14-06-07

KIJK HIER NAAR 'MICRO ZONDER ZOUT'

Veel mensen vragen me: komen er nog uitzendingen, afleveringen van 'Micro Zonder Zout'.  Dat hangt een beetje van u af, denk ik.  Als er vraag naar is, zal het antwoord komen.  Mocht u ernaar snakken, aarzel dan vooral niet om het te laten horen.  

 

In afwachting kunt u hier kijken naar enkele compilaties, zoals bijvoorbeeld een compilatie van de afleveringen die ik draaide met een man die intussen geen burgemeester meer is: Willy Verledens, de vroegere burgemeester van Izegem en een vooral een heel kleurrijk man.  Klik op onderstaande link en u zult zelf kunnen zien wat ik bedoel.

 

http://vids.myspace.com/index.cfm?fuseaction=vids.individual&videoid=1148523427

 

En dan is er nog het andere uiterste: een heel bescheiden man als Michiel Vandaele, burgemeester van Tielt, die zich ook best geestig toonde.  Het was ook een kans voor de koning en de koningin om even in Micro Zonder Zout aan bod te komen.

 

http://vids.myspace.com/index.cfm?fuseaction=vids.individual&videoid=1148430352

 

Ook wel memorabel waren de afleveringen met Karlos Callens, burgemeester van Ardooie.  Burgemeester Bisschop van Damme is intussen ook bekend van zijn loonbriefje, maar in 'Micro Zonder Zout' hadden we het dan weer veeleer over zijn mooie ogen.  Jan Verfaillië biechtte dan weer op dat hij sinds zijn 15de niet meer ontwikkelde.  Terwijl Hilaire Verhegge kon uitleggen waarom hij fouten mag begaan en zijn collega's niet.  Maar slim moet je niet zijn om burgemeester te worden.  Je moet alleen kunnen tekenen. Dat was tenminste wat Joris Hindryckx van enkele van zijn beroemdste inwoners te horen kreeg.

 

http://vids.myspace.com/index.cfm?fuseaction=vids.individual&videoid=1142136784

 

 

Nog één van die kleurrijke figuren die er sinds de gemeenteraadsverkiezingen niet meer bij is, is Georges Lambrecht van Wielsbeke:

 

http://vids.myspace.com/index.cfm?fuseaction=vids.individual&videoid=1148371992

 

Dat het niet allemaal leute en plezier was in 'Micro Zonder Zout' bleek toen we de Roeselaarse ex-burgemeester Daniel Denys aan het woord kregen.  Ook de Brugse burgemeester en zijn collega van Zedelgem bekenden dat ze wel eens moeilijke momenten hadden meegemaakt.

 

http://vids.myspace.com/index.cfm?fuseaction=vids.individual&videoid=1148447640

 

Maar laten we het een beetje vrolijk houden.  We besluiten met muziek.  Met de fanfare.  Voor de ex-burgemeester van De Haan, Ivan Cattrysse, Carl Bonny van Ichtegem, Joris Hindryckx van Houthulst en Sandy Evrard van Mesen gaan muziek en politiek hand in hand.

 

 http://vids.myspace.com/index.cfm?fuseaction=vids.individual&videoid=1142761720

 

Veel kijkgenot,

 

 

Microman

 

 

(laat hieronder uw reactie)

 

21:19 Gepost door Microman in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

13-06-07

60 WEST-VLAMINGEN DIE TELLEN

Kardinaal Danneels, Laura Lynn, Wouter Deprez, Ingeborg, Ulla Werbrouck, Jean-Marie Dedecker, Filip Dewinter, Hugo Claus, Yves Leterme, Stefaan Declerck... Allemaal bekende West-Vlamingen die niet in het filmpje ziet waarin 60 bekende West-Vlamingen elk met één tel (in zijn of haar eigenste dialect) tellen van 1 tot 60.  Welke er wel bij zitten, kun je hier bekijken in het filmpje van 1 minuut dat ik gemaakt heb samen met Piet Goddaer en Kurt Verduyn:

 

http://vids.myspace.com/index.cfm?fuseaction=vids.individ...

21:27 Gepost door Microman in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

06-05-06

DE KLARE KIJK VAN KURT

Waarmee je meteen begrijpt waarom Kurt zo'n klare kijk op de dingen heeft....

11:35 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

30-03-06

De allerlaatste Micro Zonder Zout

vandaag de allerallerallerallerlaatste uitzending van 'Micro Zonder Zout'.  Absoluut kijken dus!!!

08:33 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

28-03-06

PATRICK LANSENS REIST GRAAG

Burgemeester Patrick Lansens van Koekelare gaat graag op reis.  Dat deed hij vroeger dikwijls toen hij als volksvertegenwoordiger nog deel uitmaakte van de Commissie Defensie.  Zo staat er op zijn salontafeltje een beeldje van een beer.

 

PL: Die beer heb ik gekocht in Canada, in Ottawa.  Ja.

Wat deed u in Canada.

PL: Ah, dat was met een zending van het parlement dat ik mee was, naar een congres.  En als ik op reis ga, dan probeer ik altijd een stukje mee te brengen dat typisch van daar is.  En dat is hier eigenlijk Eskimo Art, dat is gemaakt van Eskimo’s.

Van Eskimo’s?  Van dode Eskimo’s?

PL: En als ge dat dan koopt, dan steunt ge die mensen die daar in het hoge noorden van Canada wonen.

Dus van het gebeente van Eskimo’s dan?

PL: Neen, dat is natuursteen.  Dat is serpentijn.  Dat is natuursteen. Dus die mensen, die wonen daar in het barre noorden, en hebben het moeilijk tegenwoordig om te overleven, en die hebben zich natuurlijk een beetje moeten heroriënteren om aan inkomsten te geraken.  En er zijn er veel die zo kunststukjes maken.  Ik zie dat graag.  En als ik weet dan dat daar een verhaal aan vasthangt, dat ge die mensen steunt, ja, dan koop ik dat wel. 

Het is best dat je die functie van volksvertegenwoordiger niet meer moet combineren met die van burgemeester hé.  Eigenlijk zouden ze best niet meer afkomen hé.

Vrouw: Het is geen waar.  Nee.

Dat ie eens een beetje een leven heeft.  Nu is het toch doenbaar gewoon.

PL: Voor de kwaliteit van het leven is het beter dat je maar één job hebt.  Dat is nogal duidelijk voor iedereen hé, denk ik.

Nu heeft hij eens tijd voor jullie…

Vrouw: Hij is nog jong.  Hij kan misschien nog een keer jah…

U wilt hem eigenlijk wat meer buiten en zo…

Vrouw: Neen.

Wat minder zien, en dat hij wat meer op reis is naar van die buitenlandse missies en zo… Dat u het huis voor uzelf hebt. 

PL: Ge probeert ons dingen te doen zeggen dat we niet willen zeggen hé.  Kijk, dat is hier gewoon een vaas van Kreta, dat is een replica van een stuk van vroeger, maar dat is hier, dat heb ik gekocht in Zwart Afrika, in Benin.  Dat is meegebracht van daar.

Ook zo tijdens één of andere parlementaire missie?

PL: Neen, toen was ik, eigenlijk wel, ik was mee met de minister van Landsverdediging toen.

En wat deden jullie daar?

PL: Het is zo dat België in Benin samenwerkingsprogramma’s lopen heeft, dus we proberen daar de bevolking te helpen met het bouwen van ziekenhuizen. De genie van ons leger bouwt daar ziekenhuizen, helpt daar ook schooltjes bouwen en zovoort  en de minister ging een keer kijken wat daar allemaal concreet met ons geld gebeurde.En ook om onze jongens een keer een hart onder de riem te steken zeker.

En ook om er eens uit te zijn hé.

PL: Dat zeg jij. 

Met hoeveel parlementairen waren jullie daar?

PL: Van iedere fractie mag er dan één iemand bij. 
En wij moeten dat betalen.

PL: Jullie moeten dat betalen ja. Ja, ge komt daar anders nooit in je leven hé, als ge dat een keer kunt meemaken, dan moet ge dat meepakken hé.

Ja, ik wil ook wel zo eens in zo’n parlementaire commissie zitten.  Ja, ik zal dat ook toch euh… En anders, jullie gaan eigenlijk vaak op reis, dat is één van de hobby’s.

PL: Wel, privé gaan we twee keer per jaar zo op reis.  Een keer in het voorjaar en een keer in de zomer.  En dat is dan echt zo een keer om er uit te zijn. 

Ja, want anders zitten jullie er altijd ‘in’, en op die manier zijn jullie er eens ‘uit’.

PL: Als ge anders verlof neemt, en ge blijft thuis,  dan zijt ge er inderdaad nooit uit, want de telefoon blijft toch gaan, de post komt iedere dag toe, ge zijt dus geneigd om daar naar te kijken.  Als ge op straat loopt, en ge wordt aangesproken, ge kunt niet zeggen: ja maar, ge moet nu wachten op een antwoord want ik ben in verlof, dus als ge er een keer echt wilt uit zijn, en ge hebt een publiek mandaat, ja, dan moet ge een keer een week of veertien dagen eruit gaan.  Ha ja, en we doen dat ook graag natuurlijk he, we deden dat vroeger ook al hé. Dus, en ge ziet een keer een stukje van de wereld hé.

En zijn dat ook verre reizen.

PL: Dat hangt er van af.  Meestal is dat in Europa, dat is ook al een keer een verre reis geweest.

Vrouw: In de krokusvakantie hé, hebben we een cruise gedaan.

Hoezo?

Vrouw: Krokusvakantie.  Hebben we een cruise gedaan.

Op welke zee?

PL: De Caraïbische zee.

Jullie zijn naar de Caraïben geweest!  Toch luxevolk! (26’06”) Hé, dat is zo… Hé…

PL: Ik heb liever dat je dat allemaal… die benadering van luxe…

Maar zoiets mag ik toch vragen. 

PL: Dat wordt… Maar fin, ik ga er niets meer van zeggen.

Maar dat is het: als burgemeester moet je toch constant opletten hé.

PL: Ik probeer op te letten wat dat ik zeg ja.   Trouwens, mnsen zeggen daar niets van, want wij lopen daar niet mee te koop.  Die weten dat over het algemeen niet. 

Maar ze zeggen dat achter uw rug hé.

PL: Dat geeft niet.  Die hebben daar eigenlijk geen zaken mee hé.

Dat is het.  Natuurlijk.

PL: Wat dat ik in mijn privé-leven doe.  Of ik nu naar Zwitserland of naar Oostenrijk of naar Spanje ga, de mensen hebben daar geen zaken mee hé.  Het is misschien cru uitgedrukt, maar het is wel zo. Elk doet wat hij wil hé. 
Dat gevoel heb ik toch wel: politici tegenwoordig worden constant in de gaten gehouden en moeten voor alles verantwoording afleggen hé.

PL: Och, pffff (diepe zucht). Ik ben dat eigenlijk al gewoon, ik zit daar al zo lang in.   Ik trek me dat eigenlijk niet meer aan. Ik vind dat de mensen u beoordelen op wat ge doet als burgemeester en het beleid dat ge voert, dat is niet meer dan normaal, en dat ze daarover spreken en zo.  Dat ze spreken over andere zaken, dat kunt ge ook niet vermijden.  Maar wat dat ge doet in uw privé-leven, waar dat ge op reis gaat, of wat dat ge doet als hobby, of wat dat ge gaat eten of waar dat ge gaat eten, dat is uiteindelijk uw persoonlijke keuze, en de mensen doen dat ook, gaan ook waar dat ze willen hé, we zijn toch vrij. We leven toch in een democratie waar dat iedereen kan gaan en staan waar dat hij wilt, dus…

11:36 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

PATRICK LANSENS IS EEN SOS

Zeg, u bent eigenlijk een… Sos!

PL: Ik ben een Socialist.  Een gematigd socialist.

Ik mocht vroeger van mijn vader nooit tegen de Sossen klappen.

PL: Het is geen waar.

Dat is van dat klootjesvolk, zeiden ze.

PL: Ja.

 

Allez, dat had toch de naam hé vroeger.

PL: Ja, vroeger is dat hier ook nog zo geweest hé,  vroeger in de jaren ’50 had je hier enkel de liberalen en de katholieken hé.  Er waren maar twee lijsten hé. En als ge toen als socialist opkwam, dan was dat echt strijd leveren hé.  Dan werd je inderdaad in het vakje geduwd en… Maar dat is gelukkig geëvolueerd hé.

En komt u uit een rood nest eigenlijk?

PL: Mijn ouders zijn inderdaad ook rood, maar die zijn nooit politiek actief geweest.  Het is niet dat mijn vader of mijn moeder of iemand anders in de familie al op een politieke lijst gestaan hebben.  Ik ben de eerste uit de familie die de stap gezet heeft.
En de mensen zien dat hier zitten?

PL: Het moet zijn van wel hé. Bij de vorige verkiezingen heeft de SPa een sprong gemaakt van 18 naar 33 %.  Het moet zijn dat we goed werk geleverd hebben, en als ge goed werk levert, dan is het dikwijls zo dat je loon naar werken krijgt.

Ja, ik niet, ik niet.

PL: Meestal is het zo, als je je inzet dat je daarvoor beloond wordt.  Gelukkig zou ik maar zeggen. Anders moet je je niet meer inzetten hé.  Anders gaan we naar een systeem zoals in de Sovjet-Unie vroeger hé, daar moest ge u niet inzetten hé,

Ah, dat was socialistisch zeker?

PL: Iedereen had evenveel.  Dat was communistisch, dat was nog iets anders.

Ah ja, sorry.  Maar rood, rood.

PL: Rood, maar communistisch. 
Ik dacht altijd vroeger: die socialisten, dat zijn armoezaaiers hé. En ik kom hier dan in een kast van een huis. Mag u eigenlijk wel zo rijk zijn als socialist?  Mag dat?

PL: Ten eerste ben ik niet zo rijk. Ik ben tamelijk welstellend, maar niet zo rijk.  Maar dus ja, als ge ziet van waar dat we komen, dan heeft het socialisme enorm veel successen geboekt hé.   Vroeger moest men strijden voor die werkmens om die een bepaald statuut te bezorgen, om die een bepaalde sociale zekerheid te bieden, en eigenlijk nu zijn we heel ver hé, dus,…

Jullie zijn eigenlijk overbodig geworden…

PL: Het socialisme van vroeger…

Jullie hebben gestreden voor de werkmens.

PL: Het socialisme van vroeger is niet meer het socialisme van nu. En dat is maar normaal ook, anders zou het betekenen dat we niets verwezenlijkt hebben.  En dus nu ja…

We hebben geen socialisten meer nodig hé nu.

PL: Tochwel, er is nog altijd veel ongelijkheid en onrechtvaardigheid en we gaan er altijd nodig blijven.  Maar het is niet meer dezelfde strijd als vroeger.  Dat is een feit.  
 

11:15 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

27-03-06

PATRICK LANSENS: DOCTOR IN DE CHEMIE

Ik ben ten huize van Patrick Lansens, de allerlaatste burgemeester die ik mag volgen in 'Micro Zonder Zout'.  Zijn bureau bevindt zich in de woonkamer.  Er is alleen een scheidingsdeur tussen die bestaat uit twee houten wanden die kunnen dichtschuiven.  Maar die wanden staan nu open.  En dus staat de burgemeester op en toont me even zijn bureau.  Zijn vrouw Marleen en zijn dochter Nikki zitten toe te kijken van in de zetel in het salon.

PL: Dat is hier mijn werkplaats thuis hé, waar dat ik regelmatig een keer een beetje administratie doe. Veelal op de computer hé. Meestal op de laptop nu, de vaste computer wordt niet veel meer gebruikt.

Nee?

PL:  Nee, eigenlijk niet, het is gemakkelijk de laptop, zowel hier, of in de living, of in de keuken.  En ik zit draadloos op het internet.  Dus ja, dat is de vooruitgang.  Gelijk waar hier in huis kan ik op het internet, mijn emails raadplegen en euh… Ja, maar op die manier blijf je er altijd een beetje in zitten hé.  Het werk is nooit ver weg hé.

PL: Voila. Maar het is ook interessant hé. Ge zit zo niet afgezonderd ergens in een hoekje. Een keer dat ge dan thuis zijt, is er zo een beetje, toch nog contact met het gezinsleven, dat is interessant,voor de keren dat we thuis zijn dan, want we zijn weinig thuis, er zijn heel veel activiteiten hé, zeker in het weekend, vrijdagavond, zaterdag, zondag.

En plus, het is … dat blijkt nu maar de laatste tijd:  er zijn nogal wat burgemeesters die sneuvelen, hartinfarcten, trombozen gelijk wat… Het is een ongezonde job hé.

PL: Dat is inderdaad een ongezonde job.  We merken dat ook hé.  Ik heb dat vroeger al gezegd, het is een beetje roofbouw plegen op je lichaam.  Het is vooral de stress hé.

Ja? Hebt u daar last van?

PL: Tochwel.  Ik heb daar ook wel last van. Het altijd op uur ergens moeten zijn.  Zeker als ge drie, vier plaatsen moet doen op een avond, in het weekend.  Ja.  Ge zijt op een plaats, en ge moet al weer kijken, ‘wanneer moet ik hier verder naar de volgende plaats?’

En mensen die altijd iets nodig hebben, en zagen en klagen, en altijd u afjakkeren eigenlijk…

PL: Afjakkeren is veel gezegd, maar ge hebt natuurlijk van soorten van mensen.  Ge hebt mensen die begripvol zijn,…

Niet veel hé, niet veel.  De meeste zijn toch ambetant hé.

PL: Neenee, mijn ervaring is, als ge de mensen kunt goed uitleggen hoe het in mekaar zit, hoe de vork aan de steel zit, negen op de tien hebben daar begrip voor en aanvaarden dat,  ook al is dat dan negatief dat antwoord, maar je moet het ook durven zeggen als politicus.

En u durft het?

PL: Ik denk dat ik dat durf…

Of je leert het eigenlijk?

PL: Je moet daar een beetje in groeien hé. Ge moet dat ook een beetje leren.  Maar ge moet dat ook durven zeggen. Ook al is het negatief.  Als de mensen iets vragen en het kan niet zijn, dan moet ge het… Mijn ervaring is dan ook dat de mensen dat aanvaarden. En hier en daar zit er dan inderdaad een ambetanten in die dat niet wil geloven, en die zal dan wel nog een keer naar iemand anders lopen  en zo, maar…   Ik denk dat als iets niet kan zijn, dan stuit je overal op hetzelfde antwoord hé. 

 

Op zijn bureau hangen de twee foto’s tegen de muur van de beide keren dat hij bij de gouverneur de eed moest afleggen.

 

PL:  De twee eedafleggingen hé, de eerste keer bij gouverneur Vanneste, dat was, ja, in december ’94 en dan zes jaar later was het al gouverneur Breyne hé.

Bij wie was het leukst om de eed af te leggen?

PL: Leukst?  Woh, dat is niet bepaald een leuk moment hé. 

Allez, dat zijn toch momenten die bij blijven hé.

PL: Dat is nogal plechtstatig…

Je hangt de foto toch uit hé.

PL: Ja.  Dat is toch een bepaalde mijlpaal in uw leven hé.  Het moment dat je de eed kunt afleggen als burgemeester.  En als je het dan nog twee keer kunt, en eigenlijk alle twee vrij jong hé.  De eerste keer was ik dertig jaar.  De tweede keer, aangezien dat het zes jaar later was, zesendertig jaar hé.  Dus, dat is jong hé voor een burgemeester.

U bent goed met cijfers hé.

PL: Ja, ik ben goed met cijfers: 30 + 6 = 36.

Het is een rappe hé, jajaja, ik vind het ook.

Vrouw: Hij heeft dokter in de scheikunde gestudeerd.

PL: Ik ben wetenschapper van opleiding hé.

Wat is ie?

Vrouw: Wetenschapper.  Dokter in de scheikunde!

Wow!  Wow!  Eigenlijk een wetenschapper…  Het is raar dat u in de politiek beland bent.

PL: Er zijn er veel die dag zeggen, het is raar.  Heeft totaal niets te maken met de politiek, mijn opleiding.

Vrouw: 24 was hij als hij schepen was zeker?

PL: Ja, ik zit al van mijn 24ste in de politiek.  Het is nu al 16 jaar, zeventien jaar.  Dus, we zijn het al een beetje gewoon.

En chemie, dat is euh…

PL: Chemie… Dat is euh… Ja, sinds, wat moet ik zeggen, sinds 1996 gedaan.   Dus al tien jaar.

De chemie kan ontploffen!

PL: De chemie kan ontploffen, ja.  Maar ik volg dat nog… fin, ik ben nog altijd geïnteresseerd in wetenschappen.  Als er zo een keer een uitzending is, of als er iets verschijnt in de krant of zo, dan volg ik dat wel.  Voor de rest is het ook zo dat ik niet meer terug kan natuurlijk.  Als ge, laat staan tien jaar, maar vijf jaar uit dat domein weg zijt, dat evolueert zo danig snel, dan kunt ge ook niet meer terug hé.

Uw diploma is waardeloos.

PL: Mijn diploma is nu vrij waardeloos geworden ja.  Ge hebt toch een zekere bagage.  Eigenlijk is dat het voornaamste als ge een opleiding volgt,  dat ge een zekere bagage hebt, er zijn er veel die niet altijd verder gaan in de richting dat ze gestudeerd hebben hé.

En hoe hebben jullie mekaar leren kennen?  Bent u ook van ter plekke? 

Vrouw: Ik was vroeger verpleegster.  Ik ben afkomstig van Koek…, van Keiem.

Keiem?  Waar ligt dat?

Vrouw:  Een deelgemeente van Diksmuide.

Nooit van gehoord.

Vrouw:  Ik was vroeger zelfstandig verpleegster, en ik ging rond, met een auto, de mensen, ja. 

En het is zo dat u…

Vrouw: En ik ging iemand gaan verzorgen juist voor zijn deur.

Is het echt?  Serieus?

Vrouw: Ja, en zo zag ik hem.

En hij zei: ik heb ook verzorging nodig.

Vrouw: Neenee…

PL: Later wel.

Vrouw: We zeiden goeiendag tegen mekaar.  En van het ene begon het ander te komen en zo ja…

Ja, dat is nog gevaarlijk zo hé, goeiendag zeggen tegen mensen.

Vrouw: jaja…

En als u weet hoe dikwijls dat hij goeiendag moet zeggen tegen andere mensen, bent u nooit bang zo dat ie????

Vrouw: Ja, neen, ge moet mekaar…

Ja, want zo’n mensen constant tussen het volk hé.

Vrouw: …toch ergens vertrouwen hé, ja.

Hoe lang is het al?

Vrouw: Dat we gehuwd zijn?

Ja, neenee, de eerste ontmoeting en…  Of zijn jullie meteen gehuwd eigenlijk?

Vrouw: Neenee…

Hij zei goeiedag en jullie trouwden.

Vrouw: Een jaar of veertien?

PL: 1991.

Het zal vijftien jaar zijn dit jaar?

PL: Ja.  Neenee, maar we zijn gehuwd in ’94 hé.

Vrouw: April ’94.  We hebben eerst gebouwd.

En meteen zo groot. Jullie zijn van rijk volk eigenlijk allebei?

Vrouw: Nee.

Of hij is van rijk volk?

Vrouw: Wij sparen, wij sparen een beetje hé.

Allez kom: zelfstandig verpleegster!  Ah ja, natuurlijk, u had dat diploma van chemie, doctor in de chemie. Dat is een branche die goed betaalt hé.

PL: We waren alletwee al dertig, en de dertig voorbij toen we trouwden, we hadden allebei al een jaar of acht gewerkt hé.  Ge kunt al wat meer als ge…

Dat is de best betaalde branche natuurlijk, de chemie…  En daar loopt u uit weg, maar allez!!!!  De fout van uw leven!  Hoe kun je…

PL:  Dat is een goed betaalde branche als je in de privé zit, maar ik heb nooit in de privé gezeten hé. Ik zat aan de universiteit, in Brussel aan de VUB.

En u bent eigenlijk doctor!  Zo van… 

Vrouw: Geen huisdokter hé, doctor, doctoraat.

PL: Dat is niet uitzonderlijk.

Het is een…bolleke hé.

PL: Ik heb wetenschappelijk onderzoek gedaan en een proefschrift verdedigd.

En dan houdt u zich met zoiets simpels bezig als de politiek eigenlijk? 

PL: Simpels?  Ik denk dat je daar toch een verkeerd beeld van…Simpel!

Vrouw: Burgemeester is niet alles hé.

Niet alles, maar het is toch veel hé.

Vrouw: Het is zeer veel.

Ge zijt toch wel trots hé.

Vrouw: Vroeger waart ge ook nog volksvertegenwoordiger hé, heb je dat al gezegd?

Ja, maar dat deed ie niet graag hé.

Vrouw: Neen, nie zo graag.  Burgemeester is wel …

Dat deed u er toch zo maar een beetje bij zo.

PL: Neen, toch niet.   Daar komt ook veel bij kijken.  Maar ik doe, inderdaad, als ge de twee tegen elkaar afweegt, ben ik veel liever burgemeester.  Het is een job…

En eigenlijk is dat onverantwoord om te combineren hé?

PL: Onverantwoord?  Het is moeilijk.  Als je het alle twee wilt goed doen, is dat zeer moeilijk combineerbaar. Maar ja, er zijn er veel die het doen hé.  Zelfs van grotere steden dan van Koekelare.

Ze kunnen dat niet deftig doen hé?

Vrouw: Tochwel. 

Ik geloof dat niet.  Dat zijn twee fulltime jobs.

Vrouw: Het is enorm lastig voor u, maar…

Ik hoor veel burgemeesters zeggen, die bijvoorbeeld fulltime burgemeester zijn:  Dat is niet te combineren.

PL: Het is moeilijk.

Bent u nu eigenlijk fulltime burgemeester?

PL: Nu ben ik fulltime burgemeester, ja.

U doet daar niets anders meer bij?

PL: Ik doe daar niets anders meer bij.

Ja, en kan dat huis hier afbetaald worden?  Zo’n kast van een huis.

Vrouw: Ja,  ge zijt ook al niet meer zo jong hé nu.  We hebben toch al een beetje gespaard. 

PL: Dat valt mee…

Vrouw: We hebben maar één kindje.

09:19 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

PATRICK LANSENS: SCHERVEN BRENGEN GELUK

Patrick Lansens van Koekelare is de allerallerallerallerlaatste burgemeester die u in 'Micro Zonder Zout' te zien krijgt.  Ik hoor zeggen dat de reeks na de verkiezingen misschien verder loopt, maar de zenders hebben er mij niet over aangesproken, plus ze laten me nu gaan, dus de kans is echt wel pieppieppieppiepklein dat ik de reeks nog doe.  Dus, Patrick Lansens is mijn allerlaatste burgemeester in de reeks 'Micro Zonder Zout'.  Laten we het zo zeggen.  Ik begin met hem in de woonkamer bij hem thuis.  Daar zit hij in zijn makkelijke zetel, die pal voor de tv staat opgesteld.  Daarachter is er een dubbele deur die openstaat, waar zijn bureau zich bevindt.

 

PL: Hoe moet ik zitten?  Op mijn gemak?  Of?

Jaja…

Is dat uw zetel burgemeester?

PL: Dat is mijn zetel.  Ik kijk altijd hier naar de televisie.  Ja.

Dat is uw troon eigenlijk thuis?

PL: Mijn troon?  Zo kun je het stellen.

En daar dan net achter uw troon, uw bureau.

PL: Ja, toen we ons huis ontwierpen, hebben we er bewust voor gekozen om een bureau te hebben die kon geïntegreerd worden in de leefplaats hier van de woning.  Omdat je anders altijd zo helemaal apart zit, en dat ik uit ervaring van vroeger ook weet dat je dat dan ook niet veel gebruikt.  En nu is dat plezant, ge kunt een beetje werken daar, en ge hebt toch voeling met de rest van het gezin.  

En met de tv, u hebt eigenlijk zicht op de tv van waar u zit?

PL: Ja, maar het is vooral tijdens de dag dat ik daar zit hé, ’s avonds zijn we nogal dikwijls weg hé, naar vergaderingen.  We zijn niet zoveel thuis ‘s avonds , en als we een keer thuis zijn ’s avonds, ja, dan probeer ik een keer mij te ontspannen en wat tv te kijken hé.

Dochter zet pralines neer op tafel.

Amai! Wat is dat hier allemaal?

Mevrouw : Snoepjes hé en koekjes.

Ach!  En dat is de rest van het gezin.  Dat is… uw echtgenote neem ik aan.

PL: En mijn dochtertje Nikki.

Nikki?

PL: Nikki, ja.  Tien jaar.

Nikki: Overmorgen.

Allez zeg, jaja.  En… Is de papa dikwijls thuis of…???

Nikki: Mmmm,…

Niet te veel zeker ?

Nikki: Toch meer dan vroeger.

Ah, meer dan vroeger, hoe komt dat? (gerommel in de keuken, lawaai van brekend glas)  Maar wat steekt die daar allemaal uit (loop naar de keuken).  Allo!!!  Gaat dat daar?  Gaat dat daar?  Wat is dat hier?  Wat is dat hier?

Mevrouw: De glazen stonden een beetje scheef (zit gehurkt bij onderste keukenkast).

Ah, het is hier proper!  Komt uw man hier ook dikwijls binnen?

Mevrouw: In de keuken?  Hij maakt soms een keer de zondag eten.

Serieus?

Mevrouw: Ja.

Dat heb ik echt nog niet meegemaakt hé, een burgemeester die af en toe kookt.

Mevrouw: Ja?  Hij kan goed koken.  Als hij tijd heeft.

Wat is zijn specialiteit zo?

Mevrouw: Woh, de zondag is dat steak of fazant, of kieken.

Serieus?

Mevrouw: Ja.   Iets speciaal van vlees met frietjes of zo.

En fazant, ook in tijden van vogelgriep?  Daar blijft hij aan vasthouden?

Mevrouw: Ja, wij kijken daar niet achter.

Ja, het is veilig hé…

Mevrouw: Doe het maar weg, het is goed…

En dus er stond een glas scheef, daar liggen de scherven…Jamaar, scherven brengen geluk hé…  Je hebt het waarschijnlijk… Je hebt het waarschijnlijk… Ik denk dat u het bewust gedaan hebt, om een beetje meer geluk te hebben hé.

Mevrouw: Goh, doe dat maar weg, het is goed.

JA, ik zal het wegdoen, jaja.   (ik kom weer living binnen) Zeg burgemeester, burgemeester!  Er was een glas gevallen!

PL: Och, dat is niet erg, scherven brengen geluk zeggen ze.

Mevrouw: (komt ook in living) Die glazen stonden gisteren scheef van…

Is het waar?   Maar het is hier allemaal zo proper en ordentelijk.  Zijn jullie allebei zo…

Mevrouw: Ja 

PL: Ja, we zijn wel ordelijk ingesteld, ja.  Een beetje orde en netheid. 

Mensen vullen mekaar dikwijls aan hé.  De één is dikwijls chaotisch, de ander proper, maar hier is het alle twee eigenlijk…  

Mevrouw: Ja, Patrick is ook, ja …

PL: Ja, ook naar mijn papieren en zo…   Ik heb een berg papieren  om daar nog een beetje de weg in te vinden moet je dat allemaal schoon ordenen, anders kun je er niet meer aan uit.

08:58 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

24-03-06

VOLGENDE WEEK DE ALLERLAATSTE BURGEMEESTER

Volgende week ziet u de laatste burgemeester van de lange reeks die we in 'Micro Zonder Zout' hebben mogen opvoeren.  Er waren er in totaal zeven die weigerden om mee te werken, zevenenvijftig anderen deden het wel.  En die zevenenvijftigste is Patrick Lansens, de burgemeester van Koekelare.  Hij is 42 en 12 jaar burgemeester van zijn gemeente.  Van opleiding is hij scheikundige.  Chemicus.  Nee, meer dan dat, meester-chemicus.  Hij is doctor in de chemie.  U ziet dus de doctor volgende week in de allerlaatste Micro Zonder Zout van het seizoen, en de allerlaatste Micro Zonder Zout over de West-Vlaamse burgemeesters.  Meteen ook het afscheid voor mij van de zender.  Ja, ik doe nog enkele maanden de filmblokjes in 'Zieta', maar dan ziet het er naar uit dat de West-Vlaamse tv het zonder mij zal doen.  Ik ben nu al ontroostbaar.

 

1.  Maandag ziet u Patrick Lansens bij hem thuis.  U maakt kennis met zijn vrouw Marleen, die nu huismoeder is, maar zeventien jaar lang zelfstandig verpleegster is geweest.  Ze hebben mekaar trouwens zo leren kennen.  Zij verpleegde een man die bij hem in de buurt woonde.  Toen ze de woning van de man verliet, zeiden Patrick en Marleen mekaar een goeiedag en de vonk sloeg over.  Intussen hebben ze met Nikki een dochtertje van tien. 

 

2.  Dinsdag vertelt Patrick Lansens dat hij graag op reis gaat.  Ook met zijn gezin.  Zo zijn ze tijdens de krokusvakantie nog op cruise geweest in de Caraïben.  Niet dat het iemands zaken zijn waar de burgemeester op reis gaat.  hij heeft net als iedereen recht op een privé-leven.  Het is niet omdat hij politicus is dat hij minder democratische rechten heeft.  Ja, want ook Koekelare is democratisch.  De burgemeesters die al generaties lang de democratie garanderen in de gemeente, hangen allemaal geschilderd en geportretteerd tegen de muur van de vergaderzaal van het gemeentehuis.  Zo ook Patrick Lansens.

 

3. U kon al raden dat Patrick Lansens geen zittend gat had, maar woensdag krijgt u ook te zien dat hij een luisterend oor heeft.  't Is een stille jongen, Patrick Lansens.  Maar zijn gereserveerdheid heeft ook haar goeie kanten, zo vernemen we.

 

4.  De burgemeester van Koekelare is een prille veertiger, maar aan sport doet hij niet meer.  Hij komt er niet meer toe.  Niet dat hij niet in sport geïnteresseerd is.  Wel integendeel.  Hij heeft in zijn jonge jaren lange tijd basketbal gespeeld en hij is nog altijd een enorm liefhebber van sport op tv.  Toch vindt hij dat hij zelf ook wel eens weer wat beweging kan gebruiken.  Daarom doet hij een oproep in deze allerlaatste aflevering van Micro Zonder Zout.

15:14 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-03-06

 NELE MOSTAERT, DE DOCHTER VAN WILLY MOSTAERT, VOETBALT BIJ DV FAMKES MERKEM

En hebt u nooit gezegd tegen Nele: ‘Maar Nele meisje, dat is nu toch geen sport voor meisjes!’

WM:  Ja, ik heb dat nog gezegd.  Jaja. In het begin dat ze voetbalde, ik was daar echt niet voor.  Ik zeg: dat is nu toch geen sport voor u.  Maar ja, op aandringen van een kameraadje van haar is dat… en ik doste me dan niet kwaad maken en ik zegge: gaat een keer mee voor één keer, voetbal, het is goed voor een keer, maar van een keer kwam nog een keer, en  zo heb ik dan toch gezegd: welja, als je gij dat graag doet, doe dan maar voort hé.  En het is nu al een jaar of tien zeker dat ze voetbalt.  Ze is er nu 24.   Of dat ze het nog lang gaat doen, ik weet het niet.  Voor mij is dat nu… Ik heb daar geen bezwaar meer tegen. In het begin was het, ze ging dan nog naar school en natuurlijk, dat voetbal zat meer in haar hoofd of haar les leren.  Ze heeft nog bij tweede nationale gespeeld maar dit jaar is ze een beetje gezakt van…

Jaqueline: Door de verre verplaatsingen, ze zag het niet meer zitten.  Ze moeten naar Limburg, naar Antwerpen, naar Brussel…  Het is te ver.

Burgemeester, en als u hier bent, kijkt u dan ondertussen ook eens naar de mooie meisjes?

WM: Ik kijk ook niet met mijn ogen toe hé (lacht).  Allez, potverdikke, ik denk dat u ook zo zijt hé.  Een keer met een fijn oogje kijken naar links, of naar rechts…

Maar neen, ik kijk naar u…

WM: Allez, als je daar een brokske schoon vlees ziet, ja hé, dat je zegt: potverdikke…

Bent u zelf ook sportief?

WM: In de tijd deed ik vroeger nog eens een toer met mijn fiets, maar ook minder of vroeger, ik heb ook minder tijd.  Als burgemeester heb je de zondag ook al eens een verplichting, het is een keer kip aan het spit voor een vereniging, en dan is uw zondag ook vor een deel toch…

Kip aan het spit?

WM: Ja, of euh…

Krokodil aan de gril?

WM: Dat heb ik nog nooit gegeten, ik weet niet hoe het smaakt… 

Ik denk dat ze last heeft van haar rug, want ze staat voortdurend met haar handen in haar rug…

WM: Nu niet meer, nu niet meer…

Ja, of misschien is ze zwanger, want zwangere vrouwen doen dat ook zo hé .

WM: Dat weet ik niet hé, maar ik peins het niet, gow…

Ik zou het haar toch eens vragen, burgemeester…

WM: We gaan het tegare een keer gaan vragen.

Zie je, kijk!   Het is dat dat ik bedoel hé.

WM: ZE is ten volle in concentratie met haar voetbal…

 

Op de foto zie je Nele onderaan als derde van links...

Zeg, het is een brute zuh…

WM: Ge moogt gerust zijn, ze kan goed haar mannetje staan hé

En technisch? Is ze eigenlijk technisch een beetje verfijnd?

Jaqueline: Ja, wat zou je zeggen?

Vriend: Ja, joeng, ja…

Oe!  En wie bent u?

De vriend: Ik ben de vriend, de vriend van Nele.

Ah, de gelukkige eigenlijk.

De vriend: De gelukkige.  Ge kunt het zo noemen hé.

Of de ongelukkige.

De vriend: Het is te zien hoe dat je het opneemt hé.

Ja, want een vrouw hebben die voetbal speelt, ik zou zeggen van: de ongelukkige hé.

WM: Het is al de eerste dag niet meer dat je ze kent hé.

De vriend: Jaja, je leert daar mee leven hé.  Ge moet wel. Ge kunt niet anders hé.

En is ze overal zo bruut, anders het is nogal een heftige hé.

De Vriend: Woh, ge moet dat een beetje tactisch aan boord leggen hé, dan lukt dat wel.

Zeg, dus u moet eigenlijk schoonvader zeggen tegen de burgemeester?

De vriend: Ja.

Ah, u bent getrouwd met de…?

De vriend: Nog niet, nog niet.

Ah, nog niet.  En u gaat trouwen?

De vriend: Misschien wel.

Ah, u bent het nog niet zeker? U bent ze nog wat aan het uittesten?

De vriend: Ja.

Burgemeester! Die jonge gasten van tegenwoordig!

De vriend: Een proefperiode hé.

En u laat dat allemaal maar toe?

WM: Hewel ja, de dag van vandaag, ik heb daar niet veel meer aan te zeggen zeker?

Is het serieus?  Is het serieus?

WM: Ja. Een beetje hun eigen gang laten gaan.

U hebt zich daar makkelijk mee verzoend eigenlijk met het idee van: ah, mijn dochter gaat samenwonen, zonder dat ze getrouwd is.

WM: Hewel ja.  Kom, dat is nu zo’n tijd.

Maar u  bent daar precies niet gelukkig mee?

WM: Boh ja.

Ah, u bent daar gelukkig mee.

WM: Voor mij is dat om het even.  Ik zegge het, ik laat dat aan hen over hé.   Ik heb daar niet over te beslissen.

RUST

En hier is ze: Nele Mostaert, een pikante dame!  U bent nogal een heftige.

Nele: het schijnt.

En uw papa was daar eigenlijk niet zo blij mee dat u begon te voetballen?

Nele: Nee.

WM: Ik moet me daar een beetje bij neerleggen hé, bij dat voetbal.  Als die microbe er in zit.

Ik zou me hier niet leggen hoor, het is nogal modderachtig…

WM: Moeder is liefhebber van het voetbal.  Ge leert daar mee leven hé.

Nele, we zien u straks terug.

Nele: Ja, ja!

Ik wou nog iets vragen: u bent toch niet zwanger?

Nele: Neeneen!

Ze is dus niet zwanger.

WM: Het is al een geruststelling hé.

Anders het zou natuurlijk mooi geweest zijn om hier het blijde nieuws te melden, maar euh…

Nele: Nog niet, oké, ik ga…

Dus nog even wachten burgemeester… Dus, de stand is 0-1 voor het moment.

Nele: Ja, 0-1.

En u loopt hier toch te lachen!

Nele: Ik weet het; ik was kwaad dat we achterstonden! 

WM: Allez, achter de tweede team beter.  Vooruit wè!

Nee achteruit!  Nee vooruit!

WM: We gaan koffie drinken hé.

 

 

Uiteindelijk wint DV Famkes Merkem de wedstrijd met 3-2

20:52 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

BURGEMEESTER MOSTAERT BIJ DE UITBATER VAN CAFé 'IN DE VREDE'

Komt de burgemeester hier eigenlijk dikwijls?

Uitbater: Ja, het gebeurt regelmatig…

Maar niet genoeg?

Uitbater: Niet genoeg. (lacht)  Je moet dat een beetje gewend komen hé dat bier.

Zeg, en die paters die zijn hier eigenlijk niet te bespeuren?

Uitbater: De paters, die zitten achter hun muren hé, die komen hier niet.

Nee? Komen die nooit onder de mensen?

Uitbater: Zij hebben genoeg bier, ze moeten hier niet komen hé.

Die voorraad bier wordt echt strikt aan banden gelegd, maar hier is er altijd bier te krijgen?

Uitbater: Hier in het café zorgen we dat er genoeg bier is, soms gebeurt het dat er iets niet te koop is in de winkel, maar doorgaans is er hier genoeg bier, ja.

Doorgaans? Gebeurt het dat er ook hier te kort is?

Uitbater:  Het is al gebeurd.  Dat er een klein beetje gebrek was aan blond bier, maar de twaalf graden, daar zijn we nog niet zonder gevallen.  En we hebben nog altijd cola (lacht)

En de burgemeester is hier af en toe.  Ik zie: hij is echt wel liefhebber van het bier.   Is het al voorgevallen dat u er iets te veel geprobeerd had?

WM: Hewel, we zijn nog handje in handje met mijn vrouwtje hier naar buiten gegaan, hier gestapt, ja dat kan.  We moeten dat niet afliegen.

Uitbater: Mekander vasthouden.

Dat is omdat u zo romantisch bent.

Uitbater: We zouden best nog eentje drinken zeker.

WM: Iedereen die hier buiten komt, gaat niet buiten al schreeuwen, ge komt hier buiten al lachen.

Uitbater: Mensen komen hier aan, tamelijk serieus, en als ze hier een tijdje zijn, dan, ze gaan wel blij naar buiten.

Ja, maar ik zie het ook al gebeuren bij de burgemeester.  Die was heel ernstig toen we hier binnenkwamen.

WM: Dat is een goeie massage voor de lachspieren (lacht). Jamaar, zeker dat.

Burgemeester, eigenlijk zou u hier zo ergens uw gemeentehuis moeten situeren, want uiteindelijk is dit hier het echte attractiepark van de gemeente hé?

WM: En als we dan de ernstige gesprekken moeten voeren, is dat ook hier?

Jamaar, dat is goed om de contacten zowat te bewerken hé.

Uitbater: Ja, ge zoudt moeten uw bureau hier hebben hé.  En spreekuur, ja.

Valt dat te regelen?

Uitbater: Ja, dat valt te regelen, dat is geen probleem.  Maar of dat er nog veel zal te bespreken vallen? (lacht)

Zeg maar, hoe zit dat eigenlijk met u: bent u eigenlijk ook een pater?

Uitbater: Neen, nog niet.  Maar dat kan komen.

U werkt er aan?

Uitbater: Dat kan komen, ik werk eraan (lacht)

Wat verwacht u nu eigenlijk met, met, we mogen toch wel bijna zeggen die hype rond het bier? Is dat een tijdelijke hype, of wordt het alleen maar erger en erger?

Uitbater: Ik heb de indruk dat het toch nog lang niet over is, dat het een tijd zal duren vooraleer ze West-Vleteren weer vergeten zijn.  Want het komt eigenlijk al, het is al van verleden jaar in de zomer.  We zijn bijna zomer 2006 en het wordt nog steeds erger, ja. Maar of er bier genoeg zal zijn om op E-Bay te verkopen, dat is de vraag hé.   

 

Ja, want dat is nu het laatste nieuws hé, inderdaad, er wordt nu geboden op E-Bay.

Uitbater: Dat is het laatste nieuws.  Maar dat gebeurt met goeie wijn ook hé.

En wordt u daar nu katholiek van burgemeester?

WM: Maar u hebt dat al gevraagd hé.

Neenee, u hebt te veel gedronken.  Ik heb dat nog niet gevraagd. Hij begint dingen te denken die er niet zijn.  En dingen te horen die er niet zijn.

WM: Neenee, katholieker van, ik denk het niet.  Ik blijf zoals ik ben.  Ik ben geen geus hé.

Het is dus niet op basis van wijwater.

WM: Neenee, dat zal het wel niet zijn (lacht en neemt nog een slok) 

Ze zeggen altijd: je mag niet te diep in het glas kijken, maar in zo’n glas kijk je sowieso diep hé.

WM: Het is ook één van 33 cl.  Het moet een beetje een groter volume hebben hé.

Uitbater:   Het is omdat het bijna leeg is.

Dan kun je er beter diep in kijken.

Uitbater: Voila.  We gaan hem dan weer vullen.

WM: Op het gemak, op het gemak, op het gemak.  Niet ware, als ze reclameert thuis, als ik er twee gedronken heb of drie, de reclamaties zijn toch hetzelfde.

Ah dus, laat u maar gaan hé. De reden waarom dit nu het beste bier ter wereld is?

Uitbater: Ja, dat is natuurlijk een moeilijke vraag.  Het zal één en ander wel te maken hebben met goeie ingrediënten, maar ook een klein beetje met het mystieke errond.  Doordat het moeilijk te verkrijgen is, dat zal wel een rol spelen, denk ik.

Ah ja, dus,… De methode is, een bier brouwen dat niemand kan krijgen en iedereen wil het.

Uitbater: En pater worden hé (lacht)  (burgemeester schatert) 

Daar gaan we aan werken ja, dank u voor de tip, ik zocht nog een nieuwe job.

Uitbater: Jaja, in de brouwerij.

Het is in ieder geval leuker om van zo’n gemeente burgemeester te zijn, dan van Spa.  In Spa kun je…

WM: …water drinken tot dat je een buik hebt van dat… (lacht en neemt nog een slok)

08:52 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

BURGEMEESTER MOENAERT EN HET PATERSBIER VAN WEST-VLETEREN...

Burgemeester, mensen zijn toch onnozel hé, ze staan hier allemaal aan te schuiven voor….

WM:Dat is al van vanmorgen acht uur.  We zijn nu vier uur in de namiddag en het is acht uur en ze staan er nog.  Nog dertig auto’s.  En ze staan er nog.  Ge kunt gaan denken  hé.

En ze komen met heel rare modellen aanschuiven.

Chauffeur: Het is geestig hé voor een bak bier te hebben.

WM: Ge moet geduld hebben hé.

Chauffeur: Ge moet meer dan dorst hebben hé (ze rijden door)

Is dat bier eigenlijk zo lekker?

WM: Dat moet zijn.

Ja, u moet het weten.  U bent van hier.

WM: Ja, het is lekker bier.  Maar ge moet dat op uw gemak kunnen drinken.  Het is niet voor te zeggen: ik ga daar nu drie paters bier drinken aan een stuk.  Ja, als ge surtout als ge er drinkt van 12 °.  Het is al zo straf als wijn hé.

En het is dus zo, mensen mogen maximum één bak meenemen.

WM: Twee bakken, twee bakken…

Twee bakken?  Ah ja.  Maar u als burgemeester, u hebt waarschijnlijk bepaalde privileges, u kunt waarschijnlijk zoveel krijgen als u wilt?

WM: Ja, maar ik heb het gezegd hé, ik drink normaal thuis geen pater, ik kom normaal hier op mijn gemak één drinken in het café. Voor mij is dat geen probleem, dat is niet zo ver om een keer een pater te komen drinken.

Ah, thuis, nooit?

WM: Nee, of toch niet van hier. 

Zeg maar, men zegt nu, dit bier heeft nu de titel van het beste bier ter wereld,…

WM: Jazeker.

Is dat nu het beste bier ter wereld?

WM: Het moet zijn van ja hé, als ge de files ziet, als het moest slecht zijn, dan gaan ze hier niet staan hé.  Ja, dat is goed bier, het is natuurlijk zwaar bier, maar euh ja, natuurlijk, er wordt er hier in de abdij maar gebrouwen, zoveel en dan stoppen ze ermee, en niet meer, zodus het is moeilijk te krijgen, zogezegd.

Zogezegd.

WM: Ja, tochwel.  Jaja.  Ge kunt er niet meer krijgen ja.

Zelfs u niet.

WM: Nee (aarzelend), u bent bijzonder curieus.  Dat zou misschien wel lukken, maar nee. Ik vraag er niet achter, neen, twee bakken, ik vind, ik zou content zijn met twee bakken, maar ik zeg het, ik drink geen patersbier thuis, ik kom er hier zelf één proeven.  Met mijn vrouw, of een familielid of een vriend of zoiets. Ja, ge moet geduld hebben hé.  Ge moet het er voor over hebben, surtout als ge van ver komt.  Ik weet niet of ik zou komen, ik betwijfel het.   

Dat is waarschijnlijk zo hé, als je …

WM: Als ge heel uw dag moet opofferen voor twee bakken bier,  ge moet het er echt voor over hebben.

U bent niet echt liefhebber?

WM:  Van patersbier?

Ja.

WM: Jawel, liefhebber, ik drink dat, maar met mate.  Natuurlijk. Ik kom er hier op mijn gemak één drinken of twee, op mijn gemak, en daarmee is het genoeg.  Jaja, anders als ge chauffeur zijt, moet ge toch ook nog een beetje opletten hé (lacht) Ik denk als je er twee van twaalf drinkt, ik denk dat ge dan over de limiet zit, over nul komma zoveel. Als ge moet blazen.

 

Even later zitten we binnen in Café 'In De Vrede', het café dat vlakbij de abdij ligt en eigenlijk bij de abdij hoort.  Daar kan je het bier proeven.  En dat is ook wat we doen. 

En wordt u daar nu katholiek van?

WM: (lacht) Ik weet het niet, de ene misschien wel, de andere niet.  Ik weet het niet.

Of u was misschien al katholiek?

WM: Ik ben gene geus, maar (lacht)  Allez, ik ga nog een keer proeven, hij smaakt verdikke goed (neemt slok)

Ja, het zijn ferme slokken die u neemt hé?

WM: Vindt ge van ja?  Ja, hij mindert rap hé.

Aan wie ligt het?

WM: Het is omdat het smaakt hé.  Allez, voor mij is dat eigenlijk een goeie lekkernij hier.  Of lekkernij.  Het is een goeie drank. 

Zeg maar, u kunt er eigenlijk niet meer onderuit zeker?  Als iemand naar uw gemeente komt, ja, dan willen ze waarschijnlijk iedere keer de abdij aandoen?

WM: Als ik iemand heb, als ik Vleteren noem, dan zeggen ze: is het de streek van dat patersbier?  Ik zeg: Ja.  ‘Hewel ja,’ zeggen ze, ‘als we een keer komen naar de streek, we gaan één gaan drinken’, dan gebeurt dat af en toe dat iemand van honderd kilometers ver komt een pater drinken.  Dat gebeurt af en toe.

Ja, en u kunt waarschijnlijk veel bekomen door dat bier?

WM: Zou dat zo verleidelijk zijn?

 

 

(smeert mostaard op zijn boterham met kaas) WM: Het is niet van mijn fabrieke wè. 

U bent dus Willy Mostaert, en hebt u nu een speciale voorkeur voor mostaard?

WM: Niet speciaal.  Ik vind dat kaas daarbij past en een beetje mostaard op de kaas.

En werd u daar niet dikwijls mee geplaagd met die naam: Mostaert? Zo van: Willy is een straffe.

WM: In mijn kinderjaren wel en als ik bij het leger was ook.

En wat zeiden ze dan?

WM: Mmmm???

Wat zeiden ze dan?

WM: Mostaard, hewel, waar is pickles?   Ja, ik heb die naam gekregen van mijn vader en mijn vader van zijn vader, maar van waar dat afkomt, ik kan dat moeilijk zeggen.

Maar naar het schijnt zouden uw voorouders mayonaise geheten hebben.

WM: Bestond dat toen al? (lacht)

 

(Neemt nog een slok) En naar wat smaakt dat nu?

WM: Naar wat smaakt dat?  Naar bier hé (lacht).

Ah jaja.  Nee, omdat ze zeggen: het beste bier ter wereld.

WM: Het heeft toch een pittige smaak.  Ik weet niet of mijn smaakpapillen nog even sterk zijn als vroeger,… het is een goed bier.

Maar dat bier moet dus iets hebben dat andere bieren niet hebben.

WM: Het moet zijn van ja hé.

En wat is dat voor u?  Wat heeft dat bier voor u dat andere bieren niet hebben?

WM : Het heeft misschien een beetje, tegenover andere streekbieren, een zoetere smaak.

Ja?

WM: Ik vind van wel.

Het is meer een vrouwenbier dan eigenlijk?

WM: Vrouwenbier is het ook niet hé, ja. Het is zoeter, pittiger, zoeter, ik weet niet wat ik er nog meer moet aan toevoegen. Het gaat nog niet subiet verdampen hé.

Ik dacht: ik kijk of het niet verdampt, maar er gebeurt niets.

WM: We gaan het de gelegenheid niet geven (lacht) 

 Ja, u bent eigenlijk in uw functie nu verplicht om dat lekker te vinden hé.

WM: Ja, maar had ik die functie niet, dan vond ik dat nog lekker. De dag dat ik geen burgemeester ben, kom ik zeker nog regelmatig en met veel plezier. 

08:36 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

21-03-06

WILLY MOSTAERT BEZOEKT DE MOLEN VAN OOST-VLETEREN

WM: Die molen komt eigenlijk uit Gyverinkhove, en destijds heeft de voormalige burgemeester Demeester die molen opgekocht en naar hier overgeplaatst en hier dan ja, hier geplaceerd.

Molenaar: In 1974 werd hij dus plechtig ingedraaid met de eerste molenstoet en nu hebben we dus euh.. na enkele jaren van rust heeft het feestcomité dat terug opgerakeld en hopen ze nu om de vijf à zes jaar terug de molenstoet te laten doorgaan, eigenlijk met succes hé, de laatste twee uitgaven waren prachtig succes.

WM: Mooi weer. En die voormalige burgemeester, Demeester, heeft dan die molen geschonken aan de gemeente.

Dat was nog een goeie burgemeester!  Wat zult u schenken?

WM: Geen molen hé, ik heb er geen.

Die hebben ze al hé…  De vorige burgemeester heeft een molen geschonken, van u kunnen ze een klap van de molen krijgen.

WM: Ja, maar qua onderhoud van de Vlaamse Gemeenschap krijgen we nog wat subsidies  om in ere te houden hé, ja.

 Molenaar: Het is een staakmolen en de volledige molenkast rust dus op die staak hé, dus kan ook draaien in 360 ° rond zijn as…

Serieus?

Molenaar: Dus ja, nu hebben we noordwestenwind, maar als we morgen bijvoorbeeld, allez ik zeg maar iets, zuidenwind hebben, dan moeten we die molen kunnen verkruien hé.  Dus kunnen we die molen beneden, met het kruiwerk, van paaltje naar paaltje kunnen we dus die molen verplaatsen, allez, eigenlijk verdraaien op zijn staak, niet verplaatsen, maar verdraaien op zijn staak.

Dus kan het zijn dat wij hier passeren en dat de wieken gewoon aan de andere kant staan.

Molenaar: Jaja.  Dat is dus het grootste herkenningspunt van een staakmolen, de staak en dat hij dus kan draaien op zijn staak.

23:28 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

WIM MOSTAERT, ZOON BOERT NET ALS ZIJN VADER

Bent u eigenlijk blij dat hij de zaak overneemt?

WM: Ik denk dat er toch altijd boeren zullen moeten zijn hé.

Ja, tuurlijk, maar met al die berichtgeving over hoe moeilijk het wel wordt… Ja…

WM: Natuurlijk ja.  Tuurlijk, als je echt goeien boer zijt en ge jeunt u in uw bedrijf en als ge er een goeie frank kunt aan verdienen.  Ik denk dat ge dat beroep zeker niet moet versteken.

Maar kan dat nog?

WM: Dat kan als ge het goed doet en goed meent.

Zoon Wim: Als ge een schoon frankske verdient, akkoord, maar als ge jaren werkt tegen verlies, dan ga je ook wel eens denken: ‘wat doe ik hier nog?’ of ‘wat moet ik doen?’

Bent u niet ongerust?  Hebt u bij momenten niet gedacht: Misschien moet hij het toch niet doen en moet hij iets anders in de sector zoeken?

WM: Goh, ik heb hem daar volledig in vrij gelaten.  Als ik hem zou zeggen: ‘Gij moet dat doen,’ en hij doet dat ook niet graag, dan is het ook niet goed hé…

Net zoals hij zijn eigen vrouw moet kiezen, moet hij ook zijn eigen beroep kiezen.

WM: Voila, dan zijn we er.

23:24 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

WILLY MOSTAERT, DE REIZENDE BOER

Eén van de nadelen, er is zo een liedje hé, van ‘Guus kom naar uus, want de koeien staan op springen,’ zo van hé…En dat is van een boer die op vakantie wil, maar dat gaat nooit hé, want hij moet naar huis voor de koeien en zo, jullie hebben dat waarschijnlijk ook meegemaakt…

WM: De eerste 25 jaar zijn we nergens naartoe geweest.  Als er een keer een dagreis was, dat was ook alles.  Maar nu de laatste vijf, zes jaar doen wij onze jaarlijkse reis, sedert dat onze zoon helpt op het bedrijf. Dat gaat hé, nu kunnen we ervan genieten, en we profiteren ervan ook, als het mogelijk is.  Jazeker.  Ik denk… We kunnen vandaag nog naar hier en naar daar, maar dat wil niet zeggen dat we dat volgend jaar nog kunnen. Ge kunt iets tegen… uw gezondheid kan u voor een deel tegenhouden.  Ja, ieder jaar doen we onze jaarlijkse reis.

En naar waar dan?

WM: Goh, dat is om het even waar.  We zijn in Frankrijk al eens geweest, naar Oostenrijk een keer of drie, Duitsland, ja.  Ja, meer naar het zuiden, onze trek is nog altijd meer naar zuiderse landen.  Nu, de noorderse landen gaan misschien ook nog hun beurt krijgen, als het mogelijk is.  

 

Toen we 25 jaar getrouwd waren, zijn we voor de eerste keer voor acht dagen weg geweest, en we hadden de smaak te pakken  en sedertien mijn vrouwtje, als ze moet inschrijven, ze schrijft op tijd genoeg in dat er nog plaats is of met de bus of kweet niet wat, ja. 

En die eerste reis, bij het zilveren jubileum, naar waar ging die dan?

Jacqueline: Oostenrijk.

WM: Dat was naar Oostenrijk, ja.

Jacqueline: Salzburg, Salzburgland.  Was dat.

WM: En dat is ons goed bevallen, en sedertdien gaan we ieder jaar voor een dag of acht, dat moet niet meer zijn hé, ik vind dat lang genoeg. Ge zijt een keer uit alles, een keer weg van de politiek, een keer weg van het landbouwbedrijf, voor het, van alle zorg en kommer, ge zijt er een keer een week uit en ge hebt daar deugd van. En dan komt ge terug thuis, ontspannen…en ge moet weer actief…

Weer klaar voor de miserie.

WM: Miserie… (lacht)

Het is toch dikwijls zo hé, politiek.

WM: Jazeker, ge moet dat ook een beetje relativeren hé,  ge moogt niet gaan slapen met altijd andermans miserie. Ge moogt dat niet te naar nemen, want uw gezondheid kan er ook van kapot gaan.

23:21 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

19-03-06

HET LITTEKEN VAN BURGEMEESTER WILLY MOSTAERT

Ik was al bezig geweest tegen de burgemeester van Vleteren over hoe gevaarlijk de job van landbouwer wel is.  Je kunt trappen krijgen van paarden en koeien.  En zo kwam het dat ik hem op het erf probeerde te vragen waar dat litteken op zijn voorhoofd precies vandaan komt. 

 

Zeg burgemeester, ik zie hier zo een zwaar litteken op uw… Is dat ook van euh???

WM: Neen, als ik dat mag zeggen, ik heb een hersenbloeding gehad.  En ik ben geopereerd geweest en dat is een restantje, of toch een litteken, ja.

Ja, neen…Ik dacht : dat is eventueel van…

WM: Neenee, dat is van…

Amai, dat zal u dan toch wel zwaar aan het denken gezet hebben.  En dan neemt u nog zo’n verantwoordelijkheden…

WM:  Ik ben gow, redelijk goed hersteld. Ik zal niet zeggen zoals vroeger, maar ik heb, ik weet het einde, ik ken mijn grenzen, ik zal het zo zeggen… Ja, daar heb ik door het oog van de naald gekropen.  Door het oog van de naald gekropen.

Maar als je zo’n dingen voor hebt, zou je misschien zeggen: ‘Ja, ik ga het kalmer doen,’ maar u doet er nog een schepje bij eigenlijk?

WM:Een schepje bij?  Ja, ja…

U hebt het bedrijf, en u gaat dan ook nog eens…
WM: Dat gaat voorlopig. Tuurlijk, het is een beetje een handicap, maar ik ken mijn grenzen.  Ik weet waar ik aan begin.  En waar ik moet stoppen.

En zegt u dat dan nooit?  ‘Maar Willy, maar waar begin je nog aan?’

Jaqueline: Hij moet zichzelf voelen, hoe ver hij mag gaan.   Ja, kom, het gaat.

Kwam dat door de stress eigenlijk?  Of hoe krijg je zoiets?

WM:  Neenee, dat was een aangeborenheid.  Een anorisma, of hoe noemen ze dat nu? Dat is een adertje met een bultje op. Je kunt dat best vergelijken met een binnenband van een fiets, met een blaas of een bult op en dat is gesprongen hé.  En ja. Tuurlijk, gelukkiglijk was het op een een goeie plaats, waar zij bij konden, konden opereren.  Ze hebben dat adertje vastgezet, en ik ben er gelukkig goed van af gekomen. Tuurlijk, met wat narigheden. Toch tamelijk rap vermoeid.  Recuperatievermogen is toch wat minder. Of heel wat minder, ja.

Gelukkig dat de zoon er dan was?

WM: Tuurlijk, tuurlijk.  Dus ja.  Dat is mijn handicap.  Maar toch, al bij al, ben ik toch content dat ik nog hier kan rondlopen en toch met alles bezig zijn, ja.

En is het dan een beetje halsoverkop moeten gaan?  Bent u dan zo een beetje het bedrijf ingeworpen?

Zoon: Ik was al thuis, ik wist al een beetje ,  ik wist al hoe de draai en keer en waar , zat, en dan vijf, zes weken, en dan de recuperatie, twee, drie maanden dat ’s ochtends de eerste en s’ avonds de laatste moet zijn.

U bent het al een beetje gewoon op die manier?  Hebt u eigenlijk landbouwschool gedaan?

Zoon:   Ik heb zes jaar landbouwschool gedaan in Poperinge.  Graag naar school gegaan, maar niet graag geleerd.

23:10 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

HET GEMENGD BEDRIJF MOSTAERT

De boerderij van Willy Mostaert is een gemengd bedrijf.  Hij en zijn zoon leggen uit wat dat precies is.

WM: Een klassiek bedrijf ja, met koeien en varkens.

Zoon: Wat… en patatten hé.

Beesten en groenten en …

Zoon: Neenee, geen groenten.  Nee, dat doe ik niet, dat is niet aan mij besteed.

Jamaar gemengd, wat is er zo gemengd aan?  Dat het voor jongens en meisjes is?

Zoon: Je hebt gespecialiseerd, zuiver varkens en zuiver koeien, maar hier is het van elk de helft zo een beetje.  Jaja.  Het enige voordeel is, als het ene wat minder gaat, de andere tak is dan een beetje goed.

Concentreert u zich meer op de koeien momenteel dan op de varkens?  Of andersom?

Zoon: Ik persoonlijk?

Het bedrijf?

Zoon: Het bedrijf.  In allebei de takken moet je alles in orde doen hé, maar voor de koeien ben ik nog een beetje meer liefhebbers dan voor de varkens, dat wel.

Ja, waarom?

Zoon: Het zijn schonere dieren dan varkens.  En met de melk, met de melk is er nog altijd iets te verdienen hé.  Bij varkens, als de prijzen slecht gaan.

Ja, die varkensmelk is niet zo goed hé…

Zoon: Het is zoveel te beter dat je koeien hebt.  Je hebt een vast inkomen hé. 

23:04 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

BOERENZOON ZOEKT VROUW

Willy Mostaert, de burgemeester van Vleteren, heeft een zoon die nu al heel veel werk voor zijn rekening neemt op de boerderij, en die binnen afzienbare tijd de boerderij zal overnemen.  Maar eerst moet hij nog een vrouw vinden. En we hadden de burgemeester beloofd dat we zouden helpen zoeken.  Wat voor een vrouw moet dat zo zijn?

 

 

WM: Och, het is om het even, als hij maar een goeie vrouw heeft, wat een goeie gezin is, ze moet zij niet van boeren afkomstig zijn, of gelijk wat. Als hij een gezin heeft, en als zij zijn potje kan klaarmaken, ze zal zij zich wel aanpassen op de boerderij.   Als dat gaat. De dag van vandaag, er zijn weinig vrouwen die nog gezind zijn om mee te helpen in de boerenstiel.  Het is een kwaaie, een kwaad beroep gekomen, kwestie van financieel en ja, met alle soorten van vergunningen die je moet hebben, het is met milieu, het is met gelijk wat.  Maar kom, hij ziet het nog zeker goed zitten.  Hij is nu 27 jaar, ik ben content ervan, hij kan goed zijn mannetje staan hier.  Anders ik ben veel buitenshuis.

Ah, hij runt al de boerderij voor een groot deel? U doet eigenlijk al niet te veel meer.

WM: Weinig, heel weinig.

Is het serieus?

WM:  Af en toe, ik doe dat meer een beetje om de spanning eruit te krijgen, aangaande politiek. Dat doe ik nu een beetje om mij te kunnen ontspannen.  Dan kan ik me uitleven zo, tussen mijn dieren, op mijn veld.  Of gelijk waar.

Ah, het burgemeestersschap is eigenlijk de hoofdjob geworden?

WM: Jazeker, wel, dat komt eigenlijk als fulltime job voor mij. Praktisch fulltime, laten we het zo zeggen.

Bent u daar eigenlijk content mee?

Jaqueline: Ja, ik moet mij aanpassen hé.

Maar had u niet liever dat hij een beetje meer met de zaken hier bezig was?

Jaqueline:   Dat doet hij toch hé.

Ah toch.

Jaqueline: Jaja. Als hij thuis is, is hij toch nog mee met alles. 

WM: Jaja, ik ben nog met alles mee, ge moogt gerust zijn.

Ah ja, toch?

WM: Ik ben dikwijls de eerste en de laatste man als het er op aankomt.  Het is niet dat ik mijn zoon nederwaardeer hé, neenee, hij doet dat heel goed, maar ik vind als we goed samenwerken, dat dat de ideale manier is van werken is hier op het bedrijf.

 

 

We komen buiten en daar loopt Wim, de man voor wie we een meisje zoeken.

 

Ah, het is voor u dat we een meisje moeten zoeken…

Zoon: (lacht) Ja, misschien wel, ik weet niet.

En wat moet dat zo zijn?

Zoon: Het is al gelijk.

We zouden best serieus eens kijken hé.

Zoon: Als het een goed meisje is en als ze een beetje kan werken,…

En van rijk volk?  Of zorgt voor het inkomen?

Zoon: Ja, ik of euh… Hewel ja

Blond, bruin?

Zoon: Het is om het even.

B-Cup, C-Cup?

Zoon: Ja maar ja, het heeft allemaal geen belang dadde.

De seks is toch ook niet onbelangrijk hé.

WM: Ik zal daar niet over oordelen hoor.

Zoon: Als ze goed is met … is het al stijf wel voor mij.

De burgemeester had gedacht aan een verpleegster, hij zei: als hij dan eens een stamp krijgt van een paard.

Zoon: Zou het nodig zijn ja?

Burgemeester, het is beter dat we een beetje alles voorzien hé?

WM: Dat kan iemand anders ook nog doen hé, als het geen verpleegster is.

Zoon: Of een secretaresse kan ook goed van pas komen.

Een secretaresse ook?  Ja, ofwel zoeken we er meteen een paar hé.

Zoon: Tegenwoordig, papierderie en heel de boel, er komt veel werk bij kijken.   Dus ja, we gaan het zien hé.

WM: Allez, toon een keer met wat dat ge bezig zijt nu.

Ja, het is dat!  Waar HIJ mee bezig is.  Hij doet niet veel meer zeker op het land?

Zoon: Nee.

Ja, is het waar?

Zoon:  Hij is meer weg, of dat hij dikwijls een keer thuis is ook.  Nu, ik ga je zeggen, het is een kalme periode, maar er zijn keren dat je zegt: ‘Godverdikke, hij is weer weg en ik heb veel werk’,  dat je zegt: ‘Waar zit hij nu eigenlijk weer?’ Dus ja.

Burgemeester, u laat het eigenlijk allemaal een beetje aan uw zoon over.  Zo is het makkelijk hé, zo is het makkelijk, zo van: ik zal wel aan politiek doen.

WM: Dat valt al nog mee hé.

Zegt ie. Dat valt al nog mee.  Zegt ie hé

Zoon: Voorlopig. In de winter is dat te doen. Het is dikwijls een keer in de uitkom dat ik zegge: godverdikke, waar zit ie nu eigenijk weer?  Maar anders, het is doenbaar, ik ga het zo zeggen.

 

Bijvoorbeeld nu, het is weer typisch hé, zij staan er alletwee proper gekleed op…en u staat hier hé, in overall.

Zoon: Ja, maar ja, er moet iemand met het werk voortdoen hé.

Jamaar, die toekomstige vrouw van u, die zal niet veel op haar schoonouders moeten rekenen.

WM: Tochwel.  We willen gerust een handje komen helpen als het nodig is.  Zeker dat.  Wij hebben gaan geen van onze kinders in plan laten, dat gaan we zeker niet doen, neen, neen, ik vind dat zou niet fair zijn hé ja.Wij hebben in de tijd ook hulp gekregen van ons ouders, en ik vind dat dat onze plicht is van onze kinderen van hetzelfde te doen.

Burgemeester, wat had u eigenlijk liefst gehad: een brunette of een blondine?

WM: Voor mij is dat hetzelfde.

Ja, u zult er hele dagen moeten op kijken, als ze hier op het erf loopt.  Het is toch waar hij kan er zich even, even , even goed even over uitspreken.

Zoon: Ik ga hem niet meepakken hoor, de zaterdagavond om uit te gaan.

WM: Ja, zeg een keer met wat dat u bezig bent?

Zoon: Alaam in orde zetten hé.

Ah, hij weet niet waar…  Het is niet zo dat u zegt: zoon, vandaag dat doen!  Hij beslist zelf.

Zoon: Dat gebeurt wel.

WM: Dat gebeurt.

Zoon: Dat zou een keer moeten gebeuren, dat zou een keer moeten gebeuren… Een werk in gang steken en dan weglopen. 

Jaja natuurlijk.

Zoon: Neenee ja, ik kan mijn plan trekken.  En ik weet al een beetje…

Jaqueline: Hij is soms verplicht om weg te gaan hé. Als er vergadering is, moet hij weg hé.  Ge kunt dat niet tegenhouden hé. Dat is niet weglopen hé, dat is weggaan.

Ah, er is nog een verschil: het is niet weglopen, het is weggaan.

Jaqueline: Dat is verplichting hé.

Zoon: Het valt al bij al nog mee, dus ja.

Zeg, dat zijn mooie tractoren hé.

WM: De zoon onderhoudt ze goed, hij onderhoudt goed zijn materiaal.  Beter dan ik.

Ah, die vrouwen zullen dat graag horen.

Zoon: Dat moet.   Als je aan het werken zijt, en ge valt in panne, dan is dat ook niet geestig hé. Dus ja, ge zoudt dan beter maken dat het in de winter in orde staat.  En dan hup, in panne, om nog te beginnen.

WM: Tegen dat het voorseizoen is staat zijn materiaal in orde. En ik vind dat dat toch de goeie vereiste is. Als ge dan aan het landwerk bezig zijt, dan staat de miserie u te wachten en dan is het natuurlijk een vervelende zaak Het is goed weer en ge ligt in panne, dan heb ik liever dat alles goed gesmeerd en gedaan is voor te kunnen starten.

Zeg, hoeveel tractoren hebben jullie wel?  Dat is hier het één en het ander toch.

Zoon: Vier, vier!  De grootste, den derde en de kleinste staat in de koestal .

Het is goed dat we dat eens kunnen tonen, want op die manier zult u die boerin toch wel makkelijk vinden. Dus, voor eventuele kandidaten is er zeker al een tractor.

Zoon: Ja, we hebben er… er is plekke genoeg.

Ik zie twee van die hondjes ook.   Dus, één voor haar en één voor u?

Maar hoe komt dat dat boeren zo moeilijk aan een vrouw geraken?  Bent u daar ook zo moeilijk aan geraakt?

WM: Nee.

Ah, bij u is dat makkelijker gegaan?

WM: Hoe dat gegaan is, dat weten we eigenlijk niet meer hé. We gaan dat best niet vertellen hé.

Ja maar, nee dat is niet toevallig dat ze zo’n programma maken.  Er moet toch iets zijn dat boeren moeilijker aan een vrouw geraken.

WM: Dat is zeker zo, de situatie is erg veranderd de laatste tijd, jaja.

Maar in uw tijd was dat nog niet zo?

WM: Neenee, ik denk dat de financiële last en alles, de verantwoordelijkheid op een bedrijf zeer serieus mag genomen worden. 

18:53 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

DE VROUW VAN WILLY MOSTAERT KIJKT TV IN DE KEUKEN

Burgemeester Willy Mostaert is de voorlaatste in de reeks burgemeesters die u in 'Micro Zonder Zout' te zien krijgt.  Hij is 54, is 32 jaar samen met Jaqueline Hoorebeke, die uit Elverdinge, komt, en samen hebben ze drie kinderen, 2 meisjes en een zoon.  Speciaal voor mij zitten ze samen in de woonkamer, in de zetel.  Dat gebeurt niet zo vaak.

 

WM: Af en toe toch wel nog een keer hé, ja.   Als ik niet naar een vergadering moet, dan is het hier een keer gemakkelijk thuis gezellig met mijn vrouwtje te zitten, en ja, op mijn gemak misschien een pintje bier drinken, ofwel naar de tv te kijken, als er ergens een programma is, die mij aanstaat.

Ah, de vrouw heeft daar niets aan te zeggen?

WM: Hewel, we hebben nog een televisie in de andere plaats, als we een keer willen een verschillig programma bekijken.  Ze is nogal liefhebber van het voetbal.  En ik…

Serieus?  Zij kijkt naar het voetbal en u niet?

WM: Af en toe, tochwel…

En u kijkt naar ‘Familie’ of wat?  De omgekeerde wereld eigenlijk.

WM: Neenee, een keer een andere, een keer een show of zoiets.  Dat interesseert me ook.

Dus, u hebt meer een voorkeur voor het voetbal, en u kijkt dan naar een ander programma?

WM: Ja.  We komen goed over…  Ik zit in de zetel en mijn vrouw op de stoel, of omgekeerd.

Ah, het is zo: in de keuken is het op de stoel te doen?

WM: Ah, natuurlijk, daar staan er geen zetels hé

En als er moet gekozen worden, dan zit hij in de sjieke plek…

Jacqueline: Ja, en ik in de keuken.

Ja, het is duidelijk wie dat er baas is eigenlijk.

WM: We gaan toch nog tegare gaan slapen

 

18:33 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-03-06

LAATSTE OPNAMEN IN KOEKELARE

We zijn bijna aan de laatste aflevering van Micro Zonder Zout toe.  Je merkt het al, de ploeg maakt zich op voor anders en beter.  Monteur Kurt Verduyn vertrekt naar de VRT, waar hij het nieuws, Ter Zake en Villa Politica gaat monteren (nu hij toch die politieke grapjassen gewoon is), geluidsman Karel Vandendorpe trok onlangs voor het nieuwe Canvas-programma 'Waarvan Akte' naar Andalusië.  Ikzelf ben nog werkzoekend.  Liefst van al zou ik blijven verder werken zoals ik bezig ben.  Met een cameraatje mensen volgen om hen op een sympathieke manier in hun blootje te zetten.  't Is te zeggen: als ze zich zelf niet blootgeven, help ik ze een beetje.  Maar ik moet u niet vertellen hoe het werkt.  In ieder geval, zaterdag film ik samen met Karel in Koekelare.  Om burgemeester Patrick Lansens te volgen.  Patrick Lansens lijkt me op het eerste zicht een nogal schuchtere en gereserveerde burgemeester.  Elk zijn karakter.  Het is vast een goeie man.  Maar natuurlijk, het gaat hier om de laatste afleveringen van 'Micro Zonder Zout', dus wil ik met een knaller afsluiten.  Bedoeling is om er echt in te vliegen.  Ik begin om 10 uur te filmen bij Patrick Lansens thuis, Swal 10 in Koekelare, maar wat er gebeurt tussen die tijd en het tijdstip dat we naar de kaarting in zaal Germinal trekken, is nog helemaal onduidelijk.  We blijven in Koekelare, zoveel is zeker.  Dus hoop ik dat er één en ander te beleven valt in Koekelare.  We zullen buitenkomen, ook dat is zeker, en het zou natuurlijk fantastisch zijn, mocht er overal leven zijn op straat.  Knotsgekke taferelen, daar hou ik van... Dus, van mijn part hoef je je niet in te houden. 

17:52 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

AUTEUR KOENRAAD DEGROOTE

Ja, we zitten hier niet alleen bij een burgemeester, ook bij een auteur eigenlijk.

KD: Hewel ja, dat schrijven zit me een beetje in het bloed, ook van jongsaf aan in feite.  Iedereen heeft een hobby, ik ben niet de sportman, ik ga niet gaan voetballen, gaan vissen of gaan lopen of gelijk wat, maar ik heb altijd een beetje interesse gehad voor streekgeschiedenis, verzamelen van oude foto’s, zichtkaarten, geschiedenis van het verenigingsleven, ja, levensbeschrijvingen van bepaalde figuren, dat heeft me altijd geboeid, ja, en dan gebeurt het, als de tijd rijp is, en als ge voldoende informatie verzameld hebt, dat ge dan een keer iets te boek stelt en nogal veel in samenwerking, met de mensen van de plaatselijke heemkundige kring, of dat we dan een keer een tentoonstelling organiseren, over een bepaalde gebeurtenis of naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis, dat we zeggen: kijk, historisch tintje aan geven, we gaan daar een tentoonstelling aan koppelen, met dergelijke activiteiten ja, hou ik me graag bezig.

Ja, u hebt al verschillende boeken geschreven hé.

KD: Ja, dat is begonnen in het jaar ’74, toen was ik vijftien jaar oud, dan heb ik een keer mijn eerste zichtkaarten die ik verzameld had te boek laten stellen, dat was via de uitgeverij Zaalbommel in Nederland.

En u was vijftien jaar oud?

KD: Jajajaa.

U bent een wonderkind gewoon.

KD: Neenee, verre van, verre van. Maar goed, als je dat interesseert, dan gaat ge ervoor hé, en dan ben ik beginnen verzamelen en verzamelen en dan nog een paar andere boekjes geschreven, in het jaar tachtig over de geschiedenis van de plaatselijke harmonie, en dat gaat nu met het honderdjarig bestaan van de harmonie volledig moeten herwerkt en aangevuld worden, zodus we zullen terug werk hebben voor de toekomst. Geschiedenis over de plaatselijke Rederijkerskamer, want er was hier een rederijkerstraditie van 300 jaar ver. En dan heb ik ook nog de geschiedenis van het kanton Oostrozebeke, is ondertussen Waregem geworden, opgesteld, samen met de toenmalige schepen van cultuur, Lieven Demedts uit Oostrozebeke, en dan nog later over de rijkswacht, de plaatselijke rijkswacht, en de groei naar de Midowzone, dat is twee jaar terug van de persen gerold, nu een brochure over de sociale woningbouw, dat zijn zo ongeveer een beetje de boekjes die ik geschreven heb.

En allemaal bestsellers waarschijnlijk?

KD: Bestsellers? Ik ga u eerlijk zeggen hé, ge moogt blij zijn dat ge daar financieel mee rond komt. Daar verdient ge geen frank aan. Ge moet gij dat pro deo doen. Ge moet gij zelfs voor een beetje sponsoring zorgen en ge verkoopt gij dan een paar honderd exemplaren. Het zijn natuurlijk geen onderwerpen die een zeer breed publiek kennen. Het is allemaal zeer streekgebonden. Maar het is toch nuttig en de mensen kunnen het appreciëren. Ik ken veel gezinnen waar dat allemaal thuis in de boekenkast staat.

En denkt u er niet aan om vroeg of laat een biografie uit te brengen: Ik Koenraad Degroote.

KD: Ik denk dat niet, ik denk dat niet, ik ga daar zelf niet aan beginnen.

Maar ja, dat sluit toch ook aan bij de zo… de gemeentegeschiedenis?

KD:  Ik ga kik over mijn eigen niet schrijven hé, dat ga ik niet doen.

Hoezo? Wie gaat er dat dan doen?

KD: Dat interesseert me niet. Het bijzonderste is dat ik mij kan uitleven in dergelijke zaken, dat ik documenten kan verzamelen, en dat ik op tijd en stond iets kan publiceren, daar heb ik mijn plezier in.

En van waar uw interesse voor al die oude documenten? U was vijftien toen u uw eerste boek uitbracht.

KD: Hewel ja, een paar jaar daarvoor was ik begonnen met het verzamelen van oude zichtkaarten van de gemeente. En als ge er dan een paar hebt, ha ja, dan is dat ook een microbe. Dat groeit en dat groeit en ge wilt er dan een paar bij hebben. Dan hebt ge ook interesse voor prentkaarten die erop gelijken, zoals foto’s van verenigingen, groepsfoto’s van verenigingen die verdwenen zijn, en ge zijt vertrokken hé…

Vertrokken?

KD: Zo kunt ge het omschrijven, vertrokken in je verzamelwoede.

Is dat inderdaad een verzamelwoede? Verzamelt u inderdaad constant van… Het begint met oude prentkaarten, oude foto’s. En daar gaat u dan rond opzoeken en over schrijven?

KD: Ja, zo kun je dat formuleren.

En dus bent u constant op zoek naar oude foto’s, oude prentkaarten?

KD: Ja, de tijd, de tijd ontbreekt mij natuurlijk. Maar het zit in mij.

Waar zit het?

KD: Neenee, Dat kunt ge niet zien, zulke zaken.  Ge hebt daar interesse voor. Ge hebt dat altijd een beetje in uw achterhoofd. Als er daar of daar iets te vinden valt. De tijd ontbreekt me ook om daar mijn dagen mee te vullen. Dat is maar zijdelings.

Maar ik zou toch dat boek schrijven. Zo net voor de verkiezingen? ‘Ik Koenraad Degroote’.

KD: Neenee, ik heb al genoeg geschreven voor de verkiezingen. Kijk, dat is dit jaar uitgekomen, en dat het jaar ervoor. Die boeken, dat staat niet in functie van de verkiezingen hé.

Burgemeester, u schrijft boeken, maar u bent eigenlijk ook een beetje journalist? U bent eigenlijk een beetje concurrent.

KD: Ja, waarom niet hé, concurrenten moeten mekaar ook kunnen vinden hé. Dus, dat is al in het jaar ’78 geloof ik, ja, in ’78 ben ik beginnen schrijven voor de Weekbode. De Krant van West-Vlaanderen. Dus, gedurende gans mijn studententijd heb ik dat gedaan, en als ik burgemeester geworden ben, ben ik daarmee gestopt. Soms zouden ze nog eens een beroep doen op mij, voor de afdeling ‘Zij die ons Verlieten’, over een overlijden, een overlijdensberichtje…

Ach, u bent sterk in overlijdens.

KD: Ik ben daar niet sterk in, maar men vraagt soms om daar ook een artikeltje over te schrijven. En dat zou ik nog een keer doen. Maar ik kan natuurlijk niet meer verslagen beginnen schrijven van activiteiten van verenigingen of een beschrijving van verdienstelijke figuren en zo meer, ja, dat zit er voor mij niet meer in hé, of destijds over jubilea en zo meer, ja, dat kan ik allemaal niet meer doen hé, maar ik heb dat gedurende een kleine twintig jaar, of toch vijftien, zestien jaar, heb ik dat gedaan.

En daar hebt u eigenlijk de basis gelegd voor uw burgemeestersschap, want u kwam overal, onder de mensen en zo.

KD: Dat heeft er natuurlijk een beetje toe bijgedragen.

Ah, maar ik zal dat ook doen zo.

KD: Hewel kijk, ge kunt misschien ook zo starten. Ge kunt misschien ook zo starten. En binnen een aantal jaren zien we mekaar dan als burgemeester hé.

Of u neemt mijn taak over. Kijk, alsjeblieft. Kijk, ik ga nu voor het burgemeestersschap.

KD: En op mijnen ouden dag kan ik terug reporter worden.

U mag mij dan eens komen interviewen.

KD: Het is goed, ik zal dat doen, en ik zal pikante vragen stellen.

17:36 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

15-03-06

KURT VERDUYN NAAR DE VRT

Ik heb het hier al verschillende keren gezegd: ik heb een fantastische monteur.  De man die bij mij aan de knopjes zit bij het maken van 'Micro Zonder Zout' is Kurt Verduyn.  Hij helpt meedenken over visuele oplossingen en het is mede dankzij hem dat we de vaak onbruikbare fragmenten toch kunnen gebruiken en aan mekaar kunnen hangen.  Plus veel visuele vondsten komen ook van hem.  En nog eens plus... hij is muzikaal geschoold en verricht soms wonderen met de door mij aangereikte muziekjes.  Ik vind het dan ook niet verwonderlijk dat de VRT hem komt wegkapen bij WTV en FOCUS.  Ik heb het altijd gezegd: het is een supertalent.  Hij heeft dus werk, ik zoek er nog.  Maar intussen verblijd ik me al omwille van de nieuwe stap die hij mag zetten.  Dikke proficiat, Kurt.  Goed gedaan en duizendmaal dank voor wat je voor mij hebt gedaan.

14:17 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

STEM KAREL EN IK

Dit zijn wij, ikzelve en mijn trouwe klankman, Karel Vandendorpe.  In dit fragment wordt de camera gehanteerd door burgemeester Koenraad Degroote. het is gefilmd in het bureau bij de burgemeester thuis.  In die passage vertelt de burgemeester dat hij destijds ook nog aan journalistiek heeft gedaan.  Hij heeft jaren als plaatselijk verslaggever gewerkt voor De Krant van West-Vlaanderen.  Op mijn vraag of hij daar misschien de basis heeft gelegd voor zijn latere burgemeesterschap antwoordt hij bevestigend.  Waarna ik reageer dat ik ook wel voor burgemeester wil gaan.  Ik heb ook journalistieke ervaring.   Ik sta prompt de camera af aan de burgemeester en stel me voor.  En Karel, die bombardeer ik meteen tot mijn secretaris.  Waarna hij in zijn borstel, zijn reuzengrote microfoon antwoordt dat hij dit best ziet zitten.  Te zien in Micro Zonder Zout natuurlijk.

14:12 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

KOEN DEGROOTE OP BEZOEK BIJ ALBERT LEOPOLD DEKEYSER

Koenraad Degroote loopt nog af en toe eens langs bij Albert Leopold Dekeyser, de voormalige burgemeester van Dentergem.  Die morgen waren hij en zijn vrouw thuis, en we hadden met die voormalige burgemeester, die zich in de omgang Pol laat noemen, met zijn vrouw en met Koenraad Degroote ter plekke een babbel.

 

Dat zijn hier eigenlijk twee burgemeesters samen?

ALD: Geweest.  Hij is dat nog altijd.

U was burgemeester van Dentergem?

ALD: Ja, voor de fusie hé, van ’71 tot ’77. 

KD: En nadien altijd in de gemeenteraad en schepen geweest en nog altijd in de gemeenteraad.

ALD: Achttien jaar schepen geweest en ik ben nog in de gemeenteraad tot…

KD: Tot met nieuwjaar hé.

Zij:  Tot nieuwjaar hé.

ALD: Ik heb vijfendertig jaar dienst.  Kan ik daarvoor betaald worden van ulder?   

Wacht…Ik zal dat meteen… Of neenee, de burgemeester zal dat uitbetalen hé.

ALD: 35 jaar dienst.

KD:  Als de televisie daar wilt voor gaan, dat ware het spel hé Pol.

ALD: Het is de helft van mijn leven, 35 jaar.

KD: Maar ge zijt 80 van de jare, het is nog de helft niet.

ALD: Augustus.  80 jaar, ik kan dat niet peinzen.

KD: Doe der gij nog een stuk of tiene bij en…

ALD: Ik zal al lang gunter zijn… 

KD: Niet pessimist zijn hé.

ALD: Ja, het is waar, maar als de jaren daar zijn burgemeester bij neer leggen hé.  Ik legge er mij niet graag bij neer hé.  Ik weet dat.

KD: Gelijk dat uw café goed trekt nu.

Zij: Het is een schone wereld hé nu.

ALD: Als we nog mogen een beetje gezond blijven, is het ideaal.  Dat is het bijzonderste. 

Was u niet liever zelf nog burgemeester geweest?

ALD: Hoe zeg je? Zeg dat nog een keer.

Was u niet liever zelf nog burgemeester geweest?

ALD:  Neen, ik ben daar eerlijk in, als de fusie is aangekomen, in ’77,  ik had pertank meest stemmen zunne, maar ik was het liever niet meer.  Ik ben dan voor eerste schepen gegaan, omdat ik zegge: ‘nondedju vier gemeenten’,  en ik die geren een keer naar de paardenkoers ging, ik zeg, ge moet dan nievers meer gaan.

Ja, het is waar hé,

ALD: En ik had er mij al zes jaar voor ingezet,  ik weet wat daet dat is burgemeester zijn, want ik heb me wreed ingezet van ’71 tot ’77,  en mijn eerste dingk dat ik gedaan heb, mijn eerste opmerking dat ik gemaakt heb, was die sociale woningen dat we gebouwd hebben, wnt ze zeiden altijd, in Dentergem, er gaan nooit gene komen. En ik zeg, ge moet dat juist tegen mij zeggen….  En in ’72…  de bulldozer zat er al in, en de mensen geloofden het nog niet.  Dat ze zo zeker waren dat er geen gingen komen.  Maar ik heb het graag gedaan hoor, in die jaren buiten de fusie.   Ik wierde van alleman geren gezien wè.  Maar ik heb me vele ingezet ook zulle.  Stedebouw Brugge, Gent, en dan Brussel, voor die huizen. De eerste zes jaar, ik heb vele gewerkt, en ik heb het geren gedaan ook. 

Maar met vier gemeenten, het is niet te doen hé.  Ge hebt geen leven meer hé.

ALD : En ik die, gelijk dat ik zegge, geren naar de paardekoers ging…

Zij: Ge moet daarvoor jong zijn hé.

ALD: Maar vier gemeenten…

Ge hebt geen leven hé, ge hebt geen leven.

ALD: En ik wist wat dat het was hé, ik zeg ‘nondedju’, de mensen hele dagen aan mijn deure, één aan de voordeure, één aan de achterdeure,

Hij kan er nog om lachen maar het is wel zo hé.

KD: Ja maar ja,…

Zij: Hij weet het wel (lacht)

ALD: jongen, ge hebt gij gelijk geen burgemeester geweest zeker?

Ik heb er al veel ontmoet hé.

ALD: Ja, het is juist.

KD: We zijn ver aan het einde van de rit.

ALD: Het einde van het jaar is het weer gedaan, oktober.  Jaja, het zal daar rap gaan zijn, binnen een maand of acht. 

Hij heeft gelijk hé, het is geen leven hé.

ALD: Ja, in mijne tijd, over zes jaar, dat was feitelijk voor de eer hé. 

Ah, dat was voor de eer?

ALD: Burgemeester zijn? Ba jaat…

Ah, het is daarom dat ze dat doen.  Ja, is het waar, is het voor de eer…?

ALD: Nu is dat verbeterd.

Is dat voor de eer dat je dat doet?

KD: Toch een deel hé, toch een deel. Dat zit in u. Dat zit in u. Dorpspolitiek is een microbe, dat zit in u of dat zit niet in u.

ALD: Maar in mijn tijd was dat voor de eer. Over dertig jaar, vijfendertig jaar, ja, we hadden maar een panne ges.

U had maar wat?

ALD: Een panne ges voor oes inkomen.

KD: Een burgemeester verdiende in jaren, dat was 20.000. frank, oude Belgische frank, per jaar.  Of 29.000. Per jaar was dat toen.

Per jaar?

KD: En hij gaf dat toen nog af aan zijn onderpastoor hier.

ALD: Ja, voor de bouw van zijn jeugdcentrum.

KD: Waar dat we straks naartoe gaan.

En van wat leefde u toen zelf?

Zij: Hij deed nog commerce hé.

ALD: Ik deed nog commerce hé.  Varkenshandelaar.  In de zwiens…  In de zwiens.

KD: En blijkbaar heeft hij niet slecht geboerd zuh.

ALD: Ik deed hele nachten commerce.  Dat was aanvoeren vanuit Sint-Denijs met zwijns, en te negenen was ik al op het gemeentehuis. Alle dagen. En het is omdat ik hem graag zie dat hij daar ook alle dagen is.  Dat zie ik graag.

Ja maar ja.  U zegt: varkenshandelaar, mensen zouden zeggen: vuil werk, maar hij doet nog vuiler werk, hij is advocaat.

ALD: Ja, maar ja, het is veel verschil in het werk, de zwijnen buiten advocaat zijn.  Maar hij doet het goed, eerlijk, ik moet het zeggen: hij doet het excellent goed.

En gebeurt dat zo meer dat u eens langskomt voor een glas, ja, champagne natuurlijk.

KD: O, regelmatig zo, als ik van het gemeentehuis kom, ja. Ge moet een keer een beetje berichten doorgeven aan Pol uzzo…Of om iets te weten te komen.  Want na de fusie was dat nog een beetje zo, elk zijn gemeente, maar nu geleidelijk aan, dat groeit naar elkaar hé, dat groeit naar elkaar. 

Maar u blijft eigenlijk altijd een beetje de burgemeester van Dentergem.

ALD: In een zin ja. Ik heb de titel van ereburgemeester hé, maar het brengt ook niets op hé jongen.  Weer wat voor de eer.

Maar die burgemeesterstitel, die brengt ook niets op.

ALD: Nee, nee, maar ja, gow ja.

KD: Daar praten we niet van hé.

ALD:  Ik heb het altijd graag gedaan, ik heb me altijd ingezet voor de gemeente, voor de mensen, dan nog voor veel mensen buiten de gemeente, naar Gent, naar stedenbouw in de tijd, …

KD: Toen hij ereburgemeester werd, is er daar dus een ministerieel besluit moeten voor komen, en hij kon geen aanspraak maken op die titel, omdat de wet toen zei, dat je eerst dus zes jaar raadslid of schepen moest geweest zijn, en pas nadien burgemeester. En hij was van de eerste keer, van zijn eerste verkiezing burgemeester geworden, zodanig dat ze het decreet hebben moeten aanpassen, om hem de titel ereburgemeester te kunnen geven en dat decreet, die die materie regelt, heeft zo een beetje de bijnaam gekregen in het parlement: het decreet Dekeyser.  En zo is hij ereburgemeester geworden hé. Dat was er nog rap door hé Pol.  Dus hij wordt, hij werd veel eer aangedaan hé.

ALD: Maar ja, ik heb er veel voor gedaan ook hoor, ik moet het eerlijk zeggen, voor de mensen.  Maar allez, gow.

Ja, en in uw tijd, het was allemaal voor de eer, maar er kon ook nog eens wat meer geregeld worden, meer gefoefeld en zo.

ALD: Gefoefeld?

Allez, vroeger had dat toch de naam, zo van: er kon veel geregeld worden.

ALD: Neenee, ik heb altijd rap gestaan voor stedenbouw, bij de provincie waterlopen, en...

KD: Maar Pol, jij hebt nog de tijd meegemaakt, dat de burgemeester met een hesp naar Brussel gingen hé.

Ha ja, hij was varkenshandelaar ook hé, ha ja. Hij ging waarschijnlijk overal met zijn hesp.

Zij: Ze refuseerden ze toch niet hé.  Ze hebben niet gerefuseerd. (lacht)

Wie heeft er allemaal hesp gekregen van u?

Zij: Goh, dat weet je niet hé.

ALD: Stop daar maar mee. Ze zouden wel peinzen dat ik het al uitkochte.

Maar het is niet waar…

ALD: Ik heb altijd gestaan voor relaties, en ik had rap relaties, en nog, ik heb er nog mijn plezier in.

Neeneenee, vroeger heerste dat meer, allez, was dat meer deel van de politieke cultuur.  Er kon gewoon meer. Nu ligt alles veel vaster toch hé?

ALD: Nu, goddedju ja.

Toen werd het bijna verwacht van een burgemeester dat hij af en toe eens iets regelde hé, dat was deel van de cultuur, allez ja.

ALD: Ah, dat was euh…

Eigenlijk vond ik dat… Allez, als je dat wel bekijkt, was dat in zekere zin charmanter en gezelliger hé.

ALD: Absoluut.

KD: Het was wel gezelliger, maar natuurlijk, er zijn aan alles grenzen hé.  Het moet een beetje toch op iets trekken hé.

Maar hebben we nu niet de neiging om een beetje te over euh…te overregulariseren.

KD:  Nu is er overreglementering en dat is zeker niet leuk hé.  Ge kunt niets meer vlot doen, en het is zoals ge zegt, de mensen verwachten nochtans dat je het kunt regelen, en ze gaan het dan vergelijken met iemand anders en zeggen: ‘Jaja, maar die kan dat wel en die kan dat wel.’

Den oude burgemeester, die kon nog iets regelen.

KD: Of die kon dat, of in de tijd van den dienen ging dat wel. Zo redeneren de mensen.  Dus ze steken u zo in een keurslijf van: gij zou dat ook moeten kunnen hé.  En sommigen begrijpen dat dat er daar bepaalde reglementen aan zijn dat gij ook moet volgen, maar anderen, anderen begrijpen date niet, en dat er zaken zijn die veranderd zijn.  Bijvoorbeeld één zaak: een toewijs van een sociale woning. Ja, vroeger was dat zo: de afgevaardigden of de burgemeester kon beslissen…

ALD: Ik deed dat overal zelve…

KD: Het gaat den dien zijn die in die woning komt.  Maar nu is dat gans anders hé, er is daar een ganse lijst, er is een commissie daaromtrent, er zijn verschillende besluiten, reglementen die moeten gevolgd worden, en dan begrijpen sommige mensen dat niet hé. En vroeger ging ik wel die woning gekregen hebben, maar nu gaat dat niet meer.  Inderdaad, het gaat niet zo eenvoudig meer, maar wij zijn gebonden aan reglementen.

ALD: Maar in mijn tijd was dat allemaal veel makkelijker. 

KD: Het is dat dat er bedoeld wordt hé.

Het is dat dat ik zeg van: dat was charmanter.

ALD:  Absoluut.  We bouwden wij die sociale woning, en ik had die sociale woning in mijn hand van de mensen te geven of te verhuren.  Ha ja, dat is heel veranderd hé.

Met al die advocaten hé…

ALD: Hoe zeg je?

De schuld van al die advocaten…

ALD: Absoluut, maar ik heb het ook al gezegd. Hij doet dat heel goed, hij is advocaat, maar gow, hij heeft de bekwaamheid en hij doet dat heel goed. Je hebt ook al veel bekomen hé, jongen.  Je hebt ook al veel bekomen.

KD: Dat gaat wel.  Dat gaat wel hé.

U kent de hesp ook nog…

KD: Ik eet ze zelf op, ik eet ze zelf op, de hesp, we eten nog graag hesp, zodus…

 

 

KD: Als ik tien jaar was, was ik misdienaar, en dat is in feite, dat lector zijn is nog een uitvloeisel daarvan.  Nu al in feite vijfendertig jaar dat ik dat doe. Zodus ja.

Ja, een goeie katholiek hé.

ALD: Jamaar jamaar, de kerke, jongen, hij doet dat goed met de paster hé.  Over zoveel jaren zeiden ze, als je dat goed doet met de paster en met de nonnekes, gow, surtourt als je in de politiek ging, dan moest je die nog een beetje mee hebben in die tijd zulle…

Ah, en vandaar dat u het goed bent blijven doen met de nonnetjes.

ALD: Maar ge moogt ze niet tegen hebben hoor anders oeioei…

Maar nu is dat niet meer zo.

KD: Neenee…Die tijd is veranderd hé, maar natuurlijk als je een goeie relatie onderhoudt met die mensen

Het zijn ook stemmen hé.

KD: Maar het gaat hem daar niet over.  Ik heb kik liever geen miserie.

Maar het is toch zo, ge moet eigenlijk voortdurend als burgemeester aan je stemmen denken hé.

ALD: Dat is waar… Ge moet gij aan alles denken, als je gij in de politiek staat…

KD: Moet je gij aan alles denken hé

Ze zeggen dat soms: het moment dat de verkiezingen gedaan zijn, begint voor een burgemeester alweer de volgende verkiezing hé.

KD: Bij ons is dat zo.

ALD: Maar dat is normaal zo.

KD: Daags na de vorige verkiezingen beginnen de nieuwe, anders gaat het niet.

Je moet eigenlijk… Dat is eigenlijk… allez, je moet eigenlijk constant denken aan herverkozen worden.  Dat is zo een beetje… Dat spreekt mekaar een beetje tegen.

ALD: Maar als je gij dat goed doet…

KD: Dat moet gewoon in u zitten. Als dat niet in u zit, en als ge u moet forceren, en als ge u moet forceren in functie van een bepaalde verkiezingsperiode, wel vergeet het dan, dat gaat uitkomen,  de mensen gaan ook zeggen, die doet dat niet met hart en ziel.  Het moet dat met hart en ziel kunnen doen en dat moet spontaan gebeuren. 

En dat zit in u eigenlijk?  Waar zit dat? 

KD: Ik weet het zelf niet.

Weet u waar dat zit bij hem?

KD: Ik zeg niet dat dat in mij zit, het zijn de mensen die moeten oordelen of dat dat in u zit.  Ik zeg: Als dat niet zo is, wel vergeet het dan, als het geforceerd overkomt, dan zult ge dan niet graag doen.

ALD: Maar als de mens dat graag doet en dat goed doet, kan er bijna geen probleem zijn.

Waarom doet u dat graag?

KD: Wablief?

Waarom doet u dat graag?

KD: Welnee, dat is van jongsaf aan hé.  Ik was nog maar 22 jaar en dat was al begonnen, ja.

ALD: De eerste keer op 22 jaar?

KD: Ja.

ALD: Kijk, voila.

KD: Jajaja, we stonden toen nog tegen elkaar. 

Oei!

KD: (lacht) We hebben nog een keer tegen elkaar gestaan.

Is het waar?

KD: In het jaar ’82 hé Pol?  Maar we hebben mekaar rap gevonden.

ALD: ’82, en het is dan in ’88 dat we toen samen… 

En was het toen oorlog in ’82?

KD: Neenee, oorlog was het niet hé.

ALD: Neen, gene Krieg, gene Krieg, gene Krieg.  Maar in ’88 zijn we dan samen gegaan, en we hebben wij dan van den eerste keer…

KD: Onmiddellijk dertien zetels.

ALD: Ja, zo de meerderheid gehad hé.

KD:  Zodus… En we zijn er nog.

ALD: En ik moet afgaan van de ouderdom.

En zei u niet op die… op dat moment, zo van: ja, die snotneus?

ALD: Neeneenee, dat heb ik nooit gezeid.

U hebt het gedacht?

KD: lacht

ALD: Neenee, ik heb hem altijd aanzien als een goeie kerel om die stiel uit te voeren: rap en knap.  En overal bij.  Jamaar, jamaar, ik heb hem altijd bewonderd daarvoor…

Ja maar…Waarom?  Waarom is hij daar zo goed voor?  Het is een gladde natuurlijk, het is een advocaat.

ALD: Ja, hij mag advocaat zijn, maar het is een werker.

Het is een werker.

ALD: Het is een werker. Op een andere manier hé.  De werker op de gemeente.  Het onderhoud met de mensen.  Hoeveel keren zit hij ook zonder mensen op zijn bureautje?  Hoeveel keer zou dat zonder zijn? Er zijn er altijd. Je moet het tegen mij niet zeggen, ik weet het genoeg.

Maar ik zeg het niet, het is u die het zegt.

ALD: Wablieft?

U bent het die het zegt.  Ik moet het tegen u niet zeggen, u zegt het.

ALD: JA, ik weet het.  Jamaar, ik weet wat het is hé, ik heb er ook in gestaan, ik zeg het, één aan de voordeur, één aan de achterdeur, en één aan mijn telefoon, in den tijd…

En nu met de gsm, dan nog één aan de gsm ook? 

ALD: Dat bestond niet.

Het is dat.  Het zijn nu vier gemeenten, en er is dan gsm, en dan emails op de computer, en dan nog… het houdt niet meer op hé.

ALD: Nu?  Nee.  Maar in mijne tijd was het nog gemakkelijk.  Het was nog plezierig. 

Nu is het niet meer plezierig eigenlijk hé.

ALD: Niet zo plezierig hé, de mensen verlangen alles van u hé.  Alles verlangen ze hé.

En nooit een merci.

KD: Wablief.

Nooit een merci.

KD: Och, dat gebeurt wel.

ALD: Maar ik heb nog mensen die dankbaar zijn zulle.  Je hebt nog mensen, absoluut. 

KD: Ge hebt gij van soorten hé.

ALD: Maar ge hebt andere ook hé.

KD: Het is normaal hé.

ALD: Ba ja, ge beleeft daar nog een keer een beetje plezier aan, als je wat dankbaarheid hebt, nietwaar?

Allez, maar u bent blij dat u burgemeester geweest bent?

ALD: Jaja, jamaar ik heb het graag gedaan hoor.   Pas op. Surtout voor de fusie.  Dat was een plezier voor de fusie, nietwaar.  Is er nooit die fusie, dan ben ik misschien nog burgemeester.  Ik had veel kans. Maar ja, met de fusie, ik heb zelf mij een beetje opgegeven, dju toch, ik zegge, vier gemeenten, wanneer ga ik nog rust hebben?  En ja, ik zat dan nog in mijn commerce, ’s nachts mijn zwijnen gaan halen.  

Ja, u heeft geen varkens, maar u hebt wel constant cliënten hé die u lastig vallen.

Zij: Ah ja hé, dat is een andere stiel.

KD: Dat zal wel, maar ik zeg het hé, ge moet bezig zijn hé, dagdagelijks, van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat, het is maar zo en dan als ge er veel tijd kunt in steken, zowel in uw beroep als in de politiek, het is maar daardoor dat.

En zijn cliënten die knorren nog meer dan de varkens hoor.  Dat is wat hoor.

KD: Er zijn mensen die soms veeleisend kunnen zijn hé, iedereen weet dat hé, maar ge moet daar allemaal mee kunnen leven. 

Tja, het is makkelijk gezegd hé.

KD: En gelukkig dat we het kunnen meemaken allemaal, want als ge daar zit, of ongezond zijt, of ziek, of gelijk wat, het gaat ook wat zijn, we hebben wel problemen op te lossen, maar dat we ze kunnen oplossen, dat is ideaal.

ALD: En ge moet de goeie jaren hebben hé, burgemeester, de goeie jaren, gelijk gij, nietwaar?  Actief nog, schone jaren, aan het eind van de veertig.

KD: Zesenveertig.

ALD: Zesenveertig jaar, voila.

KD: Zesenveertig jaar nog.

Het is nu dat hij er moet van profiteren hé.

ALD: Kijk, hij is al achttien jaar burgemeester, en ik ging maar in de politiek aan 46 jaar.  Ik was 44 jaar.  Ha ja, 35 jaar, ik ben 79 jaar, het is juist, … Ja, ge zijt gulder kadetten hé manneke.

Neenee, miniemen.

Jaja, hij was er zo vroeg bij, hoe zeggen ze dat in het Engels?  Het is eigenlijk een wonderboy hé.  Nooit gedacht om nationaal te gaan? 

ALD: Ja,gij zoudt daar misschien wel geraken, jongen, ge hebt bekwaamheid, ge hebt geleerdheid, ja maar ja.

KD: Ja maar, zeg, het is het één of het ander zuh.  Hier op een dorp of een gemeente is er altijd iets te doen, als je dat goed wilt doen, en als ge dan nog een keer naar Brussel moet gaan , ja, dat zou niet voor mij zijn.  Dat zou niet voor mij zijn. We gaan dat houden zoals dat is, en ik ben al zeer content aan die kleine politiek te kunnen verder doen.

ALD: Ja, het is juist.  En ik was ook content dat ik kon vertrekken, als burgemeester, van de eerste keer.  Dat hadden ze ook nog niet veel tegenkomen hé, ik geef mij aan en van de eerste keer… Hoelang heb ik naar school geweest?  Tot dertien jaar nalf zeker?  En ik heb dan nog in het college gezeten, en ik heb daar dan nog weggelopen.  In Moeskroen. 

KD: Wilde je geen Frans leren?

ALD: Ik was er de man niet voor.  Mijn vader had koersepaarden en ik was toppezot voor bij die paarden te zijn, nietwaar.

KD: En ge liep weg uit het college?

ALD: Ja, ik liep weg… Dat was toen…

KD: GE waart gij al het enfant terrible…

ALD: Dat was hier nogal een beetje van een spel in Dentergem.  Dat is weggelopen was. 

KD: En als schoolverlater toch burgemeester geraakt? (lacht)

ALD: Ja, ik heb dat altijd gedaan, burgemeester, ik ga een keer zeggen, niet met mijn geleerdheid, maar wel als commercant.  Gow. Als commercie. Voor de gemeente.

Hij niet, hij deed het louter met zijn geleerdheid.

ALD: Ja, maar hij heeft bekwaamheid hé.  Die bekwaamheid heeft hij nu meer nodig dan in mijn tijd.  Dat was dan de secretaire die alles regelde, nietwaar.   Dat was heel anders.   

09:00 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

13-03-06

ZATERDAG DE ALLERLAATSTE OPNAMEN VAN MICRO ZONDER ZOUT

Zaterdag vinden in Koekelare de allerallerlaatste uitzendingen plaats van 'Micro Zonder Zout'.  Daarna stopt de reeks over de burgemeesters, en mag ik naar een andere job op zoek.  Mocht u trouwens een suggestie voor werk hebben, hou u dan niet in.  Maar voor de rest mag u er ook altijd helpen voor zorgen dat er sfeer is zaterdag in Koekelare.  Kom de burgemeester verrassen, zorg dat er iets gebeurt in Koekelare... want die laatste uitzendingen moeten kleppers, klappers, en kloppers zijn...

10:43 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

LAATSTE OPNAMEN

De laatste opnamen voor Micro Zonder Zout vinden zaterdag in Koekelare plaats.  Ik film er de hele dag bij burgemeester Patrick Lansens.  's Morgens bij hem thuis, 's namiddags in de gemeente.  Zeker is dat we om zes uur 's avonds naar de kaarting in Zaal Germinal trekken.  Wilt u dus ook in beeld komen, zorg dat u zaterdag in Koekelare bent...

10:00 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-03-06

De vraag voor volgende week

't Is nog vroeg, maar het is een reden om extra op te letten.  Volgende week gaat Micro Zonder Zout dus over Koenraad Degroote.  En aan het eind van de week gaan we weer een vraag stellen.  Op tv krijg je dan de keuze tussen 3 mogelijkheden.  Hier zijn het er ietsje meer, maar de vraag is dus hetzelfde.  Een reden dus om volgende week goed op te letten. 
 
Burgemeester Koenraad Degroote was vroeger de plaatselijke medewerker van De Weekbode in Wakken.  Nu schrijft hij sporadisch nog een berichtje voor De Krant van West-Vlaanderen.  Over wat?
a)motorcross
b)voetbal
c) diëten
d) seks
e) wielerrennen
f) overlijdens
g) geboortes
h) skiën
i) bejaarden
j) juridische geschillen
k) pingpong
l) vrouwen
m) mode
n) doe-het-zelf
o) literatuur
p) misdaad
q) kaarten
r) wiskunde
s) neuspeuteren
t) wafelbakken
u) jeugdverenigingen
v) degensport
w) schaken
x) tv
y) politiek
z) breien

13:53 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

HOE KOENRAAD DEGROOTE ZIJN VROUW ONTMOETTE

Koenraad Degroote was nog een jongetje toen hij zijn vrouw leerde kennen.  Het was bij een jeugdbeweging, en op een namiddag speelde hij er samen met de dame die zijn toekomstige zou worden.  Zij was enkele jaren jonger, maar niettemin vloerde ze hem tijdens een gevechtsspel.

KD: Ja, ik lag op de grond hé jong, ik lag op de grond hé.

En u bent er blijven liggen?

KD: Blijkbaar hé,

En dan jaren later?

KD: Gij zij ook intern geweest hé.

Mevrouw: Ja, ik ben ook op internaat geweest. Ik heb dus twaalf jaar in Gent verbleven. Ik heb dus zes jaar op internaat en zes jaar op kot, in Gent.

Ja, ik hoor het nog zo’n beetje aan het accent.

Mevrouw: Ja? Ik denk niet dat ik Gents spreek. Dan moet je een keer naar Gent gaan.

Zaten jullie in dezelfde richting?

KD: Neenee, ik zat in de rechten, en gij zijt begonnen als …

Mevrouw: Ik ben dierengeneeskunde begonnen.

Begonnen maar niet afgemaakt.

Mevrouw: Niet afgemaakt, neen.

En dus moest u wel aan uw toekomst denken en hebt u een burgemeester genomen?

Mevrouw: Neen.

Ja, ik weet niet hoe dat gaat.

Mevrouw: Maar hij moet gekozen worden door het volk hé.

Maar u zag toen al dat hij …

Mevrouw: Ja, het zal wel. Ge weet dat niet hé. Neenee, zelfs op dat moment niet. Ik zat in het eerste jaar en ik denk dat Koen in het laatste jaar zat. Zodus…

Ah, u valt op rijpere mannen eigenlijk?

Mevrouw: Dus dan zijn we mekaar een beetje uit het oog verloren hé, ja.  En dan komt ge mekaar nog een keer tegen hé, in het uitgaansleven.

En wat was het in hem dat u zo aantrekkelijk vond?

KD: Dat zou ik niet weten.

Ja, wat was het ook alweer?

Mevrouw: Ja. Het is lang geleden hé.

Charlotte: Hij had nog geen buikske, dus zijn buikske kan het niet geweest zijn.

KD: Dat ik nog geen buik had.

Dochter: Hij zag er misschien nog sportief uit en jong. Ik weet niet.

Mevrouw: Ja, ik vind dat…

Dochter: GE kiest een vent, papa, die op zijn papa gelijkt.  Ik ga dat nooit doen.

Waarom? U wilt niemand die op uw papa lijkt?

Dochter: Mijn papa is onhandig. Allez, niet onhandig… Ge moet toch een beetje handig zijn.

KD: Ik ben niet echt praktisch. Ik ben de praktische geest in huis niet.

En u wil een handige man?

Dochter: Ik wil een handige Harry hebben.

KD: Ik ken niets van elektriciteit en van timmeren en van ik ben onhandig op dat gebied.

Dochter: En mama wel.

KD: EN mama is dat wel.

Mevrouw: Ik ben de handige Harry. Er moet toch iemand zijn hé. Als hij hele dagen weg is. Als er een kader afvalt, moet er toch iemand hem terug ophangen. Of hij blijft staan hé. Het gras moet afgereden worden.

Ja, ik zal u Harry noemen hé dan.

Mevrouw: Noem me maar Harry.

Harry, wat vond u nu eigenlijk zo aantrekkelijk, want we weten het nu nog niet. Hij was onhandig, hij was niet sportief.

Mevrouw: Toen wist ik dat nog niet hé dat hij onhandig was. Ik heb dat geweten… Ba nee, dat hij kalm… Dus het tegenovergestelde van mij hé. Tegenpolen trekken elkaar aan hé. Het zal dat geweest zijn hé. Het zal dat geweest zijn.

Tegenpolen trekken elkaar aan, maar leidt dat jaren later, wanneer u al jaren samen bent, ook niet tot ergernis?

Mevrouw: Neen, ik denk dat niet. Daar moet ge mekaar in verstaan hé.

Ik spreek nu over mijn eigen huwelijk hé. Ik heb dezelfde verhouding, tegenpolen.

KD: Anders, als het tot ergernissen leidt, ik ga u eens een paar adressen van advocaten geven (lacht)

Mevrouw: Nee. Ge moet daarin overeen komen hé.

KD: Elkaar aanvullen hé. Dat is de kunst, elkaar aan te vullen.

Dus als ik het goed… Zij kan alles wat u niet kan en u kan alles wat zij niet kan?

KD: Hewel, stel het zo, ja, waarom niet?

Mevrouw: Het zal dat zijn, dus we vullen elkaar aan.

Wat kan hij goed dat u niet kunt?

Mevrouw: Hij is advocaat hé, dus hij kan goed praten. Hij kan het goed uitleggen.

En u zwijgt niet.

Mevrouw: Ja, daarvoor zijt gij hier.

KD : Ik moet ganse dagen overal mijn gedacht zeggen, ik ben blij dat ik een keer mag zwijgen. Het is het omgekeerde. 

Is het zo in het gezin? Zwijgt hij gewoonlijk? Is ie stil?

Dochter: Nee, ik denk het niet. Mijn mama en papa zijn alle twee normaal zeker? Ik heb er nog niet echt iets van gemerkt.

Ah, ze zijn toch normaal?

Dochter: Zij zijn alle twee normaal en ik ben abnormaal.

13:46 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

KOENRAAD DEGROOTE EN ZIJN GEZIN

Ja, burgemeester, uw kinderen hebben u eigenlijk altijd als burgemeester gek…gekend. U was er heel vroeg bij.

KD: Ja, ik ben gestart in ’89, Charlotte is geboren in ’90 en Marie-Laure in ’96. Ja, inderdaad. Ik was toen als ik burgemeester werd nog maar amper 29 jaar.

Ze weten van niets anders eigenlijk, dan dat de vader een druk bezet man is.

KD: Ja, ze hebben niet anders geweten, zodus, …

Dus ja…

KD: Ze leren daar wel mee leven hé.

Ja, relatief, dat zijn toch twee beroepscarrières?

KD: Ja, maar dat gaat nog om te combineren hé. We zijn nog in de goeie jaren, we zijn nog niet te oud. En later gaan we dan misschien moeten kijken om het één of het ander een beetje af te bouwen, maar nu is dat zeker nog te vroeg. Maar hier met 8000 inwoners is het zeker nog te doen om één en ander te combineren. Natuurlijk, ge moet veel werken hé. De dagen beginnen vroeg en eindigen laat, maar dat is hier nog combineerbaar.

Maar u doet dat graag, altijd werken?

KD: Ja, we kunnen niet stil zitten. Vandaar maar ze wordt gebruikt.

En u vindt dat niet erg?

Mevrouw: Neen, ik weet ook van niet anders hé. We zijn getrouwd…

Ah,…

Mevrouw: We zijn getrouwd in ’87, dat was het jaar voor de verkiezingen, dus ik had dat allemaal meegemaakt hé, dus… Dus, ik weet ook van niet anders hé.

U dacht: die man zal het maken, die moet ik hebben.

Mevrouw: Neen  Ik denk dat er veel zouden zeggen, allez ja, ik heb een druk leven hoor. Ge moogt dat niet onderschatten. Ik sta veel alleen met de kinderen hé. Dus,er moeten veel beslissingen genomen worden met de kinderen, dat ik achteraf wel overleg, maar ze zijn dikwijls al genomen hé.

En dat u een beetje vloekt op hem van: waar is hij weer?

Mevrouw: God ja…

Ja dus?

Mevrouw: Nee, eigenlijk niet.

KD: Ze gaat zeggen: niet vergeten daar en daar en daar te gaan. En ben je daar al geweest?

Ah, ze zorgt ook dat u zelden thuis bent? Bent u daar en daar al geweest?

Mevrouw: Ik geef dat toe, ja. Hij is burgemeester hij moet er zijn voor de mensen. Dus, daar moet je mee leven hé. Ge hebt het gehoord hé, als de telefoon gaat, dan nemen we het is vandaag zondag. Ik zeg wel: als de mensen aanbellen, gaan we de deur niet gesloten houden hé.

Ja, u zegt: ‘Wij zijn beschikbaar.’

Mevrouw: Het gezin moet daar mee meeleven hé.

Jullie zijn allemaal een beetje burgemeester eigenlijk?

Mevrousw: Ja, als we niet thuis zijn moeten de kinderen de deur opendoen hé. Dan moeten zij ook de mensen te woord staan. Dat wordt hier al van jongs af aan geleerd hé.

Ook de manier waarop ze telefoon beantwoorden?

Dochter: Neen, maar ik ben slecht in telefoons opnemen.

Moet u euh… bij de burgemeester van Dentergem?

KD: Ze zeggen hun naam, ja, de mensen zeggen dan zelf: ‘Is het bij de burgemeester?'

Maar u moet wel door het leven als dochter van...

Charlotte: Ik ga anoniem door het leven. Dat is mijn doel. Het is waar.

Dat is moeilijk zeker met zo’n vader?

Charlotte: Ha ja, dat valt nog mee.

Mevrouw: Ons kinderen worden daartoe niet geforceerd hé. Ons kinderen gaan ook niet mee. Nu in het weekend gebeurt het al een keer dat ze meegaat, maar wij forceren ons kinderen niet. Dus, wij gaan ons kinderen nergens mee waar dat ze niet graag zijn hé. Als wij naar recepties moeten, dan nemen wij de kinderen niet mee. Ik vind, als ze dat zelf willen, dan moet ge dat ook niet doen hé. Dus daarin zijn ze vrij. Hebben ze zin om mee te gaan, dan gaan ze mee, hebben ze geen zin, dan laten we ze thuis.

En hebben ze vaak zin?

Dochter: Enkel als het in Oeselgem is. Enkel als het in Oeselgem is.

KD: Er zitten daar ook een paar kameraden hé, ken je dat? Bij de Speelpleinwerking en bij het Muziek in Oeselgem. Als ze vrienden kunnen opzoeken, dan gaan ze mee met papa hé.

Het komt er toch op neer, als burgemeester word je toch voor een groot deel geleefd?

Mevrouw: Niet direct neen. Ik zeg het, we zitten er ook al altijd in hé. We zijn zo opgevoed.

KD: Het is geleidelijk aan gegaan hé. Ge wordt op alle momenten van de dag ja, dat is wel

 

12:47 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

KOENRAAD DEGROOTE STEEKT ZIJN DOCHTER OP INTERNAAT

Burgemeester Koenraad Degroote en zijn vrouw Ann Vandekerckhove hebben twee dochters, de zestienjarige Charlotte en de bijna tienjarige Marie-Laure.  De oudste zit op internaat, zeer tegen haar zin.

 

Mevrouw: Dat was onze keuze ja. De eerste twee jaar was dat heel leuk, maar nu dat ze pubert  is dat natuurlijk wat minder hé, zou ze liever elke dag naar huis komen.

En waar zit ze op school?

Mevrouw: In Gent.

Ah ja, ze wil naar Gent naar school?

Dochter: Maar ik jeun mij op die trein mama.

KD: Verzeker wel.

….

Ah, dus het is eigenlijk maar in de week dat het gezin volledig is, euh, in het weekend.

Mevrouw: In het weekend. En dan nog hé, als hij niet weggeroepen wordt de zondagvoormiddag, anders zitten we hier ook alleen hé.

Ja, dat is zo een beetje het drama van alle gezinnen van burgemeesters hé: veel gezinsleven is er niet hé.

Mevrouw: Dat moet je een keer aan de kinderen vragen hé.

KD: Is papa genoeg thuis?

Dochter: Nee.

KD: Nee? Ge zijt toch een keer blij dat hij weg is ook?

Dochter: Bja, in sommige omstandigheden.

21:14’14" Ah, de algemene bespreking, dat is al de zondagmiddag.

Dochter: Dat kan je zo noemen.

En dan worden de schoolrapporten besproken en zo…

KD: O, dat is al de vrijdagavond hé. Dat is al de vrijdagavond…

Dus, het drama is voor de vrijdagavond, en… maar het is goed met de rapporten waarschijnlijk hé?

Spruit: (knikt) Met het mijne wel.

Oei…En is het dan de burgemeester die optreedt als het rapport niet naar … wensen is.

Mevrouw: Ik denk dat ik de strengste ben, dat moogt ge vragen.

Is het waar?

Mevrouw: Ja, ik vind dat euh… ze moeten er iets voor doen hé. Als ze kunnen hé, ge moet ook de mogelijkheden zien hé. Als het niet gaat, gaat het niet hé.  Maar ze mogen er niet mee spelen. Daar ben ik wel streng in, dat geef ik toe ja. Dat is zo hé. Ze mogen veel van mij, maar er zijn grenzen hé. Ik denk dat de papa niet zo streng is, de papa nuanceert dat meer, maar …

En komt dat doordat hij er niet zo mee bezig is, of niet zo mee bezig kan zijn?

Mevrouw: Ik denk dat het dat is…

Of ook gemoedelijker?

KD: Ik ben zeer gemoedelijk, ja. Maar het moet juist zijn hé. Alles moet een ernstige ondergrond hebben, maar de aanpak bij mij is nogal tamelijk gemoedelijk, ja.

Maar u volgt uw vrouw wel als zij streng optreedt?

KD: Tuurlijk hé, tuurlijk.

Ah, hij is de brave en uw moeder is eigenlijk de boeman, of de boevrouw dan?

Dochter: Ja,…

Jaja, eigenlijk zou zij dan beter de burgemeester zijn, om met strenge hand de gemeente te leiden. Of leidt ze misschien de gemeente achter de schermen?

KD: Neenee.

Mevrouw: Dat denk ik niet hoor. Een keer een tip geven of een keer iets bespreken samen, dat wel, een keer een beetje informatie uitwisselen, maar ik doe dat wel zelf.

Ah, u bent de eerste burger, en zij is de tweede dan?

Mevrouw: Ik ben de eerste burger hier. Neen, buiten het huis, de mensen weten dat, als er problemen zijn, mogen ze altijd komen, en ik zal ze helpen oplossen, als… als ik er alleen voor sta natuurlijk, maar achter de schermen niet zo erg, neenee…  Dus ik maak dat ik thuis ben, ik ben er ook voor de kinderen hé. Dus, ik probeer dat te doen hé.

Ja, u bent er voor de kinderen, er is maar één kind thuis.

Dochter: Ja! Ik ben kik niet thuis in de week.

Moeder: De woensdag zijt ge wel thuis hé, de woensdag komt ge naar huis.

Ah ja, de woensdag komt ze al naar huis.

Dochter: Mompelt iets…

Dat is ook zo… Dat is een typisch tafereel dat ik al met andere burgemeesters meegemaakt heb ook: kinderen op internaat,…

Dochter: Ze worden buitengesloten hé.

Ja, dat komt met de job hé.

Mevrouw: Ze is misschien moeilijk opvoedbaar hé, dat ze op internaat moet. Ik weet niet hé.

Dat is eigen aan kinderen van burgemeesters.

Mevrouw: Ik weet niet, is dat waar ja?

Ik weet niet.

Mevrouw: Ik denk dat niet. Het was al… Ik heb zelf ook op internaat gezeten. Dus ik heb daar ook gezeten op school.

En u hebt er niet onder geleden?

Mevrouw: Ik zelf niet, nee. Nee, ik vond dat heel leuk. Het is discipline hé, dat is het hé. Ze heeft zij dat hier wel. Maar er zijn hier regels. En ik nu moet toegeven, tijdens de week is dat hier heel druk bij ons, allez, en als zij zou thuis zijn, ik denk dat er van studeren niet veel zou in huis komen. Het is daarom ook dat we daarvoor gekozen hebben. Dus, na zes jaar mag zijn dan kiezen hé. Als ze dan wilt naar huis komen. Maar dan zullen ze niet naar huis komen hé, dan gaan ze liever op kot hé. Dus ik denk niet dat ze dan naar huis zal komen.

Dochter: Nee.

Mevrouw: Dat is het hé.

Ja, pubers in huis, het is niet makkelijk hé.

KD:  Iedere periode heeft zijn charmes hé. Ge moet dat allemaal goed oppakken.

Dochter: Goed oppakken?

KD: Hewel ja. We pakken wij dat goed op allemaal.

Dochter: Ik klaag niet.

KD: Niet te veel zorgen maken.

Zij zitten nog op een makkelijke leeftijd hé.

Mevrouw: Ja hé, negen jaar.

Dochter: Prepuber.

Prepuber, zegt u?

Spruit: Och, stoute!

Ja, en twee meisjes, burgemeester. U zit hier eigenlijk onder drie vrouwen, gewoon.

KD: Ik zit hier met drie vrouwen op mijn dak. Ik heb dat graag hoor. Ik word nogal goed vertroeteld, dus ik heb geen klagen hier, van mijn drie vrouwen.

Het is een cliché, maar men zegt soms van, ja, mannen dromen soms van een jongetje. Ik heb dat ook nooit gehad, maar…

KD: Neen, we zijn wij tevreden. En dat is nooit speciaal in mij opgekomen.

U wou niet een jongetje om mee te voetballen?

Ik ken niets van voetbal.

Hoezo? Papa voetballen!

Dochter: Hij kan dat heel goed hoor, voetballen. Dat gaat perfect.

Is hij niet sportief?

Dochter: Jawel, wreed sportief! 

KD: Van voetbal weet papa bitter weinig. Er zijn twee kanten aan een voetbal, een binnenkant en een buitenkant, maar verder dan dat reikt mijn kennis niet.. En als ik vroeger voetbalde in de school, hadden ze me maar voor één zaak nodig, dat was om de keeper van de andere kant te gaan bezighouden. Maar anders konden ze niet zoveel aanvangen met mij.

Ah, u bent niet zo sportief?

KD: Vroeger ben ik nog in de wielertoeristen geweest. Dat wel. Een keer gaan zwemmen hé, Marie-Laure. Dat doen we graag.

 

12:23 Gepost door Microman | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende