WVP : En de gemeente gaat daar nu een fiets-en wandelbrug maken.

Zeggen ze, zeggen ze.

WVP: Het geld is daarvoor vrijgemaakt, het ontwerp is klaar. De aanbesteding gaat binnen een paar maanden volgen. Dus de aanleg zou wenselijk tegen de verkiezingen van volgend jaar moeten volgen, dat we dat juist voor de verkiezingen kunnen openen.  Dat zou eigenlijk heel mooi zijn.

U doet toch niet meer mee, dus…

WVP: Ik voel me verantwoordelijk voor mijn opvolgers ook.  Dus.   We hebben ons daarvoor al zes jaar ingezet, voor die brug te krijgen, en ze komt er hé …

Hans: Walter moet hem openen, want hij noemt toch de VanParijsbrug hé..  Het is toch zo dat hij ging noemen hé.

WVP: Gunder zegt dat..

Hans: Hij is verplicht van hem te openen.

WVP: Dat was een idee dat vroeger niemand kon aanvaarden: ge gaat daar toch geen brug leggen.  Waarom is dat nodig?  En nu hé, door de mensen voortdurend inzicht te geven, zeggen ze: wanneer komt die brugge hier nu?  Wanneer gaat ze er nu eigenlijk liggen?  We hebben al gehoord dat ze er niet meer gaat komen.  Zo zeggen de mensen dat nu. Men heeft daar zo’n verwachting in geschapen…

U bent eigenlijk hier om de mensen zot genoeg te maken, en…

WVP : Inzicht te geven.  Inzicht te geven, in het waarom en het hoe. 

Om ze de ogen te openen?

WVP : Dat is weeral iets anders.  Sommige mensen zijn veel slimmer dan ik.  Maar ik weet ukkik één ding heel zeker, dat communicatie een heel belangrijk punt is in beleidsvoering, dus mensen proberen inzicht te geven in het waarom van veel dingen en: hoeveel kost dat?  En op welke termijn kan dat?  En: waarom moet dat er zijn? En hoe gaat dat gemaakt worden, en zovoort, en zovoort.

U bent een soort communicatieambtenaar eigenlijk.

WVP:  Ja, dat is een deel waarheid, ja.  Dus, zowel bij Hans hier aan de toog, ofwel in vergaderingen

Het houdt nooit op. Of zelfs hier op het water, tegen de fuut en de aalscholver.

WVP : Ja (lacht)

Ik vind dat een moeilijk woord: aalscholver.  Aalscholver.

WVP: Een aal is eigenlijk een soort paling hé.

En een scholver?

WVP: Pffffft, ik weet het ook niet (lacht)  Kijk hoe schoon dat daar is.  Ge moet een keer zien.

Waar???

WVP: Hewel, heel die woning daar met die … Is dat niet mooi?  Als je dat ziet liggen. 

Neenee.

WVP: Vind je dat niet? Woh, ik ga je ook moeten inzicht geven in veel dingen. Hé?

Nee, burgemeester, het is ongelooflijk mooi.  Echt, du jamais vu.  Zoals ze in Zweden zeggen. In uw tijd kon je waarschijnlijk zwemmen in het kanaal?

WVP: Wij konden zwemmen, ja.  Alhoewel, ik heb niet leren zwemmen in het kanaal, ik mocht niet van mijn ouders, dat was hier te diep.  Ik heb leren zwemmen in zo’n klein vijverke, een boerevijverke, de Elzenvijver.  Den Elsviever zeiden wij.

20:58 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

VOLGENDE WEEK WILLY VERLEDENS

Ik raad u aan om volgende week te kijken, want dan is het de beurt aan Willy Verledens.  En ik zeg het u: ik heb intussen met 35 verschillende burgemeesters telkens vier verschillende filmpjes gemaakt, maar nooit waren ze zo geestig als die waarin Willy Verledens zichzelf loopt te wezen.  U ziet hem ook vier keer.  Hier is alvast een korte samenvatting van de verschillende afleveringen: 

 
1. Willy Verledens is de bijzonder kleurrijke burgemeester van Izegem.  Boeiend, hilarisch en ontroerend.  Hij schreef zijn biografie, 'Kappe en Turf', over hem en zijn tweelingbroer.  De bijnaam van zijn broer is Kappe, zelf werd hij al van kindsbeen Turf genoemd omdat hij nogal dik was.  Die biografie van hem is nooit uitgegeven.  Hij heeft ze voor zichzelf geschreven, maar 'Micro Zonder Zout' mocht ze inkijken.
 
 
2. Willy Verledens heeft een tweelingsbroer: Roger heet hij.  Hij zat ook jaren in de politiek, was gemeenteraadslid in Ingelmunster.  Roger is dan wel zijn tweelingsbroer, maar eigenlijk lijkt hij beter op Walter Capiau dan op Willy. Ze zijn dan ook geen ééneiige tweeling, wel een twee-eiige.  Het is zoals Willy zegt: 'Hij is het ene ei, en ik ben het andere.'
 
3. Willy Verledens is oorspronkelijk van Ingelmunster.  Zijn vader en zijn zus werkten er aan het kasteel.  En zelf moest hij met zijn broer in de schoolvakanties ook in de tuinen van het kasteel werken, gratis ende voor niets.  Is zijn hekel aan de adel daar begonnen?  Is hij toen socialist geworden?  We nemen hem mee naar Kasteel Blauwhuis in Izegem om die oude nare herinneringen weer even op te halen.
 
4. Willy Verledens is dan wel een socialist, hij is katholiek opgevoed.  En nog altijd komt hij graag in de dankkapel van Izegem, een imitatie van de kapel van Banneux.  Een kapel die na de oorlog werd opgetrokken omdat Izegem van de bombardementen gespaard was gebleven.  Het is daar dat Willy zijn mondmuziekske bovenhaalt en een deuntje blaast ter ere van Onze Lieve Vrouw.
 
Kijken dus, volgende week naar Micro Zonder Zout, op FOCUS EN WTV.


12:19 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

28-09-05

 

Ik zei het al: deze week heb ik speciaal aandacht voor de fietsende burgemeesters die we in 'Micro Zonder Zout'  gehad hebben.  We hebben tenslotte niet elke week een wereldkampioen wielerrennen te vieren. Willy Vanheste, burgemeester van De Panne, had misschien ook wel wereldkampioen kunnen worden in zijn tijd.  Als hij maar wat harder had geduwd.  Dat kwamen we te weten toen Marcel Decoster toevallig op bezoek kwam bij de burgemeester.  Er was al een andere liberaal in zijn bureau, schepen Marc Decoussemaeker van De Panne.

 

WILLY : Wie dat we hier hebben.  ‘k Weet niet of dat je die mens kent?  Marcel. Decoster. 

MARCEL:  Hij zou me een keer niet moeten kennen. 

WILLY:  ‘k Ga ook een keer goeiendag zeggen hé.  Dat is eresenator Marcel Decoster.  Een liberaal die aan mijn deure belt, hé Marcel. 

Het lijkt hier wel een liberaal nest. 

WILLY: Maar het was een sociale liberaal hé.

Ah, we hebben er hier nog één van dat soort.  

WILLY : Ge hebt liberale socialisten, maar ik was een sociale liberaal. Gene socialist, maar een sociale liberaal.

MARCEL:  Ik ben de gelukkigste mens van de wereld. Ik heb al bereikt dat ik nooit gehoopt had te bereiken.

Ik dacht dat u de gelukkigste man ter wereld was.  

WILLY: Ik denk dat we een beetje op hetzelfde niveau… En we waren ook twee sportvrienden hé.  En meer dan sportvrienden hé, Marcel. Vrienden hé.  Inderdaad.  En we zijn dat gebleven hé. 

MARCEL: Inderdaad. We hadden geluk.  Het klopte met ons en het klopte ook met de dames, dat is ook interessant in het leven.

Hoezo?  Jullie gingen samen naar de dames of wat? 

MARCEL:  Neenee, met onze dames 

Ah ja, sorry, sorry, sorry.

WILLY: Ge moet opletten wat dat je zegt. 

MARCEL:  Het is een nuance, het is een nuance. 

En met u ook : alles oké met de dames? 

MARC: Ik ben ook niet tegen de dames, dat klopt.

Heren, jullie zijn alle drie voor de socialisten en voor de dames. 

MARCEL: Hoe zeg je dat? 

U bent alle drie voor de socialisten en voor de dames. 

MARCEL: Neen, neen, neen, omdat ik een sociale liberaal ben,  ik ben daarvoor geen socialist hé. 

Ah ja, ik ben niet zo sterk in politiek, ik. 

MARCEL: Jamaar, ik ook niet.

 

U hebt de burgemeester weten koersen eigenlijk?

MARCEL: Jaja, zeker. 

Het schijnt dat dat zo’n goeien was. 

MARCEL: Het was een hele goeien.

Veel gewonnen?  

MARCEL: Aat die minder commercant geweest, had hij het moet zeggen in het koersen veel verder gebracht èn. Neen, want, bij de onafhankelijken .

En hij heeft niet veel gewonnen?

MARCEL: jamaar ja, hij had het geld anders nodig hé dus.   En hij moest zijn huis afkorten.  Ah, dus, hij won niet.

MARCEL: Hij won in de portemonnee.

Ik begrijp dat niet echt.  

MARCEL: Hij was altijd de winnaar in de portemonnee.

Liet hij andere winnen?

MARCEL: Jamaar Willy, als ze nu zitten te luisteren van de belastingen.

WILLY: Dat meug je zeggen Marcel, maar je meug niet zeggen dat ik gedrogeerd è, want daarvoor zou ik nog altijd gestraft zijn.

MARCEL:  Willy, dat er van alles gebeurd is al, we weten dat, maar de manier waarop jij het gedaan hebt, ik zeg nog een keer tot vervelens toe, had gij echt naar de top willen gaan, en bij de onafhankelijken, je won gie nog een keer zoveel koersen of dat je won.  En ge ging gie met een schoon contract vertrokken zijn hé.

WILLY:  Ik had toen wel nog een ander probleem, dat was dat ik bediende was bij de RTT.  MARCEL: Dat weet ik, dat weet ik. En dat ik moest een keuze doen.  Want een contract als wielerrenner is van beperkte duur hé. Dat is nooit maar voor een jaar hé.

Jamaar, burgemeester, u was een goeie zakenman.  Hebt u daar niet een beetje spijt van, dat u niet wat harder geduwd hebt op de euh…?

WILLY:  Jamaar, het is de situatie van het moment dat je moet bekijken.  Nu natuurlijk wel, maar het moment dat ik koerste, was de stand van zaken anders.

U was dus eigenlijk een beetje de specialist van de tweede plaatsen? 

WILLY: Die tweede gaf ook graag een keer wat weg om de tweede te mogen rijden wè.  Dus was ik ook soms derde.  Jaja, het is een schone periode geweest in het leven.  Al zowel voor u als voor mij was dat een zeer mooie periode

MARCEL: Maar voor bij de sport terug te komen, Willy, ge waart gij één van de beste hé, dien tidde.  En ge waart redelijk rap, ge had dat ook nog. 

Hij is nu nog rap, zun. 

MARCEL: Ja, ik heb er nu minder mee te doen, dus ik weet minder of dat die rappigheid nog even rap is als vroeger, dat weet ik niet. 

Het was eigenlijk een spurter?  Of een klimmer?  Of een?

WILLY: Spurter.

MARCEL:  Ja, maar als het nodig was, je kon een keer een gat toedoen ook hé, Willy 

Het is te zien wat dat opbracht.  

WILLY: Het is te zien wat de situatie van de koers was hé.

Ja, dat bedoel ik hé.

MARCEL: Hij ging natuurlijk dat gat niet dicht doen als het den dien was die wegging die moest winnen hé. Ah ja, hij ging dat niet doen hé.

U was toen eigenlijk nog niet zo sociaal? 

MARCEL: Het was omdat hij sociaal was dat hij dat deed. Als ze dat gaan uitzenden in West-Vlaanderen. En je had toen nog dat, Willy, je En hij was gèren gezien bij de coureurs.  Joak, ik heb daar vele vrienden gehad. En nog altijd.

Tuurlijk, hij liet ze allemaal winnen.  

WILLY: Wel, niet allemaal hé.

Wie het u eigenlijk meest laten winnen? 

WILLY: Norbert Meeuws, denk ik, is wel de primus geweest.  Hewel, hij had graag naar de beroepsrenners geweest hé, Norbert, en hij moest dus een bilan kunnen voorleggen op het einde van het seizoen van zo veel overwinningen.  Zo was dat hé. En ik ginge dan ook met twee coureurtjes naar de koers. 

MARCEL: En guldre was een jaar of viere ouder of dedie, wel ja, en ik vroege dan ook een keer of er eens iets voor mijn coureurtje kon gedaan worden  Dat bestaat nog waarschijnlijk hé, maar op een andere… Ja, maar niet meer op die maniere hé.) Niet meer op die maniere hé.

WILLY : We hebben een schone tijd gehad hé Marcel.  

MARCEL: We hebben er van genoten, alle twee, en dat is ook één van de redenen dat de vriendschap is blijven bestaan hé 


10:10 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-09-05

WALTER VAN PARIJS

Balen heeft zijn Tornado Tom (hier op de foto bij Verhofstadt en de koning), Beernem heeft zijn Wervelstorm Walter.  U zag hem gisteren in het groen op de fiets, zoals Tom in de Tour, het is nog slechts een kwestie van tijd voor u hem in de regenboogtrui mag verwachten, want u hoorde en zag het, hij gaat regelmatig fietsen met de mannen van de KWB en de vrouwen van de KAV.  De vorm is er dus.  Maar zolang hij zich toespitst op dat burgemeesterschap moeten we misschien nog niet meteen grote prijzen verwachten.  Het burgemeesterschap, hij zei het gisteren nog, het iseen verrijkende ervaring.

 

WALTER VAN PARIJS:  Het is heel verrijkend hé.  Ik zeg dat tegen iedereen die het durft aangaan om zich politiek te engageren.  Op lokaal vlak, want op het andere vlak heb ik minder ervaring, ik ben ook nog provincieraadslid.  Lokaal is dat enorm verrijkend hé.  Ge zijt verplicht van uw dossiers te kennen, en ge komt met veel problemen in contact hé.  Hetzij nu ruimtelijke ordening, hetzij nu sociale, sociaal wezen, hetzij huisvesting, de landbouw, hetzij recreatie, allez, ge komt met alle takken van het beleid of van de samenleving en daarmee is dat zeer verrijkend hé, want… Veel mensen hebben geen idee wat dat er allemaal omgaat in een gemeente hé.  Veel mensen, de gewone burger weet dat niet hé.  Het is maar een keer dat je daar in zit dat je dat ervaart hé..

Linten doorknippen en handtekeningen zetten hé.

WALTER VAN PARIJS:  Jaja, dat is het meest opvallende, dat komt in de krant, maar veel andere dingen, dat je uren bezig zijt met dossiers door te nemen, dat komt niet in de krant, dat hoeft ook niet.

En pinten drinken met de mensen.

WALTER VAN PARIJS:  Ja, ge moet dat met mate doen hé.  Soms drink ik graag een pint, ja.  Maar ge moet het met mate kunnen doen, want anders hou je dat niet vol.  Dat is een dagelijkse bezigheid, dat is eigenlijk een beroep geworden bijna, en bijna een voltijds beroep.  En als ge dan ganse dagen zou staan pinten drinken, ge houdt dat niet vol.  Ik toch niet.

U traint niet genoeg.

WALTER VAN PARIJS : Misschien, misschien.

 

Zijn echtgenote zal blij zijn dat hij er mee ophoudt.  Want zij vindt dat het een job is die haar man veel te veel opeist.

MEVROUW VAN PARIJS:  Ja, dat we eens wat meer samen kunnen doen.  De zondag, het is altijd iets te doen.  Een receptie van een gouden jubileum, hé, dat is altijd op de middag, en als je dan vraagt om gedurende de dag een keer een uitstap te doen, …

Je moet er eigenlijk nooit op rekenen.  Je kunt er nooit op rekenen.

MEVROUW VAN PARIJS: Weinig.  Voor dat hé.

WALTER VAN PARIJS: Voor dat hé, ge hebt het gehoord hé. Voor andere dingen wel.

MEVROUW VAN PARIJS: Ge wordt niet mee gevraagd naar huwelijken…

WALTER VAN PARIJS: Moeilijk hé, om mee te gaan naar recepties en zo. 

MEVROUW VAN PARIJS: Het vijfde wiel aan de wagen hé. 

 

 


14:59 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Nog een burgemeester op de fiets

Nu we met Tom Boonen een wereldkampioen wielerrennen in de contreien hebben rondrijden, kijken we even terug op de burgemeesters die ook wel sterk zijn met de fiets.  Want u weet het, beste kijkers, in de kerstvakantie zenden we de sterkste fragmenten uit van de 200 filmpjes die ik tot dan toe samen met Kurt de monteur en Karel de klankman heb gemaakt.  En het zou bijvoorbeeld dat filmpje kunnen zijn over de nochtans stille burgemeester Roland Verleye van Jabbeke.  Die gaat heel geregeld fietsen met een bende vrienden.  Ze hebben al samen naar Santiago gereden, naar Lourdes en naar Koblenz.

 

Roland Verleye bloeide helemaal open toen hij met zijn vrienden mocht gaan fietsen langs de vaart van Varsenare.  Hij zat nog maar goed en wel in het zadel of hij vertelde al een mop. 

 

Roland Verleye : Je kent dat van die twee eiers hé.  Zegt dat één ei tegen dat ander: Hoe is dat met je broere?  Goed zegt hij: hij is advocaat geworden.  

 

De burgemeester is niet bepaald een goed klimmer.  Gelukkig voor hem is het motto van de groep: Samen uit samen thuis. Want, zoals hij zelf zegt: "Als het klimmen is, dan wachten ze boven op mij om weer een groep te vormen."

Als fietser, wat zijn uw sterkste onderdelen?  De spurt?  Zo traag als ik klim, zo sterk daal ik.

En bij welk weertype blinkt u uit?  Ik kan niet tegen te warm weer en ik kan ook niet tegen te veel wind.  Ik ben nogal breed en vang veel wind.  Dan schuilen ze allemaal achter mij.  Ik ben een breed scherm voor mijn ploegmaten.  En met wind rij ik achteraan, ik ben dan ook een scherm voor hen.

Nog geen ernstige blessures gehad? Ik heb al eens blaren op mijn benen gehad van de zonnebrand.  Maar dan was er een masseuse mee.

Waarom fietst u eigenlijk?

Het fietsen op zich, ik heb altijd aan sport gedaan, het fietsen als sportief element op zich is belangrijk.  Maar het andere dat belangrijk is is de sfeer in de groep.  Het is eigenlijk echt een vriendengroep.  Het is goed van af en toe tussen vrienden te vertoeven. 

En tot mijn verbazing komt u binnen de groep soms grappig uit de hoek.

Blijkbaar heb ik meer humor dan op het eerste zicht lijkt.  Ik heb misschien een stuurs overkomen, maar één keer in een groep kan ik wel een mop verdragen en vertellen.  Maar u moet op uw gemak zijn? Jawel

 


08:43 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-09-05

 EEN FIETSENDE BURGEMEESTER

Nu we met de Belgen een wereldkampioen wielerrennen in ons rangen hebben, dacht ik er plots aan dat we ook nogal wat wielerrenners onder de West-Vlaamse burgemeesters hebben.  Vandaar dat het misschien het moment is om even hun verhalen over de fiets boven te halen.  Want u weet het, in de kerstvakantie komen we met 8 compilaties van de beste momenten uit de voorbije 'Micro Zonder Zout'-uitzendingen aangezet.  Dus, laat uw stem horen, en laat me weten welke momenten u wilt terugzien.  Zoals dit misschien: de Kortrijkse burgemeester Stefaan Declerck op de fiets.  Ik volgde hem terwijl hij naar de Lange Munte fietste en vervolgens naar een missiekaarting in Rollegem.

En doet u dat gewoonlijk zo op zondag, zelf fietsen en dan de andere sporters gaan bezoeken?    Nee, ik combineer altijd het fietsen. Dus ik probeer één keer om de veertien dagen in het weekend toch een toertje te maken.   Maar ik combineer het altijd.  Ik ga altijd toch wel naar iets kijken.  Ofwel zijn het bouwwerken die bezig zijn, ofwel is er sport ergens bezig, of is er een feest, of iets waar ik even langs kan gaan.  Iets waar ik even langs kan gaan.  Dus ik koppel het sportieve aan het nuttige, voor mij ook de dingen zien die gebeuren.  En bij de mensen zijn en een beetje informeren wat er aan competities  en wie er aan, goed, basketball, volleybal, voetbal ook, de hele schepen Byttebier competitie, ik heb ook kinderen die meespelen in de verschillende competities, dus het is ideaal ook om eens te gaan kijken.  Allez, we gaan fietsen naar Rollegem nu.  Dat is hier de mooist kant van Kortrijk.  De Zuidkant hé.  Die gaat op en neer naar Sint-Denijs, naar Zwevegem toe. Maar ik zal nu naar Rollegem fietsen.  Daar zijn ook nog activiteiten.  En Rollegem is ook nog één van die buccolisch mooie dorpjes.  Daar is ook altijd gezelligheid.  Ik ga er naar een missiefeest.

U hebt me naar hier meegenomen omdat u eigenlijk eens wou laten zien welke prachtige sporthal u hier hebt gezet. 

Ik vind dat als je iets bouwt, en een overheid moet altijd bouwen, voor hetzelfde geld kan je het mooi maken.  Dan zoek je beter een goede architect en maak je dat het voor iedereen stevig, duurzaam, maar ook estetisch is en ik denk dat er prachtige gebouwen neergezet zijn: het mooiste, het nieuwe stadhuis is prachtig, deze sportzaal is fantastisch, het nieuwe gerechtsgebouw is prachtig, het nieuwe streekbezoekerscentrum dat ze aan het bouwen zijn, zal prachtig zijn, dus dat is leuk, ik vind dat fantastisch. 

(In Rollegem) Je aanwezigheid op zo’n activiteiten, ik vind het eigenlijk puur plezier, maar je moet het ook doen wanneer iets tijd hebt,  dat is soms het probleem, dat wij de tijd niet hebben om overal te zijn. Maar je hebt gewoon de tijd niet.  Nee, maar nu is dat wel ideaal hé, de zondagmorgen, even fietsen, binnenstappen, goeiedag zeggen aan de mensen,  de mensen zijn blij, zijn opgetogen, een aperitiefke drinken, dat is het echte midden-de-mensen gevoel waar ik eigenlijk echt van hou.  Ik vind… Zonder dat zou ik niet kunnen.  Ik heb dat eigenlijk ook echt wel nodig.  Ik doe dat graag en ik zal dat altijd blijven doen. 

Het moet altijd snel, dat is zo even midden-de-mensen.  Dus, je zit er altijd wel even midden, maar ook niet.  Nee, maar toch doe ik het, ik heb altijd, ik ga waar ik graag ga.   En ik blijf dan ook altijd wat langer.  Ik ben dus niet van het type à la Decroo, overal binnenstappen, iedereen de hand geven en weer verdwijnen, neen, ik blijf wel even, en ik vind de gezelligheid, even meegenieten, en al doe ik dan maar één of twee dingen op een dag, ik heb ze behoorlijk gedaan. Liever dan tien dingen half doen en dan zeggen de mensen: ja, hij heeft zich weer eens komen tonen en ja, daar doe ik niet aan mee. 

U bent dan wel aan het sporten, maar u moet hier ook pinten staan drinken. 

Ja, ook dat hoort er een beetje bij, wij zijn, wij kunnen wel een pintje drinken hé, ja.  Dus wij zijn daar een beetje in geoefend. Met mate, maar toch, het hoort er eigenlijk bij, het is ook een deel van de gezelligheid.  En ik drink graag een pilsje. Ik voel me daar goed mee, en als dat niet overdreven is, dan zal dat niet veel gevolgen hebben straks op de fiets.  Dan geraak ik toch wel nog thuis.

Maar dat is een sport hé, een beetje afzien. Ja, ik denk, ik heb de Mont Ventoux beklommen deze zomer, dus ik ben naar boven gereden, met de fiets.  In zeven dagen, of wat?  Neenee,  alleen, in een uur en zevenenvijftig minuten. Euh, twee uur en zevenenvijftig minuten, ben ik, ...Met Filip Meirhaeghe?  Ben ik naar boven gereden.  En dat is gelukt.  Zonder stoppen, zonder afstappen.  En de pillekes. Met welke pillekes?  Zonder pillen, alleen.  Met de vrienden van Omega Pharma?  Dus was dat leuk.  Om maar te zeggen dat ik eigenlijk wel graag fiets.  Te weinig, maar ik doe het zeer graag. En nu doet het eigenlijk wel deugd. En vooral, tussen de mensen zijn,  dat geeft vitaminen, wat babbelen, de mensen komen een vraagske stellen, de mensen komen een aperitief drinken, een verhaal van hier of van daar.   Ik heb de opening gedaan van deze zaal, destijd, als ik minister van justitie was. 





19:32 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

TERUGBLIK OP CARL VEREECKE

Ik heb het al eerder aangekondigd, tijdens de kerstvakantie laten we een compilatie van de beste momenten zien.  Wie zeker in die reeks aan bod zal komen is de burgemeester van Kuurne, één van de eersten die in 'Micro Zonder Zout' aan bod kwamen, en eigenlijk ook wel één van de leukste burgemeesters.  Hij is als VLD-er lector in de kerk, en dat is toch wel vrij uitzonderlijk voor iemand die lid is van een partij die hoofdzakelijk uit vrijzinnigen bestaat.  Vrij uitzonderlijk zeg ik, want ook VLD-er Carlos Callens, burgemeester van Ardooie, leest af en toe voor in de kerk.  Al zal dat in zijn geval misschien iets meer uit politiek opportunisme zijn.  In het geval van Carl Vereecke is het echt wel omdat hij gelooft. 

 

Een VLD-er die lector is in de kerk, dat is toch uitzonderlijk hé.  Jammer genoeg is het inderdaad een uitzondering.  Ik doe dat al vanaf mijn veertien jaar en toen was ik niet met politiek bezig, totaal niet.  Mijn ouders zijn ook van katholieken huize, en waar dat ge opgevoed zijt en waar dat ge goed zijt, daar blijft ge ook bij. En zolang ik het kan blijven doen, wil ik het ook in ere houden om lector te kunnen zijn van de kerk van Sint-Michiel.  

Hebt u ooit uw geloof ter sprake gebracht in VLD-kringen.  Ze hebben dat nog nooit gedurfd.  Ik hoop dat ze het nooit ook durven doen.  Maar de dag dat dat zou ter sprake moeten komen, zou ik vlug mijn conclusies getrokken hebben. Dus dat komt eigenlijk voor uw partijstatuut, uw geloof?   Ja, dat is iets, omdat ik vind dat geloof, confessie, dat heeft niets met politiek te maken.  Politiek heeft te maken met iets doen voor de mensen en dat heeft niets met confessie te maken.  Dat wil daarom niet zeggen dat mensen die niet gelovig zijn te min voor me zijn, integendeel.  Voor mij heeft dat allemaal geen belang, zolang ik met politiek bezig ben.  Maar dat is, u hebt dat in u gekregen via uw opvoeding en dat blijft daarin en ik wil dat een stukske als drijfveer houden voor mezelf en dat is belangrijk voor mij. 

Ik loop daar niet mee te pronken in politieke milieus of op politieke campagnes.  Mensen weten dat ook en ik denk niet dat ze me dat kwalijk nemen dat ik dat eventueel ook doe in de kerk.  Want er zijn ook andere politiekers die het ook doen en waarom ook niet?  Want het zou jammer zijn dat al wie aan politiek doet, niet meer mag naar de dienst gaan en ook niet meer mag deelnemen aan de activiteiten van de dienst.

 

Bent u een goed mens?  Ik probeer het te zijn.  Ik denk niet dat ik dat mag zeggen dat ik een goed mens ben, dan ben je pretentieus en dat ben ik niet.  Ik probeer het te zijn. En dat het niet altijd gemakkelijk is, ja daarom hebben we ook een kerkdienst. En dat is ook een keer een moment van bezinning, en een keer je week overlopen van is het allemaal goed geweest, en een keer tot inkeer komen. Ik denk dat dat wel een keer voor mij momenten zijn  die dan die gelegenheid een keer scheppen van: goed, zijn we goed bezig? Dat zijn momenten dat je eens een uurtje op je rust zit en dat je een keer ook de dienst kunt gebruiken om een beetje na te denken.

 

(CV leest) Laat ons bidden voor allen die gezag dragen, dat zij niet heersen, zoals Jezus zelf die niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen.  Laat ons zingend bidden: God onze heer, wij bidden u verhoor ons. (gezang) God onze heer, wij bidden u verhoor ons.

 

(priester) God van alle mensen, voor u zijn wij allen gelijk, eigen aardig maar even waardig

 

(CV) Nee, voor mij is dat altijd iets speciaals.  Ik moet zeggen, in het begin had ik daar een beetje een ongewoonheid rond.  En ook de mensen in de kerk hadden daar een beetje een ongewone reactie op.   Maar nu is dat zo danig vergroeid.  Men doet dat natuurlijk altijd in afspraak met de priester want het is nog altijd de priester die voorgaat.  Maar ik moet zeggen: dat is nog altijd iets speciaals. 

Mijnheer pastoor, wat doet het u om de burgemeester als lector in uw kerk te hebben? 

Pastoor: Ja, maar nu moet ik wel zeggen dat ik Carl Vereecke nu niet als burgemeester in de kerk zie, maar als gelovige.  En ik denk dat het waar is, dat het ook zo is dat Carl Vereecke persoonlijk gelovig is, kerkelijk is, en dat hij daar ook wil van getuigen, los van zijn burgemeester zijn, en ik vind dat heel fijn op die manier.

Maar is dat mooi meegenomen voor u, het feit dat hij burgemeester is?  Ja… 

Pastoor: Mooi meegenomen, ik zou er niets achter zien zo.  Wij doen het goed samen en wij maken goeie afspraken en inderdaad, de politiek moet ook bijspringen bij de kerk, ik weet dat ook allemaal wel, maar het heeft daar niets mee te maken eigenlijk, wij voelen gewoon van mekaar aan dat het belangrijk is van ons geloof te getuigen.

Hij is wel van de foute partij hé, euh… 

Pastoor:  Fout?  De kerk komt niet op voor één partij, ook niet voor de CD&V of VLD, het gaat daarover niet.  Maar de kerk moet zich wel, aan politiek doen tussen aanhalingstekens, in die zin, zich ook met de mensen bezighouden, zoals de politiek zich ook met de mensen moet bezighouden, maar los van partijpolitiek.

Carl Vereecke: Als ik een roeping had, dan was ik misschien priester geworden.  Ik weet het niet.  Dat zijn zaken die ik nu niet meegemaakt heb.  We hebben een goeie priester, het is een goeie herder, ik wil een goed schaap zijn,  maar in ieder geval, ik moet toch zeggen, het heeft toch iets als de kerk zo vol zit als vanavond, dat dat eigenlijk ook zegt: wij zijn een grote gemeenschap samen.

Is de burgemeester een goed schaap? 

Pastoor: Hij is een goed schaap. Maar elk binnen onze autonomie, binnen kerk en politiek, maar met goeie afspraken. 

Ik dacht eigenlijk dat u een ezel was?  Ik ben dat ook, wij hebben een titel hé, dat is een titel voor iedere Kuurnenaar.   Dus Kuurnenaar is iedereen die hier woont, en iedereen noemt zich hier ezel.  Het is een eretitel. 

Eerst schaap en dan ezel?  Er zijn ezels die zich als schaap kunnen gedragen, maar we zijn dan geen echte schapen, zoals we ook geen echte ezels zijn. Maar we gebruiken wel veel van diertjes, omdat we eventueel dezelfde gedragingen hebben, van koppigheid, hard werken, want ezelen wil ook zeggen: hard werken. 


15:07 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Een tevreden burgemeester moet je verdienen...

Geloof het of niet, alle burgemeesters die in 'Micro Zonder Zout' aan bod komen zijn tevreden over hun optreden.  Waarom?  Omdat ze zichzelf herkennen zoals ze zijn.  Zo ook de burgemeester van Deerlijk, lees ik in het gastenboek op zijn site, www.claudecroes.be  Daar zegt hij het volgende op een boodschap die ik voor hem had achtergelaten:
 
Dag Kurt, we zijn inderdaad tevreden over de reportage. Er zijn heel veel reacties over het TV-optreden. Iedere Deerlijknaar spreekt er mij over aan... Ik hoop u inderdaad nog te ontmoeten, want ook de opnames vond ik heel leuk. Voor herhaling vatbaar!

14:29 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Walter Van Parijs, burgemeester van Beernem

Vanaf vandaag ziet u de burgemeester van Beernem in actie in Micro Zonder Zout.  Walter Van Parijs is 68 en houdt er binnenkort mee op.  Want bij het begin van een volgende termijn zou hij 70 zijn.  En dat vindt hij te oud om er nog zes jaar bij te doen.  Dus stelt hij zich bij de volgende verkiezingen geen kandidaat meer.   Hij leidt me rond in het prachtige gemeentehuis van Beernem en toont me helemaal in het dak de nog nieuwe raadzaal.  Daar gaat hij zitten op een centrale plaats vooraan, de plek waar hij gewoonlijk zit. 

Geniet u daar dan van als u zo in het middelpunt van de belangstelling zit?

WVP: Nee, ik zit niet in het middelpunt van de belangstelling.

Jawel, jawel.  U zit daar duidelijk in het middelpunt hé.

WVP : Ik leid graag vergaderingen, dat is waar.  Ik doe dat graag, ja.

Zo’n beetje haantje-de voorste toch?

WVP: Haantje de voorste?  Nee, ik laat iedereen zijn zeg zeggen, en dan op een bepaald moment sluit je de discussie en zeg je: kijk, de gedachten zijn uitgewisseld, laat ons nu beslissen

Zult u dat niet missen?

WVP: Ik ga dat missen, ja.  Dat ga ik zeker missen

Ja, want in de toekomst zult u toch niet meer op de voorste rij moeten gaan staan hé.

WVP: Neen, maar daar zal ik niet van afzien. Maar die activiteit daarrond, dat ga ik missen.

Jaja, maar ja, u kunt zich nog bedenken hé.

WVP: Er is een tijd van komen en een tijd van gaan. Hé.  En hoe zwaar het ook zal zijn, mijn besluit staat vast.  Hoe staat het in de bijbel, ik ken het niet precies, maar het komt daarop neer: alles heeft zijn ur, alles heeft zijn tijd, dus, alles gaat voorbij, er is een tijd van komen en van gaan, een tijd van afscheid nemen, en, en… hé.  Dus euh, er zijn ook nog andere zaken in het leven, er gaan misschien nog andere uitdagingen zijn.

Jaja, maar het mooiste zit erop eigenlijk.

WVP:  Ik denk het niet.  Er zijn nog veel mooiere dingen in het leven dan politiek.  Vraag me niet wat.  Maar euh…

Wat?

WVP: Manier van leven.  Rustiger leven.   Genieten van kleine, dagelijkse dingen.

Ja, als het niet anders meer kan.

WVP: Genieten van de natuur, de natuur heeft nog zoveel te bieden.

Als het niet anders meer kan, dan moet je het zo uitleggen natuurlijk hé.

WVP: Zo is het niet, hé.

 


 
 

10:11 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

25-09-05

the 1 minute fillm and sound awards in leffinge

Eigenlijk is het al een week geleden, maar ik moest even bekomen.  Vandaar dat ik nu pas met een kort verslagje kom aanzetten.  Niet dat het echt veel met de burgemeesters te maken heeft.  Jawel, de prijzen van de '1 Minute Film and Awards' werden uitgereikt door Carine De Jonghe, Schepen van Cultuur in Middelkerke.  Zij was één van de schepenen die te zien was in 'Micro Zonder Zout', dansend op de plankenvloer in de tent in Schore.  Zij bekende me dat ze ten zeerste van de filmpjes had genoten.  De burgemeester zelf ook trouwens, zo voegde ze eraan toe.  De stagemanager in de zaal was bovendien een zoon van die andere vrouwelijke schepen die in het Schore-filmpje te zien was op de dansvloer, en in een andere scène met een worst in haar mond: Janna Rommel. Een klinkende naam, verklapte ik hem.  Maar hij zei me dat de naam op zijn Frans diende te worden uitgesproken, Rommèl.  Jaja, dat is zoals Hyacinth Bucket in 'Keeping Up Appearances', die beweert dat haar naam 'Boucquet' wordt uitgesproken.
 
Maar we waren dus in Leffinge.  Schitterend festival, schitterende sfeer.  Met zoals gezegd die uitreiking van de '1 Minute Film and Sound Awards'.  De heren van Lionel Goldstein bleken die niet de makkelijkste om mee in een jury te zetelen.  Laten we zeggen dat ze hun normen onredelijk hoog stelden.  Waardoor de puntendeling en de beoordeling uiteindelijk een heel moeilijke zaak bleek.  Daar stond tegenover dat Jonas Geirnaert des te opener van geest was.  Gevolg is dat ik me al bij al wel redelijk kan verzoenen met het uiteindelijke palmares.
 
In de gewone categorie won 'Fragment van Orkest' van de Nederlander Vink Sjoerd en in de dit jaar speciale sectie Uitblazen ging de prijs naar het intussen redelijk vermaarde filmpje 'Life on Mars'  van Koen De Jongh en Benjamin Gilles. 
 
Voor de volledige uitslag kun je het best terecht op www.1minute.be en voor een verslag van de uitreiking moet je een kijkje nemen op www.kingkong.be
 
Het hele weekend werd de hele selectie filmpjes in openlucht op groot scherm vertoond.  Het scherm van Cinemobiel, een bende jonge creatievelingen uit Wevelgem die jaarlijks trouw op post zijn.  Je kunt hun diensten inhuren, en ik moet zeggen: de service is uitstekend.  Idealiter zou ik ooit een toer langs de West-Vlaamse marktpleinen willen doen met de afleveringen van 'Micro Zonder Zout'.  Misschien iets, heren burgemeesters, om tegen volgende zomer over na te denken.  Neem misschien eens een kijkje op hun site, www.cinemobiel.be, dan weet u wat ik bedoel.
 
Jan Vaneessen van Leffingeleuren suggereerde me trouwens al dat we misschien vroeg of laat de hele collectie filmpjes eens in de Zwerver moeten projecteren.  Dan nodigen we prompt alle burgemeesters uit. Kan best een gezellig avondje worden.

20:36 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

23-09-05

CLAUDE CROES HEEFT HET DRUK

De burgemeester heeft nog maar pas het huwelijk ingezegd van zijn vriend of hij moet er alweer vandoor.  Hij heeft een barbecue bij te wonen van de gemeentewerklieden.  U zag daarvan enkele korte fragmenten in 'Micro Zonder Zout'.  Even later moest hij alweer elders zijn.  Op de kaarting van Tresleca, de volksdansvereniging waarvan zijn echtgenote lid is.  Hij reed er per fiets naartoe.  En ter plekke aangekomen stelde ik hem enkele vragen.

 

Kurt: Burgemeester, het is moeilijk zeker om zo effenaan op schema te blijven en van de ene afspraak naar de andere te gaan?

Croes: Ja, dat is zo.  Ik time dat goed voor ik vertrek.  Als ik meerdere bezoekjes moet doen, van drie kwart daar, een uurtje daar, om zoveel mogelijk bezoekjes te doen. Ge kunt ze nooit allemaal doen, maar altijd trachten zoveel mogelijk te doen hé. 

Kurt: En de kunst dan om te zeggen tegen de mensen: neen dank u, en te vertrekken op tijd.

Croes: Jaja, absoluut!

Kurt: Zonder mensen te beledigen of te ontgoochelen?

Croes: Zonder mensen te beledigen.  Op een heel beleefde manier te zeggen: excuseer, ik moet ook nog eens ergens anders naartoe. En de mensen begrijpen dat.

Kurt: Altijd?

Croes: Toch veel. (wandelt naar de ingang)

 

Croes: Dat is hier een kaarting.  Ik tracht naar veel kaartingen te gaan, maar ik kaart nooit.

Kurt: waarom niet?

Croes: Omdat ik dat niet goed kan. En als ik aan het kaarten ben, dan wil ik altijd kijken naar wie er toekomt en wie er weggaat, en dan ben ik niet geconcentreerd op mijn kaarten…

Kurt: Ah, u komt eigenlijk niet om te kaarten, u komt eigenlijk gewoon om…

Croes: Voor de mensen, voor de mensen!  Zo is dat.

Kurt: Een echte politicus hé.

Croes: Sociaal voelend trachten te zijn.

Kurt: Hahahaha.

 

(vrouw) Dat is de grote sponsor van onze kaarting.

Kurt: Ah???!!!!  Ja, geld!!!

(vrouw) Kaartenverkoop hé!  Hij heeft 270 kaarten verkocht!!!

Kurt: Ja, overal gaan schooien bij de mensen!

Croes: Neeneenee, niet schooien.  Gewoon een keer aanspreken.  Er is een verschil tussen schooien en aanspreken natuurlijk  Ja, het is waar.  Ik doe dat een beetje voor mijn vrouw hé. Ze zegt: ik moet tamelijk veel kaarten verkopen en ik ben hier in het bestuur en zou jij ook een beetje kaarten willen verkopen?

Kurt: En dan gebruik jij je positie eigenlijk om?

Croes: Ik gebruik niet mijn positie, maar ik vraag dat, en…

Kurt: En mensen durven niet weigeren.

Omwille van de liefde voor mijn vrouw natuurlijk.

Kurt: En mensen durven niet weigeren.

Croes: Dat weet ik niet, dat weet ik niet.  Inderdaad, er hebben er maar weinig geweigerd. Ik had nog nooit zover gedacht

Kurt: Ja, en dan ga je ook al kaarten gaan verkopen voor de wijkfeesten en zo.  Ik bedoel, burgemeester, u kost wat aan uw bevolking hé. 

Croes: Ah ja, het is niet voor mij hé.  Het is voor het verenigingsleven.  En ge weet dat ik graag pleidooi houd voor het verenigingsleven. Ik ga niet opnieuw beginnen. 

 

Kurt: Hij staat graag in de belangstelling hé.

Mevrouw: Ja, dat is juist.  Daarom is hij burgemeester ook hé.

Burgemeester!  Burgemeester!  Weet u wat ze zegt?  Moet u het eens weten? Ik zei van: hij staat graag in de belangstelling, zegt ze: daarom is ie burgemeester!

Croes: Dat zou wel kunnen.

Kurt: Heeft het er mee te maken ja?

Croes: Dat weet ik niet.  Maar ge moet wel weten, het moment dat je in de politiek gaat, dat ge meer in de belangstelling komt dan iemand anders.  En als je dat niet weet op voorhand, ja, dan zijt ge niet goed bezig hé.

Kurt: En u hebt dat graag?

Croes: Ik kan daar mee leven.

Kurt: En u het dat graag?

Croes: Ik kan daar mee leven.

Kurt: Maar u hebt dat graag?

Croes: Ik heb daar absoluut geen problemen mee.  Absoluut geen problemen! 

 

OVER ZIJN GEWICHT

Kurt: En hoeveel mag dat dan zijn?

Croes: Ja, ruim honderd!

Kurt: 100?  We mogen hier spreken van een zwaargewicht!

Croes: Inderdaad!   Meer kan ik daar niet over zeggen hé.

Kurt: Ja, ik ben sprakeloos.  Ik kan niets meer zeggen. Honderd!?

Croes: Ruim honderd.

Kurt: Ruim honderd?

Croes: Ruim honderd.

Kurt: U bent heel veel mens.

Croes: Maar ja, goed, ge ziet, we trachten dat een beetje op peil te houden hé. 

Kurt: Ja, tuurlijk, tuurlijk, tuurlijk.

Croes: Neenee, maar ik bedoel daarmee, we fietsen een keer en euh… Jamaar ja

Kurt: En ja, als u meer mens wordt, wordt u dan ook meer mens?

Croes: Hoe bedoelt u? 

Kurt: Als u qua omvang meer mens bent, wordt u dan ook menselijker?

Croes: Dat blijft hetzelfde.  Dat verandert er eigenlijk niets aan.  De omvang heeft geen invloed op het menszijn.

Kurt: Dat verwondert mij.

Croes: Is het waar? Een mens moet af en toe eens verwonderd zijn in het leven.

 

De burgemeester van Deerlijk nam mij ook mee naar een 'inbranding'.  Een man uit Deerlijk die heel actief was in het sociale leven aldaar, ene Marnix Bijttebier, verhuisde naar Vichte.  En dus ging de burgemeester zijn inwoner uitzwaaien.  Ter plekke kwam ook de burgemeester van Anzegem een bezoekje brengen.  Een man die had laten weten dat hij niet aan 'Micro Zonder Zout' wenste deel te nemen.  Maar eenmaal hij voor de camera stond, was hij heel relaxt en ontspannen.  Achteraf zei ik hem nog dat hij nog altijd de kans kreeg om zijn mening te herzien.  Waarop hij antwoordde dat zijn 'zaak' eerst achter de rug moest zijn.  Wordt dus hopelijk vervolgd.  Claude Croes ontmoette er ook zijn toneelregisseur, die zijn sloefen droeg.  En die me vertelde dat Claude Croes op een waterbed slaapt. 

 

Van de hele sfeer op het feest in Vichte kon ik in 'Micro Zonder Zout' niets meegeven, wegens tijdsgebrek.  Maar u krijgt hier wel de speech die burgemeester Croes er gaf: 

 

Er zijn zo van die mensen in het leven, als je ze eenmaal ontmoet, dan vergeet je ze nooit meer.  En als je mensen ontmoet in het leven dat je nooit meer vergeet, dan heb ik daar een voorbeeld van, en zo iemand is Marnix Bijttebier.  Ik leerde Marnix Bijttebier kennen via het feestcomité van den Belgiek, en meteen was het voor mij duidelijk dat Marnix een keiharde werker was zonder veel tamtam. Een vrijwilliger in de mooiste zin van het woord.  Vrijwilligerswerk voor de mensen door de mensen.  We weten al langer dan vandaag dat de wijk den Belgiek een legendarische wijk is in onze gemeente Deerlijk, maar draai of keer het zoals je wil, vrijwilligers heb je nodig.  Het is door deze mensen dat een wijk leeft en vreugde beleeft. Beste vrienden, het feit dat er hier vanavond zoveel volk is, is een teken dat Marnix en zijn gezin graag geziene mensen zijn.  En hoe kan het ook anders?  In de tijd dat ik hen beter leerde kennen, heb ik mogen ervaren dat dit eerlijke en eenvoudige mensen zijn.  Het doet deugd om dergelijke mensen te mogen ontmoeten. Zeker de dag van vandaag. En in het leven verloopt niet alles in een sfeer van rozengeur en maneschijn.  Dat hebben jullie al meermaals mogen ervaren. En op een vreugdevolle en bijzonder zomerse avond zoals nu, zal ik geen gedetailleerde lijst geven van droevige gebeurtenissen, maar wat ik vandaag wel wil zeggen, is dat jullie steeds de steun hebben van een bijzonder grote vriendenkring. En of er nu vreugde of verdriet is in het leven, steun van een grote vriendenkring doet altijd deugd.  En die grote vriendenkring, die krijg je niet zomaar.  Het feit dat je veel vrienden hebt zegt veel over jou,  over jouw eenvoud, over jouw werkkracht en over jouw gezin.  Beste vrienden, ik wil Marnix en zijn gezin eigenlijk bedanken.  In naam van ons allemaal, bedankt voor de uitnodiging.  Als burgemeester van Deerlijk vind ik het natuurlijk een beetje jammer dat je het Deerlijks grondgebied verlaat, maar we hebben er al meermaals in vertrouwen over gesproken hoe het gegroeid is.  Ik kan verzekeren dat de burgemeester van Anzegem, hier aanwezig, een meerwaarde krijgt in zijn gemeente.  Een crème van een gezin krijgt hij in Vichte. En weet beste vrienden, eigenlijk blijven jullie voor mij eigenlijk ook voor een groot stuk Deerlijknaren. Blijf actief bij de mensen die je zo dierbaar zijn.  Voornamelijk de mensen van den Belgiek.  Het feestcomité weet maar al te goed dat jij een heel belangrijke schakel bent in het Belgiekse volksleven.  En ze zouden je niet graag kwijtspelen.  De appreciatie voor jou, voor Rita en voor Jonas, is vanavond overduidelijk.  Uiteraard zijn ze hier om een pintje te drinken en een frietje te eten, maar ook om te zeggen: Marnix, Rita en Jonas, wij staan achter jullie.  Mag ik mij permitteren, Marnix, om mijn slotwoord als volgt te formuleren?  Goede vriend, ik wens je nieuwe huis dat het een heerlijke thuis mag zijn, met warmte en genegenheid. Met liefde en gedrevenheid.  Hier start jullie nieuw verhaal, hier start jullie nieuwe thuis. En wij voelen het nu al hier, er zijn vanavond hapjes en veel bier, met andere woorden: iedereen is welkom bij het gezin van Marnix Bijttebier.  Proficiat (applaus)


21:47 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

MORGEN FILM IK WILLY VERLEDENS

U hebt nog recht op vele pagina's Claude Croes.  Ja, ik heb nog stapels Croes in de koelkast liggen.  Wellicht komen die dit weekend eraan.  Maar eerst moet ik een woordje kwijt over Willy Verledens. Dat is de burgemeester van Izegem.  Tweelingsbroer van Roger Verledens.  Mijn monteur Kurt Verduyn en ik zijn net één van de reportages over Willy aan het monteren.  Het filmpje waar hij zijn broer aan mij voorstelt.  Hilarisch gewoon.  Ik ga trouwens morgen weer opnamen doen met Willy.  Afspraak morgenochtend om 9 uur aan het stadhuis.  Hou de week van Izegem in de gaten.  Ik beloof het u: het is lachen geblazen. 

16:29 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-09-05

 

In de aflevering van Micro Zonder Zout van vandaag zie je hoe Claude Croes één van zijn beste vrienden trouwt.  Het begint allemaal met volgende woorden:

 

‘Frederik en Evelyn, van harte welgekomen hier in het nieuw gemeentehuis, ook welkom aan Magda, de ouders van Evelyn en uiteraard broers en zussen, en ook de supporters die hierbij betrokken zijn.  Ge zijt nog maar het zesde koppel die hier huwt in dit gemeentehuis, dus ik zou zeggen: ge hoort zeker en vast nog tot de top tien.  Welgekomen en ik geef graag het woord aan Lucy voor het begin van het officieel gedeelte.’

 

 

En zo luidt dan de officiële speech:

 

Beste Federik en Evelyn, beste ouders, Rais, familie en vrienden,

 

Eerst en vooral wens ik Frederik en Everlyn nogmaals van harte proficiat met hun burgerlijk huwelijk.  Ik voeg er graag aan toe dat ik bijzonder tevreden ben dat ik jullie huwelijk mag voltrekken.

Ik heb reeds veel huwelijken voltrokken in het voorbije anderhalf jaar maar het huwelijk mogen voltrekken van mensen uit mijn allerdichtste vriendenkring is voor mij een eer.

 

Beste Frederik,

Het moet zowat 16 à 17 jaar geleden zijn dat wij mekaar leerden kennen via onze gemeenschappelijke hobby, het verenigingsleven, met name de KLJ.  We kenden mekaar ook van op school, het Heilig Hartcollege van Waregem, maar het was de KLJ die zorgde voor de start van een echte vriendschap. 

We zijn samen op kamp geweest, op voorkamp geweest, we hebben samen gevendeld, we hebben samen verantwoordelijkheid genomen in de leiding van KLJ, we volgden samen legendarische KLJ-studiedagen en we hebben uiteraard ook samen heel veel stapjes in de wereld gezet.  De stapjes in de wereld waren kleurrijk: het was een combinatie van veel leute en soms liters gerstenat.

Maar het werd meer dan samen leute maken en ons amuseren.  Het ging ook over vreugde en vriendschap.  Onze huidige vriendschap is nog steeds gebaseerd op ‘er zijn voor elkaar’.  We zijn er steeds geweest voor elkaar op blije gebeurtenissen, maar ook op momenten dat het moeilijker ging…

Ik zal hier geen gedetailleerde lijsten van dergelijke momenten overlopen, maar niemand zal het mij kwalijk nemen als ik even verwijs naar mensen die er vandaag graag zouden bij geweest zijn.  Ik denk aan grootouders, maar ook aan vader André De Smet.

 

Het zal ongeveer een jaar geleden zijn – eveneens op de kaarting van volksdansgroep Tresleca die vandaag opnieuw doorgaat – dat ik u voor het eerst in het bijzijn zag van Evelyn.  U kwam samen een kaartje leggen voor de beweging, maar het was blijkbaar niet alleen hartentroef in het kaartspel.

U speelde met andere woorden niet alleen troef in het kaartspel, maar er groeide iets meer tussen jullie… en enkele weken later vernamen wij dat jullie een koppel waren…

 

En zo leerde ik Evelyn wat beter kennen.  Ik moet toegeven dat ik je enkel kende via Lieven Opsomer, beste Evelyn (hij is hier trouwens aanwezig) en via het Gavergoed.  Hoe kan het ook anders als paardenliefhebster in hart en nieren?

Maar wat ik er graag aan toevoeg is dat Evelyn zich goed integreerde in onze vriendenkring.  Mijn echtgenote vertelde mij vandaag nog hoe zij in de loop van het voorbije jaar er een echte vriendin bij kreeg, met name u, Evelyn.

Maar hoe kan het ook anders?  Uw roots liggen in Deerlijk, niettegenstaande u al een tijdje in Ingooigem woont.  Het doet mij in elk geval een groot plezier dat u ook toestemde om in Deerlijk te trouwen, want zowel voor mij als voor jullie wordt dit een onvergetelijk moment.

 

Beste Frederik en Evelyn,

Huwen is een belangrijke stap in het leven.  Deze stap betekent concreet voor jullie dat jullie Deerlijk verlaten en samen naar Ingooigem gaan.  Samen zal u daar – als ik het goed voorheb – de bijzonder knusse woning verbouwen en genieten van het mooie landschap en de mooie terreinen voor de paarden rondom de woning.

Ook al vind ik het natuurlijk een beetje spijtig dat je grondgebied Deerlijk verlaat, toch wens ik jullie oprecht veel geluk en vreugde toe in jullie verdere leven.

 

Geluk op professioneel vlak: Frederik bij Vandewiele, waar je ongetwijfeld veel verantwoordelijkheid draagt, Evelyn bij Beaulieu.  Ook jij hebt je verantwoordelijkheden die je dagdagelijks vervult.  Geluk op gezinsvlak: hier ga ik niet in detail, want dat vullen jullie uiteraard voor een groot stuk zelf in.  Geluk op vlak van gezondheid, want dat is de basis voor het verdere leven.  Met een sterke gezondheid kan je veel.

 

Ik wens dat we in de toekomst mogen blijven genieten van een blijvende vriendschap, dat wij in de komende jaren nog veel mogen samenkomen, en veel gezonde leute mogen ervaren.Wij blijven mekaar ontmoeten via het verenigingsleven, want ondertussen zijn wij sterk geïntegreerd in de Landelijke Gilde.  Wij waren zondag laatstleden nog getuige van de coachtalenten van Frederik tijdens het Spel Zonder Grenzen.  Jammer genoeg hebben wij daar nipt de duimen moeten leggen voor de tegenpartij.  Maar je wordt ongetwijfeld een goede coach in jullie gezin.  Frederik en Evelyn, beste ouders, Magda, Raïs, broers en zussen, familie en vrienden, op een blijde gebeurtenis bieden wij met de gemeente één glaasje aan.  Het is een kleine attentie. Maar wij willen aanduiden dat wij jullie het allerbeste wensen in de toekomst.  Wij kleinen op het geluk van jullie beiden, en ik eindig graag zoals ik begonnen ben, als vriend en als burgemeester, maar voornamelijk vandaag en nu als vriend: Van harte proficiat!  (applaus)  En ik nodig jullie uit om inderdaad een glaasje te drinken. Dat gaat hier door achteraan de zaal.  En nog een keer proficiat!  (Gaat handen schudden en kussen)

 

Na de plechtigheid volgen nog enkele gesprekjes:

 

 

Kurt: Burgemeester, één glaasje maar?  Dat gemeentehuis is veel te duur, ja, er moet bespaard worden.

Croes: Nee, maar dat is de gewoonte hier.  Vroeger was het eigenlijk niets.  Maar nu bieden we toch één glaasje aan, een goeie vooruitgang hé. 

Kurt: Het gaat wel traag vooruit hé.

Croes lacht.

Kurt: Zeg, en die speech, helemaal uitgeschreven, bang om spontaan te gaan speechen?

Croes: Nee, ik speech wel af en toe een keer spontaan, maar als het over jubilea gaat of over huwelijken van mensen uit de vriendenkring, dan zet ik dat wel op papier.  Maar ik geef af en toe wel een keer een speech spontaan ook.  Maar als ge wilt veel zeggen op korte tijd is het interessant als ge het een beetje uitschrijft.

 

Kurt:Ja, proficiat mijnheer. En een beetje content met de speech van de burgemeester?

Frederik: Jawel, jawel, jawel.  Een korte maar goeie samenvatting van onze vriendschap tesamen.

Kurt: Hij wou zo niet in detail gaan, ik dacht, ik zal hier allerlei gore details horen.

Frederik: Gore details zou ik dat niet direct noemen, maar we hebben ons goed geamuseerd, dat is belangrijk.

Kurt: Wat voor man is de burgemeester?

Frederik: Een kalme man, hij gaat niet de grote exploten uitgaan, en vooral een goed luisterend oor toch, vind ik.  Een goeie vriend.

Kurt: Ja, hij had toch wel mogen spontaan speechen hé.  Het was allemaal uitgeschreven.

Frederik: Jamaar goed, het is toch een officiële gelegenheid hé, het is een officieel document toch, het is toch voor in de echt gehuwd, dus euh…  ik vond dat wel goed, ik vond dat gepast.

 

Kurt: U verlaat Deerlijk. En toch perse in Deerlijk willen trouwen?

Frederik: Jawel, jawel, gij hebt ook altijd…

Evelyn: Ik heb ook altijd, ik ben in Deerlijk geboren en dertig jaar, of vijfentwintig jaar in Deerlijk gewoond, dus euh, en euh, Claude was al een bekende voor ons, dus natuurlijk dat wij dan in Deerlijk willen trouwen. 

Kurt: Ah, jullie krijgen korting of zo?

Frederik: Ja, dat weet ik niet.  Nee, niet echt.

Evelyn: Ik denk het niet.

Kurt: Anders kunnen we dat meteen bespreken hé.  Burgemeester, voor vrienden, is er hier een vriendenprijsje?  Is er hier korting nu?

Croes: Iedereen is gelijk voor de wet hé.

Kurt: De wet. Komaan.

Croes: Anders, dat wordt dan beschouwd als vriendenpolitiek. Geen vriendjespolitiek…

 

Croes: dat durf ik niet zeggen hoor.

Kurt: Wat durf je niet zeggen?

Croes: Wel, de vraag wordt hier gesteld of er korting is voor een tweede huwelijk. (gelach)  Maar ik vind dat ik dat niet moet zeggen op een eerste huwelijk.  Gezondheid hé. 

Kurt: Doet u alle huwelijken eigenlijk zelf?

Croes: Ja.

Kurt: Niet uitsluitend van vrienden?

Croes: Nee, allemaal.

Kurt: Tweede huwelijken ook?  Derde?  Vierde?

Croes: Absoluut.  Zij je kandidaat?

Kurt: Maar het is iedere keer anders waarschijnlijk?

Croes: Jajajaja.  Maar iedereen zeg toch tot nu toe met enthousiasme ‘ja’.

Kurt: Ah, je hebt er nog nooit gehad die op het moment zelf?

Croes: Neen, ik zat er vandaag een beetje mee in omdat jij hier rondliep.

 

 

Kurt: Had er hier nu eigenlijk niemand bezwaren tegen dat huwelijk. Allez, ik zal het nu maar vragen hé, want…

Croes: Maar blijkbaar niet hé.

Kurt: Jamaar, hebt u het gevraagd? Of zit dat euh…

Croes: Neenee, ik heb daar een oog voor.  Als er iemand zit met bezwaren, dan zie ik dat.

Kurt: Is dat niet deel van de procedure eigenlijk?

Croes: Neenee

Kurt: In films zien we dat altijd.

Croes: Jamaar, dat is hier geen film hé.

Bezoeker: Maar is het niet zo dat dat moet uithangen?

Croes: Ge moet het niet meer uithangen.  Vroeger hing dat uit.  Enkel de aangifte is eigenlijk voldoende.

Bezoeker: Maar vroeger moest…

Croes: Jaja, moest dat veertig dagen of drie weken uithangen…

Bezoeker: Ik denk zes weken, in mijne tijd.

Croes: Het zou kunnen.

 

Een blondine die te gast is op de plechtigheid vertelt over hoe ze op zoek was naar het gemeentehuis, maar de nieuwe constructie bijna voorbijreed.

 

Blondine: Ik was er dus voorbijgereden hé.  Ja, een gemeentehuis, zoek je zo een ouderwets met trapgeveltjes.

Croes: En het was eigenlijk een enorme verrassing voor u.

Blondine: Maar de veiligheid, mijnheer de burgemeester.

Croes: Ga je een keer knippen?

Kurt: Mevrouw, waar moet ik knippen?

Blondine: Die trapkes daar, en die afsluiting, dat lijkt me heel gevaarlijk.

Croes: Maar dat is nog niet helemaal afgewerkt hé. 

Blondine: Is er daar nog nooit iemand ingevallen?

Croes: Dat is al gebeurd.

Kurt: Hebt u nu een antwoord gekregen op uw vraag over die veiligheid?

Blondine: Ik denk dat hij nog aan het nadenken is.

Croes : ik heb gezegd dat het nog niet helemaal afgewerkt is. 

Kurt: En het wordt veilig in de toekomst?

Croes: Maar natuurlijk.

 

Croes : Ik heb het gezegd hé, ik heb al veel huwelijken voltrokken, maar als dat iemand is uit je dichte vriendenkring, dan is dat toch iets speciaals hé.  Ja.  Dus het is anders. 

Kurt: Jamaar, u blijft er tamelijk koel bij eigenlijk allemaal hé.  Allez, was dat niet beter geweest, ja, u bereidt het allemaal voor, waarschijnlijk dat u bang was van uw emoties te laten spreken.

Croes: Ik bereid alles goed voor. Het is waar. Ge moet alles goed voorbereiden ze.

Kurt: Jamaar, ik had wel een beetje losser verwacht.

Croes: Is het waar?

Kurt: Ik dacht: goeie vriend, jaja, het zal er niet zo officieel aan toegaan en gelijk wat.

Croes : Neen, maar ik vind, de plechtigheid op zich moet gerespecteerd worden en dat is voor iedereen gelijk.

Kurt: En de sjerp, u houdt die aan hé.  U bent daar wel aan gehecht hé.

Croes: Tot dat de mensen weg zijn hé.  Ik ga hem niet de hele avond aan hebben hoor.Maar hier voor de officiële gedeeltes hou ik dat aan.  Dat wordt ook verwacht van mij.

Kurt: Neen maar, bent u daar ook een beetje aan gehecht?

Croes: Goh, ik draag dat op officiële gelegenheden hé. Als er een officiële ontvangst is op het gemeentehuis, als er een huwelijk is op het gemeentehuis,…

Kurt: Thuis in de slaapkamer?

Croes : Nog niet aangedaan.  Nog niet aangedaan in de slaapkamer.

Kurt: Moet je eens aan denken.  Misschien werkt dat wel in de slaapkamer.

Croes: Wie weet?

Kurt: Om een tweede kind te maken bijvoorbeeld.

Croes: Zou dat helpen?

Kurt: Het idee van: ik heb het gemaakt als burgemeester. 

Croes: Goh, daarvoor heb ik mijn sjerp niet nodig.  Maarja, goed, dat wordt verwacht op een officiële gelegenheid.  Ook de schepenen hebben hun sjerp aan op een officiële gelegenheid hé.  Dat is ook maar normaal hé. 

Kurt : En hebt u die onmiddellijk kunnen knopen, of is daar toch wel wat oefening voor nodig?

Croes: Wel, er is daar toch wel wat oefening voor nodig.  Ik heb dat niet onmiddellijk gekund.  Ik heb mij dan laten bijstaan door een schepen, want dat is dezelfde manier van knopen hé…….

 

Kurt: Eigenlijk moet u nog wat boller worden van postuur eigenlijk om een echte burgemeesterspostuur te hebben.

Croes: Dat hoeft niet, dat hoeft niet.  Ik ben al verzwaard sedert dat ik burgemeester ben, dus euh…

Kurt: U werkt eraan dus?  U werkt aan die burgemeesterspostuur?

Croes: Ik werk daar niet aan, maar dat komt een beetje vanzelf hé.

Kurt: Ja, en hoe komt dat zo?

Croes: Ja, hoe gaat dat?  Veel gelegenheid om een keer iets extra’s te eten hé. Dat gebeurt wel hé.  Als ge nu bijvoorbeeld op een jubileum gaat, bij mensen die vijftig jaar gehuwd zijn, en soms vragen de mensen: wij komen niet naar het gemeentehuis, maar kom bij ons thuis.  En we gaan dan bij die mensen thuis, en die mensen hebben dan drie taarten gebakken.  Ge kunt dan toch niet zeggen dat je er geen één stuk van eet?  Dat is onbeleefd.  Dus, ik doe dan eigenlijk mijn taak, en ik eet van elke taart een stukje.  En dat zal een van de oorzaken zijn van het toenemen van het gewicht, denk ik.

 

Kurt: Zeg, wat hebt u nu eigenlijk gezegd in die speech. Weet u dat nog?

Croes: Goh, absoluut, ik heb hem geschreven!

Kurt: Jaja, tuurlijk, maar is hij bijgebleven voor uzelf?

Croes: Ja, tuurlijk, tuurlijk. Ik heb hem zelfs zeer vlug geschreven.  Normaal schrijf ik mijn speeches tamelijk vlug, maar nu is dat eruit gerold.  Ik mag dat wel zeggen.

Kurt: U hebt er met andere woorden geen moeite voor gedaan, vlug, vlug, vlug op papier.

Croes: Ik heb er veel moeite voor gedaan, maar het heeft me weinig moeite gekost om dat op papier te zetten.  Omwille van het feit dat wij mekaar, ik denk dat we mogen zeggen dat we mekaar wekelijks zien, en wij hebben vroeger ook samen een stapke in de wereld gezet, samen in de jeugdbeweging gezeten, dus euh… er valt daar wel iets over te vertellen hé, over die tijd.

Kurt: Ja, en zijn dankbaarheid is maar minimaal.  Wat doet ie?

Croes: Ja, het is altijd een goeie supporter geweest.  Echt waar.  Maar goed ja, de liefde, dat zorgt voor naar de andere grenzen hé.

Kurt: Die vervelende vrouwen toch hé.

Croes: Goh, ik neem hem dat niet kwalijk. (lacht)

 

Kurt: Zeg,hoe vindt u eigenlijk dat hij staat met dat lint?

Frederik: Goed hé.  Ja, dat staat goed hé.  Ge kunt daar niet veel van zeggen, het spijt mij.  Een lint is een lint hé.

 


19:53 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

20-09-05

OP BEZOEK BIJ MA EN PA CROES

Deze week ben ik op bezoek bij de burgemeester van Deerlijk, Claude Croes.  Geen familie van Tom Cruise en Penelope Cruz, maar ook jong en succesvol.  Ik ging met hem ondermeer op bezoek bij zijn trotse ouders.  En het eerste wat moeder Croes was iets te drinken uithalen.  Een typische moeder.

 

Moeder Croes: Ik zou best wat uithalen om te drinken zeker, dat dat hier zo leeg niet is op tafel.  En wat zou je willen?

Kurt: En wat kun je hier zo zetten?

Moeder Croes: Een pintje, of heb je liever wat anders?

Kurt: En?  Is papa ook politieker?

Croes: Nee, niet met het bloed meegekregen. Alweer een veel voorkomende vraag hé.

Kurt: Tuurlijk.

Croes: De mensen veronderstellen soms, die niet van Deerlijk zijn, bedoel ik dan, ja, ge hebt uw name mee.  Ge kent dat hé.  Als Tom Dehaene opkwam, de zoon van, ja, succes verzekerd, Tobback, idem.  Maar hier op dat vlak waren mijn ouders wel gekend voor een stuk van het verenigingsleven, maar niet vanuit de politieke partij.

Kurt: De Croesjes eigenlijk, dat ze zeggen.

Croes: Jaja, er zijn er hier eigenlijk niet zoveel, Croesjes, in Deerlijk.

Pa Croes: Een zeldzame naam hé. 

Kurt: Ja, van waar komt dat?

Croes: Ik heb nog gehoord van mijn vader dat dat uit de streek van Maldegem komt.  Het oudenaardse.  Ja.

Kurt: Ah ja, ik dacht uit Venezuela of zo.

Croes: Het is dan anders geschreven hé.  Het is dan Cruz.

Kurt: En ja, Tom Cruise, is dat ook…

Pa Croes: Neenee, dat is geen familie (lacht) (moeder brengt pinten en zegt: van al Adam’s ne kant).  Het waren altijd landbouwers geweest, de Croezen.

Croes: Uiteindelijk is het zo, dat wat de gemeente betreft, dat beperkt blijft tot mijn vader en ik. En vroeger was er hier nog een vrouw die ook Croes noemde, maar die is nu gestorven, of een tijdje geleden gestorven, dus maar de naam op zich komt hier niet zoveel voor op de gemeente.

Kurt: Er is er nog ene bij Studio Brussel geweest: Alda Croes.

Pa Croes: Ja, en bij Sabena ook hé.  Er was daar ook een Croes.

Croes: Inderdaad, een woordvoerder of zo.

Kurt: Ja, het heeft lang geduurd daar… Overal waar er een Croes aan…

Croes: Geen vergelijkingen maken met Sabena hé.

Kurt: Was u ook politicus, mijnheer Croes? 

Croes: Nee, eigenlijk van thuis uit is dat niet meegegeven geweest, maar mijn ouders hebben me daar altijd wel in gesteund.  Allez, ik bedoel daarmee, het moment dat ik het gevraagd werd heb ik dat een keer overlegd, en ik herinner me nog heel goed de reactie van mijn vader, die ondertussen meer dan tien jaar geleden is die reactie, hij zei van: als ge dat wilt, moet ge dat doen, maar hou er rekening mee dat ge ook wel zult ontgoochelingen oplopen in de politiek.  Ge moet trouwens beginnen met trachten verkozen te geraken, daar begint het mee hé.  Ja, dat was de enige wijze raad dat ik meekreeg, een goeie, wijze raad, maar ik bedoel daarmee dat ze me niets van: ge gaat dat toch niet doen of, ge moet dat zeker doen, noch het één, noch het ander.  De keuze was volledig bij mij.

Pa Croes: Wel, ge komt er niet graag belachelijk uit hé, als ge meedoet aan de verkiezingen.

Croes: Dat heb ik gezegd bij mij thuis hé, draait het of keert het gelijk dat ge wilt, maar als ge op een lijst staat, dan wilt ge verkozen zijn.  Er zijn mensen die zeggen: Wel, we gaan zien. Het is waar, ge moet het afwachten, zeker de eerste keer, maar iedere keer trouwens, maar het is wel zo, als ge meedoet, dan wilt ge er toch vrij goed uitkomen hé.

Kurt: En was u daar bang van dat hij er belachelijk uit zou komen?

Pa Croes: Nee. Ik was daar niet bang voor.

Kurt: U was er eigenlijk gerust in?

Pa Croes: Ik was er gelijk gerust in.  Maar niet gepeisd dat hij zo’n score ging halen.  Ik was verrast in de positieve zin.

Kurt: Ah, u had dat niet verwacht dat hij goed zou scoren?

Pa Croes: Neen, neen, zeker niet.

Croes: Hij had…

Kurt: Omdat u hem beter kent natuurlijk.

Croes: Ik denk dat je wel verwacht had dat ik zou verkozen worden, de eerste keer,…

Pa Croes: Ja, maar van den eerste keer zoveel stemmen, dat had ik niet verwacht.  Neen zeker niet.

 

In de living van het huis waar Claude Croes is opgegroeid, hangt een tekening tegen de muur van de burgemeester als tiener.

Kurt: Bent u dat daar?

Croes: Jaja, het is al een tijdje geleden hé.

Kurt: Met Croeshaar.

Croes: Jaja, het was dan iets langer dan nu.  Iets langer hé.  Er heeft dat ooit iemand getekend dat wij tamelijk goed kenden hé.  Maar het was wel zo, hoe oud was ik dan eigenlijk?

Pa Croes: Van ’94 zeker? Of ’93?

Croes: Van ’93.  Negentien jaar. 

Kurt: Ja, maar die kordate blik, dat zie je al een beetje.  Het zit er al een beetje in hé.

 

Kurt: Hebt u nog kinderen?

Pa Croes: Neen.

Kurt: Eén, en meteen burgemeester eigenlijk!  Ja!  U wist: ik moet er maar één maken, het zal meteen raak zijn!

Pa Croes: Ge weet dat niet hé, hoe dat het zal eindigen.

Kurt: Doet dat deugd zo, het idee van…

Pa Croes: Jaja.  Dat doet zeker deugd.

Kurt: Ja, te kunnen zeggen: ik heb de burgemeester gemaakt!

Croes: Ja, maar het is wel zo, het moment dat ge dan de eed kunt afleggen, eerst als gemeenteraadslid en dan als burgemeester, vooral als burgemeester, dat dat steeds gedragen werd door een groep.  Ik heb nog altijd zeer nauwe contacten met de KLJ-afdeling, en zeker met die vriendengroep van dan.  Het was bijvoorbeeld zo, wanneer ik de eed aflegde in Brugge,vorig jaar dus, dat wij daar met een bus met een dertigtal mensen naartoe gegaan zijn.   We kwamen daar toe en de gouverneur zegt: amai, ge hebt hier veel volk mee.  Ik zeg ja, en we mochten allemaal binnen.  Dat is zeer gewaardeerd geweest, we mochten allemaal binnen, en dat was een initiatief van de vriendengroep. Ze zeiden: gij moet daar niet alleen naartoe, we gaan mee.  En mijn ouders waren er ook bij betrokken.  En ik wist eigenlijk van niet veel. Ze hadden dat een beetje achter mijn rug geregeld.  En goed ja, op zo’n momenten is dat wel plezant.  Voornamelijk ook voor de ouders en voor de vrienden die mee zijn, maar voor mij persoonlijk natuurlijk ook wel hé.

 

Kurt: En hebt u geweend bij de eedaflegging?

Pa Croes: Ja, ge moet een keer zwellen wè.

Kurt: Allez, zo’n stoere vent.

Pa Croes: Ja, het is een beetje emotioneel zo.

Kurt: Ja?

Pa Croes: Ja!  Maar ik ben wel fier hé derover.  Het is dadde niet hé.

Kurt: Ah ja, ik dacht dat u het zo triest vond eigenlijk.

Pa Croes: Zeker niet.  Zeker niet.

Ma Croes: En nu volgen we het op de voet hé.  Ik zit alles bij te houden, de foto’s en al.

Kurt: Is het waar?  Ja, voor de tijd dat het duurt

Ma Croes: ik zeg, ik ga dat goed bewaren.

Croes: Ja, dat is ook een beetje van een archief die hier aan het, die hier gemaakt wordt hé.

 

 

Kurt: Ah, jullie zijn dus fans eigenlijk?

Moeder Croes: Ah ja hé.

Kurt : De eerste fans eigenlijk?

Pa Croes: Ja, eigenlijk wel.

Ma Croes: En al zijn speechen hou ik bij hé.  Voor al er een jubilee of een opening is, of hij moet iets doen,…

Kurt: Of voor als hij niet meer weet wat gezegd: Hier Claude, Claude, ik heb nog iets.

Ma Croes: Jaja, vaneigen.

Croes: Maar het is inderdaad zo, ik heb daar al gesproken over een archief hé.  Maar ik hou ook wel een archief digitaal bij.  Dus ik ben nogal een liefhebber van digitale fotografie, dus vanavond, Molenhoeknacht, trek ik een aantal sfeerbeelden,…

Kurt: Jaja, Koning Albert doet dat ook hé.

Croes: En ik hou dat bij omdat ik dat belangrijk vind dat je de geschiedenis van het verenigingsleven kunt volgen, en de speechen en de toespraken die ik maak, hou ik ook digitaal bij…  ……………………

 

Kurt: Eigenlijk, al uw speeches zijn een beetje liefdesbrieven aan uw moeder?

Croes : Soms komen ze er een keer in voor.

Kurt: Dat zijn mooie momenten waarschijnlijk?

Ma Croes: Jaja.

Croes : Ik heb het al gezegd: ik tracht het publiek toe te spreken op een zeer persoonlijke wijze.  En ik tracht dat dan ook met gebeurtenissen uit het leven, persoonlijke ervaringen tracht ik daarin te verwerken.

Kurt: Was het eigenlijk een makkelijke jongen?

Pa Croes: Ja.

Ma Croes: Ja.  Het was een brave.

Kurt: Een brave?

Ma Croes: Jaja. Maar het was een enige zoon, maar hij was niet bedorven.  Hij moest luisteren en hij deed dat.

Pa Croes: Het was geen verwend kindje, zuh.  

Kurt: Als enig kind? Dat geloof ik niet.

Pa Croes: Ge moogt dat vragen aan gelijk wie, hij was zeker niet verwend.

Kurt: Als enig kind?

Pa Croes:  Ik was daar vreed tegen, tegen die verwennerij, want daar ben ik niet aan.

Croes: Ik heb ooit nog een stagebegeleider gehad en die had vier kinderen, en die zei op een bepaald moment tegen mij: gij zijt minder verwend dan mijn vier kinderen.  Hij baseerde zich op een aantal gegevens.

Pa Croes: Als je je kind verwent hé, komt dat later toch uit, al die grilletjes en die dingkes hé, en dat is nooit goed. Verwennen nee. Ge moogt dat gaarne zien hé, maar ge moogt dat niet te stijf tonen.

Croes: Ge moet dat gaarne zien zelfs.

Kurt: Ah, ge moogt dat graag zien,maar ge moogt hem dat niet zeggen.  Dus hij weet dat eigenlijk niet?

Croes: Maar ge ervaart dat.

Kurt: Ja, ik ben niet akkoord.  Een kind, dat moet ge verwennen.

Pa Croes: Neenee.

Kurt: Allez Claudeke.

Croes: We zullen verschillen van mening, maar we gaan daarvoor niet distantiëren van de mening hé.

Kurt: Maar u bent er toch niet te hard voor geweest?  U hebt hem verwend!

(Zij aarzelt)

Kurt: Allez, wat een harde mensen!

Ma Croes: Welja, het was toch altijd eerst naar ma hé, en dan naar pa.

Kurt: Ah, zie je, hé pa!  Waart ge maar wat zachter geweest!  …..  Het is zo dat hij in de zachte sector beland is.  Omdat u er zo hard mee geweest bent.

Pa Croes: Ik heb er geen spijt van dat we hem zo kunnen opvoeden hebben.

Hier zit hij nu.

Croes: Fier dat ik in de zachte sector opgeleid ben, tussen haakjes.

Nee, ik wou zeggen: hier zit hij nu met al zijn trauma’s en frustraties.

Croes : Ik heb er eigenlijk geen.  Noch trauma’s, noch frustraties.

 

Kurt: Nog een geluk dat hij niet voor de communisten opkomt hé.

Ma Croes: Ah, maar dat ging niet wel zijn hoor.  Nee.

Kurt: Hoezo?  Als hij daar nu in gelooft?

Ma Croes : Wij geloven er niet in.

Kurt: Ah, luistert hij nog naar mama en en papa als het nodig is?

Ma Croes: Nu moet hij niet meer luisteren hé.  Hij zit in zijn gezin.  Hij is baas zelve hé.  Maar zolang als dat hij thuis was ja.

Kurt: En nu, zou hij niet af en toe nog eens raad vragen of?

Croes: Het is wel zo dat het  interessant kan zijn dat ge een keer kunt binnenspringen en dat ge letterlijk en figuurlijk kunt thuiskomen. Want, en als dat hier gezegd wordt, en ik bedoel dan hier, van: we gaan u daar in steunen, dan is dat oprecht gemeend, want als burgemeester komt ge ook wel eens mensen tegen, die zeggen: we gaan u daarin steunen, maar met mijn klein beetje mensenkennis dat ik heb, dan kan ik nog gauw inschatten of dat eigenlijk gemeend is of niet.  Maar hier moet ik daar niet over twijfelen.  Als dat hier gezegd wordt is dat zo.  Ieder persoon heeft een aantal plaatsen nodig waar dat hij een keer kan thuiskomen hé.   En dat is bij mij thuis, en dat is hier ook, en dat is ook een keer bij een goeie vriend, maar zoveel plaatsen zijn dat ook niet.

Kurt: Hoelang hebt u eigenlijk thuis gewoond?

Croes: Tot aan 24.

Kurt: Ah, het moet hier goed geweest zijn.

Croes: Ja, dat was hier goed.

Pa Croes: Daarvan dat hij niet ver verhuisd is.

Kurt : Kon u dat van jongsbeen af al zien dat dat er een beetje in zat, het leiderstype?

Pa Croes: Ja, dat zeker, dat zeker,  vanaf twaalf jaar zag ik dat, dat het een leiderstype ging zijn.  Ja.

Kurt: En waaraan zag je dat zo?

Pa Croes: Wel, dat hij overal wilde leiding pakken, ge weet wel.  Gelijk in watte.  Zelfs de jeugdbeweging.

Ma Croes: Jaja, hij was er nog niet te lang in, hij was al leider.

Kurt: Ah ja, het moet zo altijd op het voorplan zijn?

Ma Croes: En het kwam toen tot hoofdleider.

Croes: En ik durfde dat toen ook niet meteen zeggen dat ik hoofdleider werd, want dat nam natuurlijk nog wat meer tijd in beslag.  Ik moest dat dan trachten verbloemend uit te leggen.  En dat lukte ook wel.

Kurt: Ah ja, hij was toen al politicus.

Pa Croes: Ik was benauwd van de studies, dat de studies eronder gingen lijden.  Anders, dat koste mij niet vele schelen.   Ik had graag dat hij zijn diploma had.  Dat was het hoofddoel. Kurt: En maatschappelijk werker, wat een studies zijn dat.

Pa Croes: Ik weet het niet, ik heb ze niet gedaan.

Kurt: Toen hij daarmee kwam aanzetten, zei u niet: zoek eens een deftige job?

Pa Croes: Nee, hij mocht doen wat hij wilde.

Kurt: En was het een goed student?

Pa Croes: Ba ja.

Ma Croes: Maar hij koste vree goed opstellen hé, al van kleinsaf hier in het lager hé. Zo goed. Ik zegge: miens toch.  Het is zeker daarmee dat hij zo goed die toespraken kan houden.  Dat zat er al in van kleinsaf hé.

Kurt: Veel fantasie eigenlijk?

Ma Croes: Ah, vree goeie opstellen.  Ja, direct.

Kurt: Dat moet je kunnen in de politiek hé.  Mensen van alles wijsmaken.

Ma Croes: Ah ja.

Croes: Het gaat niet over wijsmaken, maar ge moet het motiveren hoe het zit natuurlijk.

 

 

Kurt: Hij ziet graag mensen.  Heeft hij dat van u?

Pa Croes: Ba ja, ik zie ze kik ook graag.

Kurt: En u?  Ook mensenliefhebber?

Ma Croes: Ba ja.

Croes: En ook, allez, dat zit hem in kleine dingen hé, mensen graag zien.

Kurt: Ik weet niet.

Croes: Ik vind dat.

Kurt: Ik weet niet, het is mij nog niet overkomen van mensen graag te zien.

Croes : Ik ga je dat een keer uitleggen, ik ga je een keer uitleggen hoe dat dat eigenlijk groeit.  Dat begint…

Kurt: Dus, ge neemt één mens.

Croes: Ja. En ge begint met een goeiendag te zeggen tegen die mens.   Ik kan mij hopeloos ergeren aan mensen die geen goeiendag zeggen.

Kurt : Er zijn er veel hé.

Croes : Ik kan me daar hopeloos aan ergeren.

Kurt: Er zijn er veel hé.

Croes : Of bijvoorbeeld mensen die zeggen: ja, ik zeg geen goeiendag omdat ik hem niet ken. Goed, dat kost toch niets?  Ge zegt een goeiendag en het is daarmee gepasseerd.  En de mensen appreciëren dat, en dat is een eerste stap in mensen graag zien.

Kurt: En als mensen, dus u knikt naar iemand, en die kijkt en draait dan zijn hoofd.  Dus, wat doet u daar dan mee?

Croes: Ik heb daar geen probleem mee. Ik zou moeten van zulke dingen wakker liggen, ik lig iedere nacht wakker.

Kurt: Jamaar, de volgende keer, zegt u die mens weer een goeiedag?

Croes: Eigenlijk wel, eigenlijk wel. 

Kurt: Dus u knikt eigenlijk naar iedereen?

Croes : Ik zeg tegen iedereen een goeiedag.

Kurt : Het zijn allemaal potentiële stemmen natuurlijk.

Croes: Jamaar zelfs buiten Deerlijk.)

Kurt: Ah ja, u knikt daar ook?  Maar minder?

Croes : Ah ja, maar goed, ja.

Pa Croes : Hij kent ze daar niet zo goed hé.

Croes : We gaan nu niet overdrijven, maar ik wil maar zeggen: we leven wel soms in een maatschappij, gelukkig hier in Deerlijk valt dat allemaal goed mee, maar zo in die mentaliteit van gewoon mekaar passeren en mekaar niet zien. Goed, dat is zeker niet aan mij besteed.  Ik zou mij niet goed voelen moest ik volledig in de anonimiteit leven.  Ge hebt mensen die daar bewust voor kiezen, en dat is hun goed recht en ik respecteer dat ook, maar ik zou me daar niet goed bij voelen.  Ik voel me beter met een buurt die mekaar kent, goed ja, dat je mekaar tegenkomt, ge spreekt een keer, de nieuwtjes overlopen, een keer herinneringen ophalen, gelijk nu ook vanavond, Ter Meulen nacht, een feest op de wijk waar dat er een aantal mensen zijn dat je goed kent, een keer…

Kurt: Naar iedereen zwaaien, overal toegejuicht worden, en misschien nog met… Zet iets op uw hoofd: ik ben Claude Croes!

Croes: Neen, maar dat hoeft niet, dat hoeft niet.  Er is een duidelijk onderscheid tussen met veel mensen in contact komen en effectief in de belangstelling willen staan. Dat heeft daar niets mee te maken.  Maar het is een mentaliteit van toch vriendelijk te zijn en ook eenvoudig te zijn, want ik ga mezelf nooit opdringen.  Eén van mijn leuzes is: eenvoud siert, en dat zal altijd zo blijven. En ik ben er nog altijd van overtuigd dat dat een goeie levenswijze is.  Ik zeg dat in alle bescheidenheid.

Kurt: Bescheidenheid!  Kent ge dat?  Mijnheer de burgemeester: bescheidenheid!

Pa Croes: Neenee.

Kurt: Is hij bescheiden?

Pa Croes: Ja.

Kurt: U hebt hem dat goed ingelepeld?

Pa Croes : Die hovaardigheid, ik ben daar niet aan.  Een beetje nederig, ja.

 

 

Kurt: Wat heeft hij nu eigenlijk van de mama en wat heeft hij van de papa?

Pa Croes : Ik kan daar niet op antwoorden. 

Kurt : Het zal toch wel iets zijn zeker?

Pa Croes: Van alle twee een beetje zeker.

Kurt: En wat heeft hij zo van de mama en wat zo van de papa?  Mevrouw, u zult het weten, wat heeft hij van u?

Mevrouw: euh ja.

Croes: Ik weet het niet, het spontane.  Denk ik wel. Het spontane en de vriendelijkheid ook waarover dat we het juist gehad hebben. Het spontane, de vriendelijkheid, ja.

Kurt: En van de vader: de strengheid?

Croes: Neen, en ook de beredeneringen.  Zoals ge een keer met een probleempke zit, het niet direct willen oplossen.  Een keer een nachtje laten rusten en het ’s anderdaags met een frisse geest bekijken.  Ja, dat heb ik meegekregen.  En dat gebruik ik ook.  Ik heb dat niet alleen meegekregen, ik gebruik dat ook.

Pa Croes: Er een keer een nachtje over slapen en als het niet gaat, er nog een keer een nachtje over slapen.

Croes: En er je niet in opjagen.  Tamelijk rustig blijven.

Pa Croes: Ja, ik ben altijd rustig. Ik ben geen zenuwpees.  Dan kunt ge dikwijls domme dingen doen.

Kurt: Ah, van de vader: veel slapen?

Croes: Nee, niet veel slapen.

Kurt: Over alles slapen.

Croes: Niet veel slapen. Veel werken trouwens.  Iets wat ik van beide ouders heb meegekregen: veel werken.   Ge moet dat ook doen.  Pas op, ik klaag daar niet over hé.  Ik doe dat zelfs graag.  Iemand die in de politiek gaat, volgens mij, en die werkt niet veel, dan zit hij met een probleem.  Op een bepaald moment komt dat uit dat je niet veel werkt, en de kiezer beslist daarover.  Maar het is ook zo: als je veel werkt, dat je dat niet altijd moet zeggen.  Ik kan mij bijvoorbeeld ook wel ergeren aan mensen, ik kom bijvoorbeeld ook wel eens schepenen tegen, algemeen, ik spreek nu niet over Deerlijk, maar mensen uit de politieke wereld die zeggen: ‘Pfff, ik moet vanavond nog naar daar en naar daar en naar daar’ en ‘we zijn wij veel weg.’  Goed, en dan? Ik bedoel: dan moet je niet in de politiek gaan hé, ge kiest ervoor hé. Als je in de politiek gaat, ben je veel weg, en ge moet gij daar niet over klagen of zagen.  Ge weet dat, dat hoort erbij.

Pa Croes: Ge weet dat van eer dat je begint hé, dat je veel afwezig zult zijn.  Ge weet dat hé, ge moet dat goed afspreken hé.

Croes: Of zo van: God, ik moet nog dat doen en nog dat doen.  Goed ja, goed, iedere job vraagt heel wat energie, en ik ben de laatste persoon om dat sterk te benadrukken.  Doe voort en zie niet om hé.

Kurt: Niet klagen en niet zagen.

Croes: Ja, dat is eigenlijk goed samengevat.  Ja, het is waar, niet klagen en niet zagen.

 

 

Ma Croes: Ja, het is vaneigen aangenaam hé.

Pa Croes: In je binnenste zij je een beetje fier hé.  In je binnenste zijt ge een beetje fier hé.  Ja, en die dat niet is, het zou een beetje flauw zijn hé.

 

De vader van pa Croes was landbouwer.  En dat zit nog altijd een beetje in het bloed.  Claude is in de Katholieke Landelijke Jeugd geweest, en hij heeft als burgemeester ook de bevoegdheid over de portefeuille van land-en tuinbouw.  Geen toeval.  Ook bestuurslid van de landelijke gilde in Deerlijk.  En zijn vader zit in het bestuur van de Volkstuinen in Deerlijk.  Als kind moest Claude trouwens veel helpen met vader op het land.  Tomaten luizen, was één van zijn vaste opdrachten.  Maar nu niets meer.  Zijn vader rijdt zelfs het gras af bij Claude.

 

Kurt: Enig kind, was u niet eenzaam?

Croes: Neen, ik was niet eenzaam omwille van het feit dat ik een grote vriendenkring had.  Dus dat eenzaam gevoel, dat heb ik eigenlijk niet gehad, neen.  Soms denk ik wel dat het plezant is dat je een keer een gesprek kunt hebben met broer of zus. Allez, ik zie dat bij mijn echtgenote, die heeft een goeie band met haar zus.  En dat moet wel plezant zijn, maar ik heb daar allemaal geen probleem mee.  Ik bedoel, ik heb een ruime vriendenkring en de sociale contacten zijn er.  De eenzaamheid, dat is iets dat ik tot op vandaag niet ervaren heb, gelukkig, want ik ken wel mensen die eenzaam zijn.  Ik tracht daar trouwens ook wel een punt van te maken van euh…

Kurt: U nodigt die uit met kerstmis.

Croes: Ik nodig die niet uit met kerstmis, maar als ik weet dat er iemand te kampen heeft met eenzaamheid, probeer ik toch een keer die mensen een bezoekje te brengen.  Dat lukt me niet altijd, want ik heb daar niet zoveel tijd voor, maar af en toe, als ik dan een keer vrije tijd heb, dan kunt ge me wel een keer op een gewone dinsdagnamiddag doorheen het jaar, mij bij een eenzame mens vinden.  Af en toe zegt er me wel iemand: hewel, ge zijt bedankt dat ge binnengesprongen zijt.We hebben een keer kunnen klappen. Hé, ze zeggen dat.  We hebben een keer kunnen klappen.  Goed, dat geeft voor mij voldoening, als je zoiets hoort, dan is je dag geslaagd.

Kurt: Terwijl uw ouders denken: wanneer komt hij ook nog eens langs?

Croes: Ik spring hier af en toe wel een keer binnen. Ik doe dat ook niet alle dagen, maar goed, ten gepasten tijde toch.

Pa Croes: We hebben niet te klagen hé.  Hij springt regelmatig nog een keer binnen.

Kurt: Ah ja?

Croes: Dat is soms niet lang hé.

Pa Croes: Dat moet geen uren zijn hé.

Kurt: En als hij langskomt heeft hij waarschijnlijk altijd iets nodig: Pa, ga je nog eens mijn gras afdoen?

 

 

Kurt: Hebt u dat nog niet voorgehad, dat ze roddelen achter zijn rug?

Pa Croes: Nee, als ze roddelen gaat het zeker tegen ons niet zijn hé, wij gaan het het laatst weten hé.

Croes: Maar het is wel zo, ik vind dat eigenlijk een mooie anekdote om te vertellen: mijn ouders zijn een keer naar een gemeenteraad geweest, dat gebeurt wel een keer, dat ze een keer een gemeenteraad komen volgen, en mijn vader zei dan – want ge kent dat uiteindelijk is het meerderheid, oppositie, dat hoort er nu eenmaal bij in de politiek – en mijn vader zei: ‘Hoe dat jij eigenlijk zo kalm kunt blijven als die oppositie aan het woord is, ik versta dat niet.  Maar en uiteindelijk denk ik, denk ik, want ik weet dat ze goed de kranten lezen, mijn ouders, dat ze het soms wel een keer moeilijk hebben wat dat er geschreven wordt in de kranten, maar ik heb dat geleerd, ik heb dat geleerd.   Ik kan gerust met mensen van de oppositie achteraf een pint drinken.  Ik kan dat, ik kan dat.  Maar er zijn mensen die daar problemen mee hebben, die zeggen: ge zit daar eerst een half uur kritiek te geven, we gaan alleszins geen pint drinken achteraf.  Goed, ik beschouw dat als twee delen.  Ge hebt inderdaad het politieke beleid, het politieke spel tussen oppositie en meerderheid, maar ik vind achteraf, dat je mekaar moet blijven kunnen in de ogen kijken en dat je mekaar moet kunnen een pint bier gunnen.  En tot op vandaag lukt me dat wel.   En het is zelfs zo: ik tracht nooit gemeenteraad te houden achter de gemeenteraad.  Want ik kan even goed zeggen: beste vriend, we gaan dat hier nog een keer uitboksen, euh, zij hebben hun mening, wij hebben onze mening als partij, en het is niet omdat zij een andere mening hebben dat wij ons moeten distantiëren van onze mening.  We gaan dat trouwens maar weinig doen.  Hetgeen wij op de gemeenteraad brengen, wij zijn ervan overtuigd.  En ik vind ook, als het politieke spel, de gemeenteraad op zich gepasseerd is, dat je toch moet kunnen een pint drinken in alle vriendschap.  We zijn mensen onder mekaar.  En tot op vandaag lukt mij dat. Tot verwondering van sommigen. Allez, ik heb dat alle meerdere keren gehoord, dat mensen zeggen: Maar jong toch, hoe dat jij je daar eigenlijk nog mee kunt bezighouden, met achteraf nog een pint te drinken. 

Kurt: Het is waar hé.  U zou dat niet doen hé.

Pa Croes: Bwa, ik zou het er een klein beetje moeilijker mee hebben.

Kurt: Is het waar?  Zijn ze zo hard voor hem?

Pa Croes: Wel, sommige keren kan dat nogal hard overkomen. 

Kurt: En u hebt daar… Dat doet u pijn?

Pa Croes: Ba ja, in de verste verte een beetje, maar ik weet dat hij een brede rug heeft, dat hij dat van hem schudt.

Croes: Ja, ge moet, in de politiek moet je olifantenvel hebben.

Kurt: Maar ja, u ziet daaronder af?

Ma Croes: Echt niet.

Kurt: Maar jawel, jawel. Zeg het maar.  U komt hier dan en u neemt dan uw zakdoeken…

Ma Croes: Het gaat zo slecht niet. 

Croes: Maar het is wel zo…

Kurt: Onder ons gezegd: u mag gerust eens uw hart uitstorten hé.

Ma Croes: Ja, neenee…

Kurt: Allez, ik bedoel, echt, ik snap dat.  Als moeder moet dat moeilijk zijn dat ze zo hard voor uw zoon zijn en zo.

Croes: Jamaar, ze zijn zij niet hard voor de zoon, ze zijn zij…

Kurt: Jamaar, allez, ssst, allez,… Maar dat is toch niet te doen.  Allez… Was dat vroeger ook altijd zo. Allez, ik tracht een gesprek met de moeder te hebben…

Croes: Ze zijn niet hard voor de zoon, maar het zijn de dossiers die kunnen hard besproken worden.  Maar het wordt niet op de personen gespeeld.  Gelukkig.  Het wordt niet op de personen gespeeld, wel op de dossiers zelf.

Kurt: Gelukkig, anders de moeder zou tussenkomen hé.

Ma Croes: Jazzendoet. (lacht)  


15:20 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-09-05

DE BURGEMEESTER VAN DEERLIJK

Claude Croes en zijn vrouw Eveline kennen mekaar tien jaar en zijn sinds juli zeven jaar getrouwd.  Ze leerden elkaar kennen op een kerstfeestje van de KLJ.  Hij was al gemeenteraadslid toen ze elkaar leerden kennen.  Hij is vele jaren in de KLJ van Deerlijk geweest, eerst als lid, dan als leider en dan als groepsleider.  Eveline was in de leiding van de KLJ van Anzegem, en af en toe hadden ze gewestvergaderingen.  Zij is verpleegster, maar sinds ze een dochter heeft geniet ze van loopbaanonderbreking. 

 

Op zijn twintig jaar was hij nog student, maar ook al secretaris van de gemeentelijke  jeugdraad, en heel actief bij de KLJ, en toen werd hij gevraagd om zich kandidaat te stellen op de toenmalige CVP-lijst.  En dat heeft hij dan ook gedaan, onmiddellijk met de ambitie om verkozen te worden, want zo zegt hij: ‘Als ge op een lijst staat, dan wilt ge verkozen zijn.’  En hij werd verkozen als gemeenteraadslid.  De volgende verkiezing kwam hij opnieuw op en behaalde hij nog wat meer stemmen.  Hij is negen jaar gemeenteraadslid geweest, heeft nooit een schepenzetel gehad.  Hij is dus van gemeenteraadslid naar burgemeester geweest.

 

Kurt: Dat is het zo een beetje allemaal in uw leven hé, allemaal redelijk vers hé.  Vers burgemeester ook nog. Dat mogen we ook nog zeggen.

Croes : Op 2 januari 2004 werd ik burgemeester en dan de dag daarna werd ik dertig jaar.  En één maand daarna was Stiene Croes op de wereld. Een maand vroeger dan voorzien.  Ze moest eigenlijk nog een maand langer in de buik.  Maar ze zag dat niet meer zitten. 

Kurt: Maarja, ze dacht waarschijnlijk: mijn papa is ook met alles vroeg.

Croes: Misschien wel, misschien wel. 

Kurt: Maar is dat niet wat jong om burgemeester te zijn, om anderen van alle leeftijden te gaan vertellen wat ze moeten doen in de gemeente?

Croes : De inhoud van het burgemeesterschap is niet dat je gaat vertellen aan anderen wat ze moeten doen hé.  Het gaat over het feit dat je moet goed samenwerken met veel Deerlycknaren, en inderdaad, heel wat vergaderwerk, maar goed ja, ik vind de leeftijd van een burgemeester speelt niet echt een rol.

Kurt: Stiene, ik zou er niet mee wachten.

Croes: Maar het is wel zo, een schepencollege, dat ge daar moet een mengelmoes hebben van leeftijden.  Jonge mensen, mensen met wat ervaring, allez, een gezonde mengeling hé.  Maar inderdaad, ik ga niet ontkennen 31 jaar dat dat jong is.  Momenteel ben ik de jongste van Vlaanderen.  Maar goed, dat kan vlug veranderen hé.

Kurt: Tot voor kort was u maatschappelijk assistent. 

Croes: Ja, het was inderdaad wel een werk die mij af en toe, nu ook nog, goed van pas komt.  Trouwens, één van mijn vaststellingen is, als burgemeester, dat ik eigenlijk nog iedere dag maatschappelijk assistent ben.  Het is een bijzonder goeie opleiding, maatschappelijk assistent, om burgemeester te worden.

Kurt : Ah ja?

Croes : Ja, ge wordt alle dagen geconfronteerd met kleine en grote probleempjes, en goed kunnen luisteren naar de mensen, en de problematiek goed kunnen inschatten is heel belangrijk, en dat zijn dezelfde vereisten voor een maatschappelijk assistent, dus ik zeg dat heel eerlijk, als maatschappelijk assistent had ik, of heb ik een goeie basis. Pas op dat je niet valt hé, uit de zetel. 

Kurt: En nu zit u als jongste burgemeester van Vlaanderen bij een partij die niet bepaald een jong en modieus imago heeft.

Croes : Ik heb voor de CD&V gekozen, ik wil dat gerust zeggen, omdat ik toen ik de keuze moest maken, op twintigjarige leeftijd, dan vond ik dat de CD & V altijd heel goed werk geleverd had in de gemeente Deerlijk.  En vandaar dat ik in hun voetsporen gegaan ben.  Onder de CD&V-vlag, maar ik heb respect voor andere meningen ook hé.  Maar als ge het hier op Deerlijk bekijkt, dan was de keuze voor mij vlug gemaakt.

Kurt: Waarom bent u eigenlijk maatschappelijk assistent geworden?

Croes : Ik heb ook getwijfeld, toen ik achttien jaar was heb ik het Heilig Hart College verlaten in Waregem,  en dan heb ik sterk getwijfeld tussen het onderwijs of maatschappelijk assistent.  Ik heb dan uiteindelijk de keuze gemaakt om maatschappelijk assistent te studeren, en tot op vandaag heb ik daar absoluut geen spijt van. Ge hebt, ge krijgt een ruime blik op de totale maatschappij door die opleiding.  En die is me goed van pas gekomen.  En uiteindelijk, als maatschappelijk assistent, als ge dan toch nog in het onderwijs zou willen staan, dan kunt ge nog altijd een bijkomende opleiding volgen hé.  Ik ben daar trouwens nog mee gestart. 

Kurt: Ah ja, wat?  Een bijkomende opleiding?

Croes: Ja, toen ik afgestudeerd was heb ik ook nog een GPB opleiding gevolgd.

Kurt: Een wie?

Croes : Een GPB-opleiding, de vroegere D-cursus.

Kurt : Ah ja, om les te geven eigenlijk?

Croes: Ja. Maar goed ja, het kan altijd van pas komen hé.

Kurt : Het kan van pas komen. Anders, in politiek weet je nooit hé.

Croes : Het is onzeker hé.

Kurt: Jamaar, het is dadde.

Croes: En dat is zo, dat is zo.  Ge moogt nooit geen individuele carrière plannen in de politiek.  Als ge aan carrièreplanning doet in de politiek, dan is dat niet goed.  Dan kunt ge bijzonder grote ontgoochelingen oplopen.

Kurt: Ja, tuurlijk, maar je bouwt hier een huis en je moet dat verder kunnen afbetalen hé.  En dat is niet het soort huis dat je als maatschappelijk assistent kunt afbetalen.

Croes : Dat zeg jij, dat zeg jij.  Ik ga daar niet mee akkoord.

Kurt: Ik ken die weddekes, en euh…

Croes : Ik ben ervan overtuigd dat dat met een job in het onderwijs perfect zou lukken om af te betalen.

Kurt : Ja, als je die job dan vindt.

Croes : In het onderwijs?  Ja, dat is waar.

Kurt :Hoe komt dat dat jullie alle twee in de zachte sector zitten?  Zijn alle twee een beetje softies?

Croes: Dat heeft niets met softie zijn te maken hé, want de zachte sector, dat is een heel belangrijke sector.  Dat wordt nog altijd een beetje te weinig gewaardeerd, de zachte sector.  Er moet daar nog veel aan veranderen.  Want dat is belangrijk werk dat geleverd wordt.  En inderdaad, twee mensen uit de zachte sector.  Dat gebeurt wel meermaals hé, dat die mensen mekaar vinden.

Kurt : En zijn mensen uit de zachte sector zacht?

Croes :  Ja, ik denk dat dat voor een stukske wel uw leven bepaalt. Ook buiten uw werk.

Kurt : Ik heb nog gehoord, mensen die voor de zorg kiezen en zo, dat dat eigenlijk mensen zijn die zelf zorg nodig hebben.  En ik vind dat daar iets van klopt.

Croes : Ja? Leg een keer uit.

Kurt : Hewel, dat zijn zo mensen die op de ene of andere manier niet in het reine zijn met zichzelf en die daar zo een beetje trachten aan te werken via hun beroep.

Croes: Boh, dat is zever. Dat is zever.

Kurt: Bijvoorbeeld al die mensen die psycholoog willen worden, ik vind dat daar zelf iets aan scheelt.

Eveline: Ze zeggen dat hé.  Maar ja.

Croes: Maar goed ja, uiteindelijk is het zo, de sociale sector, het gaat over inzetten voor andere mensen hé. Daarover gaat het.  En ik blijf erbij dat dat uw leven bepaalt.  Of uw houding in het leven bepaalt.   Het is dat dat ik wil zeggen.

Kurt: En vanwaar die drang om u te gaan inzetten voor de maatschappij?  Is dat iets dat u van thuis hebt of?

Croes: Maar, dat is eigenlijk het mooiste dat ge kunt doen, daar krijgt ge eigenlijk voldoening van.  Ik vind, als er nu mensen komen bij mij met het één of ander probleem, en ge kunt daaraan werken, ge kunt het niet altijd direct oplossen, maar ge kunt eraan werken, ge kunt de mensen ofwel doorverwijzen, ge kunt zelf een handje toesteken, ge kunt het uiteindelijk naar een oplossing geven, dat is de mooiste voldoening dat je kunt krijgen. Af en toe gebeurt dat een keer dat er iemand een kaartje stuurt of een keer belt, en die zegt ‘ge zijt bedankt’, hewel, dat is de schoonste voldoening die je kunt krijgen.

Kurt: Dus, als we u een plezier willen doen, moeten we af en toe een kaartje sturen?

Croes: Neen, dat gaat daar niet over, maar dat kan wel deugd doen. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen te weinig schouderklopjes geeft aan elkaar. Ik tracht daar op te letten. (krijgt schouderklopje) dank u wel.

Kurt: Hé, dat doet deugd hé.

Croes: Dat doet deugd, dat doet deugd.  Maar euh, we moeten dat meer…Maar ik bedoel het uiteraard ook in de dubbele betekenis van het woord, dus ook figuurlijk.  En ik tracht daar op te letten in het gemeentehuis hé. Als er bijvoorbeeld iemand zegt, ik ga nu een keer een voorbeeld geven dat waar gebeurd is: graskanten moeten gemaaid worden.  Dat is niet het werk waarvan iedereen zegt: Wow, maar dat is wel belangrijk.  En dan komt er een keer iemand bij mij en die zegt: ge zijt bedankt dat DE gemeente die graskanten gemaaid heeft.  En dan zeg ik: ik ga uw dankwoord doorgeven naar de persoon die het gedaan heeft. En ik zeg dat dan tegen die man, en die man is dat euh… Hij krijgt dat niet alle dagen, een dankwoord voor zijn werkactiviteiten. En dat doet deugd en dat motiveert.  En ik tracht daar op te letten, maar ik ben er me bewust van dat iedereen dat te weinig doet.  Pas op, ik meen dat hé.  Maar dat zal ook typisch zijn voor iemand van de sociale sector waarschijnlijk hé. 

Kurt: Softie!

Croes : Maar dat heeft niets met softie zijn te maken.  Absoluut niet.

 

 

Croes : Ik heb een aantal jaren toneel gespeeld in KLJ-verband, en de basis die ik daar gekregen heb als toneelspeler, dat kan ik dan gebruiken in de politiek om toespraken te houden natuurlijk hé.  Maar ja, dat is een goeie basis, dat is een goeie basis, voor een publiek spreken, op een podium staan,… maar ik doe dat graag.  Ik zeg dat heel eerlijk.  Dat is één van de aangename kanten van het burgemeester zijn.

Kurt: In de schijnwerpers staan?

Croes: Niet in de schijnwerpers staan.  Pas op, ge staat in de schijnwerper.  En als ge dat niet graag doet, in de schijnwerper staan, dan moet ge niet in de politiek gaan.  Maar wat ik persoonlijk zelf graag doe, dat is inderdaad de mensen toespreken, ja, goed voor een publiek spreken, ik doe dat graag, dat zijn de aangename kanten.  Jubilea, allez, wat is er plezanter dan jubilea.  Ge zijt iedere keer in feeststemming, iedereen is welgezind, ge moogt een woordje spreken, goed ja, goed, het is feest hé. Hele plezante activiteiten.  Tuurlijk, dat zijn ook die kanten die mensen zien hé.  Er zijn ook andere kanten aan het burgemeestersschap.  Maar ik geef toe, de jubilea en dergelijke, en de huwelijken voltrekken, dat is echt euh…, dat is fantastisch.  Enerzijds omdat het plezante aangelegenheden zijn, anderzijds ook omdat je bijzonder veel mensen nog leert kennen.  Op een huwelijk, op een jubileum, dan leert ge nog mensen kennen, dan zegt ge: ah, dat is de zoon van of de dochter van, allez, ge leert de families nog beter kennen.

 

 


16:44 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

16-09-05

ADJUNCT-DIRECTEUR

De burgemeester van Langemark-Poelkapelle is baas en bijna-baas.  Baas in zijn gemeente en bijna baas op zijn werk.  Ja, hij werkt nog.  Hij is adjunct-directeur in het CVO Westhoek-Westkust, het Centrum voor Volwassenenopleidingen in Ieper.  Ik ging hem daar ook even bezoeken.
 

WYFFELS: Wij hebben een behoorlijk grote opleidingsplaats met heel wat vestigingsplaatsen in de westhoek, een vijftien opleidingsplaatsen tussen Wervik en Oostende, vandaar dat het toch wel handig is om een behoorlijk uitgebreide directie te hebben om alle opleidingen in goeie banen te leiden.

 

Het klopt inderdaad dat wij wat commercieel ingesteld moeten zijn en opleidingen aanbieden aan volwassenen.  Want wij zijn uiteindelijk een centrum voor volwassenenonderwijs die een uiteenlopende waaier van volwassenenopleidingen aanbieden, gaande van allerlei informatica-opleidingen, multimedia-opleidingen, filmbewerking,  maar ook talen…

Ah dus, ik kan ook leren filmen bij u?

Wyffels: U kunt leren filmen…

Maar dat zou echt nog eens handig zijn.

Wyffels: Ja….

In hoeveel lessen kan ik dat leren bij u?

Wyffels: Wel, u kunt starten met zestien lessen, maar ik vrees voor u dat er nog een tweede zit zal in zitten.

Dank u, dank u.

Wyffels: Dat zijn dus de multimedia-opleidingen, daarnaast talenopleidingen, Spaans, Italiaans, nu ook vanaf dit jaar Chinees en Arabisch.

En u volgt al die cursussen eerst zelf voor u ze natuurlijk aan de man brengt.

Wyffels: Dat zou ik graag doen, maar jammer genoeg is het aanbod dermate ruim dat wij dat eigenlijk niet kunnen.    Maar ik moet zeggen: soms bekruipt ons wel de goesting als wij al onze cursisten hier zien binnenkomen.

Vooral make-up dan, of haartooi?

Wyffels : Haartooi hebben we niet, maar make-up hebben we, lichaamsmassage en dergelijke, dat zijn natuurlijk cursussen die tot de verbeelding kunnen spreken.  We hebben dan ook nog een hoop praktische opleidingen: lassen, electriciteit, bouw, metselen, vloeren, u ziet,het gaat werkelijk tamelijk breed.  Op jaarbasis hebben we 2800 verschillende cursisten…

 

En leert u nog?

Wyffels : Ik leer dagelijks nog.  Ik leer dagelijks nog nieuwe dingen bij.  Af en toe volg ik nog wat bijscholingen.  Meestal (telefoon…)

O, telefoon..

Wyffels: Die gaat opgenomen worden, er is nog iemand.

Ah, u hebt een adjunct-adjunct directeur.

Wyffels: Wij hebben nog administratief medewerkers die inderdaad ook wel telefoon…

Ja, maar waar zit die weer?

Wyffels: Waar zit die weer?  … Er is opgenomen, ze.

Nee, ze zijn beu van bellen.

Wyffels: Nee, … het is aan de balie…ik zal die maar opnemen.  Volwassenenonderwijs Westhoek-Westkust, goeienamiddag.  … Ja.  Ja.  Hmmm….  De cursussen starten opnieuw de week van twaalf september…   ….. in de Stationstraat 25 in Ieper.  Goed?  Nog een prettige dag verder.  Daag. (haakt telefoon in).

 

Ik zie hier nog zo’n slogan.  Word wat u wilt. Bent u wat u wilt?

Wyffels: Ik ben wat ik wil.  Ik ben… ik voel me goed in de combinatie van die jobs, hier in het volwassenonderwijs en op de gemeente, ja, ik ben toch een stukje wat ik wil.  Maar ik had nooit gedacht dat het zo ging worden.  Maar ik ben wel gelukkig in die situatie.

U bent een geslaagd man?

Wyffels: Voorlopig toch.  Ik hoop dat het blijft natuurlijk. Want tussen slagen en tussen blijven duren, dat is nog een andere zaak. 

Cursussen volgen hé.

Wyffels: Cursussen volgen, en blijven bijleren hé.

Ja, want het is word wat je wil, maar blijf wat je wil.

Wyffels: Dat is de uitdaging natuurlijk. 

 

Een opleiding burgemeestersschap, die is er nog niet?

Wyffels: Die zit er nog niet in.  Zelfs bestuursrecht en dergelijke, die hebben wij nog niet.  Nee.

Omdat het zo moeilijk is?

Wyffels: Omdat het inderdaad heel heel moeilijk is. Het is eigenlijk een levenslange opleiding dat (lacht)

 


08:43 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

MEE PILKEM

Burgemeester Alain Wyffels van Langemark-Poelkapelle gaat vandaag in Micro Zonder Zout op bezoek bij Mee Pilkem.  Gerarda Petit heet ze in het echte leven.  Een lieve dame die in de Kazerne in Pilkem woont, een huizenrij te lande in de piepkleine deelgemeente van Boezinge.

 

Ja, Mee Pilkem, wat doet u dat, een kleinzoon te hebben die burgemeester is?

Gerarda: Ja, fier! 

Dat zal wel.

Gerarda: Fier hé.

Wie had er dat eigenlijk gedacht?

Gerarda: Joak. Joak.

Waarom?

Gerarda: Hewel, dat hij altijd goed leerde hé.  Het was een rappen.

 

Wyffels: Ik heb hier als kind altijd heel veel gespeeld.  Ja, we hadden ook wat jongere neven die hier wat verder woonden.  Van een beetje dezelfde leeftijd.  We hadden hier plaats om kattekwaad uit te halen hé.  Er was ruimte hé.

Zie je?  Je zegt dat het zo’n brave was, maar hij kwam hier om kattekwaad uit te halen.

Gerarda: Neen, spelen, spelen en spelen.En boeken lezen.

Is het waar?

Gerarda: Och, de boekskes dat hij gelezen heeft!  De boeken!

Wyffels: Ja, dat hoort er een beetje bij hé.  Dat is ook nog één van mijn hobby’s.  Als ik een beetje tijd heb,om wat boeken te lezen.

Gerarda: En spelen met zijn kleine paardjes!

Met zijn kleine paardjes?

Wyffels: Miniatuursoldaatjes.  In de tijd, vroeger speelde ik graag soldaat, tot dat ik naar het leger moest.  En dan was dat soldaat spelen plots heel wat minder aangenaam.

 

 

Er zijn toch waarschijnlijk niet veel burgemeesters die nog hun grootmoeder hebben.

Wyffels: Neen, ik denk het niet, ik denk dat dat tamelijk uniek is dat ik nog mijn grootvader en mijn grootmoeder heb.  Als je natuurlijk jong begint als burgemeester, heb je die kans wel.

Ja, en wat betekent dat voor u: uw grootmoeder hebben nog?

Wyffels: Dat is toch wel iets speciaals.  Dat is toch wel een stukje een basis waarop dat je terugkomt, een herinnering die blijft.  Als je hier komt, is hier de tijd een stukje blijven stilstaan. Dus, dat is hier nog niet zo veel veranderd ten opzichte van pakweg dertig jaar geleden.  Dat doet wel iets. Telkens als je naar hier komt, is dat ook een stukje jeugdherinneringen die naar boven komen.  Het was ook heel gezellig.  Broers, allemaal broers en zusters die naast mekaar wonen.  Met nieuwjaardag, eigenlijk moest je niet ver gaan om te nieuwjaren.  Ge mocht eigenlijk een glas drinken, want ge was telkens bij buren.  Ge moest u niet verplaatsen, en dat was wel gezellig.  Dat was een familie die goed aan mekaar hangt,… Als je in zo’n familie opgroeit, je leert wat familiefeesten zijn, je leert de volkse gezelligheid zo kennen.

Ah, u hebt hem eigenlijk een beetje klaargestoomd voor het burgemeesterschap.

Gerarda: Bo ja, ik niet wè, meer zin vrouwe.  En zijn moeder en zijn vader.

Ja maar ja, neen, het feit dat hij hier geleerd heeft wat die volkse feesten waren, als burgemeester moet je daar in thuis zijn hé.  Dus hij heeft leren feesten?

Gerarda: Wablieft?

Hij heeft hier leren feestvieren.

Gerarda: Dat was met nieuwjaar, en met de kermis en met Pasen.

Wyffels: Dat was zo’n vaste traditie. Met nieuwjaardag kwamen we naar hier eten.  Met Pasen, met Boezingekermis ook, dat was zo echt typisch, en dan werd er hier wel goed gevierd,…

Gerarda: En met Allerheiligen.

En komt hij nu nog op de hoogdagen, op de feestdagen?

Gerarda: Toch veel, gow.

Wyffels: We vieren altijd samen, maar meestal is dat bij mijn ouders nu.  Dus we halen Mee naar Langemark dan en…

Ah ja, het moet op eigen grondgebied zijn.

Wyffels: Wel nee, het moet niet per se, maar het is gemakkelijker natuurlijk.  Ze is ook al een eind in de tachtig, dus dat begint toch ook al door te wegen om nog feesten te organiseren.  Maar zolang dat ze in goeie gezondheid is en erbij kan zijn, is dat altijd meegenomen.  Dat is ook belangrijk dat je dat toch een beetje beseft.  De jaren die nog volgen, dat je toch een beetje samen moet kunnen tijd maken voor je familie, en om te vieren ook.

 

Gerarda: Want hij heeft niet graag dat ik dat tegen iemand zeg dat dat mijn zoon is die burgemeester is.

Nee?  Waarom niet?

Gerarda: Ik weet niet.

Te bescheiden of wat?

Gerarda: Het is Alain.  Het is Alain.

Ah, ge moogt niet zeggen ‘burgemeester’, het is Alain.

Gerarda: Ik mag het niet zeggen.

Wyffels: Nee, als ik in de familie feest, dan probeer ik dat privé te houden, goh, het feit dat ik burgemeester …………….

 

Hoeveel kleinkinderen hebt u mevrouw?

Gerarda: Drie.  Twee.  Twee. En drie achterkleinkinderen.

Wyffels: Ja, mijn broer heeft ook twee dochters.

Ja, en één ervan dan burgemeester!  Het is zo…

Gerarda: Ja, het is om fier op te zijn.

Weet u nog de dag dat hij burgemeester werd?

Wyffels: Ja, op de inhuldiging was ze aanwezig.

Gerarda: Op de stemminge zelve?  Heb je altijd gebeld. Op de stemminge zelve heb je nog gebeld tot ’s avonds nelven: Mee, ’t zal gaan, mee, ’t zal gaan. Ja, en ton ’s anderdaags hebben ze dan gebeld.  En als hij ingehuldigd werd, ben ik ook meegevraagd geweest.

 

 

Ja, het zijn toch mooie momenten dat u dat nog mag meemaken hé.

Gerarda: Ja tuurlijk.  Tuurlijk. 

En wat hebt u eigenlijk?  Zat u ook in de politiek?

Gerarda: Ik?  Ningk wè, ik trek mij geen politiek aan.

Ik weet niet.  Het moet, het moet, het moet ergens vandaan komen hé.

Gerarda: Als het stemming is, ik moet vragen aan Alain, voor wie moet ik stemmen?

En voor wie stemt u dan?

Gerarda: Ik zeg het niet.  Ik weet het niet.  Ik moet mijn volmacht geven aan iemand anders.

En u kunt niet voor hem stemmen, want ja.

Gerarda: Ah ningk, want het is van een ander parochie hé.  Spijtig.

Zou u anders voor hem stemmen?

Gerarda: Tuurlijk.

Ik weet niet ja.  En nu?  Wat moet hij nu doen?  Minister worden?

Gerarda: Och neen, blijven gelijk of dat het is.  Blijven gelijk dat het is.  Hij heeft al werk genoeg.  Hij moet toch een keer thuis zijn ook hé.  Anders, de boel zou niet draaien hé.  Als hij altijd weg is.

En is hij hier eigenlijk lang blijven komen zo?  Ja, u kwam hier als klein jongetje spelen…

Gerarda: Vele,vele als kind.  En ze woonden hier mee als hij geboren was.

Hier in dit huis?

Gerarda: Jaja.

Wyffels: Het eerste half jaar van mijn leven heb ik hier doorgebracht eigenlijk.  Dus, heb ik hier gewoond.  Daarachter kwam ik toch nog veel.  Mijn ouders waren beiden gaan werken en dan bracht je tijd door bi…

Gerarda: En de vrijdag.  En de vrijdag, ik ging ook gaan werken, en de vrijdag, hij pakte een velo en ik ging naar Langemark der achter tot de zondagavond.  Ik wilde hem èn.  Om te spelen hé.

Jamaar, en zijn broer ook?

Wyffels: Neen, hij was nog niet geboren hé.

Gerarda: Hij was nog alleen.  Jaja.

Omdat het zo’n goeie was?

Gerarda: Welja (lacht)  Ze maken niet vele geen complimenten, maar ze doen dat ze doen moeten.

Ja?

Gerarda: Ja.

Ja, ik weet niet hé. Ik leer hem nog maar kennen hé?

Gerarda: Euh?

Ik zeg, ik leer hem nog maar kennen, u kent hem langer hé.

Gerarda: Jaja. Ik ken hem al van het jaar ’66. (lacht)

 

 

Gerarda: Ge moet hier niet veel rondkijken wè, want het is hier maar een klein huisje hoor.   Een werkmanshuisje.

A ja?  Wat was uw man?

Gerarda: Ja, zeg ne keer Alain.

Wyffels: Hij werkte eigenlijk in den bouw.  Bij een bouwfirma hier in Ieper.  Als machinist eigenlijk op een niveleermachine.

Gerarda: Een niveleermachine.

Wyffels: Niveleer was het hé, ja.

Gerarda: Hij staat daar op de schouwe.

Wyffels: In ’89 was hij overleden.  Hij was 68.  Of 69?  Hoe oud was hij toen hij doodging, pee?  69?

Gerarda: Ja, biekan tzee…  In het jaar ’89.

U bent al lang alleen eigenlijk?

Gerarda: Zestien jaar.  Nu in oktober.

En went dat een beetje?

Gerarda: Wablieft?

Wordt u dat een beetje gewoon?

Gerarda: Ningk.

Wyffels: Ze is niet graag alleen.  Ze trimt geren.  Dat heb ik wel mee ervan, dat ik graag weg ga.

Gerarda: Maar ik kan niet meer hé.

Wyffels: Nee, maar ze gaat nog altijd op reis met ziekenzorg hé.

Gerarda: Ja, ik ga nu binnen veertien dagen naar Zandhoven.

Wyffels: Maar vroeger gingen ze graag weg, een keer naar Spanje, of naar Zwitserland.

Gerarda: Hewel, we gingen ieder jaar ergens. 

Wyffels: Zelfs heel vroeg zijn jullie al begonnen met reizen hé.  Pee had waarschijnlijk… In welk jaar had hij zijn eerste auto?  Het was relatief vroeg.

Gerarda: In ’57.

Zie je?  Je zegt dan: gewone werkmensen.  Maar dat zijn geen gewone werkmensen meer hé.  In ’57 al een auto.

Wyffels: Een kleintje hé.  Een occasietje.

Gerarda: Het was een occasie hé.

Wyffels: Ze hebben ook tamelijk vlug een keer beginnen weggaan, ja.  Ook een beetje naar familie.  Pee was ook geboren in Frankrijk, en had familie wonen in Parijs.

Gerarda: We gingen nooit zo ver.  Een keer naar Tjechoslowakije, een keer naar Oostenrijk.

Wyffels: Zwitserland.

Gerarda: Naar waar dat je vader soldaat was.   In Arolsen.

Wyffels: Ja, gow, niet ver.

Gerarda: Naar Spanje!

Wyffels: Zeven-, achthonderd kilometer!  Ze kropen geen vlieger op, gow.

Gerarda: Al dat ik gehad heb, heb ik gehad.

Redeneert u ook zo een beetje, van?

Wyffels: Toch wel een beetje.  Ge moet, allez, de mooie momenten moet je trachten mee te pakken en ge moet er leren van genieten, en inderdaad, daarachter kan het anders gaan. Dat was wel zo een beetje hetgeen je hier geleerd had in de familie: alle mooie momenten moet je koesteren en moet je meepakken.  En natuurlijk, het kan ooit verkeren natuurlijk.  Maar al hetgeen dat je gehad hebt, dat is toch meegenomen.  En ge moet daar leren wat tijd voor te maken, al is het niet altijd zo simpel.

 

Is het een goeie katholiek?

Gerarda: Jawel, maar hij gaat toch niet iedere zondag naar de mis, wè.

Wyffels: Dat gebeurt wel een keer dat ik dat zou durven overslaan.  Zelfs de pastoor heeft daar iets op gevonden.  Hij heeft mijn dochter misdienaar gemaakt en hij weet dan dat ze haar fanclub meebrengt.  Dan ga ik wel een keer naar de mis zo.  Het zou wel wat meer mogen, af en toe ja.

Gerarda: Goh ja, de begrafenissen en heel den boel, dat doe je toch allemaal hé.

Dat is dan als politicus? Omdat hij stemmen moet halen, en zich laten zien.

Wyffels: Nee, een beetje omdat je meeleeft met de mensen.  Dat doe ik niet echt omwille van de stemmen.

Gerarda: Maar ik peizen wel dat ze content zijn in Langemark.

Denk je het, of ben je het zeker?

Gerarda: Ik zin het zeker.

Jamaar, u twijfelt precies nog.

Gerarda: Neenee, ik zin het zeker.  Ze roepen allemaal op hem.  Hewel, het zijn er toch veel.  Het is te hopen dat hij er weer in gestemd is hé.

 

Gerarda: Zelve feeste houden kan ik niet meer. Maar we gaan wel een keer gaan eten hé.

Wyffels: Ja, eten en drinken, ze hebben hier toch een stukje… De Bourgondische cultuur heb ik van hier meegekregen.  Ik zeg het, mijn grootvader was ook nogal, gelijk met Frankrijk verwant, maar ook die familie hier, die ganse manier van leven, met na de maaltijd nog een beetje kaas, dat zat er hier wel in.  Of een lekker glaasje wijn, dat hoorde er hier wel bij.

En werd er hier Frans gesproken eigenlijk?

Gerarda: Ik?

Ja, uw man was van Frankrijk.  Werd er hier geen Frans gesproken?

Gerarda: Hij was geboren in Frankrijk.  Het was een Belg hé.

Wyffels: Ja, zijn ouders waren vluchtelingen in de eerste wereldoorlog hé.  Als kind spraken ze Frans op het moment dat er iets was dat je niet mocht horen. (lacht)  Dat herinner ik me nog wel.  Dat was in veel families zo.  Als er iets was dat de kinderen niet mochten horen, dan ging het plots over naar het Frans.  Maar anders was het in het Vlaams hé, in het dialect.

 

  

Niemand komt hier langs de voordeur?

Gerarda: Neen, de belle is oe de achterdeure. (de burgemeester is een pint aan het uitschenken)

En als u hier binnenkomt, dan drinkt u een pintje?

Wyffels: Ja, dat gebeurt wel, of een Duvel meestal.  De mensen die me kennen weten dat ik graag een Duvel drink, en dan zou ik wel durven een keer…

Gerarda: Je moet het maar zelf uithalen hé.

Ah, hij weet ze staan.

Gerarda: Ze weten het allemaal.  Ze moeten het al zelve doen als ze komen.

Ja maar ja, u hebt gelijk, u hebt ze genoeg gediend hé.

Gerarda: En als er te veel afwas is, moeten ze het ook doen.

Ah ja!

Gerarda: Willen ze het doen!

Thuis wassen ze niet af, en hij zal hier afwassen!

 

Gerarda: Ja, zijn vader was flapuit hé!  Flapuit!  Maar direct vergeten hé.

Ja, hij vergeet ook alles hé.

Wyffels : Jaja.  Soms begin ik wel iets vergeten.  Soms vergeet ik ook wel graag iets. Moh…

 

 

;;;;;;;

 

Gerarda : ‘k Zie niet goed, ke keunne biekan niet meer gaan, maar ik zin nog altijd in mijn huizetje nè.  Dat is het belangrijkste. 

Wyffels: Het is natuurlijk wel, voor mensen van die leeftijd die hier wonen op de buiten, dat heeft nadelen hé.  Je bent ver van alles, je moet op mensen beroep doen om boodschappen te doen en dergelijke, en aan de andere kant, je zit in een vertrouwde omgeving, met nog een jongere broer, twee broers die hier nog wonen, dan in het huis van haar zuster, woont de dochter daar nu, die eigenlijk ook mijn tante is…

Gerarda: En zij doet veel commissies.  En dan je vader doet ook hé, als er een twat moet bijgehaald zijn van grote dingen. 

Wyffels: Zie je, het is nog altijd familie in de middelste woning, die hier woont.

Gerarda: Het is hier heel familiaal.

 

Ja, en de burgemeester woont eigenlijk ook niet ver hé.

Gerarda: Ba neen, als ik bel, dan gaat hij ook komen.

En belt u dikwijls?

Wyffels: Niet veel, niet veel.  Niet veel.  Heel kort zelfs.  Heel kort.

Gerarda: Als er niet is, niet nodig is.

Wat zeg je dan?  Het is hier Mee, kom eens af.

Gerarda: Neen, ‘Gelukkige verjaardag’, ‘Hoe heb je het gesteld’?  Een beetje curieus zijn (schatert).

Als hij komt, vertelt hij veel over wat er gebeurt, in de gemeente en zo?

Gerarda: Neen.  Er is nooit over iets gesproken.  Nooit, nooit.  Ik ga zeggen: is er wat gebeurd, zijn er geen overleden, of die of die in het rusthuis is dood, maar anders, ik herken eigenlijk niet veel meer van Langemark.

Wyffels: Ik probeer die zaken ook wat te scheiden.  Thuis praat ik ook heel weinig over politiek, ook over het school, over mijn werk, ik probeer ja, wat tijd te maken voor het gezin dan.  Maar ik probeer die zaken wel wat te scheiden, want als ge op de duur alles door mekaar begint te halen, is het ook geen leven meer.  Dus ik kan wel gerust alles vlot van mij afzetten en op de gemeente, op het gemeentehuis, bezig zijn met het besturen van de gemeente, thuis ook natuurlijk, maar op andere momenten ga ik daar niet op in.  Dan hou ik dat wel liever voor mezelf.

 

Gerarda: Ik heb met niemand, niemand ruzie.  Met niemand. 

Ja, maar!!!  En hij?

Gerarda: Verzekers ook niet.

Met niemand?

Wyffels: Normaal niet.  Er zijn geen zaken waarvan dat je zegt…

Gerarda : Ik kan dat niet verstaan dat er in vele families zulke ruzie is.  En otomets voor een klein beetje geld of een twadde. Maar ier is er nooit van niets gesproken.  Ik heb maar één zoon en hij trekt zich van niets aan.  Buiten dat hij moet mijn affaires doen.  Maar anders.  Er is hier nooit van niets gesproken. 

Het is best zo hé.

Gerarda: En als ik dood ben is het al voor ulder.

Ah, ah!!!

Gerarda : Maar ik heb niet veel, ik heb niet veel.  Ik ben blij dat ik een dak heb boven mijn hoofd.

Wyffels: Dat zijn zorgen voor binnen een jaar of twintig hé. (lacht)

Gerarda: Neen, het is nu bijna 85,…

Hewel, nog 20, dat is dan 105.

Gerarda : Het gaat zere naar beneden wè, naar omlaag.

Ja?

Gerarda: Jaat.

Wyffels: Ge moet de dagen pakken gelijk dat ze komen hé, mee.  Een keer een dag beter en een keer een dag minder.

Ja, hij heeft gemakkelijk spreken hé.

Gerarda : Ja, hij heeft geen zeer (schatert).

Ja, ze zeggen soms: zot zijn doet geen zeer, maar burgemeester zijn doet ook geen zeer hé.

Gerarda : Neent, maar tende de maande heb je ze hé (schatert)

Wyffels: Ja, wat moet je daarop zeggen?  Daarvoor moet je het zeker niet doen hoor.  Het betaalt…

Boh, het is toch niet oninteressant?

Wyffels: Het is interessant, tuurlijk, tuurlijk.  Maar je moet het ook beschouwen als een job waarvoor dat je verloond bent, maar waarvoor je ook iets moet presteren natuurlijk.  Maar daarvoor moet je het niet doen.  Je gaat er niet rijk van worden, maar je hebt er wel veel contentement van.

Hij zegt: je wordt er niet rijk van, maar arm zal je er ook niet van worden hé.

Gerarda: Nee, … Nu, als ze kunnen bestaan en hun leven hebben, het is genoeg.  En de gezondheid, het is maar dat dat telt.

 

 

 



08:39 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Op bezoek bij de opa en bij de papa en mama van Alain Wyffels

Woensdag zag u in Micro Zonder Zout de aflevering met Pé Boeuf.  Eigenlijk had op dinsdag de aflevering met Mé Pilkem moeten komen, maar door een technisch mankement, of liever door een mankement aan een technieker die de knoppen bedient, was dinsdag niet de bewuste aflevering te zien, maar werd nog eens de aflevering van maandag herhaald. Geruststelling, je krijgt op maandag de aflevering met Mé Pilkem te zien.  Maar eerst nog enkele flarden uit het bezoek aan Pé Boeuf.

 

Wyffels: Ja, mijn grootvader, dat is zo typisch.  Te zessen eten en tegen te zevenen naar bedde hé.

Is het waar?

Wyffels: Te zevenen, ten achten, ja.  Die mens leeft op regelmaat, hij soigneert hem gelijk een topatleet. 

En dus, hier woont uw grootvader, maar er woont ook nog een oom bij.

Wyffels: Ja, de zoon woont erbij, jaja.  Den oudsten.  Den oudsten van de bende eigenlijk.  Nooit getrouwd geraakt (lacht)

Hoeveel kinderen waren er hier?

Wyffels : Er waren er hier vier.  Twee jongens en twee meisjes.  De jongens zijn alletwee vrijgezel gebleven, de meisjes zijn getrouwd, maar de jongste zoon woont nu ook hier iets verder.  Die is toch het huis uit gevlucht.  De oudste is blijven plakken eigenlijk. (lacht)  

Ah, eigenlijk goed dat u van straat geraakt bent, anders…

Wyffels: Het is daarmee dat ik tamelijk vroeg begonnen ben, uit angst, als ik de voorbeelden van mijn ooms bekeek, zeg ik, ik ga hier moeten tamelijk rap eraan beginnen, wil ik toch van ’t straat geraken hé.  En dat is dan toch behoorlijk gelukt, vind ik.  

En wat zegt u: nonkel?

Wyffels: Ja, meestal.  Nonkel Zee, ja, nonkel Zee.  Het is op zijn dialect hé, dat je dat meestal uitspreekt natuurlijk.

 

Wyffels: Alle dagen doet hij nog zijn ritje met zijn velo.  Hé. 

Opa: Ja, en heel mijn hof.  Ge zoudt een keer moeten zien wuk nen hof dat ik heb.  Zo diepe.  Ik kan nog spitten en ik heb geen zeer.

Is het serieus?

Opa: Ik doe kik nog alles, maar ik moet wel een beetje opletten.

En de burgemeester kan dat al niet meer.

Wyffels : Neen, ik kan niet spitten. Als ik spit, ligt het al in hoppeltjes, en achter…

 

Wyffels: Dat is echt nog de generatie die heeft moeten zoeken om een inkomen te hebben.

Opa: Het is een taai ras.  Ja, mijn broer is 92.  In het rustoord.

Ah dus, burgemeester, u zult heel lang meegaan.

Wyffels: Ik hoop dat natuurlijk, maar…

Nonkel Zee: Dat is familie van ons, maar niet hetzelfde ras hé.  Het is hetzelfde ras niet hé.

Opa: Ge ziet wel, van werken, ge gaat niet dood.  Anders ik ga nog stijf weg met mijn velo, ik è gisteren nog naar Houthulst gereden, met een mansvelo, en kijk, nog zes maanden en ik zijn negentig.

 

….

Opa : Ok kik klappen mijnheer, verstaaj mie goed.

En verstaat u mij goed?

Opa: Jaak, ge klapt gie goed, schoon Vlams,…

Ja, maar ik versta u goed, en euh…

Opa: Widre, het is een beetje plat of hé.

Neenee, maar weet je wat dat het is, als ik u niet versta, dan lees ik uw ondertitels.

Opa lacht 

 

 

Opa: Kijk, dat is daar mijn vrouw.  En we hebben het altijd stijf goed gedaan. 

En was u al lang alleen?

Opa: Vijf jaar, vijf jaar.  Maar ze heeft veel afgezien op een laatste.  Elf weken in het hospitaal geweest.

 

Opa: Vele beter of de menagen nu. Kijk, we hebben widre nog onze zestig jaar gevierd.  Hoevele gaan er nu nog zijn die nu nog hun zestig jaar gaan vieren, ze hebben allemaal twee of vier vrouwen? Dat bestond toen nog.

Ja, burgemeester, klopt dat?

Wyffels: Neen, ik hou het bij één vrouw en een dochter. Dat is genoeg voor mij.

Opa: Dat bestond toen niet in onze tijd. Met één vrouw, we waren widre daar mee content. Lik nu, er zijn er veel, het zijn veel anderske wè.  Hé, het is olliek uzzo. 

Hoort u dat?  Ze hebben allemaal vier vrouwen, zegt uw pee.

Wyffels: Het zal maar één met een keer zijn, denk ik.  Neenee.  Ik hou het ook maar bij één, ik vind dat nog het meest gezonde principe.

 

U hebt twee zonen en geen enkele van uw zonen is getrouwd.

Nonkel Zee: Wie zegt er dat?

Opa: Tettoet, hier, hem is niet getrouwd, euh, mijn andere zoon, hewel, Willy ook niet hé.  

Goed dat uw kleinzoon aan een vrouw geraakt is.

Opa: Maar mijn twee dochters zijn getrouwd.

Ik zeg: Goed dat uw kleinzoon aan een vrouw geraakt is.

Opa: Ah, hoe dat hij aan een vrouw geraakt is?

Ja, vertel mij dat is.  Want uw zonen zijn daar niet in gelukt.

Opa: Hewel ja, kijk ze, het is omdat ze goed zijn thuis.  Dat ze niet willen weggaan. 

 

Opa: Dat is hier mijn bloemenhof.  Mijn bloemenhof. En het is tot gunter diepe, en ik bewerk dat nog ol.  Kijk, hier, bonen.  Salade en van alles.

Wyffels: We eten regelmatig verse bonen.  Dat is wel het voordeel natuurlijk van een grootvader te hebben die enorm veel hoveniert, die eigenlijk er zelf niets van verbruikt.  Dus, dat is allemaal voor ons.

Opa: Mijn familie… al die te vele è, kijk, ik bewerke dat nog allemaal, en ik kweke voor ulder.

Ah, het is daardoor dat de burgemeester er zo gezond uitziet.

Wyffels: Door de benen van pee.

Opa: A ja, maar kijk, het is nog diepe en groot hé, kijk.  En kun ik… Dat is mijn leven.  Dat ik dat moeste kwijt zijn, het gaat niet meer gaan.  Dat is mijn leven.  Ik werk daarin graag.  Ah ja, als je nu, ik heb geen zeer, noch niet,…

Wyffels: Ze staan schone, ik weet het, ik heb er al vele van gegeten.

Opa: Zijn vader heeft er nog komen trekken.

 

 

 Nonkel Zee (komt aangelopen en roept uit de verte): Dat je een keer moet zeggen dat hij maar één oog meer heeft. Heeft hij het al gezegd?

(Wyffels) : ik heb dat al een keer verteld, ja.

Nonkel Zee : En weten ze het?

Wyffels: Pee, dat hij inderdaad maar één oog meer heeft hé, ja.

Opa: Ik heb maar één oog.  Ik zie op die oog niets.

Ah ja.

Opa: Verbrand van kalk.  En gaan werken!  Vroeger, dat was zo hé.  En invalide aan mijn ene voet.  Gesmeierd geweest in de Walen.  In Beaumont, aan de desmachinen.  Ol van te werken.  Jaja, invalide.

Maar u blijft altijd optimistisch?

Opa: Ah joak.  Ik zin content.  Hetgene in mijn leven dat ik get heb, ik zin stijf content.  Ik zou hier nog enige jaren willen blijven.

Wyffels: Jajaja, ge moet u een beetje aan het ges houden pee. 

 

 

Wyffels: Ik mag eigenlijk niet klagen, ik ben een gelukkig mens.

Zie eens hier, twee gelukkige mensen.

Wyffels: Jow, jow, jow.

Opa: Ah ja mo wè, ge moet meegaan met den tijd.  Het is best gelukkig zijn, of olsan klagen en doen hé.  Waarom?  Als je gezond zijt, dat is het bijzonderste.  Njè.  De gezondheid. 

 

 

De burgemeester eet de bonen van u en wat eet hij nog zo van u?

Opa: Wablieft?

De burgemeester eet bonen van u.

Opa: Bonen, ja.

En wat nog?

Opa: O, ik weet het niet.

Wyffels: Wat sla, wat prei.

Opa: Wat sla, wat prei.

Allez, dat heeft dan al zo’n wedde, en dat krijgt dan nog zijn groenten gratis.

Opa: En hij krijgt dan nog zijn groenten.

Wyffels: Dat is geluk hebben hé 

 

 

 

Opa : Mijn zoon doet dat, Roger.  Wij leven hier samen, en we kuisen een beetje, en hij wast, de waste en ol, en we helpen wij zo mekaar.

Weet je wat de burgemeester zei aan mij? Hij zei: ik ben zo vroeg getrouwd omdat ik dacht dat ik net zoals mijn nonkels aan geen vrouw zou geraken.

Opa lacht.

Wyffels: Ge moest dat nu ook niet weer zeggen hé.

 

Op bezoek bij de ouders 

 

Dat moet toch wel speciaal zijn om een zoon te hebben die burgemeester is?

Ma Wyffels: Welja, je ziet dat weinig, weinig tijd, en als hij komt, dan is het om te zeggen dat hij niet veel tijd heeft.

Ah, dat is eigenlijk alles?

Ma Wyffels: Ja, als hij binnenkomt, ja, ma, rap hé, ik heb niet veel tijd hé.  Het moet olsan vlug vlug.

 

Ma Wyffels: Ik heb dat toch eigenlijk nooit gedacht dat dat zo ver zou komen.

Nee?

Ma Wyffels: Normaal niet hé.  Vroeger, dat was meer weggelegd voor de boeren.

Ja, ik weet niet.  Misschien, toen u uw zoon ter wereld bracht, dat u dacht: ik zal eens een burgemeester maken.

Wyffels: Ik denk niet dat die gedachten erbij waren op dat ogenblik.

Ah, het was niet met die bedoeling dat u uw zoon gemaakt hebt? 

Ma Wyffels: Ah, dat was een ongelukje.

Een accident de parcours eigenlijk?

Ma Wyffels: … nog maar … getrouwd als hij daar al was.  Ja, die voorbehoedsmiddelen bestonden niet hé, in onze tijd.

 

Ma Wyffels: Ja, als je zulke student hebt, die altijd met goeie punten thuis komt, dat dat aangenaam is. Voor de ouders, je hebt daaraan geen kopbreking hé.  Bij anderzijds, zijn broere, dat was iets minder (lacht).

Wyffels: Wo, hij is er ook geraakt hé.  Mijn broere is er geraakt, maarja, hij had zo danig veel interesse voor alle vakken dat hij ze twee keren examen altijd wou doen.  Dat is een keuze die je maakt in je leven natuurlijk.

En u had het voordeel dat u eigenlijk niet geïnteresseerd was?

Wyffels: Ik was blijkbaar een minder goeie student, want ik wou altijd alles in één keer afwerken.

 

Anderzijds, die van burgemeester is ook al niet slecht hé.

Wyffels: Ik klaag niet, je hebt mij nog nooit horen klagen (lacht).

Pa Wyffels: Ik weet dat niet.  Ik zie die bankrekening niet.

Ma Wyffels: Maar ze moeten toch veel uren kloppen voor dat loon.

Is het waar?

Ma Wyffels: Ja, ja.  Hij is nooit voor elf uur bijna thuis.

Ja, voor zo’n wedde.  Voor dat geld wil ik ook tot elf uur werken.

 

Ja, maar een makkelijk leven is het toch niet hé.  Eigenlijk als ik al die burgemeesters op een rij zet, ik denk dikwijls, ik zou hun leven niet willen hebben.

Pa Wyffels: Ja, het is een apart leven hé. En iedereen wil hebben dat je overal bij en aan zijt, maar dat gaat niet altijd hé.  Soms zijn er drie, vier activiteiten op één avond, en ja, een keer moet de burgemeester naar daar, moet er een schepen naar daar gaan, en moet men een keer een beetje mekaar verdelen hé in de taken.  Dus ja. 

Ma Wyffels: Maar ge moet ook een vrouw hebben die daar achter staat.  Want de vrouw is nog soms de dupe, ja, veel avonden alleen.  Al die vergaderingen, dan nog een keer een beetje navergaderen. 

 

 

Ma Wyffels: Maar als ze een gewone job hebben, ze komen zij daar ook niet voren meer hé.

Is het waar?

Ma Wyffels: Ik peis het niet.

Maar die ondankbare zonen dat u hebt!

Pa Wyffels (slecht verstaanbaar) Het bijzonderste is dat ze zich goed voelen in hun werk.

Ma Wyffels: En dat ze goed overeen komen.  Als ze naar huis komen en als ze miserie hebben en al zulke dingen, het is beter dat ze minder komen, en dat het al goed gaat.  Ik heb een goeie schoondochter!

Allez, is de zoon gene vetten, de schoondochter is toch goed.

Ma Wyffels: Ja, echt.  Ik ga niet zeggen, de zoon is ook goed, maar hij heeft min tijd.

Pa Wyffels:  We hebben twee goeie schoondochters.

Ma Wyffels: Jow, we hebben twee goeie schoondochters en twee goeie zoons ook.

Wyffels: Allez, we zijn allemaal goed van de straat geraakt, blijkbaar.  Nu we klagen niet.

 

 

Uw pa let wel beter op zijn lijn dan u hé.

Wyffels: Ja, dat klopt. Vroeger had hij ook wel een beetje een buikje.

In zijn politieke jaren?

Wyffels: Waarschijnlijk wel.  Sedert dat hij thuis is ligt hij blijkbaar iets meer onder de duimen.  En heeft dat zijn weerspiegeling op zijn gewicht hé. Misschien zal dat ook ooit zo worden bij mij.  Wie weet? 

Er is nog hoop.

Wyffels: Er is nog hoop.

Pa Wyffels: Er is nog hoop en hoop doet leven.

Ma Wyffels: Ga je nog gaan lopen?

Wyffels: Weinig.  Ik zou dat meer moeten doen.

Ja, voor zijn vrouw!

Wyffels: Neeneenee, lopen om thuis te zijn, dat wel (lacht).


00:55 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-09-05

EEN FAMILIEMAN

De volgende burgemeester in de rij is een echte familieman.  Het is me tot nu toe nog niet overkomen dat ik zoveel familieleden van een burgemeester leerde kennen als bij Alain Wyffels.  Sinds ik enkele reportages met hem heb gemaakt heb ik zijn moeder leren, haar vader, zijn vader en diens moeder, zijn vrouwtje Carine ook en zijn dochter Marlies.  Ik start de reeks hier op de weblog met een gesprek bij hem thuis, in de Boezingestraat in Langemark-Poelkapelle.  Een gesprek met de burgemeester vooral, maar ook met korte intermezzo's van vrouw en kind. 

 

Zijn jullie eigenlijk allebei van Langemark?

Wyffels: Ja, inderdaad, ik ben van de Blikstraat afkomstig, en Carine van, hier dezelfde straat, wat verder, hadden haar ouders een voedingszaak,…

De Boezingestraat?

Wyffels: Hier in de Boezingestraat.  Dus ik heb eigenlijk mijn lief vroeger en mijn vrouw nu, op een tweehonderd meter ver gezocht.  We hebben zelfs nog samen in de kleuterklas gezeten.  Dus, het is eigenlijk al een heel oude bekende.

En was het toen al een rappe?

Carine: Een rappe?  Bo ja.

Ja, ik weet niet, zijn resultaten zo in de kleuterklas?

Carine: Dat weet ik niet, dat weet ik niet meer.

Wyffels: Gelukkig waren er toen nog een schoolrapporten in de kleuterklas, dus.  Daar herinner ik me niet echt heel veel van.

Maar hebben jullie nog herinneringen aan elkaar van de kleuterklas eigenlijk?

Wyffels: Neen, neen.

Carine: Het zijn eigenlijk…

Ah, toen maakte hij nog geen indruk op u?

Carine: Het zijn eigenlijk onze ouders die dat gezegd hebben hé, dat wij samen in de kleuterklas zaten.

Wyffels: Ze hebben ooit eens een fotootje gevonden dat wij dansten samen op het schoolfeest, hand in hand.  Blijkbaar hebben ze daar de relatie gelegd tot ons latere huwelijk.  Ik weet niet of dat er voor iets tussen gezeten heeft.  Ik betwijfel het wel een beetje, maar het is wel een mooi verhaal natuurlijk.

Dus, jullie zijn gewoon van hetzelfde jaar en zo?

Wyffels: Ja.

Uit dezelfde buurt, van hetzelfde jaar, en schelen jullie veel in dagen en euh?

Wyffels: Mijn vrouw is… Dat mag ik eigenlijk wel niet zeggen, maar mijn vrouw is een maandnalf ouder of ik.  Zij is van februari, ik ben van april.

Ah, u bent met een ouwe.

Wyffels: Ja, als ze spreken over de oudste thuis, dan ben ik dat niet.

Toen u ging studeren voor ingenieur informatica, voorzag u wellicht niet dat u ooit burgemeester zou worden?

Wyffels: O, absoluut niet, absoluut niet.  Eigenlijk toen ik afstudeerde, was mijn idee om projectingenieur te worden rond automatisering.  En automatiseringsprojecten gaan leiden in een bedrijf.  Dat is er nooit van gekomen.

U kunt Langemark-Poelkapelle nog automatiseren.

Wyffels: (lacht) Misschien voor later, dat zou nog kunnen een interessant project worden.  Maar uiteindelijk toen ik afstudeerde, hebben wij in augustus al getrouwd, we waren dan toch ook al vijf jaar in kennis, ik dacht ook altijd op dat vlak van te laat te komen…

U kon niet meer wachten.

Carine: Ik wel.

Ah!

Wyffels: Wel ja, de terugkeer naar huis vanuit het studentenleven zag ik niet zo zitten, en dan hebben we maar beslist om samen op eigen benen te gaan staan.  Ik kreeg dan een aanbieding uit het onderwijs, iets wat ik zeker ook nooit gedacht had om naar het onderwijs te stappen, dus ben ik begonnen met lesgeven tot aan mijn legerdienst, en daarachter blijven lesgeven tot ik dan die aanbieding kreeg in het volwassenenonderwijs om daar een directiefunctie op te nemen, en daar heb ik daarvoor gekozen.  Maar mijn carrière is zeker nooit echt helemaal gepland geweest, of het is zeker nooit zo uitgedraaid zoals ik het, toen ik achttien was, gehoopt had.  Of gedacht had.

En hoe bent u dan eigenlijk in de politiek terechtgekomen?

Wyffels: Goh, dat is zo een beetje via, ja, via de paplepel misschien wat ingegeven.  Thuis was mijn vader nogal sociaal actief in de vakbond.  Automatisch kwam daar een stukje…

Ah, communist!

Wyffels: Nee, neen, neen, zeker geen communist.  Hij was een beetje actief in de christelijke vakbond, in de bouwcentrale, kwam zo ook een beetje in aanraking met de politiek.  In ’88, toen we trouwden, stond hij op de lijst, en zes jaar later vroegen ze het aan mij in plaats van aan hem om op de lijst te gaan staan. En dan werd ik meteen OCMW-voorzitter voor zes jaar.  En dan met de volgende verkiezingen, de laatste verkiezingen, ben ik opgekomen, eerste gemeenteraadslid, en dan heb ik Willy Dewilde opgevolgd als burgemeester.

 

Hoelang zijn jullie nu samen?  Dus, van in de kleuterklas?

Wyffels: Neen, in de kleuterklas waren we nog niet samen.  Binnen twee weken zijn we zeventien jaar getrouwd.  En nogmaals, we waren al vijf jaar in kennis toen we trouwden.  Nogmaals, we dachten van zeker niet te laat te komen.  Als ge natuurlijk op iemand valt, en ge krijgt de kans op jonge leeftijd, waarom niet hé?

Ah, vandaar bent u zo mager.  Hij is op u gevallen!.... Het ware beter andersom geweest.

Wyffels: Het ware beter andersom geweest.   Het is natuurlijk het nadeel van een vrouw te hebben die les geeft in huishoudelijk onderwijs en in koken, dat is niet altijd zo goed.  En als je dan een beetje Bourgondisch aangelegd bent, ja, geeft dat soms wel een beetje problemen met het gewicht.  Dat moet ik wel toegeven.

 

Verwent ze je altijd op die manier?

Wyffels: Culinair mag ik hier zeker niet klagen.  Neen, ik moet zeggen, op dat vlak…

Culinair mag u niet klagen, maar hoe mag u dan wel klagen?

Wyffels: Eigenlijk neen, ik ben een heel gelukkig man.

Zie eens daar!  Hier zit een gelukkig man.

Wyffels: Jaja, ik vind dat wij, het is altijd zo dat wij een gelukkig gezin vormen. Tuurlijk, die werk heeft.  Als ge voor een aantal zaken kiest, dan weet je dat er daar werk aan verbonden is.  Maar al bij al denk ik dat wij toch tevreden zijn.

U bent regentes huishoudkunde?  Wat houdt dat in?

Carine: Het koken geven, zorg voor leef-en woonsituatie,…

Voor wie?

Carine: Zorg voor leef-en woonsituatie.  Dat is de mensen die in de verzorging gaan leren wassen, strijken, het onderhoud doen tijdens dat ze bezig zijn met de keuken, een beetje gecombineerd werken.

U bent dus eigenlijk een gespecialiseerde huismoeder.

Carine: Zo zou je het kunnen noemen.

 

Regentes huishoudkunde.  Dus u leidt eigenlijk meisjes op tot huisvrouwen?

Carine: Zo zou je het kunnen noemen.  Maar eigenlijk zitten ze in de verzorging, zodanig da ze bij bejaarden kunnen gaan helpen, of bij kindjes kunnen gaan helpen, dus, in feite is het meer verzorging.

Ja, moet leuk zijn om zo een heel gespecialiseerde huisvrouw in huis te hebben.

Wyffels: Wel, ik kan niet klagen.  Gelukkig maar voor het gezin, want ik ben niet het type nieuwe man, dus veel huishoudelijke taken zijn aan mij niet besteed eigenlijk.

Maar aangezien u jonge mensen opleidt om huishoudelijk werk te doen, moet u ook in staat zijn om bijvoorbeeld de burgemeester hier en daar iets te leren.  Hebt u dat al geprobeerd? Strijken bijvoorbeeld.

Carine: Ja, maar hij wil niet altijd doen wat ik zeg.

Wyffels: Nee, op dat vlak ben ik een heel slechte leerling.  Strijken, ik mag er niet aan denken.  Ik vrees dat de was er toch niet zo piekfijn zou uitzien.

Maar wat hebt u hem wel al kunnen aanleren?  Van huishoudelijke taken.

Carine: Spaghettisaus verwarmen.

Ooooooo, zeer zwaar!

Wyffels: Dat vind ik persoonlijk al een hele prestatie!  Het gebruik van de microgolf, dat is mij al bekend.  Veel verder gaan mijn culinaire capaciteiten niet.

En smeert ie zelf zijn boterhammetjes ’s morgens?

Carine: Dat wel, dat wel, dat wel.

Ah, zie eens daar!

Wyffels: Dat kan ik inderdaad, maar voor de rest, eten bereiden, dat lukt mij niet.

De vuilniszakken buiten zetten?

Carine: Af en toe, in de vakantie.

Wyffels: Toch regelmatig hoor.  Dat doe ik nog wel.

Dweilen?

Carine: Neen.

Burgemeester, dat is toch niet moeilijk, dweilen, komaan.

Wyffels: Ik denk dat ik te veel water zou gebruiken, en dat water weer weg krijgen, dat is dan een probleem.  Ik ga me daar niet aan riskeren.

Afwassen?

Carine: De vaatwas.

Wyffels: Ja, de vaatwas vullen, dat is toch iets dat ik kan.

Maar leeghalen, dat is…

Wyffels: Dat gebeurt ook al eens.  Als er wat zachte dwang mee gemoeid is, dan doe ik dat ook wel.

Ja, de nieuwe man is hier toch wel ver te zoeken hé.

Carine: Hij is ver te zoeken, ja.

Maar misschien hebt u het hem nooit aangeleerd?  Misschien hebt u hem te veel verwend.

Carine: Misschien.  Maar nu is het te laat hé.  Denk ik.

Wyffels: Ja, inderdaad, als je na al die jaren van verwennerij dat gewoon gemaakt zijt,  dan is dat een probleem om die verwennerij af te leren.  Ik ga me maar houden zoals het nu is.  Nogmaals, ik ben een heel tevreden en gelukkige man.

 

7700 inwoners op 5600 hectare

 

Wyffels: Langemark-Poelkapelle.  Want als je die twee samenvoegt, hebben we dan nog ook de langste naam in Vlaanderen hé.

Ja?  Is dat zo?

Wyffels: We zijn eigenlijk de gemeente met de langste naam in Vlaanderen.  Het geeft wel problemen als je van die invulformulieren hebt met vakjes.  Meestal zijn die te kort.

U kunt dus zonder enige schroom zeggen: ik heb de langste!

Wyffels: Naam dan toch.

Ja, ik was nog niet uitgesproken hé: naam!

Wyffels: Neen, ik ben meestal heel bescheiden van aard, dus mij ga je daar niet mee horen stoefen.  Neen.

 

Alain en Carine Wyffels hebben één dochter, Marlies, maar eigenlijk hadden ze graag meer kinderen gehad.  Het lot heeft er anders over beslist. 

Wyffels: Daar had ik veel moeite mee toen ik in het OCMW was.  Dat je soms met bepaalde gezinnen in aanraking komt van geplaatste kinderen, niet kunnen… Kinderen kunnen krijgen, maar er niet kunnen voor zorgen.  Daarmee had ik wel veel miserie.  Nog altijd, ik kan dat niet goed plaatsen.  Maar uiteindelijk zijn we gelukkig hé.  We hebben ons bij die situatie neergelegd en het is geestig. Natuurlijk, alle aandacht gaat naar die ene dochter hé.

Jij profiteert ervan.

Wyffels: Ja, zij profiteert ervan. Wel, profiteren is een groot woord hé.  Eigenlijk mogen we niet klagen.  We hebben een dochter waar dat we trots op mogen zijn.  Dat gaat wel zo blijven.  Hopelijk.

Ja, dat zal zo blijven.  Ik zie dat meteen. 

 

 

Dat hoor je veel burgemeesters zeggen, dat de miserie van de gemeente, alle problemen waar ze mee geconfronteerd worden, dikwijls zwaar om dragen is.

Wyffels: Dat kruipt inderdaad in je kleren.  Zo problemen in gezinnen.  Burenruzies.  Waar dat je dan altijd met gevolgen geconfronteerd wordt en met de problemen en pesterijen, maar waar dat je uiteindelijk niet zoveel kunt gaan doen.  Ge kunt niet zeggen zoals met kinderen: gij speelt daar en gij speelt in een andere hoek.  En komt overeen.  Dat lukt niet.  Dat weegt toch soms op een mens.  Terwijl dat je uiteindelijk toch… Soms word je ook geconfronteerd met sterfgevallen en dergelijke, en dan besef je eigenlijk: het leven is hier eigenlijk relatief kort, we moeten er allemaal trachten het beste van te maken en dan zijn er soms mensen die het daarmee toch zo moeilijk hebben en in de korte tijd dat ze hier rondlopen eigenlijk meer problemen creëren dan er eigenlijk oplossen.  En soms heb je daar, als burgemeester heb je daar moeite mee.

Het leven is zo kort, we kunnen maar beter allemaal burgemeester worden.

Wyffels: Er kan er maar één per gemeente zijn hé.

Ah ja, zie je, er kan er maar één gelukkig zijn.

Wyffels: Wel neen, ik denk niet dat je moet burgemeester zijn om gelukkig te zijn.

Maar het kan wel helpen?

Wyffels: Dat denk ik niet.  Ik denk dat je in eerste instantie moet thuis gelukkig zijn, en thuis een solide basis hebben, vooraleer dat je de problemen van andere mensen aankan.  Als ge zelf al persoonlijk te veel problemen hebt, dan zie ik niet goed in hoe dat je andermans problemen er nog bij moet nemen.

Ah, dus u hebt het aan uw vrouw te danken dat u een goeie burgemeester bent?

Wyffels: Inderdaad, dat klopt!  Doordat ik hier geen enkel probleem heb, kan ik me met andere problemen bezig houden.

Dus, u draagt eigenlijk een beetje de gemeente?

Carine: Om horen.


20:04 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

08-09-05

MICHEL LANDUYT EN ZIJN DOCHTER GRIET

In de laatste aflevering met Michel Landuyt zag u de burgemeester van Middelkerke in een klasje zitten, op een schoolbank, naast zijn dochter Griet.  Hier leest u meer fragmenten uit het gesprek dat op tv te zien was.

 

Ja, hier zitten ze.  Vader en dochter.  Hoeveel kinderen hebt u eigenlijk, burgemeester?

Landuyt: Ik heb één dochter van zestien.

Genaamd?

Griet: Griet.

Griet.  En?

Landuyt: En een zoon van achttien, Stijn.

Stijn, ja.  Aha, het is een hele verantwoordelijkheid hé.

Landuyt: Ja, het is niet simpel, met zo’n dochter.

Ja? Is het een probl… een probleemkind?

Landuyt: Neen.  Neen, neen.

Voorlopig nog niet.

Landuyt: Neen, het is een…, ze is nog braaf.

Ik las ooit een interview met Yves Leterme en die zei van: ‘Zou je me moeten vragen in de hoeveelste klas mijn kinderen zitten, ik weet het niet eens.’ 

Landuyt: Dat is een goeie vraag.

U weet welke richting ze volgt?

Landuyt: Economie-wiskunde.

Griet: Ja.  Het klopt.

Ah, het klopt.  En het hoeveelste jaar?

Landuyt: Het derde jaar.

Griet: Ja.

Zie eens daar. En doet ze het goed in school?

Landuyt: Ja, ze doet het goed in school.  Ja, prima.

Is ie er eigenlijk vaak?

Griet: Neen, niet zo, maar we zijn dat gewoon.

Maar u zou het anders willen?  Of vindt u dat juist een goeie zaak?

Griet: Bwa.  Soms komt dat wel goed uit.

Ah, het zal uitkomen.

Ja, en als ie der is, is ie er dan?

Griet: Soms een beetje afwezig.  Te veel met zijn werk bezig.

Ja?

Griet: (knikt)  Ja.

Burgemeester, dat moet verbeteren hé.

Landuyt: Ja, dat is niet zo simpel hé.

Bent u zich daarvan bewust, zo, van, u bent er maar u bent er niet?

Landuyt: Ik probeer als ik er ben ook echt aanwezig te zijn, maar ja, dat is niet simpel. Wij proberen toch om drie keren daags samen te eten, minstens. )

En dan moet u aan tafel blijven tot het bord uit is?

Griet: Meestal wel.  Maar ja, dat is leuk, dan praten we over de dagelijkse bezigheden.  De enige momenten dat we eigenlijk echt samenzijn, en ja, dat hoort erbij. 

En kun je eigenlijk makkelijk praten met uw vader. Hij zit hier nu wel vlakbij, maar stel, hij zit hier niet.  Allez.

Griet: Ja, dat lukt wel, we hebben wel een redelijk goeie band.  Wij gunnen hem dat ook dat hij burgemeester is en dat hij zo vaak weg is. 

Zie eens daar!

Landuyt: Jawadde!  Ze heeft dat anders nog nooit gezegd hoor.

En hij is u waarschijnlijk dankbaar daarvoor?

Griet: Ik hoop het.

Landuyt: Ik weet nog niet of ze gaat stemmen voor mij.  Dat is nog een groot vraagteken.

Ja, u hebt nog twee jaar om ze te bewerken.

Griet: Ja, eigen mening.  We zien wel hé.

Weet je wat?  Hij moet er maar voor werken hé.  Hij moet uw stem maar verdienen.

Griet: Voila.

En die van uw zoon?  Ja, uw zoon mag gaan stemmen.

Landuyt: Mijn zoon zal volgend jaar mogen gaan stemmen, ja.

En rekent u er zo een beetje op?

Landuyt: Jaja, absoluut, reken ik erop.  Ja, ge weet natuurlijk nooit wat ze in het hokje doen hé.

Griet: Tja.

Hebt u zo dikwijls discussies over politiek met uw vader?

Griet: Ja, eigenlijk wel.

Ah ja?

Griet: Ja, dat is wel leuk.

Ah, u bent het gewoon niet altijd met hem eens.

Griet: Dat is waar.  Wij discussiëren over sommige punten wel vaak, dus.  Dat is wel leuk.

Zo, politiek in het algemeen of het plaatselijke beleid?

Griet: In het algemeen, en soms geef ik ook wel kritiek over de jeugddingen in de gemeente Middelkerke.

Zoals?  Nu wordt ie heel nerveus.

Griet: Gewoon.  Wij vinden dat er niet genoeg feestjes zijn in Middelkerke.

Ja, dat vind ik ook.  Burgemeester.

Landuyt: Jajaja.  Moest ik die leeftijd hebben, ik zou dat ook vinden.

Griet: Maarja.

Landuyt: Waarschijnlijk zijn er nooit genoeg geen feestjes hé?

Griet: Het is waar.

Landuyt: Ah ja.  Voilà. 

Zeg maar, wordt u daar vaak mee geconfronteerd, dat u de dochter van de burgemeester bent?

Griet: Soms krijg je wel vooroordelen van: wow, jij bent de dochter van de burgemeester, dan ben je rijk!

Jajajaja, dan ben je rijk hé!

Griet : Nee, wij zijn gewoon. Dat maakt niet uit of ik de dochter van de burgemeester ben of niet.

Het maakt ook niet uit dat je rijk bent.

Griet: Bwa, dat is wel best leuk meegenomen.

Maar als je ergens komt, kom je dan vaak als de dochter van de burgemeester?

Griet : De meesten weten dat eigenlijk niet dat ik de dochter van de burgemeester ben, dus.

Landuyt: Het beste hé.

Griet: Ja!

Burgemeester, en hoe gaat u daar eigenlijk mee om, het feit dat u door al die beroepsmatige activiteiten waarschijnlijk veel te weinig tijd hebt voor uw gezin?

Landuyt: Goh, ik denk niet dat het de hoeveelheid tijd is die je moet vrijmaken…

Ah ja, die uitleg, kwalit…

Landuyt: Kwaliteit!  De kwaliteit van de tijd dat je besteedt aan je kinderen. De intensiteit, dat is van groot belang.

Ja, dan zeggen ze het zo hé.  Ja, gelooft u daarin?

Landuyt: In feite wel. Ja.  Het is soms niet nodig om veel te zeggen als ge thuis zijt of aan tafel zijt.  Het feit dat je er zijt, dat men voelt dat ge er zijt, dat je thuiskomt, dat is van groot belang, vind ik.  Ook voor mezelf.  Het is niet altijd nodig om ellenlange discussies en woordenwisselingen te voeren.  Het feit dat je er gewoon zijt, dat is al van groot belang. 

Is uw vader op sommige vlakken ook een voorbeeld voor u?

Griet: Bwa, ik vind dat… dat is een rare vraag.  Goh, ik ben ook wel geïnteresseerd in politiek en zo, en die discussies dat spreekt mij wel erg aan.  Als wij bijvoorbeeld in zedenleer, dan ga ik er ook volledig voor, voor de klasdiscussies. Op zulke vlakken kijk ik eigenlijk echt op naar mijn papa.  Maar voor de rest ja, het is gewoon mijn papa.  Dat is normaal wel zeker, dat je een beetje opkijkt naar je ouders?  Je bent er toch alle dagen bij en…

Ja, op jouw leeftijd houdt dat soms een beetje op hé en heb je de neiging om je er soms een beetje tegen af te zetten of zo.

Griet: Bja, op sommige punten zeg je wel, bwa ouders, maar uiteindelijk heb je ze toch nodig hé.  Vind ik dan toch.

Ja, vooral als ze zo rijk zijn.

Griet: Tja.

Had u eigenlijk broers en zussen?

Landuyt: Nee, ik was enig kind.

Ah, je merkt dat wel hé.  Zo een beetje verwend en zo.

Griet: Verwend!  Nee.

En waarom hebt u dan zelf twee kinderen genomen eigenlijk?

Landuyt: Omdat ik graag kinderen zie.  Echt bewust gekozen voor kinderen.  En het is goed uitgevallen: een jongetje en een meisje. Dus.

Koningswens.  Zeg, en u bent geen vrouw, dus ik mag dat vragen: hoe oud bent u eigenlijk?

Landuyt: Ik ben 46.

Uw oudste zoon 18. Ja, u hebt een relatief jonge vader hé.

Griet: Bwo ja.

Allez, relatief hé.  Alles is relatief.

Is ie nog jong?

Griet: Qua kledingsstijl niet zo.

Ah, u probeert eraan te werken.

Griet:Ja, maar het lukt niet zo goed. 

En hoe zou u het liever zien?

Griet: Een beetje trendy en niet altijd de broek, allez, de hemd in de broek.  En geen witte sokken in sandalen.

Landuyt: Op dat vlak komen we dus niet overeen hé.  Niet overeen.  Op vlak van kleding.   Dat ligt moeilijk. Maar ja. 

Zeg, en als je nu voor jezelf moet uitmaken, heeft je moeder meer invloed in de opvoeding dan je vader, of is hij even aanwezig dan toch?

Griet: Hij is even aanwezig.  Ik stel daar geen onderscheid in.  Heel bewust eigenlijk.  Ik vind dat niet nodig.  Ik ben geen mama’s kindje of papa’s kindje, ik heb ze allebei nodig, dus.

Landuyt: Dat is mooi gezegd. 

Zeg, is het een strenge vader?

Griet: Streng maar rechtvaardig. 

Landuyt: Goed hé,dat is een mooi compliment hé.

Op welke vlakken is ie vooral streng?

Griet: Op uitgaan.

Landuyt: Ja.

Terwijl dat ie zelf zo boemelde.

Landuyt: Ja, ik vind dat er toch moet een maat op staan.  En ja, dat er toch een uur is dat wij zeker moeten weten dat de kinderen thuis komen.  En wij weten ook graag waar dat ze zijn.

En met wie.

Landuyt: En met wie.  Jaja.

En waarom.

Landuyt: Waarom?  Dat is om uit te gaan hé.  Maar wij hebben daar geen miserie mee.

Zijn kledij, daar hebt u nogal bedenkingen bij.  Dan uw eigen kledij, moeit hij zich daarmee? Bijvoorbeeld, ik zie hier groene sloffen, roze, geel… Dat kan allemaal?

Landuyt: Voor mij kan dat allemaal.  Dat is geen probleem.  Hoe meer kleuren hoe liever.

Ja, het lukt hé.  Zeg, en, wilt u ook advocaat worden, net als papa?

Griet: Neen, toch niet.  Dat ligt niet zo in mijn keuzes van later.  Omdat ik ook zie, ik weet niet, dat interesseert mij.  Die vraag wordt mij veel gesteld, maar dat interesseert mij eigenlijk momenteel nog niet echt.  Maar ik weet ook niet welke kant ik uitga, dus ik ga niet juist zeggen van: ik ga het zeker niet doen, want dat weet ik nog niet.

En burgemeester?

Griet: Neen, dat ook niet.

Ah, toch hé.  Het gebeurt wel vaak hé, je hebt dat in veel gemeenten dat dat van vader op zoon gaat.

Landuyt: Ja maar…

Griet: Op zoon.

Of op dochter, waarom niet?

Landuyt: Ja maar, zo’n dynastie zo, ik vind dat eigenlijk niet echt aangewezen.  Ik vind dat het geen automatisme mag zijn dat als de vader burgemeester is dat de kinderen dat ook worden.  Integendeel, ik ga daar eigenlijk niet mee akkoord.

Ah, uw kinderen mogen geen burgemeester worden?

Landuyt: Ze mogen dat zelf… ze mogen dat worden als ze dat zelf verdienen.  Maar ik zal dat dus nooit doorgeven.

Zeg, ik vraag me dat af, in gezinnen, ik heb zelf kinderen hé, dus ik mag die vraag stellen en zo van. Vroeger, ouders dat was anders.  Nu, ouders dat is weer anders.  Nu ouders laten zo meer hun gevoelens blijken tegenover under, tegenover hun kinderen.  Of is dat niet zo, is dat nog?

Griet: Ik weet dat niet.

Is de burgemeester bijvoorbeeld iemand die tegen zijn kinderen af en toe zegt: ah, ik zie je graag?

Griet: Neen, eigenlijk niet.

Burgemeester!

Griet: Maar wij weten dat wel, dat hij ons graag ziet.

Ja?

Griet: Maar hij zegt dat niet zo direct. 

Landuyt: Ik denk dat dat te maken heeft met mijn generatie.  De dag van vandaag wordt er veel meer gezegd en is het blijkbaar nodig om dat telkens maar te zeggen en te herhalen. Bij ons is dat niet nodig.  Dat is gewoon zo.

Ah dus, hij ziet je graag zunne.  Je moet er niet mee inzitten.  Ah, op dat vlak bent u nog een beetje ouderwets eigenlijk?

Landuyt: Ja, ik ben er ook een beetje fier op dat ik een beetje ouderwets ben.  Dat mag wel een keer nu en dan. 

Op welke vlakken is ie nog ouder, is ie nog ouderwets?

Griet: Mmmm, hij is niet echt ouderwets, hij is ruimdenkend. Hij staat wel open voor andere meningen en voor mijn mening, of als ik er zo over denk, maar ja, dan gaan we soms wel een keer in de clinch. Maar echt ouderwets is hij niet.  Het is normaal dat ik soms wat kritiek op hem geef, omdat…ja, ik kan niet altijd akkoord zijn met zijn dingen hé.

Je hebt ook ouders die bijvoorbeeld samen naar concerten gaan of festivals, met hun kinderen.

Landuyt: Ik mag ze meestal gaan halen als het gedaan is.  Zoals vanavond gevraagd wordt opnieuw.  We zijn nog in discussie over het uur.

Griet: Ja.

Ja, maar u kunt toch lang opblijven hé.

Landuyt: Ja, maar ja, ik hecht nogal tamelijk veel belang aan het uur om thuis te komen.

Waarom?

Landuyt: Omdat ik een beetje bang ben.

Ja?

Landuyt: Ja.  Ik ben dan echt ongerust dat er iets zou kunnen gebeuren, allez, wij horen dus alle dagen verschrikkelijke zaken met ongevallen en zo.  Zeker in mijn branche.  Dus, ik weet echt graag waar dat ze zit, wanneer dat ze naar huis komt en met wie dat ze naar huis komt.

Ja, dat is niet goed hé die job.  Zie je, dat heeft…

Landuyt: Ja, dat is misschien een klein beetje beroepsmisvorming, maar ik denk dat alle ouders dat hebben.

Begrijpt u dat een beetje?

Griet: Ja, ik heb daar wel begrip voor, maar uiteindelijk ga je toch proberen om zo lang mogelijk… Ik denk dat dat normaal is als kind of zo.

Ja, hoe was u zelf hé burgemeester?

Landuyt: Wel, dat was vrij simpel in feite.  Als ik wegging, dan was dat altijd in de eigen gemeente, dus ik had nooit geen vervoer nodig.  Dus ik kon altijd lang weg blijven.

Ja, maar nu is er veel te weinig te doen in die gemeente.

Griet: Ja. (Lacht).

Het is waar hé.

Griet: Het is waar.  En al mijn vrienden wonen in andere gemeentes of steden.

En hier wonen geen toffe mensen hé.

Griet: Da’s waar (lacht).

 

……….

En was jij degene die haar hielp bij het huiswerk?

Landuyt: Het hangt ervan af voor welke vakken.  Ik ken dus niet af van wiskunde, van chemie, van fysica, van biologie, bij zulke zaken moet je zeker bij mij niet afkomen.  Ik was daar altijd voor gebuisd trouwens.  Maar voor de rest, Nederlands, geschiedenis, in haar ogen alle saaie vakken, daar kan ik haar wel in helpen.

Ah, de opstellen laat u door uw vader maken?

Griet: Ja, allez, controleren toch.

Jajajaja… En welke richting volgt uw zoon?

Landuyt: Mijn zoon heeft het laatste jaar sportwetenschappen afgemaakt en zal nu hopelijk een nieuwe richting inslaan.  Wellicht informatica. 

Ja, en in wie van uw kinderen herkent u zich eigenlijk het best zo? Van… als jongeling…

Landuyt: In allebei in feite.  Er zitten karaktertrekken in van mezelf en van mijn vrouw uiteraard.  In allebei.  Het uitgaan…

Wat heeft uw vrouw…

Landuyt: Het uitgaan, dat zit er bij beiden wel tamelijk goed in.

En dat hebben ze vooral van u dan?

Landuyt: Ik denk het wel.  Dat is minder van mijn vrouw, dat is van mij.  Dat komt van mij.

Ja, het hoeft dan ook niet te verwonderen… En dan vecht u daartegen.

Landuyt  Neen, ze mogen uitgaan, maar binnen bepaalde krijtlijnen.

Strenge papa hé.

Griet: Bwa.

Thuis, als ze zo wat ouder worden, er wordt een cd opgelegd, zijn er ook bepaalde cd’s waar jullie beiden kunnen inkomen?  Waarvan je zegt: ah, ik zal eens een plaatje opzetten van…

Griet: Neen, niet echt. Alleen rustige muziek vindt hij, kan hij nog appreciëren, maar voor de rest niet bepaald.

En er is zo niets van haar platencollectie waarvan u zegt: Mmmm.

Landuyt: Mmm, weinig.

U het nog veel werk hé.

Landuyt: Oké?



20:22 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

1 MINUTE FILM AND SOUND AWARDS

Zoals ik u al eerder heb gezegd, zit ik voor de derde maal in de jury van de '1 minute Film and Sound Awards' in Leffinge.  En dat samen met het duo briljante geesten achter Lionel Goldstein, Koen Mortier en Joe Van Houtteghem, (bekijk hun hilarische reclamefilmpjes op www.czar.be) en met Jonas Geirnaert, die formidabele jongeman die met zijn 'Flatlife' meer dan zeer terecht bekroond werd in Cannes.  De organisatoren, onder leiding van inspirator Jan Vaneessen, hebben intussen een soort voorselectie gemaakt, waaruit wij mogen kiezen.  En waaruit u mag kiezen.  Want er vallen ook enkele publieksprijzen te winnen. Eén voor de hoofdsectie, waar 30 filmpjes van één minuut geselecteerd zijn, en één voor de nevensectie die in het teken staat van 'Uitblazen', een secite waarvoor 10 filmpjes geselecteerd zijn.  U kan dus meestemmen voor die publieksprijzen.  Bekijk de filmpjes via www.1minute.be of via www.kingkong.be   Op Kingkong kunt u meteen ook uw stem uitbrengen.  Een prettig gevoel om eindelijk eens inspraak te hebben.
 


15:03 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-09-05

DE SCHOOLJAREN VAN MICHEL LANDUYT

In aflevering drie vertelt Michel Landuyt van Middelkerke over zijn schooltijd, toen hij als kind met een regel op de knokels werd geslagen omdat hij linkshandig is.  Nu is hij intussen duidelijk rechts, want zelfs van de VLD.  En hij is heel populair, want burgemeester.

 

Trouwens, was u toen al een populaire?

Landuyt: Neen, ik denk het niet.  Middelkerke was in feite een beetje verdeeld in twee kampen.  Men had dus de mensen van de dijk en men had de mensen van rond de kerk.  De kinderen van rond de kerk.  En iedere woensdag was er dus een gevecht in de duinen.  Eerst begonnen wij met kampen te maken in de duinen, en dan was er een mini-oorlog die gevoerd werd, iedere woensdagnamiddag, tussen de kinderen van de dijk en de kinderen van rond de kerk.  Ja, en ik was daar eerlijk gezegd niet altijd de winnaar.  Meestal de verliezer.

Ja, en was u van de dijk of van aan de kerk?

Landuyt: Ik was van de Leopoldlaan, dat ligt aan, dat behoort bij het territorium van de dijk.

Of net de scheiding? De ene week bij de enen en de andere week bij de andere?

Landuyt : Neeneenee, ik was duidelijk bij de mensen van de dijk.

Het schorremorrie van Middelkerke eigenlijk?  Of was dat net de upperclass?

Landuyt: Neeneenee, dat was aan beide kanten zo.  Aan beide kanten zat er van alle soorten.  Ja.  En dan kwamen de kinderen van rond de kerk.  Wij noemden dat de blok.   Kwamen de kinderen van rond de blok ook een keer spelen aan de dijk hé.  En dan kwamen zij natuurlijk op ons territorium.  Dat kon niet hé.  Dan liep dat meestal slecht af.

Als kind hier opgroeien.  Ja, je was eigenlijk altijd een beetje met vakantie?

Landuyt: ’s Zomers, ja.  Ik heb nog foto’s van toen ik zeven, acht jaar was, dat ik zo bruin was, zo bruin.  Ongelooflijk.  Ik zat dus inderdaad van ’s morgensvroeg tot ’s avondslaat op het strand.  Met eten en alles inbegrepen.  Dus, ganse dag op het strand.

Ja, met die zomers hier.

Landuyt: Met die zomers.  Vroeger waren die zomers véél beter.  Véél beter.

En de winters veel harder.

Landuyt: Ja. Jajajaja.

En schreven alle mensen rechts.

Landuyt: Jajaja.

 

Maar tegen dat hij in het tweede leerjaar zat, waren die problemen van de linkshandigheid opgelost.  Hij schreef rechts, en al de rest deed hij nog altijd links.  Hij was dus een beetje tegendraads.  En hij begon zich al wat vragen te stellen over het leven..

Ah, dat is in het tweede leerjaar begonnen zo bij u?

Landuyt: Ja.

En toen begon u zich af te vragen: wat kan ik daar aan doen om de dingen wat beter te regelen eigenlijk?

Landuyt: Ja, misschien wel, jaja.  Dat kwam toen al een beetje op zo, om te proberen zaken te regelen.  Al was het maar op de speelplaats.

Een haantje-de-voorste?

Landuyt: Een haantje-de-voorste?  Tja.  Ik weet dat eigenlijk zelf  niet van mezelf.

Maarja, u regelde graag, u organiseerde graag?

Landuyt: Ik organiseerde graag, ja.

Ja, dan toch een leiderstype hé.

Landuyt: Ja.  Ik organiseerde graag, dat is een feit.

Clubjes maken?

Landuyt: Clubjes maken, groepjes maken, kampjes maken, bijeenkomsten van kinderen organiseren, samen gaan spelen in de put van Middelkerke, het huidige Epernay-plein.  Dat was dus het territorium bij uitstek.

En die veegt u dan weg?

Landuyt: Ja, maar het was wel hoog tijd hoor dat ie weggeveegd werd, want hij was een beetje verloederd.  Wellicht door er te veel in te spelen door ons.  Ik weet het niet. 

Ja, maar de put, dat was legendarisch hé?

Landuyt: Dat was legendarisch, ja. We hebben daar veel in gespeeld, en ook veel in meegemaakt. Later dan als we groot waren. De grote optredens.  In de jaren ’70-80 was er een verschijnsel van catchen, een soort boksmatchen, dat was dus, dat noemde dus de catch.

Worstelen eigenlijk?

Landuyt: Worstelen, ja, worstelen hé.  En dat ging altijd door in de put, en dat was een topavond hé voor mij, ik moest daar bij zijn hé.   Ik was daar gek van hé, van zulke spektakels. Dat is ook allemaal verdwenen tegenwoordig. Meestal vervangen door muziekspektakels.

Hebt u eigenlijk nooit overwogen om zelf misschien worstelaar te worden?

Landuyt: Neen, fysiek ging dat niet gaan.

Toch, toch, toch.

Landuyt : Neen.

Maar u hebt dus heel dikwijls in de put gezeten?

Landuyt: Ik heb heel dikwijls in de put gespeeld, niet in de put gezeten.  En ja, dat waren zeer leuke jaren.

Een geboren leiderstype?  Wanneer is dan eigenlijk echt die politicus opgestaan?

Landuyt: In feite vrij laat, na mijn universitaire studies pas, ben ik dus het eerste jaar nadat ik afgestudeerd was, gevraagd geweest of dat ik niet geïnteresseerd was in de politiek.

Door de communisten eigenlijk?

Landuyt: De communisten waren dan al lang verdwenen.  Ze hebben hier trouwens nooit bestaan in Middelkerke.  Door de liberalen van toen, wijlen Willy Declerck. Hij vroeg: Michel, zou dat niets voor u zijn?  En ik ben daar naartoe geweest en dat is me bevallen.  En ik zit daar nog in, na zovele jaren. 

 

En hij is ook nog altijd advocaat.  Want ja, Michel was een behoorlijk student.  En rechten was een degelijke studie.

 

Waarom bent u advocaat geworden, en bijvoorbeeld niet dokter of veearts?

Landuyt: Wel, ik ben advocaat geworden omdat ik totaal geen jota begrijp van alles wat te maken heeft met wiskunde, fysica, biologie, scheikunde, techniek, enzovoort.  Het enige dat ik eigenlijk kan is iets vlug assimileren en het uitleggen, maar voor de rest, vraag aan mij…

Dus ja, er waren maar twee opties.  Advocaat of burgemeester?

Landuyt: Juist.  Dat zijn de twee beroepen die mij op het lijf geschreven waren.  Inderdaad.

Er waren er twee en toen zei u van: die neem ik allebei maar?

Landuyt: Eerst ben ik advocaat geworden en dan door omstandigheden ook burgemeester geworden.

En als u nu echt zou moeten gaan kiezen, wat zou u doen dan?

Landuyt: Ik zou daar geen moment over twijfelen, het zou burgemeester zijn.  Ja.  Het is enorm verrijkend om burgemeester te zijn, zeker van een kustgemeente. Je wordt dus alle dagen geconfronteerd met andere toestanden, met nieuwe uitdagingen, het is een tamelijk complexe gemeente ook, Middelkerke, met een aantal…

Veel complexe mensen hé.

Landuyt: De mensen zijn niet complexe, maar de gemeente zelf… Landbouwgemeenten in het hinterland, dan de toeristische gemeenten, dus om dat allemaal te combineren en op elke vraag een juist antwoord te geven, en iedereen een klein beetje tevreden te stellen, dat is een ganse opgave.

Ja, overdreven veel deelgemeenten hé.

Landuyt: Negen deelgemeenten is toch wel veel. 

Ja, het is toch wel veel hé.  Eigenlijk zouden ze daar moeten iets anders van maken hé, Middelkerke B of zo.

Landuyt: Neen, neen, neen, er zijn pogingen geweest om een gedeelte van Middelkerke te annexeren, maar wij gaan ons daar met hand en tand tegen verzetten.

Ah, de Fransen?  De Engelsen?

Landuyt: Neen, neen, neen, de buurgemeenten.

Ah neen.

Landuyt: Ja.

Het is van je buren dat je het moet hebben natuurlijk.

Landuyt: Ja.  En dat natuurlijk, dat gaan ze moeten van ver komen natuurlijk.

 



22:22 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

BURGEMEESTER LANDUYT LEERDE ZWEMMEN OP ZIJN NEGENDE

Zag u de burgemeester van Middelkerke in het gezelschap van de redders?  Dan zag u ook die bedwelmende Emanuelle.  Jammer genoeg hebben we het hier niet over haar.  Wel over de burgemeester.  Hij bekende ons, toen we met haar stonden te praten, dat hij vol bewondering stond voor de redders.  U zag hem trouwens ook in actie op zee.  De burgemeester is wel degelijk een waterrat.  En toch heeft hij pas vrij laat leren zwemmen.  Hij vertelt het u zelf.

 

Hebt u dat ook ooit gedaan eigenlijk, als redder op het strand werken?

Landuyt: Nee, nee.

U kon niet genoeg zwemmen? 

Landuyt: Ik heb zeer laat leren zwemmen.  Ik ben ook niet echt een atletisch type moet ik eerlijk zeggen.  Ik ben echt jaloers op die mensen, dat ze dat kunnen. Ze moeten zeer goed kunnen zwemmen.  Ze worden onder meer getest met een tocht van de Belle Boei naar het strand. Als de zee rustig is, is dat nog altijd 45 minuten zwemmen.  Nee, ik vind dat een prachtjob, ongelooflijk  Zware verantwoordelijkheid.  Op het eerste zicht lijkt dat zo een fluitje van niets.  Het is echt heel belangrijk.

U zegt: ik heb eigenlijk maar laat leren zwemmen.  Voor iemand die van de kust is, hoe kwam dat eigenlijk?

Landuyt: Ja, hoe kwam dat eigenlijk?

En hoe laat was dat dan? Op uw achtendertig of?

Landuyt: Neeneeneeneen, ik was negen. Negen, ja.  Hoe kwam dat?  Wel, vroeger, een zwembad, dat is nu grote luxe, dat bestaat nu overal, maar vroeger was dat het geval niet. Ik herinner mij nog als wij gingen gaan zwemmen met school, dan was dat in feite dat we onder de douche gingen.  En de leraar toonde hoe dat we moesten leren zwemmen onder de douche.  Echt waar.  Dat is verleden tijd, maar vroeger was dat dus zo.  Er was dus geen zwembad.

Er was alleen een zee eigenlijk?

Landuyt: Er was de zee, natuurlijk. En ik heb leren zwemmen in de zee.  In ieder geval, die redders zijn hier echt nodig. En het zijn ook mensen die een zware opleiding gevolgd hebben.  Ge wordt dus niet zomaar babe hé aan de kust. Daarvoor moet ge heel wat doen.  Een zwaar examen hé.

Emanuelle: Ja, tochwel.

Landuyt: Ja hé.

Emanuelle: Veel oefenen.

Landuyt: En veel oefenen. Ook tijdens de zomervakantie hé.

Emanuelle: Ja, we krijgen ook trainingen hé.  Ik denk dat het één van de enigste gemeentes is waar dat er effectief training verplicht is.  



22:09 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

05-09-05

70 JAAR OP HET STRAND

In de eerste uitzending waarin u Michel Landuyt kon bewonderen, zag u hem onder meer in het gezelschap van Roger, een man die al zeventig jaar strandstoelen en cabines verhuurt op het strand van Middelkerke.  Een heel warme man.  Ziehier nog wat meer flarden uit hun gesprek.

 

En burgemeester?  Hebt u dat ook nog gedaan van die vakantiejobjes?

Landuyt: Hewel, ik heb altijd billenkarren verhuurd.  Mijn nonkel was eigenlijk een billenkarrenverhuurder, en ik heb van mijn veertien altijd hetzelfde gedaan: billenkarren verhuurd en fietsen verhuurd.  Geholpen met alles buiten en binnen te zetten ’s avonds, en allemaal.  Ik verdiende toen drieduizend frank per maand.

Dat is mooi hé.  Dat is ongeveer wat u nu verdient waarschijnlijk?

Landuyt: Ik weet niet of ze dat nu nog zouden willen doen voor dat geld.  Wat denkt u Roger?

Roger: Dat is voorbij.

Landuyt: Ze gaan dat niet meer doen zeker?

Roger: Dat is voorbij, dat is waar.

Landuyt: Pas op, ik was enorm content.  De eerste keer dat ik 3000 frank kreeg, voor mij was dat een berg geld hé.

Roger: Mijn nonkel betaalde me met stukskes van één frank.  Dat was ook een hele berg. Richard hé.  Ik zaten hier ook de hele zomer, ook voor de stoelen hé.  En achter de zomer kwam hij toen met stukskes van één frank.

Landuyt: En waren er dat die hij op het strand gevonden had?

Roger: Jaja.

Landuyt: Want dat was een grote van de plaatselijke jeugd, ikzelf onder andere. Na een zware storm gingen wij altijd dan gaan zoeken achter geld op het strand. En achter leeggoed.  Colaflesjes en zo.  En dat konden wij dan inwisselen, voor een halve frank of zo, en dan was onze dag goed, want we konden,… met een paar colaflesjes konden we een crèmetje eten.  Nostalgie.  Hé.  Ze doen dat nu niet meer hé.  Ze gaan nu een grote crème gaan eten van honderd frank. De tijden zijn veranderd hé.

Roger, hoeveel burgmeesters hebt u hier al versleten?

Roger: Goh, dat kan ik niet zeggen.  Alleszins een hele pak hoor.  Maar dat is een goeie.  Echt waar.

Jamaar, dat zegt u nu.  Omdat hij erbij staat.

Roger: Neenee.  Hij heeft veel gedaan al, dat is waar.

Voor de commercanten?

Roger: Voor iedereen, voor iedereen.

Het is zelf een commercant hé.

Roger: Welja, ik ben ook een commercant, dat is juist, dat is waar.

 

 

Wilde zee.  Hebt u de zee graag wild?

Landuyt: Ja, als ik vroeger ging zwemmen, dan had ik liefst hoge baren zo.  Dat je echt een keer kunt genieten van de zee…

Als u vroeger ging zwemmen.  U doet dat niet meer?

Landuyt: Ik doe dat nog altijd.  Iedere zomer ga ik een paar keer de zee in. Jajaja. Er zijn mensen die daar vies van zijn en zo.  Ik ben daar dus niet vies van. Voor mij is dat een totaal moment van ontspanning.  Eerst een keer een goeie fietstocht in het hinterland, goed zweten, goed warm, en dan het sop in, perfect. 

Dicht bij de strontbuize.

Landuyt: Neeneenee, de strontbuize, dat is verleden tijd. Trouwens, aan de strontbuize, daar groeien de grootste mosselen hé.  De beste mosselen groeien aan de strontbuize.

Roger: En de dikste garnalen.  De dikste garnalen zaten rond de buis.  Want als de wind van ginder kwam, van het noorden, dan rook je hem.  Ik heb dat geweten als klein kind.  Er is veel veranderd al hé.

Nu ruik je het niet meer?

Roger: Nee, nu is het goed.

Landuyt: Vanaf dat er nog maar iets mis is met dat zeewater, wordt er nu grote paniek gemaakt en zo.  Ik heb daar mijn twijfels over, eerlijk gezegd.  Moesten we in Turkije en zo eens de metingen doen, waar dat iedereen in de zee gaat, euh… ik denk dat dat een klein beetje overdreven is.  Uiteindelijk, niet iedereen die gaat zwemmen, gaat ook van dat zeewater gaan drinken hé.  Allez, het is maar pootje baden hé, voor de meeste mensen.

Ja, en plassen ook hé.

Landuyt: Plassen ja, iedereen moet dat wel een keer doen hé.  En ik moet eerlijk toegeven: als kleine jongen heb ik dat ook nog een keer gedaan.  Dat hoort erbij hé, een keer de broek afsteken in de zee.  Waarom niet?  Als kleine jongen hé.

Roger: Als kleine jongen ja.  

Roger: Ik vind dat de zee nu veel properder is dan over jaren.  Vroeger, alles ging naar de zee.  Nu wordt het allemaal naar de dingk gedaan. Hé, het is toch waar.

Jamaar ja, ik vind dat schuim toch nog niet echt proper hoor.

Roger: Jamaar, dat is echte koffie hé.

Ah ja.

Roger: Dat is echte koffie hé. Dat is van onze barvrouw hé.  Van mammie, mammie die de toiletten doet.

De barmoeder.

Roger: De barmoeder. (lacht)  Jamaar ja, dat is onze troost.

 

Burgemeester Landuyt is niet alleen de burgemeester van Roger, hij is ook een klant.  Hij huurt een strandcabine bij Roger.  Maar een paar jaar geleden hebben vandalen die cabine eens in brand gestoken.

 

Roger: Maar ze hebben over een jaar of drie, het is drie jaar hé, dat ze hem een keer in brand gestoken hebben.

Landuyt: Ja, ze hebben een keer mijn cabine in brand gestoken.

De oppositie?

Landuyt: Nee, de oppositie niet.

Roger: Vandalisme, vandalisme jaja.  Vandalisme.

Ja, met al dat schorremorrie hier.

Landuyt: Ja, het gaat goed hé, het gaat toch tamelijk hé.

Roger: We mogen niet klagen.

Landuyt: Heb je al brake gehad van de zomer?

Roger: Neen, het is verbeterd.  Ik ga hout vasthouden, maar het is verbeterd.

Landuyt: Ge kunt dat niet vermijden hé. Als er een keer één te veel gedronken heeft of een twadde.

Roger: Dat gaat niet, dat gaat niet.  Ge kunt niet overal zijn hé, ge kunt niet overal zijn hé.  Maar het is verbeterd.  Bij andere, bij in veel plages.  Dat er nog veel meer vandalisme is of hier hé. Ge moet dat zo rekenen hé.

Zeg, hebt u de burgemeester eigenlijk altijd gekend?

Roger: Ja, van kleine jongen.  Heb ik de burgemeester gekend.

En kon u dat zo al vroeg voelen van : ah, misschien wordt dat wel de burgemeester.

Roger: Hewel ja, dat is een beetje moeilijk hé, dat is een beetje moeilijk hé.

Had ie het al van kindsbeen af in zich (vraag niet gebruiken)?

Roger: Jaja, hij had het in hem. Jaja, hij had het in hem, dat is juist.  Dat is waar.


23:30 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

04-09-05

MICHEL LANDUYT DRINKT GRAAG EEN PICON

Burgemeester Landuyt is straks voor de eerste keer te zien in de vierdelige reeks waarin we hem volgen.  We beginnen vandaag tijdens het aperitiefconcert in Schore.  Toen hij ferm aan het genieten was van de sfeer en van de picon.  Enkele flarden uit het gesprek dat we daar hadden.

 

Landuyt: Wel, dat is ook werken voor mij, want in feite ieder weekend, sinds jaren, zijn er aperitiefconcerten in Middelkerke en ik ga iedere zondag naar het aperitiefconcert, dat is een ideale gelegenheid om eens met de mensen te kunnen spreken en een keer het één en het ander op te vangen in een ongedwongen sfeer.  Dus, zeer interessante formule. En ook een zeer succesrijke formule.  De mensen appreciëren dat enorm dat er in hun deelgemeente iets te doen is.

Ja, er zijn zo nogal wat deelgemeenten hé.  Van die kleine dingetjes. Schore en wat is het daar allemaal?

Landuyt: Jajaja, met prachtige namen ook, Mannekesvere, prachtige naam, dus en nog zo veel andere.  We hebben dus negen deelgemeenten.  Dat is dus niet gemakkelijk.  Twee kustgemeenten en anderzijds zeven hinterlandgemeenten, euh, om de aandacht een beetje te spreiden over al die gemeenten.  Maar euh door aanwezig te zijn iedere zondag, kunnen we dus contact behouden met de plaatselijke bevolking en dat is zeer positief .

Jamaar, hebt u daar echt voeling mee?  Schore bijvoorbeeld, komt u hier eigenlijk soms? 

Landuyt: ik kom hier geregeld, er zijn hier… er is hier een groot project geweest dat wij van dichtbij gevolgd hebben, een gemeenschapszaaltje dat we gemaakt hebben voor Schore.  We hebben trouwens… voor elke gemeente trachten we ergens een ontmoetingsruimte te creëren, en ja, dat lukt best.  Zij maar gerust dat de mensen mij kennen als ik hier binnen kom in de tent, dan is dat onmiddellijk al de blikken, ja, dat lukt best.  Ze weten mij te vinden als er echt een probleempje is.  En meestal op die aperitiefconcerten na een paar glaasjes picon komt dat boven.

Je zegt van: mensen weten me… zien het onmiddellijk als ik binnenkom. Voel je dat ook zo van: alle ogen op jou gericht?

Landuyt: Euh, dat is niet om te stoefen, maar inderdaad, dat is soms wel een beetje ambetant zelfs. Vooral in de kustgemeente, gewoon wandelen op de zeedijk met vrouw en kinderen, dat is bijna niet meer mogelijk   Om de twintig à vijftig meter wordt ge tegengehouden door de mensen, dus dat is wel een beetje…

Dus, gewoon dan met de Ferrarri over de dijk?

Landuyt: Neeneen, dat is een beetje, dat is niet aan mij besteed.  Het is nog altijd met de fiets  Bent u eigenlijk oorspronkelijk van één van de deelgemeenten, of van Middelkerke of van euh???

Ik ben geboren in Middelkerke Centrum en altijd gewoond in de hoofdstraat, de Leopoldlaan.  Mijn moeder is daar begonnen met een klein sigarettenwinkeltje, mijn vader was taxichauffeur, dus ik heb altijd tussen de middenstanders gezeten, en ja, goed, ik voel me daar nog altijd thuis.  Ik ben ook blijven wonen in Middelkerke centrum, en ik woon in feite op 100 meter van de zee.  Dat is prachtig. Als ik op reis geweest ben, het eerste wat ik doe, is een keer gaan kijken naar de dijk, of dat de zee er nog altijd ligt. Dat is een gevoel dat ge hebt als ge aan de kust geboren zijt, dat trekt toch.  Ge kunt misschien eens een week weg of veertien dagen weg, maar dan moet je terug naar de plaats van waar je zijt en de zee, dat is toch, dat heeft toch iets speciaals. Vooral ’s winters dan, wandelen langs de vloedlijn, de eblijn, dat is machtig.

U zegt, uw moeder had een klein sigarettenwinkeltje. En u rookt natuurlijk ook ondertussen?

Landuyt: Ik heb vroeger gerookt, maar ik heb dat afgeleerd.  Ik moet eerlijk zeggen: ik stak dus de ene sigaar aan met de andere.  Van ’s morgens tot ’s avonds.  Dus iemand die in mijn bureau kwam, dat was gelijk in de mist. Gelukkig ben ik daar van af.  Ik heb een keer op een nieuwjaar gezegd: kijk voila, we gaan daar mee stoppen, en dan gewed met iemand en dat is gelukt.  Ik ben er op die manier van af geraakt. Gelukkig, want…

Dus als we van het roken willen afgeraken moeten we wedden!

Landuyt: Wedden en beginnen met nieuwjaar!  Dat is een ideaal moment. Ge moet zo een datum uitkiezen dat je zegt: voilà, dat is de startdatum, en dan lukt dat…

Uw moeder had een winkeltje, vader taxichauffeur en u zelf, bent u ook middenstander?

Landuyt: Ik ben in feite ook een soort middenstander, als ge dat zo kunt noemen, vrije beroep, advocaat, dat is in feite ook een middenstander, moet ook met de mensen werken, veel luisteren naar de mensen, in feite juist hetzelfde als in een winkel.  Ge moet dus de mensen in vertrouwen nemen.  En automatisch komen de verhalen dan boven.  En dat is eigenlijk de beste stof, de beste materie als advocaat om dan te gebruiken voor de rechtbank.  Gewoon vertellen hoe dat het in mekaar zit, op een eenvoudige manier, op een menselijke manier.  En dat lukt meestal het best.

Nochtans, dat associëren we niet met advocaten hé, een menselijke manier van spreken. Dat is meestal zo’n hoogdravende, onbegrijpelijke taal hé?

Landuyt: Ja goed, maar je hebt dus rechtbanken en rechtbanken natuurlijk hé.  De vredegerechten en zo.  Daar kun je nog op een eenvoudige manier je zaak uitlegen in feite.  Het komt er op neer om in korte maar goeie bewoordingen te zeggen waarover dat het gaat op een menselijke manier.  En dat is nog altijd de beste methode, in mijn ogen. Ge moet natuurlijk altijd dossiers goed voorbereiden hé, en altijd de dossiers kennen.

Als u hier nu bent, u bent hier als burgemeester, maar ook een beetje als advocaat eigenlijk?

Landuyt: Neenee.  Ik ben hier niet om klanten te werven. Zeker niet. Neenee, neenee.  Ik ben hier als gewone inwoner van Middelkerke, zoals er hier zoveel zijn.  Er zitten hier dus mensen van alle deelgemeenten hé, niet alleen van Schore.  Heel wat mensen van Schore, maar ze komen tegenwoordig van alle deelgemeenten.  Ze steunen in feite mekaar.  Dus in iedere deelgemeente is er een comité opgericht en dus die comités organiseren dus die aperitiefconcerten, en ze komen dus naar mekaars zijn aperitiefconcerten. Ze ondersteunen mekaar. En ik moet zeggen dat dat enorm verrijkend is en enorm aangenaam is. En bedwelmend.  Euh, ik ben een grote liefhebber van Picon, ik heb dat een paar jaar geleden leren drinken.  In Schore hebben ze dus zeer goeie Picon.  Het is wel een beetje straffen moet ik zeggen.  Het is nu al den derden en het zou nu mogen stoppen.




23:50 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

02-09-05

DE BURGEMEESTER VAN MIDDELKERKE

Ik zal maar eerlijk zijn, de burgemeester van Middelkerke zag het aanvankelijk niet zitten om mee te doen.  Ik heb hem dus moeten overtuigen.  Maar ik ben blij dat ik die moeite gedaan heb.   Want hij is goed.  Vooral de combinatie van hij en zijn dochter Grietje is ontroerend.  Ik heb ze samen op de schoolbanken gezet. Mooi om een man te zien die zit te gloeien van trots naast het meisje dat hij zestien jaar geleden op de wereld hielp zetten.  Dit filmpje zie je op vrijdag.  Op donderdag zie je de burgemeester in zijn vroegere school, en vertelt hij over zijn linkshandigheid.  Alleen schrijven doet hij met rechts.  Gewoon omdat hij in het eerste leerjaar met harde middelen tot rechts werd gedwongen.  Raar dan wel dat hij zich op politiek vlak meer aan de rechterkant bevindt.  Dinsdag zie je hem bij de redders, en op zee.  We varen helemaal tot aan de Belle Boei, of de Zuidstroomboei.  En we maken kennis met Emanuelle.  Niet die van Emanuelle1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7, maar een bevallige redster die op wacht staat wanneer de burgemeester zijn ronde van de redders doet en in lyrische bewoordingen over de zee praat.  Op maandag, de eerste dag, zie je hem in actie tijdens een aperitiefconcert in Schore (waar Kloot Per W voor de muziek zorgde) en bij Roger, die al 70 jaar strandstoelen en cabines verhuurt vlakbij het casino van Middelkerke.  Aan Roger verklapt hij dat hij het leuk vindt om af en toe de broek af te steken in zee.  Tenminste, dat herinnert hij zich nog van vroeger.  Want als kind durfde hij wel eens in het water te plassen. De komende dagen leest u er meer over.


10:09 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |